20240226 Stadstheater - Memo beantwoording schriftelijke vragen 2
Tekst van het document
Memo Aan Betreft Datum
Gemeenteraad Almelo Beantwoording schriftelijke vragen Stadstheater 9 februari 2024
Met beantwoording vragen door het Stadstheater (in blauw) Naar aanleiding van het politiek beraad over het Stadstheater op 6 februari 2024 zijn er diverse technische vragen gesteld. De gestelde vragen worden in dit memo behandeld, met dien verstande dat voor een deel van vragen wordt doorverwezen naar het Stadstheater, gelet op de aard van de vragen. Vragen Fractie LAS Klopt het dat er de afgelopen jaren geen enkele verantwoording is aangeleverd door het Stadstheater m.b.t. de doelstellingen binnen de subsidieovereenkomst? Het Stadstheater heeft zich jaarlijks verantwoord middels de jaarrekening en haar programmering. De jaarrekening geeft een inzicht in de financiën. De programmering is antwoord op de gevraagde brede programmering. Er wordt onder andere gekeken naar het aantal voorstellingen, de variatie in het aanbod en het aantal bezoekers. Met deze gegevens kan er een beeld gevormd worden over de doelstellingen. Reactie Stadstheater: Er vindt 2 keer per jaar een gesprek met ambtenaar cultuur plaats over programmering, beoordeling en verantwoording, zowel de culturele prestaties als de financiën. Dit was in het verleden de wethouder, maar de wethouder zit de laatste jaren niet meer aan tafel. De eisen waaraan voldaan moet worden zijn helder en door het jaar heen is er alle jaren, naast de officiële afspraken, ook tussendoor contact geweest met de betreffende ambtenaar.
Waarbij een compliment naar de ambtenaren (Peter van Heteren en daarvoor Mirjam Ten Voorde) voor hun betrokkenheid. Alleen het laatste jaar is het contact, buiten een fysieke afspraak, er helaas niet of nauwelijks geweest. De gemeente verklaart dat zij achteraf heeft geconstateerd dat het Stadstheater aan alle eisen voor de programmering heeft voldaan. Opmerking: dit is al die jaren altijd zo geweest. Overigens vond er in het verleden ook regelmatig overleg plaats met alle culturele instellingen, geïnitieerd door de cultuur makelaar. Afgelopen jaar is er geen enkele bijeenkomst gepland. De eerste keer dat dit weer plaatsvindt is donderdag 29 maart as. Pagina 1 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Klopt het dat er in de afgelopen twee decennia op veel plaatsen in Nederland cultuurclusters zijn verrezen: Samenvoeging van gebouwen waarin culturele en/of maatschappelijke functies zijn samengebracht. Wat is hier de reden van? Uit het onderzoeksrapport van Atlas Research blijkt dat er verschillende redenen zijn voor het vormen van culturele multifunctionele organisaties. De redenen die genoemd worden in het rapport zijn divers, o.a. het versterken van de sociale cohesie, het vergroten van de aantrekkingskracht en het efficiënter inzetten van financiële middelen.1 Reactie Stadstheater: Belangrijker is de vraag te stellen hoe deze multiculturele centra het in de praktijk doen. De meesten zijn zwaar verliesgevend, want wat initieel op papier mooi leek, bleek in de uitvoering zwaar tegen te vallen door onder meer de slechte bezetting van de zaal. Voorbeelden zijn De Kolk Assen, Kunstlinie Almere, Meerpaal Dronten. Bezoekers missen de ‘ziel’ in zo’n centrum. De voorstellingen zijn vrijwel altijd op momenten dat de overige functies leeg zijn, namelijk ’s avonds. Kunt u de kadastrale vastgoed verhoudingen van het hele complex in beeld brengen? Wie is waar eigenaar van en zijn er beperkende rechten gevestigd op dat onroerend goed? Ja, we hebben dit in kaart gebracht. Een overzicht vindt u op de laatste twee pagina’s van dit memo.
Reactie Stadstheater: De kadastrale hypothecaire bedragen betekenen niet dat deze bedragen ook daadwerkelijk geleend zijn. Is in jaarrekening 2005 of later duidelijk zichtbaar dat er door het Stadstheater een bancaire lening is aangetrokken voor onderhoud aan het pand en/of inventaris? In de jaarrekeningen van het Stadstheater zijn langlopende en kortlopende schulden vermeld, waar ook leningen onder vallen. Er wordt daarbij niet gespecificeerd waar deze schulden/leningen voor zijn. Reactie Stadstheater: Alle externe leningen zijn door de vennootschappen van het Theaterhotel aangetrokken. Vervolgens zijn deze gelden doorgeleend aan Stadtheater Almelo B.V. om de investeringen en het onderhoud te kunnen uitvoeren en de verliezen af te dekken. Eind 2023 bedraagt de schuld (lening en rekening-courant schuld) van Stadstheater Almelo B.V. aan de vennootschappen van het Theaterhotel EUR 4,4 miljoen. De bank leent niet rechtstreeks aan Stadtheater Almelo B.V. en wil dit ook Pagina 2 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
niet met de huidige verliezen. Wel zal de toekomstige investering van EUR 18 miljoen door Stadstheater Almelo B.V. worden gedaan (dus niet door de gemeente zoals wel eens wordt gesuggereerd). Dit bedrag wordt door deze vennootschap geleend bij een bank. De bank wil dit alleen maar financieren als er een langjarige overeenkomst met de gemeente wordt afgesloten ter zekerheid van dekking van aflossing/afschrijving en rente. In de gesprekken is tevens aangeboden om met ING in gesprek te gaan als er vragen zijn. Onze contactpersoon wil daar graag zijn medewerking aan geven. Hier is geen gebruik van gemaakt door het college.
1 Atlas Research - Culturele multifunctionele organisaties - deel 1 (cultuurconnectie.nl)
Is de Gemeente Almelo in het bezit van de huurovereenkomst en kunt u ons ook inzicht geven in deze huurovereenkomst? Nee, wij beschikken niet over de huurovereenkomst. Reactie Stadstheater: Er is geen formele huurovereenkomst. Omdat het een geïntegreerd gebouw is zijn veel van de huisvestingslasten gemeenschappelijk, zoals OZB, waterschapslasten, rioolrecht, gemeentelijke lasten, brand-, opstal en aansprakelijkheidsverzekeringen, brandmelding, nachtbewaking, onderhoudscontracten, financieringsrente van het totale pand, etc. De huur (een betere bewoording zou zijn een pro rata doorbelasting van gemeenschappelijke kosten) dient ter dekking van deze door het Theaterhotel verantwoorde gezamenlijke kosten. Wie is juridisch verantwoordelijk voor het onderhoud aan een pand en/of alles wat verankerd zit aan een pand en/of alles wat tot de inventaris behoort, waarvan je redelijkerwijs kunt uitgaan/verwachten dat dit behoort tot het gehuurde? Tussen de gemeente en het Stadstheater zijn geen afspraken gemaakt hierover, ook niet ten tijde van de verkoop. In de huurrelatie tussen het Stadstheater en het Theaterhotel, is ons onbekend hoe de verantwoordelijkheid is verdeeld. Bij een dergelijke (ver)huur is de verdeling van onderhoudsverplichtingen afhankelijk van wat partijen daarover hebben afgesproken in hun huurovereenkomst.
Reactie Stadstheater: Er is geen formele huurovereenkomst (zie vorige punt). De investeringen en onderhoud van het pand zijn binnen de 25-jarige overeenkomst uitgevoerd, zoals ook ambtelijk in diverse brieven bevestigd aan de Raad naar aanleiding van vragen hierover. De investeringen en onderhoud zijn geboekt/verantwoord in de Pagina 3 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
vennootschap Stadstheater Almelo B.V. waarmee deze juridisch ook eigendom zijn van deze vennootschap. De doorbelaste huur (kosten, zie hiervoor) in 2023 bedraagt EUR 213k. Na de renovatie zullen in elk geval de financieringslasten rechtstreeks drukken op de exploitatie van het Stadstheater door de nieuwe lening voor de investeringen. Bovendien hebben we bij de uitwerking van het Meerjarenplan medio 2022 de kosten heroverwogen en zullen bijv. brand-, opstal en aansprakelijkheidsverzekeringen dalen door nieuwe voorzieningen in het theater. Daarom zijn de door te belasten kosten op EUR 113.000 begroot, iets meer dan 50% van de kosten in het verleden. Wij verwijzen naar bijlage D van het Meerjarenplan van 2022 waarin dit destijds allemaal al is toegelicht.
