16 Informatie pMIEK.pdf
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage
Doorkiesnummer
UIT-109107 INK- 111803 INK-113384
Behandeld door A ter Beek
Datum 9 mei 2023
Onderwerp Informatie pMIEK
Geachte leden van de raad, Nederland heeft als ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit vraagt om een omschakeling van een energiesysteem dat grotendeels is gebaseerd op fossiele bronnen naar een systeem dat leunt op hernieuwbare en andere C02-vrije bronnen. Het huidige systeem is ontworpen in een tijd waar elektriciteit uit een aantal grote centrales kwam en een fijnmazig gasnet dat Gronings gas naar klanten distribueerde. De vraag naar en beschikbaarheid van energie was relatief eenvoudig te voorspellen. Die tijden zijn voorbij, enerzijds door de meer decentrale opwek van elektriciteit en anderzijds door de elektrificatie, mede versneld door de internationale ontwikkelingen en de hoge energieprijzen. De provincie Overijssel heeft een Provinciaal meerjarenprogramma infrastructuur energie en Klimaat opgesteld (INK-113384). In dit provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) staat hoe de provincie omgaat met dit veranderende energiesysteem. Bestuurlijk is afgesproken dat dat elke provincie voor 31 maart 2023 een eerste pMIEK oplevert. Dit pMIEK bevat een advies aan de netbeheerders (CoteQ, Enexis, Rendo en TenneT) ten behoeve van het oplossen van netcongestie, voor de investeringsplannen die zij in 2024 opleveren.
Met dit advies geeft de provincie de netbeheerders een prioriteitsvolgorde mee in de uitbreidingsinvesteringen in de energie- infrastructuur, waarbij de bijdrage aan het creëren van maatschappelijke waarde en het bevorderen van efficiënt gebruik van het elektriciteitsnet de uitgangspunten zijn. Voor 1 juni 2023 zal de provincie zo nodig met een aanscherping van de prioritering komen en die aanbieden aan de netbeheerders nadat bekend is welke gebieden in Overijssel zijn aangewezen voor wind. Tevens faciliteert de Provincie daarmee de realisatie van de RES-doelen op een netefficiënte manier tegen de laagste maatschappelijke kosten. Met de brief aan het college van Gedeputeerde Staten wordt een reactie gegeven op de vaststelling van de pMIEK (UIT-109107). Tevens spreken wij de verwachting uit dat wij in het verdere proces, voor zover dat betrekking heeft op het grondgebied van Almelo, zowel ambtelijk als bestuurlijk op een actieve manier betrokken worden.
Pagina 1 van 2 Raad - 2307722 DCS - 2281546
De verzonden brief en de pMIEK zijn als bijlagen toegevoegd. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
F.W. van Ardenne
Pagina 2 van 2
A.J. Gerritsen
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Provincie Overijssel T.a.v. het college van Gedeputeerde Staten Postbus 10078 8000 GB Zwolle
Uw brief 28-03-2023
Bezoekadres: Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo telefoon: (0546) 54 11 11 e-mail: gemeente@almelo.nl internet: www.almelo.nl
Uw kenmerk D2023-03-008904
Ons kenmerk UIT - 23109107
Datum 9 mei 2023
Bijlage(n) Doorkiesnummer 1 0546-54 11 11 Onderwerp Reactie brief pMIEK
Behandeld door A ter Beek
Zaaknummer DCS - 2281546
Geacht college, In december 2022 heeft u ons per brief (kenmerk: D2022-12-001235) geïnformeerd over het "Afwegingskader provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK)" zoals dit inmiddels door Provinciale Staten is vastgesteld. Begin april heeft u ons per brief (kenmerk: D2023-03-008904) het pMIEK aangeboden. Het pMIEK is voor vaststelling besproken in het bestuurlijk overleg SNIP (Samen naar Integraal Programmeren), waarin de netbeheerders, RES- regio's en provincie vertegenwoordigd zijn. We zien het als een gemiste kans dat het SNIP geen concept document heeft gedeeld met de individuele gemeenten en Tennet, en de analyses van Enexis nog niet zijn beoordeeld in het licht van de zich ontwikkelende transportcapaciteit van hun eigen netwerk. Wij betreuren dat in het proces van totstandkoming van de pMIEK de gemeenten niet actiever betrokken zijn. Door het ontbreken van voornoemde analyses door Enexis is ook de vraag of de opgenomen prioritering wel de juiste is. Ook zien wij feitelijke onjuistheden zoals een kaartje van Almelo op geel/oranje dat feitelijk op rood (netcongestie) moet staan. Zoals u weet is binnen de gemeente Almelo al enkele jaren sprake van netcongestie, dit vinden we helaas niet terug in de vastgestelde pMIEK.
Daarnaast is Tennet voor de uitbreiding van het landelijke 380kV netwerk op zoek naar een locatie om een nieuwe plant te realiseren. Deze plant moet zo dicht mogelijk bij de bestaande bovengrondse hoogspanningsleiding worden geplaatst. Tennet heeft voor de nieuwe plant een globaal onderzoek gedaan in Wierden en Almelo. Overigens vinden wij, de locaties die door Tennet voor de gemeente Almelo als kansrijk worden geacht, in verband met woningbouwlocaties en bedrijventerreinen niet kansrijk. Wij vragen ons af in hoeverre deze ontwikkeling zich ”vertaalt” naar het door u vastgestelde pMIEK. Positief vinden wij uw aandacht voor de ontwikkeling in de windenergie, mede omdat niet alle zoeklocaties op dit moment zijn vastgesteld. We verwachten dat dit effect heeft op de pMIEK en de prioriteitsstellingen hierin.
