CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

20240418 Economisch ruimtelijke Visie Almelo – bijlage 1 - Economisch ruimtelijke Visie Almelo – versie 18-4-2024 taalkundig verbeterd

Raad 23 april 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Economische Ruimtelijke Visie17.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

E - Ecologie & Energie Omschrijving E1 Klimaatverandering De aarde warmt o.a. op door de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Dit heeft ernstige gevolgen voor mens en natuur. Om dit te beperken wordt wereldwijd steeds meer aandacht besteed aan onderwerpen als energietransitie, duurzaamheid en circulariteit. Ook worden mondiale/ Europese/ nationale afspraken steeds stringenter.

E2 Bewustwording bedrijven/ inwoners Inwoners worden bewuster van de gevolgen van klimaatverandering en hechten steeds meer belang aan verduurzaming. Dit leidt tot andere keuzes in consumptie. Ook voor bedrijven wordt dit steeds belangrijker; deels vanuit ideologie en deels vanuit imago. Een ‘duurzaam label’ is dan ook steeds belangrijker in verband met marketing.

E3 Natuurwaarde Natuurwaarde gaat over natuurlijke processen, landschappen, soorten, maar ook meer abstracte begrippen als stilte en schoonheid. Hier wordt steeds meer aandacht aan besteed omdat o.a. de biodiversiteit onder druk staat. Dit komt bijvoorbeeld door de grote hoeveelheid verharding die leidt tot hittestress in de gebouwde omgeving en door stikstofbelasting van de bodem.

Impact sectoren

Ruimtelijke implicaties

Bedrijven moeten hun uitstoot verminderen door een omslag te maken van fossiele naar duurzame energie en door oog te hebben voor duurzaamheid/ circulariteit. Dit vraagt om innovatie en de toepassing van energiezuinige concepten en productieprocessen. Dit leidt ook tot nieuwe businessmodellen. In een aantal sectoren wordt bv. steeds meer gebruik gemaakt van reststromen tussen bedrijven.

Bedrijven/ overheden stellen andere eisen aan vastgoed en bedrijventerreinen. Denk hierbij aan duurzaamheid en circulair ontwikkelen/ bouwen (gebouwde omgeving is makkelijk te herinrichten, herbestemmen, ontmantelen en herbruikbaar). Keurmerken zoals BREEAM worden steeds belangrijker, bedrijfslocaties moeten kansen voor energieopwekking faciliteren en er ontstaat meer aandacht voor natuurwaarde op bedrijventerreinen.

Bedrijven willen hun uitstoot verminderen (deels vanuit imago/ deels vanuit ideologie) door een omslag te maken van fossiele naar duurzame energie en door oog te hebben voor duurzaamheid/ circulariteit. Dit vraagt om innovatie en de toepassing van energiezuinige concepten en productieprocessen. Dit leidt ook tot nieuwe businessmodellen. In een aantal sectoren wordt bv. steeds meer gebruik gemaakt van reststromen tussen bedrijven. Dit leidt tot meer werk in ‘transitie’ ketens: garages, tankstations, chemie.

Steeds meer bedrijven willen zich op het gebied van duurzaamheid onderscheiden. Dit leidt tot andere eisen m.b.t. vastgoed en bedrijventerreinen. Keurmerken zoals BREEAM worden steeds belangrijker, bedrijfslocaties moeten kansen voor duurzame energieopwekking faciliteren en er ontstaat meer aandacht voor natuurwaarde op bedrijventerreinen. Dit kan ook invloed hebben op locatiekeuzen van bedrijven.

Stikstof wordt o.a. uitgestoten door verbrandingsmotoren in de logistiek en industrie. Dit betekent dat voor de instandhouding van gevoelige ecosystemen emissiereducties noodzakelijk zijn. Dit heeft o.a. geleid tot de stikstofuitspraak, waardoor bouwvergunningen slechts beperkt worden uitgegeven t.b.v. bescherming van natuur en in het bijzonder Natura-2000 gebieden. Dit heeft grote gevolgen voor (grote) nieuwbouwprojecten in de logistiek/ industrie.

Leidt tot een rem op uitbreiding/ nieuwe vestigingslocaties en tot het treffen van compenserende maatregelen voor bouw en operatie. Daarnaast krijgen inwoners, overheden en bedrijven meer oog voor natuurwaarde wat leidt tot implementering van groen/water in de gebouwde omgeving t.b.v. biodiversiteit/ hittereductie/ waterhuishouding. Meer groen in combinatie met wandel-/fietspaden leidt ook tot een prettigere (werk) omgeving voor medewerkers en omwonenden.

33

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

F - Arbeidsmarkt Omschrijving F1 Personeelstekorten De keerzijde van de groeiende economie in de afgelopen jaren is de toename van het personeelstekort. De vacaturegraad was pre-corona op het hoogste punt in 10 jaar en in het bijzonder zijn technisch/ logistiek personeel moeilijk te vinden. Onderliggende trends als vergrijzing en bevolkingskrimp maken dat personeelstekorten aan de orde blijven.

F2 Stedelijke groei Steden/ middelgrote gemeenten groeiden het afgelopen decennium sneller dan gemiddeld en de verwachting is dat dit de komende jaren zo blijft. Ook is er sprake van een trek van kenniswerkers naar stedelijke gebieden. Anderzijds is krimp in kleinere/ meer perifeer gelegen gemeenten aan de orde. Hierdoor neemt het arbeidspotentieel van steden t.o.v. landelijke gebieden toe.

F3 Onbenut arbeidspotentieel De schaarste biedt kansen om bepaalde groepen beter te betrekken bij de arbeidsmarkt/ maatschappij. Denk bv. aan omscholen langdurig werklozen en het aannemen van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook grenswerkers en sei-zoenswerkers bieden mogelijkheden voor het opvullen van het arbeidstekort in veel (technische) vakgebieden.

Impact sectoren

Ruimtelijke implicaties

Het structurele personeelstekort kan leiden tot belemmering van groei. Eén van de manieren om dit te ondervangen is het implementeren van automatisering en robotisering om zo afhankelijkheid van personeel te verkleinen. Ook het gebruik van arbeidskrachten die wellicht niet direct in het gewenste profiel passen neemt toe. Bereidheid tot opleiden/ omscholen personeel hoort hierbij; net als het zijn van ‘preferred employer’. Behoud van aantrekkingskracht voor jongeren en hoogopgeleiden.

Bedrijven vestigen zich daar waar het mogelijk is personeel te krijgen. Dit betekent dat locaties goed bereikbaar moeten zijn met de (elektrische) auto / OV / fiets en niet te ver van agglomeraties afliggen. Het zijn van ‘preferred employer’ is een totaalpakket van o.a. arbeidvoorwaarden, imago en werkomgeving. Dit betekent dat zowel gebouw als terrein aangenaam moeten zijn en dat er een bepaalde mate van voorzieningen aanwezig moet zijn.

Stedelijke groei heeft impact op de logistieke footprint. Daar waar enerzijds schaalvergroting plaatsvindt in DC’s door o.a. groei in e-commerce en efficiency, leidt dit anderzijds tot kleinere distributiehubs aan de rand van de stad en tot nieuwe stadslogistieke concepten. Ook leidt concentratie van kenniswerkers in steden tot interesse voor hoogwaardige/ nieuwe maakindustrie binnen contouren van de stad. Grote rol voor uitzendsector t.b.v. flexibiliteit.

Concentratie van kenniswerkers in steden leidt tot nieuwe type vestigingslocaties voor hoogwaardige/ nieuwe maakindustrie binnen de contouren van de stad. Vestigingslocaties moeten vanaf de stad in ieder geval goed/ snel bereikbaar zijn met de (elektrische) auto / OV / fiets. Met name voor hoogopgeleid personeel is bereikbaarheid vanaf de stad van belang.

Inzet van onbenut arbeidspotentieel vraagt vaak om een intensievere aanpak dan regulier personeel omdat men niet altijd direct in het gewenste profiel past. Denk bv. aan het opleiden/ omscholen van personeel en intensievere begeleiding voor mensen die dit nodig hebben. Anderzijds biedt dit kansen voor de bijdrage aan het zijn van een inclusieve organisatie. T.b.v. grensoverschrijdende inzet is meedenken over barrières zoals verschil in regels/belastingen/diploma’s gewenst. Energietransitie en verduurzaming vraagt opbouw nieuwe competenties (opleiding en bijscholing).

