19 Ontwerpbestemmingsplan Heetveldsweg-Baniersweg
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage
Doorkiesnummer
Behandeld door Marieke van Essen
Datum 12 december 2023
Onderwerp Ontwerpbestemmingsplan Heetveldsweg-Baniersweg
Geachte leden van de raad, Hierbij willen wij u op de hoogte stellen van ons besluit om het ontwerpbestemmingsplan ‘Heetveldsweg-Baniersweg’ (NL.IMRO.0141.00157-BP21) gedurende zes weken ter inzage te leggen. De voormalige kantoorlocatie van de woningstichting Sint Joseph aan de Heetveldsweg 1a te Almelo is niet meer in gebruik en verkocht door de woningstichting. Het voornemen is deze locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw, waarbij de bestaande bebouwing volledig wordt gesloopt om 22 grondgebonden koopwoningen in een gedifferentieerd aanbod/woningtype te realiseren.
Het plan draagt bij aan een kwaliteitsverbetering van de wijk Sluitersveld. Op deze inbreidingslocatie worden 22 koopwoningen voorzien. Met onderstaand stedenbouwkundig ontwerp is gekozen voor een ontwerp met 4 levensloopbestendige woningen aan de Baniersweg, 8 levensloopbestendige woningen in het hofje en 10 rijenwoningen aan de zijde van de Heetveldsweg. Hiermee wordt voorzien in een gemixt aanbod waarbij ook specifiek rekening is gehouden met geschikte woningen voor senioren (levensloopbestendig) en/of starters. Naast de invulling met woningen wordt er ook nadrukkelijk rekening gehouden met de realisatie van een prettig woon- en leefklimaat door de inpassing van voldoende ruimte voor groen, waterberging en parkeren.
Pagina 1 van 2 Raad - 2308030 DCS - 2386065
Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk voor het realiseren van de woningen. Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Sluitersveld’ kunnen de woningen niet worden gerealiseerd. Dit omdat ter plaatse van het plangebied hoofdzakelijk de bestemming Kantoor met deels functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – timmerwerkplaats’ geldt. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan ‘Heetveldsweg-Baniersweg’ voorziet in het gewenste juridisch planologische kader om de woningbouw mogelijk te kunnen maken.
Het is een passende ruimtelijke ontwikkeling. Om te bepalen of het initiatief voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening, is het plan beoordeeld aan de hand van de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hieruit volgen geen belemmeringen voor realisatie van het bestemmingsplan.
De herontwikkeling en toevoegen van deze woningen is passend binnen de woonvisie en omgevingsvisie. Door dit initiatief vindt herontwikkeling van de voormalige kantoorlocatie plaats en worden 22 nieuwe koopwoningen gerealiseerd. Deze grondgebonden koopwoningen in het midden segment zijn passend binnen de woningbouwprogrammering, de woonvisie en de omgevingsvisie. Ten behoeve van de realisatie van dit programma is besloten maatwerk te leveren conform ons parkeerbeleid als opgenomen in de “Herschreven beleidsregel parkeernormen Almelo” en wordt een lagere parkeernorm toegepast.
Omwonenden zijn betrokken. Op woensdag 15 november 2023 is in het voormalige kantoorpand aan de Heetveldsweg 1a een inloopbijeenkomst gehouden. De bijeenkomst is bezocht door diverse buurtbewoners. Op het voornemen is positief gereageerd. Tevens zijn er diverse informerende brieven aan de buurt verzonden. Aan de omgevingsdialoog is voldaan.
