18 Besluit provincie Overijssel uitvoering motie 'Grip op wind'
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlagen 1. Voorgenomen beleid wind 2.
Brief aan PS: voorgenomen windbeleid
3.
Bijlage bij Statenbrief
4.
Brief provincie Overijsel m.b.t. tussenstand RES 2.0
Doorkiesnummer 1134
Behandeld door L.H. Plant
Datum 21 juli 2023
Onderwerp Besluit provincie Overijssel uitvoering motie 'Grip op wind'
Geachte leden van de raad, Zoals u weet werken we samen met de gemeenten Tubbergen en Twenterand (samen ATT) en de provincie Overijssel aan de verkenning naar de mogelijkheden voor windenergie. We nemen daarin onze verantwoordelijkheid voor de noodzakelijke energietransitie en hebben daartoe een goed RESbod neergelegd. Afgelopen dinsdagavond bracht de provincie naar buiten dat in het ATT-gebied een grote clustering van windturbines zal plaats moeten vinden, die verder gaat dan de doelstelling die we als 3 gemeenten tot nu toe hebben op basis van de RES 1.0. Daarnaast wil de provincie actief regie gaan voeren in het ATT-gebied. Het besluit van Gedeputeerde Sluiten heeft ons onaangenaam verrast. In deze brief lichten we dit toe. Windenergie Door Provinciale Staten is op 21 juni 2023 de motie ‘Grip op wind’ aangenomen. Daarin wordt Gedeputeerde Staten opgeroepen regie te nemen en richting te geven op het aandeel windenergie conform RES 1.0 en daarnaast om voor 1 juli 2023 een besluit te nemen over een ruimtelijk afwegingskader voor windenergie. Dit besluit is op 18 juli door GS genomen, waarover wij diezelfde dag geïnformeerd zijn. Gezamenlijke afspraak Als ATT-gemeenten hebben we altijd benoemd dat het RES-bod een gezamenlijke afspraak is en dat wij het bod als uitgangspunt hanteren.
In onze onderzoeken naar de mogelijkheden voor windenergie hebben we als ATT-gemeenten altijd het evenwicht gezocht tussen de noodzaak voor meer duurzame energie en leefbaarheid voor onze bewoners. Het verontrust ons dat de provincie regie wil gaan voeren en meer windmolens denkbaar acht dan ons RES-bod. Dit is niet eerder onderwerp van het bestuurlijk gesprek geweest. Beleid gemeente Almelo Elke gemeente in Twente heeft een bod voor de Regionale Energiestrategie (RES) gedaan. Alle biedingen bij elkaar vormen de Twentse bijdrage aan de realisatie van het Klimaatakkoord. Het RESbod bestaat uit grootschalig zon op dak, grootschalig zon op land en windenergie. Het RES-bod is altijd leidend geweest binnen de ATT-samenwerking. De provincie heeft alle gemeenten opgedragen om voor 1 juli 2023 de zoekgebieden voor windenergie vast te stellen. Almelo legde het zoekgebied al in 2020 in beleid vast, namelijk in de Duurzame Energieladder. Het gaat voor Almelo om 3 tot 5 grote windmolens in het clustergebied Almelo Noord. Ruimtelijk is dit het enige gebied in onze gemeente waar windenergie in clustervorm mogelijk is. Twenterand heeft ook beleid opgesteld en heeft een bod van 82 GWh met een flexibele energiemix. 30 GWh is al ingevuld. Pagina 1 van 2 Raad - 2307850 DCS - 2175969
Voor de restopgave kijkt Twenterand voor een groot deel naar wind in het zoekgebied ATT. Voor Tubbergen gaat het om 2 windmolens. Deze gemeente kreeg uitstel voor het vaststellen van beleid. Stand van zaken ATT-samenwerking De gezamenlijke verkenning naar windenergie is inmiddels in een vergevorderd stadium. In november 2022 bent u geïnformeerd (RAAD-7421) over het ruimtelijk-technisch onderzoek en het gebiedsproces. Op basis daarvan hebben wij destijds besloten om de ATT-samenwerking te continueren. Bij brief van 13 december 2022 (zie bijlage) heeft de provincie ons laten weten dat wij op koers liggen met betrekking tot het realiseren van het RES-bod en dat de provincie er vertrouwen in heeft dat wij ons RES-bod gaan halen. Daarna heeft een onderzoek naar ontwikkelvarianten plaatsgevonden. Na het zomerreces zal hierover besluitvorming gaan plaatsvinden. De samenwerking loopt voortvarend, tot nu toe. Daarom zijn wij thans zeer onaangenaam verrast dat het door de ATTgemeenten zorgvuldig uitgelijnde bottom-up proces wordt verstoord door het overnemen van de regie door de provincie. Vervolgstappen Wij willen graag op zo kort mogelijke termijn een gesprek met de provincie waarin het besluit door hen wordt toegelicht. Daarnaast hebben we over het besluit van GS bestuurlijk het gesprek met onze ATT-samenwerkingspartners Tubbergen en Twenterand.
Wij hechten er aan u over het windbeleid en het besluit van GS te informeren. Mochten er nieuwe ontwikkelingen op het gebied van windenergie zijn, dan wordt u hierover vanzelfsprekend geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
F.W. van Ardenne
Pagina 2 van 2
A.J. Gerritsen
Voorgenomen beleid regie op (clustering) wind (artikel 3.5 Omgevingswet). Op 18 juli 2023 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel besloten tot een wijziging van het windbeleid. Deze wijziging geldt als voorgenomen beleid per 20 juli 2023 (publicatiedatum: 20 juli 2023). In dit document is het voorgenomen beleid weergegeven dat gericht is op initiatieven waarvoor de provincie bevoegd gezag is. Na de vaststelling van het conceptbeleid en de daaropvolgende participatieprocedure en nadere uitwerking in de 2e helft van 2023 maakt het beleid deelt uit van het Provinciaal Programma Energiestrategie.
