16.1 Vaststelling bestemmingsplan Kanaalweg 7 - Bronweg 2d - Bijlage - Bestemmingsplan Kanaalweg7 - Bronweg2d.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kanaalweg 7 - Bronweg 2d NL.IMRO.0141.00127-
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Inhoudsopgave
T oelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
6 6 6 7 8 10
Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Ligging en huidige situatie plandelen
11 11
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Algemeen 3.2 Bebouwing en erfinrichting 3.3 Verkeer en parkeren
15 15 15 17
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
19 19 21 28
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & Cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Fysieke veiligheid
33 33 34 34 35 37 39 40 42 44 45
Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
48 48 50
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
51 51 51 52
Hoofdstuk 8
54
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Omgevingstraject 9.4 Zienswijzen
55 55 55 55 56
Bijlagen toelichting
57
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
3
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
58
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
79
Bijlage 3
AERIUS-berekening
175
Bijlage 4
Quickscan natuurwaardenonderzoek
191
Bijlage 5
Standaard waterparagraaf
230
Regels
237
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
238 239 245
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologische verwachting middelhoog
246 247 248 249 252
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
254 255 256 257 258 259 260 261
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
262 263 264
Bijlagen regels
265
Bijlage 1
Erfinrichtingsplan
266
Bijlage 2
Sloopopgave
269
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
4
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
5
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het voormalig agrarisch bedrijfsperceel aan de Kanaalweg 7 in Bornerbroek, in het buitengebied van Almelo. Het agrarische bedrijf is in het verleden al beëindigd, waarna het perceel is voorzien van een woonbestemming. Naast de woning zijn er ter plaatse echter nog enkele voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig met een gezamenlijke oppervlakte van 234 m². Deze voormalige agrarische bedrijfsbebouwing heeft geen vervolgfunctie, waardoor niet langer in het onderhoud van de bebouwing wordt geïnvesteerd. De bebouwing is als landschapsontsierend aan te merken. Initiatiefnemer is voornemens om deze bebouwing in het kader van Rood voor Rood te slopen. In totaal gaat het zoals gezegd om een sloopoppervlak van circa 234 m². Hiermee wordt nog niet voldaan aan de minimale sloopnorm van 850 m² in ruil waarvoor het recht op één compensatiewoning met bijgebouw kan worden verkregen. Het tekort aan sloopmeters wordt opgevangen door ook ter plaatse van het voormalig agrarisch erf aan de Bronweg 2d, tevens in Bornerbroek, voormalige agrarische bedrijfsbebouwing te slopen. Ter plaatse is al jaren geen sprake meer van een agrarische bedrijfsvoering.
Ook hier is het gewenst de nog aanwezige voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, met uitzondering van de bedrijfswoning (Bronweg 2d), te slopen, en het perceel te voorzien van een woonbestemming. In totaal gaat het om een sloopoppervlak van 714 m². Met de sloop van de bedoelde gebouwen aan de Kanaalweg 7 en de Bronweg 2d, is sprake van een sloopoppervlak van minimaal 850 m² waarmee de mogelijkheid ontstaat ter plaatse van het perceel Kanaalweg 7 een compensatiewoning met bijgebouw te realiseren, een en ander in overeenstemming met het beleid 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor Rood'. Het voornemen is om de compensatiekavel te realiseren direct ten noorden van en in aansluiting op het bestaande woonperceel aan de Kanaalweg 7.
De ontwikkeling bestaat uit: Sloop van 234 m2 voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en sanering van de bijbehorende asbestdaken aan de Kanaalweg 7; Sloop van 714 m2 voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en sanering van de bijbehorende asbestdaken aan de Bronweg 2d; Sanering overtollige erfverharding op beide locaties; Realisatie van één compensatiewoning met bijgebouw in het kader van Rood voor Rood aan de Kanaalweg 7; Voor de locatie Bronweg 2d wordt het agrarisch bouwvlak omgezet naar een kleiner bestemmingsvlak 'Wonen', waarbij van de overige gronden met de agrarische bestemming het bouwvlak wordt verwijderd; Het zorgvuldig landschappelijk inpassen van beide locaties. Voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Daarbij wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologische oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied bestaat in voorliggend geval uit twee plandelen. Hier wordt hierna nader op ingegaan.
