CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

16 Ontwerpbestemmingsplan Frans Halsstraat.pdf

Raad 13 april 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W25.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.9

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.1 weergegeven. Tabel 5.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

29

NL.IMRO.0141.00101-BP21

vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Onderzoek De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 16 nieuwe woningen. Het totale aantal woningen in het plangebied neemt toe met vier woningen. Het plan draagt daarom in niet betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Het dichtstbijzijnde meetpunt ligt aan de Henriëte Roland Holstlaan. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat aan de Henriëte Roland Holstlaan in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide 18,5 µg/m³, fijn stof PM10 17,9 µg/m³ (met 6,3 overschrijdingsdagen per jaar) en fijn stof PM2,5 10,2 µg/m³ bedroegen. Deze waarden liggen ruimschoots onder de grenswaarden.

Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.10 Bedrijven en milieuhinder Beleid en Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling een belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen te kunnen maken, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Onderzoek en conclusie De omliggende bebouwing van het plangebied betreft woningen. Ten zuiden van de woningen bevindt zich een groenstrook. Ter plaatse van de groenstrook direct ten zuiden van de woningen aan de Frans van Mierisstraat is een aanduiding 'evenemententerrein' opgenomen.

Op dit terrein mogen periodieke en/of incidentele manifestaties zoals sportmanifestaties, concerten, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen, shows, thematische beurzen en markten georganiseerd worden. De evenementen vergroten de de sociale beleving van de wijk. Het evenementenbeleid van de gemeente Almelo geeft de kaders voor alle evenementen. Aangezien het om incidentele activiteiten gaat zijn de hogere geluidsbelastingen acceptabel. Ten oosten van de woningen aan de Jan Vermeerstraat (aan de Adriaen Brouwerstraat) is de bestemming 'Dienstverlening' opgenomen met de functieaanduiding religie. Verder zijn in de nabije omgeving geen bedrijven aanwezig. Gezien de lichte vormen van bedrijvigheid wordt geconcludeerd dat er bij de beoogde woningen geen sprake zal zijn van milieuhinder. Ter plaatse van de woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

30

NL.IMRO.0141.00101-BP21

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1

Beleidskader

5.1.1 Europees- en Rijksbeleid Klimaatadaptatie Overheden, private partijen en maatschappelijke organisaties werken aan klimaatadaptatie, met de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) als kader. Het doel is Nederland waterrobuust en klimaatbestendig in te richten. De klimaatadaptatieopgave krijgt voor een belangrijk deel invulling via het Deltaprogramma. Alle overheden werken met het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie – onderdeel van het Deltaprogramma – stap voor stap toe naar maatregelen. Eind 2019 hadden vrijwel alle gemeenten, waterschappen en provincies stresstesten uitgevoerd die de risico's van wateroverlast, droogte, hitte en de gevolgen van overstromingen in beeld brengen. Ook het Rijk heeft voor de rijkswegen en het spoor (op onderdelen) stresstesten uitgevoerd. Veel gemeenten, waterschappen en provincies hebben een risicodialoog gevoerd of zijn bezig met de voorbereidingen ervan en sommige hebben uitvoeringsprogramma's opgesteld. Deltaplan Zoetwater De uitvoering van het Deltaplan Zoetwater fase 1 (2015-2021) loopt grotendeels volgens schema. Bijna alle maatregelen zullen in 2021 klaar zijn. In april 2019 is besloten tot en met 2021 7 miljoen euro te besteden aan maatregelen die voortkomen uit de Beleidstafel Droogte, urgente projecten op de Hoge Zandgronden en het verbeteren van de kennisbasis.

Inmiddels zijn ook kansrijke strategieën en maatregelen voor de tweede fase van het Deltaplan Zoetwater in beeld gebracht. In 2019 is de geactualiseerde knelpuntenanalyse beschikbaar gekomen. Hieruit, en uit de deltascenario's, blijkt dat in de toekomst vaker watertekorten kunnen optreden door klimaatverandering, verzilting en sociaaleconomische ontwikkelingen. Impuls met de Delta-aanpak Waterkwaliteit Met de Delta-aanpak Waterkwaliteit geeft Nederland een impuls aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Dat is nodig om in 2027 de geplande maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) af te kunnen ronden en aan de doelen van de richtlijn te voldoen. In 2019 zijn voor de prioritaire onderwerpen drie bestuurlijke versnellingstafels ingericht: de landbouwtafel (meststoffen en gewasbescherming), de stoffentafel (opkomende stoffen en medicijnresten) en de brede tafel (onder meer Kaderrichtlijn Water, kennisimpuls en communicatie). In 2019 is gestart met de Nationale analyse waterkwaliteit. Deze brengt in beeld welke effecten de voorgestelde maatregelen op de waterkwaliteit in 2027 hebben, op basis van regionale en nationale analyses. De waterbeheerders gebruiken deze resultaten om de stroomgebiedbeheerplannen van de Kaderrichtlijn Water voor de periode 2022-2027 in te vullen met nieuwe maatregelen.

Dit loopt parallel met het opstellen van waterplannen door het Rijk, de provincies en de waterschappen. Omgevingswet De Waterwet gaat grotendeels op in de Omgevingswet. De regelgeving uit de Waterwet voor waterveiligheid – met de nieuwe normen voor waterkeringen die sinds 2017 van kracht zijn – worden ingevoegd in de Omgevingswet. Nationale Omgevingsvisie en Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Op 20 juni 2019 bood de minister van BZK de Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aan de Tweede Kamer aan. Onderdeel is de beleidskeuze dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is (prioriteit 1). Voor de hele NOVI is water als een van de ordenende principes gehanteerd. De NOVI wordt vastgesteld bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

31

NL.IMRO.0141.00101-BP21

De ontwerp-NOVI geeft de strategische hoofdlijnen van het waterbeleid. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 geeft daar nadere uitwerking en uitvoering aan. In november 2019 kon iedereen zienswijzen indienen over het voornemen voor het opstellen van het Nationaal Waterprogramma en het bijbehorende MER. Eind 2020 zal het kabinet het ontwerp-Nationaal Waterprogramma vaststellen.

