14 Regionale programmeringsafspraken 2023-2026.pdf
Tekst van het document
Afval, energie en water
B, D, E
Industrie - Kleding & textiel
C13 t/m C15
Textielindustrie, productie van leer(producten) en schoenen, productie van kleding.
Industrie – VGM
C10 t/m C12
Voedingsmiddelenindustrie, productie van dranken, tabaksindustrie
Industrie – Chemie Industrie – HTSM
C19-C20 C24 t/m C30, C33
Aardolieverwerking, chemische producten Metaalindustrie, elektrotechnische industrie, transportmiddelenindustrie, machine-industrie
Industrie - Overige maak- en procesindustrie
C16 t/m C18, C21 t/m C23, C31-C32
Bouw, handel en reparatie
F, G45
Papier- en kartonindustrie, drukkerijen, hout- en meubelindustrie, productie van o.a. glas, cement, beton; sociale werkvoorzieningen, farmaceutische industrie, rubber en kunststofindustrie Bouwbedrijven, GWW, handel in en reparatie van auto’s
Logistiek en groothandel
G46, H
Post- en koeriers, vervoer over land en water, opslag, logistieke dienstverleners, transport, groothandels
Consumentendiensten
G47, I, R, S
Detailhandel (PDV), horeca, leisure, sport, recreatie, wellness
Dienstverlening & ICT
J, K, L, M, N
Overheid, zorg en onderwijs
O, P, Q, U
Zakelijke diensten, R&D, ingenieurs, facility management, schoonmaakbedrijven, beveiliging, uitzendbureaus, vastgoed, callcenters, softwarebedrijven, IT Overheidsdiensten zoals brandweer, politie, gemeentewerf of -kantoor; maatschappelijke organisaties, trainings- en opleidingscentra
47
Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034
Raming uitbreidingsvraag De raming van de uitbreidingsvraag berekenen we met een afgeleide methode van de oorspronkelijke Bedrijfslocatiemonitor (BLM, opgesteld door CPB/PBL in 2001). De basis voor deze zogenaamde terreinquotiëntenmethodiek is dat werkgelegenheid (en het ruimtegebruik per werknemer) een graadmeter is voor de ruimtevraag van bedrijven. De methode kent drie parameters: • Werkgelegenheid: met hoeveel banen neemt de werkgelegenheid toe? • Locatievoorkeur: welk deel (%) daarvan komt op bedrijventerreinen terecht? • Terreinquotiënt: hoeveel ruimte (in m² kavel) heeft elke baan op een bedrijventerrein nodig?
1. Ontwikkeling werkgelegenheid Voor de toekomstige werkgelegenheidsontwikkeling maken we gebruik van de scenario’s ‘behoedzaam’ en ‘gunstig’ van de actualisatie en regionalisering bedrijfstakramingen opgesteld door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in 2022. Het EIB geeft voor 18 bedrijfstakken de verwachte ontwikkeling van arbeidsvolume en toegevoegde waarde weer in de periode 2019-2032. Zij onderscheiden daarbij twee scenario’s: behoedzaam en gunstig. We gebruiken de groeipercentages van de EIB-scenario’s voor het arbeidsvolume om de werkgelegenheidsontwikkeling per bedrijfstak door te rekenen. Dit doen we op het niveau van de bestuurlijke regio’s (Twente en West-Overijssel). Dit betekent dus een vertaling van de EIBcijfers die gegeven zijn op COROP-niveau. We leggen de EIB-groeicijfers per bedrijfstak op de LISA-cijfers uit het basisjaar 2019 van de EIB-raming. Het hanteren van de EIB-raming resulteert in twee scenario’s van de prognose: EIB laag en EIB hoog. Het aantal banen heeft betrekking op het totaal aantal fulltimers, parttimers en uitzendkrachten. Tabel 15: Totaal aantal banen per marktregio volgens EIB-scenario’s Regio Twente West-Overijssel
Scenario EIB Laag
1-1-2022 322.400
1-1-2031 318.300
1-1-2041 312.600
EIB Hoog EIB Laag
325.300 291.000
330.700 296.200
335.300 303.200
EIB Hoog
293.600
307.400
323.600
Bron: LISA, 2021; EIB-scenario’s, 2022; Bewerking: Stec Groep, 2022. Afgerond op honderdtallen.
