20260227 Ledenbrief VNG - Ontwikkelingen asiel en oekraine opvang
Tekst van het document
Deze opzet maakt het mogelijk om in de eerste fase meerdere bewoners op te vangen in gescheiden eenheden, terwijl de units in een latere fase, bijvoorbeeld bij gezinshereniging of doorstroom, zonder grote verbouwing samengevoegd kunnen worden. Dit voorkomt leegstand, maakt efficiënter gebruik van ruimte en draagt bij aan een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
19
Kleinschalige nieuwbouw Opstartwoningen zijn alternatieve woonvormen, maar vallen nadrukkelijk niet buiten de woningbouwopgave: door flexibele woonvormen die als tijdelijke maatregel fungeren te realiseren in nieuwbouwprojecten, kunnen deze relatief eenvoudig later weer worden ingezet voor andere type bewoning. Stapelbare prefab units met eigen voorzieningen (keuken, badkamer), op te schalen tot kleine woongebouwen. Deze vorm is goed geschikt voor mix met jongeren, studenten, starters of arbeidsmigranten. Deze units zijn snel te realiseren, herplaatsbaar en geschikt voor sociale begeleiding via een beheerteam of buurtteam. Getransformeerde panden of tijdelijke herbestemming (bijv. kantoren, scholen, zorglocaties of hotels) Hiermee wordt hergebruik van leegstaand vastgoed gestimuleerd voor opstartwonen met gedeelde voorzieningen. Goed voor een gemengde invulling en community-based beheer. Het is een duurzame vorm door hergebruik, geschikt voor tijdelijke opvang én integratie, mits zorgvuldig begeleid. Geclusterde woningen in reguliere wijken (in-buurt plaatsing) Een aantal woningen per straat of blok wordt ingezet als opstartwoning. Door deze verspreide plaatsing binnen reguliere woonwijken ontstaat vanzelf contact met buren, voorzieningen en buurtactiviteiten.
Dit bevordert een natuurlijke integratie in de samenleving en voorkomt dat bewoners geïsoleerd raken in aparte woonlocaties. Hiervoor is geen aparte voorzieningen nodig, maar vereist wél inzet op buurtcommunicatie en begeleiding. Randvoorwaarden voor succes Om deze woonvormen ook werkelijk te laten bijdragen aan duurzame integratie, gelden de volgende randvoorwaarden: • Sociale begeleiding is cruciaal: inzet van buurtcoaches, sociaal beheer of participatieprogramma’s voorkomt isolement of overlast. • Tijdelijkheid met perspectief: opstartwonen moet een duidelijke brug vormen naar reguliere huisvesting; bewoners bouwen inschrijftijd en perspectief op. • Doelgroepmix is voorwaarde: huisvest statushouders samen met of nabij andere woningzoekenden zoals studenten, jongeren of mensen uit de opvang, om segregatie te voorkomen. • Woonkwaliteit moet fatsoenlijk zijn: tijdelijke oplossingen mogen geen afbreuk doen aan waardigheid en veiligheid; ondermaatse huisvesting ondermijnt draagvlak. • Inpassing in lokaal beleid: de woonvormen moeten aansluiten bij het gemeentelijk woonbeleid en integratiestrategieën • Financiering: er zullen structureel financiële middelen vrijgemaakt moeten worden om deze concepten vorm te geven.
De kosten gaan voor de baten uit – dit vraagt lef en investeringsbereidheid, maar levert op termijn lagere opvangkosten, snellere integratie en meer zelfstandigheid op. Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting Het Wetsvoorstel ‘versterking regie volkshuisvesting’, biedt de sturingsmiddelen die nodig zijn om het alternatieve plan van asiel tot integratie ruimtelijk te verankeren4. Om de woningbouw beter te kunnen aansturen, introduceert de wet verplichte volkshuisvestingsprogramma’s voor het Rijk, de provincies en de gemeenten. In deze programma’s wordt vastgelegd hoeveel woningen er gebouwd moeten worden, waar deze
4 Ondanks dat de VNG de wet ontraadt i.v.m. het amendement ‘Mooiman’ dat alle voorrang voor statushouders verbiedt, gaan we er wel vanuit dat de wet er komt, mogelijk met vertraging, danwel aanpassing.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
20
woningen komen en voor welke doelgroepen ze bestemd zijn. De wet bevat ook een aantal versoepelingen die moeten bijdragen aan snellere woningbouw. Zo wordt de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ afgeschaft voor woningbouwprojecten. Dit betekent dat de onderzoeksverplichtingen die vaak tot vertraging en extra kosten leiden, komen te vervallen. Ook worden de procedures versneld: voor woningbouwprojecten van 12 of meer woningen is er straks nog maar één beroepsmogelijkheid bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die binnen zes maanden uitspraak moet doen. Deze wet ondersteunt tevens de ontwikkeling van flexibele woonconcepten. Voorrang statushouders Idealiter krijgen gemeenten de ruimte om zelf – in afstemming met woningcorporaties invulling te geven aan hun urgentie- en toewijzingsbeleid, met oog voor het huisvesten van verschillende aandachtsgroepen. Binnen die ruimte zijn er nog steeds mogelijkheden om recht te doen aan het belang van statushouders, zónder in strijd te handelen met de wet. (mocht de voorrang vervallen) Wat mag (nog wel) Algemeen doelgroepenbeleid • Wijs flexwoningen toe op basis van algemene kenmerken: bijvoorbeeld jongeren, starters, mensen met geen vaste woonruimte – zonder status als criterium. • Statushouders kunnen daarbinnen vallen, maar niet exclusief of met voorrang.
Werken met spreidingsmodellen Gemeenten kunnen met woningcorporaties afspreken dat bijvoorbeeld 10% van de flexwoningen beschikbaar komt voor mensen vanuit maatschappelijke opvang of opvanginstellingen (waaronder mogelijk statushouders) – mits het label ‘statushouder’ niet wordt gebruikt. Volgorde op basis van aanmelddatum of loting: Bij flexlocaties is het toegestaan om toewijzing via objectieve, niet-statusafhankelijke volgorde te organiseren.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
21
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl november 2025