1.2.1 Kanaalweg 7 De sloop- en bouwlocatie bevindt zich aan de Kanaalweg 7 te Bornerbroek. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Ambt-Almelo, sectie T met perceelnummer 215 (deels)
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
6
NL.IMRO.0141.00127-BP31
In afbeelding 1.1 is de ligging van het plandeel ten opzichte van de kern Bornerbroek (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) indicatief aangegeven.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plandeel Kanaalweg 7 (Bron: ArcGIS)
1.2.2 Bronweg 2d De tweede slooplocatie bevindt zich aan de Bronweg 2d te Bornerbroek. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Ambt-Almelo, sectie T met perceelnummers 224,263 en (deels) 295. In afbeelding 1.2 is de ligging van het plandeel ten opzichte van de kern Bornerbroek (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) indicatief aangegeven.
Afbeelding 1.2 Ligging van het plandeel Bronweg 2d (Bron: ArcGIS)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Kanaalweg 7 - Bronweg 2d" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0141.00127-BP31) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlage). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
7
NL.IMRO.0141.00127-BP31
ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1 Algemeen Beide plandelen liggen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 26 september 2012 door de gemeenteraad van Almelo. Op 18 juli 2017 is het bestemmingsplan “Buitengebied correctieve herziening” vastgesteld waarin enkele wijzigingen van het bestemmingsplan “Buitengebied Almelo” zijn opgenomen. Op 5 juni 2018 is de "Parapluherziening parkeren" vastgesteld. Deze parapluherziening bevat regels omtrent het parkeren het laden en lossen. Op 23 maart 2020 is de "Parapluherziening wonen" vastgesteld. Deze parapluherziening voorziet in een vervangende/aanvullende regeling ten aanzien van kamerbewoning en woningsplitsing. In afbeelding 1.2 en 1.3 zijn uitsneden van het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" opgenomen. De plandelen zijn indicatief weergegeven door middel van de rode contour. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding.
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan Kanaalweg 7 "Buitengebied Almelo" (Bron: ruimtelijk eplannen.nl)
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
8
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan Bronweg 2d "Buitengebied Almelo" (Bron: ruimtelijk eplannen.nl)
1.4.2 Beschrijving bestemmingen De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" voorzien van de volgende enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen: 'Agrarisch' De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn ter plaatse hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Binnen deze bestemming mogen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. 'Agrarisch met waarden' De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn ter plaatse hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en/of natuurwaarden ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – hoogteverschillen' en 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - houtopstanden'. Binnen deze bestemming mogen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. 'Wonen' De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn ter plaatse hoofdzakelijk bestemd voor de bestaande woning met dien verstande dat, inwoning, aan huis verbonden beroepen, bed & breakfast, maximaal één paardenbak en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, met bijbehorende gebouwen, overige bouwwerken, tuinen en erven.
