CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

20240315 Lieneke Bolhuis - Stukken OCW en VNG

Raad 26 maart 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Advies aan CvdM lokale publieke media-instelling gemeente Almelo7.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

In de bijlage de visie brief, aanvulling op de visiebrief en stukken van de VNG. Hieruit blijkt dat het een voornemen is om…. En zeker geen gegeven. Ook dat de wet er komt is niet een feit zoals te lezen is in deze stukken. Mochten er aanvullende vragen zijn dan hoor ik het graag.

Lieneke Bolhuis voorzitter Lokale Omroep Almelo T 06-55977815 E voorzitter@aavisie.nl ===== Almelo hoor je op AAFM (www.aafm.nl/frequenties) Almelo zie je op AAVISIE (www.aavisie.nl/frequenties) =====

Tweede Kamer der Staten-Generaal

2

Vergaderjaar 2023–2024

32 827

Toekomst mediabeleid

Nr. 289

MOTIE VAN HET LID WERNER Voorgesteld 18 oktober 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er 16 miljoen euro structureel extra beschikbaar is gekomen voor het versterken van de lokale media; constaterende dat er lokale en regionale omroepen zijn, zoals de WOS, die al enige tijd werken aan een professionaliseringsslag ter voorbereiding op toetreding tot het landelijke bestel en hiervoor de benodigde investeringen hebben gedaan met dito structureel hogere lasten; constaterende dat het er vanwege een benodigde wetswijziging naar uitziet dat het pas in 2026 gaat lukken om de lokale omroepen de extra financiële middelen toe te kennen; constaterende dat sommige omroepen door de reeds ingezette professionalisering nu al wel structureel hogere kosten hebben en gemeenten nu noodgedwongen veel moeten bijspringen; overwegende dat vanwege de wetswijziging die nodig is en die pas in 2026 rond is het Rijk een financieel probleem veroorzaakt bij de omroepen die reeds gestart zijn met professionalisering en dit financiële probleem door gemeenten moet worden opgevangen, maar veel gemeenten de komende jaren de nodige financiële uitdagingen hebben; verzoekt de regering om met ten minste de VNG, de NLPO en de WOS in gesprek te gaan over overgangsproblematiek naar het nieuwe stelsel, en de Kamer voorafgaand aan de behandeling van de begroting voor 2024 te informeren over mogelijke

oplossingen, en gaat over tot de orde van de dag. Werner

kst-32827-289 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2023

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 827, nr. 289

>Retouradres P os tbus 1 6 3 7 5 2 5 0 0 BJ D en H aag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Media en Creatieve Industrie Rijnstraat 50 D en H aag P ostbus 16375 2 5 00 BJ D en H aag www.rijks overheid.nl Onze ref erentie 4 3 198810

Datum

19 december 2023

Betreft

Stand van zaken uitwerking visiebrief lokale publieke omroepen

Lokale publieke omroepen zijn cruciaal voor een goed functionerende democratie. Ze informeren mensen over wat er gebeurt in hun eigen omgeving. Ze controleren de lokale overheid. En ze zijn essentieel voor een gemeenschap waar mensen zich verbonden voelen met elkaar. Helaas staat het goed kunnen uitoefenen van deze functies door lokale omroepen onder druk.1 Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat de financiële positie van veel lokale publieke omroepen kwetsbaar is. Ruim een derde schreef in de periode 2019-2021 rode cijfers. Van een kwart oordeelt het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) dat de financiële positie ongezond is .2 Het kabinet kondigde daarom op 15 mei 2023 maatregelen aan om het fundament onder de lokale publieke omroepen te verstevigen.3 Het gaat in het kort om deze maatregelen:  meer continuïteit door de financiering van lokale publieke omroepen van het Gemeentefonds naar het Rijk over te hevelen;  meer professionaliteit door een investering van circa € 16 mln. per jaar;  meer robuustheid door schaalvergroting;  meer samenhang door een coördinerende rol voor de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (hierna: NLPO); en  meer helderheid door een duidelijker aanwijzingsprocedure. Op 5 oktober 2023 besprak het kabinet deze plannen met uw Kamer.

Mijn voorganger zegde uw Kamer tijdens dat debat toe door te blijven werken aan de uitwerking van de maatregelen, en uw Kamer in januari te informeren over de planning en voortgang.4 Die toezegging doe ik met deze brief gestand. Planning wetsvoorstel ter uitwerking maatregelen

Raad voor het Openbaar Bestuur en Raad voor Cultuur: Lokale Media, Niet te Missen, 2020. Zie ook Kamerstukken II 2021/22, 328 27, nr. 251. 2 C ommissariaat voor de Media: Evaluatie Bekostiging Lokale Publieke Media-Instellingen 2019-2021, 2023. Zie ook Kamerstukken II, 2022/23, 32 827, nr. 282. 3 Kamerstukken II, 2022/23, 32 827, nr. 281. 4 Toezegging TZ202310-025. 1

P agina 1 van 3

De hierboven genoemde maatregelen vereisen een forse wijziging van de Mediawet. Op dit moment werk ik hard aan de uitwerking van het benodigde wetsvoorstel. Dat doe ik samen met de partijen met wie het kabinet de maatregelen heeft vormgegeven: BZK, de NLPO, Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) en het Commissariaat. Ik vind het belangrijk om in ieder geval ook de Stichting Regionale Publieke Omroep (hierna: de RPO) hier goed bij te betrekken, en oog te houden voor de balans en rolverdeling in de drie lagen van ons publieke mediabestel.

Onze ref erentie 4 3 198810

De planning bij de uitwerking van dit wetsvoorstel is als volgt. Ik streef ernaar om het wetsvoorstel vóór de zomer van 2024 voor internetconsultatie te publiceren. Daarna is het voornemen om het wetsvoorstel vóór de Kerst van 2024 in te dienen bij uw Kamer. Indien het parlement akkoord is met het wetsvoorstel is inwerkingtreding van het wetsvoorstel vervolgens voorzien per 1 januari 2026. De feitelijke start van het nieuwe stelsel voor de lokale publieke omroepen, waaronder de overheveling van de financiering van het Gemeentefonds naar de OCW-begroting, is voorzien per 2027. Dit komt omdat er pas vanaf de geplande inwerkingtreding per 1 januari 2026 een wettelijke basis is voor een aantal noodzakelijke stappen die daarna nog komen. Zo heeft de NLPO pas vanaf dat moment de bevoegdheid om een concessiebeleidsplan op te stellen voor de uitvoering van de mediaopdracht op lokaal niveau. Ook zal er tijd nodig zijn om het overgangsrecht zorgvuldig te regelen, in nauwe afstemming met in ieder geval het Commissariaat, de NLPO en VNG. Dit betekent dat gemeenten in elk geval tot en met 2026 verantwoordelijk blijven voor de bekostiging van de lokale publieke omroepen. Voortgang In aanvulling op het wetsvoorstel doe ik samen met de hierboven genoemde partijen mijn uiterste best om de lokale publieke omroepen zo goed mogelijk voor te bereiden op het nieuwe stelsel.

