15 Ontwerpbestemmingsplan Hospitaalweg ter inzage
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage
Doorkiesnummer
Behandeld door W. Hilbink
Datum 12 december 2023
Onderwerp Ontwerpbestemmingsplan Hospitaalweg ter inzage
Geachte leden van de raad, Onlangs informeerden wij u op dat wij op 14 november 2023 het besluit hebben genomen principemedewerking te verlenen aan een initiatief voor de bouw van 51 woningen op de braakliggende gronden aan de Hospitaalweg te Almelo. Nadien is het ontwerpbestemmingsplan opgesteld en zijn tijdens een informatiebijeenkomst de direct omwonenden geïnformeerd over de ontwikkeling en het proces dat daarbij hoort. Ook heeft de verkoop van gemeentegrond aan de Hospitaalweg inmiddels plaatsgevonden en is het betrokken in deze ontwikkeling. Bij besluit van 12 december 2023 hebben wij nu besloten het ontwerpbestemmingsplan Hospitaalweg ter inzage te leggen. Omdat een Besluit hogere grenswaarden noodzakelijk is voor deze ontwikkeling wordt ook de ontwerpbeschikking daartoe ter inzage gelegd. Wij hebben besloten aan deze ontwikkeling mee te werken, omdat het gelet op onze woningbouwopgave wenselijk is inbreidingslocaties als deze tot ontwikkeling te brengen. Ook wordt hiermee eindelijk invulling gegeven aan de jarenlang braakliggende gronden en zorgt het plan voor een verbeterde woon- en leefkwaliteit in het Kollenveld als gevolg van de bufferende werking van de nieuwbouw ten aanzien van het wegverkeersgeluid van de Van Rechteren Limpurgsingel.
Het ontwerpbestemmingsplan “Hospitaalweg” wordt met de ontwerpbeschikking hogere grenswaarden voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan is dan te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl. Wij informeren u over ons besluit, omdat de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd is om het bestemmingsplan uiteindelijk vast te stellen. Naar verwachting ontvangt u in het tweede kwartaal van 2024 een raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
J. Dijkstra
Pagina 1 van 1 Raad - 2308082 DCS - 2385724
M.M. van ’t Veld
Bestemmingsplan Hospitaalweg NL.IMRO.0141.00159-
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Inhoudsopgave
T oelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
6 6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Almelo en Kollenveld 2.2 Huidige situatie plangebied
9 9 9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren
12 12 13
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
16 16 18 24 25
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Ecologie 5.7 Archeologie & cultuurhistorie 5.8 Besluit milieueffectrapportage 5.9 Fysieke veiligheid
29 29 30 32 33 34 37 38 40 41
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
44 44 46
Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
48 48 48 49
Hoofdstuk 8
51
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen
52 52 52 52
Bijlagen bij de toelichting
53
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
3
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
54
Bijlage 2
Bodemonderzoek noordwestzijde plangebied
115
Bijlage 3
Bodemonderzoek zuidoostzijde plangebied
201
Bijlage 4
AERIUS-berekening
279
Bijlage 5
Quickscan natuurwaardenonderzoek
308
Regels
339
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
340 341 346
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer Wonen Leiding - Water
347 348 350 351 353 357
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedure regels
359 360 361 362 363 365
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
366 367 368
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
4
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Toelichting
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
5
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de braakliggende gronden gelegen tussen de Hospitaalweg, Toekomstweg, Verlengde Sportlaan en Het Groot Hofstee in Almelo (hierna: plangebied). Het plangebied maakt onderdeel uit van de (woon)buurt Kollenveld. De gronden liggen geruime tijd braak. Daarom is gezocht naar een passende duurzame (vervolg)functie van deze gronden. Het voornemen is om ter plaatse van het plangebied maximaal 51 woningen te realiseren. Het gaat hierbij om een mix van rijwoningen, tweekappers en beneden-bovenwoningen. Met de beoogde ontwikkeling krijgen de gronden een nieuwe duurzame bestemming waarbij tevens wordt bijgedragen aan de woningbehoefte in Almelo. De voorgenomen herontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan "Kollenveld". Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkelingen vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord zijn en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt in het zuidoostelijke deel van de stad Almelo in de (woon)buurt Kollenveld. Het plangebied wordt omgeven door de Hospitaalweg, Toekomstweg, Verlengde Sportlaan en Het Groot Hofstee. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: plattekaart.nl)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Hospitaalweg" bestaat uit de volgende stukken: regels (met bijbehorende bijlagen); verbeelding (NL.IMRO.0141.00159-BP21) en een renvooi; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting (met bijbehorende bijlagen) vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
6
NL.IMRO.0141.00159-BP21
1.4
Huidig planologisch regime
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Kollenveld". Dit bestemmingsplan is op 12 juli 2000 door de raad van de gemeente Almelo vastgesteld. Verder is de "Parapluherziening parkeren", "Parapluherziening wonen" en "Parapluherziening algemene afwijkingen" van toepassing. Deze plannen zijn vastgesteld op respectievelijk 5 juni 2018, 23 maart 2020 en 20 december 2022. Verder wordt opgemerkt dat voor het zuidelijke/zuidwestelijke deel van het plangebied sprake is van een 'witte vlek'. In dit geval houdt dit in dat hier uitsluitend de voorgenoemde parapluherzieningen van toepassing zijn. Er is geen sprake van (actueel) bestemmingsplan waarin de gebruiks- en bouwregels zijn vastgesteld. Op basis van het bestemmingsplan "Kollenveld" zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de bestemmingen 'Bedrijfsdoeleinden', 'Bedrijfswoningen', 'Verkeersdoeleinden' en 'Woondoeleinden'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldend bestemmingplan opgenomen.
