16 Technisch onderzoek windenergie Almelo Tubbergen Twenterand.pdf
Tekst van het document
De ontwikkelaar en exploitant van het windpark is doorgaans een private partij (zoals een energieleverancier), energiecoöperatie van omwonenden of vennootschap waarin zowel een private partij als energiecoöperatie vertegenwoordigd is. In heel enkele gevallen worden windturbines door de gemeente zelf ontwikkeld, maar dit komt in Nederland slechts weinig voor. De jaarlijks terugkerende (operationele) kosten van een windpark zijn in vergelijking tot grijze vormen van energieopwekking laag omdat geen brandstof hoeft worden verbruikt. De belangrijkste operationele kosten zijn (naast rente op en aflossing van de banklening) de onderhoudskosten, verzekeringen, netinstandhoudingskosten en een bijdrage aan een omgevingsfonds. Afhankelijk van de gemaakte afspraken krijgt
26 27
Zie: tarieven Enexis grootzakelijk 2022, eenmalig Deze cijfers zijn afkomstig uit het PBL Eindadvies Basisbedragen SDE++ 2021, https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2021-eindadvies-basisbedragen-sde-plus-plus-2021_4032.pdf
66
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
de persoon op wiens grond de windturbines zijn geplaatst daarnaast ook een jaarlijkse grondvergoeding28. 5.5.1.6
Baten en SDE++
Tijdens de exploitatie van het windpark wordt de gemaakte investering terugverdiend door de verkoop van elektriciteit (doorgaans op de elektriciteitsmarkt, maar soms ook direct aan lokale afnemers). Windparken met een toekenning uit de Subsidieregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) hebben daarnaast, gedurende de eerste 15 jaar van de exploitatie van het windpark, recht op een financiële bijdrage vanuit de rijksoverheid. De SDE++ bijdrage bestaat elk jaar uit het verschil tussen de marktprijs van elektriciteit in dat jaar en het vanuit de SDE++ toegekende basisbedrag. Wanneer een windpark bijvoorbeeld een SDE++ toekenning heeft voor een basisbedrag van €50 per MWh, en de marktprijs van elektriciteit in dat jaar €40 per MWh bedroeg, krijgt de exploitant van het windpark in dat jaar een bijdrage van €10 per opgewekte MWh (1 cent per kWh). De SDE++ bijdrage bestaat dus niet uit een vast bedrag per jaar, maar garandeert dat de geproduceerde elektriciteit voor de exploitant een van tevoren bekend bedrag oplevert. Daarmee wordt voor de exploitant van het windpark een grote onzekerheid in de financiering weggenomen. De hoogte van het SDE++ basisbedrag (en de daarmee samenhangende vergoeding vanuit de rijksoverheid) is niet overal in Nederland gelijk, maar afhankelijk van de gemiddelde windsnelheid in een gemeente.
In gemeenten waar het gemiddeld minder hard waait, kan aanspraak worden gemaakt op een hoger basisbedrag dan in gemeenten waar het gemiddeld harder waait. Op deze manier beoogd de rijksoverheid oversubsidiëring van windparken op windrijke locaties te voorkomen en tegelijkertijd windparken op minder windrijke locaties financieel rendabel te houden. De hoogte van het SDE++ basisbedrag wordt daarnaast jaarlijks bijgesteld, in lijn met ontwikkelingen in de productiekosten van door windturbines opgewekte elektriciteit. Doordat windturbines in het verleden steeds groter zijn geworden (met lagere productiekosten per MWh als gevolg) is ook het SDE++ basisbedrag in het verleden sterk gedaald. Omgekeerd zijn daarom ook steeds grotere windturbines nodig om met het steeds lager wordende basisbedrag een financieel rendabel windproject te realiseren. Figuur 33 laat zien dat hoe de gemiddelde afmetingen van windturbines over de tijd zijn toegenomen.
28
Er bestaan ook vormen van een sociale grondvergoeding, waarbij niet alleen de persoon op wiens grond een vergoeding ontvangt, maar ook de eigenaars van omliggende gronden delen in de grondvergoeding.
67
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Figuur 33
Historische ontwikkeling van de afmetingen van nieuw gebouwde windturbines in Nederland (bron: Windstats.nl)
68