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Heetveldsweg-Baniersweg’ ligt ter inzage voor een periode van zes weken. Dit bestemmingsplan is te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl Wij informeren u over ons besluit, omdat u op basis van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd bent om het bestemmingsplan vast te stellen. Naar verwachting ontvangt u in het 2 e kwartaal van 2024 een raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
J. Dijkstra
Pagina 2 van 2
M.M. van ’t Veld
Bestemmingsplan Heetveldsweg-Baniersweg NL.IMRO.0141.00157-
Toelichting
NL.IMRO.0141.00157-BP21
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
3
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Inhoudsopgave
T oelichting
2
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
6 6 6 7 7 9
Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Historische ontwikkeling Almelo 2.2 Huidige situatie plangebied
10 10 10
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren
12 12 13
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
17 17 21 27 31
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Fysieke veiligheid
34 34 35 36 37 39 41 42 44 45 47
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
50 50 54
Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
55 55 55 56
Hoofdstuk 8
58
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen 9.4 Participatie
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
59 59 59 60 60
4
NL.IMRO.0141.00157-BP21
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
5
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de voormalige kantoorlocatie van de woningstichting Sint Joseph, gelegen tussen de Heetveldsweg en de Baniersweg in Almelo. Deze kantoorlocatie is niet meer als zodanig in gebruik, is verkocht door de woningstichting en komt daarmee vrij voor herontwikkelingsmogelijkheden. Het voornemen is om deze locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Dit past binnen het huidige gemeentelijke beleid dat erop is gericht om het aanbod aan kantoorruimte terug te dringen om zodoende leegstand en verpaupering van gebouwen te voorkomen en tegelijkertijd woningen aan de woningvoorraad toe te voegen. Het planvoornemen bestaat uit de volledige sloop van alle bestaande bebouwing binnen het plangebied, om hiervoor in de plaats in totaal 22 koopwoningen in een gedifferentieerd aanbod/woningtype te realiseren. Met deze ontwikkeling wordt de planlocatie en tevens de omliggende woonwijk voorzien van een stedenbouwkundige kwaliteitsimpuls. Voorgenomen ontwikkeling is echter niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Sluitersveld". De realisatie van de gewenste woonfuncties passen niet binnen de bestaande gebruiksen bouwregels. Ook bevat het geldende bestemmingsplan geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid om dit mogelijk te maken. Een bestemmingsplanherziening is daarom noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het vastleggen van het gewenste juridische- en planologische kader voor wat betreft de nieuwbouwontwikkeling. Daarbij zal worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied is globaal gelegen tussen de Heetveldsweg (1a) en de Baniersweg - in de wijk Sluitersveld - in Almelo, en bestaat uit meerdere kadastrale percelen. Concreet gaat het om de volgende kadastrale percelen: Almelo, sectie B, perceelnummers 6122, 7484 en 9595. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in Almelo en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied in Almelo en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
6
NL.IMRO.0141.00157-BP21
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Heetveldsweg-Baniersweg" bestaat uit de volgende stukken: regels (met bijbehorende bijlagen); verbeelding (NL.IMRO.0141.00157-BP21) en een renvooi; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting (met bijbehorende bijlagen) vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Sluitersveld". Dit bestemmingsplan is op 26 maart 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Almelo. Tevens is ter plaatse van het plangebied het paraplubestemmingsplan "Parapluherziening parkeren" van kracht. Dit paraplubestemmingsplan is vastgesteld op 5 juni 2018. Verder is het op 23 maart 2020 vastgestelde paraplubestemmingsplan "Parapluherziening wonen" van kracht en tot slot het "Parapluherziening algemene afwijkingen", zoals is vastgesteld op 20 december 2022. In dit geval is met name het bestemmingsplan "Sluitersveld" relevant omdat hierin de geldende bestemmingen voor het plangebied zijn opgenomen. De gronden zijn voorzien van de volgende (dubbel)bestemmingen, aanduidingen etc.: Kantoor met deels de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – timmerwerkplaats'; Verkeer (deels); Waarde – Archeologische verwachting middelhoog; Bouwvlak. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven, het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
7
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan "Sluitersveld" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2 Beschrijving bestemmingen Bestemming 'Kantoor' De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor hoofdzakelijk kantoren. Verder is er een opslag en werkplaats toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf timmerwerkplaats'. Verder zijn er verkeersvoorzieningen ten behoeve van het bestemmingsverkeer mogelijk. Alsmede voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water. Dit met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, verhardingen en groenvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de regel dat hoofdgebouwen binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd. De toegestane goothoogte bedraagt maximaal 6 meter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 meter. Bestemming 'Verkeer' De gronden die voor 'Verkeer' zijn aangewezen zijn hoofdzakelijk bestemd voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden en groen- en speelvoorzieningen. Tevens zijn er parkeervoorzieningen en een toegangspoort met muur of hek ten behoeve van de visuele afscheiding tussen een collectieve parkeervoorziening en de weg toegestaan. Dit met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, verhardingen en overige bijbehorende voorzieningen.
Bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Er is een archeologisch onderzoek nodig indien nieuw te bebouwen oppervlak groter is dan 5000 m² of dieper steekt dan 0,50 meter.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
8
NL.IMRO.0141.00157-BP21
1.4.3 Strijdigheid Op basis van het geldende bestemmingsplan is het planvoornemen in strijd met dit bestemmingsplan, aangezien (de realisatie van) reguliere woondoeleinden niet zijn toegestaan in een 'Kantoor' - of 'Verkeer'-bestemming. De gewenste woonfuncties passen daarmee niet binnen deze vigerende gebruiks- en bouwregels. Ook bevat het geldende bestemmingsplan geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid om dit alsnog mogelijk te maken. Om voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kader om het voornemen mogelijk te kunnen maken.
1.5
Leeswijzer
De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planbeschrijving Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en het op dit moment geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het gebied beschreven (functionele, stedenbouwkundige en verkeersstructuur). Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Almelo beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding.
In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de resultaten weer omtrent het overleg met de omgeving en de andere overheden.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
9
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Hoofdstuk 2
De huidige situatie
In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Dit hoofdstuk gaat zowel in op de ontstaansgeschiedenis van Almelo, de omgeving waarin het plangebied zich bevindt, als op het plangebied zelf.
2.1
Historische ontwikkeling Almelo
Almelo ontstond in de 11e eeuw als nederzetting op een kruispunt van land- en waterwegen. Het werd omsloten door moerassen, een landschap dat is te vergelijken met het huidige natuurmonument Engbertsdijksvenen bij Vriezenveen. Almelo was een levendig handelscentrum met kooplui, schippers, vissers, boeren en ambachtslieden. Huize Almelo wordt voor het eerst genoemd in 1236 maar bestond waarschijnlijk al langer. Het is nog steeds in handen van de familie Van Rechteren Limpurg. Omdat Almelo op een kruispunt ligt van land- en water wegen ontwikkelde het zich tot een bloeiende textielstad met ondernemers van internationale allure. Landhuizen en villa’s zoals de Bellinckhof herinneren nog aan de zeer welgestelde families die in Almelo woonden. In de 17e en 18e eeuw kwamen er steeds meer huisweverijen, maar met de komst van de stoommachine (1830) werd de productie volledig fabrieksmatig. Er werden kanalen gegraven en er kwam een spoorlijn om alle goederen te vervoeren. Van heinde en verre kwamen arbeiders naar Almelo en het bevolkingsaantal nam zeer snel toe. Ook uit landen als Turkije, Spanje en Italië kwamen veel immigranten om in Almelo een nieuwe toekomst te vinden. Vanaf 1970 nam de concurrentie van lagelonenlanden sterk toe. Dat leidde tot massale bedrijfssluitingen. Omdat er nauwelijks werk was in andere sectoren, schoot het werkloosheidspercentage omhoog.
Almelo werd gedwongen dat probleem op een eigenwijze manier het hoofd te bieden. Een uitgebreide stadsvernieuwing zette de toon voor herstel. Hierbij werden de meeste textielfabrieken gesloten maar sommige markante gebouwen zijn behouden als eerbetoon aan de rijke textielhistorie van Almelo.
2.2
Huidige situatie plangebied
Het plangebied bestaat uit meerdere percelen gelegen tussen de Heetveldsweg (Heetveldsweg 1a) en de Baniersweg in de wijk Sluitersveld in Almelo. De locatie bestaat in de huidige situatie uit een voormalig kantoorgebouw van de woningstichting Sint Joseph, met daarbij een werkplaats. Verder zijn bijbehorende verhardingen ten behoeve van onder andere parkeren aanwezig. Ook zijn er nog enkele groenstructuren aanwezig. Parallel aan de Ootmarsumsestraat (ten oosten van het plangebied) liep tussen de Baniersweg en de Heetveldsweg een straatje genaamd 'Tolhuis'. Ter hoogte van de Baniersweg stond hier vroeger een tolpost. Vandaar dat het plangebied in de volksmond ook wel bekend staat als de 'Tolhuis locatie'. In de omgeving zijn hoofdzakelijk woonpercelen, maatschappelijke- en gemengde functies met infrastructuur en groen en waterpartijen aanwezig. De belangrijkste structuurdrager in de omgeving is de Ootmarsumsestraat. Het plangebied wordt aan de noord-, zuid- en westzijde begrenst door een deel van de bestaande woonwijk 'Sluitersveld'. In het oosten wordt het begrensd door een gemengde bestemming, met detailhandel en soortgelijke functies op de begane grond en woningen op de verdiepingen.