Investeringen Dat doe ik ten eerste door nu al te investeren; in 2024 voor een bedrag van circa € 16 mln. Eén van de belangrijkste instrumenten hierbij is de Regeling Professionalisering Lokale Omroepen van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (hierna: het Stimuleringsfonds). Deze regeling is specifiek voor lokale publieke omroepen en met uitgebreid advies van de NLPO ontwikkeld. Dankzij de regeling kunnen lokale omroepen werken aan professionalisering. Daarnaast ontvangt de NLPO geld voor een ondersteunings- en begeleidingsprogramma voor lokale publieke omroepen. Het kabinet investeert ook in de private journalistiek op regionaal en lokaal niveau. Dat doen we bijvoorbeeld met de “Incubator” van het Stimuleringsfonds. In dit nieuwe programma creëren deelnemers innovatieve oplossingen voor uitdagingen binnen de journalistiek. De eerste ronde van 2024 staat in het teken van vraagstukken uit de private lokale journalistiek. Ook biedt het Stimuleringsfonds een coachingstraject aan dat exclusief gericht is op de private lokale journalistiek. Daarnaast investeert het kabinet in samenwerking tussen landelijke, regionale en lokale publieke omroepen. Goede en gelijkwaardige samenwerking tussen de P agina 2 van 3

publieke omroepen in alle lagen is essentieel en zorgt voor meer kwaliteit, professionaliteit en efficiëntie. In 2024 stelt het kabinet daarom € 4 mln. beschikbaar om samenwerking verder te blijven stimuleren.

Onze ref erentie 4 3 198810

Communicatie Naast de investeringen zet het kabinet ook in op communicatie, samen met de NLPO, VNG en het Commissariaat. Het is van groot belang dat omroepen en gemeenten weten wat de plannen zijn en wat die voor hen betekenen. Zo heeft het kabinet geld beschikbaar gesteld voo r informatiebijeenkomsten van de VNG en NLPO op allerlei plekken in Nederland, gericht op gemeentelijke ambtenaren, wethouders, raadsleden en omroepen. Ook mijn ministerie blijft in gesprek met omroepen en gemeenten om uitleg te geven over de plannen en om signalen op te pikken waarmee we de uitwerking kunnen verbeteren. In het licht hiervan heb ik ook uitvoering gegeven aan de motie -Werner.5 De motie verzoekt de regering “om met ten minste de VNG, de NLPO en de Westland Omroep Stichting (hierna: WOS) in gesprek te gaan over overgangsproblematiek naar het nieuwe stelsel en de Kamer voorafgaand aan de behandeling van de begroting voor 2024 te informeren over mogelijke oplossingen”. Mijn medewerkers hebben in december met de WOS gesproken, en we zijn doorlopend in gesprek met VNG, NLPO, BZK en het Commissariaat over de overgang naar het nieuwe stelsel. Zoals beschreven doen de VNG, NLPO en ik er alles aan om lokale publieke omroepen zo goed mogelijk te helpen in deze overgang.

Dat doen we door vanuit het Rijk te investeren in professionalisering en begeleiding, door samen in te zetten op communicatie en door met elkaar oog te houden voor de administratieve en juridische aspecten van de overgang. Ook de WOS ontvangt in 2024, net als in 2023, een investering van € 250.000 via de hierboven genoemde regeling van het Stimuleringsfonds. Tegelijkertijd blijven de gemeenten op basis van de huidige wetgeving tot en met in ieder geval 2026 verantwoordelijk voor de bekostiging van de lokale publieke omroepen. Vervolg Gezien het grote belang van onze lokale publieke omroepen blijft het kabine t met haar partners voortvarend werken aan de verdere uitwerking van de plannen. Ik hoop dat een nieuw kabinet hiermee doorgaat, en dat er vanuit uw Kamer steun blijft voor deze stappen. Ik informeer uw Kamer vóór de zomer van 2024 weer over dit onderwerp, evenals over de uitvoering van de motie -Van Strien.6

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S.P.R.A. van Weyenberg

Kamerstukken II, 2023/24, 328 27, nr. 289. De motie verzoekt de regering om in kaart te brengen wat de effecten van de aangekondigde investeringen op het totale medialandschap zijn en wat er nodig is om het totale lokale medialandschap te versterken en te professionaliseren op een wijze dat alle aanbieders van lokaal en regionaal nieuws hiervan profiteren. Zie ook Kamerstukken II, 2023/24, 328 27, nr. 288. 5 6

P agina 3 van 3

Tweede Kamer der Staten-Generaal

2

Vergaderjaar 2022–2023

32 827

Toekomst mediabeleid

Nr. 281

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 30 mei 2023 Lokale publieke omroepen zijn van essentieel belang voor onze democratie. Zij zijn de waakhonden van de lokale democratie, informeren burgers over wat er speelt in hun gemeente, jagen het lokale publieke debat aan en brengen lokale cultuur bij mensen thuis. Lokale omroepen dragen bij aan het vormen van een gemeenschap en brengen mensen met elkaar in contact. Maar de huidige lokale publieke omroepen staan onder druk en kampen met een stapeling van uitdagingen en problemen.1 De voornaamste uitdaging is dat het beschikbare budget niet toereikend is om journalistieke functies te kunnen vervullen en professionele producties te kunnen maken. Het Commissariaat voor de Media concludeert uit de financiële verantwoordingen dat alle betrokken gemeenten een bekostiging toekennen, maar dat deze in ruim een derde van de gevallen lager is dan het richtsnoerbedrag. In 20152 is in een convenant met de VNG, de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) en de toenmalige vereniging OLON een nieuw richtsnoerbedrag opgenomen. Gemeenten zijn, met inachtneming van de Mediawet, echter vrij in het bepalen van de hoogte van de gemeentelijke bijdrage aan de lokale