Afbeelding 1.2: Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Toelichting op de bestemmingen Bedrijfsdoeleinden De voor 'Bedrijfsdoeleinden' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor bedrijven (milieucategorie 1 en 2) en de daarbij behorende gebouwen, andere-bouwwerken, wegen, parkeerterreinen, groenvoorzieningen, andere-werken en voorzieningen. Bedrijfswoningen De voor 'Bedrijfswoningen' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor bedrijfswoningen behorende bij bedrijven gelegen binnen het naastgelegen bestemmingsvlak 'Bedrijfsdoeleinden'. Verkeersdoeleinden De voor 'Verkeersdoeleinden' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd verkeer en verblijf met de daarbij behorende wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen en overige bijbehorende werken. Woondoeleinden De voor 'Woondoeleinden' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor het wonen, verkeer en verblijf, groen-, parkeer- en speelvoorzieningen, waterpartijen en watergangen. Strijdigheid Het realiseren van de beoogde woningen is op basis van het geldend bestemmingsplan niet mogelijk aangezien de geldende gebruik- en bouwregels dit niet toestaan. Daarnaast is het gewenst om voor de 'witte vlek' binnen het plangebied passende gebruik- en bouwregels vast te stellen op basis waarvan voorgenomen ontwikkeling mogelijk gemaakt kan worden.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
7
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.
1.5
Leeswijzer
De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planbeschrijving Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en het op dit moment geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het gebied beschreven (functionele, stedenbouwkundige en verkeersstructuur). Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Almelo beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding.
In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
8
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Hoofdstuk 2 2.1
De huidige situatie
Almelo en Kollenveld
Almelo ontstond in de 11e eeuw als nederzetting op een kruispunt van land- en waterwegen. Het werd omsloten door moerassen, een landschap dat is te vergelijken met het huidige natuurmonument Engbertsdijksvenen bij Vriezenveen. Almelo was een levendig handelscentrum met kooplui, schippers, vissers, boeren en ambachtslieden. Omdat Almelo op een kruispunt ligt van land- en waterwegen ontwikkelde het zich tot een bloeiende textielstad met ondernemers van internationale allure. In de 17e en 18e eeuw kwamen er steeds meer huisweverijen, maar met de komst van de stoommachine (1830) werd de productie volledig fabrieksmatig. Er werden kanalen gegraven en er kwam een spoorlijn om alle goederen te vervoeren. Van heinde en verre kwamen arbeiders naar Almelo en het bevolkingsaantal nam zeer snel toe. Vanaf 1970 nam de concurrentie van lagelonenlanden sterk toe. Dat leidde tot massale bedrijfssluitingen. Omdat er nauwelijks werk was in andere sectoren, schoot het werkloosheidspercentage omhoog. Almelo werd gedwongen dat probleem op een eigen wijze manier het hoofd te bieden. Een uitgebreide stadsvernieuwing zette de toon voor herstel. Hierbij werden de meeste textielfabrieken gesloten maar sommige markante gebouwen zijn behouden als eerbetoon aan de rijke textielhistorie van Almelo.
