20231124 3e wijziging APV - Memo voor gemeenteraad namens burgemeester
Tekst van het document
MEMO BEHOREND BIJ RAADSVOORSTEL Van Aan: Datum: Bijlage:
M.M. van ’t Veld, burgemeester van Almelo de gemeenteraad 24 november 2023 Doorlopende tekst voorgestelde wijzigingen APV (bijlage 4 bij raadsvoorstel)
Inleiding De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is de bekendste gemeentelijke verordening. Het doel van de APV is de gemeente net, leefbaar en veilig te houden. De APV van de gemeente Almelo was al geruime tijd niet meer op orde. Gelet op het grote aantal aanpassingen dat noodzakelijk was om de APV weer op orde te krijgen, is besloten om dit in drie stappen te doen. In 2021 is de APV voor het eerst integraal geactualiseerd vastgesteld. Een tweede wijziging volgende in 2022 en nu (november 2023) volgt de derde wijziging. Op 21 november 2023 heeft een oordeelsvormende raadsvergadering plaatsgevonden waarin het raadsvoorstel ‘Derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021’ behandeld is. Tijdens de raadsvergadering bleek dat er veel vragen zijn over de voorgestelde wijzigingen. In deze memo wordt daarom nader ingegaan op de uitleg en context van de voorgestelde wijzigingen. Daarnaast wordt nader uitgelegd welke voorgestelde wijzigingen de huidige situatie daadwerkelijk zullen veranderen. Daaropvolgend wordt, per onderwerp, antwoord gegeven op de door uw raad gestelde vragen. Tot slot wordt, op verzoek van meerdere raadsleden, een doorlopende tekst van de APV aangeboden waarin de voorgestelde wijzigingen verwerkt zijn. Alle tekst die geel gearceerd is, zijn voorgestelde wijzigingen.
Deze doorlopende tekst wordt als bijlage 4 toegevoegd aan het raadsvoorstel. Welke wijzigingen worden voorgesteld? Hieronder volgt een categorische toelichting op de wijzigingen van de APV. Allereerst wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën wijzigingen: Categorie 1. (Taal) technische wijzigingen In een aantal artikelen zijn tekstuele wijzigingen doorgevoerd (bijvoorbeeld ‘betoging’ wordt ‘manifestatie’ in artikel 2:3 (om aan te sluiten bij de terminologie van de Wet openbare manifestaties) of ‘inrichting wordt ‘openbare inrichting in artikel 2:29a en 2:29b), maar ook technische wijzigingen. Hierbij valt te denken aan foutieve verwijzingen naar wet- en regelgeving (bijvoorbeeld artikel 2:24, eerste lid, onder f of artikel 2:75), onvolledige verwijzingen naar wet- en regelgeving (bijvoorbeeld artikel 2:25k), maar ook het verwijderen van artikelen vanwege strijd met hogere wet- en regelgeving (artikelen 2:26e en 5:10). Tot slot zijn een aantal bepalingen verplaatst. De vrije inkijk in openbare inrichtingen stond eerst opgenomen als weigerings- en intrekkingsgrond en wordt nu opgenomen als afzonderlijk artikel (artikel 2:29c). Het is daarmee een gebodsbepaling geworden, waardoor een eerste overtreding niet direct leidt tot schorsing of intrekking van de exploitatievergunning. Zo stond het voorheen wel in de APV.
Dat het verboden is om bij een evenement de openbare orde te verstoren (artikel 2:26) stond tweemaal in de APV, daarom wordt voorgesteld te volstaan met één vermelding van dit verbod (artikel 2:25k, eerste lid).