Voor opleiding/ omscholing/ begeleiding zijn programma’s en ruimte nodig (leslokalen/ werkplaatsen). Door in de nabijheid van bedrijven een opleidingscentrum op te richten kunnen werknemers al in een vroeg stadium de binding met een bedrijf aangaan. Denk bv. aan duale opleidingen waar werk en opleiding worden gecombineerd. T.b.v. van grenswerkers moet bijvoorbeeld gedacht worden aan short stay mogelijkheden.

34

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

De trends en ontwikkelingen hebben naar verwachting een forse impact op de lokale economie van Almelo, met bijbehorende ruimtelijke implicaties, zoals weergegeven in figuur 3.2. Hierin is weergegeven hoe sterk de impact is van de trends en ontwikkelingen op de economie van Almelo en wat dit betekent voor de ruimtevraag naar werklocaties. Deze inschattingen zijn gemaakt op basis van onderzoeken in (vergelijkbare) gemeenten in Nederland.

Invalshoek

A

A1 Reshoring (terughalen productie) & glocalisering (‘plaatselijk maken’ van producten) A2 Servitization (aanbieden product i.c.m. service) A3 Ecosysteembenadering

B Technologie

B1 Automatisering & robotisering B2 Digitalisering/ Big data/ IoT/ blockchain B3 Transporttechnologieën

C Transport

C1 Modal shift (naar multimodaal vervoer) C2 Smart logistics C3 Smart industry

D Bouwsector

D1 Prefabricage D2 Nieuwe contractvormen D3 Stikstof / PFAS

E Ecologie & Energie

E1 Energietransitie E2 Circulair bouwen E3 Natuurwaarde

F Arbeidsmarkt

F1 Personeelstekorten F2 Stedelijke groei F3 Onbenut arbeidspotentieel

De economische samenstelling van Almelo met een sterke aanwezigheid van o.a. de sectoren (maak) industrie en handel zorgt ervoor dat trends en ontwikkelingen in technologie, economie en maatschappij van grote impact zijn de komende jaren. Gedreven door snelle en disruptieve ontwikkelingen worden traditionele productie- en dienstenketens zeer sterk beïnvloed door efficiëntere, duurzamere en slimmere technieken.

D

E

A Economie

Figuur 3.2 Impact van trends en ontwikkelingen op lokale economie en werklocaties Almelo Bron: Bureau expertise BCI, 2023

B

C

Bepalende economische, technologische & maatschappelijke trends

35

Impact op lokale economie Almelo

KLEINE IMPACT

F

Betekenis ruimtevraag werklocaties

MINDER BEHOEFTE AAN RUIMTE

NEUTRAAL

MEER BEHOEFTE AAN RUIMTE

GROTE IMPACT

Er ontstaan steeds meer crossovers tussen traditionele sectoren, omdat de transities complexer van aard worden. De paden productie, logistiek, onderzoek en (zakelijke) diensten gaan elkaar steeds intensiever kruisen, waardoor nieuwe typen activiteiten ontstaan.

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

4| SCENARIO ONTWIKKELING

36

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Hoofdstuk 4

SCENARIO ONTWIKKELING De economie van Almelo blijft zich ontwikkelen, waar uiteenlopende ambities bij horen. Almelo wil voldoende huisvesting en werkplekken kunnen aanbieden. Hoewel Almelo niet in een NOVEX-gebied ligt, zijn stevige ambities neergezet in de Regionale Stedelijke Investeringsagenda (RSIA) 2050. Daarin hebben Almelo, Hengelo en Enschede uitgesproken om in te zetten op groei van circa 317.000 inwoners in 2023 naar circa 420.000 inwoners in 2050. Om deze bevolkingsgroei te accommoderen moeten minimaal 69.000 woningen worden toegevoegd, wat tegelijkertijd vraagt om ruimte voor werken voor het faciliteren van banen aan nieuwe inwoners.

In het bewegen richting een toekomstbestendige economie met voldoende werkplekken bepaalt het huidige economisch DNA het startpunt, zoals omschreven in hoofdstuk 2. De ontwikkeling richting de toekomst wordt beïnvloed door verschillende trends en ontwikkelingen, zoals uiteengezet in hoofdstuk 3. In dit hoofdstuk wordt een inschatting gemaakt van kansrijke ontwikkelrichtingen, de ontwikkeling van ruimtevraag in sectoren en de impact en consequenties van ontwikkelrichtingen.

4.1 Drie kansrijke ontwikkelrichtingen Almelo kan zich op verschillende manieren ontwikkelen richting 2040, waarbij de huidige economische uitgangssituatie het startpunt vormt. Het is van belang om te benadrukken dat ontwikkelrichtingen met een tijdshorizon tot en met 2040 met onzekerheid zijn omgeven. Niemand kan voorspellen hoe de wereld er in 2040 uitziet en dus kan de economie zich op ontelbaar veel manieren ontwikkelen. Wat wel vaststaat is dat de huidige kwaliteiten en kenmerken van Almelo aan de basis staan van de ontwikkeling. Bestuurlijke keuzes kunnen een ontwikkelrichting meer of minder realistisch maken. In dit onderzoek worden, mede op basis van verschillende overlegtafels, drie ontwikkelrichtingen haalbaar en realistisch geacht: 1 De draaischijf van Oost-Nederland 2 De plek waar we bedenken én maken 3 Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

37

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

1. De draaischijf van Oost-Nederland Almelo vervult een belangrijke rol in Oost-Nederland. Het wordt gekenmerkt door een individualistische samenleving waarin het marktdenken domineert in de economie. Grote bedrijven nemen het voortouw, eigen verantwoordelijkheid staat voorop. Er blijft een relatieve koppeling van groei van welvaart en materiaalgebruik, waardoor het grondstoffengebruik met circa 25 procent toeneemt, met oog voor recycling en toepassing van biobrandstoffen. Er is behoefte aan grote bedrijventerreinen bij (multimodale) transportknooppunten. Er is meer behoefte aan distributiecentra en de schaal ervan blijft toenemen. De logistiek is tenslotte noodzakelijk om andere sectoren effectief en efficiënt te laten functioneren, en ervoor te zorgen dat consumenten hun producten ontvangen. Logistiek vormt een integraal onderdeel van andere sectoren, in samenwerking met mkb, industrie en/of kennis/innovatie-instellingen. Dit vraagt om meer en grotere logistieke bedrijventerreinen en testlocaties voor bijvoorbeeld nieuwe transporttechnologieën. Er ontstaat een groter contrast tussen het verstedelijkte Almelo en de minder verstedelijkte omgeving. Logistiek is zo schoon en efficiënt mogelijk, waarbij een focus ligt op multimodale locaties met ook duurzaam transport over water.

Goederen, maar ook mensen zijn afhankelijk van capaciteiten en ontwikkelmogelijkheden in en rondom Almelo.

2. De plek waar we bedenken én maken Almelo ontwikkelt zicht tot een belangrijke MKB-, hightech- en maakregio van Nederland. Een omvangrijk deel van het verdienvermogen van de stad komt van technologische industrie, doordat deze industrie een groot deel van haar producten naar andere regio’s en het buitenland exporteert. Industrieën bestaan uit een vaak bovenregionaal ecosysteem van verbonden bedrijven; mkb-bedrijven die direct goederen en diensten leveren aan of afnemen van grote industriebedrijven. De industrie is daarmee een belangrijke motor van de economie, die zorgt voor bedrijvigheid en werkgelegenheid. De productie en verdiencapaciteit van deze industrie is nodig om de brede welvaart te realiseren en financieren.

38

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Om te profiteren van de kansen die voortkomen uit kennis en innovatie in de regionale topsectoren, moet het aantrekkelijk zijn voor R&D-activiteiten om zich in Almelo te kunnen vestigen. Dit betekent geen onnodige belemmeringen voor het ontwikkelen en toepassen van vernieuwende ideeën. Er zijn sterke banden met de Universiteit Twente en hogescholen in de regio. Innovaties krijgen de juiste ondersteuning en vinden een weg naar de markt. De ruimtevraag naar innovatiedistricten neemt toe, gecombineerd met MKB-locaties met voldoende opslagmogelijkheden, werk- en manoeuvreerruimte. Ruimtevraag komt van startups die ontstaan vanuit de kruisbestuiving tussen onderwijs, kennisinstellingen en bedrijfsleven en door het aantrekken van R&D-hubs van bedrijven van buiten de regio, die zich aangetrokken voelen door het ecosysteem dat in Almelo bestaat. Het is dus zaak om voor bedrijven van specifieke doelgroepen voldoende ruimte te reserveren. Hier liggen kansen om te bouwen op herontwikkelingslocaties, ook met het oog op stikstof. Er ontstaat ruimtevraag vanuit succesvolle scale-ups met andere vestigingseisen. Deze scale-ups hebben, naast R&D-ruimte en kantoor, vaak ook behoefte aan laagdrempelige, betaalbare werkruimte voor (pilot en/of commerciële) productie.