Pagina 1 van 2
Bank: BNG Bank, Den Haag NL56 BNGH 028 50 00 187 BIC Code: BNGHNL2G
BTWnr. NL 0015 84 108 B 01
Wij spreken hierbij de verwachting uit dat wij in het verdere proces, voor zover dat betrekking heeft op het grondgebied van Almelo, zowel ambtelijk als bestuurlijk op een actieve manier betrokken worden.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
Pagina 2 van 2
ProvincieOverijssei Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 www.overljssel.nl
ONTVANGEN 0APR 2023
postbus@overijssel . nl KvK 51048329 IBAN NL4S RABO 0397 3411
Burgemeester en Wethouders van Almelo Postbus 5100 7600GC ALMELO
Datum
Kenmerk
Zaaknummer
28.03.2023
D2023-03-008904
2023-005250
21
Inlichtingenbij E. de Zoeten Telefoon 0631100003 E.d.Zoeten@overijssel.nl
Pagina
Bijlagen
Uw brief
Uw kenmerk
21.02.2023
Onderwerp: Brief aanbieden pMIEK aan gemeenten
Geacht college, geacht dagelijks bestuur, In december 2022 hebben wij u perbrief (kenmerk: D2022-12-001235) geïnformeerd over het "Afwegingskader provinciaal Meerjarenprogramma InfrastructuurEnergie en Klimaat (pMIEK)" zoals dit inmiddeis door Provinciale Staten is vastgesteld. In die brief hebben we u ook geïnformeerd over het vervolgproces waarin Gedeputeerde Staten met behulp van het Afwegingskader een prioritering aanbrengt in de uitbreidingsinvesteringen van de regionale netbeheerder (Enexis). En daarnaast gaf de brief al aan dat het pMIEK naast deze prioritering in zou gaan op het bevorderen van netefficiëntie, het versnellen van uitbreldingprojecten en een plan van aanpak voor het opstellen van een Energiesysteemvisie. Wij hebben het genoegen u hierbij het pMIEK aan te bieden. Het pMIEK is voor vaststelling besproken in het bestuurlijk overleg SNIP (Samen naar Integraal Programmeren), waarin de netbeheerders, RESregio's en provincie vertegenwoordigd zijn. Vervolgproces Dit pMIEK zal volgens afspraak voor 1 april worden aangeboden aan de netbeheerders die daarmee de prioritering op grond van maatschappelijkewaarde en netefficiëntie mee kunnen nemen bij het opstellen van hun Investeringsplannen (IP, 2024-2034). Enexis heeft aangegeven dat aanvullende informatie die voor 1 juni 2023 kan worden aangeleverd, nog kan worden verwerktIn het IP.
Het is bekend dat bij gemeenten een proces gaande is waarin zoekgebieden voor windenergie worden geïnventariseerd. Dat betekent dat in de komende maanden, ook duidelijk kan worden op welke hoogspanningsstations meerinvoeding van windenergie verwacht kan worden. Omdat windvermogen de aansluitcapacitelt efficiënterbenut dan zon-PV kan dit tot een aanscherping leiden van de prioritering in het pMIEK en wel op 3 manieren: 1. Omdat het windvermogen in de plaats komt van zon-PV daalt de voorziene aansluitcapaciteit en is uitbreiding niet langer noodzakelijk (en verdwijnt dus uit de prioritering). Daarmee kunnen aanzienlijke maatschappelijkekosten worden vermeden terwijl de RES-ambitie toch wordt waargemaakt. 2. Doordat een substantieel windproject een relatievegrote aansluiting vergt kan een nieuw knelpunt ontstaan;
Datum varzending 30.03.2023
"^verijssel
provincie
3.
Omdat een hoogspanningsstation nu ook windvermogen gaat aansluiten (daar waar dat in eerste instantie alleen zon-PV was), krijgt een noodzakeiijke uitbreiding een hogere prioriteit waardoor de kans op eerdererealisatie toeneemt;
In het geval de aanvullende zoekgebieden niet leiden tot de nagestreefde wind-zon-PV-verhouding van 60-40 of de gezamenlijke ambitie niet wordt gehaald, worden ook de provinciale voorkeurszoekgebieden (zoals vastgelegd in het Fundament voor de Omgevingsvisie) bij de aanscherping betrokken. In dat geval krijgen hoogspanningsstations die eventuelewindprojecten uit die gebieden bedienen, een hogere prioriteit. Voor 1 juni 2023 zullen we dus zo nodig met een aanscherping van de prioritering komen en die aanbieden aan Enexis. Daarmee zorgen we dat de mogelijkheden die het pMIEK ons biedt in deze eerste ronde, zo goed mogelijk benutten. En tevens faciliteren we daarmee de realisatie van de RES-doelen op een netefficiënte manier tegen de laagste maatschappelijkekosten. Zoekgebieden die na die datum bekend worden kunnen in ledergeval in een volgende ronde pMIEK en Investeringsplannen worden betrokken over 2 jaar. En in onvoorziene, bijzondere omstandigheden kunnen er ook nog tussentijds wijzigingen overeengekomen worden. We verwachten u hiermeegoed en volledig te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel,
voorzitter, A.P. Heidema
secretaris, N. Versteeg
Provinciaal Meerjarenprogramma InfrastructuurEnergie en Klimaat Overijssel
Maart 2023
1
Inhoudsopgave Inhoud 1.
Aanleiding en opzet...........................................................................
3
2.
Efficiënt netgebruik...........................................................................
6
a.
Opvoiging aanbevelingen Landelijk Actieprogramma Netcongestie
6
b.