Categorie 2. Wijzigingen ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking. Het omgevingsrecht stond voorheen in 26 verschillende wetten en wordt straks gebundeld in één wet: de Omgevingswet. Om te anticiperen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt -op advies van de VNG- voorgesteld om artikel 2:25, derde lid toe te voegen. Het gaat hierbij om situaties waarin naast een evenementenvergunning (bevoegd bestuursorgaan de burgemeester) ook een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd/verleend, bijvoorbeeld voor een bouwwerk (bevoegd bestuursorgaan het college van burgemeester en wethouders). In die situaties is de burgemeester het coördinerend bestuursorgaan. Categorie 3. Nieuwe artikelen die veranderingen teweeg brengen Er wordt voorgesteld om een aantal nieuwe artikelen toe te voegen die veranderingen teweeg zullen brengen. Het gaat daarbij om de volgende artikelen: - Verbod op het dragen van een vermomming (artikel 2:1a); - Het systeem hoe je als straatartiest een melding moet doen (artikel 2:9, tweede t/m zesde lid); - Verbod op slapen op of aan de weg (artikel 2:13).
De ontheffingsmogelijkheden zijn uitgelegd in de toelichting op dit artikel (bijlage 3); - Gevaar door houtopstand (artikel 2:15a); - Dat eenieder verplicht is om op bevel van een ambtenaar (gemeente, politie of brandweer), in het belang van handhaving van de openbare orde en openbare veiligheid, moet begeven naar een aangegeven plaats of buiten de gemeentegrenzen (artikel 2:26g, tweede lid); - Het verruimen van de sluitingstijd van de openbare inrichtingen in de nacht van Oudejaarsdag op Nieuwjaarsdag van 04.00 uur naar 05.00 uur (artikel 2:29). Categorie 4. Nieuwe en gewijzigde artikelen die geen veranderingen teweeg brengen Er wordt voorgesteld om een aantal artikelen toe te voegen/te wijzigen die de huidige praktijk vastleggen in regelgeving. Deze wijzigingen brengen dus géén veranderingen teweeg, maar leggen vast hoe in de praktijk al gehandeld wordt.
Het gaat daarbij om de volgende artikelen: - Het vastleggen van een definitie van ‘straatartiest’ (artikel 2:8); - Het verbod om een evenement te organiseren als de burgemeester een verbod heeft uitgevaardigd (artikel 2:25e, tweede lid); - De eindtijd van evenementen (artikel 2:25g, onder a); - Het vastleggen van een definitie van ‘risicowedstrijd’, ‘veiligheidsverklaring’ en ‘voetbalwedstrijd’ (artikel 2:26a onder b, c en d); - Dat een voetbalvergunning verleend kan worden voor meerdere wedstrijden en dat voor risicowedstrijden een afzonderlijke voetbalvergunning wordt verleend (artikel 2:26b, derde en vierde lid); - Dat het verboden is een voetbalwedstrijd te houden of te laten plaatsvinden wanneer de burgemeester een verbod heeft uitgevaardigd (artikel 2:26f, derde lid); - Daar waar een voetbalvergunning betrekking heeft op meerdere wedstrijden, een voorschrift, beperking, verbod, weigering, intrekking of schorsing betrekking kan hebben op meerdere wedstrijden (artikel 2:26f, tweede lid, artikel 2:26h, derde lid en artikel 2:26i, derde lid); Pagina 2 van 9
-
-
-
-
-
Dat als een voetbalvergunning voor meerdere wedstrijden is verleend, de voetbalvergunning gedeeltelijk vervalt, als de organisator heeft aangegeven dat de voetbalwedstrijd niet meer zal gaan plaatsvinden (artikel 2:26j, tweede lid); Dat eenieder verplicht is om op bevel van een ambtenaar (gemeente, politie of brandweer), in het belang van handhaving van de openbare orde en openbare veiligheid, moet begeven naar een aangegeven plaats of buiten de gemeentegrenzen (artikel 2:26g, tweede lid); Dat de burgemeester een voetbalvergunning kan weigeren, schorsen of intrekken als de veiligheidsverklaring niet is afgegeven of is ingetrokken (artikel 2:26h, eerste lid en artikel 2:26i, eerste lid onder a). Dat een terras onmiddellijk moet aansluiten aan de gevel van het pand waarin de openbare inrichting is gevestigd of in de onmiddellijke nabijheid (artikel 2:28, tweede lid); Om het onderscheid te verduidelijken tussen het verlenen van een gewijzigde of nieuwe exploitatievergunning (horeca/seksbedrijven) en het verlenen van een gewijzigd aanhangsel met leidinggevenden (horeca) of beheerders (seksbedrijven). Dit betreffen de artikelen 2:28d, 2:28e, 3:8 en 3:9; en In welke gevallen een terras moet worden verwijderd (artikel 2:29d).