5.1.2 Provinciaal beleid De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor het overleg en de plannen voor waterbeheer in de regio. In de Omgevingsverordening (2017) wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities voor water zijn: 4. Watersystemen met goede ecologische en chemische kwaliteit, die voor de lange termijn klimaatbestendig, veilig en beleefbaar zijn. 5. Voorbereid zijn op de lange termijn gevolgen van klimaatverandering (veiligheid en droogte). 6. Optimale watercondities (kwaliteit en kwantiteit) voor landbouw, wonen, natuur en landschap. 7. Betrouwbare drinkwatervoorziening (kwaliteit en kwantiteit). 8. Zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid. 9. Zorgvuldig gebruik van de ondergrond (energie, zoutwinning, opslag, zandwinning, WKO, hoofdtransportleidingen, voorraadvorming grondwater).

5.1.3 Beleid Waterschap Vechtstromen In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen uitgewerkt voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: 10. Voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte. Inwoners kunnen hierdoor op een goede manier wonen en werken in het beheergebied en de boeren en natuurbeheerders kunnen goed gebruik maken van de grond. 11. Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het (oppervlakte)water is belangrijk. Het water is dan schoon en gezond en inwoners kunnen hiervan genieten. Ook de doelen voor waterkwaliteit die voortvloeien uit Europese wetgeving, de Kaderrichtlijn Water (KRW), maken onderdeel uit van het plan. 12. Afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. Het waterschap haalt niet alleen schadelijke stoffen uit het afvalwater, maar wil daarmee ook nuttige producten maken en ze probeert nieuwe toepassingen te zoeken. Ook de kosten en financiering zijn weergegeven. Het waterbeheerplan is afgestemd met de plannen van het Rijk, de provincies en de gemeenten.

5.1.4 Gemeentelijk beleid Waterplan Almelo De gidsprincipes voor het waterplan Almelo en de visie zijn gebaseerd op principes uit de Vierde Nota waterhuishouding en de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21-ste eeuw, waarbij aanpak van de bron prevaleert boven 'end-of-pipe'-maatregelen en de afwenteling van lokale problemen op (boven)regionale systemen zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het vasthouden van water verdient de voorkeur. Wanneer dit niet meer mogelijk is, wordt zoveel mogelijk water geborgen. Daarbij speelt de waterkwaliteit een belangrijke rol. Water van verschillende kwaliteit wordt zoveel mogelijk gescheiden. Wanneer ook berging niet meer mogelijk is, wordt het water ten slotte afgevoerd. In stedelijke in- of uitbreidingsgebieden dient zoveel mogelijk verhard oppervlak niet aangesloten te worden op de riolering. Een duurzame inrichting van het terrein moet zorgen voor het bewaken van de kwaliteit. Kortom, problemen met waterkwaliteit en –kwantiteit mogen niet worden afgewenteld en de ontwikkelingen mogen geen negatieve beïnvloeding van waterkwaliteit en –kwantiteit met zich meebrengen. Bij nieuwbouw dient grondwaterneutraal gebouwd te worden.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

32

NL.IMRO.0141.00101-BP21

Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2016-2020 Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2016 t/m 2020 (vGRP) geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen waarmee de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor het afval-, hemel- en grondwater, en de bekostiging hiervan. Daarnaast heeft de gemeente Almelo ook nadrukkelijk oppervlaktewater als onderdeel van het beheer van het stedelijk water gemaakt. Het vGRP beschrijft de beleidskaders en de bekostiging voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater en het beheer van het oppervlaktewater in de gemeente Almelo voor de periode 2016 t/m 2020, en geeft de visie op de gemeentelijke watertaken voor de lange termijn. Om een strategie voor de komende planperiode op te kunnen stellen is een visie voor de lange termijn van belang. Eén van de belangrijkste voorwaarden is dat ook de gemeente Almelo moet anticiperen op de financiële omstandigheden en heeft te maken met bezuinigingsdoelstellingen. Eén van de opgaven komt voort uit het Bestuursakkoord Water, dit betreft de opgave te komen tot minder meerkosten en zodoende minder stijging van de rioolheffing. Deze opgave voert de gemeente deels samen uit met Twents waternet en de conclusie is dat Almelo op koers ligt.

Het kwaliteitskader voor de gemeentelijke watertaken bestaat uit vier onderdelen (stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater). Deze onderdelen corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente, het vierde onderdeel 'oppervlaktewater' ziet de gemeente Almelo als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeente is voor een groot gedeelte vrij op welke wijze en in welk tempo zij invulling wil geven aan haar zorgplichten. Speerpunten voor de planperiode De gekozen ambities voor het totale watersysteem (afval-, hemel- grond- en oppervlaktewater) kunnen in hoofdlijn worden samengevat in de volgende speerpunten: 1. Samen op met burgers en bedrijven. 2. Toekomstgericht en klimaatbestendig. 3. Een doelmatige aanpak. 4. De organisatie en de middelen op orde. 5. Een functionerend watersysteem.

5.2

Waterparagraaf

5.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Bij de besluitvorming dient gemotiveerd te worden op welke manier rekening is gehouden met dit wateradvies. De initiatiefnemer verantwoordt de ruimtelijke keuzen ten aanzien van water in de waterparagraaf, als onderdeel van het ruimtelijk plan.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

33

NL.IMRO.0141.00101-BP21

5.2.2 Huidige situatie Oppervlaktewater: Direct ten zuiden van het plangebied ligt de Weezebeek. Deze is in beheer bij het waterschap Vechtstromen. Door het waterschap Vechtstromen is aangegeven dat de watergangen naar verwachting in goed hydraulisch contact staan met het grondwatersysteem en deze dus beïnvloeden. Grondwater: In de periode 2010 t/m 2015 zijn er onderzoeken uitgevoerd naar de huidige grondwaterstanden in Almelo. Tijdens deze onderzoeken zijn grondwateraandachtsgebieden vastgesteld waar mogelijk (te) hoge grondwaterstanden optreden. Op basis van aanvullend onderzoek is er onderzocht of er ook daadwerkelijk sprake is van te hoge grondwaterstanden. Het plangebied valt niet binnen een grondwateraandachtsgebied en er zijn qua grondwater geen problemen te verwachten. De gemeente Almelo beschikt over een grondwatermeetnet welke bestaat uit peilbuizen verspreid over Almelo, Aadorp en Bornerbroek. Het doel van het meetnet is om informatie over de stijghoogten en de stromingsrichting van het grondwater te verkrijgen. Daarnaast worden de gegevens gebruikt voor onderzoeken naar de oorzaken van wateroverlast. De peilbuizen zijn sinds 1996 circa tweemaal per maand handmatig bemeten en worden vanaf eind 2010 met een datalogger automatisch uitgelezen. De data vanaf 2010 is te zien op de website https://grondwater.webscada.nl/twentswaternet/.

