17 Ontwerpbestemmingsplan Aadorpweg 2 ter inzage
Tekst van het document
In plaats daarvan kunnen gemeenten een (vrijwillig) Programma opstellen. Met dit Programma Water en Riolering sorteert de gemeente Almelo voor op de komst van de Omgevingswet. In het Programma Water en Riolering – De verbindende kracht van water (2022-2026) worden de ambities en doelstellingen zoals verwoord in de Almelose Omgevingsvisie en de Klimaatadaptatiestrategie (AKAS) uitgewerkt tot maatregelen. Met het programma wordt voorgesorteerd op een meer integrale aanpak en maakt de gemeente gerichter keuzes om nog doelmatiger en efficiënter te kunnen werken. Hiermee houdt de gemeente haar watersysteem ondanks extra kosten en de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt haalbaar en betaalbaar. Met het watersysteem streeft de gemeente daarom naar het integreren van de vier waterstromen: stedelijk afvalwater hemelwater (regenwater) grondwater oppervlaktewater Deze watertaken corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente. Oppervlaktewater ziet de gemeente als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a).
De maatregelen voor de komende planperiode zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de normen die volgen uit de doelstellingen. Maatregelen betreffen onderzoeks-, borgings-en fysieke maatregelen en zijn gericht op het meer datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad inrichten, onderhouden en vervangen
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
47
NL.IMRO.0141.00156-BP21
van het watersysteem. Datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad vormen dan ook de drie pijlers van de werkwijze van de gemeente Almelo.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
6.2.2 Watertoetsproces De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'normale procedure' van de watertoets van toepassing is. Het waterschap is geïnformeerd over voorgenomen ontwikkeling. Het waterschap geeft onder voorwaarden een positief advies. In een reactie heeft het waterschap de volgende adviezen uitgebracht: Met in achtneming van het Ruimtelijk Kwaliteitsplan en de waterbergingsopgave kan het waterschap zich vinden in het plan. Aandachtspunten zijn: Het plan grenst aan een leggerwaterloop van het waterschap, hiervoor geldt een keurzone (obstakelvrije zone) van 5 meter. Indien hier wijzigingen plaats vinden dan dient hiervoor een vergunning aangevraagd te worden bij het waterschap; Binnen het plangebied dient voor afvoer (riool)water een gescheiden stelsel aangelegd te worden tot aan de plangrens; De directe omgeving mag geen nadelige effecten ondervinden van het plan ten aanzien van de waterhuishouding (waterkwantiteit/waterkwaliteit). Door middel van een voorwaardelijke verplichting (artikel 4.6.5) wordt geborgd dat de waterbergingsopgave uit het Ruimtelijk Kwaliteitsplan worden uitgevoerd. Er vinden geen ontwikkelingen plaats binnen de keurzone van het waterschap. Bij de bouw van de compensatiewoningen zal een gescheiden rioolstelsel worden aangelegd, indien dit nog niet aanwezig is.
Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling wordt gesteld dat de directe omgeving geen nadelige effecten ondervindt van het plan ten aanzien van de waterhuishouding. Gesteld wordt dat hiermee aan de voorwaarden wordt voldaan van het waterschap Vechtstromen.
6.2.3 Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
48
NL.IMRO.0141.00156-BP21
Hoofdstuk 7
Juridische aspecten en planverantwoording
In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.
7.1
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. Overgangs- en slotregels.
7.2.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.);
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
49
NL.IMRO.0141.00156-BP21
Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.
7.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 5) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 6) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van eigenaren en/of gebruikers en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad. Algemene procedureregels (Artikel 8) In dit artikel staat beschreven welke procedureregels in acht moeten worden genomen, wanneer er nadere eisen zijn gesteld die onderdeel uitmaken van de regels in dit bestemmingsplan. Overige regels (Artikel 9) In dit artikel staat beschreven welke regels er gelden voor het parkeren, laden en lossen.
7.2.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Ten aanzien van de plansystematiek voor de bestemmingen is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de plansystematiek van het bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord". Uitzondering hierop vormen de Algemene afwijkingsregels (Artikel 7), voor de regels in dit artikel wordt aangesloten bij het bestemmingsplan "Parapluherziening algemene afwijkingen". Dit bestemmingsplan herziet op onderdelen de binnenplanse afwijkingsregels met bijbehorende begrippen van alle vigerende bestemmingsplannen voor het gehele grondgebied van de gemeente Almelo.
'Agrarisch - 1' (Artikel 3) Gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gerealiseerd. Gelet op de ontwikkeling (wegbestemmen van een agrarisch bouwvlak) is het nieuwvestigen van een
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
50
NL.IMRO.0141.00156-BP21
agrarisch bedrijf niet wenselijk. Door het weglaten van een bouwvlak wordt gewaarborgd dat een nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf wordt voorkomen. 'Wonen - Stadsrand' (Artikel 4) De voor 'Wonen - Stadsrand' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen in woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. In de bouwregels is onderscheid gemaakt in bouwregels voor hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken. Hierbij is aangesloten op de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord". Verder is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het uitvoeren van bodemonderzoek (verkennend en indien nodig nader onderzoek) om een goede bodemkwaliteit voor de beoogde functies te kunnen garanderen. In de specifieke gebruiksregels zijn een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing van het plangebied, de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, evenals voor de waterberging conform het 'Programma Water en Riolering Almelo 2022-2026'.