Technische beantwoording vragen op onderwerpniveau Hieronder volgt de beantwoording van de vragen die tijdens de raadsvergadering zijn gesteld door uw raad. Aantal en noodzaak van de wijzigingen Een aantal van uw raadsleden heeft aangegeven dat het raadsvoorstel veel wijzigingen omvat en heeft zich afgevraagd waarom de wijzigingen noodzakelijk zijn. Vooropgesteld wordt dat de APV een omvangrijke verordening is. Daarom is het wenselijk om jaarlijks alle artikelen onder de loep te nemen. Het merendeel van de artikelen wordt dagelijks gebruikt, waardoor men in de praktijk soms tegen omissies, onvolledigheden, onjuistheden of gebreken aanloopt. Het merendeel van de wijzigingen betreft dergelijke (taal) technische wijzigingen (categorie 1 van de wijzigingen). Ook kan het noodzakelijk zijn om wijzigingen door te voeren omdat de praktijk daarom vraagt, de landelijke wetgever of de rechtspraak uw raad dat opdraagt. Het aantal wijzigingen dat daadwerkelijk veranderingen teweeg zal brengen, is beperkt (categorie 3 van de wijzigingen). Vermomming Op verzoek van de politie is voorgesteld om een verbodsbepaling toe te voegen op het dragen van een vermomming, evenals een verplichting om zich op eerste vordering van een politieambtenaar of toezichthouder van die vermomming te ontdoen.
Door een verbod op het dragen van een vermomming in de APV op te nemen kunnen politieambtenaren of toezichthouders personen eerder uit de anonimiteit halen, dus nog voordat strafbare feiten (kunnen) worden gepleegd. Het verbod heeft daarmee vooral een preventief karakter. Daarnaast heeft het verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding ook een positieve uitwerking op de veiligheidsbeleving, aangezien de aanblik van personen met bivakmutsen, maskers en hoodies in combinatie met shawls zeer intimiderend overkomt op omstanders. Door de wijze waarop het artikel is geformuleerd, bestaat er geen strijdigheid met de Grondwet (recht op vrijheid van geloofsovertuiging of recht op vergadering en betoging). De reikwijdte van de Pagina 3 van 9
verbodsbepaling (eerste lid) is beperkt tot openbare plaatsen. De verbodsbepaling geldt niet in een aantal gevallen, die zijn opgesomd in het derde lid (onder a, b en c). Er is ervoor gekozen om alleen feestdagen te benoemen waarop het merendeel van de aanwezigen/bezoekers een vermomming draagt. Daarom zijn de Kerstdagen en Sinterklaas niet benoemd bij de uitzonderingen. De verplichting om zich van een vermomming te ontdoen (tweede lid) geldt uitsluitend bij wanordelijkheden of als ernstig gevaar voor wanordelijkheden dreigt. Door het toevoegen van het derde lid onder b bestaat er geen strijdigheid met hogere wetgeving (Wet gedeeltelijke verbod gezichtsbekkende kleding). De politie bepaalt in beginsel wanneer er sprake is van (dreiging van) ernstige wanordelijkheden. Wanneer iemand weigert om zich aan een dergelijk bevel van een ambtenaar te voldoen (tweede lid), handelt hij strafbaar op grond van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. Digitale ordeverstoring Hoewel de wijziging in artikel 2:1c (voorheen artikel 2:1b) uitsluitend ziet op de nummering van het artikel en niet op de inhoud, zal ik hieronder uw inhoudelijke vragen beantwoorden. De reikwijdte van artikel 2:1c (voorheen artikel 2:1b) is beperkt tot oproepen die kunnen leiden tot fysieke verstoring van de openbare orde.