Hoeveel werknemers in FTE staan er volgens de jaarrekening 2018/2019 op de loonlijst van het Stadstheater en kunt u aangeven wat de bijbehorende loonkosten zijn volgens dezelfde jaarrekening? In de geopenbaarde jaarrekening over de periode 1-10-2018 / 30-9-2019 staan de volgende bedragen als kosten in de categorie ‘lonen en salarissen’: 1/10/2017 - 30/9/2018 = € 491.286 1/10/2018 - 30/9/2019 = € 477.618 Daarbij staat vermeld: ‘’Het gemiddeld aantal werknemers bedroeg in het boekjaar 1,2.’’ Reactie Stadstheater: Er is sprake van door de accountant opgestelde separate jaarrekeningen van Stadstheater Almelo B.V. vanaf boekjaar 2020. Daarvoor was er sprake van interne jaarrekeningen van deze vennootschap die aan de gemeente werden verstrekt. De accountant heeft deze interne jaarrekening gezien en vastgesteld dat de doorbelastingen op juiste wijze, tegen kostprijs, plaatsvonden. Verder zijn de cijfers van het Stadstheater in de geconsolideerde jaarrekening van het Theaterhotel opgenomen en door de accountant van een goedkeurende verklaring voorzien. Het gemiddeld aantal werknemers van 1,2 FTE dat wordt genoemd in de jaarrekening 2018/2019 is een schrijffout en moet 12 FTE zijn. Wij hebben daar overigens destijds van de gemeente geen vraag over gehad. Het aantal van 1,2 FTE’s past uiteraard niet bij de post personeelskosten die daar is gepresenteerd.
Dit betreffen doorbelaste personeelskosten op basis van kostprijs (brutoloon plus werkgeverslasten per uur). Er is namelijk geen personeel in dienst van Stadstheater Almelo B.V. De FTE- inzet voor het Stadtheater is in die jaren ongeveer 11 tot 12 FTE geweest, hetgeen zeker niet veel is voor een theater van deze grootte. In het gerenoveerde theater zal dit aantal licht toenemen, zie Meerjarenplan.
Pagina 4 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Klopt het dat bij de jaarrekening 2018/2019 van het Stadstheater geen goedkeurende verklaring van een registeraccountant zit? Er is voor het subsidiejaar 2018/2019 geen accountantsverklaring aangetroffen in het dossier. Reactie Stadstheater: Dat klopt, zie vorige punt. Wat was het verlies van het Theater in datzelfde jaar? In de geopenbaarde jaarrekening over de periode 1-10-2018 / 30-9-2019 staan de volgende bedragen als ‘resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen’: 1/10/2017 - 30/9/2018 = - € 637.577 1/10/2018 - 30/9/2019 = - € 448.778 Reactie Stadstheater: Deze getallen kloppen met de jaarrekening. Klopt het dat het vastgoed van het Stadstheater vanaf 2023 privaat eigendom is van Exploitatiemaatschappij Hammink Almelo B.V? Zo nee, van wie dan wel? En maakt het Stadstheater vanaf 2023 nog steeds onderdeel uit van een financiële holding voor de vennootschapsbelasting? En zo ja, met welke bedrijven? Voor informatie over eigendom wordt verwezen naar het overzicht in bijlage 1. Voor informatie over de juridische structuur wordt verwezen naar: pagina 13 van het Meerjarenplan 2022-2034 Stadstheater Almelo; pagina 4, 5 en 6 van bijlage 3 bij het raadsvoorstel (Scenario B voorstel Stadstheater)
Reactie Stadstheater: Het vastgoed is al veel langer eigendom van Exploitatiemaatschappij Hammink (sinds 1996 bij de overname door Han en Marianne Hammink) en is door fusie per 15 december 2023 eigendom van HaHo Holding B.V. De (beoogde) juridische structuur is toegelicht in de notitie van InCorpe van 21 augustus 2023. Klopt het dat het Stadstheater tot 2023 in dezelfde financiële holding zat als het Congrescentrum de Hagen (hotel), Handelsonderneming Hammink, Solera, en diverse andere ondernemingen? Ja (onder dezelfde verwijzingen als bij de vorige vraag). Pagina 5 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Reactie Stadstheater: Ja, als de aparte vennootschap Stadstheater Almelo B.V. NB: zonder de jarenlange financiële middelen van de Holding ter afdekking van de verliezen was deze vennootschap al lang failliet geweest. Klopt het dat er in de subsidieovereenkomst van de Gemeente Almelo is vastgelegd dat een werknemer/bestuurder niet meer mag verdienen dan de WNT grens? Wordt dit jaarlijks getoetst bij het Stadstheater? In de uitvoeringsovereenkomst, behorend bij de subsidiebeschikking, is het volgende hierover vastgelegd: De instelling verklaart dat in de aanvraag geen kosten met betrekking tot de bezoldiging van bestuurders of functionarissen van de instelling zijn opgenomen die uitgaan boven de norm genoemd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. Reactie Stadstheater: Er is sprake van een doorbelasting van een normaal salaris, hetgeen ook in het verleden aan de wethouder is toegelicht. Is optie A niet in strijd met de wet Markt & Overheid? (mede-eigenaarschap en investeren met publiek geld = concurrentievervalsing) Deze vraag hangt samen met het advies over Staatssteun (bijlage 7 bij het raadsvoorstel). Of er bij optie A sprake is van bevoordeling van een overheidsbedrijf en/of staatssteun, is sterk afhankelijk van de gedetailleerde uitwerking van optie A en de inrichting van de positie die de gemeente bij optie A verkrijgt.
Reactie Stadstheater: Optie A is bij ons weten verder inhoudelijk nooit onderzocht door de Gemeente. Ook is ons nooit duidelijk gemaakt hoe de gemeente 51% eigendom zou willen vormgeven in een deel van het vastgoed (het theater). Dit vastgoed is namelijk integraal verbonden met het Theaterhotel. Wij hebben hier geen concreet inhoudelijk voorstel voor gehad. Het V.D Valk Theater De Oranjerie in Roermond is in 2022 volledig gerenoveerd. Wat was het totaalbedrag van deze renovatie en hoe zijn de kosten van dit project verdeeld? In het oorspronkelijke plan van de verbouwing van Theater De Oranjerie bedroeg het kostenplaatje € 7,5 miljoen euro. Vanwege de stijgende grondstofkosten in coronatijd werd dit bedrag verhoogd tot € 9,7 miljoen euro. Dit is als volgt verdeeld: - Gemeente Roermond: € 2.757.500; - Provincie Limburg € 2.757.500 (dit is aan de gemeente verstrekt en de gemeente heeft Pagina 6 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
het beschikt aan het Theater)2 -
Theater De Oranjerie: € 4.192.4773
Reactie Stadstheater: Wij hebben geen inzicht in hoe dit precies in Roermond is vormgegeven. Het betreft een centrumfunctie hotel en theater met een Van der Valk licentie en is in die zin vergelijkbaar. De wijze van investeren, financieren en subsidiëren is, voorover wij weten, niet te vergelijken met Almelo. Bovendien heeft de provincie daar een zware rol gespeeld. Almelo heeft, ondanks ons verzoek, bij ons weten, nooit het initiatief genomen de provincie te betrekken bij de plannen voor renovatie van het Stadstheater. Wij benadrukken nogmaals dat wij op geen enkele wijze in staat zijn zelf financiële middelen bij te leggen bij het Stadstheater. Alleen de laatste 12 jaar al 4,8 miljoen door het Theaterhotel bijgelegd. Dat is vanaf het begin duidelijk geweest voor de gemeente. Wij willen dit met alle plezier faciliteren en hoeven er niet aan te verdienen. Maar wij willen en mogen geen structurele verliezen meer lijden. Er is op vele momenten voldoende duidelijk gemaakt aan de gemeente dat er door de verliezen geen geld is om de renovatie uit te voeren. Document Roermond - BW voorstel - aanvullende investeringssubsidie KLC aan Oranjerie.docx - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) 3 Document Roermond - Raadsvoorstel Aanvullende investeringsubsidie Theater
Oranjerie - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)
Pagina 7 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Vragen Fractie Almelo Centraal In het raadsvoorstel staat dat het Stadstheater heeft aangegeven dat een eigendomsoverdracht of zeggenschapspositie (zoals noodzakelijk voor scenario A) niet mogelijk is, vanwege de licentievoorwaarden van Van der Valk. Het college schrijft: “Dit hebben wij niet kunnen verifiëren.” Hoe kan het dat het college dit niet heeft kunnen verifiëren? Zijn de licentievoorwaarden niet met het college gedeeld? Het Stadstheater is verzocht om de licentievoorwaarden te delen. Deze licentievoorwaarden zijn, vanwege de geheimhouding die daar op ligt, niet gedeeld met de gemeente, waardoor de licentievoorwaarden niet geverifieerd konden worden. Reactie Stadstheater: Wij hebben in 1e instantie aangegeven dat de licentievoorwaarden kunnen worden geverifieerd in het tot drie keer toe aangeboden vertrouwelijke ‘due diligence’ onderzoek om de vertrouwelijkheid te waarborgen. Op aandringen van de gemeente is dit inmiddels, na ondertekening van een specifiek voor dit doel opgestelde geheimhoudingsovereenkomst, op maandag 12 februari jl. geverifieerd door twee ambtenaren van de gemeente Almelo. De ambtenaren hebben geconcludeerd dat de licentievoorwaarden inderdaad verhinderen dat het eigendom van het (theater) vastgoed geheel of gedeeltelijk aan derde een partij wordt overgedragen. Het zou goed zijn dat de gemeente deze conclusie zelf ook deelt met uw raad.