De malaise in de textiel was desastreus voor de Almelose economie maar vormde tegelijkertijd het begin van een metamorfose. Het hele centrum ging op de schop waarbij industriële gebouwen plaats maakten voor woningbouw, winkels, cultuurvoorzieningen, horeca en veel groen. Er werd een begin gemaakt met de renovatie van oude arbeiderswijken. Aan de zuidkant van Almelo, aan de zuidzijde van de Weezebeeksingel en de Nijreessingel verschenen moderne woonwijken in een groene setting zoals Windmolenbroek en ’t Nijrees. Kollenveld grenst aan de noordkant aan het woongebied Paradijs, aan de westkant wordt Kollenveld begrensd door de Van Rechteren Limpurgsingel. Aan de oost- en zuidkant grenst het gebied het Paradijsbos en de Bolkshoek, de oostelijke groene long.
2.2
Huidige situatie plangebied
Zoals in de inleiding reeds aangegeven wordt het plangebied omgeven door de Hospitaalweg, Toekomstweg, Verlengde Sportlaan en Het Groot Hofstee. De Van Rechter Limpurgsingel is de belangrijkste ruimtelijke structuurdragers in de omgeving van het plangebied. De functionele structuur in de omgeving bestaat met name uit woonfuncties. Daarnaast is in de nabije omgeving horeca, diverse bedrijvigheid, detailhandel en sportvelden aanwezig. Het plangebied zelf bestaat in de huidige situatie uit braakliggende gronden. Verder loopt door het plangebied Het Vossekamp. In afbeelding 2.1 is door middel van een luchtfoto de huidige situatie van het plangebied weergegeven. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn straatbeeldfoto's opgenomen.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
9
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie van het plangebied en de omgeving (Bron: PDOK)
Afbeelding 2.2: Straatbeeld huidige situatie van het plangebied 1 (Bron: Google streetview, opname juni 2022)
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
10
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Afbeelding 2.3: Straatbeeld huidige situatie van het plangebied 2 (Bron: Google streetview, opname juni 2022)
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
11
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Gewenste ontwikkeling
Zoals in paragraaf 1.1 reeds is aangegeven is het voornemen om binnen het plangebied maximaal 51 woningen met bijbehorende bijgebouwen, tuinen, erven en infrastructurele en parkeervoorziening te realiseren. Het gaat hierbij om een mix van van rijwoningen, tweekappers en beneden-bovenwoningen. Met de beoogde woningen kan een brede doelgroep worden bediend. Hierbij kan gedacht worden aan gezinnen, starters, senioren, kleinere huishoudens (1 of 2 persoons) en minder mobiele personen. In afbeelding 3.1 is de beoogde situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 3.1: Beoogde situatie plangebied (Bron: EVE Architecten) Zoals weergegeven in afbeelding 3.1 zijn aan de zijde van de Hospitaalweg twee clusters rijwoningen en twee clusters beneden-bovenwoningen beoogd. Deze woningen zijn georiënteerd op de Hospitaalweg en bestaan uit drie bouwlagen. Hiermee wordt het bebouwingsbeeld aan de Hospitaalweg voortgezet en afgerond. De overige woningen zijn achter voorgenoemde woningen gepositioneerd. Deze woningen zijn georiënteerd op de Toekomstweg en Het Vossekamp. Daarnaast is één van de clusters rijwoningen georiënteerd op Het Groot Hofstee en het daar aanwezige groene hofje ten noordoosten van het plangebied. Dit vormt tevens een passende afronding van het hofje. Deze woningen zijn voorzien van twee bouwlagen met kap. Dit sluit goed aan op de bestaande woningen in de (woon)buurt Kollenveld, waardoor de toekomstige bebouwing zich goed zal voegen bij de bestaande bebouwing in de omgeving.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
12
NL.IMRO.0141.00159-BP21