Het gaat pertinent ook niet om een inperking van grondrechten, zoals bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting of het recht om te demonstreren. Dat laatste kan ook niet: een APV kán grondrechten immers niet beperken. Eenieder mag zijn gedachten, gevoelens en ongenoegen uiten over allerlei zaken, maar dit betekent niet dat er opgeroepen mag worden om te gaan plunderen, bedreigingen te uiten of op te roepen tot geweld. Rechten staan vrijwel altijd in relatie tot andere rechten en belangen, waaronder het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten of de bescherming van de rechten van anderen. Die rechten en belangen moeten altijd tegen elkaar afgewogen worden. Dat is maatwerk, gebaseerd op een uiterst zorgvuldige beoordeling en onderbouwing. Waarbij uiteindelijk de rechter in een concreet geval beoordeelt of een besluit van een burgemeester terecht is en op de goede gronden genomen. Op 3 februari 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland een last onder dwangsom voor online oproepen tot ongeregeldheden als onrechtmatig beoordeeld. In die zaak heeft de burgemeester van Utrecht een artikel aan haar last onder dwangsom ten grondslag gelegd die duidelijk bedoeld was voor de fysieke leefomgeving. Onder meer om die reden heeft de rechtbank de dwangsom onrechtmatig geacht. De burgemeester van Utrecht is tegen de uitspraak van de rechtbank MiddenNederland in hoger beroep gegaan.
Almelo heeft ervoor gekozen om eerst een wettelijke bepaling te creëren: vanuit het oogpunt van rechtsstatelijkheid en gelet op de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland een pré. Het artikel in de APV heeft als doel om eerder, tijdig en preventief tegen dit soort online oproepen te kunnen optreden om zo ernstige ordeverstoringen te voorkomen (preventief). Tot op heden heeft geen rechter zich nog over de juridische houdbaarheid van artikel 2:1c uitgelaten. Artikel 2:1c is dus ook niet onverbindend. Ook de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland is zijn geheel niet toepasbaar op de Almelose situatie. In die zaak ging het immers om het opleggen van een dwangsom zonder wettelijke bepaling, terwijl de APV van Almelo wel een wettelijke bepaling kent. Pagina 4 van 9
Slapen op of aan de weg Dit artikel verbiedt het gebruik van de weg als slaapplaats. Deze bepaling is opgenomen om met name overlast en hinder tegen te gaan. De aard van deze bepaling is dat, in het geval van excessen, de APV een handvat biedt om op te treden. In de huidige situatie kan niet opgetreden worden tegen het gebruik van de weg als slaapplaats terwijl dat in de praktijk als gemis wordt ervaren. Ook acht het college het onwenselijk dat personen zonder vaste woon- en verblijfplaats de weg gebruiken als slaapplaats. Voorop wordt gesteld dat niemand op straat hoeft te slapen. Voor personen zonder vaste woon- en verblijfplaats is er plaats in de nachtopvang. Hier wordt een veilige slaapplaats geboden en is er gelegenheid om te douchen en kleding te wassen. In de ochtend is er mogelijkheid voor een ontbijt. Wat betreft vrachtwagenchauffeurs is het beeld dat er binnen de gemeentegrenzen van Almelo nauwelijks chauffeurs overnachten. Indien dit wel gebeurt is dit over het algemeen op afgelegen locaties zonder sociale controle of voorzieningen. Het college acht dat onwenselijk (ook voor de veiligheid en het welzijn van de chauffeurs zelf). Wat betreft het nachtvissen is het kamperen nu al op grond van artikel 4:18 van de APV verboden. Het voorgestelde artikel brengt daar geen verandering in.