48
Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034
Tabel 16: Ontwikkeling sectoren per regio, in aandeel van totale werkgelegenheid per regio Regio
Sector
WestOverijssel
EIB Hoog
1-1-2031 9.624
1-1-2041 9.474
1-1-2022 9.799
1-1-2031 9.976
1-1-2041 10.105
Afval, energie en water Industrie - Kleding & textiel
2.364 1.691
2.343 1.617
2.306 1.529
2.385 1.738
2.429 1.801
2.460 1.861
Industrie - VGM Industrie - Chemie
5.270 5.207
4.858 4.757
4.413 4.279
5.270 5.207
4.858 4.757
4.406 4.272
Industrie - HTSM Industrie - Overige maaken procesindustrie
21.463 10.226
20.018 9.010
18.423 7.782
21.292 10.354
19.393 9.479
17.354 8.530
Bouw, handel en reparatie Logistiek en groothandel
30.039 33.462
31.209 32.286
32.378 30.850
30.289 33.585
32.265 32.763
34.361 31.641
Consumentendiensten Dienstverlening & ICT
62.360 53.953
61.358 53.953
59.925 53.650
62.736 54.277
62.850 55.262
62.525 55.973
Overheid, zorg en onderwijs
86.613
87.310
87.589
88.358
94.819
101.788
Landbouw Afval, energie en water
13.221 3.452
13.512 3.540
13.864 3.646
13.329 3.482
13.958 3.665
14.655 3.870
Industrie - Kleding & textiel Industrie - VGM
1.974 4.278
1.852 4.005
1.727 3.727
1.992 4.287
1.920 4.037
1.838 3.768
Industrie - Chemie Industrie - HTSM
4.910 13.882
4.553 13.124
4.193 12.347
4.919 13.811
4.585 12.856
4.231 11.842
Industrie - Overige maaken procesindustrie
8.331
7.410
6.515
8.439
7.808
7.144
Bouw, handel en reparatie Logistiek en groothandel
23.930 32.233
25.339 31.257
27.042 30.250
24.144 32.458
26.261 32.144
28.759 31.716
Consumentendiensten Dienstverlening & ICT
54.300 44.638
54.893 45.888
55.643 47.388
54.686 44.906
56.468 46.998
58.372 49.315
Overheid, zorg en onderwijs
85.846
90.837
96.855
87.152
96.652
108.130
Landbouw
Twente
EIB Laag 1-1-2022 9.711
2. Locatietypevoorkeur De locatietypevoorkeur is het aandeel van de totale werkgelegenheid dat op een bedrijventerrein gevestigd is. We bepalen de locatietypevoorkeur van bedrijven op basis van LISA (2021) en op basis van een gekwantificeerde trendanalyse: • De meest recente LISA-gegevens vormen het uitgangspunt. De gegevens zijn uitgesplitst naar sector. Op basis van provinciale contouren van bedrijventerreinen is berekend welk deel van de werkgelegenheid op bedrijventerreinen is gevestigd. Op die manier wordt in het ramingsmodel per sector de locatietypevoorkeur bepaald. • Aan de hand van historische gegevens uit LISA analyseren we met het ramingsmodel de historische ontwikkeling van de locatietypevoorkeur per sector. Aan de hand hiervan maakt het ramingsmodel eerste aannames over de ontwikkeling van de locatietypevoorkeur per sector in de komende jaren. • Additioneel analyseren we de belangrijke trends en ontwikkelingen in relatie tot de ruimtevraag per sector en per regio. Deze kwantificeren we voor de locatietypevoorkeur. In onderstaande tabel geven we weer welke input we ten aanzien van locatietypevoorkeur hanteren voor de verschillende sectoren en regio’s.
49
Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034
Tabel 17: Ontwikkeling locatietypevoorkeur (LTV) per sector en regio Regio
Twente
West-Overijssel
Sector
LTV 2022
LTV 2031
Landbouw
0,8%
0,8%
Ontwikkeling 2022-2031 (%-punt) 0,0%
LTV 2041 0,8%
Ontwikkeling 2031-2041 (%-punt) 0,0%
Afval, energie en water Industrie - Kleding & textiel
85,5% 76,4%
86,8% 76,6%
1,3% 0,2%
87,6% 76,8%
0,9% 0,2%
Industrie - VGM Industrie - Chemie
76,4% 91,4%
77,7% 92,0%
1,2% 0,6%
79,0% 92,3%
1,4% 0,3%
Industrie - HTSM Industrie - Overige maak- en procesindustrie Bouw, handel en reparatie
89,6% 85,0%
90,6% 86,3%
1,0% 1,4%
91,2% 86,7%
0,6% 0,3%
60,8%
61,2%
0,4%
61,4%
0,2%
Logistiek en groothandel Consumentendiensten
76,1% 10,8%
78,1% 11,2%
2,0% 0,4%
79,2% 11,5%
1,1% 0,3%
Dienstverlening & ICT Overheid, zorg en onderwijs
37,5% 3,9%
38,7% 3,9%
1,2% 0,0%
40,6% 3,9%
1,9% 0,0%
Landbouw
9,2%
9,1%
0,0%
9,0%
-0,1%
Afval, energie en water Industrie - Kleding & textiel
64,5% 92,0%
64,9% 93,0%
0,4% 0,9%
65,1% 92,6%
0,2% -0,4%
Industrie - VGM Industrie - Chemie
79,1% 92,7%
79,2% 93,5%
0,1% 0,8%
79,3% 94,0%
0,1% 0,5%
Industrie - HTSM Industrie - Overige maak- en procesindustrie
85,4% 84,0%
86,7% 84,4%
1,3% 0,4%
87,5% 84,8%
0,8% 0,4%
Bouw, handel en reparatie Logistiek en groothandel
59,9% 81,0%
59,9% 82,5%
0,0% 1,5%
59,9% 84,1%
0,0% 1,6%
Consumentendiensten Dienstverlening & ICT
17,7% 36,0%
18,5% 36,6%
0,8% 0,6%
18,8% 37,1%
0,3% 0,5%
Overheid, zorg en onderwijs
7,1%
7,3%
0,3%
7,6%
0,3%
3. Terreinquotiënt De terreinquotiënt is het gemiddeld aantal m2 kavel per werkzaam persoon, onderscheiden naar sector. Als onderdeel van deze raming heeft een uitgebreide data-analyse plaatsgevonden om het huidige ruimtegebruik per sector in beeld te brengen. Daarbij is een koppeling gemaakt van bedrijfskavels op bedrijventerreinen en het vestigingenbestand van de provincie. Zo kan op bedrijfsniveau het ruimtegebruik in kaart worden gebracht. Op basis hiervan hebben we per regio en per sector het gewogen gemiddelde ruimtegebruik in de huidige situatie vastgesteld. De ontwikkeling van het terreinquotiënt per sector in de toekomst baseren we op: • De ontwikkeling van de algehele terreinquotiënt (totale netto uitgegeven voorraad gedeeld door totaal aantal banen op bedrijventerreinen) per regio. Dit geeft een beeld van de ontwikkeling van het gemiddelde ruimtegebruik en daarmee het intensiever of juist extensiever worden van ruimtegebruik in de regio’s. • De verhouding van het terreinquotiënt per sector in de regio’s ten opzichte van het terreinquotiënt per sector in de provincie. • Impact van trends en ontwikkelingen (zoals robotisering) op het ruimtegebruik per werknemer per sector.