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
51
NL.IMRO.0141.00156-BP21
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten beperken zich tot de ambtelijke kosten welke verbonden zijn aan het voeren van de planologisch procedure en worden verhaald middels de legesverordening. Eventuele planschade wordt afgewenteld middels een planschadeovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a geen exploitatieplan nodig.
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
52
NL.IMRO.0141.00156-BP21
Hoofdstuk 9 9.1
Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze
Vooroverleg
9.1.1 Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2 Provincie Overijssel Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 Bro heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. De provincie Overijssel heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een zogenoemde Vooroverleglijst Ruimtelijke Plannen opgesteld. In dit geval valt het plan onder: Plannen voor uitbreiding van agrarische bouwblokken, Rood voor Rood en Vrijkomende Agrarische Bedrijfslocaties (VAB's) mits passend in een gemeentelijk kwaliteitskader dat in lijn is met het Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en de Omgevingsvisie Overijssel. Voor plannen en besluiten die (tevens) andere provinciale belangen raken (zoals NNN en verblijfsrecreatie) blijft vooroverleg noodzakelijk. In dit geval betreft het een Rood voor Rood project, dat is in lijn is met het Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Tevens is er geen sprake van andere provinciale belangen. Daarom is vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk.
9.1.3 Waterschap Vechtstromen De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in de 'normale procedure'. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Het waterschap is geïnformeerd over voorgenomen ontwikkeling en heeft een positief advies gegeven.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt er, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Initiatiefnemer heeft contact opgenomen met de bewoners van de Westermaatweg 14. Er zijn geen bezwaren kenbaar gemaakt. De ontwikkeling aan de Aadorpweg 2 is niet zichtbaar en er zit ruime afstand tussen de Westermaatweg 14 en de Aadorpweg 2 (circa 470 meter) waardoor van hinder geen sprake zal zijn.
9.3
Zienswijzen
Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken voor een ieder ter inzage heeft gelegen.
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
53
NL.IMRO.0141.00156-BP21
Bijlagen bij de toelichting
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
54
NL.IMRO.0141.00156-BP21
Bijlage 1 Ruimtelijk Kwaliteitsplan
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
55
ruimtelijk kwaliteitsplan Aadorpweg 2 Almelo
COLOFON
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer
06 24 88 38 28
E-mvail
herbert@erfontwikkelaar.nl
Internet
www.erfontwikkelaar.nl
Project
1552
Auteur
H. Oldehinkel
Datum laatst gewijzigd
11 januari 2023
Bestandsnaam
1552-002c.indd
Aantal pagina’s
18
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
1.1.
1
aanleiding
2 VIGEREND BELEID
3
2.1.
3
omgevingsvisie overijssel
3 H U I D I G E S I T U AT I E
4
3.1.
4
bestaande erf in landschap
4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N
7
4.1.
onderbouwing
7
4.2.
Samenvatting
7
4.3.
beplantingstabel
11
1 INTRODUCTIE 1.1.
AANLEIDING
dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Aadorpweg 2 te Almelo. Het bestaande erf bestaat uit een voormalig agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning en enkele landschapsontsierende bebouwing. Het agrarisch bedrijf is reeds gestaakt. De wens bestaat om de landschapsontsierende bebouwing te slopen en middels de rood voor rood regeling twee nieuwe bouwkavels te genereren. Waar kan zullen bestaande waardevolle bomen behouden blijven (eiken en beuk). De gemeente Almelo wil hier middels de rood voor rood regeling in principe aan medewerken, mits de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt. Deels wordt dit bereikt door de sloop van landschapsontsierende bebouwing (minimaal 850 m2 per kavel) en deels door het landschappelijk goed inpassen van het gehele plangebied. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt de Omgevingsvisie Overijssel. Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.
1
locatie plangebied
aa
ns
gre
s dom
en
eig
bedrijfswoning
te slopen
ns
gre
s dom
en
eig
2
g pwe dor
te slopen
plangebied
2 VIGEREND BELEID
waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit.
2.1.
Agrarisch cultuurlandschap:
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en
Hoogveenontginningsplandschap
vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieubeleidsplan
Vanuit linten werd het omliggende hoogveengebied middels op-
samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt het provinciale be-
strekkende verkavelingen, vrij kleinschalig, grotendeels ontgonnen.
leidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Provincie
Dit was het gevolg van de wens tot vergroting van het landbouwa-
Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaan-
reaal. Diepe afwateringskana-len werden niet gegraven zodat veel
de kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindin-
veen onder het grondwater bleef zitten. Een groot deel van dit
gen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe
landschapstype is dan ook later alsnog afgegraven, verder ontwaterd
ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten
en weer als landbouwgrond in cultuur gebracht. En daar-mee onder-
bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het
deel geworden van het veenkoloniaal landschap.
behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essen-
Andere delen zijn door landinrichtingswerken minder herkenbaar
tiële gebieds- kenmerken het uitgangspunt.
geworden. De hoogveenontginningslandschappen zijn te herkennen aan de
Gebiedskenmerken
opstrekkende verkavelingen, een min of meer grillig patroon van
Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken binnen
wegen en paden en de vele elzensingels. Reliëfrijk, vanwege het
de Omgevingsvisie toegelicht:
niet vergraven van delen, waar de veenpakketten dun waren. Het
• De natuurlijke laag
landschapstype is afwisselend meer of min-der open.
