15 Ontwerpbestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat 1.pdf
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage
Doorkiesnummer
Behandeld door W. Hilbink
Datum 08 maart 2022
Onderwerp Ontwerpbestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat 1
Geachte leden van de raad, Op 21 mei 2021 hebben wij besloten principemedewerking te verlenen aan een initiatief voor de realisatie van een woonzorgvoorziening op het perceel W.A. de Gruyterstraat 1 in Almelo. De woonzorgvoorziening bevat maximaal 20 woonunits voor mensen met geheugenstoornissen of dementie. Het geldende bestemmingsplan staat de woonzorgvoorziening niet toe. Initiatiefnemer, zorgorganisatie Dagelijks Leven, heeft nu een ontwerpbestemmingsplan op laten stellen. Het college heeft besloten dit ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Met een in het kader van de Almelose zorgladder uitgevoerd onderzoek is aangetoond dat nu en in de toekomst een behoefte bestaat aan de specifieke vorm van zorg die met het initiatief geboden wordt. In het nieuwe bestemmingsplan wordt expliciet geregeld dat alleen bewoning is toegestaan door mensen met deze specifieke aandoening. Daarmee wordt geen ruimte geboden voor zorginstellingen die zich richten op andere doelgroepen. Dagelijks Leven is een zorgorganisatie die door het hele land kleinschalige zorginstellingen voor mensen met geheugenproblemen of dementie realiseert. Inmiddels hebben ze meer dan 200 locaties in Nederland, waaronder ook enkele in onze regio. Nog niet in Almelo.
Deze kleinschalige locaties bestaande uit ca 20 units worden naar een inmiddels min of meer gestandaardiseerde manier georganiseerd en op basis van opgedane ervaringen optimaal ontworpen op de behoeften van de bewoners en zijn dus overal vergelijkbaar van opzet. Er wordt intensieve 24-uurs zorg geboden, 7 dagen per week aan mensen met geheugenproblemen (VV5 en VV7). Het gaat om personen die omwille van hun aandoening niet langer meer zelfstandig thuis kunnen wonen en die in een vertrouwde omgeving beschermd willen wonen. Onderstaand geeft een beeld van de ontwikkeling die Dagelijks Leven voor ogen heeft.
Pagina 1 van 2 Raad - 2207138 DCS - 2176076
Initiatiefnemer heeft inmiddels een participatietraject doorlopen en daaruit zijn vooralsnog geen bezwaren vanuit de buurt gebleken. De directe buurman is betrokken in de planvorming en heeft input kunnen geven op het ontwerp. Wat tot aanpassingen heeft geleid. Het ontwerpbestemmingsplan “Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat 1” wordt nu ter inzage gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan is te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl. Wij informeren u over ons besluit, omdat de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd is om het bestemmingsplan vast te stellen. Naar verwachting ontvangt u in het tweede kwartaal van 2022 een raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
F.W. van Ardenne
Pagina 2 van 2
A.J. Gerritsen
Bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat NL.IMRO.0141.00121-
Regels
NL.IMRO.0141.00121-BP21
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
3
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Inhoudsopgave
Regels
2
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
5 6 9
Hoofdstuk2 Artikel 3
Bestemmingsregels Maatschappelijk
10 11
Hoofdstuk3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
13 14 15 16 17 18
Hoofdstuk4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
19 20 21
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
4
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
5
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan "Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat" met identificatienummer NL.IMRO.0141.00121-BP21 van de gemeente Almelo;
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0141.00121-BP21 met de bijbehorende regels en bijlagen;
1.3
verbeelding:
de weergave van de inhoud van een bestemmingsplan (onder tek.nr. NL.IMRO.0141.00121-BP21) conform het gestelde in de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge wijze als de digitale wijze verstaan;
1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.6
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.7
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
1.8
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.9
bijbehorende bouwwerken:
aangebouwde bijbehorende bouwwerken en vrijstaande bijbehorende bouwwerken;
1.10
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.11
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
1.12
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
6
NL.IMRO.0141.00121-BP21
1.13
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel;
1.14
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.15
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.16
bruto-vloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte van hoofdgebouwen en aangebouwde- en vrijstaande bijbehorende bouwwerken, zowel op de begane grond als op de verdieping;
1.17
dak:
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.18
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.19
erf:
de grond deel uitmakende van een bouwperceel, behorende bij één woning, waarop geen hoofdgebouw is of mag worden gebouwd krachtens de vigerende woonbestemming;
1.20
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.21
hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht;
1.22
kap:
de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°;
1.23
mobiel verkooppunt:
Detailhandel en/of horeca vanuit een verplaatsbare wagen of kraam gedurende één of enkele dagen per week op een vergunde en daarvoor aangewezen plaats;
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
7
NL.IMRO.0141.00121-BP21
1.24
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
1.25
seksinrichting:
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.26
vloeroppervlakte:
de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken op de begane grond;
1.27
voorerf:
gedeelte van het erf dat voor de voorgevel van het gebouw is gelegen;
1.28
voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één nar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanigdiende te worden aangemerkt;
1.29
vrijstaand bijbehorend bouwwerk:
een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar niet tegenaan gebouwd gebouw;
1.30
woonzorgvoorziening:
een complex van woonzorgeenheden, bestemd voor verzorgd wonen, waarbij verzorging, verpleging, begeleiding en hotel- en welzijnsdiensten vanuit een professionele zorgverlenende organisatie wordt geboden;
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
8
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.2
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.3
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.4
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.5
peil:
a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
9
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
10
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 3 3.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een woonzorgvoorziening, met bijbehorende gemeenschappelijke ruimten, uitsluitend ten behoeve van personen met een geheugenstoornis of dementie met dien verstande dat het aantal verblijfseenheden maximaal 20 mag bedragen; b. verkeersvoorzieningen ten behoeve van het bestemmingsverkeer; c. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeerplaatsen, tuinen, verhardingen en groenvoorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Hoofdgebouwen Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) en 'maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven. 3.2.2 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Binnen deze bestemming mogen bijbehorende bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de goothoogte en/of bouwhoogte bedraagt maximaal 3,30 meter; b. de gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 75 m², met dien verstande dat tenminste 50% van het buiten het bouwvlak gelegen bouwperceel onbebouwd en onoverdekt blijft; c. de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken die op dat gedeelte van het bouwperceel zijn of worden gebouwd, waar het hoofdgebouw nog volgens het bepaalde in artikel 3.2.1 onder a als hoofdgebouw vergroot kan worden, wordt niet gerekend tot de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a.
de bouwhoogte van reclame- en lichtmasten bedraagt maximaal 6 meter; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1,5 meter bedraagt.
3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de milieusituatie; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
11
NL.IMRO.0141.00121-BP21
3.4
Specifieke gebruiksregels
Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
12
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 3
Algemene regels
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
13
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 4
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
14
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 5
Algemene gebruiksregels
Het is verboden: a. opstallen – of delen ervan – en gronden te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming. b. voor zover dit niet door de bestemming expliciet is toegestaan, gronden en opstallen te gebruiken ten behoeve van horeca, prostitutie en/of als seksinrichting.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
15
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 6 6.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene ondergeschikte afwijkingen
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen voor het bestemmingsplan: a. voor afwijkingen ten aanzien van de in het bestemmingsplan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. voor het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, telefooncellen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, voor zover deze bouwwerken geen grotere hoogte dan 3,5 meter hebben en geen grotere inhoud hebben dan 60 m3; c. ten aanzien van ondergeschikte punten met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen in het terrein en aan het beloop van bepaalde gegevenheden, met dien verstande dat de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast, dat belangen van derden niet in redelijkheid worden geschaad en de vergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het bestemmingsplan; d.