Netefficiëntiein de Regionale Energiestrategie (RES).....................
6
c.
Smart Energy Hubs........................................................................
6
d.
E-team - achter de meteroplossingen..........................................
,7
3.
Prioritering netinvesteringen .............................................................
8
4.
Versneiiingsaanpak reaiisatie.............................................................
12
5.
Energiesysteemvisie ..........................................................................
14
2
1. Aanleiding en opzet Een provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energieen Klimaat Nederland heeftals ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit vraagt om een omschakeling van een energiesysteemdat grotendeels gebaseerd op fossiele bronnen naar een systeemdat leunt op hernieuwbare en andere C02-vrije bronnen. Het huidige systeemis ontworpen in een tijd waar elektriciteituit een aantal grote centrales kwam en een fijnmazig gasnet dat Gronings gas naar klanten distribueerde. De vraag naar en beschikbaarheid van energie was relatief eenvoudig te voorspellen. Die tijden zijn voorbij, enerzijds door de meerdecentrale opwek van elektriciteiten anderzijds door de elektrificatie,medeversneld door de internationale ontwikkelingen en de hoge energieprijzen. In dit provinciaal Meerjarenprogramma InfrastructuurEnergie en Klimaat (pMIEK) staat hoe de provincie omgaat met dit veranderende energiesysteem.De provincies hebben bij besluit van het IPO-bestuurde regierol op zich genomen voor de regionale energie-infrastructuur.Bestuurlijkis ook afgesproken tussen IPO, VNG, NetbeheerNederland, het Nationaal Programma RES en de ministeries van EKZ en BZK dat elkeprovincie voor 31 maart 2023 een eerstepMIEK oplevert. Dit pMIEK bevat een advies aan de netbeheerders (CoteQ, Enexis, Rendo en TenneT) voor de investeringsplannen die zij in 2024 opleveren.
Met dit advies geeftde provincie de netbeheerders een prioriteitsvolgorde meein de uitbreidingsinvesteringen in de energieinfrastructuur,waarbij de bijdrage aan het creërenvan maatschappelijkewaarde en het bevorderen van efficiënt gebruik van het elektriciteitsnetde uitgangspunten zijn.
Meerdan alleen prioritering In de komende jaren zal de gevraagde capaciteitgroeien ten opzichte van de beschikbare (en te realiseren) capaciteit (zie onderstaande figuur). Het doel is uiteraard om vraag en aanbod weer bij elkaar te brengen.
M
s
ct
«f
A: Snelter, meerinfraïtrtxtuur realiseren
B. Slimme keuzesom infra behoefte te verminderen
1 Beschikbare transportcapaciteit (Elektnciteit, warmte, gassen)
C: Omgaan met schaarste pnoiitermg dan wet keuzen maken over klantaansluitingen én iHfbu'Kfin.j'.iii.f
O: Programmeren energiesysteemkeuzenen ruimtelijkeordening in samenhang. Capaciteitsvraag en netnxigelijkheden komen weerbij elkaar.
3
Om dit te bereiken zijn er vier oplossingsrichtingen die in dit pMIEK ook allen aan bod komen. Hoewel het pMIEK in principebedoeld is om prioritaire investeringsprojecten in de energieinfrastructuurte benoemen (Hoofdstuk3: Prioritering Netinvesteringen), bevat het Overijsselse pMIEK daarom ook drie andere oplossingsrichtingen. Allereerstmoet de vraag naar capaciteitverminderd worden door het huidige net efficiënterte benutten (hoofdstuk2: Efficiëntnetgebruik).We doen een oproep aan de netbeheerders en onze RES-partners om efficiënternetgebruik waar mogelijk te bevorderen. En we geven een toelichting op de provinciale inspanning om efficiënt netgebruik te bevorderen. Daarnaast moet de aandacht uitgaan naar het sneller realiseren van meercapaciteit (hoofdstuk 4: Versnellingsaanpak realisatie). Ten slotte willen we door programmering de ruimtelijk-economische ontwikkeling en de energieinfrastructuurop elkaar afgestemd krijgen. Daarvoor helpthet om een beeld te vormen van het (benodigde) energiesysteemvan de toekomst. Dezeenergiesysteemvisieis (mede) richtinggevend voor afwegingen over investeringen in het energiesysteemen ruimtelijkekeuzes (hoofdstuk5: Energiesysteemvisie).
Nationale context Het Rijk werkt momenteel een Nationaal Plan Energiesysteem(NPE) uit en concludeert in haar brief over de contouren hiervan "Dezeenergietransitie vergt een grote inspanning waarbij veel partijen binnen relatiefkorte tijd stappen moeten zetten die op elkaar inwerken. Gegeven de complexiteiten urgentievan deze inspanning is stevige regie vanuit de Rijksoverheid noodzakelijk.". Ruimtelijkwordt dat vormgegeven in het Programma Energiehoofdinfrastructuur (PEH). Voor de kortere termijn is op verzoek van het Rijk het LandelijkActieplan Netcongestie (LAN)opgesteld met daarin een groot aantai aanbevelingen om congestie te verminderen ofte voorkomen.
Groeimodel In het ImplementatieplanRegionale Energie-Infrastructuur(REIS) (in juli 2022 door Gedeputeerde Staten vastgesteld) is gekozen voor een groeimodel. Dat wil zeggen dat dit eerste pMIEK de eerstestap vormt naar een volwaardige integrale programmering van de energieinfrastructuur.Voor het volgende pMIEK is de dan inmiddels opgesteldeEnergiesysteemvisie voor de provincie Overijssel richtinggevend.