Concreet gaat het voor een scale-up vaak om een ruimtevraag van enkele honderden vierkante meters tot een paar duizend vierkante meter met mogelijk milieuruimte (milieucategorie 2-4), waar ruimte is voor 10 tot 50 werkplekken. De betaalbaarheid van de (werk)ruimtes en verbinding met de rest van het ecosysteem is daarbij van belang. Tot slot is het van belang om grote vestigingen van bedrijven, zogenoemde ‘corporates’ of ‘leaderfirms’, aan te trekken en te huisvesten om het ecosysteem in de regionale topsectoren verder te versterken. Zo worden met name de regionale topsectoren minder afhankelijk van kleinere bedrijfsvestigingen en de (semi)publieke sector.

3. Lokaal geworteld, regionaal verzorgend Lokale en regionale gemeenschappen maken de dienst uit. Mensen kennen elkaar, voelen zich onderling verbonden en zijn trots op de buurt, de wijk en het landschap. In deze toekomst breidt Almelo kleinschalig uit, dorpen in de buurt zijn organisch gegroeid. Kleinschaligheid en lokale en regionale functiemenging zijn de norm, met als uitgangspunt zoveel mogelijk regionale zelfvoorziening in een informele economie. Reshoring en glocalisering zijn aan de orde van de dag en vestigingslocaties bieden toegang hiertoe; hoogopgeleide arbeidskrachten en een goedwerkend ecosysteem waarin ook toeleveranciers en klanten zijn geïntegreerd. Regionalisering is belangrijker dan agglomeratievorming, wat betekent dat zogenoemde “daily urban systems” kleiner zijn. Er is sprake van een geleidelijke overgang van Almelo als stad naar het Twentse landschap. Dit vraagt om voldoende aandacht voor een soepele overgang tussen verstedelijkt Almelo en groenblauwe structuren aan de rand van de stad en de dorpen eromheen. Almelo kent een grote diversiteit aan wijktypen, volgens behoeften van de lokale bevolking. Om binnen de gemeentegrenzen in alle wensen en behoeften te kunnen voorzien zijn er volop multifunctionele buurtcentra en is er sprake van levendige stadsranden die een volwaardig onderdeel vormen van de stad.

Door een beperkte groei in koopkracht neemt het grondstoffengebruik af. Lokaal delen, hergebruiken, repareren en recyclen staat centraal, waardoor er minder nieuwe producten worden gevraagd.

39

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Op welke aspecten verschillen de ontwikkelrichtingen? De ontwikkelrichtingen borduren voort op de huidige economische structuur van Almelo. Om de ontwikkelrichtingen nader toe te lichten wordt ingegaan op drijfveren, effecten, opgaven en kansen, ruimtelijke impact en de mate waarin trends zich manifesteren. Figuur 4.1 laat zien dat drijfveren hoe dan ook op Almelo afkomen, ongeacht op welke ontwikkelrichting

wordt gestuurd. De mate waarin de drijfveren aan de orde zijn, verschilt echter. Voorbeeld: digitalisering manifesteert zich in alle drie de ontwikkelrichtingen, maar is met name van belang in ontwikkelrichting 1 en 2. Het gaat om nieuwe transportmethodieken, monitoring en aanverwante digitale ontwikkelingen. In ontwikkelrichting 3 speelt dit ook, maar is het minder aan de orde door een andere economische structuur, met sectoren waar digitalisering minder van belang is.

1

2

3

De draaischijf van Oost-Nederland

De plek waar we bedenken én maken

Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

Verduurzaming Circulariteit Digitalisering Online wereld NIET AAN DE ORDE

ZEER STERK AAN DE ORDE

Figuur 4.1 Drijfveren per ontwikkelrichting Bron: BCI, 2023

Figuur 4.2 toont drie onderdelen. De bovenste regel -werkgelegenheid- laat zien in welke mate de werkgelegenheidsstructuur zal veranderen ten opzichte van de huidige structuur. Aangezien de ontwikkel-

richtingen zijn gebaseerd op de huidige economie, is de mate van impact gelijk. Door de jaren heen is een adaptief vermogen vereist, maar er worden geen grove veranderingen gevraagd.

1

2

3

De draaischijf van Oost-Nederland

De plek waar we bedenken én maken

Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

Werkgelegenheid GEEN VERANDERING T.O.V. NU

INTENSIEVE VERANDERING T.O.V. NU

Toegevoegde waarde AFNAME

TOENAME

NADELIG EFFECT

POSITIEF EFFECT

Leefomgeving

Figuur 4.2 Effecten per ontwikkelrichting Bron: BCI, 2023

40

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Op het gebied van toegevoerde waarde kan er sprake van zijn van toe- of afname ten opzichte van het nu. Met name ontwikkelrichting 1 en 2 leiden tot meer toegevoegde waarde. Dit komt vooral door de sterke sectoren die van belang zijn in deze ontwikkelrichting. De ontwikkelrichtingen hebben allen een bepaalde impact op de leefomgeving. In ontwikkelrichting 1 is er sprake van een nadelig effect, in ontwikkelrichting 2 is dit neutraal. Ontwikkelrichting 3 kent het meest positieve effect.

Figuur 4.3 toont de opgaven en kansen per ontwikkelrichting. Qua personeel en opleidingsniveau sluiten de ontwikkelrichtingen allen relatief goed aan op de huidige arbeidsmarkt in Almelo (en omgeving). Op het gebied van verduurzaming wordt wel een gedifferentieerde inspanning gevraagd. In ontwikkelrichting 1 en 2 is het moeilijker om aan duurzaamheidseisen te voldoen dan in ontwikkelrichting 3. Voor circulariteit geldt een vergelijkbaar beeld.

1

2

3

De draaischijf van Oost-Nederland

De plek waar we bedenken én maken

Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

Human Capital SCENARIO SLUIT NIET AAN BIJ HUIDIGE ARBEIDSMARKT

SCENARIO SLUIT NAADLOOS AAN BIJ HUIDIGE ARBEIDSMARKT

Verduurzaming GEEN INSPANNING VEREIST

VEEL INSPANNINGEN VEREIST

GEEN INSPANNING VEREIST

VEEL INSPANNINGEN VEREIST

Circulariteit

Figuur 4.3 Opgaven en kansen per ontwikkelrichting Bron: BCI, 2023

41

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

In hoofdstuk 3 zijn verschillende trends en ontwikkelingen omschreven. De mate waarin deze trends zich manifesteren per ontwikkelrichting verschilt, zoals figuur 4.4 laat zien.

Invalshoek

A Economie

Bepalende economische, technologische & maatschappelijke trends

Mate waarin trends zich zichtbaar manifesteren De draaischijf van Oost-Nederland

De plek waar we bedenken én maken

Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

A1 Reshoring (terughalen productie) & glocalisering (‘plaatselijk maken’ van producten) A2 Servitization (aanbieden product i.c.m. service) A3 Ecosysteembenadering

B Technologie

B1 A  utomatisering & robotisering B2 Digitalisering/ Big data/ IoT/ blockchain B3 Transporttechnologieën

C Transport

C1 Modal shift (naar multimodaal vervoer) C2 Smart logistics C3 Smart industry

D Bouwsector

D1 Prefabricage D2 Nieuwe contractvormen D3 Stikstof / PFAS

E Ecologie & Energie

E1 Energietransitie E2 Circulair bouwen E3 Natuurwaarde

F Arbeidsmarkt

F1 Personeelstekorten F2 Stedelijke groei F3 Onbenut arbeidspotentieel Mindere mate

Figuur 4.4 Manifestatie trends per ontwikkelrichting Bron: Bureau expertise BCI, 2023

Gemiddeld

Zeer hoge mate

42

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

4.2 Ontwikkeling ruimtevraag in sectoren In veel studies naar ruimtevraag van sectoren wordt de ontwikkeling van ruimtevraag gekoppeld aan werkgelegenheid. In bijvoorbeeld de dienstensector geeft deze koppeling een goede weergave van de ontwikkeling van ruimtevraag. Echter, bij industrietakken, groothandel, bouwnijverheid en vervoer blijft de werkgelegenheid historisch achter op de ontwikkeling van de toegevoegde waarde of kent deze zelfs een tegengestelde ontwikkeling. Het ruimtegebruik laat zich voor deze bedrijfstakken veel beter verklaren en voorspellen aan de hand van toegevoegde waarde dan door werkgelegenheid.