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1 Uitgangspunten Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In de "Parapluherziening parkeren" heeft de gemeente Almelo haar parkeerbeleid doorvertaald in de geldende bestemmingsplannen. Voor parkeernormen wordt uitgegaan van de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats. In voorliggend geval is dit de 'Beleidsregel Parkeernormen Almelo (2019)'. Hierin wordt uitgegaan van de parkeernormen zoals opgenomen in de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De CROW geeft een bandbreedte van een minimum en maximum norm. In de gemeente Almelo wordt in principe uitgegaan van de maximum norm. De volgende uitgangspunten gelden voor het plangebied: Functie: Wonen Woningtype: 'Koop, huis, twee-onder-een-kap', 'koop, huis, tussen/hoek' en 'Koop, appartement, goedkoop' Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk Stedelijke zone: rest bebouwde kom
3.2.2 Beoordeling 3.2.2.1 Parkeren Het parkeerbeleid van de gemeente Almelo is vastgelegd in het parkeerbeleidsplan 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018'. Als basis voor de parkeernormering wordt gebruik gemaakt van de op dat moment geldende CROW-publicatie voor de parkeerkencijfers. Dit betreft momenteel publicatie 381: 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' van december 2018. Om de parkeerkencijfers van de CROW ook als parkeernormen vast te leggen, heeft het college van de gemeente Almelo op 11 december 2018 de 'Beleidsregel Parkeernormen Almelo' vastgesteld. Deze beleidsregel is op 1 januari 2019 in werking getreden. Conform dit beleid wordt uitgegaan van een 'matig stedelijk' karakter en in basis het maximale parkeerkencijfer van de bandbreedte. Nadat uit de uitvoeringspraktijk was gebleken dat de tekst van deze beleidsregel onvoldoende duidelijk was, is de 'Herschreven Beleidsregel Parkeernormen Almelo' door het college van burgemeester en wethouders van Almelo op 9 februari 2021 vastgesteld en op 1 maart 2021 in werking getreden. Wanneer in onderstaande tekst wordt verwezen naar de beleidsregel, wordt feitelijk verwezen naar de tekstueel beter leesbare versie en dus de 'Herschreven Beleidsregel Parkeernormen Almelo'. De gemeente heeft de parkeervraag voor het plan voor de inbreidingslocatie Hospitaalweg in beeld gebracht.
In het stedenbouwkundig plan is uitgegaan van de CROW-normen die behorende bij Rest bebouwde kom, matig stedelijk en dan de gemiddelde norm. Dit komt neer op: (A) voor de koop, app, goedkoop (24) : norm 1,6 (B) koop, hussen, tussen/hoek (25) : norm 1,9 (C) koop, 2-o-1-kap (2) : norm 2,1 Dat komt neer op een parkeervraag van 91 parkeerplaatsen. Conform het stedenbouwkundig plan 93 parkeerplaatsen gerealiseerd, dus de parkeerbalans volgens de gehanteerde norm is kloppend. In Almelo gaan we volgens de beleidsregel echter uit van de CROW-norm behorende bij Rest bebouwde kom, matig stedelijk en dan de maximale norm.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
13
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Dit komt neer op: (A) voor de koop, app, goedkoop (24) (B) koop, hussen, tussen/hoek (25) (C) koop, 2-o-1-kap (2)
: norm 2,0 : norm 2,3 : norm 2,5
Dit is een factor 0,4 hoger dan de berekening die is opgemaakt als grondslag voor het stedenbouwkundig plan, wat neerkomt op een totaal van 91 +(91x0.4) = 127 parkeerplaatsen wanneer we het beleid aanhouden zoals dat binnen de gemeente gehanteerd wordt. Dat betekent dat er op basis van de beleidsregel een tekort zou zijn van 34 parkeerplaatsen binnen het plangebied. Opgemerkt wordt dat de kencijfers van het CROW geen normen zijn, maar richtlijnen. De gemeente Almelo kan ook eigen parkeernormen vaststellen in het lokale parkeerbeleid. De invulling van de parkeernormering kan worden vastgelegd in beleidsregels, maar daarvan kan ook weer worden afgeweken (artikel 4:84 Awb). In de beleidsregel is opgenomen dat buiten het centrum in principe voldaan moet worden aan de maximale parkeernorm binnen de bandbreedte vanuit de CROW. Zo niet, dan kan de ruimtelijke ontwikkeling in principe niet plaatsvinden. Maatwerk blijft echter wel mogelijk, indien afwijking van de maximale parkeernorm goed onderbouwd kan worden. Ten aanzien van de ontwikkeling Hospitaalweg is het wenselijk om van die mogelijkheid tot maatwerk gebruik te maken. Evenwel wensen we dan minimaal de gemiddelde CROW-norm te hanteren. Daar voldoet het stedenbouwkundig plan aan. Maatwerk wordt toegepast, omdat het hanteren van de maximale norm niet noodzakelijk is en ook ongewenst.