Samenwerkenin SNIP Dit pMIEK draagt bij aan de samenwerking tussen netbeheerders en overheden om de ontwikkeling van de energie-infrastructuurin relatietot de ruimtelijkeconomische ontwikkelingen in goede banen te leiden. De netbeheerders hanteren de gepresenteerde prioritering (van uitbreidingsinvesteringen) bij het opstellen van hun Investeringsplannen (20242034), en zullen terugkoppelenop welkewijze dat is gebeurd. Het pMIEK is besproken in het bestuurlijkoverleg SNIP (Samen naar Integraal Programmeren) waarin netbeheerders, RES-regio's en provincie samenwerken. Vanwege de afgesproken 4
opleverdatumvoor dit eerstepMIEK, volgend uit de planning van de Investeringsplannen (IP's) van de netbeheerders, heefter geen consultatie plaatsgevonden met individuele gemeenten. Het voorgestelde proces en het gehanteerde afwegingskader is wel gedeelden besproken met de gemeenten. Het opstellen van het pMIEK en de Investeringsplannen zijn beide tweejaarlijkseprocessen, die door hun doorlooptijd vaak bij het publiceren al achterlopen op de werkelijkheid.Er kunnen ontwikkelingen zijn die een bijstelling vragen die niet kan wachten op de volgende cyclus. In dat geval bepalen we in SNIP-verband met elkaar of er tussentijdse bijstelling gewenst is.
5
2. Efficiënt netgebruik In de energietransitie worden we geconfronteerd met knelpunten in de energie-infrastructuur.Dat laat de huidige netcongestie in het elektriciteitsnetzien. Verzwaring van het net lijkt dan een logische oplossing. Dat zijn vaak langlopende en arbeids- en kapitaalintensieve projecten. Maar er zijn ook andere oplossingen. Die zitten in het siimmer en efficiënterbenutten van de huidige netcapaciteit. Het is belangrijk om deze mogelijkheden te benutten zodat ruimteiijk-economische ontwikkelingen zo min mogelijk belemmerd worden door netcongestie. Wij zetten dus efficiënternetgebruik voorop en geven daar via een viertal activiteiten invulling aan, die hieronder kort toegelicht worden. a.
Opvolging aanbevelingen
Landelijk Actieprogramma Netcongestie
In opdracht van het Rijk heefteen taskforce, in het najaar van 2022, het Landelijk Actieprogramma Netcongestie opgesteld. Daarin vormen het 'sterkersturen op betere benutting' van het elektriciteitsneten 'het vergroten flexibele capaciteit'tweevan de drie speerpunten.De landelijke Netcode Elektriciteitbiedt netbeheerders explicietruimteom congestiemanagement toe te passen. Tegen een financiële vergoeding worden gebruikers en producenten gevraagd bij te springen. Hiermeewordt capaciteitgecreëerdvoor verduurzaming en kunnen meerklanten aangesloten worden op het net. Daarnaast wordt er in het actieprogramma gepleitvoor nader onderzoek naar andere vormen van flexibilisering (zoals een herziening van de nettarievenstructuuren de introductie van een congestiecharge). Tenslotte wordt er in het advies ook gepleitvoor het versterken van publiek-privatesamenwerking om flexibele capaciteitacuut(ter verlichting van de congestie) en structureelaan te jagen. Wij onderschrijven deze speerpuntenen onderzoeken samen met onze SNIP-partners hoe dit maximaal gefaciliteerdkan worden. b.
Netefficiëntiein de Regionale Energiestrategie (RES) De sterkestijging van decentrale opwekking van hernieuwbare elektriciteitvraagt veelvan de energie-infrastructuur.In de RESsen is het hoekpunt maatschappelijkekosten/systeemefficiëntiemeegenomen in het afwegingskader. Een belangrijk aspecthiervan is de afspraak om te streven naar een efficiënteremix tussen wind en zon (60%-40%). Onze eigen rolinvulling en verantwoordelijkheid voor deze afspraak uit de RES is in het Provinciaal Programma Energiestrategie uitgewerkt.
c. Smart Energy Hubs Provincie Overijsseldraagt zelf ook actief bij aan efficiënterebenutting van het elektriciteitsnet.Concreet doen we door het stimulerenvan Smart Energy Hubs. Smart Energy Hubs (SEH) zijn semi-autonome decentrale energiesystemenwaar slim lokaal energieopwek en -gebruik wordt gekoppeld met eventueletussenkomst van flexibele opslag. Afhankelijk van locatiespecfiekeeigenschappen gaat het over elektriciteit,duurzamegassen, warmte of een combinatie.
Door een lokaal collectief energiesysteemwordt duurzame
energie-opweklokaal of regionaal ontsloten.
SEH's worden ontwikkeld op
bedrijventerreinen, havens, rioolwaterzuiveringsinstallaties, clustersvan bedrijven en agrarische bedrijven. Met SEH's wordt het bovenliggende energiesysteemontlast door een
6
veellager benodigde transportcapaciteit, waardoor voorkomen
uitbreidingsinvesteringen soms
kunnen worden.
Met het Uitvoeringsprogramma Smart Energy Hubs 2021-2023 is eind 2021 vastgesteld dat er vier SEH's ontwikkeld worden in Overijssel. Dezemaken onderdeel uitvan een versnellingsprogramma Oost-Nederland, waar in totaal 10 SEH's gerealiseerdworden. Voorlopige resultaten zijn veelbelovend. Inmiddels onderzoeken we mogelijkheden voor verdereopschaling van het concept. In november 2022 is een studieafgerond naar de potentie van SEH's voor Oost-Nederland. Dezestudiewijst uit dat het kansrijk is om op ca. 50 locaties een SEH te ontwikkelen in Oost-Nederland. Medeop basis van dit onderzoek wordt met de Provincie Gelderland onderzocht
of een SEH ontwikkelbedrijf opgericht kan worden.