Er ligt geen peilbuis direct nabij het plangebied. Peilbuis 16.02 en 16.04 liggen redelijk in de buurt. Afval en hemelwater: De riolering in het stedelijk gebied van de gemeente Almelo bestaat globaal uit drie types rioolstelsels, te weten een gemengd stelsel, een gescheiden stelsel en een verbeterd gescheiden stelsel. Bij een gescheiden stelsel ligt er een ondergronds of bovengronds hemelwatersysteem. In de omgeving van het plangebied ligt voor het grootste deel een gemengd stelsel. Op enkele locaties ligt een gescheiden stelsel waarbij het regenwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater of naar de bodem. Het vuile water uit het gebied wordt onder vrijverval afgevoerd naar de RWZI Sumpel. Het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel is getoetst met bui 8 uit de Leidraad Riolering. Bui 8 is een theoretische regenbui die gemiddeld eenmaal per 2 jaar voorkomt en een intensiteit heeft van circa 20 mm in een uur tijd. Uitgangspunt is dat bij bui 8 maximaal een half uur water op straat mag optreden. In 2020 is het rioolstelsel hydraulisch doorgerekend. In het plangebied komen bij bui 8 theoretisch geen water op straat locaties voor. Door de klimaatverandering ontstaan er steeds extremere regenbuien. In 2020 is de situatie voor wateroverlast getoetst met een regenbui van 70 mm in één uur tijd. Tijdens die bui mag er water op straat staan maar mag er geen schade ontstaan.

In het plangebied en de directe omgeving zie je bij die bui veel water op maaiveld ontstaan. Direct ten noorden van het plangebied is er kans op schade. De locatie is aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Veiligheid en waterkeringen: Het plangebied bevindt zich niet in de kernzone van een waterkering.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

34

NL.IMRO.0141.00101-BP21

5.2.3 Toekomstige situatie Streefbeeld: In stedelijk gebied is het veilig wonen en werken, de kans op overstromingen is bijzonder klein. Bij grootschalige nieuwbouw en bij vitale functies in risicovolle gebieden zijn inrichtingsmaatregelen getroffen om schade, slachtoffers of maatschappelijke ontwrichting zo veel mogelijk te voorkomen. Wateroverlast komt nu eenmaal af en toe voor, maar is teruggebracht tot een maatschappelijk geaccepteerd niveau. Grondwateroverlast komt vrijwel nergens meer voor. Burgers zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheden en van de gevolgen van eigen handelen op het watersysteem. Ze nemen hun eigen verantwoordelijkheid voor het (tijdelijk) bergen van regenwater dat op hun perceel valt. De bebouwde omgeving is in hoge mate zelfvoorzienend, waar mogelijk worden zomerse tekorten aangevuld met in de winter gevulde zoetwaterbuffers. Water, cultuurhistorie en groen leveren een duidelijke bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving en bepalen mede de culturele identiteit van de stad. Bewoners hebben toegang tot voldoende en aantrekkelijk oppervlaktewater waarop veilig gerecreëerd kan worden. Stadswater brengt verkoeling tijdens warme zomers. Het zelfreinigend vermogen van zowel het watersysteem als het bodem- en grondwatersysteem is groot.

Het gezuiverde effluent van rioolwaterzuiveringen wordt veelal benut als een continue waterbron met waardevolle gebruiksfuncties in plaats van het zonder bestemming te lozen. Er zijn innovatieve oplossingen gevonden voor deze wateropgaven in stedelijk gebied. Gemeenten en waterschappen werken hierbij nauw samen met onder meer projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties, bouwers, banken en burgers. Klimaat Actieve Stad Als Klimaat Actieve Stad Stedenband Twente, kortweg KAS, hebben de gemeenten Almelo, Enschede en Hengelo, waterschap Vechtstromen en provincie Overijssel de krachten gebundeld. De rode draden uit de 'Klimaatagenda: weerbaar, welvarend en groen' zijn als uitgangspunten genomen: Mitigatie: maatregelen die bijdragen aan de beperking van de klimaatverandering; Juist in de stad liggen er veel kansen om bij te dragen aan beperking van de klimaatverandering. Met al haar stromen van mensen, energie, voedsel en producten werkt ze mee aan de uitstoot van broeikasgassen. Ze heeft daarom een belangrijke taak in het vinden van slimme oplossingen voor transport, consumptie, verwarming en koeling. Dat vraagt naast andere gebouwen en installaties ook om een andere inrichting van de stad.

Watergerichte maatregelen wijzen de weg: afkoppeling van hemelwater reduceert het energiegebruik van rioolwaterzuiverings- installaties, koudewinning is een adequaat (en lucratief!) alternatief voor airconditioning, terwijl groene daken en bomen garant staan voor natuurlijke koeling en opname van CO2. Adaptie: maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken; Intussen is de klimaatverandering al volop gaande. De cruciale vraag is hoe we hiermee nu al omgaan. Dat is klimaatadaptatie: datgene wat we nu kunnen doen om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Door bijvoorbeeld te inventariseren waar de effecten van extreme neerslag, hitte en droogte het grootst zijn en wie dan het kwetsbaarst zijn. Met die kennis kunnen we vanaf vandaag de risico's van waterschade en hittestress beperken. Door meer groen aan te brengen in onze wijken, meer ruimte te maken voor (de opvang van) water in de stad en het aantal verharde vierkante meters terug te brengen. Ruimtelijke kwaliteit: het streven om de omgeving duurzamer en (be)leefbaarder te maken;

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

35

NL.IMRO.0141.00101-BP21

Het stedelijk gebied is een optelsom van vele uiteenlopende functies. De woonomgeving heeft invloed op factoren die het welzijn van de bewoners bepalen, zoals volksgezondheid en de mogelijkheden voor recreatie en sociale contacten. Bij de ruimtelijke kwaliteit gaat het erom de juiste functies de juiste fysieke plek te geven, met de juiste vormgeving en inpassing. Als groen daar ligt waar het mensen aantrekt, komen ze naar buiten en ontmoeten ze andere mensen. Ze ervaren de leefomgeving als prettig en voelen zich gezonder. Zichtbaar water, aansprekende gebouwen en herinrichting hebben een overeenkomstig effect. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit gaat dan gelijk op met de versterking van de sociale en duurzame kwaliteiten van de stad. De wateropgave: meer ruimte voor water maken. Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben de gezamenlijke ambitie om het Nederland van 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Bij de (verdere) inrichting van ons land is het daarom van belang water en ruimte te verbinden. Maatregelen in het waterbeheer worden gekoppeld aan ruimtelijke ontwikkelingen en vice versa. Scope, programmering en financiering van de ruimtelijke plannen sluiten zo goed mogelijk op elkaar aan of, beter nog, versterken elkaar.