Met de (te) hoge norm wordt vooral het tweede autobezit gestimuleerd en wordt het ook onmogelijk om ambities te realiseren ten aanzien van klimaatadaptatie. Een aantal van meer dan 120 parkeerplaatsen zou gaan leiden tot veel verharding en weinig groene ruimte. Ook kan er met minder parkeren een hogere ruimtelijke kwaliteit worden bereikt. Een kleiner woonprogramma is niet gewenst gelet op de woningbouwopgave en de exploitatie van het plangebied. Inbreidingslocaties zijn bovendien schaars in Almelo en moeten daarom optimaal worden ingezet. In dit geval draagt de dichtere bebouwing ook bij aan een verlaging van het wegverkeerslawaai vanaf de Rechteren van Limpurgsingel en kan daarmee de woon- en leefkwaliteit in een groot deel van Kollenveld worden verbeterd. De gemeente is van mening dat ten behoeve van het inbreidingsplan Hospitaalweg Kollenveld maatwerk aan de orde is. Voor het woonprogramma dat wordt voorzien zijn in de nieuwe situatie 93 parkeerplaatsen beschikbaar en dat acht de gemeente voldoende. In het kader van deze ontwikkeling kan gelet op vorenstaande worden gerekend met een lagere parkeernorm dan de maximale parkeernorm. Het beoogde woningbouwprogramma omvat ook een aantal woningen, de benedenwoningen, die gelet op hun omvang en het feit dat ze gelijkvloers zijn, goed geschikt zijn voor senioren en alleenstaanden.
Voor senioren geldt dat sprake is van een afnemend autobezit, wat tevens een lagere parkeernorm rechtvaardigt. 3.2.2.2 Verkeer In onderstaande tabel is de toekomstige verkeersgeneratie bepaald. Hoofdgroep Type Norm Hoeveelheid (gemiddeld) Wonen Tussen/hoek 7,1 per 25 woning Wonen Twee-onder-één-kap 7,8 per 2 woning Wonen Appartement 4,9 per 24 woning Totaal aantal verkeersbewegingen: 311 (afgerond)
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
Gemiddeld aantal verkeersbewegingen 7,1*25 = 177,5 7,8*2 = 15,6 4,9*24 = 117,6
14
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Dit betekent dat er gemiddeld ca 311 verkeersbewegingen per dag c.q. etmaal extra in de buurt optreden als gevolg van uitvoering van het beoogde ontwikkelplan. De buurt Kollenveld omvat momenteel (2023) 410 woningen. Dat leidt op basis van de kencijfers gemiddeld tot ca 3000 vervoersbewegingen. De huidige ontsluiting en verkeersstructuur van de buurt is ingericht op een invulling van een woningbouwprogramma en een voortzetting van de bedrijvenstrip (met bedrijven met een milieucategorie 1 en 2 toegestaan) langs de Hospitaalweg, zoals deze op dit moment al aanwezig is. Een invulling die, gelet op te verwachten verkeersstromen in theorie meer impact heeft op de verkeersintensiteit in de buurt dan het woningbouwplan dat nu is voorzien. Daarmee kan worden gesteld dat de omgeving en de huidige verkeersstructuur de te verwachten verkeersstromen aan kan. Daarbij komt nog dat een deel van de woningen en dan met name de begane grondwoningen van de BeBo-woningen, een geringe woonoppervlakte kennen en daarmee en daarnaast geschikt zijn voor senioren en waar daarom sprake kan zijn van een afnemend autobezit bij de bewoners. In dat licht is het aannemelijk dat het werkelijk aantal verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkelingen niet op het maximum ligt, maar ergens binnen de bandbreedte.
De bestaande ontsluitingsstructuur en het huidige verkeersregime, wijzigt niet door deze planontwikkeling. De verkeersafwikkeling zal via de Hospitaalweg opgaan in het overige verkeer en de buurt ontsluiten via de Kieftsbeeklaan op de Van Rechteren Limpurgsingel en deels ook – zij het in mindere mate - in de richting van Zenderen ter hoogte van Bavinksweg op de Bornsestraat. Gelet op de relatief geringe verkeerstoename (ca 311 bewegingen per dag) ten opzichte van het huidige totaal aan verkeersbewegingen (exclusief verkeer t.b.v. bedrijven en verenigingen: 3000 bewegingen per dag) is de verwachting dat er als gevolg van de planontwikkeling geen knelpunten ontstaan en dat de bestaande ontsluitingsstructuur verkeerskundig voldoet. Evenwel is bekend dat bewoners van het Kollenveld in de huidige situatie veel drukte ervaren. De ontsluitingssituatie en verkeersafwikkeling op de Van Rechteren Limpurgsingel heeft ook gelet op onze ambitie voor een toekomstbestendig mobiliteitssysteem onze aandacht. Nog los van de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt voorzien. De komende jaren wordt de situatie beoordeeld en wordt bekeken wat nodig is voor een toekomstbestendige veilige verkeersafwikkeling.