Voor de succesvolle realisatie van een SEH is een goede samenwerking met de regionale netbeheerder voorwaardelijk. Het is van belang dat er in gezamenlijkheid geëxperimenteerd wordt, er voldoende experimenteerruimte is, er ook bij de netbeheerdervoldoende capaciteitis om meete werken en dat op strategisch niveau decentrale oplossingen (h)erkend worden als permanent onderdeel van een nieuw energiesysteem.Het is nodig dat netbeheerders op de korte termijn de maximale experimenteeren gedoogruimte benutten om slimme oplossingen te realiseren en dat er op de langere termijn groepscontracten toegestaan worden. Momenteel mag de regionale netbeheerder nog geen vergoeding bieden voor flexcapaciteit,zoals dat mag op het hoogspanningsnet.
Via de lobby
proberen
wij ruimtete creërenvoor netbeheerders om met een vergelijkbare financiële prikkelook op laag en middenspanningsniveau slimme oplossingen rendabel te maken voor initiatiefnemers. Er is behoefte om samen met Enexis, Coteq en Rendo een ontwikkelpad vorm te geven waarin perspectief geboden wordt voor slimme (collectieve) oplossingen. Enexis heeftvoor 2023 tweeproeftuinlocaties aangewezen in Overijssel. d. E-team - achter de meteroplossingen In januari is in opdracht van de provincie het E-team gestart. Het E-team wordt ingevlogen als ondernemingen bij het verduurzamenvan hun energieverbruikhun aansluiting niet kunnen uitbreiden door netcongestie. Veelinitiatieven willen niet wachten op een verzwaring van het elektriciteitsneten kunnen, indien bepaalde maatregelen genomen worden, soms ook gerealiseerdworden zonder die investeringsuitbreidingen. Door actief in te zetten op het realiseren van oplossingen en deze beschikbaar te stellen aan zoveel mogelijk partijen die in een vergelijkbare situatieverkeren, dragen we vanuit de provincie ook bij aan efficiënt netgebruik door afnemers. Afhankelijk van de eersteresultaten van deze aanpak hebben we de optie om nog niet rendabele oplossingen te ondersteunen met een subsidie.
7
3. Prioritering netinvesteringen In het pMlEK wordt op basis van het door Provinciale Staten vastgesteldeAfwegingskader een prioritering gegeven voor de netinvesteringen van de netbeheerders. Hier lichten we onze aanpak en het resultaattoe.
Methode In dit eerstepMIEK beperken wij ons tot het opstellen van een prioriteitsvolgorde in de gewenste en noodzakelijke capaciteitsuitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerkop het niveau van hoogspanningsstations, waar de overgang naar het middenspanningsnet plaatsvindt (HSMS). Overijsseltelt momenteel 32 van deze HSMS-stations. Dezestations vormen de koppeling tussen het landelijke hoogspanningsnetwerk van Tennet en de regionale netten (van Enexis, Rendo en Coteq). Dat betekent dat een uitbreiding van capaciteitop een HSMS-station alleen zinvol is als de elektriciteitdie daarop wordt geleverdof ingevoerd ook getransporteerd kan worden op het landelijk hoogspanningsnetwerk. TenneT heeftde analyses van Enexis nog niet beoordeeld in het licht van de zich ontwikkelende transportcapaciteit van hun eigen netwerk. Dat wil zeggen dat niet zekeris of en wanneer de capaciteitsontwikkeling aan Enexis zijde ook daadwerkelijk gefaciliteerdkan worden door TenneT. De doorrekening zal nog plaatsvinden voor het opstellen van de Investeringsplannen.
y
G
i'.
E
Afbeelding 1: HSMS-stations in Overijssel(inclusief clusterindeling) Een klein deelvan de provincie wordt bediend door stations in Drenthe (Meppelen Coevorden). Dezezijn wel meegenomen in de berekening van de belasting van de stations maar niet in de prioritering in dit pMIEK.
8
Voor het signaleren van de behoefte aan uitbreidingen is gebruik gemaakt van de Netimpactanalyses die door
Enexis (op basis van informatie vanuit de gemeenten en provincie) zijn opgesteld. Daarin
wordt zichtbaar op welkeHSMS-stations, bij de nu voorziene ontwikkeling van vraag en opwek van elektriciteit,voor 2030 knelpunten ontstaan.