Stedelijk afvalwater: De gemeentelijke taak voor stedelijk afvalwater is het zorgdragen voor de inzameling en het transport van afvalwater. De in het vGRP gekozen ambitie van huidige koers sluit aan bij het vervullen van de wettelijke taken zoals omschreven in Artikel 10.33 Wet Milieubeheer. De accenten richting ambitieus zitten in:  De gemeente zet in de planperiode in op de transitie naar effect gestuurd beheer, met als doel het maken van transparante keuzes en het efficiënt inzetten van de beschikbare middelen (het doen, of juist laten, van investering versus de effecten daarvan). Voor dit onderwerp zijn door de raad de volgende belangrijke thema's (kernwaarden) aangedragen: 1. Volksgezondheid 2. Veiligheid 3. Duurzaamheid / Milieu 4. Leefbaarheid / kwaliteit fysieke leefomgeving  De gemeente wil een duidelijk aanspreekpunt zijn voor inwoners en bedrijven voor afvalwater-systeem gerelateerde klachten en vragen. Door samenwerking, ook met buurgemeenten en partners (bv Twents waternet en het waterschap) kan er mogelijk nog efficiënter en effectiever gewerkt worden.  Indien innovatieve systemen kunnen bijdragen aan (toekomstige) kostenbesparingen worden deze verkend en eventueel toegepast. Voor het plangebied zijn voor afvalwater de volgende kansen, knelpunten en opgaven relevant: 1. Het schoon hemelwater zoveel mogelijk scheiden van afvalwater.

Dit door de hemelwaterafvoer bij onder andere rioolvervangingen, in- en uitbreidingen stedelijk gebied en wijkrenovatieprojecten zoveel mogelijk te scheiden/gescheiden te houden van de afvalwaterafvoer. 2. Bij voorkeur wordt in een “nieuwbouw- of reconstructiegebied” alleen een vuilwaterriool aangelegd. Hemelwater wordt bovengronds naar wadi's of oppervlaktewater afgevoerd. Bij uitzondering wordt het via ondergrondse blauwe aders (OBA) naar oppervlaktewater afgevoerd. 3. De overstortingen van gemengd water op het oppervlaktewater verder reduceren, door aanpassingen te doen in de gemengde riolering, zoals uitbreiden berging en aanpassen overstorten. Ook het hemelwater scheiden van de afvalwaterafvoer en het realiseren van berging op daken met behulp van groene daken draagt bij aan het reduceren van de overstortingen. 4. Het vrijvervalprincipe van de hoofdriolen moet worden gehandhaafd. Nieuwe zinkers en of rioolgemalen zijn niet acceptabel. 5. Gemeentelijke riolering (inclusief voorzieningen voor hemelwater) mag ten gevolge van ontwikkelingen niet onder particulier terrein komen te liggen en of overbouwd worden. 6. Ter plaatse van bestaande en nieuwe riolering mogen geen bomen worden gepland. Door wortelgroei kan het functioneren van de riolering nadelig worden beïnvloed. De opgaven voor afvalwater worden als volgt ingevuld: 1.

Al het afval- en hemelwater worden volledig gescheiden. 2. Het vuilwater wordt onder vrijverval aangesloten op het gemengde stelsel.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

36

NL.IMRO.0141.00101-BP21

Hemelwater: De gemeentelijke taak voor afvloeiend hemelwater is het doelmatig inzamelen en verwerken van hemelwater. De in het vGRP gekozen ambitie van huidige koers sluit aan bij het vervullen van de wettelijke taken zoals omschreven in Artikel 3.5 Waterwet. De accenten richting ambitieus zitten in:  Proactief inzetten op afkoppelen, bv bij vervangings- en onderhoudsprojecten. Daarnaast is bijvoorbeeld de regeling groene daken doorgezet en worden burgers gestimuleerd om hemelwater te scheiden en vast te houden in tuinen (participatie met burgers).  De definitie voor wateroverlast is herzien in hinder, ernstige hinder en overlast.  Bij in- en uitbreidingen wordt binnen het plangebied ruimte gecreëerd voor waterberging, 40 mm bij uitbreidingen en 20 mm bij inbreidingen. Optioneel bestaat bij inbreidingen de mogelijkheid om de waterberging bij de gemeente af te kopen.  Indien mogelijk wordt aangesloten bij thema's zoals ZON (Zoetwatervoorziening Oost Nederland), KAS (Klimaat Actieve Stad), Duurzaamheidsplan en dergelijke.  Niet alleen de riolering maar de openbare ruimte als geheel wordt klimaatbewust ontworpen, met aandacht voor waterberging in het plangebied in het straatprofiel, in het groen of op daken. Voor het plangebied zijn voor hemelwater de volgende punten relevant: 1.

De toekomstige waterhuishouding moet een duurzaam karakter krijgen door schone en vuile waterstromen gescheiden te houden. Voor de afhandeling van hemelwater moet worden aangesloten bij de voorkeursvolgorde hergebruik, infiltreren, retenderen/afvoer naar oppervlaktewater of retenderen/afvoeren naar riolering. 2. Het hemelwater dat valt op het verhard oppervlak (daken en (terrein)verharding) van nieuwe bebouwing en nieuwe openbare ruimte mag niet rechtstreeks (zonder bergende voorziening) worden aangesloten op de riolering. 3. Hemelwater dat valt op dakoppervlakken is kwalitatief schoon genoeg om rechtstreeks op oppervlaktewater afgevoerd te worden. Kwantitatief is dat niet altijd toegestaan. Regenwater afkomstig van pleinen en verhardingen waar evenementen en dergelijk op worden georganiseerd zijn niet geschikt om rechtstreeks af te koppelen op oppervlaktewater. De waterafvoer van deze verhardingen moet eerst worden behandeld of op het gemengde stelsel gehandhaafd blijven. 4. Door de aanleg van groene daken in het bebouwde gebied kan de waterafvoer worden vertraagd en kan wateroverlast mogelijk worden voorkomen. Dit is tevens een middel om hittestress in de (binnen)stad te reduceren. 5. Het is belangrijk dat bij toekomstige ontwikkelingen wateroverlast wordt voorkomen.