Sector

Banen Almelo (2022)

De groeivooruitzichten voor 18 bedrijfstakken in Nederland zijn voor een behoedzaam en een gunstig scenario geschetst voor de periode tot 2030. Figuur 4.5 toont de scenario-ontwikkeling voor landsdeel Oost, waar Almelo onderdeel van is. Per scenario ontstaat een gedifferentieerd beeld. Belangrijk om te vermelden is dat de uiteindelijke uitwerking in Almelo (gaat om een kleiner, specifieker grondgebied) afwijkt.

Van belang voor scenario

Behoedzaam

Gunstig

Voeding- en genotmiddelenindustrie

1,7%

4

6

Textiel- en kledingindustrie

0,3%

-6

5

Aardoliebasisindustrie

0%

0

0

Chemische industrie

1,2%

17

19

Staalindustrie

3,9%

-5

7

Scheepsbouw

1,0%

2

13

Bouwmaterialenindustrie

0,4%

2

3

12

Metaalelektro

9,0%

2

13

36

Overige industrie

2,7%

-8

2

Bouwnijverheid

5,7%

1

24

28

Groothandel

6,9%

1/3

23

24

Opslag en dienstverlening voor vervoer

0,5%

1

15

17

Vervoer

1,9%

1

10

21

Detailhandel en horeca

14,1%

1/3

-1

8

Zakelijke dienstverlening

14,9%

6

11

Onderwijs

6,8%

3

0

3

Zorg

19,2%

3

12

23

Overige quartaire sector

8,4%

3

8

10

17

Totaal Figuur 4.5 Groei (%) ruimtegebruik in 2030 op formele bedrijventerreinen t.o.v. 2017 landsdeel oost Bron: EIB & BCI, 2019

43

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Ontwikkelrichting 1 In ontwikkelrichting 1 zijn met name de handel, opslag en transport van belang. De groothandel, opslag, vervoer en bouw hebben momenteel een gemiddeld aandeel in de sectorstructuur, maar er wordt (zeer) sterke groei verwacht, wat tot extra ruimtevraag leidt op werklocaties.

Ontwikkelrichting 2 Ontwikkelrichting 2 wordt gekenmerkt door een groot belang van het MKB en R&D-bedrijven. Een goed voorbeeld is de metaalelektro wat momenteel een groot aandeel in de sectorstructuur heeft en waarvoor een sterke groei wordt verwacht (ofwel extra ruimtevraag op werklocaties).

Ontwikkelrichting 3 Ontwikkelrichting 3 kent een grote zorg-, onderwijs- en handelssector. Voor de detailhandel wordt een beperkte groei verwacht, evenzo voor het onderwijs. De zorg heeft momenteel een groot aandeel in de sectorstructuur en er wordt flinke groei verwacht. Echter, dit zal grotendeels buiten de werklocaties landen, waardoor extra ruimtevraag op werklocaties beperkt is.

44

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

4.3 Impact en consequenties ontwikkelrichtingen Per ontwikkelrichting wordt de uitwerking nader gespecificeerd aan de hand van: • Effect op de sectorstructuur en arbeidsmarkt; • Risico’s en consequenties; • Sociaaleconomisch en maatschappelijk rendement. De ruimtelijke consequenties per ontwikkelrichting hebben uiteindelijk impact op de economie en het landschap van Almelo.

1 De draaischijf van Oost-Nederland Wat is het effect op de sectorstructuur en arbeidsmarkt van Almelo? Almelo als draaischijf van Oost-Nederland heeft grote ruimtelijke impact. De ontwikkeling van Twente en de rest van Oost-Nederland is afhankelijk van Almelo en staat in dienst van de stad. Om enigszins ruimte te besparen wordt er gezocht naar ruimtelijke inpassing en meerlaags bouwen.

De vraag naar hoogwaardige logistiek neemt toe, wat betekent dat er meer vraag naar ruimte is voor toekomstbestendige werkgelegenheid en impulsen voor vernieuwing en verduurzaming in de regio. Dit leidt tot een groeiende behoefte aan vakmensen, technisch personeel en IT’ers, waar bijvoorbeeld ook huisvesting voor moet worden gerealiseerd. Het gaat om een totaalpakket van arbeidsvoorwaarden, imago en werkomgeving waar de ‘preferred employer’ aan moet kunnen voldoen. De pendel richting Almelo neemt toe. Dit vraagt flinke uitbreiding van het wegen-, spoor- en vaarwegnetwerk. Almelo heeft vooral een economische insteek, waar multimodaal transport centraal staat. Voor zorg, ontspanning of recreatie wordt het buitengebied opgezocht. De bouw en vervoer en opslag nemen een vlucht, wat om provinciale investeringen vraagt. De vraag naar MBO- en HBO-geschoold personeel neemt toe, om in distributiecentra, industriële bedrijven en andere transportbedrijven werk te verrichten. In de regio groeit de vraag naar praktijk gerichte opleidingen, waar vanuit bestuurlijk oogpunt op wordt ingespeeld.

45

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Wat zijn risico’s en consequenties? Gezien het belang van handel, opslag en transport in deze ontwikkelrichting wordt er een behoorlijk beroep gedaan op met name grootschalige ruimte voor werklocaties. Het risico hiervan is meer verstening, als gevolg van grote logistieke bedrijventerreinen met veel manoeuvreerruimte voor vrachtwagens en testlocaties voor nieuwe transporttechnologieën. In deze ontwikkelrichting gaat economische groei het meest ten koste van de openbare ruimte. Investeringen gaan naar economische groei en uitbreiding (wel op een duurzame en inclusieve wijze). De openbare ruimte met stimulering van sociale interactie, sport en beweging krijgt minder aandacht.

Wat is het sociaaleconomisch en maatschappelijk rendement? Nieuwe bedrijven die landen op de (nieuwe) werklocaties zijn bij voorkeur afkomstig uit de nabije omgeving. Toch zal een deel van het verdienvermogen wegvloeien naar (buitenlandse) hoofdvestigingen, waardoor (her)investering in Almelo beperkt is. Het sociaaleconomisch en maatschappelijk rendement is hierdoor beperkt in deze ontwikkelrichting. Zoals gezegd, gaan investeringen uit naar economische groei en uitbreiding, wat ten koste gaat van

sociale programma’s, recreatie, groen en voorzieningen/faciliteiten ten behoeve van sociale cohesie en welzijn. Deze aspecten zijn meer aanwezig in omliggende dorpen en steden.

2 De plek waar we bedenken én maken Wat is het effect op de sectorstructuur en arbeidsmarkt van Almelo? De industriesector wordt nog belangrijker, het onderwijs neemt een enorme vlucht. Deels in combinatie met universiteit Twente, regionale hogescholen en het ROC, deels door onderwijslocaties te ontwikkelen in Almelo. Almelo focust op bedenken, ontwikkelen én maken. De stad wordt gekenmerkt door een jonge, studentrijke samenleving. Er is sprake van hippe en moderne voorzieningen om jong talent ook op langere termijn aan de stad te verbinden. Bedrijven willen aantrekkelijk blijven voor personeel en moeten goed afwegen waar ze zich vestigen. De al ingezette trend van een hoogopgeleide beroepsbevolking zet door, in samenhang met voldoende MBO- en HBO-geschoolde werknemers.

46

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Wat zijn risico’s en consequenties? Hoewel er sprake is van uitbreidingsvraag, is deze beperkter dan in ontwikkelrichting 1. Er is vooral behoefte aan ander type ruimte. Het is kleinschaliger, beter mengbaar en huisvest meer lokale en regionale bedrijven, vooral de MKB en R&D-achtige activiteiten. Een risico in deze ontwikkelrichting is dat innovaties ondersteuning vragen voor begeleiding richting de markt. Hoewel dit deels door de markt zelf wordt opgepakt, zijn er ook investeringen nodig van de gemeente en wellicht de provincie en organisaties zoals Oost NL. Bovendien is er een breed pallet nodig aan onderwijs, gebaseerd op sterke banden met Universiteit Twente en hogescholen. Zodoende worden meer en grotere innovatiedistricten gecombineerd, ondersteund door MKB-locaties die lokaal en regionaal impact hebben.

Wat is het sociaaleconomisch en maatschappelijk rendement? Het sociaaleconomisch en maatschappelijk rendement is behoorlijk in deze ontwikkelrichting. Zoals gezegd gaan investeringen uit naar lokale (maak) bedrijven en het onderwijs. Leven lang ontwikkelen staat centraal. In combinatie met goede voorzieningen en faciliteiten worden inwoners en werknemers langer gebonden aan Almelo. Sociale cohesie en welzijn maken een positieve ontwikkeling door.

