16.1 Wensen en bedenkingen Platform Stedelijke ontwikkeling Almelo - Bijlage - Concept statuten
Tekst van het document
OPRICHTING STICHTING (stichting Platform Stedelijke ontwikkeling Almelo PSA) STATUTEN Artikel 1 - Naam en zetel 1) De naam van de stichting is: Platform Stedelijke ontwikkeling Almelo, PSA 2) De stichting is gevestigd in de gemeente Almelo. Artikel 2 - Doel 1) De stichting heeft als doel: het samenwerken met en (ongevraagd en gevraagd) adviseren aan de stad Almelo over ruimtelijke stedelijke ontwikkelingen vanuit het perspectief van de woningmarkt, om daarmee het agenderen van concrete adviezen en kansen voor de stad Almelo te bereiken, en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting. 2) De stichting heeft uitdrukkelijk niet ten doel het verdelen van projecten en/of posities. Artikel 3 - Bestuur: samenstelling, benoeming, beloning, ontslag 1) Het bestuur van de stichting bestaat uit zes (6) natuurlijke personen. De vergadering van deelnemers stelt het aantal bestuurders vast. Een nietvoltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, secretaris en een penningmeester aan. Het kan voor elk hunner uit zijn midden een vervanger aanwijzen. Elke functie is binnen het bestuur niet met een andere functie verenigbaar.
2) De bestuursleden worden benoemd door de vergadering van deelnemers en dienen een voord e bestuurlijke werkzaamheden relevante functie van een deelnemer te bekleden. De bestuurders worden benoemd op voordracht van de verschillende deelnemersgroeperingen conform het hierna in dit artikel bepaalde, behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel. 3) Elk van de volgende deelnemersgroeperingen kan een bindende voordracht doen voor één (1) bestuurslid dat uit hun midden dient te komen: a. de deelnemers die behoren tot de beroepsgroep makelaardij; b. de deelnemers die behoren tot de beroepsgroep vastgoedontwikkeling; c. de deelnemers die behoren tot de beroepsgroep ontwikkelende aannemerij; d. de deelnemers die behoren tot de groep woningcorporaties; e. de gemeente Almelo; f. de provincie Overijssel; g. of andere groepering, indien het bestuur daarmee instemt. 4) De deelnemersgroepering algemeen kan geen bindende voordracht doen. Het bestuur informeert de vergadering van deelnemers zo spoedig mogelijk over het ontstaan van een vacature in het bestuur. De voordracht tot benoeming van een bestuurder wordt schriftelijk ingediend bij het bestuur. Van iedere kandidaat wordt in elk geval meegedeeld zijn leeftijd, zijn beroep en de
betrekkingen die hij bekleedt en die hij heeft bekleed voor zover die van belang zijn in verband met de vervulling van zijn bestuurstaak. Het bestuur is vrij in de benoeming als de vergadering van deelnemers de voordracht niet uiterlijk drie maanden na het ontstaan van de te vervullen vacature schriftelijk heeft ingediend bij het bestuur. 5) Iedere bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten: a. een bestuurder is een natuurlijk persoon; b. een bestuurder heeft het vrije beheer over zijn vermogen; c. een bestuurder is in de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als bestuurder van een stichting. 6) Het bestuur stelt een profielschets op voor zijn samenstelling, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de bestuurders. 7) Bestuurders worden benoemd voor een periode van maximaal drie (3) jaar. Het bestuur kan een rooster van aftreden maken. Een aftredende bestuurder kan maximaal één keer tot bestuurder worden herbenoemd. 8) De leden van het bestuur genieten geen beloning ten laste van de kas van de stichting. Werkelijk gemaakte onkosten kunnen evenwel ten laste van de stichting worden gedeclareerd, voor zover het bestuur daartoe besluit. 9) Een bestuurder kan worden geschorst door het bestuur.
Na een schorsing roept het bestuur een nieuwe vergadering bijeen, die wordt gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de betreffende bestuurder wordt ontslagen. Een schorsing kan in totaal nooit langer dan drie maanden duren. Voor een besluit tot schorsing of verlenging van de schorsing gelden extra vereisten, die zijn opgenomen in artikel 6 lid 4. 10) Als geen nieuwe vergadering wordt gehouden binnen de hiervoor vermelde vier weken, als de schorsing niet wordt verlengd in die vergadering of als na verloop van drie maanden geen besluit tot ontslag is genomen, vervalt de schorsing. 11) Een bestuurder verliest zijn functie: a. door zijn overlijden; b. door zijn faillissement, door op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surseance van betaling verkrijgt; c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele vermogen; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door zijn ontslag door de rechtbank; f. door zijn ontslag gegeven door het bestuur, met inachtneming van de vereisten als opgenomen in artikel 6 lid 4; g. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd.
12) Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast. Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door het bestuur daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast. Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de stichting of een medebestuurder geen contact met een bestuurder kan worden verkregen, met dien verstande dat het bestuur kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. Artikel 4 - Bestuur: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming 1) De voorzitter alsmede ten minste twee van de overige bestuurders gezamenlijk zijn bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. 2) De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats. Bij deze bijeenroeping wordt opgegeven op welke dag de vergadering plaatsvindt, wat het aanvangstijdstip van de vergadering is en welke onderwerpen worden behandeld (agenda). De bijeenroeping vindt plaats met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend.
De bestuurder die voor dit doel een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt, kan - tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht. 3) De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept. 4) Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 5) Een bestuurder kan niet aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht verlenen om zich - in de vergadering te laten vertegenwoordigen. 6) Als het bestuur daartoe besluit, kunnen bestuurders hun vergaderrechten uitoefenen - via een elektronisch communicatiemiddel. De bestuurder die op deze wijze aan de vergadering deelneemt, moet minimaal via het elektronisch communicatiemiddel: kunnen worden geïdentificeerd, rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen in de vergaderingen en in de vergadering het woord kunnen voeren en het stemrecht kunnen uitoefenen. Het bestuur kan verdere voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Als verdere voorwaarden worden gesteld, worden deze bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt.
De bestuurder die via een elektronisch communicatiemiddel aan een vergadering deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig.
7) In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte- stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van de bestuurders aanwezig - of vertegenwoordigd is. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij een stemming over de benoeming van personen, dan beslist het lot. 8) Als voor het nemen van een besluit wordt vereist dat een bepaald aantal bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is, moet ook in een vergadering waarin hetzelfde besluit opnieuw aan de orde wordt gesteld hetzelfde aantal bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 9) Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan is de betreffende bestuurder toch bevoegd om deel te nemen aan beraadslagingen en de besluitvorming en is het bestuur bevoegd het besluit op deze wijze te nemen. Het bestuur legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen.
Artikel 5 - Bestuur: leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming buiten vergadering 1) De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 2) De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden. 3) Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of, als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 4) Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. De notulen worden nadat zij door de vergadering zijn vastgesteld, door de voorzitter en de notulist van de vergadering ondertekend.
5) Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, als alle - bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan genomen als de vereiste meerderheid van de bestuurders zich vóór het voorstel heeft verklaard. Onder een schriftelijke verklaring wordt mede
begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt. Van elk besluit dat buiten vergadering wordt genomen, wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering. Deze mededeling wordt in de notulen van die vergadering vermeld en de uitgebrachte stemmen worden bij deze notulen gevoegd. Artikel 6 - Bestuur: taken en bevoegdheden 1) Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Iedere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Een bestuurder vermijdt elke vorm en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem en de stichting. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
2) Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, ook niet tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. Deze beperking van de bevoegdheid van het bestuur kan aan derden worden tegengeworpen. 3) Erfstellingen mogen niet worden aanvaard. 4) Een besluit van het bestuur: tot schorsing of verlenging van schorsing van een bestuurder; of tot ontslag van een bestuurder; of inhoudende constatering dat een bestuurder niet meer voldoet aan de eisen vermeld in artikel 3 lid 3; wordt genomen in een vergadering waarin alle overige bestuurders daartoe besluiten, ten minste twee in getal. De betreffende bestuurder wordt steeds in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden in een vergadering waarin deze besluiten tot schorsing of ontslag van hem besproken worden en hij kan zich daarin door een raadsman doen bijstaan.
5) Een besluit van het bestuur tot statutenwijziging, fusie, splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek, omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm, of ontbinding van de stichting wordt genomen met tenminste tweederde meerderheid van de stemmen in een vergadering waarin dit als agendapunt is opgenomen in de agenda van de vergadering. 6) Een besluit van het bestuur tot het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 6 lid 2;, het verlenen van een doorlopende volmacht als
bedoeld in artikel 7 lid 2, het vaststellen, wijzigen of intrekken van een reglement als bedoeld in artikel 10 wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering. 7) Het bestuur stelt een beleidsplan vast en actualiseert dit beleidsplan periodiek. Het beleidsplan geeft inzicht in de door de stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan. 8) Het bestuur zorgt ervoor dat: er niet meer vermogen wordt aangehouden door de stichting dan nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van het doel van de stichting; en de kosten van werving van gelden en de beheerkosten van de stichting in redelijke verhouding staan tot de besteding ten behoeve van het doel van de stichting. 9) Het bestuur zorgt ervoor dat de administratie van de instelling zodanig is ingericht, dat daaruit duidelijk blijkt de aard en omvang van de onkostenvergoedingen die toekomen aan de afzonderlijke bestuurders, de kosten die zijn gemaakt voor de werving van gelden en voor het beheer van de stichting en de aard en omvang van andere uitgaven van de stichting, de inkomsten van de stichting, alsmede het vermogen van de stichting.