50
Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034
Leegstand op bedrijventerreinen, of een verlies aan banen bij bedrijven heeft een opwaarts effect op de terreinquotiënten (minder personeel op hetzelfde oppervlakte). De leegstand op bedrijventerreinen is bij terreinquotiënten (impliciet) meegeteld. Tot een niveau van frictieleegstand is dit geen probleem. Leegstand bóven dit niveau vertekent de terreinquotiënten. Uit de analyses van leegstand/aanbod per regio blijkt dat er geen sprake is van overmatige leegstand in de verschillende regio’s. In onderstaande tabel geven we weer welke input we ten aanzien van terreinquotiënten hanteren voor de verschillende sectoren en regio’s. Tabel 18: Ontwikkeling terreinquotiënt (TQ) per sector en regio, in m² kavel
TQ 2041
Ontwikkeling 20312041 (in %)
TQ 2022
TQ 2031
Ontwikkeling 20222031 (in %)
TQ 2041
Ontwikkeling 20312041 (in %)
WestOverijssel
Ontwikkeling 20222031 (in %)
Twente
Sector
TQ 2031
Regio
EIB Hoog
TQ 2022
EIB Laag
Landbouw
1.221
1.221
0%
1.221
0%
1.221
1.221
0%
1.221
0%
Afval, energie en water Industrie - Kleding & textiel
1.461 476
1.461 523
0% 10%
1.461 549
0% 5%
1.461 476
1.461 547
0% 15%
1.461 574
0% 5%
Industrie - VGM Industrie - Chemie
241 324
265 372
10% 15%
278 409
5% 10%
241 324
265 388
10% 20%
278 447
5% 15%
Industrie - HTSM Industrie - Overige maak- en procesindustrie Bouw, handel en reparatie
227 307
261 353
15% 15%
287 389
10% 10%
227 307
273 369
20% 20%
314 424
15% 15%
230
230
0%
230
0%
230
230
0%
230
0%
Logistiek en groothandel Consumentendiensten
301 337
346 337
15% 0%
380 337
10% 0%
301 337
361 337
20% 0%
397 337
10% 0%
Dienstverlening & ICT Overheid, zorg en onderwijs
117 456
111 434
-5% -5%
106 412
-5% -5%
117 456
111 434
-5% -5%
106 412
-5% -5%
Landbouw
115
115
0%
115
0%
115
115
0%
115
0%
Afval, energie en water Industrie - Kleding & textiel
443 273
443 314
0% 15%
443 377
0% 20%
443 273
443 382
0% 40%
443 459
0% 20%
Industrie - VGM Industrie - Chemie
234 284
258 327
10% 15%
271 359
5% 10%
234 284
258 341
10% 20%
271 392
5% 15%
Industrie - HTSM Industrie - Overige maak- en procesindustrie Bouw, handel en reparatie
256 365
295 420
15% 15%
324 462
10% 10%
256 365
321 438
25% 20%
369 504
15% 15%
333
333
0%
333
0%
333
333
0%
333
0%
Logistiek en groothandel Consumentendiensten
227 287
261 287
15% 0%
287 287
10% 0%
227 287
272 287
20% 0%
299 287
10% 0%
Dienstverlening & ICT Overheid, zorg en onderwijs
120 135
114 128
-5% -5%
109 122
-5% -5%
120 135
114 128
-5% -5%
109 122
-5% -5%
51
Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034
Uitbreidingsvraag per regio en per sector in hectare Twente Sector ▼
Scenario ►
EIB Laag 2023 - 2031
EIB Hoog 2023 - 2031
2031 - 2041
2031 - 2041
Landbouw Afval, energie en water
0 2
0 -/- 2
1 9
0 7
Industrie - Kleding & textiel Industrie - VGM
3 3
0 -/- 3
11 3
7 -/- 3
Industrie - Chemie Industrie - HTSM
8 33
-/- 1 9
14 40
6 17
Industrie - Overige maak- en procesindustrie Bouw, handel en reparatie
7 17
-/- 13 18
28 27
12 31
Logistiek en groothandel Consumentendiensten
94 5
58 1
138 9
72 5
Dienstverlening & ICT Overheid, zorg en onderwijs
-/- 4 -/- 5
-/- 2 -/- 6
0 3
2 4
Totaal
162
59
282
161
… per jaar
20,3
5,9
35,2
16,1
West-Overijssel Sector ▼
Scenario ►
EIB Laag 2023 - 2031
EIB Hoog 2023 - 2031
2031 - 2041
2031 - 2041
Landbouw Afval, energie en water
0 3
0 3
1 5
1 6
Industrie - Kleding & textiel Industrie - VGM
4 2
6 -/- 2
16 3
10 -/- 2
Industrie - Chemie Industrie - HTSM
9 28
3 15
15 49
10 25
Industrie - Overige maak- en procesindustrie Bouw, handel en reparatie
6 25
-/- 7 34
27 37
17 50
Logistiek en groothandel Consumentendiensten
72 14
57 9
111 19
76 15
Dienstverlening & ICT Overheid, zorg en onderwijs
-/- 1 3
-/- 1 4
2 7
2 9
Totaal
164
122
292
219
… per jaar
20,5
12,2
36,5
21,9
52
Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034
B. Kwalitatieve vertaling uitbreidingsvraag en beoordeling aanbod Beoordeling aanbod Relevant is natuurlijk of het aanbod ook kwalitatief past op de uitbreidingsvraag. Waar moeten locaties aan voldoen om in de ruimtevraag te voorzien? We baseren ons daarbij op trends en ontwikkelingen, marktanalyse (recente uitgifte en transacties in de markt) en onze eigen langjarige monitoring van locatiedynamiek. We onderscheiden daarbij enkel ruimtelijk relevante factoren, die primair van belang zijn bij het maken van een locatiekeuze van een bedrijf. Dit zijn namelijk ook factoren waarop we het aanbod objectief kunnen beoordelen. We onderscheiden de volgende locatiefactoren: 1. Bereikbaarheid
2. Gebruiksmogelijkheden
3. Arbeidsmarkt
4. Omgevingskwaliteit
• Autobereikbaarheid • Multimodaliteit (spoor, water) • OV-bereikbaarheid
• Milieucategorie • Kavelomvang
• Beschikbaarheid beroepsbevolking
• Mate van stedelijkheid
Het belang van deze locatiefactoren brengen we in beeld per werkmilieu. In het hoofdrapport vindt u per regio en bedrijventerrein de uitkomsten van deze analyse. In onderstaande tabellen geven we een beschrijving van de vijf werkmilieus. We beoordelen het aanbod vanuit de profielen per werkmilieu. Dit doen we voor alle bedrijventerreinen met een harde planstatus, en minimaal 1 hectare uitgeefbaar. Van al deze terreinen hebben we de relevante kenmerken (zoals in bovenstaand tabel weergegeven) in beeld gebracht. De kenmerken van de locaties zijn geconfronteerd met profielen per milieu. Elk terrein krijgt op deze manier per werkmilieu een score tussen 0 en 100%. Deze scores zijn vervolgens ingedeeld in vier categorieën, zie onderstaand tabel. Categorie
Score < 30%
Toelichting Niet geschikt, voldoet niet aan cruciale markttechnische eis(en) vanuit de doelgroep.