Bij het ontwerp en de inrichting van nieuwe ontwikkelingen moet daarom rekening worden gehouden met de mogelijkheid om in noodgevallen (bij extreme buien) de straat en de overige openbare ruimte te benutten als tijdelijke berging. Hiervoor moet de infrastructuur waterbewust en klimaatbestendig worden ingericht. Hierbij kan worden gedacht aan niet te lage vloerpeilen, het toepassen van trottoirbanden langs de wegen, waterpasseerbare drempels en het afvoeren van alle dakoppervlak naar de voorzijde van het perceel. De opgaves voor hemelwater worden als volgt ingevuld: 1. Langs de Jan Vermeerstraat moet een waterafvoerende voorziening worden aangebracht welke een verbinding moet krijgen met de wadi op de hoek van de Jan Vermeerstraat en de Rembrandtlaan. Dit kan bijvoorbeeld een watergang, een greppel of een wadi zijn. Er moet qua ontwerp rekening worden gehouden met een toekomstige afvoer richting de Weezebeek en richting de bestaande wadi. De definitieve afvoerrichting zal medio 2021 bekend worden. 2. Voor al het verhard oppervlak in het plangebied, alle verharding en dak, wordt een bovengrondse waterberging aangelegd met een inhoud van 20 mm. 3. Deze waterberging krijgt voor buien die groter zijn dan 20 mm een overloop naar de waterafvoerende voorziening langs de Jan Vermeerstraat. 4.

Indien voor de waterberging wordt gekozen voor een wadi moet deze minimaal 20 mm per uur kunnen infiltreren ten opzicht van het aangesloten oppervlak. 5. Bij een bui T=100 (in 2018 is deze vastgesteld op een hoeveelheid van 70 mm per uur) stroomt het overtollige water bovengronds naar lager gelegen gebieden en mag het voor de nieuwe en bestaande woningen in de omgeving geen overlast veroorzaken. Overlast in het plangebied kan worden voorkomen door voldoende hoge vloerpeilen. 6. Alle hemelwater afkomstig van verhardingen stroomt zoveel mogelijk bovengronds naar de waterberging.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

37

NL.IMRO.0141.00101-BP21

7. Alle dakwater van de woningen wordt aan de voorzijde bovengronds aangeleverd. Het dak is zo ontworpen dat alle hemelwater uitsluitend aan de voorzijde wordt aangeleverd. 8. Het vloerpeil van de woningen ligt minimaal 0,30 m boven het straatpeil. 9. Openbaar groen wordt lager aangelegd dan de verharding om water te kunnen bufferen en de toestroom te verbeteren. Grondwater: De gemeentelijke taak voor grondwater is een inspanningsverplichting om structureel nadelige gevolgen van grondwaterstanden in openbaar gebied zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De in het vGRP gekozen ambitie van huidige koers sluit aan bij het vervullen van de wettelijke taken zoals omschreven in Artikel 3.6 Waterwet. De huidig ingezette koers wordt gevolgd waarbij voor het uitvoeren van grondwatermaatregelen kritisch wordt afgewogen of normgerichte maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden. Relevante doelstellingen zijn:  De gemeente Almelo streeft een grondwaterstand na, welke geen structurele overlast veroorzaakt bij bewoners en bedrijven.  Nieuwe ontwikkelingen, zowel openbaar als particulier, moeten zodanig worden ontwerpen en ingericht dat de toekomstige bewoners/gebruikers geen hinder ondervinden van (te) hoge grondwaterstanden. Het oplossen van grondwaterproblemen achteraf kost een veelvoud van maatregelen tijdens de bouwfase.

De grondwateroverlast wordt bestreden (en bij nieuwbouw voorkomen) volgens de voorkeursstrategie:  Ophogen,  Aanleggen extra oppervlaktewater,  Aanleggen grondwatertechnische maatregelen.  Pas als ophogen of extra oppervlaktewater in een deelgebied niet realistisch is, komen grondwatertechnische maatregelen zoals drainages, in beeld. Bij nieuwbouw worden in principe geen grondwatertechnische maatregelen aangelegd  Voor de ontwatering gelden de volgende criteria:  Wegen minimaal 0,80 m boven de GHG.  Openbaar groen minimaal 0,50 m boven de GHG.  Vloerpeilen minimaal 1,00 m boven de GHG. Voor het plangebied zijn voor grondwater de volgende kansen, knelpunten en opgaven relevant: 1. In de omgeving van het plangebied liggen een aantal peilbuizen van het gemeentelijke grondwatermonitoringsnetwerk. Deze peilbuizen mogen ten gevolge van ontwikkelingen niet op particulier terrein komen te liggen. 2. Het inzetten op bodemenergiesystemen voor het besparen van fossiele brandstof en reduceren CO2 uitstoot. Binnen Almelo blijkt de bodem zich te lenen voor zogenaamde gesloten systemen. Ook is de bodem over het algemeen geschikt voor open systemen met uitzondering van het zuidoosten waar de watervoerende pakketten dunner zijn. De opgaves voor grondwater worden als volgt ingevuld: 1. Het vloerpeil van de woningen ligt minimaal 1,00 m boven de GHG. 2.

De bodem van een wadi ligt minimaal 0,30 m boven de GHG. Oppervlaktewater: Er is geen wettelijk taak voor de gemeente betreffende het oppervlaktewater. Oppervlaktewater is echter voor Almelo een belangrijk onderdeel van het watersysteem en zodoende ook gezien als een integraal onderdeel van het stedelijk water. De in het vGRP gekozen ambitie van huidige koers met incidenteel een tandje minder komt in hoofdzaak op het volgende neer:  Samen met waterschap wordt gewerkt aan droge voeten in het stedelijk gebied (voorkomen van wateroverlast).  Het imago van Almelo Waterstad wordt ook in de nieuwe planperiode verder ondersteund. Daarbij is een goede waterkwaliteit en een goed functionerend watersysteem belangrijk. Waterverontreiniging vanuit stedelijk water wordt daarom zoveel mogelijk beperkt en indien mogelijk en financieel toegestaan wordt er bijgedragen aan bv waterrecreatie en -beleving.  Oppervlaktewater is ook een integraal onderdeel van het klimaatbewust ontwerpen van de

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

38

NL.IMRO.0141.00101-BP21

openbare ruimte. Veiligheid en beschikbare financiën hebben een hogere prioriteit in de afweging dan de waterkwaliteit en de klimaatbestendigheid. Bijvoorbeeld het bergen van water op straat, in groen en speelplekken is een reële optie zolang dat niet leidt tot onveilige situaties en de kosten niet te hoog zijn. Dit kan er toe leiden dat op dit vlak een tandje minder wordt ingezet.