Bovendien geeftdeze analyse inzicht in de aard
(afname, opwek of beide) en de omvang (hoeveel MW) van het knelpunt. Voor de prioritering in de uitbreidingsinvesteringen is gebruik gemaakt van het Afwegingskader pMIEK. a. oplossing voor knelpunten voor elektriciteitsvraag en aanbod: i. hoogsteprioriteit hebben de uitbreidingen die een knelpunt oplossen aan zowel de afname - als de invoedinoskant: ii. tweedeprioriteit gaat naar stations waar alleen afname het knelpunt veroorzaakt; iii. laagste prioriteit naar stations waar alleen de invocdino het knelpunt veroorzaakt. b. maatschappelijkemeerwaarde: i. afname: investeringen die het meestbijdragen aan de realisatie van provinciale doelen (zoals woningbouwopgave, verduurzaming, economie); ii. invoeding: gecombineerd wind-PV gaat voor wind gaat voor PV en hoeveelheid duurzameenergie die kan worden opgewekt. c. Finale beoordeling en waar nodig correctie van resultaat stap 1 en 2
Resultaat Het resultaatvan deze afweging is een provinciale prioriteitsvolgorde in de capaciteitsuitbreidingen. Dit is opgenomen in onderstaande tabel Hoogste prioriteit
Prioriteit 2
Prioriteit 3
Geen prioriteit
Zwolle Hesser^>ooft (IS-llZ) OMenzaal (37-41) Vroomshoop (75^28) Tubbergen(10-45)
Deventer Beifweide(8-87) Hengelo WekJeweg (24-geen)
EnschedeMarssteden(S*^) Hvdenberg(2-46) Almelo Mosterdpot(4-geen)
Kampen (geen-24) EnschedeWesseterbrink (geen-23)
Ommen Dante* (16-68) Goor* (11-53) Zwolle Frankenhuis*(17-44) Almelo Urenco*(15-24) Rljssen*(11-44)
Raalte* (27-1)
Nijverdal* (4-33) Dedemsvaart*(3-7) Voltenhove*(1-24)
Olst* (geen-41) Steenwijk*(geen-95) HengeloBoiderhoek*(geeiv7)
Tabel 1: prioritering In capaciteitsuitbreidingen Tussenhaakjes de omvang van het knelpuntaan de afname- en invoedingskant(in MW) • HSMS-station waar momenteelgeenaansluiting van eenwindpark wordt voorzien
Toelichting: Na toepassing van stap a. uit het Afwegingskader ontstaan
4 groepen met HSMS-stations op basis
van de verwachte situatiein 2030: Stations met een knelpunt zowel aan de afname- als aan de invoedingskant:
16stations.
Stations met alleen een knelpunt aan de afnamekant: 2 stations, Stations met alleen een knelpunt aan de invoedingskant:
5 stations.
9
Stations zonder knelpunt^: 9 stations. Uit de 16stations hebben 9 stations de 'hoogste prioriteit' gekregen op basis van de omvang van het knelpunt (stap b. uit het Afwegingskader). De resterende7 zijn ingedeeld in de groep 'prioriteit 2' als het knelpunt alleen aan de afnamekant relatiefgroot is en in de groep 'prioriteit 3' als het alleen aan de invoedingskant groot is. Ten slotte blijven dan de stations over ('geen prioriteit') waar het knelpunt alleen door invoeding wordt veroorzaakt. Voor tweestations is op basis van stap c. uit het Afwegingskader een uitzondering gemaakt. Dat betreft: 1.
2.
Station Hengelo Weideweg.Dit station, waar een groot tekort aan de afnamekant voorzien wordt (maar geen knelpunt aan de invoedingskant) zou lager in de prioritering komen dan de stations waar de tekorten aan afname- en invoedingskant relatiefklein zijn. De uitbreiding zou daardoor minder prioriteit krijgen terwijl het verwachte effectop de elektrificatie(en daarmee de energietransitie) groter is dan op de overige stations. We geven Hengelo Weidewegdaarom een hogere prioriteit (2); Op HSMS-station Raalte komt op basis van stappen a. en b. juist in de prioritaire categorie, hoewel het invoedingsknelpunt zeerklein (1 MW) is. De bijdrage van een uitbreiding van dit station aan de energietransitie is vergelijkbaar met het hierboven genoemde station Hengelo Weideweg.We geven Raalte daarom dezelfdeprioriteit als Hengelo Weideweg(2).
Daarnaast is meegewogen of er op een HSMS-station windvermogen wordt voorzien. In dat geval is er sprakevan een efficiënterebenutting van de capaciteit(door de combinatie wind-zon) en verdient een uitbreiding de voorkeur boven een station waar door vervanging van zon-PV-vermogen door windvermogen het knelpunt verkleind of opgelost kan worden. In de tabel zijn die stations waarvoor dit laatste voor geldt met een * aangeduid. Volledigheidshalve vermelden we nog dat: •
voor een aantal stations al onomkeerbare besluiten zijn genomen voor uitbreiding. Die zijn niet opgenomen in de Netimpactanalyse en zijn als knelpunt nog zichtbaar in deze prioritering. Dit geldt o.a. voor Zwolle Hessenpoort;
•
een aantal stations niet of zeerbeperkt uitgebreid kunnen worden door fysiekebeperkingen onder- of bovengronds. Toch kunnen deze stations prioriteit vragen. Enexis kijkt (en keek)in die gevallen naar alternatieven zoals het aansluiten van vermogen op nabij gelegen stations (dit speelto.a. in Deventervoor de stations Platvoet en Bergweide).
Vervolg Aanscherping pMIEK vanwege duidelijkheid windprojecten Een aantal gemeenten is voor de RES 2.0 op zoek naar zoekgebieden voor windenergie. Op basis van de afspraken in de RES 1.0 worden dezevoor 1 juli 2023 vastgesteld en bekend zijn. Als hiermeede afgesproken verhouding wind-zon-PV van 60%-40% niet bereikt wordt, kan de provincie, door initiatiefnemers, verzocht worden planologische medewerking te verlenen aan initiatieven. In het Programma Provinciale Energiestrategie (PPE) is aangegeven hoe de provincie met deze verzoeken
^ Mogelijk heeftTenneT wel (te) beperktecapaciteit. Dit is momenteel onduidelijk. Zodra TenneT hier duidelijkheidover schetst, wordt met het afwegingskader ook voor deze stations een prioriteit bepaald.
