20240222 G. Cornelisse - Het dossier Stadstheater
Tekst van het document
Dames en heren van de gemeenteraad Almelo,
Het dossier Stadstheater/Theaterhotel nadert haar ontknoping. U neemt binnenkort een beslissing over de toekomst van een fysiek podium in haar stad. Vele varianten zijn voorbijgekomen. Er is al veel over gezegd, gesproken en gefluisterd. Het is niet aan mij, niet aan de publieke opinie, zelfs niet aan het bestuur van de stad om deze keuze te maken. Het is aan u. Dat is al moeilijk genoeg en vraagt veel van u. Wijsheid en redelijkheid staan daarbij voorop. In het hele discours mis ik echter een paar zaken. Ik kwam als Amsterdammer, gepokt en gemazeld in de cultuur van de randstad, in aanraking met de cultuur van Almelo. De productie Van Katoen en Nu was voor mij een openbaring. Na mijn volkomen verkeerde, maar optimistische interpretatie van “joa, joa” beleefde ik een godswonder. Een hele gemeenschap deed mee aan een project. Het werd gedragen en gecreëerd met liefde, aandacht van de samenleving in de meest brede zin van het woord. Iedereen naar eigen draagkracht en energie. Van graaf tot gevangenisbewoner. Mijn ervaring in de afgelopen vijftien jaar is: dat kan zo alleen in Almelo. De bevolking kent elkaar, respecteert elkaar en heeft iets voor elkaar over. Niet tegen elkaar, maar met elkaar. Het stadsmuseum Huis van Katoen en Nu en een op breed Twente gericht vrijwilligerslegioen is daar het bewijs van. Een stad met de menselijke maat. Nogmaals. Iedereen deed mee.
En naast de initiatiefnemers was het de familie Hammink die de kar trok. Niet alleen financieel, door om niet het eten te leveren, maar ook door er met de hele familie, vader moeder en de kinderen, elke avond te staan en te genieten van wat alles te weeg bracht. Met de hand op mijn hart durf ik te zeggen dat er niets verdiend is, dat er niets aan de strijkstok is blijven hangen. Dat er geen strijkstok was. En dat niet één keer, maar ook alle community projecten daarna. Van het Verzet Kraakt tot Van Katoen en Water en alle initiatieven tussendoor. Het is zelfs zo dat het Theaterhotel samen met het Wilminktheater Enschede en Metropool Hengelo het financiële risico nam voor voorstellingen als STORK en Het Verzet Kraakt. Dat heeft geleid tot samenwerking op velerlei gebied zoals een Twentse Theaterkassa in wording. Diverse producties rond kersttijd zijn op eigen initiatief van het Theaterhotel en voor eigen risico geproduceerd. Met amateurs en liefhebbers uit de gemeenschap. Dat is de kracht van het Stadstheater, de kracht van Almelo, maar ook de kracht van haar inwoners. De Hamminks zijn geen voorbijgangers, maar een fundamenteel onderdeel van de Almelose samenleving. Zoals dat hier zo mooi genoemd wordt: noabers. Het is niet waar en zelfs oneerbaar om deze familie weg te zetten als graaiers. Mijn ervaring is het tegendeel.
Daar komt bij dat het een misverstand is dat het Theaterhotel kan terugvallen op het “grote” van der Valk concern. Het is slechts een zelfstandige entiteit, een soort franchise. Niet
vreemd in onze samenleving. Ook de McDonalds, de Jumbo en de AH kennen deze constructies. Zo zou de raad het in mijn ogen ook moeten beschouwen. Dan maak ik graag nog een opmerking over allerlei aannames over de exploitatie van een theater. In mijn vijfenveertigjarige carrière als theaterproducent en ook als veelvuldig en regelmatig adviseur van theaters kan ik u vertellen dat er niet een theater bestaat dat geld kan verdienen aan haar horeca-activiteiten. Deze zijn altijd servicegericht en maximaal kostendekkend. Uitzonderingen zijn popzalen en theaters waar slechts seriebespeling geldt. Maar dat is hier niet het geval. Theaterproducenten en artiesten komen graag spelen in Almelo. Niet om de primaire (er wordt stevig onderhandeld over uitkoopsom en garantie), maar om de secundaire arbeidsvoorwaarden. Een warme ontvangst. Een drankje en een hapje en een bed als het toch weer laat wordt. Binnen de podiumkunsten noemen ze dat geen noaberschap. Maar dat is het wel. Hopelijk komt u met een oplossing die recht doet aan het Almelo dat ik ken en waar ik mij thuis voel.
Gerard Cornelisse Theaterproducent