Het citaat is op te vatten als dat er wordt getwijfeld aan de juistheid van het standpunt van het Stadstheater. Klopt dit? Nee, we hebben daarmee willen aangeven dat we in het kader van de licentievoorwaarden geen (nader) standpunt hebben kunnen innemen en/of daarover een inhoudelijk gesprek met het Stadstheater hebben kunnen voeren. Volgens het raadsvoorstel geldt voor scenario A een looptijd van 15 jaar, voor scenario B een looptijd van minimaal 15 jaar, voor scenario C een looptijd van maximaal 10 jaar. Welke inhoudelijke afweging bepaalt het verschil tussen de 15 en 10 jaar? Het is gebruikelijk om een redelijke (afbouw)termijn toe te passen bij het beëindigen van een subsidierelatie die al zoveel jaren bestaat. Een kortere termijn dan 10 jaar zou redelijk kunnen zijn, bijvoorbeeld 3 tot 5 jaar, maar het is niet reëel te veronderstellen dat een renovatie dan opportuun is. Er is daarom in scenario C gekozen voor een periode van 10 jaar, waarbij ook van groot belang is dat dit een ruime mogelijkheid biedt voor het Stadstheater om te kijken naar een nieuwe invulling en voor de gemeente om ons te oriënteren op de culturele toekomst van de stad. De periode van 15 jaar is overgenomen Pagina 8 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
vanuit het verzoek van het Stadstheater, dat is gebaseerd op een minimale looptijd van 15 jaar. Reactie Stadstheater: In het najaar van 2022 is in het ambtelijk overleg samen bepaald om vooralsnog uit te gaan van 15 jaar met als reden om voor beide partijen flexibiliteit in te bouwen. Dit is niet persé een verzoek van het Stadstheater geweest. Toen is ook aangegeven dat het langer kon. Er is gesproken over 20 jaar en dat staat in de notulen van destijds, eventueel met een optie tot verlenging. Wat betekent dit verschil voor de toekomst van het cultuuraanbod in Almelo en/of de snelheid waarmee (eventueel) aan alternatieven wordt gewerkt? Samen met betrokken partners zal een traject doorlopen worden om een nieuwe cultuurvisie voor Almelo op te stellen. Deze ruimte om cultuur breder te bekijken, zal in alle scenario’s met inachtneming van het raadsbesluit worden aangegrepen. De looptijd maakt daarin geen verschil. Reactie Stadstheater: Wij merken op dat er, overigens in die fase terecht, een Quick scan onderzoek is gedaan naar een nieuw theater. Wij begrijpen niet waarom het college de relatie met het Stadstheater wil beëindigen 10 jaar na de renovatie, zonder dat er een nieuw theater als alternatieve optie wordt voorgelegd, temeer omdat dit onderzocht is en het college hardop heeft uitgesproken een theater belangrijk te vinden in Almelo.
Het zou de raad de mogelijkheid geven om een keuze te maken en daarbij te weten wat de voor- en nadelen van een nieuw theater bouwen en exploiteren t.o.v. het huidige theater voortzetten, inclusief het volledige kosten/baten plaatje In het Overzicht kernpunten scenario’s (bijlage 6) staat dat de looptijd van scenario A minimaal 15 jaar is. In het raadsvoorstel ontbreekt het woord ‘minimaal’. Wat is juist? Dit is in zekere zin allebei juist. Het Stadstheater verzoekt om afspraken die minimaal 15 jaar gelden met een mogelijkheid tot verlenging. Dit is voor zowel scenario A als B overgenomen in bijlage 6 bij het raadsvoorstel. Echter, wij hebben gemeend voor het besluit dat nu wordt gevraagd concreet te moeten worden en te richten op de nu te maken afspraken. Daarom is ten aanzien van de besluitvorming het woord ‘minimaal’ niet toegepast. Reactie Stadstheater: Zoals eerder aangegeven was dit niet een verzoek van het Stadstheater, maar is ditin goed overleg eind 2022 al met de gemeente bepaald. Zie voorgaande opmerking. Pagina 9 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
In scenario C worden onder a en b de verzoeken van het Stadstheater tot verhoogde subsidies voor 2022 en 2023 afgewezen, terwijl deze verzoeken in scenario’s A en B worden gehonoreerd. Wat zijn de argumenten voor de punten C a. en C b.? Waarom ligt de situatie in scenario C anders, terwijl het om verhogingen gaat met terugwerkende kracht, dus vanwege het verleden?
Scenario C omvat een beperkte investering in het Stadstheater die past bij de afbouwperiode van maximaal 10 jaar. In de begroting is met een verhoging van de subsidie over 2022 en 2023 geen rekening gehouden. Een dergelijk besluit zou dus extra drukken op de komende begroting. In lijn met de beperkte investering die we bij scenario C voor ogen hebben, wordt in dat scenario daarom de verhoging van de budgetsubsidie over 2022 en 2023 afgewezen. In scenario A en B ligt dat juist voor toewijzing gereed, omdat die scenario’s zijn gericht op een langjarige en toekomstgerichte financiële verhouding met het Stadstheater zonder afbouw van de theaterfunctie. Reactie Stadstheater: Dit kan geen enkele reden zijn om de reeds geruime tijd geleden aangevraagde verhoging van de subsidie, die ook in vele gesprekken aan de orde is geweest, af te wijzen in scenario C. Wij zien de ratio hiervan niet. Overigens is dit een non-discussie omdat scenario C onmogelijk is uit te voeren voor het Stadstheater, zoals meermalen toegelicht. Onderdeel van behoorlijk bestuur is dat de gemeenteraad zijn beslissingen afweegt tegen de bestaande beleidskaders. In de Actualisatie 2022 van de Stadsvisie Cultuur 2016-2020 wordt het Stadstheater (daar nog: Theaterhotel) genoemd als kernvoorziening die onderdeel uitmaakt van de basisinfrastructuur.