'Waarde – Archeologische verwachting middelhoog' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
9
NL.IMRO.0141.00127-BP31
1.4.3 Strijdigheid De vereiste bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het realiseren van een compensatiewoning aan de Kanaalweg 7 ontbreken in het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is het gewenst om de bestaande bedrijfswoning aan de Bronweg 2d te voorzien van een woonbestemming ten behoeve van reguliere bewoning. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan “Kanaalweg 7 - Bronweg 2d” is, na dit inleidende hoofdstuk, als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en de directe omgeving; Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving; In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Almelo beschreven; In Hoofdstuk 5 passeren de relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue; Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf; In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording; In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het project; Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en vooroverleg.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
10
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Hoofdstuk 2 2.1
De huidige situatie
Ligging en huidige situatie plandelen
2.1.1 Plandeel Kanaalweg 7 Het plandeel Kanaalweg 7 ligt in het buitengebied van de gemeente Almelo, ten zuidwesten van het dorp Bornerbroek. Het projectgebied wordt aan alle zijden omsloten door agrarische gronden. Aan de oostzijde bevindt zich tevens de Kanaalweg. De belangrijkste ruimtelijke structuurdrager betreft het Twentekanaal dat direct ten oosten van de Kanaalweg ligt. Het projectgebied zelf bestaat in de huidige situatie onder andere uit een woonperceel met bijbehorende bebouwing. Ter plaatse zijn een woning en een viertal vrijstaande voormalige agrarische bedrijfsbouwen aanwezig. De bijgebouwen zijn in het verleden in gebruik geweest als varkensschuren en kippenhokken. Daarnaast bestaat het plangebied uit aan de noordzijde van het woonperceel grenzende agrarische gronden. Ter plaatse wordt het woonperceel uitgebreid om ruimte te kunnen maken voor de compensatiewoning. In afbeeldingen 2.1, 2.2 en 2.3 zijn respectievelijk een luchtfoto, een straatbeeld en de voormalige functies van de nog aanwezige gebouwen weergegeven.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plandeel Kanaalweg 7 (Bron: PDOK)
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
11
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Afbeelding 2.2 Uitsnede straatbeeld Kanaalweg 7, bezien vanaf de Kanaalweg (Bron: Google Streetview)
Afbeelding 2.3 Voormalige functies nog aanwezige gebouwen Kanaalweg 7 (Bron: PDOK, bewerking BJZ.nu)
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
12
NL.IMRO.0141.00127-BP31
2.1.2 Plandeel Bronweg 2d Het plandeel Bronweg 2d ligt in het buitengebied van de gemeente Almelo, ten zuiden van het dorp Bornerbroek. Het projectgebied wordt aan alle zijden omsloten door agrarische gronden. Aan de oosten zuidzijde bevindt zich de Bronweg. Het projectgebied zelf bestaat in de huidige situatie uit een voormalig agrarisch bedrijfsperceel met bijbehorende bebouwing. Ter plaatse zijn een bedrijfswoning (Bronweg 2d) en een vijftal vrijstaande bijgebouwen aanwezig, waarvan één voormalige woning (Bronweg 2a) en een tuinhuisje bij de woning Bronweg 2d. De deel van de voormalige agrarische bedrijfswoning (Bronweg 2a) is in het verleden als veestal gebruikt. Dit is ook de reden dat dit gebouw als onderdeel van het te slopen oppervlakte agrarische bedrijfsbebouwing wordt gezien. De bijgebouwen, met uitzondering van het tuinhuisje, zijn in het verleden in gebruik geweest ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Ook aan de overzijde van de Bronweg bevindt zich nog een voormalige kippenschuur behorend bij het agrarisch bedrijf. In afbeeldingen 2.4, 2.5 en 2.6 zijn respectievelijk een luchtfoto, een straatbeeld en de voormalige functies van de nog aanwezige gebouwen weergegeven.