In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen, waarin het plangebied met de rode belijning indicatief is weergegeven, in afbeelding 2.2 zijn enkele straatbeelden vanaf de Heetveldsweg en de Baniersweg opgenomen.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
10
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie van het plangebied en de omgeving (Bron: PDOK)
Afbeelding 2.2: Straatbeelden huidige situatie van het plangebied (Bron: Google Maps)
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
11
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Gewenste ontwikkeling
Het voornemen is om de voormalige kantoorlocatie van de woningstichting Sint Joseph te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Dit past binnen het huidige gemeentelijke beleid dat erop is gericht om het aanbod aan kantoorruimte terug te dringen om zodoende leegstand en verpaupering van gebouwen te voorkomen. Het planvoornemen bestaat uit de volledige sloop van alle bestaande bebouwing binnen het plangebied, om hiervoor in de plaats in totaal 22 koopwoningen in een gedifferentieerd aanbod/woningtype te realiseren. Met deze ontwikkeling wordt de planlocatie en tevens de omliggende woonwijk voorzien van een stedenbouwkundige kwaliteitsimpuls. Er is sprake van (het toevoegen van) een gedifferentieerd woningbouwaanbod. Zo worden er: 4 rijwoningen (grondgebonden) aan de zijde van de Baniersweg gebouwd. Dit zullen woningen van tweebouwlagen met een kap betreffen. 8 levensloopbestendige woningen (grondgebonden) in het hofje gebouwd, gelegen tussen de Baniersweg en de Heetveldsweg in. Dit zullen woningen van één bouwlaag met een kap betreffen. 10 rijenwoningen (grondgebonden) aan de zijde van de Heetveldsweg gebouwd. Deze woningen zullen twee bouwlagen met een kap betreffen. Het betreft in alle gevallen koopwoningen. Hiermee wordt voorzien in een gemixt aanbod waarbij ook specifiek rekening is gehouden met geschikte woningen voor senioren (levensloopbestendig).
Naast de invulling met woningen wordt er ook nadrukkelijk rekening gehouden met de realisatie van een prettig woon- en leefklimaat door de inpassing van voldoende ruimte voor groen, waterberging en parkeren (zie afbeelding 3.2).
Afbeelding 3.1: Beoogde situatie plangebied (Bron: Palazzo)
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
12
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Afbeelding 3.2: Impressies mogelijke situatie plangebied (Bron: Palazzo)
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1 Uitgangspunten Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De volgende uitgangspunten gelden voor het plangebied: Functie: Wonen Woningtype: 'Koop, huis, rijwoningen' Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk Stedelijke zone: rest bebouwde kom
3.2.2 Beoordeling 3.2.2.1 Parkeren De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op het realiseren van in totaal 22 koopwoningen in een gedifferentieerd aanbod/woningtype. Op basis van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (versie 381) geldt er een bepaalde parkeernorm per woning. Het parkeerbeleid van de gemeente Almelo is vastgelegd in het parkeerbeleidsplan 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018'. Als basis voor de parkeernormering wordt gebruik gemaakt van de op dat moment geldende CROW-publicatie voor de parkeerkencijfers. Dit betreft
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
13
NL.IMRO.0141.00157-BP21
momenteel publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ van december 2018. Om de parkeerkencijfers van de CROW ook als parkeernormen vast te leggen, heeft het college van de gemeente Almelo op 11 december 2018 de 'Beleidsregel Parkeernormen Almelo' vastgesteld. Deze beleidsregel is op 1 januari 2019 in werking getreden. Conform dit beleid wordt uitgegaan van een 'matig stedelijk' karakter en in basis het maximale parkeerkencijfer van de bandbreedte. Nadat uit de uitvoeringspraktijk was gebleken dat de tekst van deze beleidsregel onvoldoende duidelijk was, is de 'Herschreven Beleidsregel Parkeernormen Almelo' door het college van burgemeester en wethouders van Almelo op 9 februari 2021 vastgesteld en op 1 maart 2021 in werking getreden. Wanneer in onderstaande paragraaf wordt verwezen naar de beleidsregel, wordt feitelijk verwezen naar de tekstueel beter leesbare versie en dus de 'Herschreven Beleidsregel Parkeernormen Almelo'. De initiatiefnemer heeft onderzoek laten doen naar de parkeervraag voor deze inbreidingslocatie. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van beschikbare verkeergegevens en is Omega gevraagd een verkenning uit te voeren. Dit parkeeronderzoek is opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. Opgemerkt wordt dat de kencijfers van het CROW geen normen zijn, maar richtlijnen.