In scenario C is sprake van beëindiging van deze kernvoorziening, en ook scenario’s A en B sturen aan, of lijken aan te sturen op, beëindiging. Of er (reëel) zicht is op een gelijkwaardig alternatief, valt buiten dit raadsvoorstel. De raad moet er dus rekening mee houden dat er (definitief) een gat wordt geslagen in de door de raad zelf essentieel geachte basisinfrastructuur. Door met een van deze scenario’s in te stemmen zou de raad dus ingaan tegen de Stadsvisie Cultuur. Op welke bestaande beleidskaders zou instemming met scenario A, B of C wél te verantwoorden zijn? De Cultuurvisie 2016-2020, geactualiseerd in 2022, biedt onvoldoende houvast om een afweging te maken over de gevraagde investering. De drie scenario’s die uw raad worden voorgelegd gaan allen uit van een investering in het theater, omdat een theaterfunctie van belang is voor de stad en omdat hiermee de lijn van de Cultuurvisie 2016-2020 wordt gevolgd. Samen met betrokken partners zal een traject doorlopen worden om een nieuwe cultuurvisie voor Almelo op te stellen. Deze ruimte om cultuur breder te bekijken, zal in alle scenario’s met inachtneming van het raadsbesluit worden Pagina 10 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
aangegrepen. Reactie Stadstheater: Wij zijn in ieder geval niet benaderd voor de nieuwe cultuurvisie. Het raadsvoorstel spreekt consequent van investeringen in vastgoed. Toch lijkt een groot (het grootste?) deel te gaan om investeringen in roerende goederen, dus goederen die ook weer uit het gebouw te verwijderen zijn. Klopt dit? Het geheel aan investeringen dat het Stadstheater wenst uit te voeren omvat juridisch technisch gezien zowel roerende als onroerende zaken. De bouwkundige kosten betreffen bijvoorbeeld een investering in het gebouw als de onroerende zaak, terwijl de kosten voor verlichting en installaties als een investering in roerende zaken kan worden gezien. De in scenario C voorgestelde investering is in beginsel niet gebaseerd op deze juridische scheiding, maar omvat de investering die (minimaal) noodzakelijk is om de komende 10 jaren te functioneren als theater. Die investering richt zich op de roerende zaken. Reactie Stadstheater: De gemeente heeft in januari 2024 bouwmanagementbureau Q4U de opdracht gegeven onafhankelijk te onderzoeken en te rapporteren wat de kosten zouden zijn van de renovatie bij dit scenario. Belangrijk bij de uitwerking hiervan was het besproken uitgangspunt zou zijn dat gedurende de 10 jaar na renovatie een volwaardige theaterfunctie zou kunnen bestaan die voldoet aan de te stellen eisen aan een theatervoorziening.
De insteek hierbij was dat de huidige programmering doorgang zou moeten vinden en niet zozeer een ‘verzwaring’ hiervan. Wij hebben op vrijdag 26 januari jl. het rapport ontvangen. Q4U concludeert dat een minimale investering van EUR 17 (excl. vlakke vloer) benodigd is voor een volwaardige theaterfunctie en behoud van het huidig niveau van programmering voor de komende 10 jaar (EUR18 miljoen, incl. vlakke vloer met alle voordelen daarvan). Op dinsdagochtend 30 januari jl. (dus op de dag dat het collegevoorstel naar de Raad is gegaan) werd Oude Weernink door de gemeentesecretaris, de heer Dijkstra, gebeld met de mededeling dat de gemeente maximaal EUR 6 miljoen zou willen bijdragen in optie C. Dit zou het advies van het college aan de Raad worden. Tevens meldde de heer Dijkstra dat de onderbouwing nog niet bekend was en ’s middags zou worden uitgewerkt in het raadsvoorstel. Er is vervolgens geen inhoudelijke onderbouwing dan wel toelichting hierover aan ons verstrekt. Feitelijk betekent scenario C dat het college zegt tegen het Stadstheater: Investeert u maar EUR 18 mio, wij doen EUR 6 miljoen (dus 1/3 daarvan) gespreid over 10 jaar, maar wij gaan u wel na het 10e jaar uw theatervergunning afnemen. Dus u moet die EUR 1,2 mio per jaar plus rente maar uit de exploitatie terugverdienen.
Ook in dit scenario is dus geen rekening gehouden met rente, terwijl het bedrag bij de Pagina 11 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
investering aan de voorkant geleend moet worden. Een in vele opzichten onmogelijk uit te voeren voorstel, dat ook allerminst aansluit bij de begin vraag van het totale proces waarin wij aangaven met liefde het Stadstheater en zonder winstoogmerk voort te zetten, maar niet meer zelf te kunnen blijven bijleggen. Dit heeft het Theaterhotel alleen al vanaf 2013 EUR 4,8 mio gekost, en dit werd gewoon bijgelegd, hetgeen als een molensteen om de nek van het Theaterhotel hing. En dat weet de gemeente, want daar is met elkaar het afgelopen jaar intensief over gesproken. Voor de goede orde nog het volgende: Er wordt steeds gesproken over uitbreiding naar 1.000 stoelen, maar niet gezegd wordt dat de stoelen sowieso vernieuwd zullen moeten om nog 10 jaar door te gaan. Wij moeten de rolstoel plaatsen beter zicht willen geven en meer plaatsen, waarvoor vooraan plaats gemaakt zal worden en dat maakt ook de uitbreiding naar 1000 stoelen mogelijk. Dit heeft weer een gunstige invloed op de exploitatie, zoals in het MJP te zien is. Het plan is niet ambitieus, maar vanaf de basis ingezet op een passende zaal voor het huidige programma-aanbod in de toekomst, met meer mogelijkheden voor produceren van eigen voorstellingen met amateurs en professionals. En de flexibiliteit van de zaal naar een middenzaal, die Almelo nu niet heeft, voor voorstellingen, concerten en amateur- producties.
Kunt u ter ondersteuning van uw antwoord een investeringsoverzicht geven dat is onderverdeeld in roerende en onroerende goederen? Nee, het investeringsoverzicht is niet als zodanig ingericht. Bureau Q4U heeft een berekening gemaakt van de benodigde investering. Deze berekening vindt u in bijlage 10 bij het raadsvoorstel. Die investering is op basis van die berekening onder te verdelen in grofweg 4 categorieën: 1. Bouwkundige aanpassingen € 4.038.195 2. Inrichtingstechniek (de binnenkant van het theater) € 3.884.601 + € 1.504.290 = € 5.388.891 3. Exploitatieverbetering (toneeltoren, stoelen, vloer) € 6.109.197 + € 1.000.000 = € 7.109.197 (het bedrag van € 1.000.000 is niet vermeld in de kostenraming, maar omschreven in de toelichting op de kostenraming) 4. Bijkomende kosten en risico verhogende kosten € 225.728 + € 1.260.961 = € 1.486.689 De gemeente relateert in scenario C haar bijdrage aan noodzakelijke aanpassingen aan de binnenkant van het theater. Dat is de inrichtingstechniek. We plussen dit op met een bijdrage in de bijkomende en risico verhogende kosten (naar rato*). Dit resulteert in een bijdrage van € 5.904.562, afgerond € 6.000.000. *Naar rato = het percentage dat wij bijdragen in de investering, is ook het percentage dat wij bijdragen in de bijkomende kosten en risico verhogende kosten. Pagina 12 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Reactie Stadstheater: Zoals hiervoor toegelicht is deze onderbouwing niet met ons afgestemd. Er zijn zonder overleg kennelijk elementen uit de kostenbegroting gehaald, zonder de samenhang tussen deze elementen te onderzoeken. Het een kan niet zonder het ander. Wij vragen ons af of het college het rapport van Q4U wel juist heeft geïnterpreteerd en vragen ons ook af of Q4U bevraagd is op het rapport bij de bepaling van de EUR 6 mio of andere deskundigheid op gebied van theaterbouw en theaterinrichting ingeroepen is bij de bepaling van dit bedrag? Het Stadstheater geeft in zijn brief van 5 februari aan het college en de gemeenteraad een opsomming van onjuist- en onvolkomenheden in de stukken die dienen ter voorbereiding op de politieke beraden van 6 en 13 februari en de raadsvergadering van 27 februari. Kunt u een schriftelijke reactie geven op alle door het Stadstheater genoemde punten? 1. Bijlage 3 Scenario B voorstel Stadstheater niet toegevoegd aan de agenda op iBabs. Deze bijlage is opgesteld door het Stadstheater. Daarom hebben wij deze bijlage niet uit eigen beweging openbaar beschikbaar gesteld. We hebben dit pas gedaan zodra daarvoor goedkeuring was verkregen van het Stadstheater. 2. Subsidieaanvragen met terugwerkende kracht. Het gevraagde besluit omvat onder andere de hoogte van de budgetsubsidie in de jaren 2022 en 2023.