30 – 59%
Markttechnisch ongeschikt. Voldoet niet aan het merendeel van de markttechnische eis(en) vanuit de doelgroep.
60 – 89% 90 – 100%
Geschikt, voldoet aan belangrijkste markttechnisch gestelde eisen vanuit de doelgroep. Volledig geschikt, voldoet markttechnisch aan alle eisen die de doelgroep stelt aan een vestigingslocatie.
De score groen of donkergroen betekent dat locaties, puur vanuit ruimtelijk relevante factoren, markttechnisch voldoen om het doelgroep vanuit het werkmilieu te huisvesten. Daarbij houdt dit model geen rekening met bijvoorbeeld het profiel of imago van een locatie. In de praktijk kan het voorkomen dat verschillen tussen locaties kleiner zijn dan de score doet voorkomen. Deze beoordeling geeft een eerste beeld van de markttechnische kwaliteiten van de locaties, en in hoeverre deze in de kwalitatieve vraag kunnen voorzien. We geven de resultaten weer per regio. Daarbij gaan we per regio in op de conclusies op hoofdlijnen. Hiermee geven we een eerste beeld van de kwalitatieve opgave per regio. Verdere uitwerking en verdieping moet plaatsvinden in de regionale programmering. Belangrijk voor de interpretatie van de uitkomsten per regio is dat hectares voor verschillende doelgroepen geschikt kunnen zijn. Een bedrijventerrein kan bijvoorbeeld geschikt zijn voor zowel een stedelijk als een regulier werkmilieu. Er zit zo bezien een dubbeltelling in het aanbod, maar uiteraard kan het aanbod maar een keer een bedrijf worden uitgegeven. Dus als het aanbod op dat bedrijventerrein aan een bedrijf vanuit een stedelijk milieu wordt uitgegeven, dan is dat niet meer beschikbaar voor een bedrijf op zoek naar een regulier milieu.
Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034
Toelichting werkmilieus Gemengd stedelijk 1. Beschrijving Impressie
Activiteiten
Type bedrijven
Handel en reparatie, (stedelijke) diensten als verhuur, schoonmaak, beveiliging, consumentendiensten, bedrijfsverzamelgebouwen, kleinschalige productie, R&D, opslag, werkplaats, last mile, showroom B2B & B2C; MKB, diensten, bouw, handel, kleinschalige stadslogistiek
Marktregio (reikwijdte) Voorbeelden Overijssel
Stedelijk gebied Voorst in Zwolle, Westerval in Enschede
2.
Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg
• Nabijheid uitvalswegen richting snelweg, aansluiting op fijnmazige stedelijke infra
Multimodaliteit Openbaar vervoer
• Nabijheid water- of spoorterminal is niet relevant • Bereikbaarheid met de bus (eventueel als onderdeel van ketenmobiliteit) en trein is een pré
Milieucategorie Kavelomvang
• Overwegend in de categorie 1, 2 (incidenteel 3.1) • Gemengd, tot circa één hectare
Campus 1. Beschrijving Impressie
Activiteiten Type bedrijven
Research and development, educatie, hoogwaardige productie Agrifood, HTSM en andere kennisintensieve (subsegmenten)
Marktregio (reikwijdte) Voorbeelden Overijssel
Nationaal tot internationaal Kennispark Twente in Enschede, High Tech Systems Park in Hengelo
2.
Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg Multimodaliteit Openbaar vervoer Milieucategorie Kavelomvang
• Goede bereikbaarheid over de weg (nabij snelweg) is een pré • Nabijheid water- of spoorterminal is niet relevant • Minimaal bereikbaar met de bus • Bereikbaarheid via een (metro/trein)station is een sterke pré • Overwegend in de categorie t/m 3.2 • Bepaalde research and development activiteiten hebben een hogere milieucategorie nodig • Kleiner dan een hectare
53
Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034
Regulier werkmilieu 1. Beschrijving Impressie
Activiteiten Type bedrijven
Handel en reparatie, opslag, werkplaats, productie/assemblage, transport/distributie B2B; MKB, bouw, groothandel, logistiek, industrie, diensten
Marktregio (reikwijdte) Voorbeelden Overijssel
Lokaal tot bovenlokaal (veelal binnen gemeentegrens) Weuste Noord in Wierden, Blankenfoort in Heino
2.