De gemeente Almelo kan ook eigen parkeernormen vaststellen in het lokale parkeerbeleid. De invulling van de parkeernormering kan worden vastgelegd in beleidsregels, maar daarvan kan ook weer worden afgeweken (artikel 4:84 Awb). In de beleidsregel is opgenomen dat buiten het centrum in principe voldaan moet worden aan de maximale parkeernorm binnen de bandbreedte vanuit de CROW. Zo niet, dan kan de ruimtelijke ontwikkeling in principe niet plaatsvinden. Maatwerk blijft echter wel mogelijk, indien afwijking van de maximale parkeernorm goed onderbouwd kan worden. Voor het bepalen van de parkeervraag van de voorgenomen ontwikkeling heeft Adviesbureau Omega een parkeeronderzoek uitgevoerd, welke is opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. Omega heeft in haar onderzoek het volgende onderzocht: Onderzoek naar de parkeervraag voortkomende uit de functies van het planvoornemen conform de parkeerbeleidsregels van de gemeente Almelo. Opstellen van de autoparkeerbalans met de maatgevende parkeerbehoefte. Voorstel en onderbouwing van de passende parkeernormen. De parkeerbalans geeft de verhouding tussen enerzijds de parkeervraag en anderzijds het parkeeraanbod van een bepaald gebied of project weer. Daarom is eerst de normatieve en maatgevende parkeerbehoefte berekend. Daarna is de passende maatgevende parkeerbehoefte berekend.
Op basis van de onderzoeksresultaten van het parkeeronderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Conclusie 1 De normatieve parkeerbehoefte conform de gemeentelijke parkeernormen, bedraagt 51 parkeerplaatsen. Conclusie 2 De gelijktijdige parkeerbehoefte conform de gemeentelijke parkeernormen, bedraagt op het maatgevende moment 45 parkeerplaatsen. Conclusie 3 De gelijktijdige parkeerbehoefte conform passende parkeernormen, bedraagt op het maatgevende moment 28 parkeerplaatsen. In de praktijk blijkt namelijk vaak dat de parkeernormen veelal niet aansluiten bij de daadwerkelijke parkeerbehoefte. Dit leidt vaak tot een overschot aan parkeerplaatsen dat ten koste gaat van leefruimte, groenvoorziening, speeltuinen en woningbouw.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
14
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Conclusie 4 In het gebied worden 45 parkeerplaatsen aangelegd. Daarmee voldoet het project aan de gelijktijdige parkeerbehoefte. De gemeente Almelo en initiatiefnemer zijn namelijk van mening dat ten behoeve van dit inbreidingsplan maatwerk toegepast kan worden. In de praktijk blijkt namelijk vaak dat de parkeernormen veelal niet aansluiten bij de daadwerkelijke parkeerbehoefte. Dit leidt vaak tot een overschot aan parkeerplaatsen dat ten koste gaat van leefruimte, groenvoorziening, speeltuinen en woningbouw. In dit kader is het van belang vast te stellen dat de omgeving van het plangebied op grond van het gemeentelijk beleid aan te merken is als 'matig stedelijk', maar dat dit gebied gelet op de typering en dichtheid feitelijk eerder als sterk stedelijk is te omschrijven. In sterk stedelijk gebied wordt een lagere parkeernorm gehanteerd. Zoals eerder aangegeven bevat het beoogde woningbouwprogramma een gemixt aanbod waarbij ook specifiek rekening is gehouden met geschikte woningen voor senioren (levensloopbestendig). Voor bewoners van dit type woning geldt dat sprake is van een afnemend autobezit, wat een lagere parkeernorm rechtvaardigt. Verder wordt in de maatschappij een aantal brede ontwikkelingen gesignaleerd die een lagere dan maximale parkeernorm legitimeren, zoals de mobiliteit van de toekomst..