Als we nu besluiten een hoger bedrag toe te kennen, doen we dat met terugwerkende kracht. Terugwerkende kracht wijst dus op het moment van besluitvorming en niet op het moment van aanvragen. 3. Gepresenteerde subsidies voor 2022 en 2023. Er is hier geen sprake van een onjuiste of onterechte presentatie. In het raadsbesluit wordt een verhoogde budgetsubsidie genoemd van totaal € 838.000,- dan wel € 879.000,-. Er wordt dus niet gepretendeerd dat de genoemde bedragen opgeteld moeten worden bij de reeds toegekende subsidies. Dit valt ook af te leiden uit bijlage 2 en 6 bij het raadsvoorstel. 4. Afstemming over Scenario C Scenario C betreft een gemeentelijk standpunt, dat wel degelijk in de gesprekken met het Stadstheater aan de orde is geweest. De hoogte van het investeringsbedrag in scenario C kon na ontvangst van de rapportage van Q4U (bijlage 10, d.d. 25 januari 2024) worden bepaald en dat was bij het Stadstheater bekend. 5. Afwijzen subsidieverhoging 2022 en 2023. Per abuis was een foutieve versie van het persbericht gepubliceerd bij de stukken. Dit is op 6 februari jl., direct nadat het was opgemerkt, hersteld. Op www.almelo.nl was de juiste versie wel gepubliceerd. Pagina 13 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
6. Wie betaalt de rente?
Tijdens de gesprekken met het Stadstheater, is niet aan de orde geweest dat aanvullend op de budgetsubsidie ten behoeve van de programmering en investeringssubsidie de rentelasten moeten worden gedekt. De investeringssubsidie was juist ter dekking van afschrijvingen/aflossingen en rente. Dat blijkt ook uit: o bijlage 3 bij het raadsvoorstel, pagina 12, waar de investeringssubsidie een rentecomponent en afschrijvingscomponent omvat (€1.1 miljoen prijspeil 2022); o de storyline die het Stadstheater uw raad toezond d.d. 25 januari 2024, pagina 6, waar wordt gewezen op een bedrag van € 1.1 miljoen ter dekking van rente en aflossing (prijspeil 2022). Oftewel: de rente was inbegrepen bij de investeringssubsidie. Het nieuwe standpunt van het Stadstheater, zou een extra gemeentelijke bijdrage ter hoogte van circa € 1.6 miljoen (hoofdsom € 6 miljoen, afschrijvingstermijn 10 jaar) dan wel € 7.2 miljoen (hoofdsom 18 miljoen, afschrijvingstermijn 15 jaar) betekenen (uitgaande van 5% rente, geen indexering van toepassing). Visueel ziet dit er als volgt uit (zie ook bijlage 2):
Pagina 14 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Er is uitgegaan van 5% rente (welk rentepercentage exact moet worden gehanteerd, zal moeten blijken uit de verdere uitwerking van het gekozen scenario). - Er is uitgegaan van een indicatief indexatie percentage van 3%. 7. Historisch overzicht: onjuist bedrag. Dit klopt, dit is helaas fout weergegeven in het overzicht. Het gaat om een bedrag over 5 jaren. Dit was ook terug te vinden in de bijgevoegde overeenkomst. Reactie Stadstheater: T.a.v. optie C wordt onder punt 4 gesteld dat de hoogte van het investeringsbedrag in scenario na ontvangst van de rapportage van Q4U (bijlage 10, d.d. 25 januari 2024) kon worden bepaald en dat was bij het Stadstheater bekend. De gemeente heeft aangegeven het investeringsbedrag dat benodigd was in optie C geheel te willen betalen. Zoals meermalen toegelicht. Dit bedrag is niet met ons afgestemd na ontvangst van het rapport. Wij vragen ons af of het college het rapport van Q4U wel juist heeft geïnterpreteerd en vragen ons ook af of Q4U bevraagd is op het rapport bij de bepaling van de EUR 6 mio of andere deskundigheid op gebied van theaterbouw en theaterinrichting ingeroepen is bij de bepaling van dit bedrag? Ten aanzien van de rente onder punt 6 hebben wij de volgende opmerkingen: •
De rente over de aan te trekken lening is eind 2022 al opgenomen in de zogenaamde kapitaalslastensubsidie (ook wel genoemd investeringssubsidie). Dit subsidiemodel is eind 2022 op verzoek van de ambtelijke werkgroep van de gemeente zo opgezet.
•
Het model ging toen nog uit van een investering van EUR 15 mio en een rente
Pagina 15 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
van 3,5%. Bij een looptijd van 15 jaar bedraagt de totale rente en aflossing per jaar (annuïteit) EUR 1.164.000. •
Inmiddels is de investering geraamd op EUR 18 miljoen (bron: rapport Q4U) door sterke stijging van de kosten (inflatie en nieuwe wettelijke eisen inzake duurzaamheid) en is de rente gestegen. Deze ramen wij nu op 5%. Bij een looptijd van 15 jaar bedraagt de totale rente en aflossing per jaar (annuïteit) EUR 1.762.000.
•
De gemeente deelt in optie A en B de investering van EUR 18 miljoen door 15 jaar. Dat is EUR 1.2 miljoen, maar rept met geen woord over de rente. Overigens ook niet in optie C. Dit doet dan ook geen recht aan het startpunt waarmee wij drie jaar geleden de gesprekken zijn ingegaan, namelijk dat we niet meer structureel willen en mogen bijleggen.
•
Dus de grafieken hierboven kloppen, waarbij de gemeente uitgaat van een lineaire aflossing en wij zijn uitgegaan van annuïtaire aflossing.
•
De gemeente bevestigt door deze staatjes dat de rente niet in haar berekening zat. Zij stelt in haar beantwoording: “Tijdens de gesprekken met het Stadstheater, is niet aan de orde geweest dat aanvullend op de budgetsubsidie ten behoeve van de programmering en investeringssubsidie de rentelasten moeten worden gedekt”. Nee natuurlijk niet, de rente zat immers al in de investeringssubsidie, echter voor een te laag bedrag. De gemeente heeft in het, niet met ons afgestemde raadsvoorstel van 30 januari 2024, niet de rente ingerekend op basis van de nieuwe investeringsbegroting van EUR 18 mio en de actuele rentestand. In plaats van dit als een omissie toe te geven, wordt ons verweten niet te hebben gecommuniceerd. Als het raadsvoorstel in concept met ons was afgestemd was een hoop ellende voorkomen. Iedereen kan zien dat de rente daar niet ingerekend is. Overigens is - buiten de ambtelijke werkgroep - in het gesprek van 6 juni 2023 met het voltallige college duidelijk meerdere keren aangegeven dat rentelasten ook betaald moeten worden. Bovendien heeft door de enorme vertraging in het proces de tijd ons achterhaald en zijn de investeringskosten en de rente dus substantieel hoger. Overigens kan de gemeente de investeringssubsidie per jaar verlagen door zelf de lening te vertrekken, immers zij kan goedkoper lenen. Dit is ook door ons voorgesteld, maar is niet op ingegaan.
Pagina 16 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Fractie CDA In bijlage 11. Het BMC rapport, pagina 11, staat het volgende geschreven over de subsidieverstrekking: De subsidie wordt verstrekt op basis van een subsidieaanvraag en offerte. Verantwoording vindt plaats op basis van een jaarrekening. Een inhoudelijke verantwoording waarin wordt gekeken in hoeverre de gestelde doelstellingen en te bereiken effecten zijn behaald, ontbreekt. Het is BMC niet duidelijk waarom dit door de gemeente niet wordt gevraagd (vergelijk verantwoording Stichting Openbare Bibliotheek Almelo en Theater Hof 88). Wel vindt er jaarlijks met de gemeente een evaluatiegesprek plaats over de realisatie van de doelstellingen. Zie de vraagstelling van BMC. Waarom is geen inhoudelijke verantwoording gevraagd, terwijl dit wel wordt gedaan bij o.a. de bibliotheek en Hof 88? De krappe ambtelijke capaciteit voor cultuur heeft ertoe geleid dat er vooraf geen overleg plaatsvond over de brede programmering. Achteraf is vastgesteld dat aan de vraag van brede programmering steeds is voldaan. Waarin onder andere is gekeken naar het aantal voorstellingen, de variatie in het aanbod en het aantal bezoekers. Met deze gegevens kan er ook een beeld gevormd worden over de doelstellingen. Financieel is binnen de kaders van de gemeentelijke begroting gewerkt.