Locatiekenmerken Bereikbaarheid weg
• Ontsluiting niet door woongebied en nabijheid provinciale weg zijn een pré
Multimodaliteit Openbaar vervoer
• Nabijheid water- of spoorterminal is minder relevant • Bereikbaarheid met de bus is een pré
Milieucategorie Kavelomvang
• Overwegend in de categorie 3.1 t/m 4.2 • Vaak een mix van kavels van kleiner dan een hectare en enkele kavels tussen 1 á 2 hectare
Grootschalige distributie 1. Beschrijving Impressie
Activiteiten
Distributie, opslag/warehousing, assemblage
Type bedrijven Marktregio (reikwijdte)
E-commerce, logistieke dienstverlening, value added logistics, agrologistiek Regionaal tot internationaal
Voorbeelden Overijssel 2. Locatiekenmerken
XL Businesspark Twente in Almelo
Bereikbaarheid weg Multimodaliteit
• Probleemloze, niet door een woongebied lopende ontsluiting voor vrachtverkeer • Max. 5 min van snelwegafslag aan primaire logistieke as • Nabijheid water- of spoorterminal is een pré voor overslag van bulk- en containergoederen
Milieucategorie
• Nabijheid van arbeidspotentieel en bereikbaarheid via ov daarmee in belang gestegen als locatiefactor • Openbaar vervoer en gezamenlijke vervoersoplossingen zijn een pré • Overwegend t/m 3.2, incidenteel 4.2 (ADR/chemisch)
Kavelomvang
• (overwegend) vanaf 3 hectare
Openbaar vervoer
54
Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034
55
Grootschalige productie 1. Beschrijving Impressie
Activiteiten
Productie, recycling, circulair
Type bedrijven Marktregio (reikwijdte)
o.a. chemie, HTSM, industriële bouw (prefab), voedingsmiddelenindustrie Regionaal tot nationaal
Voorbeelden Overijssel 2. Locatiekenmerken
Zuiderzeehaven in Kampen, Broeklanden Zuid in Hardenberg, Dollegoor in Almelo
Openbaar vervoer
• Ontsluiting niet door woongebied en nabijheid provinciale weg zijn vereisten, snelweg is pré • Nabijheid water- of spoorterminal zijn voor bepaalde segmenten een randvoorwaarde en voor anderen een pré • Bereikbaarheid met het OV is van ondergeschikt belang
Milieucategorie Kavelomvang
• Hogere milieucategorieën: 4.1 of hoger • Overwegend kavels vanaf circa 1 hectare
Bereikbaarheid weg Multimodaliteit
Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Provincie Overijssel
Advies t.b.v. Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Provincie Overijssel Thema’s: Circulariteit, klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit en natuurinclusiviteit In deze programmeringsafspraken staan processtappen om te komen tot integraal duurzame en toekomstbestendige bedrijventerreinen. Als duiding worden de belangrijkste ontwikkelingen en uitgangspunten benoemd, waarna concreet wordt ingegaan op de toepassing van benodigde kwaliteitscriteria. Grond is schaars in Nederland, zeker met de grote opgaven waar we voor staan. Het maakt dat vraag en aanbod, beleid, wet- en regelgeving en belangen soms recht tegenover elkaar staan, met alle spanningen die dat meebrengt. Nieuw aangewende gronden door gemeenten komen niet veel meer voor en het is maar de vraag of dat ook de juiste manier is; moeten we nog greenfields blijven inzetten is het beter te werken met vrijgekomen brownfields? Als onderlegger voor deze actuele vraagstukken heeft de provincie Overijssel programmeringsafspraken geformuleerd.
Overijssel werkt aan gezonde economie en bedrijventerreinen Overijssel staat bekend als gezonde provincie voor bedrijven en bedrijventerreinen. Dat houden we graag zo, mede in het belang van bedrijven. Daarom zetten we in op circulariteit. Met het vormgeven van een circulaire economie creëren we nieuwe kansen op gebied van werkgelegenheid, samenwerking en gezondheid. Tegelijk dragen we bij aan de eerdergenoemde transities van energie, klimaat, biodiversiteit en natuurversterking. Het Oosten van Nederland – en zeker Overijssel – is de afgelopen jaren in trek bij ondernemers, onder andere door de inzet op toekomstgerichte economische pijlers. Om de voordelen van goede bereikbaarheid en toekomstbestendigheid vast te houden, is het nodig dat bedrijventerreinen een sterke rol hebben in de transitie naar een circulaire economie. Want het overgrote deel van de verschillende soorten stromen (grondstoffen, energie, mobiliteit) komt daar samen.
