18 Ontwerpbestemmingsplan Deldensestraat 205
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage
Doorkiesnummer
Behandeld door T Eggert
Datum 28 november 2023
Onderwerp Ontwerpbestemmingsplan Deldensestraat 205
Geachte leden van de raad, Op 16 november 2021 hebben wij onder meer besloten om het pand en het erf behorende bij de voormalige locatie van het Natuurhus aan de Deldensestraat 205 met een reguliere woonfunctie te verkopen. Om dit ook planologisch te regelen is een nieuw bestemmingsplan nodig. In dit nieuwe bestemmingsplan krijgt de geluidswal een verkeersbestemming en het te verkopen woonperceel een woonbestemming. In het kader van de voorbereiding van deze bestemmingsplanprocedure hebben wij nu besloten het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage te leggen. Het ontwerpbestemmingsplan “Deldensestraat 205” wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan is dan te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl. Wij informeren u over ons besluit, omdat de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd is om het bestemmingsplan vast te stellen. Naar verwachting ontvangt u in het tweede kwartaal van 2024 een raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
J. Dijkstra
Pagina 1 van 1 Raad - 2308029 DCS - 2385965
M.M. van ’t Veld
Bestemmingsplan Deldensestraat 205 NL.IMRO.0141.00142
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Toelichting
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
1
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer
3 3 3 3 4 6
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
7 7 7
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
8 8 10 13 14
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Fysieke veiligheid 4.4 Externe veiligheid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geluid 23 4.7 Bodemkwaliteit 4.8 Ecologie 25 4.9 Archeologie en cultuurhistorie
17 17 17 18 21 22
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Vigerend beleid 5.2 Watertoets 5.3 Conclusie
28 28 31 31
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten 6.1 Inleiding 32 6.2 Juridische systematiek 6.3 Beschrijving per bestemming
32
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
36
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
37
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
24 26
32 33
2
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het voorliggend plangebied betreft de voormalige locatie van het Natuurhus aan de Deldensestraat 205 te Almelo. Sinds 1 oktober 2020 is het Natuurhus verhuisd en wordt de oude locatie aan de Deldensestraat 205 antikraak bewoond. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd en in gebruik geweest als woonhuis. Uit onderzoek van de Omgevingdienst Twente (ODT) en toetsing door de intaketafel is gebleken dat herstel van de woonfunctie mogelijk is. De gemeente Almelo wil het perceel verkopen als particuliere woning en daarmee de woonfunctie herstellen. Onderhavig initiatief past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om het initiatief uit te kunnen voeren dient er een herziening van het vigerende bestemmingsplan plaats te vinden. Onderhavig document voorziet in de toelichting van de bestemmingsplanherziening.
1.2 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Deldensestraat 205" bestaat uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding; 3. bijlagen bij de toelichting; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven. Daarnaast zijn er ook bijlagen bij de toelichting opgenomen waarnaar verwezen wordt in de tekst.
1.3 Ligging van het plangebied De Deldensestraat 205 bevindt zich net binnen de bebouwde kom van Almelo en ligt net ten zuiden van de wijk Nieuwland. Aan de oostelijke zijde van het plangebied zijn weilanden met een agrarische bestemming gesitueerd. Aan de noordelijke zijde sluit het plangebied aan op een riant woonperceel. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de Nijreesingel en ten oosten van het plangebied bevindt zich aan de overzijde van de Deldensestraat een retentievijver. De ligging van het plangebied is met een gele contour weergegeven in figuur 1.1. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk grondgebonden woningen op ruime percelen met aansluitend merendeels agrarische percelen in het buitengebied.
Figuur 1.1: Ligging plangebied
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
3
NL.IMRO.0141.00142-BP21
1.4 Huidige planologische situatie Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van het onderhavige bestemmingsplan, de volgende plannen: <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>
Nijreessingel, vastgesteld 3 mei 2005; Buitengebied correctieve herziening, vastgesteld 13 september 2017; Parapluherziening Parkeren, vastgesteld 5 juni 2018; Parapluherziening Wonen, vastgesteld 23 maart 2020; Parapluherziening algemene afwijkingen, vastgesteld 20 december 2022.
Nijreessingel Volgens het bestemmingsplan Nijreessingel (vastgesteld 3 mei 2005) gelden de bestemmingen 'Maatschappelijke doeleinden' en 'Verkeersdoeleinden 1' zoals op onderstaande uitsnede te zien is. De gronden op de plankaart aangewezen voor 'Maatschappelijke doeleinden' zijn bestemd voor voorzieningen met betrekking tot educatieve en sociaal-culturele doeleinden alsmede aan deze doeleinden ondergeschikte detailhandel en kantoren alsmede voorzieningen als ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, voet- en fietspaden. De gronden zijn niet bestemd voor (dienst-)woningen. De hoogte van gebouwen mag maximaal 10 meter bedragen en het maximale bebouwingspercentage voor gebouwen bedraagt 20%. De hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 3 meter, met uitzondering van lichtmasten en cameramasten, waarvan de hoogte maximaal 12 meter mag bedragen. De gronden op de plankaart aangewezen voor 'Verkeersdoeleinden 1' zijn bestemd voor onder andere wegen en geluidswerende voorzieningen. Binnen de bestemming 'Verkeersdoeleinden 1' zijn ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, en gebouwen ten behoeve van de openbare nutsvoorzieningen toegestaan. Voor geluidswerende voorzieningen geldt een maximale hoogte van 4 meter.