Reactie Stadstheater: Wij merken op dat er 2 keer per jaar een gesprek plaats vindt met ambtenaar cultuur over programmering, beoordeling en verantwoording, zowel de culturele prestaties als de financiën. Dit was eerst met de wethouder, maar de wethouder zit de laatste jaren niet meer aan tafel. Ook heeft de gemeente ambtelijk in enkele brieven aan de gemeenteraad bevestigd dat het Stadstheater aan al haar investerings- en onderhoudsverplichtingen (binnen de 25-jarige afspraak die liep van 1991 t/m 2016) heeft voldaan. Ook na 2016 is er onderhoud gepleegd. In Scenario A heeft het college over het 51% eigenaarschap van de gemeente. Wordt hier vastgoed of vennootschap of iets anders mee bedoeld? Hier wordt gedoeld op het vastgoed. Reactie Stadstheater: Wij merken op dat na inbreng van deze eis in februari 2022 door de gemeente nooit aan het Stadstheater een mondeling of schriftelijk voorstel is gedaan hoe dit juridisch en financieel vormgegeven zou moeten worden. Kan dit juridisch wel? Welke rechten en verplichtingen hebben partijen dan? Welk doel heeft de gemeente hiermee? Waar zouden wij dan ja tegen zeggen? Geeft dit de Gemeente echt meer zekerheid dan andere opties? De wethouder heeft op 13 februari jl. tegen de raad gezegd dat ons is aangeboden dat de gemeente dit tegen taxatiewaarde zou willen overnemen. Er is ons geen inhoudelijk voorstel gedaan.
Ligt hier een taxatierapport aan ten grondslag? Wij Pagina 17 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
kennen het in ieder geval niet, noch hebben wij gehoord dat dit er is.
Bijlage 7. In het Rapport Infense Advocaten op pagina 24 staat het volgende: Voor wat betreft aanvullend uitgangspunt v in scenario A geldt het volgende. In scenario A wordt voorgesteld dat de Gemeente voor minimaal 51% eigenaar wordt van het Stadstheater. De mogelijke samenloop van een mogelijke niet-marktconforme aankoop van het Stadstheater, tezamen met de investeringssubsidie heeft mogelijk tot gevolg dat de steunintensiteit wordt overschreden. Er bestaat bij deze constructie een reële kans dat deze als staatssteun wordt gezien. Zijn ook andere mogelijke constructies onderzocht om het belang van de gemeente in het private eigendom van het Stadstheater te garanderen? Ja, er is ook gesproken over terugkoop van het Stadstheater door de gemeente en het oprichten van een overkoepelende stichting. Eveneens is er, los van een eigendomspositie, gesproken over het vormgeven van een toezichthoudende en controlerende functie voor de gemeente door afspraken in een (dienstverlenings)overeenkomst. Reactie Stadstheater: Er is geen inhoudelijk voorstel hierover gedaan door de gemeente.
Kunt u aangegeven waarom de aanvraag voor een hogere programmasubsidie voor het kalenderjaar 2022 en 2023 niet is gehonoreerd? De verhoging van de programmasubsidie over 2022 en 2023 hebben wij als onderdeel beschouwd van het totale voorstel over de benodigde investering, omdat dit het budgetrecht van uw raad betreft. Deze hogere budgetsubsidie is namelijk niet opgenomen in de begroting. Achteraf wetende dat dit voorstel pas begin 2024 ter besluitvorming aan uw raad wordt voorgelegd, wordt gerealiseerd dat wij dit verzoek van het Stadstheater eerder hadden kunnen behandelen. Reactie Stadstheater: In de door het college geadviseerde optie C wordt deze kennelijk definitief niet door het college gehonoreerd en in optie A en B wel. Wij begrijpen de redenering hierachter niet en dit is ons ook niet toegelicht.
Wat betreft de commerciële invulling van het Stadstheater. In hoeverre staat het vast dat de commerciële invulling van het theater niet meer is dan 20% per kalanderjaar. Het Stadstheater heeft tijdens de gesprekken altijd benadrukt dat het commerciële gebruik van de theaterzaal onder de 20% ligt. Dit is nog niet als zodanig feitelijk vastgesteld. Dat zal onderdeel uitmaken van de uitwerking van het gekozen scenario, mede in relatie tot staatssteun. Het Stadstheater heeft immers bijvoorbeeld ook Pagina 18 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
aangegeven in haar Meerjarenplan (pagina 17) dat wanneer er een vlakke vloer wordt gerealiseerd (wat mogelijk is bij scenario A en B), de theaterzaal (beter) bruikbaar wordt als commerciële ruimte voor het Theaterhotel. Dat zal invloed hebben op het percentage commercieel gebruik Reactie Stadstheater: Wij kunnen bevestigen dat het percentage commercieel gebruik van het Stadstheater, dat wil zeggen geen culturele voorstellingen, ruim onder de 20% ligt en over 2023 3,37% bedroeg.
Pagina 19 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Vragen doorverwijzing Stadstheater Niet alle door u gestelde vragen kunnen door ons beantwoord worden. In sommige gevallen is de gemeente daarvoor niet de aangewezen partij, mede omdat er gevraagd wordt naar bedrijfsgevoelige informatie. Het Stadstheater heeft tijdens het politiek beraad van 6 februari 2024 uw raad uitgenodigd om aanvullende vragen aan haar te stellen, indien daar behoefte aan is. U wordt verzocht de onderstaande vragen aan het Stadstheater te richten. Reactie Stadstheater: Allereerst merken wij op dat het ons verbaast dat de gemeente geen antwoord kan geven op onderstaande vragen. Vanuit haar toezichthoudende en controlerende rol zoals vastgelegd in de subsidieverordeningen dient de gemeente inzicht te hebben in de juridische, fiscale en financiële verhoudingen van het Stadstheater. Zij heeft immers zelf destijds de eis gesteld om de exploitatie van het theater in een aparte vennootschap onder te brengen. Deze vragen zijn ons de afgelopen jaren nooit gesteld, hoewel wij jaarlijks 2 gesprekken hadden met de verantwoordelijk ambtenaar. Ook de CDA-fractie stelt hier een vraag over meer specifiek over de opmerking van BMC in bijlage11 over de rol van de gemeente.
Verder hebben wij drie keer aangeboden om een zogenaamd ‘due diligence’ onderzoek (boekenonderzoek) te laten uitvoeren om juist dit type vragen door een onafhankelijke deskundige partij te laten stellen en hierover te rapporteren om elke twijfel die hierover heerst weg te nemen. Hier is de gemeente niet op ingegaan. Wij zijn verbaasd dat in dit stadium van de besluitvorming over de toekomst van het Stadstheater deze vragen notabene door de raad moeten worden gesteld. Fractie LAS • Klopt het dat er de afgelopen jaren een enorme doorbelasting van kosten zichtbaar is in de jaarrekeningen vanuit Congrescentrum de Hagen richting het Stadstheater? Reactie Stadstheater: Een enorme doorbelasting beschouwen wij als een kwalitatieve opmerking. Enorm ten opzichte van wat? Met het woord ‘enorm’ wordt er gesuggereerd dat de doorbelasting te hoog zou zijn en niet zou kloppen. Hieronder volgt de toelichting: De personeelsleden zijn allemaal in dienst van Congrescentrum De Hagen B.V. en vallen allemaal onder dezelfde CAO. Deze vennootschap loopt ook de risico’s van verzuim, arbeidsongeschiktheid, niet functioneren en ontslag. Van hieruit worden de personeelskosten tegen kostprijs doorbelast aan de andere bedrijfsactiviteiten, zoals de restaurants en het theater. Pagina 20 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
De directe personeelskosten betreffen de bediening in de theaterruimte zelf, de garderobe, de schoonmaak en deels de technici. Deze uren worden geklokt. De indirecte personeelskosten van de overige technici, receptie, marketing, administratie, P&O en directie worden ook doorbelast. Dit gebeurt ook tegen kostprijs o.b.v. een verdeelsleutel die o.b.v. de FTE inzet voor de diverse bedrijfsactiviteiten wordt bepaald. De kostprijs van het personeel betreft het bruto uurloon plus de werkgeverslasten. De grondslagen van de doorbelastingen en de feitelijke doorbelastingen worden door de accountant jaarlijks gecontroleerd. Verder is het belangrijk u te realiseren dat juist door op deze wijze het personeel in te zetten er synergievoordelen worden behaald die bij een standalone theater niet te realiseren zijn, zeker niet in de indirecte sfeer. Daar moet je nl. deze mensen allemaal op de payroll van het theater zetten of extern inhuren. Voor wat betreft de toekomst na renovatie: In het meerjarenbeleidsplan 2022 - 2034 is dit allemaal uitgebreid toegelicht op blz. 25 waarbij een gespecificeerd opgave van de FTE’s over 2024 en 2026 staat. De totale personeelskosten over de afgelopen jaren en de prognose jaren zijn te vinden op o.a. blz. 44 van het plan en de toelichting op de daaropvolgende pagina’s.