Evenementen Dat een evenement georganiseerd mag worden tot 01.00 uur staat op dit moment opgenomen in het ‘Uitvoeringsbeleid evenementen’ (ook wel genoemd: evenementenbeleid), door de raad vastgesteld in 2016. Aangezien de burgemeester het bevoegde bestuursorgaan is om een evenementenvergunning te verlenen en in de APV de spelregels voor het organiseren voor evenementen zijn vastgelegd (afdeling 7), wordt voorgesteld om ook de eindtijd van evenementen daarin vast te leggen (artikel 2:25g, onder a). Eindtijden voor het schenken van alcoholhoudende drank mogen niet geregeld worden in de APV (daarop is de Alcoholwet van toepassing). Samenloop tussen evenementenvergunning en omgevingsvergunning Als voor een activiteit zowel een evenementenvergunning als een omgevingsvergunning is vereist, adviseert de VNG om de afhandeling te vergemakkelijken door duidelijkheid te geven over hoe wordt omgegaan met samenloop tussen de twee vergunningen. Daarom adviseert de VNG om in de APV te regelen dat de burgemeester het coördinerend bestuursorgaan is. Hiermee wordt de coördinatieregeling uit afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing verklaard. Een voorbeeld van een situatie waarin naast een evenementenvergunning ook een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden is een evenement waarbij een podium geplaatst wordt.
Voor een omgevingsvergunning kunnen twee voorbereidingsprocedures van toepassing zijn: - de reguliere voorbereidingsprocedure (beslistermijn = 8 weken); - de uitgebreide voorbereidingsprocedure (beslistermijn = 6 maanden), ook wel bekend als de ‘uniforme openbare voorbereidingsprocedure’ (uov). Uitgangspunt is dat de reguliere procedure op omgevingsvergunningen van toepassing is. De uov is alleen bij uitzondering van toepassing, indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald. Denk hierbij aan wijzigingen aan een Rijksmonument of mijnbouwwerk. De uitgebreide voorbereidingsprocedure zal in de praktijk nooit op een aanvraag voor het bouwen Pagina 5 van 9
van een bouwwerk voor een evenement van toepassing zijn. Daarom is de discussie over eventuele inspraak in dit geval overbodig. Voetbalartikelen Een voetbalwedstrijd georganiseerd door Heracles Almelo is een evenement in de zin van artikel 2:24, eerste lid, maar is uitgezonderd van de toepassing van afdeling 7. Voor het organiseren van een voetbalwedstrijd is een afzonderlijke evenementenvergunning vereist (ook wel genoemd: voetbalvergunning), hetgeen geregeld is in afdeling 7a. Deze afdeling voorzag in artikelen over begripsbepalingen, de vergunningplicht en een aantal specifieke voetbal gerelateerde artikelen (onnodig ophouden, bestuurlijke ophouding en een individueel stadionomgevingsverbod). Deze afdeling bevatte geen artikelen over de procedure van het aanvragen van een voetbalvergunning. Daarom zijn deze artikelen één op één overgenomen uit afdeling 7. Daarnaast zijn er een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd die specifiek zijn toegespitst op voetbalwedstrijden. Deze bepalingen zijn niet overgenomen uit afdeling 7. Het gaat daarbij om: - Definities van ‘risicowedstrijd’, ‘veiligheidsverklaring’ en ‘voetbalwedstrijd’ (artikel 2:26a onder b, c en d); - Dat een voetbalvergunning verleend kan worden voor meerdere wedstrijden en dat voor risicowedstrijden een afzonderlijke voetbalvergunning wordt verleend (artikel 2:26b, derde en vierde lid).
