14.1 Vaststelling bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat - Bijlage 1 - Bestemmingspl. Compleet Analoog BP Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstr..pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat NL.IMRO.0141.00121-
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Inhoudsopgave
T oelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer
6 6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Almelo 2.2 Huidige situatie plangebied
9 9 9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Algemeen 3.2 Gewenste ontwikkeling 3.3 Verkeer en parkeren
11 11 11 12
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
14 14 16 21
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Fysieke veiligheid
24 24 25 26 27 28 31 32 33 34 36
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
39 39 41
Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
44 44 44 45
Hoofdstuk 8
46
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen
47 47 47 47
Bijlagen bij de toelichting
48
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
3
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Bijlage 1
Bodemonderzoek
49
Bijlage 2
Asbestinventarisatierapport
99
Bijlage 3
AERIUS berekening
136
Bijlage 4
Quickscan Natuurwaardenonderzoek
154
Bijlage 5
Watertoetsresultaat
184
Regels
187
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
188 189 192
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Maatschappelijk
193 194
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
196 197 198 199 200 201
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
202 203 204
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
4
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
5
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de W.A. Gruyterstraat 1 in de stad Almelo bevindt zich een perceel met een maatschappelijke bestemming. In het verleden zijn in het pand verschillende maatschappelijke voorzieningen gevestigd geweest en de bebouwing staat op dit moment tijd leeg. Dagelijks Leven (initiatiefnemer) is voornemens alle bestaande bebouwing op het perceel te slopen en ter plaatse een woonzorgvoorziening voor dementerende ouderen te realiseren. Dagelijks Leven is als organisatie actief in de verpleegkundige zorg voor mensen met verregaande geheugenproblemen (o.a. dementie). De zorgorganisatie werkt overal in Nederland aan de realisatie van kleinschalige woonzorgvoorzieningen midden in de wijk en daarmee in de samenleving. Om de zorg optimaal uit te kunnen voeren is de organisatie bezig met het ontwikkelen van een nieuwe woonzorgvoorziening in Almelo. Het concrete voornemen betreft de bouw van een woonzorgvoorziening ten behoeve van 24 uurs verpleeghuiszorg voor mensen met verregaande geheugenproblemen. In het gebouw worden 20 studio's met eigen sanitaire voorzieningen en een pantry gerealiseerd. Ook is er een logeerkamer voor crisisopvang of respijtzorg. De gewenste ontwikkeling past qua gebruiks- en bouwmogelijkheden niet binnen het geldende bestemmingsplan ''Sluitersveld'', waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische vertaling van het voornemen. In dit plan zal worden aangetoond dat de herziening van het bestemmingplan in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ambt-Almelo, sectie B, nummers 10493 en 10528. In afbeelding 1.1 wordt de ligging van het plangebied in de Almelo (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning) weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat" bestaat uit de volgende stukken: regels (met bijbehorende bijlagen); verbeelding (NL.IMRO.0141.00121-BP31) en een renvooi; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
6
NL.IMRO.0141.00121-BP31
het plangebied. De toelichting (met bijbehorende bijlagen) vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
1.4
Huidige planologische situatie
1.4.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de planbegrenzing van het bestemmingsplan “Sluitersveld”. Dit bestemmingsplan is op 26 maart 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Almelo. Daarnaast ligt het plangebied binnen de planbegrenzing van de bestemmingsplannen ''Parapluherziening parkeren” (vastgesteld op 5 juni 2018) en “Parapluherziening wonen” (vastgesteld op 23 maart 2020). In relatie tot onderhavig plan is met name het bestemmingsplan "Sluitersveld" van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van dat bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijning.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan "Sluitersveld" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2 Beschrijving bestemmingen De gronden in het plangebied zijn bestemd met de enkelbestemmingen 'Verkeer', 'Groen' en 'Maatschappelijk -1' met gedeeltelijk een bouwvlak. Hierna worden deze bestemmingen voor zover relevant kort beschreven. 'Verkeer' De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden, groen- en speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen 'Groen' De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, tuinen, fietsen/of voetpaden, waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen, sportvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
7
NL.IMRO.0141.00121-BP31
van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen 'Maatschappelijk - 1' De voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor sociale en culturele voorzieningen, zoals een verenigings- en wijkgebouw, openbare dienstverlening en horeca. Hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.