Afbeelding 2.4 Luchtfoto huidige situatie plandeel Bronweg 2d (Bron: PDOK)
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
13
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Afbeelding 2.5 Uitsnede straatbeeld Bronweg 2d, bezien vanaf de Pepershaar (Bron: Google Streetview)
Afbeelding 2.6 Voormalige functies nog aanwezige gebouwen Bronweg 2d (Bron: PDOK, bewerking BJZ.nu)
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
14
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Algemeen
Zoals is beschreven in de voorgaande hoofdstukken bevinden zich aan de Kanaalweg 7 en de Bronweg 2d landschapsontsierende voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. De gebouwen zijn verouderd en verkeren in slechte staat. Om verdere verpaupering te voorkomen is het gewenst om de betreffende gebouwen/schuren te slopen. Bovendien zijn de schuren (deels) voorzien van asbest. Het voornemen bestaat om de betreffende schuren in te zetten in kader van de Rood voor Rood-regeling van de gemeente Almelo. De wens is om de compensatiewoning met bijgebouw te realiseren ter plaatse van het grasland direct ten noorden van en in aansluiting op het woonperceel aan de Kanaalweg 7. Het voornemen bestaat op hoofdlijnen uit de volgende ontwikkelingen: a. De sloop van alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aan de Kanaalweg 7 (circa 234 m²); b. De sloop van alle voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning Bronweg 2d en een bestaand tuinhuisje, aan de Bronweg 2d. Ter plaatse wordt hier circa 714 m² gesloopt. De locatie Bronweg 2d wordt daarbij voorzien van een passende woonbestemming en het bouwvlak wordt verkleind; c. De realisatie van een compensatiewoning met bijgebouw direct ten noorden van en in aansluiting op het perceel Kanaalweg 7.
Dit ter compensatie van de sloop van 850 m² aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, conform het gemeentelijk beleid 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor Rood' van de gemeente Almelo. In verband met bovenstaande ontwikkelingen is het noodzakelijk om beide locaties in te passen in het landschap. Hier wordt hierna nader op ingegaan.
3.2
Bebouwing en erfinrichting
In het kader van het vorenstaande is door de Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. Hierna worden de belangrijkste aspecten per plandeel behandeld.
3.2.1 Plandeel Kanaalweg 7 In afbeelding 3.1 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan voor het plandeel Kanaalweg 7 weergegeven. Dit erfinrichtingsplan wordt aansluitend toegelicht.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
15
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Afbeelding 3.1 Erfinrichtingsplan Kanaalweg 7 (Bron: De Erfontwikkelaar) Algemeen Met de sloop van landschapsontsierende bebouwing bestaat de mogelijkheid om aan de noordzijde van het erf aan de Kanaalweg 7 een compensatiewoning te bouwen. Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat het erf zich als eenheid in het landschap moet blijven presenteren. Dat wordt deels bereikt door geen harde grenzen op het erf te maken in de vorm van hoge hagen/schuttingen of andere bouwkundige elementen. De bestaande groene 'rug' aan de westzijde blijft behouden en wordt verlengd. Ook de bestaande bomenrij langs de inrit blijft behouden. De compensatiewoning zal in deze groene oksel worden gebouwd. De bestaande woning en de nieuwe compensatiewoning zullen gezamenlijk één erfensemble vormen. Een bescheiden tuin maakt dat de oostzijde de representatieve kant van het erf blijft (vooerf). De woning op het bestaande woonerf blijft behouden. Drie bestaande schuren op het erf worden vervangen door een nieuwe. Door de nieuwe schuur op dezelfde locatie te bouwen als de te slopen schuur blijft de impact beperkt. Met de nieuwe schuur zal verrommeling van het landschap voorkomen worden, waarbij deze een oppervlakte krijgt van circa 60 m2. De totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bedraagt zo de maximaal toegestane 100 m2.
De opslag van materiaal/materieel kan zo veel mogelijk binnen uit het zicht staan. De verstrooide situering van de gebouwen is overeenkomstig de gebiedskenmerken. Daarbij wordt het erf ontsloten door één inrit met ruimte om op het erf te keren/parkeren. Groenstructuur en inrichting erf Vanuit de welstandsnota is het gewenst om in het Flierenlandschap rechtlijnigheid en de functionele inrichting van het landschap te versterken en te herstellen. Dit wordt bereikt door de woning een gelijke oriëntatie te geven met de groenstructuur langs de inrit en het bijgebouw uit te lijnen met de bestaande woning. Hiermee wordt de voorgevel van de compensatiewoning op een passende wijze richting de weg georiënteerd. Het versterkt het voorerf. Middels het toevoegen van structuurbepalend groen als bomen, hagen het erf landschappelijk in te passen. Rondom de compensatiewoning kan een sobere tuin voorzien worden met ruimte voor sierbeplanting. De gebouwen op de erven worden in de omgeving deels zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. Nieuwe verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden (aansluitend op de bestaande verharding). Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
16
NL.IMRO.0141.00127-BP31
van het woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden.