Voor de doorbelasting van andere dan personeelskosten verwijzen wij naar de overige antwoorden. •
Klopt het dat de inkoopkosten van de omzet nagenoeg gelijk ligt aan de behaalde omzet? Kunt u dit verklaren?
Reactie Stadstheater: Nee, dat klopt niet en wij kunnen uit deze vraag ook niet afleiden op welk jaar deze opmerking betrekking heeft. De inkoopkosten hebben betrekking op de inkoop van voorstellingen (garantiesommen, partages, auteursrechten, etc.) Dit is ook te vinden in bijlage D van het meerjarenbeleidplan waar de omzet en kosten zijn toegelicht. Het doel is altijd om op de inkoop/verkoop van de programmering zoveel mogelijk quitte te spelen, dat lukt niet altijd. Maar alle andere kosten zijn daarmee nog ongedekt, dus op alleen de inkoop kosten voorstelling zou het theoretisch in de buurt moeten komen, maar de totale kosten dus niet.
•
Klopt het dat anders dan bij theaters die niet in private handen zijn, de (netto) inkomsten uit de verhuur van de theaterzaal – bijvoorbeeld voor congressen en/of zakelijke evenementen – en horeca-inkomsten anders dan het pauzedrankje (nazit), niet toegerekend worden aan de theaterexploitatie van het Stadstheater. Beïnvloedt dit het exploitatieresultaat van de van het Stadstheater in negatieve zin?
Pagina 21 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Reactie Stadstheater: Het percentage commercieel gebruik van het Stadstheater, dat wil zeggen geen culturele voorstellingen is over 2023 3,37%. Bij de horeca opbrengsten de volgende toelichting.: De combinatie van het Stadstheater Almelo en het Theaterhotel biedt een uniek concept voor gasten uit de regio en heel Nederland. Door middel van de hotelfunctie realiseren we dat gasten uit alle uithoeken naar het Stadstheater komen om van de cultuur en de binnenstad te genieten. Hier profiteert de gehele stad van. Gasten kunnen bij het Theaterhotel voor de voorstelling dineren en achteraf een drankje drinken. De gasten in het hotel en voor het theater mengen zich in het hotel en restaurant. Alle gasten bevinden zich in dezelfde ruimtes. Het is niet mogelijk om de omzet van bezoekers van het theater afzonderlijk te zien van onze overige gasten. Bovendien eten en drinken vele theaterbezoekers vooraf en achteraf ook bij andere horecagelegenheden in de stad. Deze dragen ook niet bij aan de exploitatie van het theater. Daarnaast zorgt juist de combinatie ook voor extra omzet aan de theaterkant, want een bezoeker uit Gouda zou nooit een kaartje kopen in Almelo als het niet het complete uitje kon zijn. De hotelgast die toevallig toch al in het hotel zit, al helemaal niet. Het zijn de communicerende vaten die juist veel voordeel voor het theater opleveren. Meer dan andersom.
Vrijwel geen enkel theater heeft een goedlopende horeca: het is bekend dat bij de Schouwburg in Hengelo en het Wilmink in Enschede de horeca verlieslatend is. Hengelo kan geen uitbater meer vinden. Feit is dat vrijwel geen enkel theater het begrip nazit in die hoedanigheid echt kent. Verder merken wij op dat de gemeente Almelo ook opbrengsten heeft uit theaterbezoek namelijk de opbrengst parkeergelden. Het beïnvloedt het exploitatieresultaat van het Stadstheater niet in negatieve zin. Ter illustratie: om het jaarlijkse verlies van het Stadtheater terug te verdienen uit de horeca, zou iedere theaterbezoeker minimaal 40 koppen koffie per bezoek moeten nuttigen, inclusief kinderen.
•
Het Stadstheater geeft ca. 80 voorstellingen per jaar en huurt hiervoor de Theaterzaal van het Theaterhotel ( Congrescentrum de Hagen) Wat bedraagt de huur per jaar vanaf 2017 tot heden die het Stadstheater betaald aan Congrescentrum de Hagen voor het gebruik van het theatergebouw?
Reactie Stadstheater: Omdat het een geïntegreerd gebouw is zijn veel van de huisvestingslasten gemeenschappelijk, zoals OZB, waterschapslasten, rioolrecht, gemeentelijke Pagina 22 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
lasten, brand-, opstal en aansprakelijkheidsverzekeringen, brandmelding, nachtbewaking, onderhoudscontracten, financieringsrente van het totale pand, etc. De huur (een betere bewoording zou zijn een pro rata doorbelasting van gemeenschappelijke kosten) dient ter dekking van deze door het Theaterhotel verantwoorde gezamenlijke kosten. In 2017 bedroeg de ‘huur’ EUR 319k, in 2018 EUR 299k, in 2019 EUR 300k en 2020 EUR 320, in 2021 EUR 207k, in 2022 EUR 213k en in 2023 213k. De lagere ‘huur’ in de laatste jaren heeft te maken met de Corona periode en lagere kosten (die hierboven zijn toegelicht) Na de renovatie zullen in elk geval de financieringslasten rechtstreeks drukken op de exploitatie van het Stadstheater door de nieuwe lening (zie punt 1). Bovendien hebben we bij de uitwerking van het Meerjarenplan medio 2022 de kosten heroverwogen en zullen bijv. brand-, opstal en aansprakelijkheidsverzekeringen dalen door nieuwe voorziening in het theater. Daarom zijn de door te belasten kosten op EUR 113.000 begroot, circa 50% van de kosten in het verleden. •
Wie is de registeraccountant van het Stadstheater?
Reactie Stadstheater: BDO Accountants t/m 2010. Vanaf boekjaar 2011 t/m 2020 Baker Tilly (Berk) Accountants. En vanaf boekjaar 2021 is het MBM Accountants. •
Het Stadstheater geeft aan dat zij een losse fiscale juridische eenheid zijn en los staan van de overige ondernemingen. Klopt dit wel aangezien het Stadstheater gezamenlijk met andere bedrijven binnen dezelfde holding, verantwoordelijk zijn voor de af te dragen vennootschapsbelasting?
Reactie Stadstheater: Het Stadstheater Almelo B.V. staat juridisch los van de overige ondernemingen maar fiscaal niet. Zie antwoord dat hierna volgt. •
Klopt het dat de overige bedrijven binnen de holding, fiscale voordelen genieten door de verlieslatendheid van het Stadstheater binnen dezelfde holding?
Reactie Stadstheater: HaHo Holding B.V. en haar 100% dochtervennootschappen (dus inclusief Stadstheater Almelo B.V.) maken deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, zoals te doen gebruikelijk in Nederland bij Pagina 23 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
groepsstructuren. Dit is om verliezen bij de ene vennootschap binnen het jaar te kunnen compenseren met winsten in de andere vennootschap(pen). Zoals toegelicht heeft het Theaterhotel t/m 2022 alle verliezen van het Stadstheater afgedekt. Over 2023 gaat dit nog door. Er is in de periode 1996 t/m 2021 door de groep cumulatief geen vennootschapsbelasting betaald. Zoals zichtbaar in de jaarrekeningen en bevestigd door de accountant is, in de jaren dat dit van toepassing was, de vennootschapsbelastinglast of bate conform de wet op de jaarrekening aan de vennootschappen toegerekend.
•
Wat wordt er bedoeld met ‘’door de relatie met Congrescentrum De Hagen BV bestaat er de mogelijkheid om via agiostorting toe te werken naar een geschoonde balans voor Stadstheater Almelo BV ’’?
Reactie Stadstheater: Stadstheater Almelo B.V. heeft van 2013 t/m 2021 EUR 4,1 miljoen aan verliezen geleden. De oorzaak hiervan is bekend. Dit is per eind 2023 opgelopen tot EUR 4,8 miljoen. Deze verliezen zijn gefinancierd door het Theaterhotel middels een lening en een rekening-courant verhouding, omdat het Stadstheater haar kosten niet kon betalen. Als dit niet was gebeurd was Stadstheater Almelo B.V. allang failliet verklaard. Het Theaterhotel heeft voorgesteld het negatieve eigen vermogen op minimaal nihil te brengen door de vordering op het Stadstheater om te zetten in agio, dit is een juridische term voor versterking van het eigen vermogen. Feitelijk neemt zij hiermee juridisch definitief afscheid van haar tot EUR 4,8 miljoen opgelopen vordering en de opgelopen verliezen t/n 2023 voor haar rekening. Het doel hiervan is om bij de start van de investeringen het aangaan van de lening met een schone lei te beginnen. NB: Het Stadstheater heeft landelijk gezien in vergelijking met andere theaters een zeer goede bezetting, anders waren de verliezen nog hoger geweest.