3 Lokaal geworteld, regionaal verzorgend Wat is het effect op de sectorstructuur en arbeidsmarkt van Almelo? Bedrijventerreinen rondom Almelo breiden fors uit, om in- en uitvoer van goederen te verminderen. Echter, door een afname van export en vervoersbewegingen wordt de logistiek kleinschaliger, waardoor het uiteindelijke ruimtegebruik afneemt. Keurmerken zoals BREEAM worden steeds belangrijker, bedrijfslocaties moeten kansen voor energieopwekking faciliteren en er ontstaat meer aandacht voor natuurwaarde op werklocaties. De maakindustrie krimpt, omdat er alleen op lokale en regionale schaal wordt geproduceerd. Tegelijkertijd groeit de zorgsector, omdat Almelo voor de hele levenscyclus zorgaanbod heeft. Dienstverlening is afgestemd op de wensen van de (regionale) bevolking, evenals cultuur en onderwijs. Er is behoefte aan een diverse beroepsbevolking, met een variatie van laag-, middelbaar- en hoogopgeleide werknemers. Door in de nabijheid van bedrijven een opleidingscentrum op te richten kunnen werknemers al in een vroeg stadium de binding met een bedrijf aangaan. Zoals duale opleidingen waar werk en opleiding worden gecombineerd.

47

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Bedrijven met een internationale handelsfocus zouden zich minder thuis kunnen voelen in Almelo en naar andere vestigingslocaties uitzien, onder andere omdat ze minder aansluiten op het lokaal/regionaal georiënteerde profiel van de gemeente. Dit gaat ten koste van het verdienvermogen van Almelo, wat wordt gecompenseerd door meer vrije tijd, natuurschoon en andere (niet-economische) waarden. Wat zijn risico’s en consequenties? In deze ontwikkelrichting is de vraag naar ruimte voor werklocaties, zowel klein- als grootschalig, het meest gering. Ruimte die niet gebruikt wordt voor werken kan worden ingericht met natuur, recreatie, onderwijslocaties en wonen. De vraag naar kleinschalige ruimte, passend binnen de huidige ramingen, gaat met name uit naar relatief kleinschalige productielocaties voor de lokale/regionale afzetmarkt. Doordat de focus ligt op lokale/regionale zelfvoorziening, zullen bepaalde bedrijfsactiviteiten teruggehaald moeten worden (ook wel ‘reshoring’). Een risico is dat hiervoor mogelijk bepaalde type arbeidskrachten (extra) nodig zijn, om een goed werkend ecosysteem te kunnen creëren. Dit vraagt extra inzet op bepaalde type scholing (zowel praktisch als theoretisch opgeleid) wat mogelijk niet direct aansluit op de huidige arbeidsmarkt in Almelo.

Wat is het sociaaleconomisch en maatschappelijk rendement? In deze ontwikkelrichting is het sociaaleconomisch en maatschappelijk rendement vergelijkbaar met de tweede ontwikkelrichting, maar wel anders opgebouwd. Door een geleidelijke overgang tussen verstedelijking en groenblauwe structuren, een zorgsector voor de hele levenscyclus en een sterke buurteconomie met veel voorzieningen en faciliteiten, neemt sociale cohesie en welzijn toe. Het verdienvermogen is echter minder dan in de eerste twee ontwikkelrichtingen. Hierdoor neemt het besteedbaar inkomen af, wat bij gelijkblijvende wensen en voorkeuren tot afname van het sociaaleconomisch en maatschappelijk rendement zou kunnen leiden (‘stilstand’ of ‘minder snelle vooruitgang’). Visie op economie en ruimte Er zijn diverse ontwikkelrichtingen onderzocht, uiteindelijk zijn er drie als kansrijk beoordeeld. Men kiest niet voor één ontwikkelrichting, als gemeente maak je keuzes die de ontwikkeling van de economie beïnvloeden. De vraag is waar de gemeente Almelo naartoe wil bewegen en hoe daarop kan worden gestuurd. In het volgende hoofdstuk komt de ruimtelijke uitwerking van de ontwikkelrichtingen aan bod. In hoofdstuk 6 komen meer stedenbouwkundige en ruimtelijke analyses aan bod, gevolgd door uitvoeringsinstrumenten in hoofdstuk 7.

48

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

5| INDICATIEVE RUIMTEVRAAG

49

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Hoofdstuk 5

INDICATIEVE RUIMTEVRAAG Tot nu toe is de huidige economie van Almelo in beeld gebracht, welke trends en ontwikkelingen er op Almelo af komen en welke ontwikkelrichtingen in dit samenspel als kansrijk worden geacht. In dit hoofdstuk wordt een meer ruimtelijke uitwerking gegeven aan de drie ontwikkelrichtingen. De geldende programmeringsafspraken in Twente vormen hierbij het uitgangspunt. 5.1 Programmeringsafspraken Twente Om de toekomst van de economie en bijbehorende ruimtevraag van Almelo in beeld te brengen, wordt gebruik gemaakt van geldende programmeringsafspraken. Dit is het resultaat van een gezamenlijk proces van Twentse gemeenten en de provincie Overijssel. De programmering bestaat uit twee onderdelen: 1. Lokale vraag per gemeente tot en met 2040; Dit betreft vraag van bedrijven kleiner dan 3 hectare (ook wel kleinschalige vraag) en is in de programmeringsafspraken reeds uitgesplitst naar gemeenten. Voor Almelo is dit een bandbreedte van 10 tot 40 hectare. 2. Regionale vraag Twente tot en met 2040; Dit betreft vraag van bedrijven groter dan 3 hectare (ook wel grootschalige vraag) en is in de programmeringsafspraken nog niet uitgesplitst naar gemeenten. Voor Twente is dit een bandbreedte van 121 tot 199 hectare.

Wanneer XL Businesspark 2, met een beoogde omvang van 75 hectare netto daadwerkelijk wordt ontwikkeld, neemt Almelo een aanzienlijk deel van de regionale, grootschalige vraag op zich. De resterende bandbreedte voor de Twentse, grootschalige vraag is in dat geval nog 46 tot 124 hectare. Deze vraag kan in heel Twente landen, in principe ook in Almelo. De extra ruimtevraag komt boven op het bestaande areaal van ongeveer 600 hectare. Figuur 5.1 toont de bestaande bedrijventerreinen in Almelo.

50

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Naam terrein 2 1

10

8

6 7 4

3 5 9 11

Omvang (ha)

1

Bedrijvenpark Twente

169

2

Bedrijvenpark Twente Noord

38

3

Bornesestraat

71

4

Buitenhaven

15

5

Dienstengebied

18

6

Dollegoor en Slachthuiskade

38

7

Noordbroek

14

8

Turfkade

107

9

Twentepoort Oost en West

27

10

Wendelgoor

7

11

XL-Businesspark I

93

Totaal

597

Figuur 5.1 Bestaande bedrijventerreinen Almelo Bron: BCI, 2023

Op basis van de al geschetste trends & ontwikkelingen, drijfveren, effecten, opgaven & kansen, EIB-ramingen en een verdieping op basis van brownfield en greenfield ontwikkeling, is per ontwikkelrichting een inschatting gemaakt van de uitbreidingsvraag.

2, met een beoogde omvang van 75 hectare netto, wordt ontwikkeld. Daarnaast is er sprake van een extra regionale vraag die in Almelo landt. Dit is in ontwikkelrichting één het meest en in ontwikkelrichting drie het minst. De omvang in hectaren van de lokale en regionale vraag is afgeleid uit de programmeringsafspraken. Voor zowel de lokale vraag (<3 hectare) als de regionale vraag (>3 hectare) geldt dat in principe dat lokale ondernemers een beroep kunnen doen op de (nog beschikbaar te maken) ruimte.

5.2 Indicatieve uitbreidingsvraag Figuur 5.2 laat zien dat de lokale vraag varieert tussen de 10 en 40 hectare. In alle drie de ontwikkelrichtingen wordt ervan uit gegaan dat XL Businesspark

0 ha De draaischijf van Oost-Nederland

De plek waar we bedenken én maken Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

125 ha

ca. 10 ha

75 ha

ca. 40 ha

ca. 30 ha

250 ha

ca. 60 ha

75 ha

ca. 30 ha

75 ha

ca. 10 ha Lokaal

Figuur 5.2 Indicatieve ruimtevraag Almelo per ontwikkelrichting tot en met 2040 Bron: BCI, 2023

XL Businesspark 2

Aanvullend grootschalig

51

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

5.3 Verfijning van de ruimtevraag De ruimtevraag staat niet per definitie gelijk aan de uiteindelijke uitbreidingsvraag. Allereerst vragen verschillende sectoren een verschillend ruimtegebruik (klein- of grootschalig, eventuele milieuruimte, goed of minder goed mengbaar, etc.). Hierdoor leent de ene sector zich beter voor inbreiding dan de andere sector. Daarnaast kan ruimtevraag deels worden ingevuld met het bestaande planaanbod.