De afgelopen jaren wordt al per seizoenshelft een voetbalvergunning verleend (die dus meerdere wedstrijden omvat) en wordt voor risicowedstrijden een afzonderlijke voetbalvergunning verleend; - Dat het verboden is een voetbalwedstrijd te houden of te laten plaatsvinden wanneer de burgemeester een verbod heeft uitgevaardigd (artikel 2:26f, derde lid); - Daar waar een voetbalvergunning betrekking heeft op meerdere wedstrijden, een voorschrift, beperking, verbod, weigering, intrekking of schorsing betrekking kan hebben op meerdere wedstrijden (artikel 2:26f, tweede lid, artikel 2:26h, derde lid en artikel 2:26i, derde lid); - Dat als een voetbalvergunning voor meerdere wedstrijden is verleend, de voetbalvergunning gedeeltelijk vervalt, als de organisator heeft aangegeven dat de voetbalwedstrijd niet meer zal gaan plaatsvinden (artikel 2:26j, tweede lid); - Dat eenieder verplicht is om op bevel van een ambtenaar (gemeente, politie of brandweer), in het belang van handhaving van de openbare orde en openbare veiligheid, moet begeven naar een aangegeven plaats of buiten de gemeentegrenzen (artikel 2:26g, tweede lid); en - Dat de burgemeester een voetbalvergunning kan weigeren, schorsen of intrekken als de veiligheidsverklaring niet is afgegeven of is ingetrokken (artikel 2:26h, eerste lid en artikel 2:26i, eerste lid onder a).
Indien er geen veiligheidsverklaring wordt afgegeven door de burgemeester, volgt daaruit logischerwijs dat ook de voetbalvergunning, in het belang van de openbare orde en openbare veiligheid, moet worden geweigerd, geschorst of ingetrokken. Dit is geen nieuwe bevoegdheid, aangezien: o De burgemeester op grond van artikel 1:8, eerste lid, van de APV al over de bevoegdheid beschikt om een vergunning te weigeren in het belang van de openbare orde en de openbare veiligheid; Pagina 6 van 9
o
De burgemeester op grond van artikel 1:6, onder b, van de APV al over de bevoegdheid beschikt om een vergunning in te trekken indien dit, op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist (de belangen waarvoor de vergunning is verleend zijn onder meer de openbare orde en de openbare veiligheid).
Net als bij vergunningen ten behoeve van evenementen (niet zijnde betaald voetbalwedstrijden), is het echter wenselijk om ook met betrekking tot de vergunning voor betaald voetbalwedstrijden meer specifieke bepalingen in de APV op te nemen (artikel 2:26h, eerste lid en artikel 2:26i, eerste lid onder a). Daarmee wordt afdeling 7a van de APV (betaald voetbalwedstrijden) verder in lijn gebracht met afdeling 7 van de APV (evenementen) en biedt dit voor belanghebbenden nog meer duidelijkheid. Verder moet worden opgemerkt dat het merendeel van de gemeenten met een betaald voetbalorganisatie (BVO) in hun APV al een vergunningplicht heeft opgenomen voor het houden van voetbalwedstrijden, net als in Almelo al jaren het geval is. Bij de nieuwe begripsbepalingen is aansluiting gezocht bij de begripsbepalingen van andere BVO-gemeenten en de terminologie van de KNVB (bijvoorbeeld bij ‘licentieverklaring’). De voorgestelde wijzigingen zijn niet bijzonder ten opzichte van de bepalingen die andere BVO-gemeenten hebben opgenomen in hun APV. Gelijkluidende artikelen zijn bijvoorbeeld te vinden in de APV van Enschede, de APV van Deventer en de APV van Nijmegen. Zie bijvoorbeeld: - artikel 2:26aa, artikel 2:26ac en artikel 2:26ad APV Enschede 1; - artikel 2:26a APV Deventer 2; - artikel 2:25a en artikel 2:25b APV Nijmegen 3.