Artikel 7 - Bestuur: vertegenwoordiging 1) Tot vertegenwoordiging van de stichting zijn bevoegd het gehele bestuur samen, alsmede twee gezamenlijk handelende bestuurders. Een individuele bestuurder kan de stichting niet vertegenwoordigen, tenzij het bestuur uit één bestuurder bestaat. Als een handeling wordt verricht in strijd met het bepaalde in artikel 6 lid 2 kan de stichting daarbij niet rechtsgeldig worden vertegenwoordigd. 2) De in het vorige lid van dit artikel opgenomen bevoegdheid van het bestuur en bestuurders tot vertegenwoordiging van de stichting bestaat ook als tussen de stichting en een of meer bestuurders een tegenstrijdig belang bestaat. 3) Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Artikel 8 - Deelnemers 1) Deelnemers zijn zij, die zich als deelnemer bij de stichting hebben aangemeld en door het bestuur als zodanig zijn toegelaten. Om deelnemer te kunnen zijn, dient men actief te zijn in de woningmarkt en moet men de bereidheid tonen om actief bij te dragen aan de realisering van het doel van de stichting.
2) Deelnemers kunnen zijn de gemeente Almelo, de provincie Overijssel, woningcorporaties met als werkgebied Almelo, rechtspersonen die actief zijn op het gebied van de makelaardij, vastgoedontwikkeling en/of de
ontwikkelende aannemerij. Ook samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid (maatschappen, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen) kunnen deelnemer zijn. Het deelnemerschap van een dergelijk samenwerkingsverband betekent het deelnemerschap van de gezamenlijke vennoten. Het samenwerkingsverband wordt daarbij beschouwd als één deelnemer. De rechten van het samenwerkingsverband als deelnemer kunnen alleen worden uitgeoefend door een vennoot die bestuursbevoegdheid heeft. De vennoten van het samenwerkingsverband wijzen een van hen aan als de vennoot die namens het samenwerkingsverband de rechten als deelnemer zal uitoefenen. Een deelnemer moet verder voldoen aan de volgende eisen: de deelnemer moet bekwaam zijn overeenkomsten te sluiten; de deelnemer moet een deelnemersovereenkomst met de stichting hebben gesloten. Als en zolang een deelnemer niet voldoet aan het bepaalde in dit lid, kan hij de rechten die aan zijn deelnemerschap verbonden zijn niet uitoefenen. De deelnemers worden onderverdeeld in de volgende deelnemersgroepen: a. de deelnemers die behoren tot de beroepsgroep makelaardij; b. de deelnemers die behoren tot de beroepsgroep vastgoedontwikkeling; c. de deelnemers die behoren tot de beroepsgroep ontwikkelende aannemerij; d. de deelnemers die behoren tot de groep woningcorporaties; e. de deelnemers die behoren tot de groep algemeen.
3) Telkens als het bestuur dit wenselijk acht, maar ten minste één keer per jaar, wordt een vergadering bijeengeroepen waarvoor alle deelnemers worden uitgenodigd. Deze vergadering wordt aangeduid als de vergadering van deelnemers. Een vergadering van deelnemers wordt bijeengeroepen door het bestuur. Het bestuur is verplicht een vergadering van deelnemers bijeen te roepen op verzoek van ten minste een tiende gedeelte van de deelnemers. De vergadering van deelnemers kan een voorzitter van de vergadering van deelnemers aanwijzen. Als een dergelijke voorzitter is aangewezen, heeft hij de bevoegdheid om zelfstandig vergaderingen van deelnemers bijeen te roepen wanneer hij dit wenselijk acht, onverminderd de bevoegdheid van het bestuur daartoe. 4) Behalve de deelnemers hebben ook alle bestuurders toegang tot de vergadering van deelnemers. Zij mogen in die vergadering het woord voeren. Over toelating van anderen dan de hiervoor bedoelde personen beslist het bestuur. 5) De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vergadering van deelnemers en bij zijn ontbreken de voorzitter van het bestuur. Wordt op deze wijze niet in het voorzitterschap van de vergadering voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf. De vergadering wijst een secretaris aan die de notulen houdt. 6) Iedere deelnemer heeft één stem.