Figuur 1.2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Nijreessingel'
Buitengebied correctieve herziening Op 13 september 2017 is het bestemmingsplan 'Buitengebied correctieve herziening' vastgesteld. Aan de westelijke zijde van het plangebied is de grond bestemd met 'Agrarisch' zoals te te zien is op onderstaande uitsnede van het bestemmingsplan. Het gaat hier om een gering gedeelte van het perceel. De bestemming 'Agrarisch' is bestemd voor agrarische bedrijven.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
4
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied correctieve herziening'
Binnen dit geldende planologische kader is de transformatie naar wonen niet toegestaan. Paraplubestemmingsplannen Parapluherziening parkeren Voor de gehele gemeente Almelo is een paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' vastgesteld op 5 juni 2018. In dit parapluplan is een parkeerregeling voor de gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Hierin is bepaald dat voor het parkeren voorzien moet worden in voldoende parkeerplaatsen conform de parkeereis uit het Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' of uitwerkingen en/of rechtsopvolgers daarvan. Diverse bepalingen in de regels van deze parapluherziening werken door in dit bestemmingsplan. Parapluherziening wonen Voor de gehele gemeente Almelo is op 23 maart 2020 het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Wonen' vastgesteld. In dit parapluplan is voor de functie wonen het verbod op woningsplitsen en kamerverhuur voor de gehele gemeente Almelo opgenomen. Daarnaast zijn regels opgenomen voor oppervlaktematen waaraan nieuw te realiseren woningen dienen te voldoen om een goede woon- en leefkwaliteit én meer woningen in het hogere segment te garanderen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd.
Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Diverse bepalingen in de regels van deze parapluherziening werken door in dit bestemmingsplan. Parapluherziening algemene afwijkingen Voor de gehele gemeente Almelo is op 20 december 2022 het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening algemene afwijkingen' vastgesteld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden verschillende wetten geheel of gedeeltelijk ingetrokken en vervangen door regels in het nieuwe stelsel. Onder de Omgevingswet blijft de bevoegdheid uit artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bijlage II, artikel 4, van het Besluit omgevingsrecht niet bestaan. Daarmee zullen ook de verwijzingen in de 'Beleidsregel voor toepassing van planologische gebruiksactiviteiten op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° wet algemene bepalingen omgevingsrecht (2015)' niet meer van toepassing zijn. Vooruitlopende op de Omgevingswet worden de vaak toegepaste artikelen uit de beleidsregel, in aangepaste vorm, omgezet in het paraplubestemmingsplan. Op deze manier blijft bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de regeling van kracht omdat deze van rechtswege onderdeel wordt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
5
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Deze regeling is als het ware als een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Diverse bepalingen in de regels van deze parapluherziening werken door in dit bestemmingsplan.
1.5 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Hoofdstuk 5 Waterparagraaf Hoofdstuk 6 Juridische bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige en toekomstige situatie van het gebied beschreven. Dit wordt in hoofdstuk 3 aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing, voor (onder andere) de omgeving al is opgesteld. In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofstuk 5 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 worden algemene uitgangspunten voor het bestemmingsplan beschreven. Daarnaast wordt ook beschreven hoe deze uitgangspunten vertaald worden in de juridisch bindende plantekst en verbeelding.
In hoofdstuk 7 staat de financiële verantwoording van het plan en in hoofdstuk 8 staat de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
6
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Voorheen is het perceel in gebruik geweest door het Natuurhus. Sinds 1 oktober 2020 is het Natuurhus verhuisd en wordt de oude locatie aan de Deldensestraat 205 antikraak bewoond. Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd en in gebruik geweest als woonhuis. 2.1.1 _Onbekend_ De Deldensestraat 205 is gelegen in een groengebied dat wordt begrensd door de Weezebeek, de Nijreessingel en het spoortracé naar Enschede. Dit gebied maakt deel uit van de zuidelijke groene long. De Deldensestraat is een oude landweg naar Delden. Na de aanleg van de Nijreessingel is deze abrupt geknipt waarbij het noordelijke deel van de Deldensestraat vanaf toen aantakte op de Nijreessingel. Het deel van de Deldensestraat waar nummer 205 aan ligt is een bomenlaan. Aan de straat liggen een viertal percelen met (woon-)bebouwing. Deze bebouwing is ondergeschikt aan het landschap. Er is veel opgaand groen in de vorm van heesters, hagen en bomen. De bebouwing is bescheiden van omvang en staat op zeer riante percelen met veel groene ruimte aan voor- en zijkanten van de bebouwing. 2.1.2 _Onbekend_ Ontsluitingsstructuur en verkeersregime Het plangebied wordt ontsloten door de Deldensestraat. Deze straat sluit aan de zuidelijke zijde aan op de Verlengde Deldensestraat, welke fungeert als gebiedsontsluitingsweg aan de zuidzijde.
Ten oosten van het plangebied wordt het gebied ontsloten aan de Nijreessingel.