De artikelen 2:26m (voorheen artikel 2:26b), 2:26n (voorheen artikel 2:26c) en 2:26o (voorheen artikel 2:26d) stonden al in de APV, maar zijn slechts op onderdelen gewijzigd. Het betreffen (taal) technische wijzigingen en wijzigingen in verwijzingen naar overige artikelen uit de APV. De nieuwe / toegevoegde voetbalartikelen brengen dus geen veranderingen teweeg ten opzichte van de bestaande praktijk en er worden ook geen nieuwe bevoegdheden gecreëerd. Terrassen Allereerst wordt opgemerkt dat de voorgestelde wijzigingen niet vooruitlopen op een terrassenvisie, noch de inhoud of vaststelling van een terrassenvisie doorkruisen. De voorgestelde wijzigingen hebben geen betrekking op de situering of vormgeving van terrassen, noch op sluitingstijden. De wijzigingen hebben uitsluitend betrekking op in welke situaties een exploitatievergunning voor een terras kan worden verleend (artikel 2:28, tweede lid) en op de gegevens die op een
1 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Enschede 2009 | Lokale wet- en regelgeving
(overheid.nl). 2 Algemene plaatselijke verordening Deventer | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). 3 Algemene plaatselijke verordening gemeente Nijmegen | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). Pagina 7 van 9
exploitatievergunning voor een terras staan vermeld (artikel 2:28c, eerste lid, onder k). De voorgestelde toevoeging in artikel 2:28, tweede lid, komt rechtstreeks uit de Alcoholwet. In negen van de tien gevallen wordt naast een exploitatievergunning ook een alcoholvergunning voor een terras aangevraagd en maakt dit criterium dus al onderdeel uit van de toetsing (op grond van artikel 7, derde lid). Om eenheid te creëren wordt daarbij aangesloten in de voorgestelde wijziging van de APV. Op grond van de voorgestelde wijziging is het toegestaan een terras te exploiteren direct aansluitend aan de gevel van het pand waarin de openbare inrichting (horeca) zich bevindt. Terrassen die niet aansluiten aan de gevel, mogen geëxploiteerd worden mits deze in de onmiddellijke nabijheid van de openbare inrichting zijn gelegen. Het is dus niet zo dat een terras altijd direct moet aansluiten aan het pand van de openbare inrichting. De achterliggende bedoeling van deze bepaling is dat een terras zich niet te ver van een openbare inrichting bevindt om zo min mogelijk inbreuk te maken op de openbare orde en openbare veiligheid. Bovendien kan een exploitant in die gevallen onvoldoende toezicht houden op het terras als deze zich te ver van de openbare inrichting bevindt. Wat valt onder “onmiddellijke nabijheid” wordt beoordeeld aan de omstandigheden van het geval.
Hierbij kunnen de exacte ligging van het terras, de weg naar het terras, of het terras zonder omwegen bereikbaar is, de kenbaarheid en de aard van de inrichting een rol spelen, maar ook of de beoogde locatie van het terras de verkeersveiligheid niet in het gevaar brengt, of op de beoogde locatie nog een goed onderhoud en beheer van de weg mogelijk is en of de situering van het terras geen overlast, gevaar, hinder of verontreiniging voor de directe omgeving veroorzaakt. Tot slot moet het terras bedienbaar zijn, dus te belopen voor het personeel. Sluitingstijd in de nacht van Oudejaarsdag op Nieuwjaarsdag Vanwege het bijzondere karakter van de nacht van Oudejaarsdag op Nieuwjaarsdag (ook wel Nieuwjaarsnacht genoemd) wordt voorgesteld om de sluitingstijden in de openbare inrichtingen (horeca) te verruimen. In afstemming met de politie wordt een verruiming van de sluitingstijd van 04.00 uur naar 05.00 uur voorgesteld (artikel 2:29 lid 1a), gelet op de benodigde politiecapaciteit in deze drukste nacht van het jaar. Met deze voorgestelde sluitingstijd wordt ook rekening gehouden met andere belanghebbenden in de binnenstad, namelijk omwonenden van de horeca. Hierdoor bestaat een goed evenwicht tussen de belangen van de horecaondernemers en horecabezoekers enerzijds en het woon- en leefklimaat anderzijds.