Figuur 5.3 laat een indicatieve verdeelsleutel zien voor typen ontwikkeling, met onderscheid in greenfield (uitleglocatie, veelal op huidige agrarische grond) en brownfield (ontwikkeling op bestaande terreinen).

De draaischijf van Oost-Nederland

80%

De plek waar we bedenken én maken

20%

70%

Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

30%

65%

35%

Greenfield Brownfield (o.a. inbreiding en meerlaags bouwen op bestaande terreinen)

Figuur 5.3 Indicatieve verdeelsleutel typen ontwikkeling per ontwikkelrichting Bron: BCI, 2023

Wanneer het lukt om de beoogde brownfield ontwikkeling te behalen (dit blijft een flinke opgave), ontstaat een verfijnde ruimtevraag. Figuur 5.4 toont de (indicatieve) uitbreidingsvraag op greenfieldlocaties per ontwikkelrichting.

0 ha De draaischijf van Oost-Nederland

131 ha

8

75

48

125 ha De plek waar we bedenken én maken

28

75

21

101 ha Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

20

Figuur 5.4 Indicatieve uitbreidingsvraag Almelo per ontwikkelrichting tot en met 2040 Bron: BCI, 2023

75

6

52

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Samenvattend ziet het beeld per ontwikkelrichting er als volgt uit (zie figuur 5.5).

1

2

3

De draaischijf van Oost-Nederland

De plek waar we bedenken én maken

Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

Sectoren

Handel, opslag en transport

MKB en R&Dbedrijven

Zorg, onderwijs en handel

Type

Grootschalig

Klein- en grootschalig

Kleinschalig

Omvang

Meer dan geraamd

Zoals geraamd

Minder dan geraamd

Figuur 5.5 Ruimtelijke impact per ontwikkelrichting Bron: BCI, 2023

5.4 Ontwikkelrichting twee: kansrijk en haalbaar Vanuit het onderzoek en verschillende overlegtafels blijkt een sterke voorkeur voor ontwikkelrichting 2. Beoogde sectoren sluiten aan op het huidig economisch DNA van Almelo, de ruimtevraag is zoals geraamd (aansluiting bij regionale programmeringsafspraken) en ondernemers zien ontwikkelpotentie in de (maak) industrie.

Bij de kansrijke ontwikkelrichting 2 horen diverse doelgroepen, vooral gericht op de maakindustrie en transport/handel. Binnen de maakindustrie zal een speciale focus liggen op medium, Tech en medium/high Tech. Binnen de logistiek gaat het vooral om bedrijven die naast de huidige vestigers passen binnen het Almelose (maak) DNA: bevoorrading van stad en regio en kleinschalige specialistische logistiek (bijvoorbeeld zorglogistiek). Het doel in deze ontwikkelrichting is niet alleen op nieuwe bedrijven (en daarmee werkgelegenheid) te focussen, maar ook bestaande bedrijven te helpen.

53

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Voor ontwikkelrichting twee is de ruimtevraag 70 hectare (40 hectare kleinschalig en 30 hectare grootschalig). De daadwerkelijke uitbreidingsvraag kan lager uitvallen door in te breiden. Inbreidingsvraag Om de uiteindelijke uitbreidingsvraag tot een minimum te beperken is inbreiding op bestaande terreinen noodzakelijk. Inbreiding vraagt kapitaal, capaciteit en inzet van ondernemers. Voorgesteld wordt om maximaal in te zetten op bestaande terreinen (brownfield ontwikkeling). Een inbreidingspercentage van 30% (conform strategisch beleid van de provincie) is ambitieus, resulterend in een inbreidingsvraag van 21 hectare netto.

Uitbreidingsvraag Naast inbreiding blijft ook uitbreiding nodig. In de gekozen ontwikkelrichting gaat het uiteindelijk om een uitbreidingsvraag van 49 hectare tot en met 2040 (0,7% van de totale oppervlakte van Almelo). Tot en met 2040 betekent dit een uitbreiding van 2,7 hectare per jaar. Koersen op ontwikkelrichting twee vraagt om de nodige inspanningen, zoals verder uitgewerkt in hoofdstuk 6 en 7.

54

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

6| RUIMTELIJK DNA ALMELO & KANSEN VOOR ONTWIKKELING

55

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

56

Hoofdstuk 6

RUIMTELIJK DNA ALMELO EN KANSEN VOOR ONTWIKKELING De ontwikkelrichting “De plek waar we bedenken én maken” biedt vanuit economisch oogpunt veel aanknopingspunten. In dit hoofdstuk tonen ruimtelijke analyses aan of de ontwikkelrich-ting ook vanuit ruimtelijk perspectief kansrijk is voor Almelo. Hiervoor wordt eerst de ruimte-lijke situatie op bedrijventerreinen in Almelo geschetst. Dit staat aan de basis van uitspraken over inbreidings- en uitbreidingskansen voor werklocaties. Daarna wordt in beeld gebracht wat de ruimtelijke consequentie is van de ontwikkelrichting. 6.1 Ruimtelijke situatie bedrijventerreinen Almelo

ofunctionele en efficiënte zones, primair ontworpen voor enkelvoudig ruimtegebruik. Werken is duidelijk gescheiden van functies zoals wonen en recreatie.

Om zicht te krijgen op mogelijke ontwikkelingen van (bestaande) bedrijventerreinen in Almelo, is het belangrijk om eerst te reflecteren op het ontstaan van de terreinen en huidige kenmerken. De historische ontwikkeling van bedrijventerreinen laat zien dat er vaak dezelfde ordenende stedenbouwkundige principes worden gehanteerd, waarbij functiescheiding overheerst. Dit resulteert in mon-

De historische kaarten in figuur 6.1 laten de ontwikkeling van Almelo en bedrijventerreinen (aan de rand van de stad) zien, met name sinds de jaren ‘70. Dit maakt duidelijk dat bedrijventerreinen, mede door schaal en opzet, duidelijk aanwezig zijn in het stedelijk landschap. Op de kaart van 2023 (rechtsonder in fiISTORISCHE KAA guur 6.1) geven de zwarte stippen/blokjes deHbedrijH I S T O R aI SL M CEHL O E KAA venterreinen weer. aLMELO

• 1970

• 1980

• 1990

■ 1970 ■ 1970

■ 1980 ■ 1980

■ 1990 ■ 1990

• 2000

• 2010

• 2023

■ 2000 ■ 2010 Figuur 6.1 Groei van bedrijventerreinen in Almelo (1970, 1980, 1990, 2000, 2010 en 2023) Bron: ■ topotijdreis.nl 2000 ■ 2010

■ 2023 ■ 2023

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Getalsmatige onderbouwingen geven enigszins een beeld over omvang van bedrijventerreinen. De totale omvang van Almelo is ongeveer 7.000 hectare. Het huidige areaal aan bedrijventerreinen is 600 hectare. Dit betekent dat bedrijventerreinen momenteel 8,5% van de totale oppervlakte van Almelo beslaan. Figuur 6.2 geeft niet alleen de locatie van bedrijventerreinen weer, maar laat ook de mate zien waarin

bedrijventerreinen ruimte innemen in de stad. De relatie tussen de bebouwde- en onbebouwde ruimte (vaak bestemd voor logistiek, parkeren en groen) is een goede maatstaf om nog meer te zeggen over het ruimtegebruik. Figuur 6.3 laat de gebouwvoetafdruk per bedrijventerrein zien. Dit biedt waardevolle inzichten in het huidige gebruik op bedrijventerreinen en kansen voor verdere ontwikkeling.

Figuur 6.2 Locatie huidige bedrijventerreinen Bron: BCI, IMOSS

36%

22%

43%

32%

37%

32%

Bedrijvenpark Twente

Bedrijvenpark Twente-Noord

Bornsestraat

Buitenhaven

Dienstengebied

Dollegoor

47%

42%

36%

36%

58%

Noordbeek

Turfkade

Twentepoort Oost en West

Wendelgoor

XL-Businesspark

Figuur 6.3 Percentage gebouwvoetafdruk per bedrijventerrein Bron: BCI, IMOSS

40% Totaal

57

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

De ruimte die op een bedrijventerrein wordt benut is sterk verweven met het type bedrijvigheid en de schaal van voorzieningen. Daarnaast is de locatie van het terrein binnen de stad van invloed op het ruimtegebruik. Zoals te zien in figuur 6.4 heeft Almelo diverse bedrijventerreinen. Het binnenstedelijke terrein (links) en het grootschalig terrein (rechts) laten

een hele andere connectie met de directe omgeving zien. De omliggende stedenbouwkundige structuur is van groot belang bij het zoeken naar toekomstige ontwikkelmogelijkheden voor bijvoorbeeld uitbreiding of verdichting. De ligging en omgeving hebben onder meer een uitwerking op de milieuzonering, manoeuvreerruimte, bouwhoogtes en zichtlijnen.