Algemeen Dit voorgenomen beleid komt tot stand vanuit de wens van Provinciale Staten om met het windbeleid de versnippering van het landschap tegen te gaan. Dit willen zij doen door de opwek van duurzame energie door wind op land te beperken tot 4 grote clustergebieden en daarbuiten alleen opstellingen van minimaal 4 turbines toe te staan. Deze opstellingen moeten daarnaast ook voldoen aan de inpassingsprincipes zoals vastgesteld in de Regionale Energiestrategie (RES). De clusters zijn zodanig over de provincie verdeeld dat de opwek van energie dicht bij het gebruik daarvan kan plaatsvinden. Bij het bepalen van de locatie van de clusters is hoofdzakelijk gekeken naar de ruimtelijke inpassing in het landschap op grond van de vastgestelde inpassingsprincipes zoals vastgesteld in de RES, de voorkeursgebieden uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie, de windladder en de zoekgebieden zoals door gemeenten vastgesteld. Het aangescherpte ruimtelijke kader zorgt er aan de ene kant voor dat windturbines zoveel mogelijk in grootschalige clusters terecht komen binnen landschappen die zich daarvoor lenen. Aan de andere kant betekent dit kader ervoor dat de provincie niet langer mee werkt aan verspreid liggende, losse windturbines in de overige landschappen. Verantwoordelijkheid gemeenten in de Regionale Energiestrategie We respecteren het RES-proces.
Als één overheid zijn we samen verantwoordelijk voor het behalen van de klimaatdoelen. Iedere overheid heeft hierin een eigen rol en bevoegdheid. Gemeenten zijn de eerste bestuurslaag voor inwoners. Daarom heeft het bij niet gemeentegrensoverschrijdende projecten de voorkeur dat de gemeente het bevoegd gezag op zich neemt voor windparken en alle procedures coördineert. Zo kan de gemeente ook de regie houden over ontwikkelingen op lokaal niveau. Wanneer we onze bevoegdheid overdragen aan gemeenten betekent dat niet dat we aan de zijlijn staan. Het provinciaal programma energiestrategie (PPE) blijft van kracht en vullen we aan met de uitwerking van de hieronder beschreven ruimtelijke kaders. De gemeenteraden en Provinciale Staten hebben de RES vastgesteld. Daarmee is de RES ook een provinciale ambitie en zijn we medeverantwoordelijk. Vanuit dit vertrekpunt kijken we niet alleen naar die aspecten waarvoor de provincie aan de lat staat, maar kijken we in de volle breedte naar wat wij kunnen doen om bij te dragen aan het halen van de gezamenlijke ambities. De meeste gemeenten hebben zoekgebieden aangewezen, enkele zijn daar nog mee bezig en hebben dat proces uiterlijk voor 1 januari 2024 afgerond. Met het aanwijzen van zoekgebieden houden gemeenten zoveel mogelijk de regie, zowel binnen de grote clusters als daarbuiten.
De situatie kan ontstaan dat sommige gemeenten – ondanks ruimtelijke geschiktheid en noodzaak in relatie tot de ambitie – geen zoekgebieden aanwijzen en tevens geen initiatieven in behandeling willen nemen. Volgens de wet kunnen initiatiefnemers zich in die gevallen melden bij de provincie als bevoegd gezag voor windinitiatieven tussen de 5 en 100 MW. Daarbij hanteren we de vastgestelde ruimtelijke kaders om kansrijke initiatieven af te wegen en de gemeente zo nodig een aanwijzing te geven tot ruimtelijke inpassing, dan wel zelf met een projectbesluit ruimte te maken. Definitie cluster In het Fundament voor de Omgevingsvisie staan de voorkeursgebieden voor grootschalige clustering (10+ en 30+). Belangrijke notie hierbij is dat er in Overijssel geen enkele plek is waar aaneengesloten 20 of meer turbines passen. Een cluster in een voorkeursgebied bestaat daarmee
1
uit meerdere kleinere opstellingen die – vanwege het landschapstype of de aanwezigheid van andere landschappelijke elementen zoals infrastructuur - een ruimtelijke verbinding met elkaar hebben. 1. Regie te nemen op het realiseren van het nagestreefde totale aandeel windenergie zoals vastgesteld in de RES 1.0 De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 is door de gemeenteraden, Provinciale Staten (30 juni 2021) en algemeen besturen van de waterschappen vastgesteld. De provincie heeft als partner in de RES de doelstelling onderschreven om in 2030 3,3 TWh aan duurzame energie door zon en wind op land te realiseren. Voor de gewenste zon/windverhouding met 60% wind is 2,0TWh wind nodig in de RES 2.0. Om voor 1 januari 2025 omgevingsvergunningen te kunnen verlenen (conform afspraken Klimaatakkoord) moet in korte tijd nog veel gebeuren om de 2,0 TWh te kunnen realiseren. Op dit moment is er bijna 1 TWh zon/wind gerealiseerd, en ligt er voor ruim 0,5 TWh aan concrete plannen. Dit betekent dat er nog 1,8 TWh ontwikkeld moet worden. Gegeven de ruimtelijke wens vanuit de RES om te clusteren en de doorvertaling hiervan in ons omgevingsbeleid zijn verschillende voorkeursgebieden in beeld waar ruimte is voor grote clusters.
Wij nemen verantwoordelijkheid om dit ruimtelijk verantwoord in te passen en tegelijkertijd te zorgen dat meerdere van deze gebieden ook daadwerkelijk en optimaal benut worden. Alleen dan kunnen we versnippering van het landschap voorkomen en het doel voor 2030 behalen. Om te zorgen dat gebieden ruimtelijk gezien optimaal worden benut hebben we in het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie opgenomen dat we binnen de voorkeursgebieden voor grootschalige clustering streven we naar een optimale invulling van het gebied. Dit houdt in dat projecten die kleiner zijn dan de ruimtelijke potentie zo vormgegeven worden dat toekomstige projecten niet belemmerd worden. Gelet op de langde doorlooptijd van windprojecten is het noodzakelijk dat gebieden direct optimaal tot ontwikkeling komen en niet fasegewijs. Dit betekent dat als ergens 8 turbines passen, we inzetten op realisatie van de 8 turbines ineens en niet eerst 4 turbines en mogelijk later nog eens 4 turbines. In de grote clustergebieden is een gefaseerde uitvoering mogelijk, maar deze opstelling moet aangesloten worden op een opstelling die de meest efficiënte invulling geeft van de locatie. Hier zijn initiatieven van minder dan 4 turbines mogelijk, zolang deze aan de ruimtelijke inpassingsvereisten (langs infrastructuur, landschapskenmerken) voldoen.