Messen en andere voorwerpen als steekwapen Recentelijk heeft de VNG een aantal wijzigingen voor de (model) APV voorgesteld, waaronder een nieuw artikel dat als doel heeft om aantasting van de openbare orde door messen en andere steekwapens (preventief) tegen te gaan en daarmee de veiligheid te bevorderen. 4 Opgemerkt moet worden dat er geen stijging is te zien in het aantal steekincidenten in Almelo waarbij jongeren betrokken zijn, maar er zijn desalniettemin wel in toenemende mate zorgen over jongeren die in Almelo messen of andere steekwapens bij zich dragen. Het toevoegen van het door
4
Via de griffie heeft de gemeenteraad informatie ontvangen inzake het nieuwe model APV-artikel (messenverbod) van de VNG. Pagina 8 van 9
de VNG voorgestelde artikel aan de APV van de gemeente Almelo biedt de mogelijkheid om, in combinatie met een aanwijzingsbesluit, het dragen van steekwapens tegen te gaan in aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven. Het is echter, gelet op de wettelijke taken en bevoegdheden van de burgemeester op het gebied van openbare orde en veiligheid, gewenst om niet het college maar de burgemeester de bevoegdheid te verlenen om openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven aan te wijzen waar het verboden is om messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. Door een aantal van uw raadsleden is benoemd dat er een amendement zal worden ingediend voor een messenverbod. De burgemeester heeft de initiatiefnemer (fractie PVA) een concept amendement aangereikt, dat gebaseerd is op de model bepaling van de VNG, zodat het nog in deze APV wijziging meegenomen zou kunnen worden. Gebruik van lachgas Sinds 1 januari 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet en wordt gekwalificeerd als softdrugs. De Opiumwet is een strafrechtelijk instrument waarin onder meer de verbodsbepalingen zijn opgenomen van middelen die worden genoemd op lijst I (harddrugs) en II (softdrugs) die behoren bij de Opiumwet.
Het is verboden deze middelen te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken, te vervoeren en aanwezig te hebben. Het gebruik van softdrugs is echter niet strafbaar gesteld in de Opiumwet. Voorgesteld wordt daarom om het gebruik van lachgas in de APV te reguleren, in artikel 2:25k, derde lid (bij evenementen), artikel 2:26l, derde lid (bij voetbalwedstrijden), artikel 2:33, derde lid (in openbare inrichtingen) en artikel 3:22, derde lid (in seksinrichtingen). Deze voorgestelde wijzigingen zijn niet in strijd met de Opiumwet, omdat de Opiumwet zich uitsluitend richt op de handel in softdrugs (waaronder lachgas). Vrije inkijk in openbare inrichtingen Voorgesteld wordt de vrije inkijk in openbare inrichtingen (horeca) niet langer op te nemen als gebonden weigeringsgrond (voorheen artikel 2:28d, eerste lid, onder g) en daarmee ook als gebonden intrekking- en schorsingsgrond (onder de werking van artikel 2:28e, eerste lid, onder d), maar als gebodsbepaling (artikel 2:29c). Op grond van de huidige artikelen moet de burgemeester een exploitatievergunning weigeren, intrekken of schorsen als er onvoldoende vrije inkijk in de openbare inrichting is. Dit is te verstrekkend. Daarom wordt voorgesteld om de vrije inkijk als gebodsbepaling op te nemen.
Bij onvoldoende vrije inkijk volstaat de burgemeester bij een eerste overtreding met een bestuurlijke waarschuwing. Dit blijkt uit de beleidsregel ‘Handhavingsmatrix openbare orde en veiligheid gemeente Almelo 2023’. Deze gebodsbepaling is noodzakelijk zodat toezichthouders (gemeente/politie) te allen tijde voldoende vrije inkijk in de openbare inrichting hebben, met name met het oog op handhaving van de openbare orde. Geen connectie tussen vervallen artikel 5:10 APV en vaststellen Wegsleepverordening Desgevraagd wordt aangegeven dat er geen connectie bestaat tussen het laten vervallen van artikel 5:10 van de APV en het vaststellen van de Wegsleepverordening. Het zijn twee verschillende onderwerpen en de twee raadsvoorstellen hebben geen link met elkaar. Pagina 9 van 9