Vastgesteld wordt evenwel nu dat het voorgenomen plan aan de Hospitaalweg weliswaar ca 10% meer verkeer brengt, maar dat dit geen significant effect heeft op de ontsluitingssituatie zoals deze op dit moment bestaat. De situatie wordt in de toekomst, ook met inachtneming met de effecten van een Vloedbeltverbinding, nog afzonderlijk van voorliggende bestemmingsplanprocedure beoordeeld.
3.2.3 Conclusie De realisatie van de 51 nieuwe woningen op deze inbreidingslocatie heeft een verkeerstoename tot gevolg welke op een goede manier kan worden afgewikkeld op de bestaande wegen. Bij de realisatie van de verkeersstructuur is ook altijd rekening gehouden met een bebouwde invulling van het huidige plangebied. Verkeerskundig kan de huidige verkeersstructuur een toename van ca 10% aan verkeersbewegingen aan. Daarnaast kan worden geconcludeerd dat de huidige parkeernorm van de gemeente ruim is in vergelijking met de bandbreedte van de CROW-kencijfers en niet passend is bij de ambities op het gebied van mobiliteit zoals omschreven in de Omgevingsvisie van Almelo. Daarbij is bovenstaand gemotiveerd dat voor deze inbreidingslocatie voldoende redenen zijn om een lagere parkeernorm te hanteren dan in de gemeentelijke beleidsregel in basis wordt voorgeschreven. Met de in het plan opgenomen parkeerplaatsen is het gebruik van de maatwerkmogelijkheid ten aanzien van de parkeernorm als opgenomen in de 'Herschreven Beleidsregel Parkeernormen Almelo' aanvaardbaar. Dit aantal blijft ruimschoots binnen de bandbreedte van de CROW-kencijfers, namelijk exact de gemiddelde norm, wat voor het woningbouwprogramma binnen Kollenveld minimaal 91 parkeerplaatsen noodzakelijk zou maken.
Op basis van dit maatwerk en de noodzaak om te voldoen aan de woningbehoefte in de gemeente Almelo, is hiermee de afwijking van de parkeernorm voldoende onderbouwd. Er ontstaat geen onaanvaardbare parkeersituatie voor de planontwikkeling aan de Hospitaalweg en/of in de omgeving.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
15
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
16
NL.IMRO.0141.00159-BP21
1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijk e ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van de realisatie van maximaal 51 woningen.
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vereist is.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
17
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Behoefte en binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. Ligt een plangebied in bestaand stedelijk gebied (bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur) en voorziet de stedelijke ontwikkeling in een behoefte dan wordt voldaan aan de Ladder. In het geval dat in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten tot het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat de toelichting aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De woningen worden mogelijk gemaakt op een binnenstedelijk inbreidingslocatie in de kern Almelo. De woningen zullen met name bedoeld zijn voor de lokale behoefte (kern Almelo en omringend buitengebied). Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan worden beperkt tot de gemeente Almelo. Met de ontwikkeling wordt voorzien in de vraag naar woningen in Almelo. De gemeente Almelo heeft in het kader van het woningbouwprogramma de actuele kwantitatieve behoefte, in samenwerking met provincie en de regio, reeds in beeld gebracht (zie paragrafen 4.3.1, 4.4.2 en 4.4.3). Zoals zal blijken uit de voorgenoemde paragrafen is er sprake van een behoefte aan de voorgenomen woningbouwontwikkeling.
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.
4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
18
NL.IMRO.0141.00159-BP21
4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd.
Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.
De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
19
NL.IMRO.0141.00159-BP21
4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
20
NL.IMRO.0141.00159-BP21
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.3 van de Omgevingsverordening De voorgenomen woningbouwontwikkeling betreft een binnenstedelijke ontwikkeling die voldoet aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Ter plaatse van het plangebied zijn reeds stedelijke functies toegestaan. Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het realiseren van 51 woningen, hetgeen passend is in de omgeving die reeds overwegend een woonfunctie kent. Gelet op het vorenstaande is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.
2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijk ing van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.
De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.