Voor het halen van de RES-ambitie in 2030 en het borgen van de kwaliteit van het landschap (voorkomen van versnippering) zorgen we niet alleen voor ruimte voor grote clusters die optimaal ingevuld worden, maar ook dat deze gebieden op korte termijn in ontwikkeling komen. Omdat elk gebied en situatie uniek is verschilt het per gebied op welke manier ontwikkelingen plaats kunnen vinden. Gegeven het feit dat het hier gaat om grote (grensoverschrijdende) clusters zien wij hier een belangrijke rol voor de provincie weggelegd. Bij de uitvoering gaan we van een faciliterende overheid naar een stimulerende overheid en waar nodig een ontwikkelende overheid. We gaan sturen op de manier waarop de bijbehorende gebiedsprocessen en ontwikkeling plaatsvindt. De manier waarop we in de verschillende clusters nader gaan sturen werken wij verder uit in het PPE. Te denken valt aan de volgende mogelijkheden: -
-
Proactief in behandeling nemen van initiatieven die door de gemeente niet binnen een redelijke termijn in behandeling worden genomen, dan wel dat niet binnen een redelijke termijn een ontwerp-vergunning ter inzage wordt gelegd. Optimalisatie van de aangewezen clusters, zowel in ruimtelijke benutting als in tempo van de ontwikkeling. Hiertoe behoort tot onze gereedschapskist onder andere: o Het maken van een uitnodigingskader/ maatschappelijke tender o Actief grondbeleid om te komen tot een optimale invulling van een cluster.
2
In paragraaf 3 geven wij een beschrijving van de clusters en een eerste indicatie van de mogelijke acties. 2. Aanscherping ruimtelijk beleid voor windenergie In de RES 1.0 is een aantal ruimtelijke ontwerpprincipes opgenomen. Deze ontwerpprincipes zijn opgenomen in de Omgevingsvisie en het PPE. Deze kaders zijn: • • • • •
Koppeling van energievraag en aanbod Ruimtelijke meekoppelkansen Energieopwekking langs hoofdinfrastructuur Ontzien van waardevolle gebieden, zoals opgenomen in de catalogus gebiedskenmerken Overijssel Clustering in de daarvoor geschikte landschappen, zoals opgenomen in de windladder
In de door PS aangenomen motie wordt gevraagd om meer clustering op provinciaal niveau. Dit doen wij door: 1. 2.
De gebieden die geschikt zijn voor grootschalige clustering op te nemen in het PPE; Alleen nog mee te werken aan windturbines in trede 1-3 van de windladder, zowel binnen als buiten de gebieden voor grootschalige clustering.; 3. In principe niet meer mee te werken aan initiatieven uitsluitend in trede 4 en 5, tenzij onderdeel van een cluster van 4 (of meer); 4. Buiten de gebieden die voor grootschalige clustering in aanmerking komen, in principe alleen nog mee te werken aan initiatieven van 4 of meer windturbines. Deze initiatieven moeten tevens voldoen aan de ruimtelijke ontwerpprincipes (trede 1-3 van de windladder). De regels nemen we op in het zelfbindend Provinciaal Programma Energiestrategie en vormt een kader voor vergunningverlening waarvoor de provincie bevoegd gezag is. Voor een duiding van de provinciale voorkeursgebieden is hierbij het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie leidend, met dien verstande dat de gebieden niet exact ingetekend zijn. Bij initiatieven op de grenzen van de voorkeursgebieden wordt dan ook gekeken naar de onderliggende kenmerken zoals bijvoorbeeld het landschapstype. Ook betrekken we de zoekgebieden van de gemeenten en lopende initiatieven.
In het aantal van vier turbines als minimum opstelling (buiten de grote clustergebieden) vinden we de balans tussen het tegengaan van versnippering en ruimtelijke kwaliteit enerzijds, en anderzijds het halen van de doelstelling. En hogere clustereis zou betekenen dat de druk op grote clustergebieden dermate groot wordt dat doelrealisatie onwaarschijnlijk is. Wij kennen een paar initiatieven die voldoen aan deze nieuwe ruimtelijke kaders buiten de grote clusters. Dat zijn de initiatieven in Haaksbergen en De Lutte (samen 8 turbines). De voorgestelde lijn betekent tevens dat windinitiatieven als onderdeel van een ander initiatief aan deze clustereis kunnen voldoen. Als voorbeeld de samenwerking in Steenwijkerland met Westerveld en Meppel. Wanneer daar een lijnopstelling van 10 gerealiseerd zou kunnen worden waarvan 2 op grondgebied van Steenwijkerland dan geldt dit als meer dan 4. Het gaat immers om de ruimtelijke samenhang en de onderbouwing daarop. Een zelfde redeneerlijn kan gevolgd worden bij turbines aan de Duitse grens, mits er ruimtelijk sprake is van 1 cluster. Indien zich initiatieven met meer dan 50% lokaal eigendom, maar minder dan 4 turbines melden, kan de provincie vanuit de gevraagde ‘aanjagende en ontwikkelende’ rol kijken of het initiatief uitgebreid of doorontwikkeld kan worden tot 4 turbines of meer.
Indien dit inpasbaar is sluiten we aan op de lokale initiatieven om dit alsnog mogelijk te maken.
3
Door de hiervoor beschreven aanscherping van het ruimtelijk beleid vallen (toekomstige) initiatieven af, die wel als principeverzoek zijn ingediend, maar niet aan het voorgenomen beleid voldoen. En gebieden waar nu wel ontwikkelaars al actief zijn en/of gemeenten (concept) zoekgebieden hebben geprojecteerd, echter waar waarschijnlijk geen 4 turbines passen. Dat zijn onder meer: Langeveen (2 turbines en niet in een clustergebied, tenzij aan Duitse zijde in ruimtelijk samenhang ook turbines worden geplaatst), zoekgebieden van Olst-Wijhe en de concept zoekgebieden van Dinkelland (tenzij men daar alsnog ruimte voor 4 turbines weet te vinden). 3. Regie op de uitvoering van het beleid binnen vier grootschalige clusters: A35/ATT, A1, Ommen/Hardenberg en ZSDZ Op basis van de zoekgebieden van gemeenten, projecten die daarin tot ontwikkeling komen en de voorkeursgebieden voor grootschalige clustering van windenergie uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie zien we vier gebieden met de meeste potentie. Dit zijn de gebieden waar we de regie nemen. Buiten deze 4 gebieden is daarmee alleen ruimte voor opstellingen van minimaal 4 turbines. Het betreft onderstaande gebieden. Tegelijkertijd is het aantal bestaande initiatieven, de omvang van deze initiatieven en het tempo van ontwikkeling van de initiatieven in deze gebieden te beperkt voor de doelrealisatie in 2030.