Circulaire economie Overijssel Naast de verschillende stromen, zijn bedrijventerreinen in een circulaire economie plekken van samenwerking. Hier zijn overheden, beheerders en bedrijven partners die samenwerken aan de transitieopgaven. Een bedrijventerrein is toekomstbestendig en creëert waarde wanneer er integraal aandacht is voor alle opgaven; (sociale) economie, duurzame energie, circulariteit, klimaat, gezondheid en ecologie. De provincie heeft een rol in het afstemmen van planning, realisatie, beheer en herstructurering. Hoe ze dat wil doen is vastgelegd in de Omgevingsvisie, beleid en programma’s. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de openbare ruimte op de terreinen, maar hebben vaak ook eigen doelen de verschillende opgaven. Wederzijdse afstemming is dus van wezenlijk belang. Op bedrijventerreinen vindt veel invoer en uitvoer van grondstoffen, goederen en producten plaats. Het goed in kaart hebben en benutten van deze stromen is cruciaal voor het slagen van een circulaire economie. Naast afstemming tussen de verschillende overheden, vraagt het om verandering van bedrijfsvoering bij ondernemers, wat consequenties kan hebben voor hun bedrijfspanden en dus ook op de inrichting van bedrijventerreinen. Kortom; in een circulaire economie zijn samenwerking en collectiviteit onmisbare pijlers. Pagina 1 van 7
Advisering t.b.v. Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Provincie Overijssel
Wet- en regelgeving als versneller van de transitie De provincie Overijssel volgt de nationale doelstellingen om in 2050 volledig circulair en klimaatneutraal te zijn. Dat houdt in dat producten en grondstoffen hergebruikt worden in een productieketen die gevoed wordt door hernieuwbare energie. Dat vraagt om concrete acties in het hier en nu en staat – zoals inleidend benoemd – op gespannen voet met bestaande doelstellingen voor woningbouw, vergroening of natuurbehoud. Een tweede element is dat midden- en kleinbedrijf vanuit de Europese Green Deal in toenemende mate verplicht is tot verduurzaming én het rapporteren daarover. Dat lijkt nog ver weg, maar heeft ook nu al concrete invloed op de groep ondernemers die veelal op de Overijsselse bedrijventerreinen is gevestigd. De snelheid waarmee deze Green Deal zich ontwikkeld is groot en ook hier geldt dat goed voorbereid zijn een must is. Wat komt er op ons af? Nieuwe wet- en regelgeving ontwikkelt zich steeds meer als sturend naar een circulaire economie, zowel vanuit Europa als in Nederland. Veel is al bij de markt bekend en wordt reeds uitgevoerd. Maar er zijn ook een
aantal nieuwe reguleringen die maken dat we verder moeten nadenken over de afspraken die we met elkaar vaststellen. Hieronder volgen de belangrijkste voorbeelden. EU-Taxonomie (EU) Een deel van het midden- en kleinbedrijf – vanaf een bepaalde omvang – moet al voldoen aan de EUtaxonomie. De nieuwe EU-taxonomie geldt als leidraad voor investeringen in duurzaamheid. Veelal bedrijven met betrekking tot energie, bosbouw, maakindustrie, transport en gebouwen moeten hieraan voldoen. Wordt er niet aan de vraag voldaan, dan bestaat de mogelijkheid dat een financiering wordt afgewezen. Construction Product Regulation (EU) Fabrikanten en leveranciers van bouwproducten die binnen het toepassingsgebied vallen, zijn verplicht om te voldoen aan de Construction Product Regulation (CPR; aangenomen in maart 2022). De CPR vervangt de Bouwproductierichtlijn (BPR) en vraagt naast het CE-keurmerk ook aantoonbaar te maken hoe producten blijvend verwerkt kunnen worden in andere gebouwen of een deel daarvan. Daarnaast moeten de producten voorzien zijn van een goedgekeurd EN-15804. Dit wil zeggen dat alle bouwproducten een Environmental Product Declaration (EPD) moeten hebben. In Nederland worden de EPD’s verzameld in de Nationale Milieudatabase (NMD) en dienen als input voor de MilieuPrestatieGebouwen (MPG) dat in het bouwbesluit onder artikel 3.1 is opgenomen.
Dat artikel is verplicht voor kantoren en woningbouw om uit te voeren in de omgevingsvergunning. MilieuPrestatieGebouwen (NL) De MPG Met gebruik van de MilieuPrestatieGebouwen (MPG) zet de overheid in op reductie van grondstoffen in gebouwen en duurzame producten stimuleren. De MPG is daarmee een belangrijke maatstaaf voor een duurzaam gebouw; het wordt uitgedrukt in schaduwkosten per vierkante meter/ bruto vloeroppervlak. In juli 2021 is de MPG voor woningen en kantoren aangescherpt van 1,0 naar 0,8 en een nieuwe aanscherping 0,8 naar 0,4 volgt. (Zie bouwbesluit) Nationale Milieu Database Zowel vanuit Europa als in Nederland groeit de behoefte om grondstoffen inzichtelijk te hebben. Hiervoor wordt het instrument NMD ingezet. Het gevolg is dat we steeds nauwkeuriger in de MPG kunnen berekenen wat de milieuschade van een gebouw is. Vanuit de overheid worden Pagina 2 van 7
Advisering t.b.v. Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Provincie Overijssel
voorbereidingen getroffen om de MPG niet alleen voor kantoren en woningen te verplichten, maar voor alle bouwwerken. Daarnaast maakt de overheid al gebruik van de MPG voor bedrijven als het gaat om stimulering van duurzame gebouwen onder de MIA/Vamil regeling vanuit het RVO. Met de MPG kan aangetoond worden hoe groot de milieulast is van een gebouw. Om in aanmerking te komen voor fiscaal voordeel mag de MPG maximaal 0,3 € per m2/ bvo bedragen.
Focus is belangrijk, balans is beter De verschillende transities grijpen dus in elkaar, met soms conflicterende doelen. Dat kan verlammend werken, waar begin je en wat is goed? Daarom is het goed om focus aan te brengen op hoofdlijnen, om te beginnen door bijvoorbeeld drie transities te benoemen: • • •
Klimaat opgave (energietransitie); Duurzaamheidsopgave (economietransitie); Circulaire opgave (materialentransitie).
Daarmee zijn de bestaande tegenstrijdigheden niet zomaar opgelost, maar is het wel makkelijker de verschillende transities met elkaar in samenhang te brengen. Voor ondernemers is het daarbij nog relevant om duidelijkheid te hebben; een eenduidige aanpak met heldere processtappen zodat zij weten waar ze aan toe zijn. Met een dergelijke integrale aanpak komt de aandacht vanzelf te liggen op meervoudige waarde creatie. Samenwerkingspartner Stichting Building for Good heeft hiervoor methode ontwikkeld die de transities in zes stappen overzichtelijk en realiseerbaar maakt voor alle betrokken partijen. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Reductie Synergie Energie Landschappelijk Grondbeleid Management
Op de laatste pagina van deze bijlage vindt u bovenstaande stappen terug in een tabel, waarbij elke stap is voorzien van een puntsgewijze uitwerking in concreet toepasbare en meetbare acties. Deze zijn inhoudelijk zo opgezet dat ze voldoen aan actuele wet- en regelgeving. Bij volledige uitvoering betekent dat er de mogelijkheid bestaat tot subsidie of fiscaal voordeel.