Natuurlijke laag Dekzand/Hoogveen
• De laag van het agrarisch-cultuur landschap • De stedelijke laag (hier n.v.t.)
De ambitie voor de resterende oude hoogveenontginningsland-
• De lust en leisure laag (hier n.v.t.)
schappen isdeze als ruimtelijk zelfstandige eenheden, herkenbaar en
Natuurlijke laag: hoogveen
beleefbaar te maken.
Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge 3
A g r c u l t u u r l . Ve e n l a n d s c h a p
3 H U I D I G E S I T U AT I E
De erven zijn ingericht met een boomgaard, moestuin, siertuin, een
3.1.
een haag.
BESTAANDE ERF IN LANDSCHAP
oprukkende verstedelijking als een groene enclave in zijn omgeving.
gazon met magnolia of grote solitaire bomen, vaak omgeven door Vriezenveen was een van de eerste en meest indrukwekkende ruilverkavelingen die plaatsvonden onder de nieuwe Ruilverkave-
Het erf ligt net buiten de bebouwde kom van Aadorp aan de Aadorpweg, het relatief open gebied wordt begrensd door de N36
Sobere bebouwing
lingswet van 1954. Tussen 1957 en 1969 is ruim 4400 hectare grond
en het kanaal. Aan de noordzijde is een open agrarisch gebied. Het
De boerderijen zijn in een uiterst sobere stijl gebouwd met traditi-
herverkaveld en zijn duizenden verspreid gelegen snippers percelen
gebied is rond 1960 heringericht met een beter afwateringsysteem.
onele bouwmaterialen zoals bakstenen en dakpannen. Bij uitzon-
samengevoegd tot grotere, aaneengesloten kavels. Daarnaast werd
Ook is de Aadorpweg aangelegt als doorgaande weg naar Vriezen-
dering komt een moderne stal van betonnen systeemplaten voor.
200 hectare woeste grond ontgonnen. Ongeveer 70 boerengezinnen
veen. Het erf is destijds gerealiseerd. Het erf is onderdeel van de
Variatie bestaat vooral uit de manier waarop het woonhuis voor,
verhuisden van het dorp naar nieuwe erven buiten de oude kern.
wederopbouwperiode. Het Oversticht heeft onderzoek gedaan naar
naast of tegen de schuur is geplaatst. Het meest voorkomende type
Internationale belangstelling Vanwege de aard en de omvang van
deze erven:
is de kop-hals-romp boerderij. Ook de bijgebouwen staan in telkens
de ingrijpende herverkaveling was Vriezenveen destijds het parade-
wisselende opstelling op het erf, afhankelijk van het type bedrijf:
paardje van de Nederlandse ruilverkaveling. In 1958 bracht konin-
Nieuwe structuur:
landbouw, veeteelt of een combinatie daarvan. Tot vreugde van de
gin Juliana een bezoek aan een van de eerste nieuwe boerderijen.
Deze wederopbouwperiode (1940-1965) was een tijd van ver-
boerin waren de woonhuizen voorzien van een voor die tijd uiterst
Na Hare Majesteit volgden nog vele binnenlandse en buitenland-
nieuwing in de architectuur en stedenbouw in Nederland. Het
moderne keuken voor een hygiënisch huishouden. In het overzicht
se bezoekers die met eigen ogen de moderne, verbeterde manier
landschappelijk ontwerp kenmerkt zich door nieuwe verkavelings-
hieronder zijn de verschillende typen boerderijen en bijgebou-
van landbouw wilden zien. In 2011 is het ruilverkavelinggebied in
patronen en een belangrijke rol van verkeer over de weg. Vóór de
wen schematisch weergeven. Het erf bestaat uit een woning met
Vriezenveen door de overheid aangewezen als één van de dertig ge-
ruilverkaveling had Vriezenveen een bij- zonder slagenlandschap
aanbouw, met meerdere varkensstallen. Ten oosten van het erf
bieden uit de wederopbouwperiode van nationaal cultuurhistorisch
met uitzonderlijk smalle en lange kavels die vrijwel uitsluitend
ligt een houtsingel. Verspreid over het erf staan oude (grote) en
belang. Het gebied is dan ook heel goed herkenbaar door de regel-
bereikbaar waren over water. Na de herinrichting bestond het
jongere bomen. De gebouwen staan in rechte hoeken ten opzichte
matige structuur van het landschap en de overeenkomsten tussen
landschap uit blokvormige kavels gescheiden door lange wegen met
van elkaar. De stallen verkeren in een slechte staat en kennen geen
de erven en de bebouwing.
rijen bomen.
cultuurhistorische waarde.