1.4.3 Strijdigheid De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Het realiseren van een woonzorgvoorziening past niet binnen de geldende bouw- en gebruiksregels. Voorliggend bestemmingsplan voorziet voor deze ontwikkeling in een passend juridisch planologisch kader.
1.5
Leeswijzer
De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planbeschrijving Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en het op dit moment geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het gebied beschreven (functionele, stedenbouwkundige en verkeersstructuur). Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Almelo beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
8
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Hoofdstuk 2
De huidige situatie
In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Dit hoofdstuk gaat zowel in op de ontstaansgeschiedenis van Almelo, de omgeving waarin het plangebied zich bevindt als op het plangebied zelf.
2.1
Almelo
Almelo ontstond in de 11e eeuw als nederzetting op een kruispunt van land- en waterwegen. Het werd omsloten door moerassen, een landschap dat is te vergelijken met het huidige natuurmonument Engbertsdijksvenen bij Vriezenveen. Almelo was een levendig handelscentrum met kooplui, schippers, vissers, boeren en ambachtslieden. Huize Almelo wordt voor het eerst genoemd in 1236 maar bestond waarschijnlijk al langer. Het is nog steeds in handen van de familie Van Rechteren Limpurg. In de middeleeuwen ging de heer van Almelo over zowel rechtspraak als het kerkelijk en het openbaar bestuur. Tegenwoordig beheert hij landerijen en bossen en houdt zich bezig met restauratie van panden in de binnenstad van Almelo. Omdat Almelo op een kruispunt ligt van land- en water wegen ontwikkelde het zich tot een bloeiende textielstad met ondernemers van internationale allure. Landhuizen en villa’s zoals de Bellinckhof herinneren nog aan de zeer welgestelde families die in Almelo woonden. In de 17e en 18e eeuw kwamen er steeds meer huisweverijen, maar met de komst van de stoommachine (1830) werd de productie volledig fabrieksmatig. Er werden kanalen gegraven en er kwam een spoorlijn om alle goederen te vervoeren. Van heinde en verre kwamen arbeiders naar Almelo en het bevolkingsaantal nam zeer snel toe. Vanaf 1970 nam de concurrentie van lagelonenlanden sterk toe.
Dat leidde tot massale bedrijfssluitingen. Omdat er nauwelijks werk was in andere sectoren, schoot het werkloosheidspercentage omhoog. Almelo werd gedwongen dat probleem op een eigenwijze manier het hoofd te bieden. Een uitgebreide stadsvernieuwing zette de toon voor herstel. Hierbij werden de meeste textielfabrieken gesloten maar sommige markante gebouwen zijn behouden als eerbetoon aan de rijke textielhistorie van Almelo. De malaise in de textiel was desastreus voor de Almelose economie maar vormde tegelijkertijd het begin van een metamorfose. Het hele centrum ging op de schop waarbij industriële gebouwen plaats maakten voor woningbouw, winkels, cultuurvoorzieningen, horeca en veel groen. Er werd een begin gemaakt met de renovatie van oude arbeiderswijken, waarvan tuindorp De Riet een monumentale uitstraling heeft. Aan de zuidkant van Almelo, aan de zuidzijde van de Weezebeeksingel en de Nijreessingel verschenen moderne woonwijken in een groene setting zoals Windmolenbroek en 't Nijrees voor het nog steeds toenemende aantal inwoners.