1

Raad voor het Openbaar Bestuur en Raad voor Cultuur (2020) Lokale media: Niet te missen. Zie ook: Kamerstuk 32 827, nr. 251. 2 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2014) Meest gestelde vragen Decembercirculaire 2014. Geraadpleegd via: https://archief28.sitearchief.nl/archives/sitearchief/ 20180306080056/http://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2014/12/16/meestgestelde-vragen-decembercirculaire-2014.

kst-32827-281 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2023

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 827, nr. 281

1

publieke omroep. Immers, de gemeenten ontvangen middelen voor de lokale media via het Gemeentefonds.3 Deze middelen zijn vrij besteedbaar en gemeenten hoeven hier dan ook geen verantwoording over af te leggen aan het Rijk. Over de besteding van de middelen uit het Gemeentefonds wordt verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad. Een gemeenteraad stelt zelf de begroting vast en is niet verplicht het richtsnoerbedrag over te maken naar de lokale publieke omroep. Het Commissariaat evalueert elke drie jaar de financiële positie van lokale publieke omroepen en de gemeentelijke bekostiging.4 Uit die evaluaties blijkt dat in de afgelopen jaren een groter aantal gemeenten een lagere bekostiging dan het richtsnoerbedrag aan de lokale omroepen toekent. Dat vind ik zorgelijk. Lang niet alle omroepen hebben professionele journalisten in dienst en er is sprake van een hoog verloop van kennis en kunde. De directe bekostigingsrelatie van de gemeente naar de omroep zorgt daarnaast voor een onwenselijke afhankelijkheid. De omroep is voor zijn financiering en voortbestaan immers direct afhankelijk van het orgaan dat hij als onafhankelijke waakhond moet controleren. Een steviger fundament is dus hard nodig. Voor goede en onafhankelijke journalistiek op lokaal niveau en voor een vruchtbare samenwerking tussen lokale, regionale en landelijke omroepen.

Hieronder licht ik toe hoe ik dat fundament vorm wil geven. Een forse stap naar een solide financiële basis Om de onafhankelijkheid van de lokale omroepen beter te borgen zal de bekostiging voortaan niet meer via de gemeenten maar via het Rijk lopen. De middelen voor lokale omroepen die gemeenten via het Gemeentefonds ontvangen, worden in hun geheel overgeheveld naar de mediabegroting. Zoals gebruikelijk in zulke gevallen wordt in overleg met de betrokken partijen de overheveling uitgewerkt. Bovendien zal het kabinet met een structurele extra investering van circa € 16 miljoen per jaar de basis van lokale omroepen verstevigen. Ik zie dit als een forse stap naar het steeds verder versterken van hun journalistieke taken. Ik beoog dat uiteindelijk voor elke lokale omroep de bekostiging zal bestaan uit een optelsom van een vast en een variabel deel. Omroepen kunnen dat bedrag vrij besteden, binnen gestelde kaders. Bij de verdeling van het budget wordt rekening gehouden met de vaste kosten van de journalistieke taken en met de omvang van het verzorgingsgebied. Het vaste bedrag is bedoeld voor de journalistieke basis, in het variabele deel wordt rekening gehouden met de omvang van het verzorgingsgebied en de verbindende en maatschappelijke taken die de omroep vervult. De NLPO wil de hoogte en de verdeling van het richt3

De middelen in het Gemeentefonds worden verdeeld via maatstaven, zowel het oude verdeelmodel als het verdeelmodel per 1 januari 2023 kent geen expliciete maatstaf voor lokale media. De omvang van het Gemeentefonds beweegt mee met de Rijksuitgaven. Dat wil zeggen, als de Rijksuitgaven toenemen dan neemt de omvang van het Gemeentefonds eveneens toe, als de Rijksuitgaven afnemen dan neemt het Gemeentefonds eveneens af, dit is de normeringssystematiek. 4 De meest recente evaluatie 2016–2018 is in 2020 aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstuk 35 300 VIII, nr. 147). Een nieuw evaluatierapport (over de jaren 2019–2021) zal de Tweede Kamer dit jaar ontvangen.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 827, nr. 281

2

snoerbedrag zoals dat geldt voorafgaand aan de inwerkingtreding van het nieuwe bestel behouden als variabel deel. Ik zal de komende periode met de NLPO samenwerken om tot een precieze, evenwichtige verdeling te komen tussen het vaste en variabele deel. Ik hou daarbij rekening met de wensen en belangen van de lokale omroepsector. Ik zal hier bij de behandeling van het wetsvoorstel op terugkomen. Het blijft mogelijk dat de omroep zelf inkomsten genereert om de eigen ambities te verwezenlijken. Bijvoorbeeld door de verkoop van reclame of sponsoring van programma’s. Het Commissariaat voert het financieel toezicht uit, zoals het dat ook al doet voor andere publieke omroepen. Door de voorgestelde wijzigingen kunnen gemeenten in de toekomst rekenen op stabielere lokale omroepen, waarmee professionele afspraken kunnen worden gemaakt over bijvoorbeeld een additionele financiële bijdrage. De onafhankelijkheid komt daarbij niet in het geding, evenmin als de relatie tussen omroep en gemeente. Wel zal die relatie een zakelijker karakter krijgen. Ik werk samen met de NLPO en de VNG aan de kaders waarbinnen gemeenten hun samenwerking met de lokale omroep op onafhankelijke en constructieve wijze vorm kunnen blijven geven.