Het verminderen van verharding, meer ruimte voor groen, recreatie en woningbouw en de deeleconomie (van bezit naar gebruik) horen sluiten aan bij deze ontwikkeling. Daarnaast heeft de gemeente en de initiatiefnemer ook te maken met de stadsopgaven vanuit de Omgevingsvisie Almelo. Om ruimtelijke ontwikkelingen in Almelo bij te laten dragen aan de sociaal-maatschappelijke uitdagingen wordt een goed bereikbare stad met voorrang voor slimme, schone en gezonde mobiliteit als een van de belangrijkste stadsopgaven gezien. De locatie van het plangebied biedt veel voorzieningen en goede OV-verbindingen in de omgeving. Ook is eerder gesteld dat de buurt is gelegen in de nabijheid van centrumvoorzieningen en is maximaal autobezit per woning geen noodzaak. Veel parkeervoorzieningen stimuleren mogelijk autobezit en dat is ongewenst. Minder auto's leidt tot minder verkeersdrukte en daarmee minder CO2 uitstoot en bevordert het gebruik van fiets en OV. Omega heeft dan ook de parkeervraag in het plangebied, zie Bijlage 1, in beeld gebracht. Omega werkt in vele onderzoeken op het snijvlak van mobiliteit, gedrag en stedenbouw. Mede op basis van deze vergelijkbare onderzoeken kan de conclusie getrokken worden dat de huidige parkeernorm van de gemeente ruim is in vergelijking met de CROW normen. Almelo hanteert namelijk de maximale norm binnen de bandbreedte zoals deze wordt gesteld door de CROW.
Andere vergelijkbare gemeenten hanteren lagere normen wat ook beter zou aansluiten op de ambities op het gebied van mobiliteit zoals omschreven in de Omgevingsvisie van Almelo. Zeker voor het plangebied geldt dat een lagere parkeernorm aanvaardbaar is. Ter ondersteuning van deze conclusie is ook aansluiting gezocht bij het te verwachten autobezit in deze omgeving van het plangebied. Dit te verwachten autobezit ligt aanmerkelijk lager dan het autobezit waarop de maximale parkeernorm is gericht. Gelet op het werkelijk te verwachten autobezit wordt geconcludeerd dat het hanteren van een lagere parkeernorm in het plangebied aanvaardbaar is en goed aansluit. Een conclusie die mede wordt ondersteund door de cijfers zoals deze bekend zijn van vergelijkbare buurten in een vergelijkbare stad, zoals weergegeven in het onderzoek van Omega in Bijlage 1. De gemeente Almelo en de initiatiefnemer zijn dan ook van mening dat maatwerk voor wat betreft de parkeernormering voor de ontwikkelingen op deze locatie aan de Heetveldsweg-Baniersweg wenselijk is en dat hiermee het woon -en leefklimaat in de directe omgeving en de parkeersituatie in de openbare ruimte niet onevenredig wordt aangetast.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
15
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Samenvattend vormen de volgende omstandigheden de onderbouwing daarvan: Meer aanbod van parkeerplaatsen zorgt voor meer autogebruik en daarmee autobezit. Dit past niet bij de omstandigheden en ontwikkelingen van deze tijd. Ook de lagere parkeernorm valt nog ruim binnen de bandbreedte van de CROW normen. Het werkelijke autobezit ligt lager dan de maximale norm. Een groot deel van de woningen is bestemd voor senioren met een afnemend autobezit. De buurt ligt in verhouding relatief nabij bij het station en OV-voorzieningen en is feitelijk eerder als sterk stedelijk aan te merken dan als matig stedelijk. Zowel met de fiets als met het openbaar vervoer is het station goed bereikbaar. Voorzieningen als supermarkten en ander winkels bevinden zich op afzienbare afstand. Dat geldt ook voor centrumvoorzieningen. Aanvullend op deze aspecten heeft de projectontwikkelaar (initiatiefnemer) aangegeven de woningen te willen aanbieden aan kopers die zich ervan bewust zijn dat niet voor iedereen ruimte is om meerdere auto's te parkeren en ook wellicht een meer milieubewuste levenstijl hebben. Zij zullen zich eerder aangesproken voelen om een woning te kopen in dit plangebied wanneer zo sprake is van meer opwaardering van groen en dus autoluwere inrichting.