Gezamenlijke benefits voor zowel gemeenten als ondernemer Het actief gebruiken van het zes stappen model, maakt dat bedrijventerreinen flexibeler worden ingericht en beter bestand zijn tegen veranderingen. Door dit samen op te pakken als overheden en ondernemers zal het wederzijds vertrouwen én inzicht in elkaars belangen toenemen – wat weer leidt tot een beter proces. Ook hier is de circulaire gedachte dus een pluspunt. Naast goede samenwerking zorgen de programmeringsafspraken er ook voor dat er aantrekkelijke schone en gezonde werklocaties ontstaan. Uit ervaring is bekend dat daardoor het ziekteverzuim ook daalt. Tot slot kun je door slim samenwerken en delen ook het huidige probleem van netcongestie voorkomen (d.w.z. dat er te weinig capaciteit is op het stroomnet om iedereen van energie te
Pagina 3 van 7
Advisering t.b.v. Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Provincie Overijssel
voorzien). Het onderscheidend vermogen dat dit met zich meebrengt, is weer aantrekkelijk voor nieuwe (innovatieve) bedrijven en die brengen ook weer frisse ideeën of verdienmodellen mee.
Wat vraagt dit van de gemeenten Om de voordelen van goede bereikbaarheid en toekomstbestendigheid vast te houden op bedrijventerreinen, is het nodig dat de gemeenten regie nemen in aansturing bij (her)ontwikkeling. In die rol zijn drie thema’s belangrijk om goed voor ogen te houden: • • •
Zorg voor diverse mix van bedrijven uit verschillende sectoren (deze mix zorgt ervoor dat bedrijven elkaar kunnen versterken op het gebied van uitwisseling grondstoffen of te wel circulaire ketens en het zorgt voor een evenwichtige balans op het terrein) Maak het mogelijk dat alles goed kan ‘stromen’ (zowel energie, mobiliteit als grondstoffen) Draag bij aan integrale gebiedsontwikkeling via goede samenwerking (de eerdergenoemde privaat-publieke partnerschappen)
Van verdienmodel naar waarde creatie Tot slot is het van belang om een overstap te maken in het denken vanuit een verdienmodel naar (meervoudige) waarde creatie, met name in de sturing op grond. Door aan circulaire gebiedsontwikkeling te doen zijn enerzijds de milieuklasse wijzigingen of wijziging van functie geborgd en anderzijds geeft het een stimulans aan gebruikers om grond te leasen/ pachten in plaats van kopen. In een grondexploitatie lopen deze kosten gefaseerd mee in het lineaire model. De voordelen van op deze manier actief sturen op grondbeleid is dat een circulaire economie makkelijker vorm krijgt; regie en zeggenschap liggen immers in de gezamenlijkheid. Als voorbeeld staat hieronder een vergelijking tussen een traditionele aanpak en een nieuw duurzaam, geïllustreerd met een overzicht op basis van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Het maakt duidelijk hoe met een duurzame integrale aanpak te komen is tot toekomstbestendige bedrijventerreinen. Traditionele bedrijventerreinen Vastgoed is vaak zo kostenefficiënt mogelijk ontwikkeld - vaak door een ontwikkelaar – en de openbare ruimte is voor de gemeente en kenmerkt zich vooral door een inrichting op gemotoriseerd transport. Bij grotere bedrijventerreinen is vastgoed vaak in handen van beleggers, bij terreinen met kleinere ontwikkelingen (gebouwtypes < 8.000m²) is juist veel direct eigenaarschap.
In beide gevallen gaat het ten koste van gezamenlijkheid. De grote terreinen ontberen zeggenschap, bij kleine terreinen is die versnipperd. Duurzame bedrijventerreinen Hier staat een integrale aanpak voorop, met een focus meervoudige waarde creatie voor het gehele terrein. In samenwerking en eigen regie wordt gewerkt aan de verschillende duurzame thema’s in samenhang. Gezamenlijkheid en gedeeld belang zijn hier groot. Door de financiële aandacht nog te verschuiven van de korte(re) termijn naar de totale levensduur van vastgoed (Total Cost of Ownership, TCO), is beter en sneller in te zetten op revitalisatie van bestaande bedrijventerreinen.
Pagina 4 van 7
Advisering t.b.v. Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Provincie Overijssel
Figuur 1: Ontwerptool ontwikkelingen, Stichting Building for Good
Hieronder wordt de tabel getoond die hoort bij de zes stappen uit, ‘Focus is belangrijk, balans is beter’. Alle 6 stappen komen terug als thema, waarbij elke stap is voorzien van een puntsgewijze uitwerking in concreet toepasbare en meetbare acties. De onderstaande thema’s en kwaliteitseisen kunnen door gemeenten verder worden uitgewerkt in een afwegingskader op gebieds- en/of gebouwniveau, rekening houdend met de lokale situatie. Dat vraagt om goede afstemming voor elke casus. Programmeringsafspraken Thema Vereiste Reductie
• • •
Synergie
•
• •
•
Om milieuimpact meetbaar te maken en daarop te kunnen sturen, wordt er gebruik gemaakt van de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken versie 1.1 (maart2022) Er wordt op gestuurd om de MPG niet hoger dan max. 0,4 € per m²/bvo te laten komen in ontwerp- en bouwfase. Sturing op de MPG-methode, met onderlegger levenscyclusbenadering wordt tevens gebruikt om circulaire ontwerp- en bouwmethodieken te waarderen. Opgenomen wordt dat voor het gebouw minimaal de hoofd draagconstructie, buitengevel, dak en energie- en warmte-installatie demontabel en remontabel aangebracht worden. Door elementen en onderdelen op te delen in percentages ontstaat er een verdeling van, de mate van circulariteit. Op basis van ambities kan gestuurd worden op de mate van circulair bouwen. Dit wordt weergegeven in percentage per niveau. Zo wordt het proces inzichtelijk en meetbaar voor alle stakeholders. Om het overzichtelijk en meetbaar te houden kan het gebouw het beste ingedeeld worden in onderdelen. Er is een verplichting om een Programma van Eisen (PVE) in te dienen waarin aantoonbaar inzage wordt gegeven in de mate van circulariteit, de mate van losmaakbaarheid en de mogelijkheden voor recycling van grondstoffen.