Het nieuwe bekostigingsmodel zorgt voor meer stabiliteit in de financiering en meer zekerheid bij de lokale omroepen in het bestel omdat zij niet meer financieel afhankelijk zijn van een gemeente. Het verhogen van het totaalbudget stelt omroepen in staat om hun journalistieke functies beter te realiseren. Meer slagkracht door schaalvergroting Schaalvergroting is onontkoombaar om te komen tot die professionele, onafhankelijke en financieel gezonde omroep. Voor het inrichten van een goede publieke lokale journalistieke functie is het niet realistisch alle circa 240 bestaande lokale omroepen in stand te houden. Lokale omroepen moeten immers een solide financiële basis krijgen binnen het totaal beschikbare budget. Ook vanuit het oogpunt van doelmatigheid en effectiviteit is schaalvergroting noodzakelijk. Ik werk daarom toe naar bredere omroeporganisaties die een groter verzorgingsgebied (streek) zullen bedienen, vaak groter dan één gemeente. Dat betekent dat het aantal lokale omroepen zal afnemen. Daardoor kunnen zij zich journalistiek onafhankelijker opstellen ten opzichte van de gemeente(n) dan in de huidige situatie. Tot slot is in een groter gebied het nieuwsaanbod ook groter, waardoor meer journalistieke mogelijkheden voor de omroepen ontstaan. Op deze manier kunnen de nieuwe omroepen beter invulling geven aan hun publieke taak.

Per verzorgingsgebied is er in het nieuwe bestel één lokale publieke omroep. Samen bedienen al deze lokale publieke omroepen dus alle buurten, dorpen en steden van het land. Dit vraagt om dwingende kaders voor de indeling van de verzorgingsgebieden. De sector zal in grote mate zelf verantwoordelijk worden voor het opstellen en – indien nodig – periodiek laten wijzigen van de streekindeling. Bij de indeling wordt gebruik gemaakt van sociaaleconomische en sociaal-culturele factoren en van reeds opgedane ervaringen met samenwerkingen van lokale omroepen. Ik zal de NLPO, als coördinerend orgaan van de lokale omroepen, vragen de streekindeling te coördineren en beheren. De streekindeling wordt

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 827, nr. 281

3

voorafgaand aan elke nieuwe concessiebeleidsperiode ter goedkeuring voorgelegd aan de bewindspersoon voor media. Bij de voorbereiding van de invoering van het nieuwe bestel gebruik ik de meest actuele indeling, die de afgelopen jaren door NLPO en VNG na een zorgvuldig inspraakproces tot stand is gebracht. Lokale publieke omroepen kunnen door schaalvergroting met meer professionele journalistieke krachten gaan werken. Dat betekent meer banen voor journalisten, verspreid over het hele land. Vrijwilligers blijven nog steeds een belangrijke rol spelen. Met hun inzet dringt een lokale omroep door tot in de haarvaten van de samenleving. Een coördinerende rol voor de NLPO De NLPO krijgt in het nieuwe bestel een coördinerende rol. Zij is verantwoordelijk voor het opstellen van de streekindeling en maakt elke vijf jaar een concessiebeleidsplan waarin de doelen en strategie voor de lokale omroepen worden vastgelegd. De NLPO sluit daarnaast een prestatieovereenkomst met OCW waarin eventuele aanvullende doelen kunnen worden vastgelegd over onderwerpen als media-aanbod, bereik, innovatie, ontwikkeling en professionalisering van de sector en samenwerking. Voor het uitvoeren van deze taken is een wettelijke grondslag voor het coördinerende orgaan noodzakelijk.

Daarbij maak ik waar mogelijk gebruik van bestaande, reeds bewezen structuren, analoog aan bijvoorbeeld de rol van de RPO voor de regionale omroepen. Heldere kwaliteitseisen aan de lokale omroep Lokale publieke omroepen zullen, om hun taak goed te kunnen vervullen, aan een aantal eisen moeten voldoen. De belangrijkste taak is het verzorgen van media-aanbod op lokaal niveau. Een omroep moet daarbij op evenwichtige wijze aandacht besteden aan de verschillende gemeenten of dorpskernen in het verzorgingsgebied. Omroepen kiezen zelf via welke kanalen (televisie, radio en online) zij hun media-aanbod verspreiden. Wel moeten de kanalen primair worden benut voor informatie, cultuur en educatie (ICE). Net zoals nu zullen lokale omroepen verplicht worden om een bepaald deel van hun media-aanbod te gebruiken voor ICE-aanbod. De aan lokale omroepen opgelegde ICE-norm wordt herzien, zodat deze flexibeler kan worden ingesteld en beter toepasbaar wordt. Op dit moment spreekt de Mediawet al van een «lokaal toereikend media-aanbod» (LTMA) van lokale omroepen. In de wet is deze term nu niet nader toegelicht. Daarom vraag ik aan de NLPO om in het concessiebeleidsplan uit te werken hoe een lokale omroep kan voldoen aan de invulling van het LTMA. Daarbij is van belang dat een omroep vrije ruimte krijgt om het aanbod af te stemmen op de lokale wensen en mogelijkheden.

Lokale omroepen dienen zich daarbij, net als de andere omroeplagen in het publieke bestel, rekenschap te geven van de verschillende te bedienen lokale doelgroepen en van de kanalen (radio, televisie, internet, sociale media) die nodig zijn om deze groepen te bereiken. In het huidige bestel heeft elke lokale omroep een representatief programmabeleidbepalend orgaan (pbo). Hierin hebben de relevante maatschappelijke en levensbeschouwelijke stromingen binnen een verzorgings-

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 827, nr. 281

4

gebied een plek. In het nieuwe bestel moet het pbo er ook op toezien dat het unieke karakter van de streek doorwerkt in de programmering en in de aanwezigheid van de omroep binnen de gemeenschap. Dit gaat over de vraag of de mensen in de streek zich herkennen in de programma’s, de zaken die worden aangekaart en zich kunnen identificeren met manier waarop de omroep die zaken behandelt. Ik wil de vereisten hiervoor nader uitwerken met vertegenwoordigers van gemeenten en omroepen. Een duidelijke aanwijsprocedure Het Commissariaat voor de Media is verantwoordelijk voor de aanwijzing van de lokale omroepen. Dat is nu zo en dat blijft in de nieuwe systematiek zo. Als er sprake is van meerdere gegadigden in één verzorgingsgebied, zal er een keuze moeten worden gemaakt. Er is maar één aanwijzing per verzorgingsgebied beschikbaar. In de Mediawet zullen objectieve en toetsbare criteria worden opgenomen die het Commissariaat bij zijn beslissing kan afwegen. Die criteria zien bijvoorbeeld op de professionaliteit en de financiële stabiliteit van de omroep. De gemeenteraden in een verzorgingsgebied zullen daarnaast advies blijven uitbrengen aan het Commissariaat. Dit wordt in de nieuwe situatie verduidelijkt zodat gemeenten beter weten wat aan hen wordt gevraagd.