Voor het plangebied zijn voor oppervlaktewater de volgende kansen, knelpunten en opgaven relevant: 1. In verband met de overdracht van stedelijk water naar het waterschap Vechtstromen moet nieuw stedelijk water ook voldoen aan de eisen van het waterschap. 2. Bij de toe te passen bouwmaterialen uitgaan van afwatering op oppervlaktewater. Dit i.v.m. uitloogbaarheid en daardoor waterverontreiniging. 3. Het aanleggen van nieuw oppervlaktewater kan gevolgen hebben voor de grondwaterstanden direct langs dat nieuwe water. Zowel positief als negatief. 4. Water, groen en spelen kunnen prima gecombineerd worden. Hiervoor moeten dan wel de juiste keuzes qua materiaal en beplanting worden gemaakt. De opgaves voor oppervlaktewater worden als volgt ingevuld: 5. Binnen het plangebied worden geen materialen gebruikt die qua uitloogbaarheid een negatief effect hebben op het grond- en oppervlaktewater. Waterkantiteit: In de huidige situatie zijn al woningen aanwezig. In tabel 5.1 staan de verharding gegevens van de bestaande en toekomstige situatie weergegeven. Tabel 5.1 Verharding plangebied (Bijlage 5)

Met de realisatie van de nieuwe woningen, zal er geen sprake zijn van een toename in verharding. Wanneer binnen het plan het verhard oppervlak met meer dan 1.500 m2 toeneemt, dienen hiervoor compenserende maatregelen te worden genomen. Waterschap Vechtstromen hanteert hierbij de 10% vuistregel. Dit betekent dat 10% van de toename verhard oppervlak voor waterberging ingericht dient te worden. Met de realisatie van de beoogde ontwikkeling zal de toename van verharding onder de grens van 1.500 m2 blijven, omdat de verharding in de naastgelegen percelen weg gecompenseerd wordt.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

39

NL.IMRO.0141.00101-BP21

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

40

NL.IMRO.0141.00101-BP21

\Hoofdstuk 6

Juridisch bestuurlijke aspecten

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.

6.1

Inleiding

Het 'Frans Halsstraat' bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen tezamen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden aangeduid. Het bestemmingsplan is opgesteld in aansluiting op het vigerende bestemmingsplan 'Ossenkoppelerhoek' en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. In dit hoofdstuk zal de juridische systematiek van het bestemmingsplan worden toegelicht. Ook wordt een beschrijving per artikel en een toelichting op de algemene bepalingen en de overgangs- en slotbepalingen gegeven.

6.2

Juridische systematiek

Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 16 nieuwe woningen in de wijk Ossenkoppelerhoek aan de Jan Vermeerstraat, Jan Steenstraat en Frans Halsstraat. De regels bestaan uit vier hoofdstukken waarop in de volgende paragrafen wordt ingegaan: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.

6.3

Verantwoording van de planregels

Inleidende regels Begrippen In het eerste artikel zijn de noodzakelijke begripsbepalingen opgenomen die worden gebruikt in de regels. het bevat definities om misverstanden te voorkomen. Wijze van meten Het tweede artikel regelt hoe er gemeten moet worden. Bestemmingsregels Groen Deze bestemming is overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan 'Ossenkopperhoek' opgenomen voor het gedeelte van het bestemmingsvlak dat niet langer de woonbestemming heeft maar onderdeel uitmaakt van de aangrenzende groenvoorziening. Woongebied Deze gronden zijn bestemd voor woningen, ruimten ten behoeve van uitoefening van aan huis verbonden beroepen, parkeervoorzieningen, tuinen, erven en verkeersareaal, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, water en voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater. Gebouwen in de bestemming worden binnen de aangegeven bouwvlakken gebouwd. De maximale bouwhoogte voor de woningen is 9 meter en de maximale goothoogte is 6 meter. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is aangegeven in het artikel.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

41

NL.IMRO.0141.00101-BP21

Het maximum aantal woningen is voor het totale plangebied van het bestemmingsplan aangegeven in het artikel. Het totaal aantal woningen in het plangebied mag niet worden overschreden. Leiding - Water Binnen de zonering Leiding - Water mag niet gebouwd worden, om de leiding te beschermen. Een afwijkingsregeling maakt het echter mogelijk om toch binnen deze bestemming te bouwen of aanlegwerkzaamheden uit te voeren. De omgevingsvergunning om af te wijken kan alleen worden verleend, mits het functioneren van de leiding niet in het geding komt. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond, die betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan, bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Algemene gebruiksregels Hierin is specifiek vermeld welk gebruik als strijdig wordt gezien. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal regels opgenomen om het mogelijk te maken dat het plan op ondergeschikte punten wordt aangepast. Kleine afwijkingen (tot 10%) van de in de regels opgenomen, dan wel op de verbeelding aangegeven maten kunnen volgens dit artikel mogelijk worden gemaakt met een binnenplanse omgevingsvergunning. Overige regels In dit artikel zijn regels met betrekking tot parkeren opgenomen om te garanderen dat het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd op eigen terrein.

Door middel van een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het overgangsrecht bevat een regeling voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de regels van dit bestemmingsplan. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie van het artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Slotregel In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan aangehaald kan worden (titel van het bestemmingsplan). De redactie van het artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

42

NL.IMRO.0141.00101-BP21

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Voorliggend plan heeft betrekking op een initiatief van Beter Wonen. De kosten van dit plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Voor zover de gemeente kosten maakt, zullen deze kosten door leges worden gedekt. Verder wordt met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten. Hiermee komen eventuele planschadeclaims voor rekening van de initiatiefnemer. Het plan wordt als economisch uitvoerbaar beschouwd.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

43

NL.IMRO.0141.00101-BP21

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1

Overlegprocedure

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. De ingekomen reacties worden verwerkt in het bestemmingsplan.

8.2

Zienswijzen

Na verwerking van de overlegresultaten wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Dan kan eenieder zienswijzen indienen.