3.2.2 Plandeel Bronweg 2d In afbeelding 3.2 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan voor het plandeel Bronweg 2d weergegeven. Dit erfinrichtingsplan wordt aansluitend toegelicht.
Afbeelding 3.2 Erfinrichtingsplan Bronweg 2d (Bron: De Erfontwikkelaar) Het erf langs de Bronweg komt overeen met de karakteristiek van het ontginningslandschap. De huidige bebouwing staat aan elkaar uitgelijnd en is deels afgeschermd door groen. Over het algemeen zijn de erven half open, al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten bosjes of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing. De erven kennen een duidelijke clustering en worden veelal ontsloten door één inrit. Het erf wordt compacter gemaakt door de landshchapsontsierende bebouwing aan de zuidzijde te slopen en de grond weer toe te voegen aan het agrarische perceel. Het erf wordt ingepast met losse beplanting waarmee het een zachte overgang naar het omliggende landschap krijgt. De noordzijde van het erf zal opener blijven met enkel (bestaande) bomen en een haag ter afscherming van de tuin (voorerf).
3.3
Verkeer en parkeren
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In geval van voorgenomen ontwikkeling wordt er één compensatiewoning nabij de Kanaalweg 7 toegevoegd. Conform de door de gemeente Almelo gehanteerde vigerende CROW-parkeerkencijfers gaat het bij deze ontwikkeling om een vrijstaande koopwoning, gesitueerd in het buitengebied in een matig stedelijke gemeente. Daarvoor geldt een parkeernorm van 2,8 parkeerplaats per wooneenheid. Dat impliceert dat er ten behoeve van deze nieuwe ontwikkeling (afgerond) 3 parkeerplaatsen op de bewuste kavel gerealiseerd moeten worden. Parkeren ten behoeve van de woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 3.1, wordt geconcludeerd dat er ruim voldoende ruimte is om het parkeren op eigen terrein op te lossen. Voor de bestaande woonpercelen Kanaalweg 7 en Bronweg 2d vinden in dit kader geen relevante wijzigingen plaats, hier blijft voldoende ruimte voor parkeren op eigen terrein conform de huidige situatie. De compensatiewoning wordt ontsloten middels een gezamenlijke in- en uitrit op de Kanaalweg. Het gaat hierbij om de reeds bestaande overzichtelijke en verkeersveilige ontsluiting op de Kanaalweg. De
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
17
NL.IMRO.0141.00127-BP31
toevoeging van de woning zorgt hier voor een zeer beperkte toename van de verkeersbewegingen. De Kanaalweg en overige omliggende infrastructuur zijn in voldoende mate ingericht om deze (zeer) beperkte toename van verkeerbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Daarbij dient nog opgemerkt te worden dat de planologische mogelijkheden om ter plaatse van het perceel Bronweg 2d een agrarisch bedrijf te exploiteren door de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan opgeheven worden, alsmede de daarbij behorende verkeersgeneratie. Planologisch gezien zal er per saldo dan ook geen sprake zijn van een toename van verkeersbewegingen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
18
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
19
NL.IMRO.0141.00127-BP31
4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen.
Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een toevoeging van één woning.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
20
NL.IMRO.0141.00127-BP31
4.1.3 Conclusie toetsing aan het rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.
4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.
4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd.
Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
21
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
22
NL.IMRO.0141.00127-BP31
4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name de artikelen 2.1.3 (lid 2), 2.1.5 (leden 1, 2, 3 en 5) en artikel 2.2.2 van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Op de betreffende artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3 Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 2) Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpenwanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.3 van de Omgevingsverordening Door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en wordt één compensatiewoning teruggebouwd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3.
Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) lid 1: in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: in het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (Of-, Waar- en Hoe-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.5 van de Omgevingsverordening Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Almelo. Deze meerwaarde vertaalt zich in: a. Sloop van landschapsontsierende bebouwing; b. Sanering van alle ter plaatse van de te slopen gebouwen aanwezige asbest; c.
Sanering van overtollige erfverharding; d. Het zorgvuldig landschappelijk inpassen van het geheel (bouw- en slooplocaties). De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. In paragraaf 4.2.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2 Nieuwe woningbouwlocaties 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
23
NL.IMRO.0141.00127-BP31
100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens.
Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt. In artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.2.2 van de Omgevingsverordening Voorliggende ontwikkeling gaat in dit kader uit van de realisatie van een compensatiewoning op basis van het Rood voor Rood beleid van de gemeente Almelo. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Afbeelding 4.2 toont een uitsnede van de overzichtskaart ontwikkelingsperspectieven met daarbij een indicatieve weergave van het plangebied.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
24
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap” Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel.
Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' is gericht op het in harmonie ontwikkelen van verscheidende functies in het buitengebied, waaronder de voorgenomen woonfuncties. Als gevolg van voorliggend voornemen wordt verouderde en deels functieloze bebouwing gesloopt en wordt een nieuw woonperceel gerealiseerd waarbij de gebiedskenmerken ter plaatse worden versterkt, namelijk als gevolg van het uitvoeren van de landschapsmaatregelen (zie Bijlage 1 bij deze toelichting). Er wordt hiermee aangesloten bij de beleidsambities. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in het landelijk gebied. Dit betekend dat de 'stedelijke laag' buiten beschouwing kan blijven. Tevens is de 'Laag van beleving' buiten beschouwing gelaten omdat deze niet van toepassing is op het plangebied. 1. De 'Natuurlijke laag'
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
25
NL.IMRO.0141.00127-BP31
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De plandelen aan de Kanaalweg en Bronweg zijn op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Natuurlijke laag' aangeduid met respectievelijk de gebiedstypen 'Beekdalen en natte laagtes' en 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 4.3 is dit indicatief weergegeven.
Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Beekdalen en natte laagtes" Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. "Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting.
Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Op de locaties zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt hoofdzakelijk doordat de gebieden in cultuur zijn gebracht ten behoeve van de agrarische sector. Middels een erfinrichtingsplan worden de woonerven op een landschappelijk verantwoorde wijze ingepast in het landschap. Hiermee sluit het toekomstige erf goed aan bij de gebiedskenmerken van het omliggende landschap en wordt het initiatief op een passend wijze ingepast in dit landschap. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
26
NL.IMRO.0141.00127-BP31
2. De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als 'consumptielandschap' voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. De plandelen aan de Kanaalweg en Bronweg zijn op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met respectievelijk de gebiedstypen 'Maten en flierenlandschap' en 'Oude hoevenlandschap'. Afbeelding 4.4 toont een uitsnede van deze laag, het plangebied is indicatief aangegeven met de rode contouren.
Afbeelding 4.4 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Maten- en flierenlandschap" Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden.
“Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
27
NL.IMRO.0141.00127-BP31
In voorliggend geval is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om de woonerven conform de geldende gebiedskenmerken landschappelijk in te passen. In het erfinrichtingsplan is aandacht besteed aan de manier waarop de landschappelijke inpassing in overeenstemming is met de 'laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Verwezen wordt naar paragraaf 3.2 en Bijlage 1. Op deze plek wordt geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'.