In het advies van de gemeente(n) wordt de verbinding tussen de omroep en de lokale samenleving betrokken door te kijken naar de manier waarop een (kandidaat-)omroep invulling geeft aan het unieke lokale karakter van een streek. Een verzorgingsgebied met verschillende kernen heeft immers te maken met verschillende thematieken, bijvoorbeeld vanwege verschillen in leeftijd, woonsituatie, tradities en sociaaleconomische factoren. Dat moet ook tot uitdrukking komen in de journalistieke belichting ervan. Door de voorwaarden aan het advies van gemeente(n) te verduidelijken en helder in te kaderen wil ik ervoor zorgen dat hun inhoudelijke betrokkenheid bij de lokale publieke omroep behouden blijft. Uit de gesprekken die ik voerde met onder andere de VNG en NLPO bleek dat hier veel behoefte aan is. De NLPO zal het Commissariaat advies geven over het beleidsplan van de aanvragende omroep en in hoeverre dat aansluit op het concessiebeleidsplan van de NLPO. Op deze manier kan de NLPO een gezamenlijke koers en inhoudelijke samenhang tussen de lokale omroepen creëren. Ook wordt zo invulling gegeven aan de professionalisering van de gehele sector. Het Commissariaat kan vervolgens aan de hand van de ontvangen adviezen en de weging van criteria een duidelijk onderbouwde beslissing nemen over het al dan niet verstrekken van de aanwijzing.

Voortzetting lopende regelingen In aanloop naar het nieuwe bestel blijf ik met gerichte investeringen werken aan verdere professionalisering en samenwerking van de lokale omroepen met de regionale en landelijke omroepen. Hiervoor is in 2023 € 15,9 miljoen beschikbaar, onder andere voor de tijdelijke regeling professionalisering (€ 9,6 miljoen) en de overgang naar digitale radiodistributie (€ 1,8 miljoen). Zo wil ik ervoor zorgen dat de lokale publieke omroepen zo goed mogelijk zijn klaargestoomd op hun nieuwe taken en verantwoordelijkheden.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 827, nr. 281

5

Daarnaast stimuleer ik ook dit jaar nog de samenwerking tussen NLPO, RPO en NOS in hun gezamenlijke project met € 2 miljoen. Dit project laat veelbelovende opbrengsten zien, net als andere pilotprojecten die operationele, journalistieke en technische verbindingen tussen omroepen leggen. Ik ben blij met de opbrengsten tot nu toe. Samenwerking tussen lokale en regionale publieke omroepen Ik heb waardering voor de rol die de regionale publieke omroepen de laatste jaren gezocht hebben op het gebied van de lokale nieuwsvoorziening. De door mij voorgestelde wijzigingen in het lokale bestel zullen hun weerslag hebben op de omgeving van de regionale publieke omroep. Dit biedt weer nieuwe kansen en mogelijkheden om nieuwe vormen van samenwerking vorm te kunnen geven. Ik zie uit naar de plannen voor een vervolg van de samenwerking. In die plannen zoeken de publieke omroepen op alle lagen de samenwerking, bouwen deze verder uit en verdiepen deze. Met de genoemde partijen maak ik daarom afspraken over hun activiteiten vanaf 2024. De voorgenomen stelselherziening zal de lokale omroepen beter positioneren binnen het publieke omroepbestel. Het gaat mij daarbij uiteindelijk om het versterken van de publieke omroep als geheel en de lokale journalistiek in het bijzonder.

Samenwerking en het gebruikmaken van elkaars kennis en capaciteiten tussen lokale en regionale omroepen vind ik daarom van groot belang. Vanuit de waarde die zij daaraan hechten, hebben de regionale omroepen mij laten weten dat zij aan de lokale omroepen hun infrastructuur en technologie beschikbaar (blijven) stellen. Daardoor blijven er voor de lokale omroepen meer middelen over om te investeren in extra journalisten. Ik ben blij dat de NLPO en de RPO in gesprek zijn over een journalistieke alliantie die vergelijkbaar is met de journalistieke alliantie die de RPO en de NOS al hebben gesloten. Zij doen dit om de onderlinge samenwerking verder vorm te geven en de kwaliteit van de lokale omroepen te versterken. Daarmee kan de voorgenomen alliantie eveneens een belangrijke bijdrage leveren aan de stelselherziening. Daarom roep ik de NLPO en de RPO op om voor mei 2024 overeenstemming over deze journalistieke alliantie bereikt te hebben. Daarnaast heb ik oog voor de balans tussen de lokale en regionale laag van het omroepbestel. Zij moeten elkaar versterken en niet beconcurreren. Daarom moet de voorgenomen stelselherziening niet leiden tot een te grote overlap tussen de werkgebieden van lokale omroepen en de regionale omroepen.

Relatie publieke en private media De motie van het lid Van Strien vroeg mij om een visie op lokale journalistiek.5 De lokale journalistiek omvat meer dan de lokale en regionale publieke omroep. Er zijn regionale dagbladen, huis-aan-huisbladen, nieuwsbladen en zelfstandige nieuwssites die een belangrijke functie vervullen in het lokale medialandschap. Nederlanders gebruiken en waarderen deze media volop, zo bleek uit recent uitgevoerd onderzoek door het Commissariaat voor de Media.6

5 6

Kamerstuk 36 200 VIII, nr. 129. Commissariaat voor de Media (2022) De staat van de lokale nieuws- en informatievoorziening 2022 – het burgerperspectief. Geraadpleegd via: https://www.cvdm.nl/wp-content/uploads/2020/ 01/Rapport-De-staat-van-de-lokale-informatievoorziening-2022.pdf.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 827, nr. 281

6

Deze media zijn aanvullend aan elkaar. Publieke media hebben een publieke missie en die verwachten we ook terug te zien in hun uitingen. Private media moeten we juist vrij laten. Tezamen dragen al deze mediapartijen bij aan een gezond, open, vrij en pluriform medialandschap. Eerder heb ik geld beschikbaar gesteld voor de vernieuwing van lokale media in brede zin, ook private media. Uit gesprekken bleek dat de sector behoefte heeft aan het versterken van de journalistieke basis om vanuit daar te kunnen vernieuwen. In dat traject is coaching en mentoring cruciaal. De deelnemende bedrijven en organisaties, zowel publieke als private media, leren om werk te maken van de behoeftes van hun publiek en om de digitale transformatie in te zetten. Juist op lokaal niveau is dit van groot belang. De komende tijd zal het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek de opgedane kennis gebruiken in een nader te ontwikkelen programma voor lokale journalistiek. Het Stimuleringsfonds zet in op het verhogen van de journalistieke kwaliteit, het beter verkennen van de mogelijkheden om verscheidenheid in inkomsten aan te brengen, het versnellen en verbeteren van de overgang naar online, het vergroten van het online bereik en het versterken van de relatie met het publiek. Op deze manier wordt de motie-Van Strien uitgevoerd.