2.2 Toekomstige situatie De gemeente Almelo is voornemens om het kavel te gaan verkopen voor particuliere bewoning. De huidige bebouwing blijft staan. Voorliggend plan betreft dus alleen een aanpassing van het gebruik. Om verkoop voor bewoning mogelijk te maken moet het gebruik gewijzigd worden van het perceel ten behoeve van een woonfunctie. Verkeer en parkeren De ontwikkeling zorgt niet voor extra verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie. Doordat de bezoekersfunctie wegvalt, zal er in de toekomstige situatie minder verkeer worden gegenereerd. Het parkeren ten behoeve van de woning vindt plaats op eigen terrein, hiervoor is voldoende ruimte.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
7
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Hoofdstuk 3 Beleidskader Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1 Rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: <0000> dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; <0000> met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; <0000> waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; <0000> met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; <0000> waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
<0000> dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; <0000> waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; <0000> dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: <0000> Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit <0000> Ruimte voor overgang naar een circulaire economie <0000> Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden <0000> Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. Vernieuwing van de woningvoorraad door transformatie en sloop De gebieden met sterke bevolkingsdaling staan door het dalende aantal huishoudens op termijn voor de uitdaging om het woningbestand te verkleinen. Tegelijkertijd geldt dezelfde uitdaging als in heel ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
8
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Nederland dat de voorraad verduurzaamd, vernieuwd en getransformeerd moet worden. De transformatieopgave komt veelal voort uit een tekort in het aanbod van woningen voor ouderen en alleenstaanden. Per gemeente, of zelfs binnen een gemeente, verschilt vaak de situatie waardoor splitsing of samenvoeging van woningen noodzakelijk is. Transformatie van bestaand leegstaand vastgoed in woningen zal in verband met het behoud van de bestaande ruimtelijke structuur en het gebruik van grondstoffen in het algemeen de voorkeur hebben, maar in sommige gevallen zal nieuwbouw en sloop van bestaande bebouwing noodzakelijk zijn. De transformatie- en sloopopgave van woningen is vooral ook een regionaal vraagstuk. Onderdeel van de ruimtelijke ontwikkelstrategie zijn regionale afspraken over financiering en locaties waar de transformatie- of sloopopgave opgepakt wordt. Het opzetten van een regionaal herstructureringsfonds zal de financiering hiervan vereenvoudigen; alle eigenaren van vastgoed hebben baat bij een beter evenwicht tussen vraag en aanbod op de vastgoedmarkt. Bij de keuze voor locaties om te transformeren of te slopen wordt in principe ingezet op het compact houden van de kernen in de regio. Toetsing NOVI Met het initiatief is sprake van transformatie van bestaand vastgoed. Het pand is niet meer in gebruik ten dienste van de aangewezen maatschappelijke bestemming.
De gemeente beoogd het pand te transformeren ten behoeve van een woonfunctie. Met de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen overige nationale belangen gemoeid. De ontwikkeling is in lijn met Rijksbeleid. Ladder voor duurzame verstedelijking Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van minder dan 12 woningen of kleiner dan 500 m2 bvo niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: "Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Ligt een plangebied in bestaand stedelijk gebied en voorziet de stedelijke ontwikkeling in een behoefte dan wordt voldaan aan de Ladder. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien.
Toetsing ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggende ontwikkeling voorziet per saldo in het toevoegen van 1 woning binnen bestaand stedelijk gebied. Dit plan wordt daarom niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Om die reden is de ladder ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
9
NL.IMRO.0141.00142-BP21
voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Wel dient de behoefte aan woningen te worden aangetoond, zie hiervoor paragraaf 3.4.
3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 zijn de Omgevingsvisie en -verordening vastgesteld, deze worden jaarlijks geactualiseerd. Deze actualisaties hebben enerzijds betrekking op het bij de tijd houden van deze beleidsdocumenten, anderszijds betreft het aanpassingen om te voldoen aan de eisen van de komende Omgevingswet. De laatste actualisatieronde is afgerond op 16 november 2022, waarna de aanpassingen zowel separaat als geïntegreerd in de geconsolideerde versies van de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening zijn verwerkt. Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie onderstaande afbeelding). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is. De volgende niveaus komen aan de orde: <0000> Of - Generieke beleidskeuzes <0000> Waar - Ontwikkelingsperspectieven <0000> Hoe - Gebiedskenmerken Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
Figuur 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel 2017) Of - generieke beleidskeuzes Het gaat hier om algemene keuzes die bepalen of ontwikkelingen nodig, dan wel mogelijk zijn. Voor onder andere voorzieningen in het stedelijk gebied hanteert de provincie de SER-ladder. Dit betekent dat voor ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt. Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
10
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Voor dit perceel geldt dat sprake is van een bestaand pand dat getransformeerd wordt ten behoeve van een woonfunctie. Het pand is niet meer in gebruik ten behoeve van de maatschappelijke functie.
Waar - ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met deze perspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vormgegeven. Voor het plangebied geldt het ontwikkelperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap” Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt.
Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel. Toetsing Als gevolg van voorliggend voornemen wordt de huidige bebouwing getransformeerd ten behoeve van wonen. Zo wordt er duurzaam gebruik gemaakt van de bebouwing en wordt wonen als een nieuwe functie toegevoegd op het bestaande vrijgekomen erf. Er wordt hiermee aangesloten bij de beleidsambities. Hoe - gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedskenmerken van provinciaal belang het uitgangspunt. Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering: Beekdalen en natte laagtes De ambitie bij ontwikkelingen is om de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend.
Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Toetsing Het plan voorziet alleen in de tranfsformatie van bestaande bebouwing. Met deze ontwikkeling binnen het plangebied zijn geen overige provinciale belangen voor het gebiedskenmerk gemoeid. Oude hoevenlandschap Het oude hoevenlandschap is een landschap met verspreide erven. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Toetsing Het plan voorziet alleen in de tranfsformatie van bestaande bebouwing. Met deze ontwikkeling binnen het plangebied zijn geen overige provinciale belangen voor het gebiedskenmerk gemoeid.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
11
NL.IMRO.0141.00142-BP21
"Stads- en dorpsranden" De stads- en dorpsrand is een overgangsgebied waar sprake is van twee overlappende invloedssferen. De randen zijn bepalend voor de identiteit van zowel de steden en dorpen, als het landschap eromheen. De (potentiële) kwaliteit is die van 'best of both worlds', te weten stedelijke voorzieningen, verspreid liggende (gewilde) woon- en werkfuncties en padennetwerk in een landschappelijk raamwerk. Randen gaan niet alleen over een functionele mix, maar ook over herkenbaarheid, duidelijkheid, silhouetten (kerktorens en andere markante gebouwen) en het je thuis voelen. Het is de ambitie woon-, werk- en recreatiemilieus in de stads- en dorpsranden te verbinden met landschappelijke structuren en routes. Verrommeling dient tegengegaan te worden en er dient bijgedragen te worden aan een aantrekkelijke mix van woon-, werk- en recreatiemilieus. Toetsing De stads- en dorpsrand is een overgangsgebied. De Deldensestraat 205 ligt op de rand van de bebouwde kom van Almelo onder de wijk Nieuwland. Wonen en werken komt hier samen met de samenhang van woonpercelen, agrarische percelen en andere mixen van wonen en werken. Het perceel is geschikt voor de woonfunctie en wonen is toepasselijk in deze omgeving. Omgevingsverordening Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel.
De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Onderstaand zijn de artikelen uit de omgevingsverordening getoetst die van toepassing zijn op voorliggend plan. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: <0000> dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; <0000> dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: <0000> dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; <0000> dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.
Toetsing artikel 2.1.3 Voorliggend plan voorziet in de transformatie van bestaande bebouwing. Dit is in lijn met artikel 2.1.3 waar het benutten van bestaande locaties voorgaat op ontwikkelen van nieuwe locaties. Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
12
NL.IMRO.0141.00142-BP21
3.3 Regionaal beleid Regionale woonvisie Twente 2015-2025 De regionale woonvisie geeft de gezamenlijke uitgangspunten van provincie, gemeenten en corporaties weer: woonafspraken en woonkeuzes op lokaal niveau zijn hiermee in lijn. In 2015 is deze visie vertaald in concrete woonafspraken tussen provincie en gemeenten, op het niveau van functionerende woningmarkten. De provincie Overijssel heeft met gemeenten nieuwe afspraken vastgelegd over wonen voor de periode 2016-2020 (hierna: woonafspraken). De woonafspraken helpen om te zorgen voor gerichte en wederzijdse inzet van provincie en gemeenten ten aanzien van de woningmarkt. De overeenkomst is op 29 januari 2016 door de provincie en gemeenten in Twente ondertekend. De kern van de visie bestaat uit de verwachting dat Twente vanaf circa 2015 niet verder zal groeien qua inwoners, en vanaf circa 2035 ook niet meer qua huishoudens. Dus 'wonen' gebeurt in de toekomst vooral in de woningen, steden, dorpen en buitengebieden die er nu al zijn. Daarom richt de visie zich op het bestaande bebouwde gebied. Naast sloop en vervangende nieuwbouw vindt renovatie plaats om bestaand vastgoed weer toekomstgeschikt te maken. De netto uitbreidingsopgave in Twente is dus een fractie van de kwalitatieve opgave in de bestaande woningvoorraad. Dit leidt tot de volgende speerpunten van beleid: <0000> <0000> <0000>
<0000>
Voldoende en gevarieerd aanbod: gemeenten bouwen voor lokale behoefte conform de natuurlijke huishoudensgroei; Kwaliteit boven kwantiteit: leefbare, duurzame en toekomstbestendige wijken met goede voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg; Vernieuwing en inbreiding boven uitbreiding: nieuwe uitbreidingslocaties zijn nauwelijks meer aan de orde. Nieuwbouw vindt conform de Ladder zoveel mogelijk plaats op transformatie- en inbreidingslocaties om onaantrekkelijke woongebieden een kwaliteitsimpuls te geven, te investeren in transformatie en kwalitatieve woningtekorten terug te dringen; Regionale samenwerking: de regionale woonvisie geeft richting aan het gezamenlijke woonbeleid van gemeente en corporaties in de komende jaren. De provincie voelt zich gecommitteerd aan de inhoud van de visie en is op onderdelen partner in de aanpak.