Omdat de voorzieningen en het openbaar vervoer op korte afstand zijn gelegen, zullen deze bewuste kopers vaker slechts 1 auto per woning in bezit hebben. Om toch de nodige flexibilteit te hebben, zullen deze kopers wellicht ook eerder geïnteresseerd zijn in de mogelijkheden van bijvoorbeeld een deelauto. Conclusie Het aspect 'parkeren' vormt, met inachtneming van de uitkomsten van het parkeeronderzoek en het toegepaste maatwerk, geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.2.2.2 Verkeer De woningen leveren op basis van de CROW-publicatie (versie 381), een verkeersgeneratie op van gemiddeld 7,1 verkeersbewegingen per woning per weekdagetmaal. Er is dus daarmee sprake van 22 x 7,1 = 156,2 verkeersbewegingen in totaal per weekdagetmaal, als gevolg en afkomstig van het planvoornemen. Van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen op de omliggende wegen is echter geen sprake, nu de bestemming "Kantoor (met deels de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – timmerwerkplaats')" met bijhorende verkeersgeneratie wordt wegbestemd. De woningen worden door middel van overzichtelijke in- en uitritten ontsloten op zowel de Heetveldsweg (14 woningen) als ook op de Baniersweg (8 woningen). Met inachtneming van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn ten aanzien van het aspect 'verkeer'.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
16
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 1. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 2. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 3. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
17
NL.IMRO.0141.00157-BP21
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke ontwikkelingen. Wel is wonen één van de basisbehoeften van mensen.
In de Nationale Omgevingsvisie (prioriteit 3) wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio's) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen nu en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. Daarbij past het voornemen ook goed in de doelstellingen omtrent klimaatadaptatie (prioriteit 1), er is immers in het planvoornemen voldoende aandacht voor klimaatadaptatie en er wordt met een integrale blik naar het nieuwe 'woonhofje' gekeken.
Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
18
NL.IMRO.0141.00157-BP21
wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´
4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijk e ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van meer dan 11 woningen als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voorliggend plan heeft betrekking op de voormalige kantoorlocatie van de woningstichting Sint Joseph, welke niet meer als zodanig in gebruik is en daarmee vrij komt voor herontwikkeling. Het planvoornemen bestaat uit de volledige sloop van alle bestaande bebouwing binnen het plangebied, om hiervoor in de plaats in totaal 22 koopwoningen in een gedifferentieerd aanbod/woningtype te realiseren. Omdat binnen het plangebied planologisch gezien nog geen reguliere woningen aanwezig zijn, voorziet voorliggend bestemmingsplan per saldo planologisch gezien in het toevoegen van 22 grondgebonden woningen.
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vereist is. Artikel 3.1.6 lid 2 van de Bro geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hierna wordt nader op de ladder ingegaan. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. De woningen in het plangebied zullen met name bedoeld zijn voor de lokale behoefte. Er is een forse woningbehoefte in de regio en in de gemeente Almelo en er is behoefte aan het beoogde woonmilieu.
Met de realisatie van het planvoornemen wordt een bijdrage geleverd om in deze behoefte te voorzien. Feitelijk is er dus sprake van een lokaal woningbouwprogramma. Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan gezien vorenstaande worden bepaald op de gemeente Almelo en specifiek Almelo zelf als stad. Behoefte en binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. Ligt een plangebied in bestaand stedelijk gebied (bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur) en voorziet de stedelijke ontwikkeling in een behoefte dan wordt voldaan aan de Ladder.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
19
NL.IMRO.0141.00157-BP21
In het geval dat in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten tot het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat de toelichting aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Kwantitatieve behoefte Voor het bepalen van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan de beoogde ontwikkeling zijn provinciale prognoses en regionale afspraken leidend. De druk op de woningmarkt is sinds 2015 fors toegenomen. Dat blijkt ook uit de actuele provinciale woningbehoefteraming, woningmarktverkenningen en de actualisering van de regionale woonvisie. Op basis van de prognoses van de provincie Overijssel kan de kwantitatieve woningbehoefte worden bepaald. Deze prognoses vormen de onderlegger voor woningbouwafspraken in de provincie Overijssel.
Uitgangspunt is dat iedere gemeente ontwikkelt voor de eigen behoefte, de provincie borgt dit. In het RWP Twente/West-Overijssel zijn afspraken vastgelegd waaraan gemeenten in Twente/WestOverijssel zich moeten houden. De woningvraag en -aanbod voor deze regio's zijn in kaart gebracht op basis van dezelfde uitgangspunten en er zijn afspraken gemaakt over programmering en afstemming van woonplannen. Over het plan dient regionale afstemming plaats te vinden, wanneer een plan bestaat voor een woningbouw van meer dan 25 woningen. Voorliggend bestemmingsplan maakt maximaal 22 woningen mogelijk. Een regionale afstemming hoeft daarom niet plaats te vinden. De gemeente Almelo heeft in het kader van het woningbouwprogramma de actuele behoefte, in samenwerking met provincie en de regio, reeds in beeld gebracht (zie navolgende paragrafen 4.3 en 4.4). Er is in de gemeente Almelo daarom voldoende ruimte in de verhouding tussen de netto woningvraag en het planologische aanbod. De nieuwe woningen binnen het plangebied zullen een deel van deze beschikbare ruimte benutten. Geacht wordt hiermee dat voorliggend plan in overeenstemming is met de woonafspraken. Hiermee is de gewenste ontwikkeling passend binnen het woningbouwprogramma en wordt er voorzien in een kwantitatieve behoefte.