2.2
Huidige situatie plangebied
Zoals in de aanleiding reeds is benoemd bevindt het plangebied zich aan de W. A. de Gruyterstraat in de stad Almelo. De locatie ligt in de wijk Sluitersveld en aan de oostrand van de stad. Ten zuiden van het plangebied loopt het Amelo-Nordhorn kanaal met daarachter het buitengebied. De directe omgeving wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door woonfuncties aan de oostzijde en een park met een aantal vijvers. De wijdere omgeving van het plangebied wordt vooral gekenmerkt door de omliggende woonwijken en door agrarische gronden aan de zuidzijde. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een éénlaags gebouw, voor het overige bestaat het uit verharding rondom het gebouw en groenvoorzieningen. In afbeeldingen 2.1 en 2.2 is middels een luchtfoto en een straatbeeld vanaf de W.A. de Gruyterstraat de huidige situatie in het plangebied in beeld gebracht. Het plangebied is op de luchtfoto indicatief aangeduid met een rode contour.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
9
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie van het plangebied en de omgeving (Bron: PDOK)
Afbeelding 2.2: Straatbeeld huidige situatie plangebied (Bron: Google Streetview)
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
10
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Algemeen
Zoals in Hoofdstuk 1 is beschreven, realiseert initiatiefnemer overal in Nederland kleinschalige woonzorgvoorzieningen midden in de wijk/samenleving. De vraag naar dergelijke voorzieningen zal, mede gelet op de demografische ontwikkeling in Nederland, steeds verder toenemen. Ook in Almelo is sprake van een behoefte aan dit type voorzieningen. Initiatiefnemer is dan ook voornemens om hier een dergelijke kleinschalige woonzorgvoorziening te realiseren.
3.2
Gewenste ontwikkeling
De gewenste ontwikkeling ziet toe op de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van een woonzorgvoorziening voor dementerende ouderen. De geplande woonzorgvoorziening bestaat uit twee bouwlagen met een kap en heeft een goot- en bouwhoogte van respectievelijk circa 6,2 en circa 8,7 meter. Het gebouw krijgt een oppervlakte van circa 612 m2. Stedenbouwkundig gezien sluit het pand aan bij de bouwhoogte en bouwvolume van panden in de directe omgeving. Verder wordt op het perceel een buitenberging geplaatst met een omvang van circa 12 m². In het gebouw worden 20 studio's met eigen sanitaire voorzieningen en een pantry gerealiseerd. Daarnaast wordt één logeerkamer gerealiseerd die dienst doet als tijdelijke crisisopvang of respijtzorg om mensen die in een crisissituatie belanden op te vangen en mantelzorgers tijdelijk te ontlasten. De ruimte rondom het gebouw wordt ingericht als tuin. Rondom de bebouwing wordt beplanting aangelegd. De bestaande boom aan westzijde van het plangebied blijft behouden. Tevens zal het terrein worden omsloten middels een haag rondom het terrein. Aan de west- en zuidzijde van het terrein worden parkeergelegenheden gerealiseerd. De parkeerplaatsen worden verlicht met laag gesitueerde passende kleinschalige tuinverlichting om eventuele lichthinder voor omliggende percelen te voorkomen. Er is geen sprake van openbaar gebied.
Het hele plangebied komt toe aan de de woonzorgvoorziening. In afbeelding 3.1 is de beoogde indeling van het perceel weergeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. Afbeelding 3.2 toont de gevelaanzichten van de gewenste bebouwing.
Afbeelding 3.1: Beoogde inrichting plangebied (Bron: Weusten Liedenbaum Architecten)
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
11
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Afbeelding 3.2: Gevelimpressies (Bron: Weusten Liedenbaum Architecten)
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1 Uitgangspunten Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De parkeerbehoefte wordt in voorliggend geval getoetst aan het bestemmingsplan ‘’Parapluherziening parkeren’’ van de gemeente Almelo (vastgesteld op 5 juni 2018). In dit bestemmingsplan is opgenomen dat de parkeerbehoefte moet worden getoetst aan het meest actuele parkeerbeleid van de gemeente Almelo. Conform het gemeentelijke beleid dienen de meest actuele kencijfers van het CROW te worden gebruikt. Dit zijn de kencijfers zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (december 2018). De volgende uitgangspunten gelden voor het plangebied: Functie: Verpleeg- en verzorgingstehuis (parkeren); Functie: Serviceflat (verkeersgeneratie); Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk; Stedelijke zone: rest bebouwde kom.