In het Regionaal Woning Programmering Twente (geactualiseerde versie april 2017) zijn afspraken vastgelegd waarin gemeenten in Twente zich moeten houden. Zo zijn vraag en aanbod voor de regio in kaart gebracht op basis van dezelfde uitgangspunten en afspraken gemaakt over programmering en afstemming van woonplannen. Afgesproken is dat gemeenten woningbouwplannen binnen stedelijk gebied waarbij tenminste 25 woningen worden gerealiseerd, afstemmen met gemeenten in de regio. Er is sprake van regionale afstemming indien de gemeenten de mogelijkheid geboden is om mee te denken over het woonplan. Bij het vastleggen van de woonafspraken is geconstateerd dat de woningmarkten in Twente overwegend lokaal zijn. In de gemeente Almelo is sprake van een kwantitatieve actuele behoefte van 1.765 - 2.090 woningen voor de periode 2017 t/m 2026. Hiertoe is, door de vraag op basis van actuele huishoudensprognose te confronteren met het aanbod in harde plannen (directe bouwtitels, uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden), sprake van het onderstaande: <0000> <0000> <0000>
Woningvraag voor gemeente Almelo bedraagt 1.765 - 2.090 woningen. Aanbod in harde plannen goed voor 1.775 woningen. De resterende actuele behoefte die hieruit volgt is 315 woningen.
Regionale Woonagenda Twente Met de op 18 februari 2021 ondertekende Regionale Woonagenda Twente zijn de meerjarige afspraken over de opgaven en ambities voor de Twentse woningmarkt in de periode 2021-2025 met een doorkijk naar 2030 geactualiseerd. Ten opzichte van de Regionale Woonvisie en de eerder gemaakte afspraken leidt de huidige woningbehoefte in Nederland als geheel, de provincie Overijssel en inzoomend naar Twente tot de wens om tot 2030 20.000 tot 22.000 woningen in de regio toe te
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
13
NL.IMRO.0141.00142-BP21
voegen. Hiervan zijn circa 14.000 tot ruim 15.000 woningen in de gehele regio bestaande harde en/of zachte plancapaciteit. Dit leidt tot de volgende opgaven voor Almelo: <0000> de harde plancapaciteit van 940 woningen per 1 januari 2020 versneld te realiseren; <0000> de zachte plancapaciteit van 1020 woningen per 1 januari 2020 zo spoedig mogelijk hard te maken en te realiseren tussen nu en 2030; <0000> naast deze plancapaciteit is regionaal de ambitie/opgave afgesproken om tot 2030 5.000 tot 7.000 woningen toe te voegen, waarbij het samen sturen op kwaliteit leidend is. Sowieso betekent dit dus een woningbouwopgave voor de Gemeente Almelo van meer dan 2.000 woningen. De specificatie/verdeling van de extra woningbouwambitie van 5.000 tot 7.000 woningen zal plaatsvinden aan de hand van een op te stellen kwalitatief afwegingskader. Binnen de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo wordt in deze woonagenda gedacht aan de ruimtelijke strategie van 'Stedelijk wonen', terwijl voor andere delen van Twente de strategieën 'Buiten wonen' en 'Wonen langs radialen' meer van toepassing zijn.
De ruimtelijke strategie 'Stedelijk wonen' wordt als volgt toegelicht: De steden en de uitleglocaties bij de steden bieden een kwalitatief hoogwaardige stedelijkheid met uiteenlopende milieus: van hoogstedelijke en multifunctionele gebieden, groenstedelijke en suburbane wijken, tot dorpse en landelijke woonmilieus in het buitengebied. Het unieke van wonen in deze stedelijke milieus is dat je alle hoogwaardige voorzieningen bij de hand hebt, net als onderwijs en werkgelegenheid en dat je uitstekend verbonden bent met de rest van de regio en Nederland over spoor en via de weg. Stedelijk wonen is erg in trek, en er liggen kansen om meer binnenstedelijk programma te realiseren in deze steden. Deze genoemde opgaven qua woningbouwaantallen staan nog los van de kwalitatieve opgaven met betrekking tot onder andere stedelijke vernieuwing, verduurzaming/kwaliteitsimpuls van de bestaande woningbouwvoorraad, en de toegankelijkheid en doorstroming Toetsing regionaal beleid De geactualiseerde afspraken binnen de Regionale Woonagenda leiden tot een nog grotere ambitie voor de Gemeente Almelo dan binnen de Regionale Woonvisie al was vastgelegd. Het plan voorziet in de transformatie van een bestaand pand. Hiermee wordt één woning toegevoegd aan de woonvoorraad.
Deze woning maakt geen onderdeel uit van een bestaande programmering, waarmee dit plan voorziet in een deel van de resterende actuele behoefte. Met dit planinitiatief wordt deze wordt voorzien in een deel van de vraag naar nieuwe grondgebonden woningen in Almelo.