Figuur 6.4 Luchtfoto’s bedrijventerreinen Almelo, v.l.n.r. George Breitnerstraat, Dienstengebied, XL Businesspark I Bron: Google Earth

6.2 Randvoorwaarden: bereikbaarheid en landschap Veel bedrijventerreinen missen ruimtelijke kwaliteit en zijn daardoor onaantrekkelijk als verblijfsruimte. Dit komt doordat er in het verleden weinig rekening werd gehouden met het feit dat mensen soms lang op bedrijventerreinen verblijven en er vaak door- of omheen bewegen. Tegenwoordig worden dit soort aspecten steeds meer in overweging genomen bij de aanleg van bedrijventerreinen en daarbij passende ontwerpkeuzes. Keuzes die niet alleen het welzijn van werknemers en omwonenden verbeteren, maar ook het milieu ten goede komen.

Bereikbaarheid Voor een goed functionerend bedrijventerrein is (deels afhankelijk van type activiteiten op het terrein) uitstekende bereikbaarheid een randvoorwaarde. Momenteel is de auto het meest gebruikte vervoersmiddel van en naar werklocaties. Richting de toekomst is het een uitdaging om de bereikbaarheid voor openbaar vervoer, fiets en voetganger te verbeteren. Een doelstelling zou bijvoorbeeld het stimuleren van integrale mobiliteit kunnen zijn. Combineren van openbaar vervoer en fietsen (in de last mile) kan het aandeel van alternatieve vervoersmogelijkheden vergroten. De figuren 6.5 tot en met 6.7 laten de huidige bereikbaarheid per trein & fiets, bus & voetganger en auto zien. De uitgangssituatie die hier geschetst wordt, vormt de basis voor de ontwikkeling en optimalisatie van (nieuwe) bedrijventerreinen.

58

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Figuur 6.5 Bereikbaarheid per trein en fiets Bron: BCI, IMOSS

Figuur 6.6 Bereikbaarheid per bus en voor voetgangers Bron: BCI, IMOSS

59

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Figuur 6.7 Bereikbaarheid per auto Bron: BCI, IMOSS

Landschap Toekomstbestendige bedrijventerreinen zijn in staat om in te spelen op verwachte veranderingen en zijn bestand tegen deze veranderingen. Dit betekent dat een toekomstbestendig bedrijventerrein functioneel van aard is en tegelijkertijd in staat is om bij te dragen aan bijvoorbeeld verduurzaming, circulariteit en biodiversiteit. De directe omgeving speelt een belangrijke rol bij het inspelen op dergelijke kansen.

In Almelo zijn de ‘groene longen’ onmisbare landschapsstructuren die een gevarieerd scala aan milieu-, sociale en economische voordelen bieden. Tegelijkertijd zorgt de nabijheid van bedrijventerreinen voor uitdagingen met betrekking tot deze groene longen. Een effectieve integratie van bedrijventerreinen met de (groene) omgeving bevordert biodiversiteit en zorgt ervoor dat gebieden zich kunnen aanpassen aan klimaatverandering. Dit staat mede aan de basis van toekomstbestendige bedrijventerreinen. Figuur 6.8 toont de huidige landschappelijke structuur van Almelo.

60

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Figuur 6.8 Landschappelijke structuur Almelo Bron: BCI, IMOSS

6.3 Ruimtelijke kansen voor ontwikkeling De ontwikkelrichtingen zoals behandeld in hoofdstuk 4 en 5 hebben een uiteenlopende ruimtelijke impact. De ontwikkelrichting ‘De draaischijf van Oost-Nederland’ wordt vooral getypeerd door schaalvergroting. Logistieke centra hebben ruimte nodig, zowel de bedrijfsgebouwen als manoeuvreerruimte er omheen. Het is mogelijk functies te stapelen en te combineren, maar technische mogelijkheden zijn beperkt. Figuur 6.9 laat dit zien. ‘De plek waar we bedenken én maken’ biedt meer mogelijkheden. Het stapelen van verschillende

functies en combineren van functies in een gebouw is kansrijker. Ontmoetingsruimtes tussen gebouwen komen diversiteit ten goede en stimuleren creativiteit. De aard van bedrijven zorgt ervoor dat combinaties met andere functies zoals wonen kansrijker zijn. Bij ‘Lokaal geworteld, regionaal verzorgend’ vervaagt de grens tussen ‘werkgebied’ en de rest van de stad. Wonen, werken en recreëren versmelten tot één samenhangend leefmilieu.

61

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Figuur 6.9 De ruimtelijke focus van de drie ontwikkelrichtingen Bron: BCI, IMOSS

6.4 Ruimtelijke vertaling ontwikkelrichting 2 Hoeveel ruimte vraagt ontwikkelrichting 2?

Specifiek voor deze ontwikkelrichting moet er worden gezocht naar 21 hectare voor inbreiding en 49 hectare voor uitbreiding tot en met 2040, zoals blijkt uit de analyses in hoofdstuk 4 en 5.

Ontwikkelrichting 2 (de plek waar we bedenken en maken) wordt als het meest kansrijk gezien. Het type bedrijvigheid is voor een groot deel mengbaar, de omvang van de gevraagde kavels en panden biedt perspectief voor veel locaties en de werkgelegenheid sluit aan op de beroepsbevolking.

In figuur 6.10 wordt een schaalvergelijking gemaakt tussen de onbebouwde ruimte op bedrijventerreinen en de indicatieve uitbreidingsvraag. De middelste ‘kolom’ toont de ruimtevraag in ontwikkelrichting 2. Ter vergelijking is ook de ruimtevraag van ontwikkelrichting 1 en 3 weergegeven.

Om een zo efficiënt mogelijk ruimtegebruik te hanteren wordt naast uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen ook gekeken naar optimaal gebruik van de bestaande bedrijventerreinen (inbreiding). Los daarvan zal er een zekere ruimte beschikbaar moeten zijn als ‘schuifruimte’ om de transformatie op bestaande terreinen mogelijk te maken (uitbreiding).

62

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Beschikbare ruimte

1 ha

Bedrijventerrein = 597 ha

Gebouwvoetafdruk = 248 ha

Onbebouwd gebied van het bedrijventerrein = 349 ha

Indicatieve uitbreidingsvraag

De draaischijf van Oost- Nederland

De plek waar we bedenken en maken

Lokaal

XL Businesspark 2

Lokaal geworteld, regionaal verzorgend

Aanvullend grootschalig

Indicatieve uitbreidingsvraag in relatie tot beschikbare oppervlakte

Ontwikkeling op bestaande terreinen

Ontwikkeling op bestaande terreinen

Ontwikkeling op bestaande terreinen

Uitbreidingsvraag op greenfieldlocaties

Uitbreidingsvraag op greenfieldlocaties

Uitbreidingsvraag op greenfieldlocaties

Figuur 6.10 Huidige oppervlakte van bedrijventerreinen, gebouwvoetafdruk en benodigde ruimte Bron: BCI, IMOSS

Figuur 6.11 Geeft indicatief weer waar de benodigde oppervlakte in ontwikkelrichting 2 op bestaande bedrijventerreinen kan worden ingepast.

63

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Figuur 6.11 Indicatieve inpassing benodigde oppervlakte in ontwikkelrichting 2 op huidig bedrijventerrein Bron: BCI, IMOSS

Wat vraagt het om te koersen op ontwikkelrichting twee? De gegevens over de bebouwingsgraad van bestaande terreinen in Almelo laten zien dat er een aanzienlijke verborgen potentie is om de ruimte efficiënter te gebruiken. 60% van de ruimte op bedrijventerreinen in Almelo is onbebouwd, dat is ongeveer 360 hectare. Dit onbebouwde areaal wordt voornamelijk gebruikt door infrastructuur, parkeren en groen. Toch biedt het onbebouwde areaal ook kansen voor verdichting en daardoor in potentie voor groei. Om deze kansen uiteindelijk te benutten is meer gedetailleerd onderzoek nodig. Hiervoor dienen terreinpaspoorten opgesteld te worden.