Om doelrealisatie in zicht te houden is het van belang deze gebieden zo optimaal mogelijk in te vullen. Per gebied gaan we in gesprek met de gemeenten en bepalen we dan de minimale omvang van het aantal nieuwe turbines, al dan niet bestaande uit meerdere kleinere opstellingen/clusters. Elk gebied heeft zijn eigen aanpak. Hieronder geven we een indicatie van de beoogde aanpak. Deze aanpak is aanvullend op onze inzet als bevoegd gezag. In het definitieve beleid in het PPE werken wij dit verder samen met gemeenten uit. • Ommen/Hardenberg In dit gebied kan een significant aantal turbines gerealiseerd worden op een beperkt aantal plekken. De gemeente Ommen heeft meerdere zoekgebieden aangewezen. De gemeente Hardenberg heeft twee zoekgebieden aangewezen waarvan er één kansrijk is voor een grotere opstelling. Tegelijkertijd kent Hardenberg ruimte voor grotere opstellingen buiten haar zoekgebieden. Onze inzet is regie op de keuze voor een aantal grotere opstellingen en de uitvoering daarvan (mogelijk door tenderen/zelf initiatief nemen, door aansluiten bij en sturen op lopende initiatieven) waarbij we met beide gemeenten in overleg treden over welke gebieden dit zijn en wat de minimum omvang van de ontwikkelingen is. In het kader van de ruimtelijke kwaliteit hebben wij een taak erop toe te zien dat kernen niet omsloten worden door windturbines.
Wij leveren een procesbegeleider voor de verbinding van de initiatieven in het gebied en bestuurlijke coördinatie, en waar nodig via een projectleider voor ruimtelijke inpassing, afhankelijk van de initiatieven en de rol die de gemeenten hierin willen spelen (bevoegd gezag rol of niet). • A1 Deventer, Rijssen-Holten De gemeente Deventer en de gemeenten Rijssen-Holten zijn nog bezig met het proces tot het aanwijzen van zoekgebieden. In dit gebied zal een beperkt aantal initiatieven langs de A1 tot ontwikkeling komen. In Deventer is dit een bekend initiatief. In Rijssen-Holten zijn de initiatieven nog niet openbaar. Onze inzet is afstemming met de gemeente over deze initiatieven. Met de inzet van een procesbegeleider zorgen we voor bestuurlijk verbinding en waar nodig via een projectleider voor ruimtelijke inpassing, afhankelijk van de initiatieven en de rol die de gemeenten hierin willen spelen (bevoegd gezag rol of niet). • A35/ATT Almelo, Twenterand, Tubbergen, Enschede, Haaksbergen, Borne, Hengelo, Hof van Twente, Wierden, Hellendoorn Dit gebied is het meest divers van alle clusters. Enerzijds zijn hier meerdere bekende initiatieven die door het bevoegd gezag in behandeling genomen moeten worden. Anderzijds betreft dit ook het ATT-gebied. In het ATT-gebied zal een grote clustering van windturbines plaats moeten vinden,
4
die verder gaat dan de doelstelling die de drie gemeenten tot nu toe hebben op basis van de RES 1.0. Onze inzet is een procesbegeleider voor bestuurlijke regie, gelet op het aantal initiatieven die ruimtelijk en bestuurlijk moeten worden verbonden. Daarnaast leveren we voor het ATT-gebied een projectleider, die zorgdraagt voor een optimale invulling van windturbines in het gebied. Binnen de kaders van de optimale invulling die we voor het ATT-gebied nodig achten werken we samen met de gemeenten aan de uitvoering. • ZSDZ Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland In dit cluster is al lange tijd samenwerking met de gemeenten. Met de voorgenomen plannen van de gemeenten is het waarschijnlijk dat de samenwerkende gemeenten een aanvulling van 15 turbines realiseren. Onze inzet is voortzetting van het bestaande gebiedsproces en waar nodig dit blijven ondersteunen met een projectleider. Dit vraagt regie, maar geen aanvullende regie. Wel zullen we blijven benadrukken en sturen op tijdige realisatie en voortgang van de realisatie. Ook hierbij is het van belang om optimalisatie van het gebied in ogenschouw te nemen. Door de hiervoor beschreven aanscherping van het ruimtelijk beleid vallen op andere plekken initiatieven af. Daarmee voorkomen we verrommeling van het landschap, zoals beoogd met de motie.
Doelbereik blijft in zicht door te sturen op de minimum toevoeging van het aantal turbines zoals hiervoor geschetst. Onderstaande kaart geeft een schets van de clustergebieden (blauw).
Figuur 1 : clusters, zoals omschreven in paragraaf 3.
5
4. Kaders lokaal eigendom In de RES en het PPE is het doel van minimaal 50% lokaal eigendom opgenomen. In de praktijk is nog veel onduidelijk over wat lokaal eigendom betekent. Daarom is het van belang scherper te definiëren wat we verstaan onder lokaal eigendom en een aanpak te ontwikkelen hoe dat kan worden gegarandeerd, waartoe de motie oproept. Feit is dat de mate van lokaal eigendom niet meegewogen mag worden in de ruimtelijke procedure. Daarmee is minimaal 50% lokaal eigendom binnen een ruimtelijke procedure niet afdwingbaar. Hoewel we op dit moment coöperaties in positie brengen door ze inhoudelijk én financieel te ondersteunen, is aanvullend beleid en instrumentarium nodig. Het huidige beleid in het PPE scherpen we aan door hier aan toe te voegen dat: •
• •
Er sprake moet zijn van gelijke zeggenschap tussen commerciële ontwikkelaar en coöperatie/lokale partijen (bepaalde besluiten kunnen dus niet voorbehouden zijn aan een van beide partijen) Er sprake moet zijn van gelijke lusten voor de commerciële ontwikkelaar en de coöperatie. Hier tegenover staat natuurlijk ook gelijke lasten Er sprake moet zijn van collectief eigendom met ‘vrije’ deelname voor de omgeving. Het kan dus niet zo zijn dat deelname van een grondeigenaar wordt gezien als lokaal eigendom, dan profiteert de buurt onvoldoende mee.