ten aanzien van het bepaalde over het bouwen van (hoofd)gebouwen binnen het bouwvlak en toestaan dat de grenzen van het bebouwingsvlak en/of bestemmingsvlak worden overschreden door erkers over maximaal tweederde gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bebouwingsgrens met niet meer dan 1,5 meter wordt overschreden en er vóór de uitbreiding tenminste 3,5 meter resteert van het voorerf; e. voor het oprichten van voorzieningen ten dienste van het ontvangen en zenden van telecommunicatiesignalen, voor zover deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte niet meer bedraagt dan maximaal 15 meter voor antennes voor privégebruik en maximaal 40 meter voor antennes voor gemeenschappelijk gebruik.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
16
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 7
Algemene procedureregels
Bij het stellen van nadere eisen die onderdeel uitmaken van de regels van dit bestemmingsplan worden de navolgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende zes weken ter inzage; b. burgemeester en wethouders geven tevoren kennis van de terinzagelegging in een of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente worden verspreid en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het schriftelijk en mondeling kenbaar maken van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit, gedurende de hiervoor onder a. genoemde termijn; d. indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen kenbaar zijn gemaakt, wordt het besluit met redenen omkleed; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijze kenbaar hebben gemaakt de beslissing daaromtrent mede.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
17
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 8 8.1
Overige regels
Parkeren
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' . Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats. b. De ruimte voor het parkeren van de motorvoertuigen moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare motorvoertuigen. De afmetingen van bedoelde parkeerruimte voor personenauto's bedragen: 1. bij haaks parkeren: minimaal 5 meter lang en minimaal 2,5 meter breed; 2. bij langs parkeren: minimaal 5,5 meter lang en minimaal 2,0 meter breed.
8.2
Laden en lossen
Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk voldoende wordt voorzien in die behoefte.
8.3
Afwijkingsregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 en 8.2: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. b. De vergunning als bedoeld onder a kan slechts verleend worden, indien: 1. het woon- en leefklimaat in de directe omgeving niet onevenredig wordt aangetast; en 2. de parkeersituatie in de openbare ruimte niet onevenredig wordt aangetast.
8.4
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken met een parkeerbehoefte dan wel een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen zonder dat hierin in voldoende mate is voorzien overeenkomstig het gestelde onder artikel 8.1 en 8.2.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
18
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
19
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 9 9.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
9.2
Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 9.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1 met maximaal 10%.
9.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 9.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
9.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
9.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
9.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 9.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
9.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 9.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
20
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Artikel 10 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat van de gemeente Almelo.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
21
Bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat NL.IMRO.0141.00121-
Toelichting
NL.IMRO.0141.00121-BP21
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
3
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Inhoudsopgave
Toelichting
2
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer
6 6 6 6 7 8
Hoofdstuk2 De huidige situatie 2.1 Almelo 2.2 Huidige situatie plangebied
9 9 9
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Algemeen 3.2 Gewenste ontwikkeling 3.3 Verkeer en parkeren
11 11 11 12
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
14 14 16 21
Hoofdstuk5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Fysieke veiligheid
24 24 25 26 27 28 31 32 33 34 36
Hoofdstuk6 Waterparagraaf 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
39 39 41
Hoofdstuk7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
43 43 43 44
Hoofdstuk8
45
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
46 46 46 46
4
NL.IMRO.0141.00121-BP21
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
5