3.4 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving De 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de omgeving binnen de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst. Voor de Omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, die los van de gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Het plangebied ligt in het buitengebied maar sluit dicht aan op de rand van een woonwijk in Almelo, waardoor de visie voor de wijken en dorpen het meest relevant is. De gemeente Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regionale functie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren, heeft de gemeente de volgende drie grote ambities voor de woningvoorraad geformuleerd: <0000> Flexibel; <0000> Evenwichtig & gevarieerd; <0000> Toekomstbestendig & duurzaam.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
14
NL.IMRO.0141.00142-BP21
De gemeente wil wijken creëren met gemengde woonmilieus waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woonvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit wordt meer in balans gebracht door bij herstructurering op woningen in het middensegment in te zetten. Verder wil de gemeente de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk benutten en daarmee aansluiten op de ontwikkeling van de bevolking. Dat betekent onder meer: <0000> de benodigde verscheidenheid aanbrengen door herstructureren van panden en gebieden; <0000> de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen in bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke Omgevingsvisie De voorgenomen ontwikkeling resulteert niet in een ruimtelijke verandering maar voorziet wel in een wijziging van het gebruik. De transformatie past binnen de functionele structuur van de omgeving. De vrijstaande woning vormt een aanvulling op het bestaande woningaanbod in het gebied, waardoor met name gezinnen kunnen doorstromen naar een ruimere woning. Woonvisie Almelo 2020-2030 De woonvisie van de gemeente Almelo gaat over wonen in Almelo en de vele onderwerpen die daarmee samenhangen, zoals demografische ontwikkelingen, de bevolkingssamenstelling, de zorgvraag omtrent wonen, de kwaliteit van de woningvoorraad en verduurzaming.
Met de visie wordt 15 jaar vooruit gekeken. Op basis van de prognose, historische en huidige woonsituatie zijn de belangrijkste ambities bepaald. Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regiofunctie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren zijn drie grote ambities geformuleerd. De gemeente streeft naar: 1. Een flexibele woningvoorraad <0000> De verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp. <0000> Onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor jongeren en jonge gezinnen. <0000> Inbreiding verkiezen boven uitbreiding. <0000> Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren. <0000> De kernen Aadorp en Bornerbroek de ruimte geven om aan de vraag naar nieuwbouw tegemoet te komen. 2. Een evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad. <0000> Het aandeel koop- en huurwoningen meer in evenwicht brengen, en de sociale woningbouw beter over onze (en omliggende) gemeente(n) verdelen. <0000> De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over onze (en omliggende) gemeenten verdelen. 3. Een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. <0000> Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik.
<0000> Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken <0000> Een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken. De woningvoorraad kan tot 2035 nog met ruim 1.600 woningen groeien en die groei zal vooral bestaan uit koopwoningen (figuur 3.2). In dit segment is er meer vraag naar eengezinswoningen dan naar meergezinswoningen (nietgrondgebonden/appartementen).In de huursector is het de opgave om meergezinswoningen toe te voegen. Per saldo neemt het sociale huursegment in omvang af. Opgemerkt wordt dat deze gemeentelijke Woonvisie (nog) niet is aangepast aan de bijgestelde ambitie zoals vastgelegd in de Regionale Woonagenda Twente. Daarin zijn immers afspraken gemaakt dat binnen de gemeente Almelo tot 2030 in een woningbehoefte van meer dan 2.000 woningen extra zal voorzien.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
15
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Inbreiding verkiezen boven uitbreiding Bij de uitbreiding van de woningvoorraad wordt de aanwezige ruimte in het bestaande bebouwde gebied benut. Het is belangrijk om niet te bouwen voor leegstand dus de vraag is welke woningen toegevoegd worden en waar. Hierbij wordt uitgegaan van inbreiding boven uitbreiding. Het is een kwestie van prioriteren; toevoegen gaat hier niet (alleen) over nieuwbouw, maar over transformatie, herstructurering en verduurzaming. Toetsing gemeentelijk beleid De gemeente Almelo richt zich op een flexibele, evenwichtige, gevarieerde, toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. De beoogde transformatie voegt 1 vrijstaande eengezinswoning toe aan de woningvoorraad. Met de ontwikkeling is sprake van transformatie in de stadsrand waar een koopwoning wordt toegevoegd. Dat past bij de keuze voor inbreiding boven uitbreiding en voorziet in de vraag naar koopwoningen binnen de gemeente Almelo. De beoogde woning sluit daarmee aan op de beleidslijnen uit de woonvisie.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
16
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven.
4.1 Milieueffectrapportage 4.1.1 Algemeen Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dat een milieueffectrapport wordt opgesteld. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is dit geregeld. Er is een m.e.r.-plicht voorplannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. 4.1.2 Toetsing Met voorliggend plan wordt een pand met een maatschappelijke functie omgezet naar een burgerwoning. Het betreft hierbij dus enkel de transformatie van een bestaand pand. Deze activiteit komt niet voor in de C of D lijst van het Besluit milieueffectrapportage. 4.1.3 Conclusie Een nadere beoordeling in een (vormvrije) m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.
4.2 Bedrijven en milieuzonering Om een leefbare woonomgeving te waarborgen worden de ruimtelijk relevante milieu-invloeden van bedrijfsmatige activiteiten, in relatie tot de omgeving, beschreven. Vanuit deze doelstelling ligt in de woongebieden het accent op wonen en worden bedrijfsmatige activiteiten geweerd of ontmoedigd. Andersom ligt het accent in gebieden waar bedrijvigheid is toegestaan op activiteiten en wordt wonen niet direct toegestaan. Functiemenging van detailhandel en wonen, kan gewenst zijn voor zover deze niet leidt tot een onleefbare situatie en deze bedrijvigheid direct is gerelateerd aan de woonomgeving (bv. buurtsuper, schoolgebouw). 4.2.1 Wijze van beoordelen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: <0000> ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; <0000> rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling een belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen te kunnen maken, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting.
Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden in de publicatie gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Voor een 'gemengd gebied' mogen de richtafstanden met een milieucategorie verlaagd worden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
17
NL.IMRO.0141.00142-BP21
4.2.2 Externe zonering De publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG is gebruikt bij de zonering rond bedrijven. De publicatie deelt bedrijven onder in categorieën op basis van de ingeschatte milieubelasting. Per milieucategorie gelden richtafstanden tot de woonwijken. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Aan te houden afstand tot woonwijken (zone) 0 tot 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1000 meter 1500 meter
4.2.3 Toetsing Milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied Onderzocht is of er in de omgeving van het plangebied milieubelastende activiteiten plaatsvinden die reiken tot in het plangebied. Specifiek genoemd worden de volgende omliggende activiteiten : 1. Hoveniersbedrijf aan de Deldensestraat 199 2. Bedrijventerrein Bornsestraat-Drienemanslanden milieucategorie 3.2 3. Bedrijventerrein Bornsestraat-Drienemanslanden milieucategorie 4.1
Functie
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
Grootste afstand
Werkelijke afstand
1.Hoveniersbedrijf
30 m
10 m
30 m
10 m
30 m
Circa 34 m
2.Bedrijventerrein Bornsestraat-Driene manslanden
100 m
100 m
100 m
100 m
100 m
Circa 160 m
3.Bedrijventerrein Bornsestraat-Driene manslanden
200 m
200 m
200 m
200 m
200 m
Circa 220 m
Het plangebied ligt op voldoende afstand van de genoemde activiteiten. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat de transformatie naar wonen mogelijk is. Er is sprake van een goed woonen leefklimaat. Milieubelastende activiteiten binnen het plangebied Binnen het plangebied wordt een woonfunctie gerealiseerd. Van een woonfunctie wordt geen milieuhygienische uitstraling richting haar omgeving verwacht. 4.2.4 Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen aanwezig zijn voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
4.3 Fysieke veiligheid 4.3.1 Inleiding ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
18
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Het aspect fysieke veiligheid beoogt het beschermen van mens, dier en milieu tegen (de gevolgen van) ongevallen en rampen. Om de effecten van een incident zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat hulpverleningsdiensten op kunnen treden en dat burgers zich in veiligheid kunnen brengen. Het bestemmingsplan is op fysieke veiligheidsaspecten getoetst aan landelijke, regionale en gemeentelijke richtlijnen en/of regelgeving. Dit betreft de onderdelen: <0000> bereikbaarheid; <0000> opkomsttijd; <0000> bluswatervoorziening; <0000> zelfredzaamheid; <0000> sirenedekking. De hoofdtaken van de brandweer zijn onderverdeeld in schakels uit de veiligheidsketen. De schakels zijn: Pro-actie; de schakel pro-actie gaat onder andere over de bluswatervoorziening, de bereikbaarheid en de sirenedekking. Preventie; voor het aspect preventie geldt dat rekening moet worden gehouden met de bestaande wet- en regelgeving. Preparatie; voor hulpdienstrelevante objecten is het wenselijk om deze op te nemen in de planvorming van de brandweer, zoals een bereikbaarheidskaart of een aanvalsplan. Repressie; vanuit de repressieve dienst wordt ter plaatse bepaald hoe er wordt ingezet. Nazorg; de taak nazorg heeft geen consequenties voor de ruimtelijke ordening. Ondanks de gerealiseerde veiligheidsmaatregelen en -voorzieningen blijft er een restrisico waarbinnen incidenten plaats kunnen vinden.
4.3.2 Bereikbaarheid 4.3.2.1 Bereikbaarheid algemeen Bij het bepalen of er in het plangebied sprake is van een goede bereikbaarheid van de gebouwen via het openbare wegennet wordt het plangebied getoetst aan de handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Hierbij wordt beoordeeld of: <0000> de weg voldoet aan de specifieke afmetingen van brandweervoertuigen; <0000> een willekeurig adres binnen een verblijfsgebied in principe via een tweede onafhankelijke route bereikbaar is; <0000> of de verkeersaders aan de brandweervoertuigen een onbelemmerde doorgang bieden. 4.3.2.2 Beoordeling bereikbaarheid Het plangebied is vanuit verschillende richtingen goed te bereiken. Er wordt op dit punt dan ook voldaan aan de handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid. 4.3.3 Opkomsttijd 4.3.3.1 Opkomsttijd algemeen De opkomsttijd is de optelsom van de verwerkingstijd van de melding, de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd is daarbij de tijd tussen het alarmeren van de brandweer door de meldkamer en het tijdstip dat het voertuig de kazerne verlaat. De aanrijdtijd is de tijd die het eerste voertuig nodig heeft om van de kazerne naar de plaats van het incident te gaan. De opkomsttijd van de brandweer wordt als een belangrijk kwaliteitskenmerk van de brandweer beschouwd.