Toetsing van het initiatief aan artik el 2.2.2 van de Omgevingsverordening In artikel 2.2.2 van de provinciale omgevingsverordening is opgenomen dat bij bestemmingsplannen die voorzien in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen de behoefte is aangetoond door middel van actueel onderzoek. In lid 4 van dit artikel staat dat deze behoefte is aangetoond wanneer het aantal woningen past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
21
NL.IMRO.0141.00159-BP21
De gemeente Almelo heeft via de nota Regionaal Woonprogrammering (RWP) regionale afspraken gemaakt met de Twentse gemeenten en de provincie. Het RWP Twente legt de afspraken vast waarin marktinzichten over woningvraag- en aanbod zijn meegenomen. Het RWP is in april 2017 geactualiseerd. Uit het RWP blijkt dat voor de gemeente Almelo nog een totale vraag tot 2026 bestaat van 1.765 tot 2.090 woningen. In totaal is er nog een harde plancapaciteit beschikbaar van 1.775 woningen. Dat betekent dat 85 tot 100% van de vraag tot 2026 beschikbaar is in harde bestemmingsplannen. Binnen woonprogrammering is er dus nog ruimte om beperkt woningen toe te voegen. Uit de 'Analyse woningbouwplanning en - programmering 2017 t/m 2026' van de gemeente Almelo volgt dat voor 'overige binnenstedelijk' en 'herstructurering' tot 2026 een ruimte hoeveelheid woningen per jaar kan worden toegevoegd. Met onderhavig plan wordt een deel van de woningbehoefte tot 2026 ingevuld. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Afbeelding 4.2 bevat een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart, waarbij het plangebied indicatief is weergegeven met de rode contour.
Afbeelding 4.2: Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwik kelingsperspectief'
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
22
NL.IMRO.0141.00159-BP21
In voorliggend geval past de voorgenomen ontwikkeling naadloos binnen het ontwikkelingsperspectief dat ruimte biedt voor herstructurering en transformatie van binnenstedelijke locaties. Met voorgenomen ontwikkeling wordt een duurzame functie toegekend aan de gronden binnen het plangebied. Uit hoofdstuk 5 blijkt verder dat de ontwikkeling niet tot belemmeringen leidt voor omliggende (bedrijfs)functies. 4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'natuurlijke laag' en de ‘laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven omdat deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen eveneens buiten beschouwing worden gelaten. 1. De “Stedelijke laag” Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Stedelijke laag" aangeduid met het gebiedstype "Woonwijken 1995 - nu". In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.3: Uitsnede Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Woonwijken 1955 – nu” De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp.
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
23
NL.IMRO.0141.00159-BP21
Toetsing van het initiatief aan de "Stedelijke laag" Met voorliggend bestemmingsplan wordt ter plaatse van het plangebied een toekomstbestendige invulling gegeven aan een inbreidingslocatie wat reeds enige tijd braak ligt. De woonfunctie past goed in de omgeving die reeds overwegend bestaat uit woonfuncties. De nieuwe bebouwing voegt zich naar aard, maat en het karakter in de wijk. Wat betreft de bouwmogelijkheden wordt aangesloten bij het geldende bestemmingsplan voor de omliggende woningen. Hiermee worden bouwkenmerken (o.a. goot-/bouwhoogte) afgestemd op de omgeving, zodat de woningen en de bijbehorende bouwwerk(en) qua bouwmassa en verschijningsvorm goed opgaan in het bebouwingskarakter van de omgeving.
4.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Regionale Woonagenda Twente 4.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten, WoON Twente en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Voor de periode 2021-2025 krijgt dat vorm in twee regionale Woonagenda’s, met ruimte voor een eigen aanpak en eigen accenten voor de regio’s West-Overijssel en Twente. In voorliggend geval is de woonagenda Twente 2021-2025 van belang. In deze woonagenda schetsen de provincie, de gemeenten (Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden), de woningcorporaties, marktpartijen en andere partners wat de komende jaren prioriteiten zijn op Twentse woningmarkt en hoe hier samen aan wordt gewerkt. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie op de woningmarkt. In de woonagenda zijn op de volgende thema's ambities beschreven: 1. Toevoegen van 60.000 woningen tot 2030; 2. Inspelen en voorsorteren op veranderende woningvraag; 3. Verstedelijking en stedelijke vernieuwing; 4. Sterke dorpen en platteland in regionale netwerk: 5. Versnelling; 6. Verduurzaming; 7.