Voorgaande punten gaan over de relatie tussen coöperatie en ontwikkelaar. Om duidelijkheid te bieden en discussies tussen ontwikkelaar en coöperatie zo veel mogelijk te voorkomen, schrijven we een model samenwerkingsovereenkomst voor, die coöperatie en ontwikkelaar onderling kunnen sluiten waarmee in ieder geval voldaan wordt aan voorgaande punten. Voorgaande laat onverlet dat er ook mensen zijn die geen lid willen worden van een coöperatie, maar als omwonende van toekomstige windturbines wel mee willen praten. Hiervoor blijft gelden dat de initiatiefnemer (commerciële ontwikkelaar én coöperatie) een participatieproces moeten organiseren. Het PPE geeft hiervoor de kaders. Ook moeten omwonenden die geen lid van de coöperatie willen worden (en daarmee geen mede-eigenaar van het windpark) wel de lusten van het windpark kunnen ervaren. Ook hiervoor geven we in het PPE de kaders. Denk hierbij aan een omwonendenvergoeding en omgevingsfonds. Tegelijkertijd is het van belang dat coöperaties ondersteund worden in de samenwerking met commerciële ontwikkelaars. Via Natuur en Milieu Overijssel (NMO) en het Energie Fonds Overijssel (EFO) bestaat deze inhoudelijke en financiële ondersteuning. Deze intensiveren we door de meest kansrijke initiateven steviger te ondersteunen.
Tot slot zullen er situaties zijn waarin er mogelijk wel een ontwikkelaar is die open staat voor lokaal eigendom, maar waar de omgeving (nog) niet het lokaal eigendom wil vormgeven. In deze gevallen zullen we waar gewenst als provincie zelf kunnen instappen om hiermee de lokale lusten en zeggenschap te borgen teneinde deze positie uiteindelijk weer over te kunnen dragen zodra een lokale coöperatie gevormd is. De uitwerking van de garantie op voldoende lokaal eigendom heeft verband met het beslispunt voor het nemen van meer regie. Wanneer de provincie de instrumenten voor meer regie inzet , zoals tenderen of actief grondbeleid, kunnen we het lokale eigendom ook meer en beter garanderen omdat het via het ruimtelijk spoor onvoldoende tot niet afdwingbaar is. 5. Procedure bij de herijking van het windbeleid en opnemen in het Provinciaal Programma Energiestrategie: -
participatie
De motiveringsplicht voor vroegtijdige participatie geldt volgens de Omgevingswet ook voor een programma. De participatie over het windbeleid kan het beste voortbouwen op de participatie over
6
het PPE en de RES. Er is dan sprake van trapsgewijze participatie en verfijning van afwegingen in plaats van dat eerdere keuzes/resultaten ter discussie kunnen worden gesteld. -
uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure
Zowel onder de huidige wetgeving als onder de Omgevingswet is op het programma de uitgebreide voorbereidingsprocedure (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. Dat betekent dat het ontwerp voor een periode van minimaal 6 weken ter inzage moet worden gelegd met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. -
het opstellen van een milieueffectrapport
Het vaststellen van windenergiebeleid in het PPE is plan-MER plichtig. Voor de gebieden waar grootschalige clustering kan plaatsvinden loopt nu een plan-MER procedure in de beide RES-regio’s. Dit betekent dat wij gebruik kunnen maken van de uitkomsten van deze MER voor het opnemen van de clusters in het PPE. De plan-MER voor West Overijssel en Twente is na de zomer klaar. Op dat moment beoordelen we of de omgevingseffecten van het voorgestelde beleid voldoende onderzocht zijn en of dit eventueel aanleiding geeft om het definitieve beleid bij te sturen. -
publicatie-eisen voor de inwerkingtreding
Na de periode van ter inzagelegging en verwerking van de zienswijzen kan het programma gepubliceerd worden en publiceren we deze als proef in het DSO vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zwolle, 18 juli 2023, Gedeputeerde Staten van Overijssel,
<<handtekening>>
Voorzitter, A.P. Heidema
Secretaris, B. Parmet
7
Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 www.overijssel.nl postbus@overijssel.nl KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21
Provinciale Staten van Overijssel Inlichtingen bij I. van der Sloot Telefoon +31384999348 I.vd.Sloot@overijssel.nl
Datum
Kenmerk
Zaaknummer
Pagina
18.07.2023
D2023-07-000024
2023-020819
1 van 5
Bijlagen
Uw brief
Uw kenmerk
Onderwerp: Brief aan PS Voorgenomen windbeleid (uitvoering motie Grip op Wind)
____________________________________________________________________________________ Toezending aan Provinciale Staten met oogmerk: [X] ter informatie [] anders, en wel: ____________________________________________________________________________________ Bijlage I Voorgenomen windbeleid (bijgevoegd) Bijlage 2 Uitwerking toezeggingen commissie 5 juli 2023 (bijgevoegd) Overzicht van bestaande afspraken over windturbines De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 is door de gemeenteraden, Provinciale Staten (30 juni 2021) en algemeen besturen van de waterschappen vastgesteld. De provincie heeft als partner in de RES de doelstelling onderschreven om in 2030 3,3 TWh aan duurzame energie door zon (totaal 1,3 TWh) en door wind (totaal 2 TWh) op te wekken. In een streefverhouding van 40% zon en 60% wind. Om die doelstelling te behalen, zijn ongeveer 90 extra (naast de 32 die Overijssel al telt) windturbines in de provincie nodig. Het definitieve aantal is afhankelijk van het soort windturbine en de locatie. Afgesproken is dat gemeenten voor 1 juli 2023 zoekgebieden aanwijzen om de opwek van duurzame opwek door zon en wind op land een plek te geven. Als partner in de RES hebben wij afgesproken dat wij verzoeken van initiatiefnemers voor medewerking aan windprojecten voor 1 juli 2023 niet in behandeling nemen.