Besluiten van de vergadering van deelnemers worden genomen met volstrekte meerderheid van de stemmen.
7) De financiële bijdrage van deelnemers aan de stichting wordt geregeld in de deelnemersovereenkomst. De financële bijdrage bestaat uit een eenmalig entreegeld en een jaarlijkse bijdrage. Van beiden wordt de hoogte vastgesteld door het bestuur van de stichting. 8) Het deelnemerschap eindigt door het einde van de deelnemersovereenkomst, het overlijden van een deelnemer (is een rechtspersoon deelnemer dan eindigt zijn deelnemerschap wanneer hij ophoudt te bestaan, ook als dit ophouden te bestaan het gevolg is van fusie of splitsing). Door het toe- en uittreden van vennoten eindigt het deelnemerschap van het samenwerkingsverband niet, maar bij uittreding participeert een vennoot niet langer in het deelnemerschap, terwijl toetreding met zich brengt dat een vennoot deel krijgt in het deelnemerschap. Artikel 9 - Boekjaar; verslaggeving 1) Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. Het eerste boekjaar van de stichting loopt vanaf heden en eindigt op eenendertig december tweeduizend vierentwintig. 2) Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting op te maken en op papier te stellen. De penningmeester zendt deze stukken vóór het einde van de in de voorgaande zin bedoelde termijn aan alle bestuurders.
Het bestuur maakt een jaarrekening en een bestuursverslag op als bedoeld in artikel 2:300 Burgerlijk Wetboek als dat op grond van de wet verplicht is. In dat geval legt het bestuur een exemplaar daarvan voor het bestuur ter inzage op het kantoor van de stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens. 3) Het bestuur kan, voordat tot de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten wordt overgegaan, deze stukken laten onderzoeken door een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur. Hij geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de stukken. 4) De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening wordt vastgesteld door het bestuur binnen een maand na het opmaken van de stukken als bedoeld in lid 2. De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders. Als een handtekening van een van hen ontbreekt, wordt de reden daarvan op de stukken vermeld. 5) De in lid 2 vermelde termijn kan door het bestuur worden verlengd met ten hoogste vier maanden op grond van bijzondere omstandigheden.
Artikel 10 - Reglementen 1) Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen. In een reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die het bestuur nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een reglement mag nooit in strijd zijn met de statuten of de wet. Het bestuur kan elk door hem gemaakt reglement wijzigen en ook intrekken. 2) Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het van kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop het besluit werd genomen. Artikel 11 - Statutenwijziging 1) Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. 2) Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 5. 3) Als een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan, moet dat vooraf, bij de oproeping tot de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4) Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip, maar niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te laten verlijden. Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden.
Artikel 12 - Fusie; splitsing; omzetting Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet. Artikel 13 - Ontbinding 1) Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 11, leden 2 en 3 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2) Het bestuur stelt bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vast van een eventueel batig saldo. Deze bestemming moet in overeenstemming zijn met het doel van de stichting. 3) Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het handelsregister.
4) De boeken en stukken van de ontbonden stichting blijven gedurende zeven jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. Binnen acht dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn naam en adres opgeven aan het handelsregister. 5) De stichting wordt bovendien ontbonden door insolventie nadat de stichting in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel, dan wel een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen. Artikel 14 - Vereffening 1) Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting, voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn) aangewezen. 2) Na het besluit tot ontbinding bevindt de stichting zich in liquidatie. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moet ‘in liquidatie’ aan de naam van de stichting worden toegevoegd.
3) Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming zoals vastgesteld bij het ontbindingsbesluit, of bij het ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s) met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 lid 2. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn.De stichting houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het handelsregister. SLOTVERKLARINGEN Artikel 15. In alle gevallen, waarin niet door de statuten, het reglement of de wet is voorzien, beslist het bestuur. Artikel 16. In afwijking van het bepaalde in artikel 3 van vorenstaande verklaarden de comparanten in hun gemelde hoedanigheden, dat voor het eerst tot bestuursleden der stichting zijn benoemd: de heer Tom Munter, geboren... te …., tot voorzitter mevrouw Claudia Beumer, geboren... te …., tot secretaris; de heer Paul Aretz, geboren …. te …. tot penningmeester