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

44

NL.IMRO.0141.00101-BP21

Bijlagen toelichting

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

45

NL.IMRO.0141.00101-BP21

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

ontwerp bestemmingsplan Frans Halsstraat

46

Almelo Jan Vermeerstraat Onderzoek wegverkeerslawaai

Almelo Jan Vermeerstraat

Onderzoek wegverkeerslawaai

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

400641.20200772

17‐06‐2020

projectleider:

opdrachtgever:

mr. S. Lamkadmi

Suijkerbuijk Vastgoed Consultancy BV

auteur(s):

ing. M.M. Jansen

Delftseplein 27b

aangesloten bij:

RBOI - Rotterdam postbusbv150 Delftseplein 27b 3000 AD Rotterdam Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoud 1. 2.

3.

4. 5.

Inleiding

3

Toetsingskader

5

2.1. 2.2. 2.3. 2.4.

5 6 6 7

Normstelling wegverkeerslawaai Nieuwe situaties Cumulatie Gemeentelijk beleid

Uitgangspunten

11

3.1. 3.2. 3.3.

11 11 11

Rekenmethodiek en invoergegevens Verkeersgegevens Modellering

Resultaten

13

4.1.

13

Wegverkeer

Conclusie

15

Bijlagen: 1

Invoergegevens

2

Rekenresultaten

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

400641.2019188

2

Inhoud

400641.2019188

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

3

1. Inleiding

De initiatiefnemer is voornemens een viertal woonblokken met elk vier woningen aan de Jan Vermeerstraat en de Frans Halsstraat te ontwikkelen. Woningen zijn op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidgevoelige functies zijn. Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai is noodzakelijk volgens de Wgh indien de nieuwe woningen binnen de geluidzone van een weg worden gerealiseerd. De nieuw te realiseren woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Henriette Roland Holstlaan, de Rembrandtlaan, de Jan Steenstraat en de Jan Vermeerstraat. Daarnaast dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening een beschouwing te worden gegeven op het akoestisch klimaat als gevolg van relevante wegen waarop een 30 km/uur‐regime geldt. Voor dit plangebied zijn deze niet aanwezig.

Rembrandtlaan

Maardijk Frans Halsstraat Planlocatie

Jan Vermeerstraat

Jan Steenstraat

Henriette Roland Holstlaan

Figuur 1.1. Ligging planlocaties t.o.v. relevante wegen

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

400641.2019188

4

Inleiding

400641.2019188

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

5

2. Toetsingskader

2.1.

Normstelling wegverkeerslawaai

Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen‐ of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1 Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh Aantal rijstroken Breedte van de geluidzone (in meters) Buitenstedelijk gebied

Stedelijk gebied

5 of meer

600

350

3 of 4

400

350

1 of 2

250

200

In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -

Stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg

Dosismaat Lden De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB en vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Dit etmaal is onderverdeeld in dag (7:00 – 19:00 uur), avond (19:00 – 23:00 uur) en nacht (23:00 – 7:00 uur). Artikel 110g Wgh Alvorens te toetsen aan de grenswaarden van de Wgh wordt een aftrek op basis van artikel 110g Wgh toegepast. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/uur bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. Op alle genoemde geluidbelastingen als gevolg van wegverkeer wordt in deze rapportage de aftrek toegepast, tenzij anders vermeld.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

400641.2019188

6

Toetsingskader

2.2.

Nieuwe situaties

Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwbouw is 63 dB.

2.3.

Cumulatie

Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de gecumuleerde geluidbelasting beoordelen. In tabel 2.3 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen.

400641.2019188

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

Toetsingskader

7

Tabel 2.3 Kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM)

2.4.

Lden [dB]

Geluidkwaliteit

<45

zeer goed

46‐50

goed

51‐55

redelijk

56‐60

matig

61‐65

slecht

>65

zeer slecht

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijke geluidbeleid ‘Gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Almelo’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 30 juni 2015. Het doel van dit beleid is het behouden van de goede kwaliteiten en het benutten van kansen om voor de verschillende gebieden binnen de gemeente de geluidkwaliteit en hiermee de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Almelo is hiertoe opgedeeld in verschillende gebiedstypen. Voor elk gebiedstype is een passende geluidkwaliteit opgenomen, zie tabel 2.4. Tabel 2.4 Ambitietabel verkeerslawaai per gebiedstype

Opgemerkt wordt dat voor het gebiedstype ‘wonen’ een hogere geluidkwaliteit wordt nagestreefd dan voor het gebiedstype ‘mengvorm wonen en werken’. In tabel 2.5 zijn de geluidklassen met de bijbehorende normen voor verkeerslawaai opgenomen. In veel gevallen ligt deze bovengrens lager dan wat wettelijk gezien maximaal kan worden vastgesteld. De reden hiervan is dat Almelo ernaar streeft om de maximale norm zo min mogelijk toe te passen en alleen daar waar het niet anders kan.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

400641.2019188

8

Toetsingskader

Tabel 2.5 geluidklassen

In figuur 2.1 zijn de stappen geformuleerd die doorlopen moeten worden om een verzoek voor een hogere grenswaarde te onderbouwen.

Figuur 2.1 Uitgangspunten bij een hogere grenswaarde procedure De gemeente Almelo hanteert de criteria voor het verlenen van een hogere grenswaarde: A. Hoofdcriteria “toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege het industrieterrein, de weg of spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidgevoelige terreinen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.” B. Nadere ontheffingscriteria: Locatiespecifieke afweging De onderstaande locatiespecifieke kenmerken worden in de overwegingen als positief aspect meegenomen dan wel als zwaarwegend argument meegenomen.

de locatie bevindt zich in de nabijheid van een bus‐ of treinstation; de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing; de nieuwbouw zorgt voor afscherming van het achterliggend gebied; de locatie is opgenomen in herstructureringsplannen(bijvoorbeeld het Indiëterrein en dergelijke); de nieuwbouw vult een open plek op tussen aanwezige bebouwing; ‐ de beoogde ontwikkeling vormt een markant punt of een markante lijn, dat dient ter versterking van de stedenbouwkundige structuur (zoals vastgelegd in stedenbouwkundige visie als Hoogbouwvisie, Structuurplan, en dergelijke) en / of

400641.2019188

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

Toetsingskader

-

9

met de ontwikkeling van de betreffende locatie worden één of meerdere andere milieuknelpunten (bijv. luchtkwaliteit, bodemsanering, overige hindersituatie) elders opgelost.