4.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving 4.3.1.1 Algemeen De 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de omgeving binnen de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst. Voor de Omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, die los van de gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Het plangebied ligt in het buitengebied waardoor de visie voor het buitengebied het meest relevant is. 4.3.1.2 Buitengebied Het buitengebied is het geheel aan grafelijke gebieden en landgoederen, het oude cultuurlandschap, het jonge ontginningslandschap, het boerenland en de beroemde groene longen van Almelo, die in een vlindervorm om onze stad en dorpen liggen. De gemeente wil het buitengebied optimaal benutten ten gunste van de economie, recreatie, imago, klimaatbestendigheid en duurzaamheidsdoelen, zonder nadelige effecten voor het buitengebied, de bewoners en gebruikers. Een van de instrumenten om verval van het buitengebied tegen te gaan is het sturen op het voorkomen van leegstand met rood-voor-rood trajecten.
Dit houdt in dat stoppende boeren/reeds gestopte boeren in ruil voor het slopen van leegstaande en landschapsontsierende bebouwing, een woonkavel (compensatiewoning met bijgebouw) kunnen verkrijgen. Dit zorgt ervoor dat leegstaande en landschapsontsierende bebouwing uit het buitengebied verdwijnen. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling heeft betrekking op een Rood voor Rood ontwikkeling, waarbij een veelvoud aan landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en het recht op één compensatiewoning met bijgebouw wordt verkregen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het vitaal houden van het buitengebied. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving'.
4.3.2 Kaderstelling Landelijk gebied 4.3.2.1 Inleiding Op 10 juli 2012 heeft de gemeenteraad van Almelo de nieuwe kaders voor ontwikkelingen in het buitengebied vastgesteld. Het doel hiervan is een richtinggevend ruimtelijk beleidskader dat dient als toetsingskader voor nieuwe initiatieven in het landelijk gebied. De kaders zijn tevens bedoeld om ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
28
NL.IMRO.0141.00127-BP31
4.3.2.2 Kaders De 4 richtinggevende kaders zijn: 1. Het landelijk gebied is in principe primair bestemd voor de uitoefening van de agrarische sector: 2. Nieuwe initiatieven mogen de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven niet hinderen; 3. De groene longen worden gevrijwaard van verder oprukkende verstedelijking; 4. Nieuwe initiatieven die: a. niet binnenstedelijk zijn op te lossen; b. of van oorsprong al in het gebied aanwezig zijn; kunnen eventueel worden ingepast, indien, enerzijds, met behulp van het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving de aanwezige ruimtelijke kwaliteit in het gebied wordt versterkt, anderzijds, nieuwe initiatieven niet leiden tot significante verzwaring van activiteiten zoals verkeerstromen, welke aanleiding kunnen zijn voor aanpassing van de openbare infrastructuur of toeneming van verkeersonveiligheid. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Kaderstelling landelijk gebied' Geconstateerd wordt dat: 1. in voorliggend geval een reeds gestopt agrarisch bedrijf herbestemd wordt tot een woonbestemming teneinde ter plaatse reguliere bewoning planologisch toe te staan (Bronweg 2d). Daarnaast wordt agrarische grond aangrenzend aan een reeds bestaand woonperceel herbestemd ten behoeve van wonen.
Deze herbestemming vindt plaats ter compensatie van de sloop van een forse hoeveelheid landschapsontsierende bedrijfsgebouwen in het kader van Rood voor Rood, wat één woningbouwrecht genereerd. Zoals blijkt uit hoofdstuk 5 worden omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmerd. 2. het initiatief de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijvigheid niet hindert. Dit blijkt onder andere uit paragraaf 5.5 en 5.6 van deze plantoelichting; 3. het plangebied buiten de groene long is gelegen; 4. de agrarische bedrijfswoning aan de Bronweg 2d is van oorsprong al in het gebied aanwezig. Hiervoor geldt dat, in verband met (planologische) bedrijfsbeëindiging, de bedrijfswoning wordt herbestemd tot een reguliere woning. Ten aanzien van de toe te voegen compensatiewoning (met bijbehorende bijgebouw) aan de Kanaalweg 7 wordt opgemerkt dat hoewel ter plaatse van oorsprong geen tweede woning aanwezig was, aansluiting is gezocht bij het bestaande woonerf. Per saldo neemt de hoeveelheid bebouwing ter plaatse niet toe. Op basis van het provinciaal beleid ten aanzien van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) is het mogelijk is om op gemeentelijk niveau beleidskaders op te stellen. Rood voor Rood ontwikkelingen zijn een vorm van KGO. De gemeente Almelo heeft haar Rood voor Rood beleid doorvertaald in onder andere het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo".
