15.3 BIZ Bedrijvenpark Twente 2024-2028 - Bijlage 3 - Verordening Bedrijveninvesteringszone Bedrijvenpark Twente 2024 - 2028 - Getekend
Tekst van het document
Verordening ~edrijveninvesteringszone Bedrijvenpark Twente 20242028 De raad van de gemeente Almelo; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 juli 2023 nummer Benut - 2310057; gelet op de Wet op de Bedrijveninvesteringszones; gezien de uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone Bedrijvenpark Twente 2024-2028 van 19 juli 2023 gesloten met Stichting BIZ Ondernemers Bedrijvenpark Twente. besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening Bedrijveninvesteringszone Bedrijvenpark Twente 2024-2028 Hoofdstu4t I Algemene bepalingen Ariikel 1. Definitie In deze verordening wordt verstaan onder: - Bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; - College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; - Uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en Stichting BIZ Ondernemers Bedrijvenpark Twente op 19 juli 2023 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; - Wet: Wet op de Bedrijveninvesteringszones. Hoofdsful~ II ~elasf~ingbepalingen Mrfiikel 2. ~elasfbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam `BIZ-bijdrage' wordt jaarlij{cs een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zalen die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2.
De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zíjn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Arfi{cel 3. ~elasfiingobjecf 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstu4< III van de Wet waardering onroerende zaken. làr~ikel 4. ~elasfingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaa{c in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruí{< door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZbijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie de onroerende zaak ter beschikking is gesteld. 3. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Voor de toepassing van dit onderdeel wordt als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. ,4rtikel 5. Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2. Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf uan de onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. ,4r~ikel 6.
Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voorde kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van ene op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwede eigendommen; e.
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voorde publieke dienst van de gemeente; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen — nietzijnde gebouwen —welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; I. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; n. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; o.
onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; p. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voorde publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. q. objecten die vanuit de WOZ-administratie zijn aangemerkt als trafo, telefooncentrale en zendmast; r. onroerende zaken die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als onbebouwde grond en onroerende zaken in aanbouw. i.
2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van het belastingobject die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 7. Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt: voor de gebruiker: 0,15°/o van de heffingsmaatstaf met een maximum bijdrage van € 1.500,- per jaar per WOZ-object. Artikel 8. Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9. Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee kalendermaanden na de op het aanslagbiljet vermelde dagtekening. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van de belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste twee bedraagt en maximaal 10, indien aan het navolgende wordt voldaan: a. het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende zaakbelastingen of andere belastingen moet minder zijn dan het maximumbedrag genoemd in de voor dat belastingjaar geldende verordening onroerendezaakbelastingen;
b. de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen Arfiikel 10. Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Hoofdstuk III Artikel 11. Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is Algemene Subsidieverordening Gemeente Almelo 2013 niet van toepassing. Artikel 12. Aanwijzing stichting Stichting BIZ Ondernemers Bedrijvenpark Twente wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 13. Subsidieverlening 1. De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. 2.
De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. ,4rtikel 14. Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan Stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst. l~rfiilcel 15. Subsidievaststelling 1. De stichting is verplicht om binnen 13 weken na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. 2. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 13 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken. Arfikel 16. Melding van relevaníe wijzigingen De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: - meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, - een wijziging van de statuten, - verandering of beëindiging van activiteiten. Hoofdstuk IV Slotbepalingen Rrtikel 17. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.
Artikel 18. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Bedrijveninvesteringszone Bedrijvenpark Twente 2024-2028. Gedaan ter openbare vergadering van 26 september 2023, de griff4er,
'J.W. S~fSerpenzeel
de burgemeester,
Bijlage behorende bij de Verordening Bedrijveninvesteringszone Bedrijvenpark Twente 2024-2028 Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 1 van de Verordening Bedrijveninvesteringszone Bedrijvenpark Twente 2024-2028 geldt het op onderstaande kaart gearceerde gedeelte.
BEDRIIVENPARK TWENTE
~x~g1~c.~ ..
s-
`~s
~.~,~ '..~
~y Ff ,~~ w w~~Ts á,1 t ~tr y~ ~}
^~ 7 ááf ~ aY-6~s{ h
O
ONQERNEMERS BEDRIJVENPARK TWENTE
4
~
—
f
:~_,\
~~~~ ~~~ "~` ~ *( ~:' ~ .`'e „ ~,.w~~~...,.
~ .~__ -
~i --~_i
~ t ~f
~„
.. . .....
..:...