Kwalitatieve behoefte Met de realisatie van voorliggend plan kan er voorzien worden in een aanwezige woonbehoefte binnen de gemeente Almelo. De gemeente Almelo heeft in het kader van het woningbouwprogramma de actuele behoefte, in samenwerking met provincie en de regio, reeds in beeld gebracht (zie navolgende paragrafen 4.3 en 4.4). De grondgebonden woningen zijn geschikt voor gezinnen en de levensloopbestendige woningen met name voor senioren, maar ook wel starters als kleine gezinnen. Daarnaast worden de woningen duurzaam gebouwd, waardoor deze het milieu niet zullen belasten. Verder wordt geacht dat de woningen geschikt zijn om daar voor een langere tijd te wonen. Dit omdat de woningen redelijk groot zijn, en zo voldoende ruimte bieden voor eventueel toekomstige gezinsuitbreidingen van de huishoudens en omdat de woningen in alle hedendaagse wensen zullen voorzien. Tenslotte is er sterke vraag naar levensloopbestendige woningen in de gemeente. Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Omdat binnen het plangebied met de vigerende 'Kantoor'-bestemming planologisch gezien nog geen (bedrijfs)woningen zijn toegestaan, voorziet voorliggend bestemmingsplan per saldo planologisch gezien in het toevoegen van 22 woningen op een binnenstedelijk locatie (kern in Almelo). De woningen zullen met name bedoeld zijn voor de lokale behoefte.
Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan worden beperkt tot de gemeente Almelo. Met de ontwikkeling wordt voorzien in de vraag naar woningen in Almelo. Zoals gebleken uit de voorgaande paragrafen is er sprake van een behoefte aan de voorgenomen woningbouwontwikkeling.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
20
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.
4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.
4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd.
Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
21
NL.IMRO.0141.00157-BP21
gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.
4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
22
NL.IMRO.0141.00157-BP21
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
23
NL.IMRO.0141.00157-BP21
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.3 van de Omgevingsverordening De voorgenomen woningbouwontwikkeling betreft een binnenstedelijke ontwikkeling (inbreidingslocatie) die voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plangebied maakt deel uit van de kern van Almelo en is reeds deels voorzien van stedelijke functie. Daarbij is de nieuwe functie naar aard en omvang functioneel gezien passend in de omgeving (gemengde functies en woonwijk). Gelet op het vorenstaande is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1.
Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijk ing van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6.
In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.
Toetsing van het initiatief aan artik el 2.2.2 van de Omgevingsverordening In paragraaf 4.3.1 en 4.4.2 wordt de behoefte aan de 22 woningen aangetoond. Tevens is het initiatief in overeenstemming met de geldende woonafspraken die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voor een nadere toelichting wordt specifiek verwezen naar de paragraven 4.3.1 en 4.4.2, waar uitgebreid in is gegaan op het regionale en gemeentelijke woonbeleid.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
24
NL.IMRO.0141.00157-BP21
4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken binnen de stedelijke netwerken'. Afbeelding 4.2 bevat een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart, waarbij het plangebied indicatief is weergegeven met de rode ster.
Afbeelding 4.2: Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken binnen de stedelijke netwerken' Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwik kelingsperspectief' Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In voorliggend geval worden op deze inbreidingslocatie (voormalige kantoorlocatie) 22 grondgebonden woningen gerealiseerd.
Door de ontwikkeling wordt binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien in een beperkt deel van de woningbehoefte in de stad Almelo. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling pas in het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'.
ontw erp bestemmingsplan Heetveldsw eg-Baniersw eg
25
NL.IMRO.0141.00157-BP21
4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in bestaand stedelijk gebied en reeds is voorzien van een stedelijke functie qua bestemming. Dit betekent dat de 'natuurlijke laag' en de ‘laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven omdat deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. Het plangebied heeft daarnaast op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen eveneens buiten beschouwing worden gelaten. 1. De “Stedelijke laag” Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Stedelijke laag" aangeduid met het gebiedstype "Woonwijken 1955 - nu". In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.