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de W.A. Gruyterstraat 1 in de stad Almelo bevindt zich een perceel met een maatschappelijke bestemming. In het verleden zijn in het pand verschillende maatschappelijke voorzieningen gevestigd geweest en de bebouwing staat op dit moment tijd leeg. Dagelijks Leven (initiatiefnemer) is voornemens alle bestaande bebouwing op het perceel te slopen en ter plaatse een woonzorgvoorziening voor dementerende ouderen te realiseren. Dagelijks Leven is als organisatie actief in de verpleegkundige zorg voor mensen met verregaande geheugenproblemen (o.a. dementie). De zorgorganisatie werkt overal in Nederland aan de realisatie van kleinschalige woonzorgvoorzieningen midden in de wijk en daarmee in de samenleving. Om de zorg optimaal uit te kunnen voeren is de organisatie bezig met het ontwikkelen van een nieuwe woonzorgvoorziening in Almelo. Het concrete voornemen betreft de bouw van een woonzorgvoorziening ten behoeve van 24 uurs verpleeghuiszorg voor mensen met verregaande geheugenproblemen. In het gebouw worden 20 studio's met eigen sanitaire voorzieningen en een pantry gerealiseerd. Ook is er een logeerkamer voor crisisopvang of respijtzorg. De gewenste ontwikkeling past qua gebruiks- en bouwmogelijkheden niet binnen het geldende bestemmingsplan ''Sluitersveld'', waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische vertaling van het voornemen. In dit plan zal worden aangetoond dat de herziening van het bestemmingplan in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ambt-Almelo, sectie B, nummers 10493 en 10528. In afbeelding 1.1 wordt de ligging van het plangebied in de Almelo (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning) weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat" bestaat uit de volgende stukken: regels (met bijbehorende bijlagen); verbeelding (NL.IMRO.0141.00121-BP21) en een renvooi; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
6
NL.IMRO.0141.00121-BP21
het plangebied. De toelichting (met bijbehorende bijlagen) vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
1.4
Huidige planologische situatie
1.4.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de planbegrenzing van het bestemmingsplan “Sluitersveld”. Dit bestemmingsplan is op 26 maart 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Almelo. Daarnaast ligt het plangebied binnen de planbegrenzing van de bestemmingsplannen ''Parapluherziening parkeren” (vastgesteld op 5 juni 2018) en “Parapluherziening wonen” (vastgesteld op 23 maart 2020). In relatie tot onderhavig plan is met name het bestemmingsplan "Sluitersveld" van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van dat bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijning.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan "Sluitersveld" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2 Beschrijving bestemmingen De gronden in het plangebied zijn bestemd met de enkelbestemmingen 'Verkeer', 'Groen' en 'Maatschappelijk -1' met gedeeltelijk een bouwvlak. Hierna worden deze bestemmingen voor zover relevant kort beschreven. 'Verkeer' De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden, groen- en speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen 'Groen' De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, tuinen, fietsen/of voetpaden, waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen, sportvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
7
NL.IMRO.0141.00121-BP21
van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen 'Maatschappelijk - 1' De voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor sociale en culturele voorzieningen, zoals een verenigings- en wijkgebouw, openbare dienstverlening en horeca. Hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.
1.4.3 Strijdigheid De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Het realiseren van een woonzorgvoorziening past niet binnen de geldende bouw- en gebruiksregels. Voorliggend bestemmingsplan voorziet voor deze ontwikkeling in een passend juridisch planologisch kader.
1.5
Leeswijzer
De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planbeschrijving Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en het op dit moment geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het gebied beschreven (functionele, stedenbouwkundige en verkeersstructuur). Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Almelo beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
8
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 2
De huidige situatie
In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Dit hoofdstuk gaat zowel in op de ontstaansgeschiedenis van Almelo, de omgeving waarin het plangebied zich bevindt als op het plangebied zelf.
2.1
Almelo
Almelo ontstond in de 11e eeuw als nederzetting op een kruispunt van land- en waterwegen. Het werd omsloten door moerassen, een landschap dat is te vergelijken met het huidige natuurmonument Engbertsdijksvenen bij Vriezenveen. Almelo was een levendig handelscentrum met kooplui, schippers, vissers, boeren en ambachtslieden. Huize Almelo wordt voor het eerst genoemd in 1236 maar bestond waarschijnlijk al langer. Het is nog steeds in handen van de familie Van Rechteren Limpurg. In de middeleeuwen ging de heer van Almelo over zowel rechtspraak als het kerkelijk en het openbaar bestuur. Tegenwoordig beheert hij landerijen en bossen en houdt zich bezig met restauratie van panden in de binnenstad van Almelo. Omdat Almelo op een kruispunt ligt van land- en water wegen ontwikkelde het zich tot een bloeiende textielstad met ondernemers van internationale allure. Landhuizen en villa’s zoals de Bellinckhof herinneren nog aan de zeer welgestelde families die in Almelo woonden. In de 17e en 18e eeuw kwamen er steeds meer huisweverijen, maar met de komst van de stoommachine (1830) werd de productie volledig fabrieksmatig. Er werden kanalen gegraven en er kwam een spoorlijn om alle goederen te vervoeren. Van heinde en verre kwamen arbeiders naar Almelo en het bevolkingsaantal nam zeer snel toe. Vanaf 1970 nam de concurrentie van lagelonenlanden sterk toe.