Wij willen de gemeenten de gelegenheid geven zoekgebieden aan te wijzen, zodat wij daar rekening mee kunnen houden bij de behandeling van verzoeken van windinitiatieven. In bepaalde gevallen is met gemeenten een andere datum overeengekomen, dit ter ondersteuning van het aanwijzen van zoekgebieden door de betreffende gemeenteraden. Een andere afspraak is dat de partners in de RES de ruimtelijke inpassingsprincipes voor de grootschalige opwek van duurzame energie door wind op land in hun omgevingsbeleid opnemen. Deze ruimtelijke kaders zijn in november 2022 opgenomen in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening 2022. Dit alles is samengebracht in de Overijsselse windladder: • De voorkeursvolgorde in opstellingen, zoals opgenomen in de RES 1.0; • De provinciale uitsluitingsgebieden, zoals onderdeel van het huidige Omgevingsbeleid; • De nationale uitsluitingsgebieden; • De Natura 2000- en NNN-gebieden;
Datum verzending 18.07.2023
•
Gebieden met hoge economische, landschappelijke of ecologische waarden gebaseerd op de Catalogus Gebiedskenmerken; Op basis daarvan geeft de windladder een ruimtelijk beeld van voorkeursgebieden en voorkeurs opstellingen voor windprojecten. Strekking motie Hoogland C.S. Provinciale Staten hebben op 21 juni 2023 de motie Grip op Wind aangenomen waarin ze GS oproepen om: ● Regie te nemen en richting te geven op het aandeel windenergie conform RES 1.0; ● Om vóór 1 juli 2023 een besluit te nemen over een ruimtelijk afwegingskader (beleidsregel) voor windenergie en dat te baseren op: het clusteren op provinciaal niveau van windturbines; de overige ruimtelijke ontwerpprincipes uit de RES 1.0, het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie en de kaders van het Provinciaal Programma Energiestrategie; het inperken van de mogelijkheden voor individuele turbines (minder dan 4 turbines) buiten de gebieden die in aanmerking komen voor clustering. ● Ernaar te streven dat minimaal 50% lokaal eigendom bij nieuwe en lopende initiatieven voor windturbines is gegarandeerd. Hierbij geven wij aan hoe wij deze motie uitwerken. We respecteren het RES-proces. Als één overheid zijn we samen verantwoordelijk voor het behalen van de klimaatdoelen Iedere overheid heeft hierin een eigen rol en bevoegdheid. Gemeenten zijn de eerste bestuurslaag voor inwoners.
De gemeenten houden de regie bij het aanwijzen van zoekgebieden. Wij blijven zo veel mogelijk samenwerken met gemeenten. Het provinciaal programma energiestrategie (PPE) blijft van kracht en vullen we aan met de uitwerking van de hieronder beschreven ruimtelijke kaders. De gemeenteraden en Provinciale Staten hebben de RES vastgesteld. Daarmee is de RES ook een provinciale ambitie en zijn we medeverantwoordelijk. Vanuit dit vertrekpunt kijken we niet alleen naar die aspecten waarvoor de provincie aan de lat staat, maar kijken we in de volle breedte naar wat wij kunnen doen om bij te dragen aan het halen van de gezamenlijke ambities. De meeste gemeenten hebben zoekgebieden aangewezen, enkele zijn daar nog mee bezig en hebben dat proces uiterlijk voor 1 januari 2024 afgerond. Met het aanwijzen van zoekgebieden houden gemeenten zoveel mogelijk de regie, zowel binnen de grote clusters als daarbuiten. Regie vraagt om een andere rol in de samenwerking met gemeenten De provincie is partner in de RES en heeft zich verbonden aan de gezamenlijke doelstelling van 3,3 TWh. Hiervan is bijna 1 TWh gerealiseerd en zijn er voor ruim 0,5 TWh aan concrete plannen. Dit betekent dat nog 1,8 TWh ontwikkeld moet worden, zie figuur 1. Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord en de RES dienen de Omgevingsvergunningen voor 1 januari 2025 verleend zijn.
Figuur 1 stand van zaken opwek van duurzame elektriciteit door zon en wind in Overijssel
Concentratie van windturbines in clusters en daarbuiten volgens de ruimtelijke inpassingsprincipe vraagt een duidelijke rolneming en inhoudelijke sturing van de provincie naar zowel gemeenten als initiatiefnemers/ ontwikkelaars alsook met betrekking tot participatie van inwoners. Wij hebben in het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) onze rol in het RES-proces nader beschreven. Wat betreft de ruimtelijke ontwerpprincipes is de richting van het beleidsvoornemen niet nieuw. Door de provincie is consistent gewezen op het belang van ruimtelijke inpassing, onderlinge samenhang, afstemming van
Pagina 2 van 5
zoekgebieden en de subregionale samenwerking. Het nemen van regie op de grote clusters volgt uit de uitgangspunten en processtappen in het PPE. In de uitvoering gaan we van een faciliterende overheid naar een stimulerende overheid en waar nodig een ontwikkelende overheid. De precieze rolinvulling qua regie hangt van de specifieke situatie af. De samenwerking met gemeenten als één overheid blijft daarbij, binnen de nieuwe ruimtelijke kaders, in stand. Ook het afwegingskader van het PPE blijft in stand. Dit betekent dat wij initiatieven voor wind toetsen aan gemeentelijke zoekgebieden en in alle gevallen met gemeenten afstemmen hoe en wie een initiatief oppakt. Dit betekent ook dat gemeenten, die de tijd hebben gekregen zoekgebieden alsnog vast te stellen, dit proces kunnen afmaken en wij daarmee rekening houden. Regie betekent in veel gevallen het optimaliseren van de bekende en beschikbare locaties.
Clustering vraagt om een nadere definiëring en een aanscherping van het ruimtelijk beleid De ruimtelijke ontwerpprincipes uit de RES – zoals ook opgenomen in het PPE zijn: • Koppeling van energievraag en aanbod • Ruimtelijke meekoppelkansen • Energieopwekking langs hoofdinfrastructuur • Ontzien van waardevolle gebieden, zoals opgenomen in de catalogus gebiedskenmerken Overijssel • Clustering in de daarvoor geschikte landschappen Op basis van deze kaders is een voorkeursvolgorde voor windturbines opgenomen in de windladder en is in het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie een richtinggevende uitspraak over windenergie gedaan, waarbij gekeken is naar geschikte gebieden voor grootschalige clusters. Door de bestaande ruimtelijke kaders aan te scherpen zorgen we ervoor dat windturbines zoveel mogelijk in grootschalige clusters, binnen landschappen die zich daarvoor lenen, worden geplaatst. We zijn hierdoor niet langer verplicht mee te werken aan verspreid liggende, losse windturbines in de andere landschappen. De windladder heeft een voorkeursvolgorde qua locaties en type opstellingen. We leggen in het voorgenomen beleid vast: 1. De gebieden die geschikt zijn voor grootschalige clustering 2. Alleen nog mee te werken aan windturbines in trede 1-3 van de windladder, zowel binnen als buiten de gebieden voor grootschalige clustering. 3.