C. Akoestische compensatiemaatregelen De gemeente Almelo past primair de hieronder weergegeven akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn per geluidklasse verschillend. Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarden t/m geluidklasse ‘onrustig’ Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse ‘onrustig’ worden de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: 1. Indien mogelijk bronmaatregelen en/of overdrachtsmaatregelen treffen; 2. Indien mogelijk de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woning(en) vergroten; 3. In ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; 4. het stedenbouwkundige ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat en; 5. vanaf de geluidklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit.

Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarden t/m geluidklasse ‘zeer onrustig’ Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse ‘zeer onrustig’ worden aanvullend op de voorwaarden bij ‘onrustig’ ook de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: 1. bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal één verblijfsruimte in de woning aan de geluidluwe zijde te worden gesitueerd; bij eengezinswoningen minimaal drie verblijfsruimten in de woning aan de geluidluwe zijde; 2. de buitenruimte (tuin of balkon) worden bij voorkeur aan de geluidluwe zijde gesitueerd; 3. wanneer de woning een balkon heeft aan de geluidbelaste zijde moet deze afsluitbaar zijn, zodat men zalf kan kiezen of men zich wil afzonderen van de hoge geluidbelasting of niet.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

400641.2019188

10

Toetsingskader

400641.2019188

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

11

3. Uitgangspunten

3.1.

Rekenmethodiek en invoergegevens

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken‐ en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het programma Geomilieu versie 5.21 van DGMR. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer hangt af van verschillende factoren. Voor een deel hebben deze factoren betrekking op verkeer en weg (geluidafstraling); voor een ander deel op de omgeving van de weg (geluidoverdracht). Hieronder volgt een korte omschrijving van de belangrijkste factoren.

3.2.

Verkeersgegevens

Verkeersintensiteiten De gemeente Almelo heeft vanuit haar rol als wegbeheerder de verkeersintensiteiten, voertuigverdeling en wegdekverharding van de relevante wegen aangeleverd. Het betreft prognoses voor het jaar 2030. De gegevens van de meest relevante wegvakken zijn vermeld in tabel 3.1. De volledige invoergegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage 1. Tabel 3.1 Verkeersintensiteiten Wegvak Henriette Roland Holstlaan NZ

Snelheid [km/uur] 50

Wegdek type W0 ‐ Dicht asfaltbeton

Intensiteit [mvt/etmaal] 7128

Henriette Roland Holstlaan ZN

50

W0 ‐ Dicht asfaltbeton

7216

Jan Steenstraat oostelijk deel

50

W0 ‐ Dicht asfaltbeton

940

Jan Steenstraat westelijk deel

50

W0 ‐ Dicht asfaltbeton

331

Jan Vermeerstraat

50

W9a ‐ Klinkers in keperverband

1041

Rembrandtlaan

50

W0 ‐ Dicht asfaltbeton

1181

3.3.

Modellering

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform het Reken‐ en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Voor wegverkeerslawaai is Standaard Rekenmethode II (SRM II) uit dit RMV toegepast. De berekeningen voor weg‐ en railverkeerslawaai zijn uitgevoerd met een standaard bodemfactor van 1,0 (absorberend). Akoestisch harde bodemvlakken zijn ingevoerd met een bodemfactor van 0,0. De geluidbelasting is berekend per woning, op een beoordelingshoogte van 1,5 en 4,5 meter boven het maaiveld. In figuur 3.1 is de nummering van de toetspunten weergegeven.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

400641.2019188

12

Uitgangspunten

Figuur 3.1

400641.2019188

Nummering toetspunten Jan Vermeerstraat, Frans Halsstraat

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

13

4. Resultaten

4.1.

Wegverkeer

Als gevolg van het wegverkeer op de Jan Vermeerstraat wordt de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden , zie figuur 4.1. De overige wegen veroorzaken een geluidbelasting die lager is dan de voorkeursgrenswaarde.

Figuur 4.1

Resultaten Jan Vermeerstraat

De maximaal berekende geluidbelasting bedraagt 52 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. De hoogste geluidbelasting ten gevolge van omliggende wegen op de voor‐ en achtergevels zijn weergegeven in tabel 4.1. De rekenresultaten op de bouwplanlocaties zijn per woning en per weg weergegeven in bijlage 2.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

400641.2019188

14

Resultaten

Tabel 4.1 Resultaten geluidbelasting wegverkeer Wegvak Hoogste geluidbelasting [Lden] Henriette Roland Holstlaan NZ 36 Jan Steenstraat

47

Jan Vermeerstraat

52

Rembrandtlaan

34

Alleen voor de Jan Vermeerstraat zal een hogere waarde moeten worden aangevraagd. Aangezien er voor alle wegen voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde of richtwaarde is er conform het Reken‐ en meetvoorschrift geluid geen aanleiding voor het berekenen van de gecumuleerde geluidbelasting. Er is ook geen aanleiding om aan het gemeentelijk geluidbeleid te toetsen.

400641.2019188

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

5. Conclusie

15

Voor de ontwikkeling van vier woonblokken Jan Vermeerstraat en Frans Halsstraat wordt een bestemmingsplan voorbereid. De ontwikkeling betreft de realisatie van 16 woningen. Het plangebied ligt binnen de geluidzones van de Henriette Roland Holstlaan, de Rembrandtlaan, de Jan Steenstraat en de Jan Vermeerstraat. In het kader van de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de nieuwe woningen. Als gevolg van het wegverkeer op de Jan Vermeerstraat wordt de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden op de oostelijke zijde van de woonblok aan de Jan Vermeerstraat. Hiervoor moeten een hogere waarden worden aangevraagd.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

400641.2019188

Bijlagen

Bijlage

1

Rho Adviseurs B.V. vestiging Rotterdam

Invoergegevens

400641.2019188

Jan Vermeerstraat Frans Halsstraat Almelo Model: Groep:

Rho - Rotterdam

Model 2030 Almelo - Jan Vermeerstraat Frans Halsstraat versie van Gemeente Almelo - Gemeente Almelo (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam Rembrandtl Rembrandtl Rembrandtl Rembrandtl Rembrandtl

Omschr. Rembrandtlaan Rembrandtlaan Rembrandtlaan Rembrandtlaan Rembrandtlaan

ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

ISO M. ------

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

Cpl False False False False False

Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5

Helling 0 0 0 0 0

Rembrandtl Rembrandtl Rembrandtl Rembrandtl JanSteenst

Rembrandtlaan Rembrandtlaan Rembrandtlaan Rembrandtlaan Jan Steenstraat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=e9f632b3-0897-4baf-acdd-73ace2f33bd2