Toegangelijkheid en doorstroming; 4.3.1.2 Capaciteit en woningbehoefte De ambitie om 60.000 woningen toe te voegen is provinciebreed en gericht op het snel oplossen van de woningnood in grote delen van de provincie en in verschillende segmenten. De ambitie is opgebouwd uit drie elementen: de beschikbare woningbehoefteprognoses3 tot 2030, het naar voren halen van de woningbehoefte die ontstaat na 2030 en een extra impuls om bij te dragen aan het oplossen van de actuele woningnood in Nederland. Op basis van deze drie elementen vult de regio Twente circa 1/3 deel van de ambitie om 60.000 woningen in Overijssel toe te voegen, de regio West Overijssel circa 2/3 deel. De druk op West-Overijssel is immers groter door een toenemende trek vanuit de Randstad en andere landsdelen en voornamelijk de aantrekkingskracht van de regio Zwolle (en in mindere mate ook Deventer). Concreet betekent het dat de regio Twente ambieert om tot 2030 in totaal circa 20.000 tot 22.000 woningen toe te voegen. Op basis van de prognoses van de huishoudensgroei tussen 2020 en 2030 en de benodigde ruimere programmering is een behoefte van ruim 15.000 woningen te verwachten tot 2030. Dit aantal definieert
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
24
NL.IMRO.0141.00159-BP21
men als de lokale behoefte. Daarnaast heeft Twente een extra woningbouwambitie/-opgave op basis van onder andere de (gedeeltelijke) inloop van het huidige woningtekort (circa 3%), de krapte op de woningmarkt, de verstedelijkingsopgaven en de toenemende migratiestromen vanuit de Randstad en andere landsdelen. Deze extra woningbouwambitie/-opgave bedraagt voor Twente circa 5.000 tot 7.000 woningen tot 2030. De volgende acties zijn afgesproken: Realiseren harde plannen tot 2025 Zachte plannen hard maken en realiseren tussen nu en 2030 Op zoek naar locaties voor uitbreiding tot 2025 en realiseren tot 2030 Almelo heeft per 1-1-2020 volgens een analyse van Companen een netto harde planacapaciteit van 940 woningen en een zachte plancapaciteit van 1.020 woningen. De gemeente levert hiermee met in totaal 1.960 woningen een flinke bijdrage in het gehele woningaanbod in Twente (in totaal ca. 14.130 woningen). Er bestaat echter een ambitie/opgave van 20.000 tot 22.000 woningen. De uiteindelijke vraag en behoefte dient echter ingevuld te worden op basis van de wens om te sturen op kwaliteit. De juiste woning op de juiste plek, inspelend op de kwalitatieve woningbehoefte en een goede bijdrage leverend aan de leefbaarheid en kwaliteit van wijken/buurten in de steden.
4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Regionale woonagenda Twente Met voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in een deel van de vraag naar nieuwe woningen in Almelo tot 2030. Bovendien ziet voorgenomen ontwikkeling toe op een gevarieerd woningbouwprogramma waarmee diverse doelgroepen kunnen worden bediend (gezinnen, starters, senioren, kleinere huishoudens en minder mobiele personen).
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving 4.4.1.1 Algemeen De 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de omgeving binnen de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst. Voor de Omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, die los van de gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Het plangebied ligt in de wijk De Riet buiten het centrum gebied van Almelo, waardoor de visie voor het de wijken en dorpen het meest relevant is. 4.4.1.2 Wijken en dorpen Prettig wonen begint met een passende woning. Met de kans om woonwensen te vervullen, doordat er voldoende keuze is. Daarom wil de gemeente wijken creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woningvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit brengt de gemeente meer in balans door bij herstructurering op woningen voor het middensegment in te zetten. Almelo heeft als geheel een zeer bescheiden bevolkingsgroei, die tijdens de looptijd van deze visie waarschijnlijk zelfs zal veranderen in krimp.
Daarom is het zaak de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk te benutten en daarmee aan te sluiten op de ontwikkeling van onze bevolking. Dat betekent onder meer: de benodigde verscheidenheid aanbrengen door het herstructureren van panden. de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen ín bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding).
ontw erp bestemmingsplan Hospitaalw eg
25
NL.IMRO.0141.00159-BP21
4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' Met voorliggend bestemmingsplan wordt ter plaatse van het plangebied een toekomstbestendige invulling gegeven aan een inbreidingslocatie wat reeds enige tijd braak ligt. De woonfunctie past goed in de omgeving die reeds overwegend bestaat uit woonfuncties. Wat betreft de bouwmogelijkheden wordt aangesloten bij het geldende bestemmingsplan voor de omliggende woningen. Hiermee worden bouwkenmerken (o.a. goot-/bouwhoogte) afgestemd op de omgeving, zodat de woningen en de bijbehorende bouwwerk(en) qua bouwmassa en verschijningsvorm goed opgaan in het bebouwingskarakter van de omgeving. De doelgroepen die bediend kunnen worden zijn gezinnen, starters, senioren, kleinere huishoudens en minder mobiele personen. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving'.