In het Besluit Veiligheidsregio's (BVR) zijn de opkomsttijden voor de brandweer vastgelegd en staan in onderstaande tabel beschreven. Normtijd
Gebruiksfunctie
5 minuten 6 minuten 8 minuten 10 minuten
Winkel met gesloten constructie (tijdens openingsuren), wonen boven winkel, cel Portiekwoningen/portiekflats, woning verminderd zelfredzamen Overige woningen, winkels, gezondheidszorg, onderwijs, kinderdagverblijf, logies Kantoor, (lichte)industrie, sport, overige ruimtes voor bijeenkomsten, overige gebruiksfuncties
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
19
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Daarnaast is het ‘Dekkingsplan Brandweer Twente’, dat onderdeel uitmaakt van het beleidsplan, vastgesteld. 4.3.3.2 Beoordeling opkomsttijd Voor woningen geldt een opkomsttijd van 8 minuten. Uit berekeningen blijkt dat de brandweer in theorie binnen deze norm ter plaatse kan zijn. De brandweerkazerne is gelegen aan de Brugstraat in Almelo en kan in circa 8 minuten ter plaatse van het plangebied zijn. 4.3.4 Bluswatervoorziening 4.3.4.1 Bluswatervoorziening algemeen Voor een optimale bluswatervoorziening wordt onderscheid gemaakt in primaire, secundaire en tertiaire bluswatervoorzieningen. Dit is van belang omdat de eisen voor de afstand, de capaciteit en de bereikbaarheid verschillend zijn. De basiskenmerken van deze drie modellen zijn: <0000> De primaire bluswatervoorziening Boven- of ondergrondse brandkranen die geplaatst zijn op het drinkwaterleidingnet. <0000> De secundaire bluswatervoorziening De secundaire bluswatervoorziening is in principe aanvullend op een primaire bluswatervoorziening. Een secundaire bluswatervoorziening kan bestaan uit geboorde putten, bluswaterriolen, vijvers e.d. of ondergrondse reservoirs. Hiervoor geldt een afstand van maximaal 320 meter tot het object. Daarnaast moet het brandweervoertuig het water tot maximaal 8 meter kunnen bereiken.
<0000> De tertiaire bluswatervoorziening Bij de noodzakelijke inzet van grotere hoeveelheden water of gedurende langere tijd zijn de primaire en secundaire voorzieningen niet voldoende. Water wordt dan onttrokken uit bijvoorbeeld kanalen. Hiervoor geldt een afstand van maximaal 2500 meter tot het object. Daarnaast moet het brandweervoertuig het water tot maximaal 50 meter kunnen bereiken. Een beschrijving van de opkomsttijd in het plangebied staat in 4.3.4.2 beschreven. 4.3.4.2 Beoordeling bluswatervoorziening De bestaande voorziening voldoet aan de handreiking Bluswatervoorziening & bereikbaarheid 2019, van Brandweer Nederland. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met het bijplaatsen van extra brandkranen. 4.3.5 Zelfredzaamheid 4.3.5.1 Zelfredzaamheid algemeen Voor de bestrijdbaarheid van een incident zijn onder andere de bereikbaarheid voor hulpdiensten, opkomsttijd en bluswatervoorziening van belang. Daarnaast speelt de zelfredzaamheid van burgers een rol. Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan hoofdzakelijk uit schuilen en vluchten. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen.
De ruimtelijke inrichting van het gebied kan op verschillende manieren inspelen op de zelfredzaamheid. 4.3.5.2 Beoordeling zelfredzaamheid De toekomstige bewoners van de nieuwe woning worden in beginsel aangemerkt als zelfredzaam. De omgeving van het plangebied biedt voldoende mogelijkheden om uit te wijken in geval van calamiteiten. 4.3.6 Waarschuwings- en alarmeringssysteem De sirene is een hulpmiddel van de overheid om mensen te kunnen waarschuwen voor acute gevaren. Dit systeem zal in de komende jaren verdwijnen. Daarna zullen de aanwezige personen in bedreigd gebied worden gewaarschuwd middels NL-Alert. Dit is bijvoorbeeld het geval als er
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
20
NL.IMRO.0141.00142-BP21
gevaarlijke stoffen vrijkomen bij een brand of ongeval. In het bericht wordt tevens het handelingsperspectief vermeld, zodat de personen die in het bedreigde gebied bevinden weten hoe te handeling.
4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: <0000> Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); <0000> de Regeling basisnet; <0000> de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). De regelgeving omtrent buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2 Toetsing Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven.
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
21
NL.IMRO.0141.00142-BP21
Afbeelding 4.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart)
Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: <0000> zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); <0000> zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; <0000> niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; <0000> niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 4.4.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5 Luchtkwaliteit 4.5.1 Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van deze maatgevende stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijn stof (PM10) Fijn stof (PM2,5)
Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Uurgemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³ 40 µg/m³ Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg / m³ 25 µg/m³
4.5.1.1 Besluit niet in betekenende mate (nibm)
ontwerp Bestemmingsplan Deldensestraat 205
22
NL.IMRO.0141.00142-BP21
In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: <0000> <0000>