Of het nu gaat om het efficiënter maken van verkeersgebieden en parkeerplaatsen door oppervlakte te verminderen of groen elders te compenseren, het ontwikkelen van een strategie is essentieel om ervoor te zorgen dat bestaande onbebouwde gebieden op bedrijventerreinen in staat zijn om toekomstige ruimtevraag te huisvesten. Zowel bij inbreiding -beter benutten bestaande ruimte door bijvoorbeeld meerlaags bouwen- als bij uitbreiding (beroep doen op een nieuwe uitleglocatie of bouwen aan de rand van bestaande bedrijventerreinen) is het van belang om af te stappen van ‘pannenkoekenplanologie’. Het is van belang om niet meer alles plat en naast elkaar te realiseren, maar zuinig te zijn op de beschikbare ruimte en zo efficiënt mogelijk om te gaan met deze ruimte.

64

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

6.5 Ruimtelijke ontwikkelstrategie Almelo De ontwikkelrichting “De plek waar we bedenken en maken” biedt zowel economische als ruimtelijke aanknopingspunten. Het type bedrijvigheid is voor een groot deel mengbaar, omvang van de gevraagde kavels en panden biedt perspectief voor veel locaties en de werkgelegenheid sluit aan op de beroepsbevolking (dit leidt tot beperkte mobiliteitsstromen). Om de uiteindelijke ruimteclaim op het buitengebied tot een minimum te beperken, is inbreiding van bestaand areaal noodzakelijk. Inbreiding In hoofdstuk 5 is voorgesteld om maximaal in te zetten op bestaande terreinen (brownfield ontwikkeling). Een inbreidingspercentage van 30% is ambitieus, maar wordt haalbaar geacht (conform strategisch beleid van de provincie). Bestaande bedrijventerreinen in Almelo bieden voldoende kansen voor inbreiding. Gemiddeld is 40% van de ruimte op bedrijventerreinen in Almelo in gebruik door bebouwing. De overige ruimte is in gebruik door infrastructuur, parkeren en groen. In potentie biedt dit veel ontwikkelmogelijkheden om tegemoet te komen aan de inbreidingsvraag van 21 hectare. Inbreiding van het bestaande areaal biedt veel voordelen, maar vraagt ook wat. Het doel moet zijn om natuur en landschap zoveel mogelijk te behouden, te blijven pleiten voor een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en kansen te verkennen voor functiemenging.

Dit vraagt een actieve houding van ondernemers en overheid, ingrepen in de bereikbaarheid (ov, langzaam verkeer) en ingrepen in regelgeving (flexibilisering bouwhoogtes). Al met al is een trendbreuk nodig van actief grondbeleid (gaan voor een nieuwe uitleglocatie bij ruimtevraag) naar herontwikkeling (inbreiding in samenwerking met grondeigenaren).

Uitbreiding In hoofdstuk 5 is geconstateerd dat naast inbreiding ook uitbreiding nodig is. Het betreft een uitbreidingsvraag van 49 hectare tot en met 2040 (2,7 hectare per jaar). Nieuwe locaties creëren doorgroei- en doorschuifmogelijkheden van bestaande bedrijven (zowel lokaal als regionaal) en bieden ruimte voor het faciliteren van toekomstige marktvraag. Voor greenfields moet het doel zijn om af te stappen van het pannenkoekenmodel (bedrijven naast elkaar met lage bouwhoogte, veel parkeerruimte) en uit te gaan van meer multifunctioneel- en driedimensionaal gebruik waar mogelijk. Zodoende is het van belang om opties voor greenfield ontwikkeling te verkennen. Dit gaat over het verkennen van de mogelijkheden voor uitgifte van kleinschalige kavels grenzend aan bestaande bedrijventerreinen en verkennen van regionale mogelijkheden voor het gezamenlijk huisvesten van lokale vraag (<3 ha) op een sub regionaal bedrijventerrein. Dit vraagt een intensieve benadering op terreinniveau: waar kan het wel en waar niet. De nieuwe Omgevingswet biedt op integrale wijze sturingsmogelijkheden, maar dit vergt tijd, middelen en doorzettingsvermogen. Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de gevraagde middelen om te koersen richting de kansrijke, haalbare en realistische ontwikkelrichting twee.

Het hoofdstuk biedt aanknopingspunten om van economische en ruimtelijke uitdagingen tot ambities en uitvoering te komen.

65

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

7| AMBITIES & UITVOERING

66

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Hoofdstuk 7

AMBITIES EN UITVOERING

Ambities en kaders Economisch Ruimtelijke Visie

De ERV streeft naar brede economische ontwikkeling. Niet alleen de sectoren die sterk zijn in Almelo (maakindustrie, handel en zorg) maar ook andere aspecten van de economie vragen aandacht (wijkeconomie, bereikbare werkplekken, diversiteit aan praktisch en hoogopgeleide werkplekken). • De ERV geeft economisch perspectief voor Almelo, met 2040 als horizon. Deze visie fungeert als richtinggevende nota voor breed gemeentelijk beleid. Hier wordt dan ook benadrukt dat sturen op één van de ontwikkelrichtingen -of een combinatievraagt om samenwerking met andere gemeentelijke beleidsterreinen; • De kernambitie is kwalitatieve, economische vooruitgang, met oog voor samenhangende aspecten: banen die passen bij Almelo en haar beroepsbevolking, een stad waarin iedereen kan meedoen en adequate huisvesting voor alle type werknemers; • Het economische karakter van Almelo is maken. Het aandeel industrie is hoog, met ondersteunende functies zoals handel en dienstverlening. De werkgelegenheidsfunctie is lokaal, met uitstraling naar omliggende gemeenten en grote(re) steden. Met name het aandeel middelbaar opgeleide werknemers is sterk vertegenwoordigd in Almelo; • Almelo is onderdeel van de Groene Technologische Topregio Twente, met Almelo, Hengelo en Enschede als belangrijkste gemeenten.

Almelo wil blijven aansluiten op de economische clusters en netwerken van de regio en kansen voor economie en arbeidsmarkt benutten die aanwezig zijn of ontstaan in de regio; • Een aantal andere ambities is ook van belang. Allereerst zorgen voor voldoende variëteit in typen banen en bedrijven, passend bij de bevolking. Ook voldoende ruimte behouden én creëren voor werken, met voldoende raakvlakken met sterke economische sectoren, vormt een ambitie. De bijdrage die bedrijven leveren aan lokale en regionale functies (schaalniveau Twente) kan als ambitie worden genoemd, net als het afstemmen van de groei van inwoners & woningen op de groei van werkplekken.

Meer kaderstellend is de trendbreuk van actief grondbeleid naar herontwikkeling. Dit vraagt om een andere kijk op ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente in samenspraak met marktpartijen. Veel concurrerende ruimteclaims bepalen het speelveld, evengoed als regionale. Een ander belangrijk kader is de beschikbaarheid van voldoende arbeidskrachten, net als knelpunten op het elektriciteitsnet. Tot slot speelt ook de druk op en het gebrek aan werklocaties met hogere milieucategorieën mee. Hoe komen tot uitvoering? Om de ambities na te kunnen streven en rekening te houden met kader stellende randvoorwaarden, kiest de gemeente een proactieve rol. Figuur 7.1 geeft inzicht in de ambities, bijbehorende acties en rolverdeling.

67

Economisch Ruimtelijke Visie Almelo

Figuur 7.1 Aan de slag in Almelo

Ambitie

Actie

Verantwoordelijkheid

Ruimte creëren in de stad voor werken Opgave inbreiding: 21 hectare

• Inbreidingslocaties opsporen (kansenzones) • Samenstellen terreinpaspoorten • Opstellen verdichtingseisen bestaande terreinen • Herontwikkelingsprojecten stimuleren • Functiemenging (functies in concrete projecten in bestaande stad combineren met als doel om ‘dubbel ruimtegebruik’ te realiseren) • Ruimte voor wijkeconomie • Ruimte voor werken koppelen aan bestaande ontwikkelingsprojecten (bv. Spoorzone)

• Marktpartijen • Gemeente Almelo

Voldoende ruimte reserveren voor passende groei van werklocaties Opgave uitbreiding: 49 hectare

• Uitgeven kavels grenzend aan bestaande terreinen (op zoek naar ’schuifruimte’ in samenspraak met andere ruimteclaims vanuit ruimtelijke ordening) • Verkennen samenwerkingsmogelijkheden sub regionaal terrein

• Gemeente Almelo • Vastgoedpartijen • Grondeigenaren • Buurgemeenten

Mobiliteit en ontsluiting toekomstbestendig maken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=0dd91c8b-de84-4b2a-97d4-f6e0831f2914