In principe niet meer mee te werken aan initiatieven uitsluitend in trede 4 en 5, tenzij onderdeel van een cluster van 4 (of meer) 4. Buiten de gebieden die voor grootschalige clustering in aanmerking komen, in principe alleen nog mee te werken aan initiatieven van 4 of meer windturbines. Deze initiatieven moeten tevens voldoen aan de ruimtelijke ontwerpprincipes (trede 1-3 van de windladder). Met deze aanscherping creëren we meer duidelijkheid over de plekken waar turbines kunnen komen en dat kan bijdragen aan rust in de maatschappij. We willen hiermee onze verantwoordelijkheid nemen voor de rol die wij in de energietransitie hebben. Voor lopende initiatieven, die we in behandeling hebben, heeft dit geen gevolgen. De windladder passen we aan het voorgenomen beleid aan en nemen we op in het PPE. De meeste potentie voor windenergie zien we in vier grote clustergebieden Op basis van de zoekgebieden van gemeenten, projecten die daarin tot ontwikkeling komen en de voorkeursgebieden voor grootschalige clustering van windenergie uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie zien we vier gebieden met de meeste potentie. Dit zijn de gebieden waar we de regie nemen (en buiten deze gebieden geldt de clustereis van 4).
Tegelijkertijd is het aantal bestaande initiatieven, de omvang van deze initiatieven en het tempo van ontwikkeling van de initiatieven in deze gebieden te beperkt voor de doelrealisatie in 2030. Om doelrealisatie (2 TWh aan windenergie) in zicht te houden is het van belang deze gebieden zo optimaal mogelijk in te vullen. Elk gebied heeft zijn eigen aanpak. In het definitieve beleid in het PPE werken wij dit verder met de betrokken gemeenten uit. In het voorgenomen beleid (bijlage 1) hebben we een eerste uitwerking gegeven van onze inzet per cluster. Ommen/Hardenberg In dit gebied kan een significant aantal turbines gerealiseerd worden op een beperkt aantal plekken. De gemeente Ommen heeft meerdere zoekgebieden aangewezen. De gemeente Hardenberg heeft twee zoekgebieden aangewezen waarvan er één kansrijk is voor een grotere opstelling. Tegelijkertijd kent Hardenberg ruimte voor grotere opstellingen buiten haar zoekgebieden. A1 Deventer/Rijssen-Holten In dit gebied zal een beperkt aantal initiatieven langs de A1 tot ontwikkeling komen. In Deventer is dit een initiatief van 4 turbines (ligt nog geen principeverzoek). In deze gemeente is het proces om een
Pagina 3 van 5
zoekgebied langs de A1 aan te wijzen in procedure. In Rijssen-Holten zijn de initiatieven nog niet openbaar en/of ingediend. Deze gemeente heeft de procedure om zoekgebieden aan te wijzen voor 1 januari 2024 afgerond. A35/ATT Almelo, Twenterand, Tubbergen, Enschede, Haaksbergen, Borne, Hengelo, Hof van Twente, Wierden, Hellendoorn Dit gebied is het meest divers van alle clusters. Enerzijds zijn hier meerdere bekende initiatieven, die we als bevoegd gezag in behandeling moeten nemen. Anderzijds betreft dit ook het ATT-gebied. In het ATT gebied zal een grote clustering van windturbines plaats moeten vinden die verder gaat dan de doelstelling, die de drie gemeenten tot nu toe hebben op basis van de RES 1.0. ZSDZ Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland In dit cluster is al lange tijd samenwerking met de gemeenten in een gezamenlijke gebiedsontwikkeling. Met de voorgenomen plannen van de gemeenten verwachten we de potentie voor wind in dit gebied beter te kunnen benutten en daarover in gesprek te treden. De effecten van het voorgenomen beleid zijn optimalisatie van de clusters en geen solitaire turbines Windturbines, die afvallen door het nu voorgestelde beleid, waren wel onderdeel van de ‘pijplijn’. Om de doelstelling uit de RES te halen, is het nodig dit op te vangen door windturbines op andere plekken te plaatsen.
Daarvoor worden de clusters en ruimtelijke ontwerpprincipes gebruikt. Er is beperkt ruimte buiten de clustergebieden, waar minimaal 4 turbines kunnen worden geplaatst. Doelrealisatie zal dus grotendeels binnen de grootschalige clusters moeten worden bereikt. We zorgen als provincie dat wij ons aandeel leveren om de wettelijke doelstelling en de afspraken uit het Klimaatakkoord en de RES na te komen. Dit heeft wel tot gevolg dat gemeenten in de gebieden voor grootschalige clustering een aandeel windenergie gaan leveren dat groter is dan hun individuele bod uit de RES 1.0. Gemeenten geven in de reflectie aan dat een uitzondering op de clustereis van 4 wenselijk is voor windturbines op bedrijventerreinen en Smart Energy Hubs. We constateren dat de motie daartoe geen ruimte laat, maar zeggen toe bij de uitwerking van het beleid hierop terug te komen en aan te geven hoeveel concrete gevallen het zijn. In bijlage 2 staan volgende gegevens, die gevraagd zijn in de PS vergadering van 5 juli 2023: - welke gemeenten kunnen geen windinitiatieven meer realiseren als gevolg van de motie; - welke projecten en principeverzoeken zijn er op dit moment (voor zover publiekelijk bekend); - een kaart met bestaande en nieuwe initiatieven. Het doelbereik voor 2030 is realiseerbaar Door in te zetten op clustering kunnen we het doel voor 2030 halen.
Dat betekent wel dat we moeten zorgen voor optimalisatie in de clustergebieden. Door initiatieven t/m 3 turbines niet te vergunnen buiten de grootschalige clustergebieden voorkomen we versnippering van het landschap en vergroten we tevens het draagvlak doordat we grote delen van de provincie vrij houden van windturbines. Lokaal eigendom is ruimtelijk niet afdwingbaar en vraagt om nader beleid en inzet In de RES en het PPE is het doel van minimaal 50% lokaal eigendom opgenomen. In de praktijk is nog veel onduidelijk over wat lokaal eigendom betekent. Daarom is het van belang scherper te definiëren wat we verstaan onder lokaal eigendom en een aanpak te ontwikkelen hoe we dat garanderen, waartoe de motie oproept. Feit is dat we de mate van lokaal eigendom niet mogen meewegen in de ruimtelijke procedure. Daarmee is minimaal 50% lokaal eigendom binnen een ruimtelijke procedure niet afdwingbaar. Dit betekent ook dat solitaire turbines met 100% lokaal eigendom op grond van de ruimtelijke criteria niet toegestaan kunnen worden enkel om de reden dat er sprake is van 100% lokaal eigendom. Indien zich initiatieven met meer dan 50% lokaal eigendom, maar minder dan 4 turbines melden, bezien we vanuit onze ‘aanjagende en ontwikkelende’ rol of het initiatief uitgebreid of doorontwikkeld kan worden tot 4 turbines of meer. Indien dit inpasbaar is sluiten we aan op de lokale initiatieven.