Dat leidde tot massale bedrijfssluitingen. Omdat er nauwelijks werk was in andere sectoren, schoot het werkloosheidspercentage omhoog. Almelo werd gedwongen dat probleem op een eigenwijze manier het hoofd te bieden. Een uitgebreide stadsvernieuwing zette de toon voor herstel. Hierbij werden de meeste textielfabrieken gesloten maar sommige markante gebouwen zijn behouden als eerbetoon aan de rijke textielhistorie van Almelo. De malaise in de textiel was desastreus voor de Almelose economie maar vormde tegelijkertijd het begin van een metamorfose. Het hele centrum ging op de schop waarbij industriële gebouwen plaats maakten voor woningbouw, winkels, cultuurvoorzieningen, horeca en veel groen. Er werd een begin gemaakt met de renovatie van oude arbeiderswijken, waarvan tuindorp De Riet een monumentale uitstraling heeft. Aan de zuidkant van Almelo, aan de zuidzijde van de Weezebeeksingel en de Nijreessingel verschenen moderne woonwijken in een groene setting zoals Windmolenbroek en 't Nijrees voor het nog steeds toenemende aantal inwoners.
2.2
Huidige situatie plangebied
Zoals in de aanleiding reeds is benoemd bevindt het plangebied zich aan de W. A. de Gruyterstraat in de stad Almelo. De locatie ligt in de wijk Sluitersveld en aan de oostrand van de stad. Ten zuiden van het plangebied loopt het Amelo-Nordhorn kanaal met daarachter het buitengebied. De directe omgeving wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door woonfuncties aan de oostzijde en een park met een aantal vijvers. De wijdere omgeving van het plangebied wordt vooral gekenmerkt door de omliggende woonwijken en door agrarische gronden aan de zuidzijde. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een éénlaags gebouw, voor het overige bestaat het uit verharding rondom het gebouw en groenvoorzieningen. In afbeeldingen 2.1 en 2.2 is middels een luchtfoto en een straatbeeld vanaf de W.A. de Gruyterstraat de huidige situatie in het plangebied in beeld gebracht. Het plangebied is op de luchtfoto indicatief aangeduid met een rode contour.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
9
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie van het plangebied en de omgeving (Bron: PDOK)
Afbeelding 2.2: Straatbeeld huidige situatie plangebied (Bron: Google Streetview)
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
10
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Algemeen
Zoals in Hoofdstuk 1 is beschreven, realiseert initiatiefnemer overal in Nederland kleinschalige woonzorgvoorzieningen midden in de wijk/samenleving. De vraag naar dergelijke voorzieningen zal, mede gelet op de demografische ontwikkeling in Nederland, steeds verder toenemen. Ook in Almelo is sprake van een behoefte aan dit type voorzieningen. Initiatiefnemer is dan ook voornemens om hier een dergelijke kleinschalige woonzorgvoorziening te realiseren.
3.2
Gewenste ontwikkeling
De gewenste ontwikkeling ziet toe op de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van een woonzorgvoorziening voor dementerende ouderen. De geplande woonzorgvoorziening bestaat uit twee bouwlagen met een kap en heeft een goot- en bouwhoogte van respectievelijk circa 6,2 en circa 8,7 meter. Het gebouw krijgt een oppervlakte van circa 612 m2. Stedenbouwkundig gezien sluit het pand aan bij de bouwhoogte en bouwvolume van panden in de directe omgeving. Verder wordt op het perceel een buitenberging geplaatst met een omvang van circa 12 m². In het gebouw worden 20 studio's met eigen sanitaire voorzieningen en een pantry gerealiseerd. Daarnaast wordt één logeerkamer gerealiseerd die dienst doet als tijdelijke crisisopvang of respijtzorg om mensen die in een crisissituatie belanden op te vangen en mantelzorgers tijdelijk te ontlasten. De ruimte rondom het gebouw wordt ingericht als tuin. Rondom de bebouwing wordt beplanting aangelegd. De bestaande boom aan westzijde van het plangebied blijft behouden. Tevens zal het terrein worden omsloten middels een haag rondom het terrein. Aan de west- en zuidzijde van het terrein worden parkeergelegenheden gerealiseerd. De parkeerplaatsen worden verlicht met laag gesitueerde passende kleinschalige tuinverlichting om eventuele lichthinder voor omliggende percelen te voorkomen. Er is geen sprake van openbaar gebied.
Het hele plangebied komt toe aan de de woonzorgvoorziening. In afbeelding 3.1 is de beoogde indeling van het perceel weergeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. Afbeelding 3.2 toont de gevelaanzichten van de gewenste bebouwing.