10
om zal gaan. In het PPE is verwezen naar de voorkeursgebieden die door de provincie zijn opgenomen in het Fundament voor de Omgevingsvisie. Dat betekent dat er in de komende maanden meerduidelijkheidgaat ontstaan over de plekkenwaar windprojecten beoogd worden. Zekerals dezewindprojecten leiden tot een afname van verwachte grootschalige zon-PV projecten, kan dit tot een gewijzigde prioritering leiden bij toepassing van ons Afwegingskader. De regionale netbeheerder (in dit geval Enexis) is in staat om een aangepaste prioritering (op basis van het voorstaande) nog tot 1 juni 2023 meete nemen in het proces dat tot de Investeringsplannen 2024-2034. Tot 1 juni 2023 kan de provincie de netbeheerder een aangescherpte prioritering toesturen. De aanscherping zal bestaan uit: 1. 2.
De verhoging van prioriteit van HSMS-stations waar de uitbreiding noodzakelijk is voor windenergie (waar dat nog niet zo was), en Het verdwijnen uit de prioritering van stations waar door de vervanging van zon-PV- door windvermogen uitbreiding vermeden kan worden.
Een mogelijk aangescherpte prioritering wordt gedeeld met alle ontvangers van het pMIEK, inclusief de RES-regio's en gemeenten. Ook na 1 juni kunnen veranderende omstandigheden aanleiding geven om de prioritering bij te stellen. De provincie en de netbeheerders houden hierover contact via de regulierekanalen, waaronder het SNIP-overleg. Vervolgproces bijdenetbeheerders Netbeheerdersnemen de prioriteitsvolgorde uit het pMIEK meebij het opstellen van hun Investeringsplannen (IP) voor de periode 2024 tot 2034. We vergroten de toegevoegde waarde van netinvesteringen in Overijssel,doordat netbeheerders maatschappelijkewaarde en netefficiëntie meekunnen nemen naast de huidige criteria leveringszekerheid,veiligheid en de beschikbare fysieke ruimte.Praktisch betekent dit dat uitbreidingsinvesteringen op grond van deze prioritering in de tijd naar voren gehaald zullen worden door Enexis of juist naar achteren. Het prioriteren in het pMIEK heeftdaarmee geen impact op de haalbaarheid van de RES-doelstellingen. In de RES netimpactanalyse constateert Enexis voor 9 stations dat de uitbreidingsmogelijkheden zeer beperktof afwezig zijn door onder- of bovengronds ruimtegebrek.Op enkelevan die locaties geeft Enexis aan dat een deelvan verwachte grootschalige opwekprojecten niet op het gewenste station kan worden aangesloten.
Voor dezestations wordt inzet op efficiënt netgebruik als mogelijke oplossing geopperdof de mogelijkheid om nieuweprojecten op nabijgelegen stations aan te sluiten. In deze situatie kan het voorkomen dat een station zonder prioriteit, door deze overloop toch prioriteit krijgt. In voorkomende gevallen wordt dit gezamenlijk besproken (SNIP).
11
4. Versnellingsaanpak realisatie De toenemende elektrificatieals gevolg van de energietransitie en geopolitieke ontwikkelingen zal de komende jaren doorzetten. Dat betekent dat er, ondanks alle inspanningen voor efficiënter netgebruik, volop gewerktzal moeten worden aan verzwaring en uitbreiding van de energieinfrastructuur. Dit zijn veelal complexetrajecten met diverse belangen en veelbetrokken partijen. Mededaardoor kennen ze vaak een lange doorlooptijd. Netbeheerderssprekenover een tienjarig ontwikkeltraject, waarvan tweejaar bouwen en acht jaar procedures.Er is dus potentie om het beschikbaar komen van nieuwe netwerkcapaciteitsubstantieel te versnellen. Om de ontwikkeltijd te verkorten starten wij dit jaar in de samenwerking met netbeheerders en gemeentelijkeoverheden met het verkennen van de volgende opties:
1. Het zo vroeg mogelijk vaststellen en regelen van de gewenste bevoegdheidsverdeling. Dat kan versneld worden als netbeheerders de studiefasevan netuitbreidingen altijd afsluiten met een principeverzoekaan het (beoogd) bevoegd gezag; Versnellen van bevoegdheidsoverdracht tussen overheidslagen. Een confectieaanpak met 2. gestandaardiseerde modellen kan dit proces faciliteren. Ook in bredere zin is het van belang om te zoeken naar standaardisatie van stappen in het ruimtelijkeproces (denk aan ontwerpen (vanuit de netbeheerder) en beoordelingen (door bevoegd gezag); 3. Het versterkenvan de samenwerking tussen netbeheerders en overheden niet alleen op projectniveau, maar met name ook gebiedsgericht. Op deze manier worden projecten met samenhang ook in samenhang aangepakt. Een single-point-of-contact bij elkeorganisatie kan dit ondersteunen; 4. Decentrale overheden kunnen actief en faciliterend grondbeleid inzetten om te voorkomen dat grondverwerving de voortgang van projecten belemmert. Netbeheerdersen overheden kunnen in een vroegtijdig stadium van een project de mogelijkheden en wensen voor wat betreft grondbeleid in beeld brengen; 5. het vergroten van het lokale draagvlak voor uitbreidingsinvesteringen. Dat kan bijvoorbeeld door het vrijmaken van middelen die worden ingezet voor het verbeteren van de leefomgevingskwaliteit.