Landschap Herkenbare erven
Locatie
Vanwege de cultuurhistorisch waardevolle opbouw moet het
Het motto van de wederopbouw was ‘licht, lucht en ruimte’. Alle
De erven liggen in lange linten ten noorden en zuiden van de
herinrichten van het erf passen binnen de gestelde kwaliteiten. Te
erven hebben daarom een ruime, open opzet met doorzichten langs
dorpskern: langs de Dalweg, Westerveenweg, Oostermaatweg en
denken valt aan versterking tussen open en dicht (groen) een afge-
de bijgebouwen. De oprit vanaf de weg ligt meestal in het midden
Westermaatweg. In het westen werd één kort lint aangelegd langs
wogen positioneren in vormgeving van de compensatiewoningen.
van het erf, soms in de vorm van een brug over de sloot. De woon-
de Westerhoevenweg en de Russendijk. In de Pollen, ten noordoos-
Daarnaast moet de oorspronkelijk indeling van het erf herkenbaar
huizen zijn op de straat gericht, de siertuin ligt ertussen. Praktisch
ten van Vriezenveen, is tussen de bestaande lintbebouwing
blijven. (inrit/groenstructuur/eenvoud/functionaliteit).
alle erven zijn aan drie zijden omgeven door een singel van (eiken)
een aantal nieuwe erven toegevoegd, de zogenaamde streekverbe-
bomen, die beschutting bood tegen de wind. Hier en daar geeft een
teraars. Samen met een aantal verspreid gelegen erven in de Pollen,
uitsparing in deze singel fraai zicht op het achterliggende land.
ten noordoosten van Vriezenveen, vormen ze een duidelijk herke-
4
bare groep met dezelfde kenmerken. Het erf ligt te midden van de
4 ERF Sloop van voormalige bedrijfsgebouwen en splitsing van het erf betekent vaak dat de samenhang in het erf verloren gaat. Ook hier kan sloop een ongewenst gat in het erf slaan. Randvoorwaarden zijn dan ook: •
Het erf als een groen eiland in een open ruimte;
•
Eén ontsluiting voor het gehele erf;
•
Aanbrengen nieuwe samenhang op het erf:
•
Formeel karakter en de uitgelijnde positie van gebouwen;
•
De ligging van de bestaande bedrijfswoning is leidend; dit is en blijft het hoofdgebouw op het erf.
•
Behoud het onderscheid tussen ‘voor’ en ‘achter’ op het erf;
•
De nieuwe gebouwen zijn in vormentaal en materiaalgebruik ondergeschikt aan de hoofdwoning;
•
Onderzoek of bestaande bomen en beplanting behouden kunnen blijven.
Nieuw aan te brengen groen wordt gebruikt om bestaande structuren te versterken en door op een natuurlijk en passende wijze het erf bewoonbaar te maken voor drie eenheden.
kenmerken: - erven in relatie met kavelrichting -open ruimten als kamers - laanbeplanting 5
concept erf
6
luchtfoto bestaand erf
7
oorspronkelijke bouwtekening
8
plangebied en omgeving rond 1960 na verbeteren afwatering
5 RUIMTELIJK K WA L I T EI T S PL A N
Het erf zal bestaan uit drie kavels. Eén kavel bestaat uit de bestaan-
een rode beuk) behouden en zijn opgenomen in het plan. De min-
de woning met een nieuwe schuur op de plek waar ook altijd een
der vitale bomen en de onderbeplanting van de bestaande singel
bijgebouw heeft gestaan. Doordat de bestaande woning blijft staan
wordt gerooid. Hiermee kan de gehele kavel benut worden en blijft
zal dit het hoofdgebouw op het erf blijven. Op de twee overige
er geen stukje grond aan de noordzijde over. Het eindbeeld van deze
Uitgangspunten opdrachtgever:
kavels zullen twee schuurwoningen worden gebouwd.
bomen zijn solitairen nabij de woning of vrij in een weiland. Daarom
•
ca. 1814 m landschapsontsierende bebouwing;
•
behoud bestaande woning met aangebouwd bijgebouw;
De eerste woning, direct ten westen van de bestaande woning, zal
•
2 compensatiewoningen op het erf;
qua type aan moeten sluiten op de grote schuur op het erf.. Een
De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden
•
afscherming N36 i.v.m. geluidsoverlast;
eenvoudige hoofdvorm (met ongelijke kap) en uitgevoerd in mate-
met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een
•
ruimte op het erf om te keren of te parkeren;
rialen die mooi verouderen en voorkomen op het boerenerf (hout,
gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming
•
privacy op het erf;
staal, profielplaat, glas). De tweede schuurwoning refereert naar de
met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het
varkensstal die ook op deze plek stond. Deze woning is lager en lang-
woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande
Uitgangspunten gemeente:
gerekter dan de andere woning. Ook deze woning moet onderdanig
exoten zijn niet toegestaan.