Pagina 5 van 7
Advisering t.b.v. Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Provincie Overijssel
Energie
• • • •
Landschappelijk
• •
•
•
Grondbeleid
• • • •
• •
Management
• •
• • • • •
Tijdens de omgevingsvergunning dient aantoonbaar te worden gemaakt dat het dakoppervlak geschikt is, voor het dragen van PV-panelen/windmolens/groendak of een combinatie hiervan De extra opgenomen maatregelen dienen door de constructeur te zijn gevalideerd. Wanneer er geen energieopwekking kan plaatsvinden op of aan het gebouw, dient er een inventarisatie gemaakt te worden van andere mogelijkheden van energieopwekking op eigen perceel of energie-uitwisseling. Er wordt gestuurd op initiatieven rondom smart-grid oplossingen en/of energie-hubs. Hier is in de planontwikkeling al rekening mee gehouden. Dit voorkomt congestieproblemen (netcapaciteitsproblematiek) Bij het indienen van de omgevingsvergunning dient een duidelijke visie te worden geschreven waarin aantoonbaar nagedacht is over hoe een aantrekkelijke toekomstbestendige en gezonde leefomgeving voor mens en dier wordt gecreëerd. In deze visie moet aantoonbaar opgevoerd worden hoe biodiversiteit en natuurinclusief binnen het plan wordt verankerd, hittestress wordt voorkomen en op welke manier in water irrigatie en infiltratie is voorzien. De maatregelen voor landschappelijke inpassingen worden beschreven voor het perceel van de gebruiker. Gemeenten kunnen vervolgens in overleg met de gebruiker onderzoeken of ze aansluiting kunnen maken op de landschappelijke inpassingen of andersom.
Er wordt gestuurd op een integrale aanpak (samenwerking publiek-privaat), om zo gezamenlijk invulling te geven aan landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing. Lineaire ontwikkelingsplannen herkennen en ombuigen naar circulaire ontwikkelingen Geen ontwikkelingen voor de leegstand Er wordt in gesprek gegaan met de ontwikkelende partij, om te onderzoeken wat hun ambitie is. Lokale overheden stimuleren en bieden handvatten om ambities te upgraden Lokale overheden gaan in gesprek met ontwikkelaars om de mogelijkheden te onderzoeken betreffende erfpacht, terugkoopgaranties, recht op eerste koop gezamenlijke planontwikkeling. Op nieuw te realiseren bedrijventerreinen worden meer functies gecombineerd om zo een gezondere mix op terreinen te realiseren en het aantrekkelijk te maken en gezonde werklocatie te bewerkstelligen. Lokale overheden starten met co-creatie, het stimuleren van pilotprojecten en zetten in op gezamenlijke ontwikkeling van bedrijventerreinen. (Zie Balans tussen ambitie en uitvoering) Bij het indienen van de omgevingsvergunning dient de mate van duurzaamheid en circulariteit aantoonbaar geborgd te worden middels een visiedocument. Naast de borging in het visiedocument dient er een Plan van Eisen ingediend te worden.
Hieruit moet naar voren komen dat er is nagedacht over reductie van grondstoffen, de demontage en remontage van het gebouw, dit met het idee dat het gebouw in de toekomst ergens anders weer kan worden opgebouwd. Er is aantoonbaar nagedacht over de manier waarop grondstoffen opnieuw hoogwaardig terug in de grondstofketen gebracht kunnen worden. In het PVE kan ook de mogelijkheid aangehaald worden om te kiezen voor een duurzaamheidscertificaat. Dit certificaat moet een bedrijfsmiddelencode bevatten, die bekend is bij RVO in de brochure MIA/Vamil 2023. Daarnaast dient expliciet aangegeven te worden in het duurzaamheidscertificaat dat circulariteit geborgd is, of er is specifiek gekozen voor de bedrijfsmiddelencode ‘Circulair Bouwen utiliteit’. In het PVE wordt duidelijk omschreven hoe biodiversiteit en natuurinclusief wordt verankerd. Er komt een verplichting tot het opzetten en lidmaatschap van parkmanagement Tabel 1. Uitwerking programmeringsafspraken Provincie Overijssel
Pagina 6 van 7
Advisering t.b.v. Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Provincie Overijssel
1
1
Bron: Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie
² Bron: Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 en het Klimaatakkoord
Voor het tot stand komen van deze bijlage ‘Programmeringsafspraken Provincie Overijssel’, is gebruik gemaakt van meerdere bronnen. -
Nationaal Deltaprogramma 2022 Kennisportaal klimaatadaptatie/ Werkregio’s/ Nationale klimaatadaptatiestrategie 2016 EU-biodiversiteitsstrategie voor 2023 Taxonomieverordening en gedelegeerde handelingen 22 juni 2020 Bouwproductenverordening (CPR) Nationale Milieudatabase (de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken) Environmental Performance Assessment Method for Construction Works Prestatieverklaring en CE-markering
Stichting Building for Good aan Provincie Overijssel Dit stuk is opgemaakt door: Cor van Dijken, Directeur bestuurder
Pagina 7 van 7