Afbeelding 3.1: Beoogde inrichting plangebied (Bron: Weusten Liedenbaum Architecten)
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
11
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Afbeelding 3.2: Gevelimpressies (Bron: Weusten Liedenbaum Architecten)
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1 Uitgangspunten Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De parkeerbehoefte wordt in voorliggend geval getoetst aan het bestemmingsplan ‘’Parapluherziening parkeren’’ van de gemeente Almelo (vastgesteld op 5 juni 2018). In dit bestemmingsplan is opgenomen dat de parkeerbehoefte moet worden getoetst aan het meest actuele parkeerbeleid van de gemeente Almelo. Conform het gemeentelijke beleid dienen de meest actuele kencijfers van het CROW te worden gebruikt. Dit zijn de kencijfers zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (december 2018). De volgende uitgangspunten gelden voor het plangebied: Functie: Verpleeg- en verzorgingstehuis (parkeren); Functie: Serviceflat (verkeersgeneratie); Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk; Stedelijke zone: rest bebouwde kom.
3.3.2 Beoordeling 3.3.2.1 Parkeren Uitgaande van bovengenoemde uitgangspunten een geldt voor de woonzorgvoorziening een maximale parkeerbehoefte van 0,7 parkeerplaats per wooneenheid. De logeerkamer zal slechts beperkt en onregelmatig in gebruik zijn en is daarom niet meegenomen in de parkeerberekening. In geval van 20 wooneenheden resulteert dit in 14 parkeerplaatsen. In het geval van Dagelijks Leven betreft het uitsluitend verpleeghuiszorg waarbij de bewoners niet over een eigen auto beschikken en waarbij de bezoekersfrequentie over het algemeen lager ligt dan bij reguliere verzorgingshuizen. Doordat Dagelijks Leven geen vaste bezoektijden heeft, verspreidt het bezoek zich gedurende de dag. Er worden in voorliggend geval 14 parkeerplaatsen aangelegd (zie ook
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
12
NL.IMRO.0141.00121-BP21
afbeelding 3.1). Hiermee wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte. In het geval van woonzorgvoorziening van Dagelijks Leven is geen sprake van bevoorrading van waarvoor een laad- en losvoorziening/plaats moet worden gerealiseerd. Medewerkers zorgen zelf voor bevoorrading/inkopen. 3.3.2.2 Verkeer Voor wat betreft de verkeersgeneratie gelden dezelfde uitgangspunten als het parkeren. Aangezien voor de meest vergelijkbare functie 'verpleeg- en verzorgingstehuis' geen verkeersgeneratie kengetallen voorhanden zijn, is in dit geval aangesloten bij de functie 'serviceflat'. Opgemerkt wordt dat deze functie naar verwachting een hogere verkeersgeneratie kent dan een verpleeg-/verzorgingstehuis. Voor een serviceflat geldt op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW een gemiddelde verkeersgeneratie van 2,5 per woning. Gelet op de hiervoor genoemde uitgangspunten resulteert de verkeersgeneratie in (20*2,5 =) 50 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De cliënten die verblijven in de woonzorgvoorziening beschikken niet over eigen vervoer. De verkeersbewegingen bestaan voornamelijk uit familiebezoek en verkeersbewegingen van werknemers. De verkeersgeneratie is hierdoor beperkt. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via een nieuw aan te leggen in- en uitrit.
Via de W.A de Gruyterstraat en de Doctor Wiardi Beckmanstraat kan de locatie worden bereikt en verlaten. Het omliggende wegennetwerk heeft voldoende capaciteit om het verkeer van de nieuwe woonzorgvoorziening op een vlotte en veilige manier af te wikkelen. Tenslotte wordt opgemerkt dat in de huidige situatie de gronden reeds bestemd zijn voor maatschappelijke voorzieningen. Hiervoor waren verschillende verenigingen in het gebouw gevestigd. Dergelijke functies hebben over het algemeen en vergelijkbare verkeersgeneratie.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
13
NL.IMRO.0141.00121-BP21
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
14
NL.IMRO.0141.00121-BP21
1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in een leefomgeving die aansluit bij de mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners (passend antwoord op vergrijzing), zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling.
