15 Ontwerpbestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat 1.pdf
Tekst van het document
6.1.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied.
6.1.4 Beleid waterschap Vechtstromen Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
39
NL.IMRO.0141.00121-BP21
6.1.5 Beleid gemeente Almelo 6.1.5.1 Waterplan Almelo De gidsprincipes voor het waterplan Almelo en de visie zijn gebaseerd op principes uit de Vierde Nota waterhuishouding en de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21-ste eeuw, waarbij aanpak van de bron prevaleert boven ‘end-of-pipe’-maatregelen en de afwenteling van lokale problemen op (boven)regionale systemen zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het vasthouden van water verdient de voorkeur. Wanneer dit niet meer mogelijk is, wordt zoveel mogelijk water geborgen. Daarbij speelt de waterkwaliteit een belangrijke rol. Water van verschillende kwaliteit wordt zoveel mogelijk gescheiden. Wanneer ook berging niet meer mogelijk is, wordt het water ten slotte afgevoerd. In stedelijke in- of uitbreidingsgebieden dient zoveel mogelijk verhard oppervlak niet aangesloten te worden op de riolering. Een duurzame inrichting van het terrein moet zorgen voor het bewaken van de kwaliteit. Kortom, problemen met waterkwaliteit en –kwantiteit mogen niet worden afgewenteld en de ontwikkelingen mogen geen negatieve beïnvloeding van waterkwaliteit en –kwantiteit met zich meebrengen. Bij nieuwbouw dient grondwaterneutraal gebouwd te worden.
6.1.5.2 Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2016-2020 Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2016 t/m 2020 (vGRP) geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen waarmee de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor het afval-, hemel- en grondwater, en de bekostiging hiervan. Daarnaast heeft de gemeente Almelo ook nadrukkelijk oppervlaktewater als onderdeel van het beheer van het stedelijk water gemaakt. Het vGRP beschrijft de beleidskaders en de bekostiging voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater en het beheer van het oppervlaktewater in de gemeente Almelo voor de periode 2016 t/m 2020, en geeft de visie op de gemeentelijke watertaken voor de lange termijn. Om een strategie voor de komende planperiode op te kunnen stellen is een visie voor de lange termijn van belang. Eén van de belangrijkste voorwaarden is dat ook de gemeente Almelo moet anticiperen op de financiële omstandigheden en heeft te maken met bezuinigingsdoelstellingen. Eén van de opgaven komt voort uit het Bestuursakkoord Water, dit betreft de opgave te komen tot minder meerkosten en zodoende minder stijging van de rioolheffing. Deze opgave voert de gemeente deels samen uit met Twents waternet en de conclusie is dat Almelo op koers ligt.
Het kwaliteitskader voor de gemeentelijke watertaken bestaat uit vier onderdelen (stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater). Deze onderdelen corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente, het vierde onderdeel 'oppervlaktewater' ziet de gemeente Almelo als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeente is voor een groot gedeelte vrij op welke wijze en in welk tempo zij invulling wil geven aan haar zorgplichten. Speerpunten voor de planperiode De gekozen ambities voor het totale watersysteem (afval-, hemel- grond- en oppervlaktewater) kunnen in hoofdlijn worden samengevat in de volgende speerpunten: Samen op met burgers en bedrijven. Toekomstgericht en klimaatbestendig. Een doelmatige aanpak. De organisatie en de middelen op orde. Een functionerend watersysteem.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
40
NL.IMRO.0141.00121-BP21
6.2
Waterparagraaf
6.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
6.2.2 Watertoetsproces 6.2.2.1 Algemeen Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). Op basis van deze digitale toetsing valt de ontwikkeling onder de korte procedure. De 'standaard waterparagraaf' behorende bij deze procedure is opgenomen in Bijlage 5. In het plan worden de uitgangspunten uit het voorkeursbeleid van het waterschap betrokken. De procedure is in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. Hieronder wordt op enkele waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied ingegaan. 6.2.2.2 Waterhuishoudkundige aspecten Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. Er is geen sprake van een toename van het verharde oppervlak. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied.
Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. Grondwater Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermings- of intrekgebied zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Overijssel. Binnen het plangebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. Voorgenomen ontwikkeling voorziet verder niet in de toevoeging van een risicovolle functie voor de grondwaterkwaliteit. Oppervlaktewater In de huidige situatie is in het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig en het voornemen voorziet niet in de aanleg van nieuw oppervlaktewater. De ontwikkeling is verder niet van negatieve invloed op het oppervlaktewater in de omgeving.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
41
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hemelwater Het uitgangspunt is dat het hemelwater wordt afgekoppeld van het riool. Met de voorgenomen ontwikkeling het aantal m2 verharding per saldo af. Het plangebied is de bestaande situatie bijna volledig verhard met bebouwing en de omliggende verhardingen (circa 1.180 m2). De woonzorgvoorziening krijgt een footprint van circa 612 m2. Het hemelwater afkomstig van het gebouw wordt via de hemelwaterafvoer (HWA) rechtstreeks afgevoerd naar de achterliggende sloot. Op of aan het gebouw worden geen uitlogende materialen toegepast (daken en dakgoten). Het hemelwater afkomstig van de verharding rondom het gebouw kan in de tuin infiltreren. De beoogde verhardingen in het plangebied zijn relatief beperkt en worden afwaterend naar de tuin aangelegd, zodat rondom de paden/terrassen het water in de tuin kan infiltreren. Er worden verder geen lijngoten en dergelijke toegepast in verband met struikelgevaar/valgevaar voor de bewoners. Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd net als in de huidige situatie afgevoerd via het gemeentelijke afvalwaterriool. Het rioolstelsel wordt dusdanig uitgevoerd dat het afvalwater van het toekomstige aantal vervuilingseenheden kan worden afgevoerd.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
42
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 7
Juridisch bestuurlijke aspecten
In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.
7.1
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. Overgangs- en slotregels.
7.2.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogten, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Nadere eisen: burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan plaats en afmetingen
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
43
NL.IMRO.0141.00121-BP21
van de bebouwing en ten aanzien van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; Specifieke gebruiksregels: regels ten aanzien van strijdig gebruik; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.
7.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 4) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 5) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels (Artikel 6) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene procedureregels (Artikel 7) In de artikel staat beschreven welke procedureregels in acht moeten worden genomen, wanneer er nadere eisen zijn gesteld die onderdeel uitmaken van de regels in dit bestemmingsplan. Overige regels (Artikel 8) In dit artikel staat beschreven welke regels er gelden voor het parkeren, laden en lossen.
7.2.5 Overgangs- en slotregels In Hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. 'Maatschappelijk' (Artikel 3) De gronden in het plangebied bestemd tot 'Maatschappelijk' met een bouwvlak. De gronden zijn bestemd voor en woonzorgvoorziening met maximaal 20 onzelfstandige wooneenheden en bijbehorende maatschappelijke ruimten, verkeersvoorzieningen ten behoeve van het bestemmingsverkeer, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeerplaatsen, tuinen, verhardingen en groenvoorzieningen.
Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
44
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten beperken zich tot de ambtelijke kosten welke verbonden zijn aan het voeren van de planologisch procedure en worden verhaald middels de legesverordening. Eventuele planschade wordt afgewenteld middels een planschadeovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a geen exploitatieplan nodig.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
45
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 9 9.1
Vooroverleg, inspraak en zienswijze
Vooroverleg
9.1.1 Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2 Provincie Overijssel Het voorliggende bestemmingsplan wordt in het kader van wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de provincie Overijssel.
9.1.3 Waterschap Vechtstromen Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). Op basis van deze digitale toetsing valt de ontwikkeling onder de korte procedure. De procedure is in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. Nader vooroverleg met het waterschap is niet noodzakelijk.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt gelet op de aard en omvang van het plan geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. Zorgorganisatie Dagelijks Leven organiseert een informatieavond voor de buurt.