Fractie CDA • Huur theaterzaal. Zie BMC-rapport, pagina 20: Anders dan bij theaters die niet in private handen zijn, worden de (netto) inkomsten uit de verhuur van de theaterzaal - bijvoorbeeld voor congressen en/of zakelijke evenementen - en horeca-inkomsten anders dan het pauzedrankje (nazit), niet toegerekend aan de theaterexploitatie. Dit beïnvloedt het exploitatieresultaat van de theaterfunctie in negatieve zin. En daarmee heeft het Stadstheater Almelo bv ook een afwijkend businessmodel ten opzichte van de 'publieke schouwburgen'. In hoeverre kunnen wij nu spreken over een inzichtelijk exploitatieresultaat als niet alle opbrengsten worden meegenomen? Pagina 24 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Reactie Stadstheater: Zie vorige beantwoording •
Wat is de huur van de theaterzaal per kalenderjaar vanaf 2017?
Reactie Stadstheater: Zie vorige beantwoording.
Pagina 25 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Bijlage 1 Eigendomsverhoudingen Stadstheater (kadastraal) Adres Betreft
Eigenaar tot 15-12-2023
Schouwburgple in ongenummerd
Stadstheater/Theaterhotel (buitenruimte aan de voorzijde met inrit parkeergarage, fietsenstalling, etc.)
Exploitatiemaatschap pij Hammink Almelo B.V.
Stadstheater/Theaterhotel
(Stad Almelo B 12345) Schouwburgplein 1 Grotestraat 100 Grotestraat 100A (Stad Almelo B 11509) Schouwburgplein 3 Schouwburgplein 5 Schouwburgplein 7 Schouwburgplein 9 (Stad Almelo B 10726 + Ambt Almelo F 3576) Pagina 26 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
(theater met restaurant en hotel, inclusief terras richting Grotestraat) Stadstheater/Theaterho tel (zalen en hotelgedeelte linkerzijde)
Eigenaar vanaf 15-122023 op basis van fusie HaHo Holding B.V.
Beperkte rechten
Exploitatiemaatschap pij Hammink Almelo B.V.
HaHo Holding B.V.
Opstalrecht Coteq Aantekening monumentale status Erfdienstbaarheid van weg richting Grotestraat en voor laden/lossen richting Hagenborgh
Exploitatiemaatschap pij Hammink Almelo B.V.
HaHo Holding B.V.
Kwalitatieve verplichting nutsvoorzieningen/openbare verlichting gemeente
Grotestraat 102 Grotestraat 102A (Stad Almelo B 8901)
Pagina 27 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Tapasrestaurant Solera
Exploitatiemaatschap pij Hammink Almelo B.V.
HaHo Holding B.V.
Aantekening monumentale status
Hypotheken Hieronder is het hypotheekrecht weergegeven dat gevestigd is op de eigendommen (gevestigd op 21 december 2023) Bedrag Hoofdsom € 25.000.000,Rente, boeten, kosten, premies € 10.000.000,Totaal € 35.000.000,-
Bank ING Bank
Kredietnemer HaHo Holding B.V. als vertegenwoordiger van EsTHAr Holding B.V. en Hihaholding B.V.
Onderpand
Congrescentrum De Hagen Groothandel Hammink B.V. Restaurant Dock 19 B.V. Tapasrestaurant Solera B.V.
Schouwburgplein 3, 5, 7 en 9 B-10726
Grotestraat 102 en 102a B-8901
Bedrijfspand Fortstraat Hofstraat F-3576 Grotestraat 100, 100a en Schouwburgplein 1 B-11509 Schouwburgplein parkeerterrein B-12345
Pagina 28 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
Bijlage 2 Uitwerking behorende bij de grafieken op pagina 7 van de memo “beantwoording schriftelijke vragen Stadstheater” Scenario A en B Lineaire hypotheek hoofdsom rente
jaar € 18.023. 000 5%
afschrijving (jaren)
15
Indicatief percentage indexatie
3%
Pagina 29 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
restant hoofdso
ren te
afloss ing
1 € 18.023.0 € 901.1 € 1.201. € 00 50 533 2 € 16.821.4 € 841.0 € 1.201. € 67 73 533 3 € 15.619.9 € 780.9 € 1.201. € 33 97 533 4 € 14.418.4 € 720.9 € 1.201. € 00 20 533 5 € 13.216.8 € 660.8 € 1.201. € 67 43 533 6 € 12.015.3 € 600.7 € 1.201. € 33 67 533 7 € 10.813.8 € 540.6 € 1.201. € 00 90 533 8 € 9.612.26 € 480.6 € 1.201. € 7 13 533 9 € 8.410.73 € 420.5 € 1.201. € 3 37 533 10 € 7.209.20 € 360.4 € 1.201. € 0 60 533 11 € 6.007.66 € 300.3 € 1.201. € 7 83 533 12 € 4.806.13 € 240.3 € 1.201. € 3 07 533 13 € 3.604.60 € 180.2 € 1.201. € 0 30 533 14 € 2.403.06 € 120.1 € 1.201. € 7 53 533 15 € 1.201.53 € 60.0 € 1.201. € 3 77 533 € € 18.023. € 000 7.209.2 00
totaal Programmasubsidie Totaal investeringssubsidie + met indexatie per jaar rente 2.102.683 € 1.050.000,00 € 3.152. 683 2.042.607 € 1.982.530 € 1.922.453 € 1.862.377 € 1.802.300 € 1.742.223 € 1.682.147 € 1.622.070 € 1.561.993 € 1.501.917 € 1.441.840 € 1.381.763 € 1.321.687 € 1.261.610 € 25.232.200 €
1.081.500,00 € 3.124. 107 1.113.945,00 € 3.096. 475 1.147.363,35 € 3.069. 817 1.181.784,25 € 3.044. 161 1.217.237,78 € 3.019. 538 1.253.754,91 € 2.995. 978 1.291.367,56 € 2.973. 514 1.330.108,59 € 2.952. 179 1.370.011,84 € 2.932. 005 1.411.112,20 € 2.913. 029 1.453.445,56 € 2.895. 286 1.497.048,93 € 2.878. 812 1.541.960,40 € 2.863. 647 1.588.219,21 € 2.849. 829 19.528.859,58 € 44.761. 060
Scenario C Lineaire hypotheek hoofdsom
jaar € 6.000.000
rente
5%
afschrijving (jaren)
10
Indicatief percentage indexatie
3%
Pagina 30 van 30 INT - 2490780 DCS - 2382094
restant rente aflossing totaal investeringssubsidie + Programmasubsidie Totaal hoofdsom rente met indexatie per jaar 1 € € 300.0 € 600.0 € 900.000 € 1.050.000,00 € 1.950. 00 00 000 6.000.0 00 2 € € 270.0 € 600.0 € 870.000 € 1.081.500,00 € 1.951. 00 00 500 5.400.0 00 3 € 4.800.0 € 240.0 € 600.0 € 840.000 € 1.113.945,00 € 1.953. 00 00 00 945 4 € 4.200.0 € 210.0 € 600.0 € 810.000 € 1.147.363,35 € 1.957. 00 00 00 363 5 € 3.600.0 € 180.0 € 600.0 € 780.000 € 1.181.784,25 € 1.961. 00 00 00 784 6 € 3.000.0 € 150.0 € 600.0 € 750.000 € 1.217.237,78 € 1.967. 00 00 00 238 7 € 2.400.0 € 120.0 € 600.0 € 720.000 € 1.253.754,91 € 1.973. 00 00 00 755 8 € 1.800.0 € 90.00 € 600.0 € 690.000 € 1.291.367,56 € 1.981. 00 0 00 368 9 € 1.200.0 € 60.00 € 600.0 € 660.000 € 1.330.108,59 € 1.990. 00 0 00 109 10 € 600.000 € 30.00 € 600.0 € 630.000 € 1.370.011,84 € 2.000. 0 00 012 € € 6.000. € 7.650.000 € 12.037.073,28 € 19.687. 000 073 1.650.0 00