Ik hecht grote waarde aan het feit dat het Stimuleringsfonds in de eerste plaats geluisterd heeft naar de publieke en private media zelf. En dat het nu aan de grote opgaven gaat werken die de sector zelf heeft geïdentificeerd. Ik zal uw Kamer blijven informeren over de voortgang van dit traject. Naast het genoemde programma blijven het Stimuleringsfonds en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (FBJP) in hun reguliere regelingen bijzondere aandacht houden voor lokale onderzoeksjournalistiek, zowel bij publieke als private media. Zo heeft het FBJP speciale aandacht voor regionale en lokale journalistiek. Een goed voorbeeld is de regeling voor vervangende krachten: zo kunnen redacties een journalist vrijspelen voor een onderzoeksopdracht zonder dat de journalistieke kwaliteit eronder lijdt omdat er een vervanger kan worden aangesteld voor het reguliere werk. Ook juich ik initiatieven die door gemeenten en provincies worden ondernomen ter versterking van de lokale journalistiek van harte toe. Zo zijn er diverse gemeenten en provincies die een mediafonds hebben opgericht ter versterking van (onderzoeks)journalistieke initiatieven over berichten in hun gemeente of provincie.

De voorbeelden die mij bekend zijn, laten gemeenten of provincies zien die bewust hebben nagedacht over het bewaken van onafhankelijkheid en daarom een meerwaarde leveren in het lokale nieuwsmediaecosysteem. Vervolg Met de wijziging van het lokale omroepbestel bereidt het kabinet de lokale omroep voor op de toekomst, zowel financieel als organisatorisch en professioneel. Met voldoende middelen en slagkracht kunnen professionele lokale omroepen straks journalistiek aanbod van hoge kwaliteit produceren. Hiervan zal het gehele omroepbestel profiteren. De komende periode blijf ik in gesprek met de meest betrokken partijen om te werken aan een voorstel tot wijziging van de Mediawet 2008, om de

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 827, nr. 281

7

voorgestelde wijzigingen uit te werken. In die gesprekken bespreek ik met hen ook wat nodig is voor een vlotte en soepele overgang naar het nieuwe bestel. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Uslu

Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 32 827, nr. 281

8

Position Position paper paper

Opmerkingen Opmerkingen van van de de VNG VNGop op de begroting begroting van van het het Ministerie Ministerie van OCW, onderdeel onderdeel onderwijs onderwijs U behandelt 2024 dede begroting vanvan Onderwijs, cultuur en en wetenschap. Graag VNGgeeft u het de behandelt tussen tussen 16 17 en en18 19januari oktober 2023 begroting Onderwijs, cultuur wetenschap voorgeeft 2024.de Graag VNG u het gemeentelijk standpunt oponderwijs het thema enhet media. Op het thema cultuur wij ons u graag gemeentelijk standpunt mee op het mee thema enonderwijs media. Op thema cultuur verwijzen wij verwijzen u graag naar geza-naar ons gezamenlijke position met het IPO. menlijke position paper metpaper het IPO. verzoeken uw uw Kamer Kameraandacht aandachtte tevragen vragenvoor voorde devolgende volgendevier vieraandachtspunten aandachtspunten onderwijs één media: We verzoeken opop onderwijs enen één opop media: subsidieconfettinaar naareen eenconsistent consistent samenhangend beleid 1. Van subsidieconfetti enen samenhangend beleid Kortlopende subsidies subsidies lossen lossende deproblemen problemenininhet hetonderwijs onderwijsniet nietop, op,ministeries ministeriesmoeten moeten meer samenwerken. Kortlopende meer samenwerken. Onderwijshuisvestingmoet moeturgent urgent worden vernieuwd 2.

Onderwijshuisvesting worden vernieuwd jaarlijkse tekort tekort loopt looptop optot tot€€1,2 1,2miljard miljardwaardoor waardoorde deurgente urgentevernieuwing vernieuwingvan van schoolgebouwen vanwege arboHet jaarlijkse schoolgebouwen vanwege arboklimaateisen en en afnemende afnemendeleerprestaties leerprestatiesmuurvast muurvastzit. zit. en klimaateisen investerenininde deaanpak aanpaktegen tegenlaaggeletterdheid laaggeletterdheid 3. Blijf investeren Interbestuurlijke Programma Programma‘Tel ‘Telmee meemet metTaal’ Taal’loopt looptafafinin2024 2024enenmoet moetworden worden doorgezet komende jaren. Het Interbestuurlijke doorgezet dede komende jaren. Lang Ontwikkelen: Ontwikkelen:structureel structureel met maatwerk in de regio 4. Leven Lang enen met maatwerk in de regio op in in de de governance governancevoor voorhet hetActieplan ActieplanGroene Groeneen enDigitale Digitalebanen. banen Neem LLO op behoudenvan vangoede goedelokale lokalemedia mediavraagt vraagt om duale financiering 5. Het behouden om duale financiering Voortzetten van financiering via gemeenten zorgt voor lokale binding en behoud vrijwilligers. schoolmaaltijden, brugfunctionarissen).