Hoewel we lokale coöperaties inhoudelijk en financieel steunen is aanvullend beleid gewenst. In paragraaf 4 van bijlage 1 vindt u de eerste uitwerking hiervan. Door het beleidsvoornemen te publiceren is het per 20 juli 2023 van kracht Initiatieven voor windturbines toetsen we per 20 juli 2023 aan het voorgenomen beleid. De voorgestelde wijzigingen zijn te vinden in bijlage 1. Het tweede deel van het jaar is nodig om het beleid verder uit te werken in het PPE, de tervisielegging, plan-MER en het verwerken van de zienswijzen. De verdere
Pagina 4 van 5
uitwerking van regie op de grote clusters en de manier waarop we 50% lokaal eigendom garanderen is hier onderdeel van. We nemen verzoeken voor windinitiatieven per 20 juli 2023 in behandeling met uitzondering van de initiatieven in gemeenten waarmee wij afspraken gemaakt hebben over het vaststellen van zoekgebieden na 1 juli 2023. De bevoegdheid tot het stellen van nadere kaders ligt bij Gedeputeerde Staten De opdracht om de aanscherping van de ruimtelijke kaders snel te regelen, is alleen te realiseren door die kaders op te nemen in het PPE. Het PPE is een programma onder de Omgevingswet en daarmee ligt de bevoegdheid om het programma vast te stellen/aan te passen bij Gedeputeerde Staten. Opnemen van de kaders in het PPE betekent dat de provincie daar zelf aan gebonden is. Daarmee is de doorwerking van het aangescherpte beleid voldoende verzekerd. De provincie is immers in bijna alle gevallen bevoegd gezag voor de vergunningverlening van windprojecten omdat al bij 1 grote windturbine sprake is van een windenergieproject > 5MW. De provincie is bij de vergunningverlening gebonden aan haar eigen beleidskaders, ook als die in een programma zijn neergelegd.
Communicatie met de partners in de Regionale Energiestrategie Voorafgaand aan vaststelling van dit beleidsvoornemen zijn de wethouders van de clusters OmmenHardenberg, A1 en A35/ATT en ZSDZ geïnformeerd over de motie zoals is aangenomen door PS op 21 juni 2023. Tevens zijn gemeenten buiten de clustergebieden, maar die wel effecten ondervinden van het nieuwe beleid geïnformeerd. Daarbij zijn zij ook geïnformeerd over de uitvoering van de motie: • het voornemen van GS om het windbeleid aan te scherpen • nader uitwerking te geven aan 50% lokaal eigendom. Vervolgens zijn alle partners in de RES per mail gevraagd om vooruitlopend op ons besluit een reflectie over de gevolgen van de motie te geven op het aanwijzen van zoekgebieden binnen hun gemeente. Deze reflecties hebben we voor zover het zoekgebieden betreft meegewogen in ons besluit. De overige punten nemen wij mee in het proces tot vaststellen van het definitieve beleid. Tevens zijn de bestuurlijk voorzitters van beide RES-regio’s geïnformeerd. Na ons besluit krijgen alle partners in de RES een mail met het besluit, het voorgenomen beleid en een afschrift van deze PS-brief met daarin de nadere duiding van het besluit. In de mail staan we tevens stil bij de manier waarop we met de gemeenten willen komen tot realisatie van de clusters en het overleg hierover met de gemeenten. Gedeputeerde Staten van Overijssel,
voorzitter, A.P. Heidema
Pagina 5 van 5
secretaris, N. Versteeg
•
Welke gemeenten kunnen geen wind meer plaatsen door de motie?
In zekere zin wordt voor veel gemeenten, zo niet alle de ruimte ingeperkt. Immers, bijna elke gemeente heeft wel ruimte voor 1 turbine, maar dat kan vaak niet meer. De vraag is welke gemeente (door de motie) niets meer kan. Welke gemeente konden al niets:
• •
Oldenzaal Borne (waarschijnlijk)
Welke gemeente kan mogelijk niets meer:
• • •
Dinkelland (afhankelijk van of ontwikkelaar toch nog ruimte weet te vinden voor 4 turbines) Raalte (twijfelgeval, hebben we geen studies voor liggen, maar tegelijkertijd zien we ook nog geen activiteiten uit de markt voor 4 turbines) Steenwijkerland (twijfelgeval, ruimtelijk is een en ander mogelijk, maar ecologisch dienen locaties nog onderzocht te worden))
Gemeenten die nog steeds voldoende lijken te kunnen (omdat ze in clustergebied liggen of ruimte hebben voor opstellingen van minimaal 4 turbines, voor zover wij dat nu kunnen inschatten op basis van gedane studies, initiatieven en zoekgebieden. Dat plaatje is niet altijd compleet).
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Haaksbergen Enschede Losser Tubbergen Twenterand Almelo Hengelo Hof van Twente Wierden Hellendoorn Rijssen-Holten Deventer Olst-Wijhe Zwolle Dalfsen Zwartewaterland Staphorst Kampen Ommen Hardenberg
Hierbij is bewust niet gekeken naar de vraag welke zoekgebieden niet meer door kunnen gaan. Dat is enerzijds veel lastiger te bepalen aangezien we niet voor alle zoekgebieden (van gemeenten!) weten hoeveel er precies past. Anderzijds zijn veel gemeenten ook nog bezig met zoekgebieden, dus in die zin kunnen we moeilijk compleet zijn.
•
Projecten in procedure of in aanvraag
1. Tolhuislanden – 3 stuks: in procedure bij de gemeente Zwolle 2. Zuiderzeehaven – 2 stuks: in procedure bij de gemeente Kampen
3. Losser – 4 stuks: in procedure bij de provincie 4. Principeverzoeken die bij de provincie (en soms tevens gemeente liggen): a. Langeveen (2 stuks) b. Wind voor Buren (2 stuks) c. Wierden/Hellendoorn (5-7 stuks) d. Haaksbergen (4-5 stuks) e. Nog drie initiateven die publiekelijk nog niet bekend zijn: totaal 11 stuks. In totaal dus: 7 principeverzoeken van in totaal 24-27 turbines Disclaimer om daarbij te maken is dat we informeel ook contact hebben met ontwikkelaars, coöperaties en gemeenten en daaruit blijkt dat er diverse projecten voorbereidingen aan het treffen zijn. Het is echter aan de initiatiefnemer om te bepalen of en wanneer men naar buiten treedt. Oftewel: het lijstje met de bekende projecten is niet alles in de provincie.
•
Nieuwe initiatieven op de kaart.