•
sloop minimaal 1700 m landschapsontsierende bebouwing;
aan de bedrijfswoning zijn. Bestaande overstaande eiken uit de
•
landschappelijk goed inpassen van de kavel waarbij het moet
bestaande westelijke singel blijven behouden. Ook een rode beuk en
5.2.
aansluiten op de karakteristiek van het landschap;
een eik nabij de bestaande woning blijven behouden. (zie tekening)
•
sloop ca. 1814 m2 landschapsontsierende bebouwing;
•
opruimen verhardingen, mestopslag etc.
•
realisatie twee compensatiewoningen in schuurarchitectuur
•
2
2
worden de bomen vrijgezet en de minder fraaie bomen gekapt.
enkel gebruik streekeigen beplanting. Deze twee erven worden deels afgeschermd met een boomgaard
Op de volgende pagina is het inrichtingsplan afgebeeld.
5.1.
ONDERBOUWING
SAMENVATTING
refererent aan de type schuren op het erf;
en een esdoornhaag (ook kenmerkend op deze erven). Dit element geeft het erf de gewenste groene massa en privacy tussen de ver-
•
het erf blijft zich als wederopbouw erf presenteren;
schillende woningen. Met bomenrijen worden de volumes verzacht
•
gebiedsvreemde beplanting rooien;
Bij deze ontwikkeling worden op de woning na alle opstallen en ver-
en het erf landschappelijk ingepast. De inrit blijft op de oorspron-
•
bomenrijen op het erf;
hardingen gesloopt en opgeruimd. Hierdoor ontstaat de ruimte om
kelijke plek zodat er een efficiente ruimte overblijft dat als weiland
•
esdoornhagen als natuurlijke afscherming op het voorerf;
het erf geheel opnieuw in te richten. Het ‘nieuwe’ erf blijft onder-
wordt ingericht.
•
centrale groentetuin
•
centrale boomgaard met fruitstruiken;
deel van hoogveenontginningslandschap. De totale oppervlakte van het erf zal toenemen daarentegen neemt het bebouwde oppervlak-
Op de erven is ruimte om te keren. Deels wordt de perceelgrens
•
houtsingel langs rand perceel;
te af. HIermee ontstaat ruimte om het geheel goed in te passen. Het
middels een houtsingel afgeschermd. De singel schermt met name
•
bestaande waardevolle zomereiken en beuk behouden.
concept is ‘de wederopbouw’. Aangezien dit type erf als waardevol is
zicht op de de N36 af. Tevens fungeert het als geluidsbarierre en
aangemerkt moet met name de volumes en de erfindeling herken-
versterkt het de karakteristieke ‘groene eilanden’, zoals de erven
baar blijven. Een moderne interpretatie met als bestemming wonen
oorspronkelijk waren.
zorgt ervoor dat de herkenbaarheid blijft. Op het erf blijven waardevolle bomen (met name zomereiken en 9
laat je erf groeien!
10
erfinrichting
Erfinrichtingsplan Aadorpweg 2 Almelo
formaat a3
tekeningno 1 (3)
10 jan. 2023
datum
1552
proje
1. Aanplant Hollandse linde
1552
project
Legenda
3. Compensatiewoning (schuurarchitectuur ref. varkensstal)
8
7
7. Robuuste houtsingel (10 meter breed)
5 9 12
6
8
8. Es als boom 9. Te slopen stallen 10. Weiland met eikenhouten raster
1
4
4
12. Bestaande waardevolle boom behouden
9
9
17
16
11. Bestaande notenboom
5
13. Aanplant elzensingel (beheren als hakhout)
9 14
1
8
14. Aanplant hoogstam fruitbomen
8 15
11
15. Moestuin 2
14
3
16. Haag van bessenstruiken 17. Struweel bestaande uit:
16
Esdoorn Sleedoorn Am. krentenboompje Meidoorn
5
1
17
13
17
erfinrichting
a3
10
formaat
6. Compensatiewoning (schuurarchitectuur ref. hoge veestal)
1 (3)
5. Keren en parkeren
tekeningno
4. Esdoornhaag om tuin 4
11
10 jan. 2023
12
datum
2. Bestaande woning behouden
inspiratie erf
12
inspiratie erf
13
1552
1. Aanplant Hollandse linde
project
Legenda
3. Compensatiewoning (schuurarchitectuur ref. varkensstal)
8
7
7. Robuuste houtsingel (10 meter breed)
5 9 12
6
8
8. Es als boom 9. Te slopen stallen 10. Weiland met eikenhouten raster
1
4
4
12. Bestaande waardevolle boom behouden
9
9
17
16
11. Bestaande notenboom
5
13. Aanplant elzensingel (beheren als hakhout)
9 14
1
8
14. Aanplant hoogstam fruitbomen
8 15
11
15. Moestuin 2
14
3
16. Haag van bessenstruiken 17. Struweel bestaande uit:
16
Esdoorn Sleedoorn Am. krentenboompje Meidoorn
5
1
17
13
17
a3
10
formaat
6. Compensatiewoning (schuurarchitectuur ref. hoge veestal)
1 (3)
5. Keren en parkeren
tekeningno
4. Esdoornhaag om tuin 4
14
10 jan. 2023
12
datum
2. Bestaande woning behouden
5.3.
KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING
Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie
Gebiedseigen ontwikkeling
Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de
Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet primair
groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder
in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische bedrijven en
voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.
wonen.In voorliggend geval is dan ook sprake van een gebiedseigen
In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en
functie. Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en econo-
nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van
misch vitaal houden van het buitengebied.
de ruimtelijke kwaliteit.
Schaal en impact op de omgeving Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming
De activiteiten zullen plaatsvinden op een plek waar al bouwing
vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwa-
staat. De stallen zijn niet meer in gebruik en is daarmee als land-
liteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten
schapsontsierend aangemerkt. Deze worden gesloopt. Per saldo
worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden
ontsteent het buitengebied hiermee. De schaal van de ontwikkeling
toegevoegd.
is daarentegen klein, mede door de positionering van de gebouwenbinnen de ‘groene kamer’. De impact op de omgeving is hiermee
De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikke-
beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door vergroenen
lingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving,
van het landschap.
is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op
Eigen belang en maatschappelijk belang
de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwik-
Er is sprake van een eigen belang. Er wordt een woonbestemming
kelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteit-
toegevoegd. Middels de sloop van de landschapsontsierende bebou-
sprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde
wing zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied verbeteren.
ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de
Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap.
omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd:
15
De tegenprestatie bestaat met name uit het slopen van ca. 1800 me aan landschapsontsierende bebouwing. Tevens worden alle overtollige verhardingen en mestkelders opgeruimd. Bestaande waardevolle bomen kunnen behouden blijven en zijn onderdeel van het plan. Als extra investering in de ruimtelijke kwaliteit worden er aanvullende maatregelen genomen. Zo wordt er een kikkerpoel gegraven en wordt de weide voorzien van passende afrastering. De kikkerpoel (40x30 m) vergroot de biodiversiteit en zal een schuilplaast bieden aan kleine zoogdieren, amfibieën en vogels. Daarnaast zal de natuurlijke oever (1:10) een broed- en paarplaats zijn voor ambfibieën en reptielen. Het passend eikenhouten raster bestaat uit gekloofde palen met een dubbel glad draad. Het raster wordt rondom de weide aangebracht en beschermd de aanplant tegen vraagt. Op pagina 13 zijn sfeerbeelden opgenomen.
pr datum formaat tekeningno
basisinspanning
eikenhouten palen met raster als afscherming weiland (KGO)
aanleg poel (KGO) solitaire zomereik (KGO)
laat je erf groeien! 16
kwaliteitsimpuls
pr datum formaat
4 9
tekeningno
5
2 5 4
10
1
2
3
1 7
6 2
6
1
3
10 8
Legenda 1. Aanplant Winterlinde - Tilia cordata 'Rancho' Aanplantmaat 14-16 cm Totaal 3 stuk 2. Aanplant walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 12-14 Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitaire boom
5. Bestaande beuk behouden 6. Aanplant hoogstam fruitbomen Malus/Pyrus/Prunus H.O. Aanplantmaat 12-14 Bij voorkeur oude soorten Totaal 6 stuks met een minimale onderlinge afstand van 6 (m) 7. Bestaande notenboom
3. Haag van bessenstruiken als Ribes rubrum/nigra - Aalbes / zwarte bes Ribes uva-crispa -Kruisbes Ribes idaeus - Framboos 4. Aanplant veldesdoorn - Acer campester Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m1 planten in driehoeksverband Eindbeeld is een geschoren haag van maximaal 1 (m)
8. Aanplant bomenrij bestaande uit: Alnus glutinosa - Zwarte Els Aanplantmaat 10-12Totaal 25 stuks Plantafstand 4-6 (m) Met daar tussen struweel bestaande uit: Hazelaar - Corylus avellana 15% Geldersche roos - Viburnum opulus 25% Wilde liguster - Ligustrum vulgaris 30% Kornoelje - Cornus mas 30% Aanplantmaat 80-100 met 1 st/m1 planten in driehoeksverband Eindbeeld is bomenrij met een struikenlaag
17
9. Aanplant houtsingel: Quercus robur - zomereik 5% Alnus glutinosa - zwarte els 15% Corylus avelana - hazelaar 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 20% Ligustrum vulgaris - wilde liguster 20% Prunus spinosa - sleedoorn 10% Crataegus monogyna -meidoorn 15% Rosa rubignosa - egelantier 5% Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m1 planten in driehoeksverband Eindbeeld is een gesloten houtsingel van 10 (m) breed en 155 (m) lang 10. Struweel bestaande uit: Acer campestre - Esdoorn Prunu spinosa - Sleedoorn Amelancier lamarckii - Am. krentenboompje Crateagus monogyna - Meidoorn Aanplant 80-100 met 3 st/m2 Naar wens aanplanten
beplantingsplan
laat je erf groeien
18
NL.IMRO.0141.00156-BP21
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
ontw erp bestemmingsplan Aadorpw eg 2
77
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Aadorpweg 2, Aadorp
24-01-2023
Status: Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI AADORPWEG 2, AADORP
Status: Datum: Projectnummer: Versie:
Definitief 24-01-2023 2022-698 1
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 7