1 Van subsidieconfetti naar een consistent en Lokaal zien we een groeiende samenwerking samenhangend beleid 1 Van subsidieconfetti naar een consistent en bevordering vantegelijk kansengelijkheid (school en omgeving,tussen scholen en gemeenten rondom thema’s als onderwijsachIn de afgelopen kabinetsperiode is langs een aantal lijnen samenhangend beleid schoolmaaltijden, brugfunctionarissen). terstandenbeleid, IKC vorming, kinderarmoede, samenwergeïnvesteerd in de verbetering van onderwijskwaliteit In de afgelopen kabinetsperiode is langs een aantal lijnen king jeugdhulp/onderwijs, inzet combinatiefunctionarissen, (Nationaal programma onderwijs, basisvaardig- Lokaal geïnvesteerd in de verbetering vanMasterplan onderwijskwaliteit zien we tegelijk een groeiende samenwerking tussen inzet jongerenwerk oprondom school enzovoort. heden, aanpak lerarentekort). In verbetering mentale (Nationaal programma onderwijs, Masterplan van basisvaardighescholen en gemeenten thema’s als onderwijsachtergezondheid van kinderen en (nationaal proden, aanpak lerarentekort). In jongeren verbetering van mentale standenbeleid, IKC vorming, kinderarmoede, samenwerking We zien dat de veelheid (tijdelijke) regelingen eninzet de gramma onderwijs, aanpak En in de gezondheid van kinderen enmentale jongerengezondheid).

(nationaal programma jeugdhulp/onderwijs, inzetaan combinatiefunctionarissen, administratieve die enzovoort. gepaard gaat met het aanvragen en bevordering van kansengelijkheid (school onderwijs, aanpak mentale gezondheid). Enen inomgeving, de jongerenwerk oplast school

We zien dat de veelheid aan (tijdelijke) regelingen en de administratieve last die gepaard gaat met het aanvragen en verantwoorden ervan veel tijd vraagt. Bovendien draagt deze vorm van landelijke sturing op korte-termijn resultaten met korte-termijn subsidies,- en regelingen niet bij aan de noodzakelijke lange termijn aanpak die het onderwijs, en de samenwerking onderwijs-gemeenten, juist nodig heeft. Dit zien we ook bij het verder oplopende lerarentekort, dat gebaat is bij een structurele, lange-termijn visie en aanpak. Het ministerie van OCW hanteert consequent een aanpak waarbij met specifieke regelingen specifieke (deel)doelen met specifieke resultaatverplichtingen worden nagestreefd. Ook vanuit het onderwijs zelf wordt deze ‘subsidieconfetti’ als niet helpend beschouwd. We dringen erop aan dat u, als nieuw gekozen Kamer, bijdraagt aan meer eenvoud, lange-termijn structuren en samenhangend beleid voor het onderwijs. Al eerder heeft de VNG een oproep gedaan tot betere samenwerking tussen ministeries als het gaat om (passend) onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp en bestaanszekerheid. •

Gemeenten willen u vragen de minister toe te zeggen te werken naar een langjarige aanpak met oog voor de energie en kracht die in de samenleving aanwezig is om oplossingen te creëren en met betrokkenheid van partners die dichter bij de uitvoering zitten. We herhalen die boodschap en trekken hem breder dan het passend onderwijs. Er is behoefte aan een nieuwe samenhangende aanpak over onderwijs, kinderopvang, opvoeden en opgroeien. Een aanpak waarin rijk, gemeenten kinderopvang en onderwijs gezamenlijk (ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid) werken aan een langjarige aanpak van kansenongelijkheid en het versterken van de pedagogische basis.

Dit zal leiden tot een merkbaar hoger leerrendement en minder ziekteverzuim onder leraren. Wij refereren in dat kader graag aan de aanbevelingen uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting. Op dit moment voldoet slechts 7% van de schoolgebouwen aan de arbo-eisen voor een goede werkomgeving. Dit betekent een ondermaatse leeromgeving met hitte in de klas in de zomer, ijskoude klassen in de winter en veel gebouwen die niet rolstoel-toegankelijk zijn. Bovendien is er een risico op gevaarlijke situaties en ongevallen, zoals recente voorbeelden in Rotterdam en Gouda laten zien. •

3 Blijf investeren in de aanpak tegen laaggeletterdheid De VNG werkt samen met het Rijk en (kern)partners, zoals Divosa en Stichting Lezen en Schrijven, aan de aanpak van laaggeletterdheid. Het ontbreken van voldoende basisvaardigheden (zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden) heeft een negatieve impact op het leven van betrokkenen en de samenleving als geheel (denk aan arbeidsmarktparticipatie, welzijn, schulden en gezondheid). Het versterken van basisvaardigheden blijft een grote maatschappelijke opgave. •

• 2 Onderwijshuisvesting moet urgent worden vernieuwd Gemeenten hebben de wettelijk vastgelegde zorgplicht om goede onderwijshuisvesting te realiseren voor primair en voortgezet onderwijs. Schoolbesturen moeten deze goed onderhouden en exploiteren. Het is van groot belang dat er een aanpak en middelen komen om de achterstanden en tekorten ten aanzien van onderwijshuisvesting daadkrachtig aan te kunnen pakken. Het jaarlijkse tekort is inmiddels opgelopen tot 1,2 miljard euro. De urgente vernieuwing van schoolgebouwen zit daardoor al jaren muurvast en het vervangingstempo van de voorraad verouderde, naoorlogse schoolgebouwen neemt af. Dat is een groot probleem omdat goede onderwijshuisvesting cruciaal is voor goed onderwijs voor de komende generaties. We zijn blij dat deze urgentie wordt erkend door de minister, echter een aanpak laat al lange tijd op zich wachten. Gemeenten en schoolbesturen willen vaart maken met het bouwen van duurzame en moderne schoolgebouwen om goed in te kunnen leren en om prettig in te werken. Gebouwen die bovendien toegankelijk zijn voor iedereen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Daadkracht van een nieuwe kamer en kabinet zijn hierop nodig. We vragen u om te bewerkstelligen dat er voldoende en structurele middelen beschikbaar zijn. Gebeurt dit niet, dan verhindert dit het behalen van doelstellingen met betrekking tot klimaat, inclusief en thuisnabij onderwijs, betere integratie met kinderopvang én het aantrekkelijker maken van het beroep van leraar.