4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.2.1 Algemeen In de voorloper van de NOVI, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij "nieuwe stedelijke ontwikkelingen" (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze definitie. Op voorliggende ontwikkeling is ook de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Gelet op de omvang van voorliggende ontwikkeling (circa 500 m2) wordt gesteld dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro zodat de laddertoets doorlopen dient te worden. Behoefte De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een woonzorgvoorziening voor dementerende
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
15
NL.IMRO.0141.00121-BP21
ouderen. Het gaat om 20 wooneenheden en één logeerkamer. De voorziening is bedoeld voor de lokale markt, daarom wordt de behoefte op lokaal niveau getoetst. Uit onderzoek blijkt dat er in Nederland statistisch gezien per 1.000 inwoners van 80 jaar en ouder 149 verpleeghuisplaatsen nodig zijn, waarvan 106 PG (psychogeriatrie) en 43 somatiek (chronisch). De gemeente Almelo heeft in 2021 circa 73.000 inwoners. Hiervan zijn circa 14.450 (19,8%) inwoners ouder zijn dan 65 jaar. In het jaar 2040 is de prognose dat het totaalaantal inwoners is gedaald naar circa 72.000 en daarvan zijn circa 18.300 (25,4%) inwoners ouder dan 65 jaar (Bron: PBL/CBS). Door de vergrijzing zal ook het aantal mensen met dementie toenemen, naar verwachting zal zelfs sprake zijn van een verdubbeling in de komende twintig jaar. In opdracht van Alzheimer Nederland is de door ABF Research een berekening gemaakt met betrekking tot de cijfers van het aantal mensen met dementie in Nederland per provincie en per gemeente. De cijfers geven een indicatie van het aantal mensen met dementie in 2020. Op basis van voorspellingen van de toekomstige bevolkingsopbouw, is ook een prognose gemaakt van het aantal mensen in de gemeente Almelo met dementie in de toekomst. Hieruit blijkt dat in 2025 het aantal mensen in Almelo met dementie in gestegen naar 1.300 en in 2050 naar 2.200 (zie onderstaande tabel).
Jaartal 2020 2025 2030 2040 2050 Aantal mensen met dementie in de gemeente Almelo 1.200 1.300 1.600 1.900 2.200 Door de toenemende mate van vergrijzing en hiermee ook het aantal dementerenden zal het tekort aan geschikte zorgplaatsen de komende twintig jaar alleen maar verder toenemen. Het concept van Dagelijks Leven is relatief nieuw in de woonzorg-sector en sluit aan bij de lokale vraag naar dergelijke voorzieningen in Almelo. Middels voorliggend initiatief wordt bijgedragen aan de huidige en toekomstige vraag naar zorgplaatsen voor dementerende ouderen in een kleinschalige woonzorgvoorziening. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat voldoende is aangetoond dat er sprake is van een actuele behoefte naar de voorgenomen woonzorgvoorziening. Bestaand stedelijk gebied Het plangebied ligt in de stad Almelo en is in de bestaande situatie reeds bestemd en bebouwd ten behoeve van een stedelijke functie. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling plaatsvindt in bestaand stedelijk gebied, waarmee de ladder voor duurzame verstedelijking succesvol is doorlopen. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in lijn is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijk'. Het nader toetsen van de ontwikkeling aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is niet noodzakelijk.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.
4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
16
NL.IMRO.0141.00121-BP21
4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd.
Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.
De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
17
NL.IMRO.0141.00121-BP21
4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Voorliggend plan betreft een binnenstedelijke (her)ontwikkeling die voldoet aan de Ladder voor duurzame
ontwerp bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
18
NL.IMRO.0141.00121-BP21
verstedelijking (zie hiervoor 4.1.2). Zoals hierna ook zal blijken uit het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief en het ter plaatse geldende gebiedskenmerk van de 'Stedelijke laag' is het plangebied gelegen in het bestaand bebouwd gebied van Almelo. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in extra ruimtebeslag op de groene omgeving en is daarmee in overeenstemming met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Afbeelding 4.2 bevat een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart, waarbij het plangebied met de rode contour indicatief is weergegeven.
Afbeelding 4.2: Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' In voorliggend geval is sprake van een transformatie van een locatie met een maatschappelijke voorziening naar een woonzorgvoorziening. De behoefte aan een dergelijke voorziening is in paragraaf 4.1.2 nader toegelicht.