14.2.5 Belastingverordeningen 2025 - bijlage 5 - Verordening Havengelden jachthaven - getekend
Tekst van het document
Verordening havengeld jachthaven Almelo centrum en overig liggeld 2025 De Raad van de Gemeente Almelo; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 10 oktober 2024; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet; besluit: de volgende verordening vastte stellen: Verordening op de heffing en invordering van havengeld jachthaven Almelo centrum en overig liggeld 2025.
Artikel 1. Aard Krachtens deze verordening wordt geheven: a)
Havengeld jachthaven Almelo Centrum;
b) liggeld anders dan voor beroepsvaart.
Artikel 2. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a) vaartuigen: alle soorten van drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen; b) havenmeester: de havenmeester van de gemeente Almelo of diens plaatsvervanger c) etmaal of dag: een tijdvak van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur; week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen; maand: een tijdvak van dertig achtereenvolgende dagen; kwartaal: een kalenderkwartaal; jaar: een kalenderjaar. d) gemeentelijk vaarwater: het in eigendom aan de gemeente toebehorende of bij
haar in onderhoud of beheer zijnde openbaar vaarwater; e) Historisch schip: Een schip dat is oogenomen in het Register Varend Erfgoed Nederland (RVEN) en voldoet aan zowel de algemene criteria van het Register als aan de specifieke criteria - volgens de betreffende behoudsorganisatie- voor het type schip;
f)
Woonboot: een vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is voor bewoning;
Intern-93216
meter (lengte): De lengte van een vaartuig wordt gemeten over de grootste lengte op de waterlijn inclusief boegspriet; meter (vierkante): vierkante meter, gemeten over de grootste lengte x de grootste
breedte; pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor sportieve of recreatieve doeleinden; Jaarplaats: periode van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende belastingjaar Winterplaats: periode van 1 januari tot en met 31 maart en 1 oktober tot en met 31 december van het betreffende belastingjaar Zomerplaats: periode van 1 april tot en met 30 september van het betreffende belastingjaar
Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam “liggeld” wordt een recht geheven voor het innemen van een ligplaats met een pleziervaartuig of woonboot.
Artikel 4 Belastingplicht Belastingplichtig is degene, die met een pleziervaartuig of woonboot gebruik maakt van een ligplaats.
Artikel 5. Maatstaf van heffing en tarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in
hoofdstuk 2 de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van de in de verordening en tarieventabel gegeven aanwijzingen en bijzondere bepalingen. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6. Belastingtijdvak 1. Indien voor een ligplaats een vergunning wordt afgegeven, dan is het belastingtijdvak de periode waarvoor een vergunning voor een ligplaats geldt, met
dien verstande dat bij een vergunning voor meer dan een jaar het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbarefeit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Intern-93216
Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld 1. In de gevallen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is het liggeld verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. In de gevallen, anders dan die bedoeld in artikel 6, lid 1, is het liggeld verschuldigd bij aanvang van het gebruik van de ligplaats.
Artikel 8. Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag of bij wege van een gedagtekende schriftelijkke kennisgeving, waaronder wordt begrepen een notaof andereschriftuur.
Artikel 9. Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moethet recht worden betaald ingeval: a. Bij wege van aanslag wordt geheven, binnen een maand na dagtekening van de aanslag. Dit geldt ook in geval het totaalbedrag van de op één aanslag verschuldigde bedrag door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kan worden afgeschreven. b. Bij wege van schriftelijke kennisgeving wordt geheven als bedoeld in artikel 8, op het momentvan uitreiken van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwetis niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.
Artikel 10. Kwijtschelding Bij de invordering van het havengeld Jachthaven Almelo centrum en overig liggeld wordt
geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11. Overgangsrecht 1. De “Verordening havengeld jachthaven Almelo centrum en overig liggeld 2024” vastgesteld op 9 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.
Intern-93216
Artikel 12. Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.
2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
Artikel 13. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening havengeld jachthaven Almelo
centrum en overig liggeld 2025”
Gedaan ter openbare vergadering van 7 november 2024, t
de griffier,
deburgemeester,;
- a New
a
rs. J.WScherpenzeel
Intern-—93216
TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE ‘VERORDENING HAVENGELD JACHTHAVEN CENTRUM ALMELO EN OVERIG LIGGELD 2025’ Hoofdstuk 1 Algemeen 1
Alle in deze verordening opgenomen tarieven zijn exclusief omzetbelasting.
2
Een gedeelte van een eenheid (dag, week, etc) wordt voor een volle eenheid aangemerkt
Hoofdstuk 2 Liggelden jachthaven en ligplaatsen anders dan voor beroepsvaart Het liggeld voor een pleziervaartuig in gemeentelijk vaarwater bedraagt op een daartoe ingerichte ligplaats met voorzieningen (elektra, douche, toilet) per strekkende meter voor:
1
a
één dag of gedeelte daarvan:
€ 1,35
tweeof drie dagen (3=2 regeling):
€ 2,70
vier dagen:
€ 4,05
vijf of zes dagen (4=6 regeling);
€ 5,40
Voor een historisch schip is geen liggeld verschuldigd.
2
b
in afwijking van het bepaalde onder a. worden de onder a. genoemde tarieven verminderd met 30% indien 10 of meer pleziervaartuigen collectief lignlaatsen innemen en het liggeld wordt voldaan door een vertegenwoordiger van het collectief
c
voor een jaarplaats per vierkante meter met een minimum van 25 vierkante meter
d
voor een winterplaats per vierkante meter per kwartaal met
e
voor een zomerplaats per vierkante meter met een
een minimum van 25 vierkante meter
minimum van 25 vierkante meter
€ 18,35 € 4,55
€ 12,70
Hetliggeld voor een pleziervaartuig in gemeentelijk
vaarwater bedraagt op een daartoe ingerichte ligplaats
zonder voorzieningen (elektra, douche, toilet) per strekkende meter van de onder hiervoor onder 1a vermelde tarieven
Intern-93216
50%
3
Het tarief bedraagt voor het innemen van een ligplaats met een woonboot, voor zover het verblijf in de gemeente veertien al dan niet achtereenvolgende dagen binnen hetzelfde kalenderjaar te boven gaat: per maand: per strekkende meter
€ 2,60
met een minimum per boot van
€ 30,45
per jaar: per strekkende meter
€ 16,85
met een minimum per boot van
€ 244,45
Behoort bij besluit van de raad van 7 november 2024,
de raadsgriffier van Almelo,
‘ Scherpe Zell
Intern-93216