•

Het Interbestuurlijke Programma ‘Tel mee met Taal’ loopt af in 2024. Gemeenten pleiten voor een voortzetting van het landelijk beleid op de aanpak laaggeletterdheid voor de komende jaren. Die aanpak voorziet sinds 2021 in regionale samenwerking in de aanpak van laaggeletterdheid. Gemeenten zien ook graag dat de komende beleidscyclus wordt gebruikt om tot een structureel en duurzaam plan met langetermijnvisie te komen voor na 2028. Voor de termijn tot 2028 verzoeken de gemeenten de volgende aandachtspunten mee te nemen om de aanpak van laaggeletterdheid te kunnen verbeteren: • Verruim de bestedingsmogelijkheden van het WEB-budget • Stimuleer integraal beleid vanuit het Rijk • Houd instrumenten voor kwaliteitsbewaking en monitoring werkbaar • Stel aanvullende middelen beschikbaar voor de regierol van contactgemeenten

4 Leven Lang Ontwikkelen: structureel en met maatwerk in de regio Het ministerie van OCW wenst de beleidslijnen voor leven lang ontwikkelen (LLO) en de samenwerking hierop met de ministeries van EZK en SZW verder te versterken, specifiek om vanuit regionale leerinfrastructureren concrete oplossingen op maat te realiseren voor werkenden en werkzoekenden. Gemeenten juichen het toe dat er integraal wordt samengewerkt door de ministeries aan ‘human capital’ gerelateerde thema’s,

2

waarin ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden (in de regio) samen zullen moeten werken aan de complexe opgave, en dat hierin expliciet wordt verwezen naar regionale aanpakken. Wel zien we hierbij een aantal concrete punten waar we graag aandacht voor vragen: A. Het is erg positief dat de drie betrokken ministeries bij arbeidsmarkt (SZW, EZK en OCW) samenwerken rondom o.a. LLO. Daarbij hebben we twee oproepen: • We willen u oproepen om de rol van de regio niet slechts bij verdere uitwerking of uitvoering van beleidslijnen mee te nemen, maar ook reeds bij beleidsontwikkeling en in de daartoe behorende governance structuren (bijvoorbeeld in de governance voor het Actieplan Groene en Digitale banen). Op verschillende manieren wordt expliciet verwezen naar de kracht van de regio’s op het arbeidsmarkt/ sociaaleconomisch domein. Dit geldt voor de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur (SZW), aanvullende maatregelen aanpak arbeidsmarktkrapte (SZW), het actieplan groene en digitale banen (EZK) en ook in deze begroting. Toch is de behoefte van de regio om regionaal maatwerk vorm te geven nog niet voldoende geborgd in de diverse aanpakken. B. Het is mooi dat de urgentie en het belang van een leven lang ontwikkelen hoog op de agenda staat.

Het is dan ook een essentieel thema willen we de transities en maatschappelijke opgaven realiseren, als ook een sterke (regionale) economie behouden. We vragen hier met urgentie om aandacht voor bestaande knelpunten hieromtrent: • Middelen voor LLO zijn momenteel versnipperd, onsamenhangend en incidenteel georganiseerd. Gegeven de enorme opgave, en het instrumentele effect van wendbaar en veerkrachtig menselijk kapitaal op tal van andere beleidsdomeinen, zien we hoognodige verbeterpunten hieromtrent, namelijk: • Er is structurele publieke financiering nodig op het gebied van loopbaanoriëntatie- en begeleiding, om- her- en bijscholing. • Deze structurele financiering zou toegankelijk ontsloten moeten worden. Momenteel zijn er meer dan (40!) regelingen op het gebied van LLO. Dit maak het onoverzichtelijk en er gaat veel tijd verloren aan aanvraagprocedures, verantwoordingssystematiek of überhaupt het vinden van de juiste regelingen. C. De hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur wordt momenteel verder uitgewerkt. Graag vragen wij aandacht voor de enorme behoefte in regio’s om de arbeidsmarktdienstverlening integraal door te ontwikkelen en dit te doen vanuit een sociaaleconomisch perspectief. • Neem toekomstbestendig arbeidsmarktbeleid én dienstverlening als belangrijk vertrekpunt op de aansluiting op de

(werkgelegenheids)vraag van nu en de toekomst. Om de (toekomstig) werkenden en werkzoekenden hierin de begeleiden en te voorzien van de benodigde scholing, is het (regionaal) ontwikkelen en aanbieden van een passend onderwijsaanbod essentieel. Wij roepen op een dit regionale, sociaaleconomische perspectief mee te nemen in de integrale samenwerking van SZW, EZK en OCW in de verdere uitwerking van de arbeidsmarktinfrastructuur. 5 Het behouden van goede lokale media vraagt om duale financiering Goede lokale journalistiek is onmisbaar voor een goed werkende lokale democratie. Daarom vindt de VNG het belangrijk dat er in iedere gemeente een stevige basis bestaat voor lokale journalistiek. Wij steunen dan ook het voornemen van het demissionaire kabinet voor de vorming van publieke streekomroepen die een professionele basis voor lokale journalistiek mogelijk maakt. De vorming van streekomroepen dient echter van onderop te komen en niet van boven opgelegd. Uit een reeks bijeenkomsten door het hele land blijkt dat bij gemeenten grote zorgen bestaan of de nieuwe streekomroepen in staat zijn om iedere kern en wijk evenwichtig met lokaal nieuws te bedienen. Het kabinetsvoorstel gaat uit van centrale financiering door het Rijk, mede gefinancierd door een uitname uit het gemeentefonds van de middelen die gemeenten nu inzetten voor de eigen lokale omroep. •

Wij stellen een systeem van duale financiering voor. Een rijksbijdrage als professionele basis én gemeentelijke financiering conform de huidige systematiek. Zo blijft de binding met gemeenten, vrijwilligers (ook als journalist) en lokale organisaties behouden.

Juist betrokkenheid van en binding met gemeenten kan ervoor zorgen dat een omroep het hele jaar door bereik heeft bij zoveel mogelijk inwoners. Motie Werner Het rijk veroorzaakt een financieel probleem voor lokale omroepen en gemeenten door het uitstel van de wetswijziging, zie ook de overwegingen en constateringen in de motie Werner die bijna unaniem is aangenomen. In de Kamerbrief van 19 december 2023 (Stand van zaken uitwerking visiebrief lokale publieke omroepen) geeft de staatssecretaris aan op dit moment geen actie te ondernemen. •

Wij achten het onjuist gemeenten hiermee te belasten en roepen uw Kamer op dat de staatssecretaris extra middelen inzet om deze overgangsproblematiek op te lossen.

December 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=32ab0ff4-38f6-4a00-99f3-98fd0b904d2e