2.5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 7 2.5.2 Situatie projectgebied ............................................................................................................................ 7
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 9 3.1 3.2
Situatie projectgebied ........................................................................................................................... 9 Verkeersgegevens................................................................................................................................ 10
Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................. 11 4.1 4.2 4.3 4.4
Berekeningen ....................................................................................................................................... 11 Geluidsbelasting .................................................................................................................................. 11 Hogere Waarde.................................................................................................................................... 12 Maatregelen reductie geluidbelasting ................................................................................................. 12
Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 14 Bijlagen
.................................................................................................................. 15
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Itemeigenschappen..................................................................................................................... 15 Rekenmodel ................................................................................................................................ 16 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 17
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het perceel aan de Aadorpweg 2 te Almelo. De agrarische bedrijfsactiviteiten op deze locatie zijn beëindigd. Initiatiefnemer is voornemens om de voormalige agrarische bebouwing, met een gezamenlijk oppervlakte van 1.814 m2, te slopen en deel te nemen aan het gemeentelijk beleid ‘Her- en nevengebruik VAB, Rood voor Rood’. Met het slopen van deze gebouwen is het mogelijk om twee compensatiewoningen met bijgebouwen te realiseren. De bestaande woning met aangebouwd bijgebouw blijven behouden. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied rood omkaderd.
Afbeelding 1.1
Ligging projectgebied (Bron: PDOK)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
2.5.1 Algemeen De gemeente Almelo beschikt over gemeentelijk geluidbeleid, genaamd “gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Almelo” (december 2014), met een hiervan onderdeel uitmakende kaart. Hierin heeft de gemeente het beleid ten aanzien van de voorkeurswaarden en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting opgenomen. Het geluidbeleid staat op de locatie hogere waarden toe. In afbeelding 2.1 is de locatie in de gebiedsgerichte kaart met een ster weergegeven.
Afbeelding 2.1
Uitsnede gemeentelijk gebiedsgerichte kaart (Bron: gemeente Almelo)
2.5.2 Situatie projectgebied Het projectgebied is, op de van het beleid onderdeel uitmakende kaart, gelegen binnen de zone “agrarisch”. In afbeelding 2.2 zijn de gebieden met grenzen en waarden weergegeven. Voor deze locatie geldt een ambitiewaarde van 48 dB en een bovengrens van 53 dB.
Afbeelding 2.2 gemeente Almelo)
zones geluidsklasse bijbehorende waardes (bron:
De voorwaarden die in het gemeentelijk beleid worden gesteld ten aanzien van het kunnen verlenen van een hogere waarde, hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Daarnaast is er sprake van locatiespecifieke en geluidsklasse criteria. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief Locatiespecifieke criteria Voor de locatiespecifieke criteria geldt het volgende: Ieder verzoek om hogere grenswaarde wordt in ieder geval aan de voornoemde hoofdcriteria getoetst. Daarnaast worden bij de afweging over het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde ook de locatiespecifieke kenmerken (of nadere ontheffingscriteria genoemd) betrokken. De onderstaande locatiespecifieke kenmerken worden in de overwegingen als positief aspect meegenomen dan wel als zwaarwegend argument meegenomen. • • • • • • • • •
de locatie bevindt zich in de nabijheid van een bus- of treinstation; de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing; de nieuwbouw zorgt voor afscherming van het achterliggend gebied; de locatie is opgenomen in herstructureringsplannen (bijvoorbeeld het Indiëterrein en dergelijke); de nieuwbouw vult een open plek op tussen aanwezige bebouwing; de beoogde ontwikkeling vormt een markant punt of een markante lijn, dat dient ter versterking van de stedenbouwkundige structuur (zoals vastgelegd in stedenbouwkundige visie als Hoogbouwvisie, Structuurplan, en dergelijke) en / of met de ontwikkeling van de betreffende locatie worden één of meerdere andere milieuknelpunten (bijv. luchtkwaliteit, bodemsanering, overige hindersituatie) elders opgelost.
Geluidsklasse “onrustig” criteria Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidsklasse “onrustig” worden de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: 1. 2. 3. 4. 5.
indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) en / of overdrachtsmaatregelen treffen (bijvoorbeeld geluidschermen of -wallen) treffen; indien mogelijk de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woning(en) vergroten; in ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; het stedenbouwkundig ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat en vanaf de geluidklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit.