In paragraaf 4.3.4 wordt getoetst aan de voorwaarden om een Rood voor Rood ontwikkeling toe te staan. Door de sloop van een veelvoud aan landschapsontsierende bebouwing en het landschappelijk inpassen van het geheel is er sprake van een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering (zie ook paragraaf 3.1 en 3.2. Daarnaast leidt het toevoegen van de compensatiewoning niet tot significante verzwaring van bijvoorbeeld de verkeersstromen. Bovenstaande brengt met zich mee dat de richtinggevende kaders uit de 'Kaderstelling landelijk gebied' het initiatief niet in de weg staan.
vastgesteld bestemmingsplan Kanaalw eg 7 - Bronw eg 2d
29
NL.IMRO.0141.00127-BP31
4.3.3 Beleidsnotitie 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor Rood' Het gemeentelijk beleid 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor rood' van de gemeente Almelo, d.d. 19-11-2007 is gebaseerd op het provinciale uitvoeringskader van de Rood voor Rood regeling, dat met invoering van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving daarin is ondergebracht. Voor de gemeente Almelo geldt als uitgangspunt dat bij de toepassing van Rood voor Rood niet alleen getracht wordt om te komen tot de sloop van ontsierende bebouwing, maar tevens tot een concentratie van burgerwoningen in het landelijk gebied. Achterliggend doel is om te voorkomen dat de ontwikkeling van agrarische bedrijven wordt gehinderd door de toevoeging van woningen. Indien er geen sprake is van een belemmering, is het uitgangspunt dat de compensatiewoning wordt gerealiseerd op de slooplocatie. De kern van deze regeling is dat minimaal 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt moet worden. Hiervoor in de plaats mag een woning gebouwd worden van maximaal 750 m³ en bijbehorend bouwwerk van 100 m². De voorwaarden van het beleid zijn doorvertaald in het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' dat ter plaatse geldt. Voor een weergave van en een toetsing aan deze voorwaarden wordt verwezen naar paragraaf 4.3.4.
4.3.4 Bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' 4.3.4.1 Algemeen Het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' bevat onder andere de uitwerking van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid, in de vorm van wijzigingsbevoegdheden binnen meerdere (agrarische) bestemmingen. Aan deze wijzigingsbevoegdheden zijn op hoofdlijnen steeds dezelfde voorwaarden gekoppeld. Hier wordt hierna nader op ingegaan. 4.3.4.2 Voorwaarden wijzigingsbevoegdheid Rood voor Rood Op basis van de in het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" opgenomen wijzigingsbevoegdheid in lid 3.5.9. (Agrarisch) kan medewerking worden verleend door het plan te wijzigen voor het na bedrijfsbeëindiging omzetten van een agrarisch bouwvlak in de bestemming ´Wonen´, waarbij de bouw van één of meerdere extra woningen wordt toegestaan, in verband met sloop van voormalige agrarische bebouwing, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ter compensatie van de sloop van minimaal 850 m2 voormalige bedrijfsbebouwing en/of bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, niet zijnde karakteristieke bebouwing en opgericht met een bouwvergunning voor 1 januari 2004, kan één compensatiewoning worden toegestaan; b.