Ook het inzetten van onorthodoxe instrumenten als het firstpermit first serveprincipewaarmee het bevoegd gezag die de procedureshet vlotst doorloopt ook als eersteaan de beurt is bij uitbreidingen kan worden overwogen. Op projectniveau wordt bij diverse netverzwaringsprojecten waar de provincie als bevoegd gezag optreedt, intensief samengewerkt. Momenteel is netcongestie zo belangrijk dat daar een bestuurlijkoverleg voor gewenst is op provinciaal niveau. In Overijsselgebruiken we daar het SNIP overleg voor, waar netbeheerders, RESregio's en de provincie al samenwerken. In het LandelijkeActieprogramma Netcongestie (LAN)wordt aanbevolen om provinciale Energyboards op te richten die als doel hebben de realisatie te versnellen door betere samenwerking en die, waar nodig, gebruikt kunnen worden voor escalatie. Wij geven hier invulling aan door met de netbeheerders de SNIP-samenwerking geïntensiveerd voort zetten en uit te breiden in lijn met dezeaanbeveling. Het SNIP vormt ook een goed kader om de gezamenlijke belangen te behartigen (lobby). Ten slotte zijn we ons ervan bewust dat veelvan de hier genoemde punten betrekking hebben op het hoog- en middenspanningsniveau. Een specialeuitdaging ligt er ook lokaal op laagspanningsniveau.
12
waar nog veeltransformatorhuisjes en kabels moeten worden gerealiseerd.Het proces van inpassing en vergunnen daarvan moet versterktworden in samenspraak met gemeenten.
13
5. Energiesysteemvisie Het p-MIEK is gebaseerd op een eenvoudig afwegingskader met enkele algemene principes. In 2023 ontwikkelen we een Energiesysteemvisie,om in het volgende p-MIEK ook de gewenste ontwikkelrichting meete kunnen nemen in de afweging. In deze paragraaf beschrijven we de context en het globale plan van aanpak.
Wat staat er in de Energiesysteemvisie? De Energiesysteemvisiebevat een beschrijving van het huidige energiesysteem,scenario's voor de toekomstige ontwikkeling in vraag en aanbod naar energie en een visie op de mogelijke ontwikkelrichtingen voor het Overijsselseenergiesysteemom deze ontwikkelingen te faciliteren en/of te beïnvloeden. Het kiezen van een gewenste ontwikkelrichting van het energiesysteemvraagt om politieke keuzes, waarbij verschillende belangen tegen elkaar afgewogen kunnen worden. Hierbij zal ook rekening gehouden moeten worden met de externe onzekerheden in de toekomstige ontwikkelingen. In de Energiesysteemvisieworden beide aspecten (keuzemogelijkhedenen onzekerheden) verder uitgewerkt.Hierdoor kan, met de kennis van nu, een gewenste ontwikkelrichting vastgesteld worden. Dezeontwikkelrichting vormt de basis voor het Afwegingskader van het pMIEK 2.0. De visie bestrijkt het geheleenergiesysteem(gas, elektriciteiten warmte) inclusief opslag en conversie, en heeft een lange termijn horizon, richting 2050. De Energiesysteemvisiewordt opgenomen in het provinciale omgevingsbeleid en periodiek herijkt om nieuweontwikkelingen meete kunnen nemen.
Context De Energiesysteemvisievan provincie Overijsselzal aansluiten op de visie die het Rijk ontwikkelt op het Nederlandse energiesysteem(Nationaal Plan Energiesysteem)en de kaders en uitgangspunten van onze eigen Omgevingsvisie. Omgekeerdwegen de belangen en voorkeuren vanuit het perspectief van energie-infrastructuurmeebij het opstellen van de OverijsselseOmgevingsvisie. Dezewisselwerking vraagt op relatiefkorte termijn al eerste(voorlopige) uitsprakenvanuit de energiesysteemvisie.Het Plan van Aanpak houdt hier rekening mee.
Plan van Aanpak op hoofdlijnen Het Plan van Aanpak wordt de komende periode verderuitgewerkt.Hierbij worden ook de vervolgaanpak vanuit IPO en inzichten uit andere pMIEKs meegenomen. De Energiesysteemvisiewerken we uit in samenwerking met onze SNIP-partners. Via het reguliere participatieprocesvan de Omgevingsvisie worden ook andere maatschappelijkepartijen betrokken. Gezien de huidige planning, wordt verwacht dat de principesdie worden ingebracht in de concept Omgevingsvisie geen typisch Overijsselskarakter hebben, maar meergeneriekvan aard zijn. De Energiesysteemvisiebevat een groot aantal uitgangspunten en onzekerheden. De relevante besluitvormende aspecten die we in ons omgevingsbeleid willen opnemen, lopen quabesluitvorming meein het proces rond de Omgevingsvisie. De Energiesysteemvisiewordt aan PS via een Statenbrief
14
aangeboden.
Het document vormt een basis voor een herijkt Afwegingskader in het pMIEKZ.O. Dit
herijkteafwegingskader wordt door Provinciale Staten vastgesteld. Onze beoogde aanpak op hoofdlijnen
is schematisch weergegevenin onderstaande figuur
•Bepalen paletaan toekomstscenario's, inclusief uitgangspunten •Verkennen mogelijke afwegingscriteria •Voorstellen ontwikkelrichtingen/-principes in concept Omgevingsvisie (oktober 2023) •Uitwerken mogelijke toekomstbeelden Overijsselsenergiesysteem •Verkennen mogelijke energiesysteemkeuzes •Analyseren belangrijke onzekerheden, risico's en kansen (2023/2024) • Uitwerken Energiesysteemvisie:voorstel ontwikkelrichtingen/-principes, o.b.v. mogelijke toekomstscenario's, belangrijkste afwegingscriteria en onzekerheden •Meenemen belangrijkste aspecten in ontwerp Omgevingsvisie (2024) •Uitwerken voorstel voor herijking afwegingskader pMIEK (2024)
15