9.3
Zienswijzen
Deze paragraaf wordt ingevuld na afloop van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
46
B_10027
WGD
CGPD
BTD WGD
CBPD
BTD WGD
BTD
B_10026
BTD BTD
WGD
Ru me r s p a d Ru me r s p a d
WGD
Dr .Wi a r d i Be ck ma n s t r a a t WGD
Dr .Wi a r d i Be ck ma n s t r a a t
B_10008
WGD
1 CPND
3 CPND
1
WGD
B_10031
OTD
BTD
WGD
5 CPND
7 CPND
3
9 CPND
5
11 CPND
7
13 CPND
9
15 CPND
11 13
17 CPND
15
BTD
COBB COBB
B_10028 CBPD CBPD
OTD
CBPD CBPD CBPD CBPD
B_10029 CBPD
CBPD CBPD COBB CGPD
CGPD B_10033 CGPD
BTD
WGD
COBB B_10032
WGD
CGPD CBPD
BTD
WGD
Pr of .Ru t ger s s t r aat
WGD
B_10034
WGD
1 CPND
1
BTD
WGD
OWT
W .A.
Pr of .Ru t ger s s t r aat B_10037
WGD
OWT
B_10039
CGPD
WGD
WGD
WTD BTD
de Gr uyter straat
BTD
W .A.
WGD
B_5554
de G ruyte rstra at
17
KWD OBW
BTD
COBB
OTD 3 CPND
3
5 CPND
5
7 CPND
7
OTD
WGD
9 CPND
9
CBPD
OWT
11 CPND
11
13 CPND
13 15 CPND
CBPD CBPD
WGD
15
B_10035 CPND 17 17
OTD
CBPD CBPD
B_8775
COBB
B_5553
BTD
COBB WGD
CBPD CBPD
1 CPND 1
WGD
CBPD CBPD
BTD 2 CPND 2
4 19
CBPD
194 CPND
CGPD B_10038
CBPD
B_10493
7
CGPD
WGD 4 CPND 4
COVB
WGD
B_9704
10 OTD
OBW
B_8776 CBPD COBB WGD
8
8
D_1328
B_10528
10
B_10236 CPND 10
M
B_5830 CPND
CBPD
B_10234 COBB
COBB
OWT WTD
COBB WGD
1 12 2 CPND
CPND
B_10235 COBB
D_780
90
WGD
90
COBB
D o o re n s tr a a t
B_9216
BTD
OVKBM
BTD
CBPD
WGD
14 90t CPND
14 CPND
B_9441 CGPD
B_9511
n
COBB
BTD
WGD
COBB
B_9217
WGD
16 CPND 16
8 8
ld e v e d e H
BTD
B_10527
BTD
88 CPND
COBB
B_10004
BTD
WGD
CBPD
OWT
B_9510
e le o o L
D_650
D_591
COBB COBB
B_9218
OTD 8 6
86 CPND
OVKBM
KWD
BTD
COBB
OTD
COBB CGPD
B_9219
B_9509
COBB
COBB COBB
CGPD COBB
4 8
BTD
84 CPND
B_9699
OTD
D_1183 OVKBM
B_9508
WTD
COBB
0
1 CPND 10
OWT
2 8
82 CPND
COBB
ld e v e d e H
8
OTD BTD
d el v e ed H
8 CPND
B_9753
B_9698
COVB
Plangebied Bestemmingsplan 00121 W.A. de Gruyterstraat 1 Bestemmingen
art.3
Maatschappelijk
M
Bouwvlak
bouwvlak
Ligging plangebied
Maatvoeringaanduidingen
Vriezenveen
maatvoeringsvlak Harbrinkhoek
Mariaparochie
maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)
7
Aadorp
10
Wierden
Verklaring Topografische gegevens en bestaande ondergrond (25 mei 2021)
12 10 6
Zenderen
A35
8
Ruimtelijk plan
1/1
NL.IMRO.0141.00121-BP21
G e m e e n t e
Almelo
Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat Bornerbroek
Vastgesteld door Gemeenteraad / B&W d.d. A1
Ligging plangebied
Modelnaam
Datum
5-11-2021
Schaal
1:1000
Status
ONTWERP
Formaat
A3
Getekend
MvL
Best M ingenieursbureau Buiksloterdijk 338 1034 ZG
Bestandnaam
020 6338110
Amsterdam
www.bestm.nl
Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo 0546 454466
www.bjz.nu