Om een hogere waarde te kunnen verlenen zal er aan één of meerdere van de hierboven genoemde criteria voldaan moeten worden.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Het voornemen ziet toe op de realisatie van twee compensatiewoningen. Het erf zal bestaan uit drie kavels. De bestaande woning blijft bestaan en dit zal het hoofdgebouw op het erf blijven. Op de twee overige kavels zullen twee schuurwoningen worden gebouwd. De eerste woning, direct ten westen van de bestaande woning, zal qua type aan moeten sluiten op de grote schuur op het erf. Een eenvoudige hoofdvorm (met ongelijke kap) en uitgevoerd in materialen die mooi verouderen en voorkomen op het boerenerf (hout, staal, profielplaat, glas). De tweede schuurwoning refereert naar de varkensstal die ook op deze plek stond. Deze woning is lager en langgerekter dan de andere woning. Omdat het exacte ontwerp van de woningen nog niet vaststaat is uitgegaan van twee woningen van circa 6 meter met verblijfsruimten op de begane grond en de eerste verdieping. In afbeelding 3.1 is een plattegrond van de gewenste situatie weergegeven.
Afbeelding 3.1
plattegrond gewenste situatie (Bron: initiatiefnemer)
Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Aadorpweg (80 km/uur). In de nabijheid van het projectgebied zijn geen andere wegen gesitueerd die van belang worden geacht voor voorliggend onderzoek. In tabel 3 zijn de uitgangspunten van onderhavig onderzoek weergegeven. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting alle wegen Tabel 3
Buitenstedelijk gebied 53 dB Ja 5 dB
Uitgangspunten akoestisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief
3.2
Verkeersgegevens
Door de gemeente Almelo is het verkeersmodel aangeleverd. Dit verkeersmodel is één op één overgenomen. Het verkeersmodel geeft prognosecijfers voor het jaar 2030 weer. Er is gerekend met een autonome groei van 1,5% om tot het rekenjaar 2033 te komen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 1,0 (akoestisch zacht). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: • • • • •
wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte; harde bodemgebieden; hoogte lijnen; toetspunten op 1,5 meter en 4,5 meter op beide woningen
In bijlage 1 zijn de itemeigenschappen weergegeven. In bijlage 2 zijn de uitsneden van het Rekenmodel weergegeven.
4.2
Geluidsbelasting
Om de geluidbelasting te bepalen zijn er 8 toetspunten geplaatst, waarbij op iedere gevel één toetspunt is geplaatst. In afbeelding 4.1 zijn de geplaatste toetspunten weergegeven. De resultatentabellen zijn in bijlage 3 opgenomen.
Afbeelding 4.1
Geplaatste toetspunten (Bron: Geomilieu, BJZ.nu)
De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer van de Aadorpweg bedraagt, inclusief 2 dB reductie, hoogstens 51 dB. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt hoogstens 53 dB.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief
4.3
Hogere Waarde
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onderzocht.
4.4
Maatregelen reductie geluidbelasting
Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.4.1
Bronmaatregelen
Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. Initiatiefnemer van het voorliggend onderzoek, heeft geen invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer ook geen invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan zorgen voor een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Het huidige wegdek betreft referentiewegdek. Het vervangen van het huidige referentiewegdek door DDL-A of DDL-B wegdek levert een minimale reductie op. Daarnaast brengt het aanbrengen van stiller wegdek hoge kosten met zich mee in verhouding met het aantal woningen waarbij de geluidbelasting vermindert (1 woning). De wegbeheerder zal bovendien niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudstechnische problemen leidt. Vanuit civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus niet haalbaar. 4.4.2
Overdrachtsmaatregelen
Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om een lagere geluidsbelasting van 2 dB te realiseren moet de afstand tussen de gevel en de weg met 50% worden vergroot. Om te kunnen voldoen aan de voorkeurswaarde dient de afstand verder te worden vergroot wat ten koste gaat van de landschappelijke inpassing. Een geluidsscherm is ook niet doelmatig, aangezien naast de hoge kosten ook een geluidscherm niet in te passen is in het landschap. Het treffen van overdrachtsmaatregelen is dan ook niet doelmatig. 4.4.3
Gevelmaatregelen
Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal 53 dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 53 – 33 = 20 dB. Gevels dienen volgens het Bouwbesluit 2012 een geluidswering te bezitten van 20 dB, waardoor er voor de te realiseren woning een extra gevelmaatregelen benodigd zijn. 4.4.4
gemeentelijk geluidbeleid
De gemeente Almelo heeft zoals aangegeven in paragraaf 2.5 een gemeentelijk geluidbeleid. Hieronder wordt in gegaan op de locatiespecifieke criteria en de criteria behorend bij de geluidsklasse onrustig.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aadorpweg 2, Almelo Definitief De nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing dus aan de locatiespecifieke criteria wordt voldaan. De criteria behorend bij de geluidsklasse onrustig zijn als volgt beoordeeld: 1. 2. 3. 4. 5.
4.4.5
Bron- en overdrachtsmaatregelen blijken niet doelmatig. De afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woning(en) vergroten blijkt niet doelmatig; De buitenruimte voldoet aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; N.v.t. Een bouwakoestisch onderzoek dient te worden gevoegd bij de aanvraag van de omgevingsvergunning waarbij wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit. Conclusie maatregelen