3.3.2 Beoordeling 3.3.2.1 Parkeren Uitgaande van bovengenoemde uitgangspunten een geldt voor de woonzorgvoorziening een maximale parkeerbehoefte van 0,7 parkeerplaats per wooneenheid. De logeerkamer zal slechts beperkt en onregelmatig in gebruik zijn en is daarom niet meegenomen in de parkeerberekening. In geval van 20 wooneenheden resulteert dit in 14 parkeerplaatsen. In het geval van Dagelijks Leven betreft het uitsluitend verpleeghuiszorg waarbij de bewoners niet over een eigen auto beschikken en waarbij de bezoekersfrequentie over het algemeen lager ligt dan bij reguliere verzorgingshuizen. Doordat Dagelijks Leven geen vaste bezoektijden heeft, verspreidt het bezoek zich gedurende de dag. Er worden in voorliggend geval 14 parkeerplaatsen aangelegd (zie ook
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
12
NL.IMRO.0141.00121-BP31
afbeelding 3.1). Hiermee wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte. In het geval van woonzorgvoorziening van Dagelijks Leven is geen sprake van bevoorrading van waarvoor een laad- en losvoorziening/plaats moet worden gerealiseerd. Medewerkers zorgen zelf voor bevoorrading/inkopen. 3.3.2.2 Verkeer Voor wat betreft de verkeersgeneratie gelden dezelfde uitgangspunten als het parkeren. Aangezien voor de meest vergelijkbare functie 'verpleeg- en verzorgingstehuis' geen verkeersgeneratie kengetallen voorhanden zijn, is in dit geval aangesloten bij de functie 'serviceflat'. Opgemerkt wordt dat deze functie naar verwachting een hogere verkeersgeneratie kent dan een verpleeg-/verzorgingstehuis. Voor een serviceflat geldt op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW een gemiddelde verkeersgeneratie van 2,5 per woning. Gelet op de hiervoor genoemde uitgangspunten resulteert de verkeersgeneratie in (20*2,5 =) 50 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De cliënten die verblijven in de woonzorgvoorziening beschikken niet over eigen vervoer. De verkeersbewegingen bestaan voornamelijk uit familiebezoek en verkeersbewegingen van werknemers. De verkeersgeneratie is hierdoor beperkt. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via een nieuw aan te leggen in- en uitrit.
Via de W.A de Gruyterstraat en de Doctor Wiardi Beckmanstraat kan de locatie worden bereikt en verlaten. Het omliggende wegennetwerk heeft voldoende capaciteit om het verkeer van de nieuwe woonzorgvoorziening op een vlotte en veilige manier af te wikkelen. Tenslotte wordt opgemerkt dat in de huidige situatie de gronden reeds bestemd zijn voor maatschappelijke voorzieningen. Hiervoor waren verschillende verenigingen in het gebouw gevestigd. Dergelijke functies hebben over het algemeen en vergelijkbare verkeersgeneratie.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
13
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
14
NL.IMRO.0141.00121-BP31
1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in een leefomgeving die aansluit bij de mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners (passend antwoord op vergrijzing), zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling.
4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.2.1 Algemeen In de voorloper van de NOVI, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij "nieuwe stedelijke ontwikkelingen" (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze definitie. Op voorliggende ontwikkeling is ook de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Gelet op de omvang van voorliggende ontwikkeling (circa 500 m2) wordt gesteld dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro zodat de laddertoets doorlopen dient te worden. Behoefte De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een woonzorgvoorziening voor dementerende
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
15
NL.IMRO.0141.00121-BP31
ouderen. Het gaat om 20 wooneenheden en één logeerkamer. De voorziening is bedoeld voor de lokale markt, daarom wordt de behoefte op lokaal niveau getoetst. Uit onderzoek blijkt dat er in Nederland statistisch gezien per 1.000 inwoners van 80 jaar en ouder 149 verpleeghuisplaatsen nodig zijn, waarvan 106 PG (psychogeriatrie) en 43 somatiek (chronisch). De gemeente Almelo heeft in 2021 circa 73.000 inwoners. Hiervan zijn circa 14.450 (19,8%) inwoners ouder zijn dan 65 jaar. In het jaar 2040 is de prognose dat het totaalaantal inwoners is gedaald naar circa 72.000 en daarvan zijn circa 18.300 (25,4%) inwoners ouder dan 65 jaar (Bron: PBL/CBS). Door de vergrijzing zal ook het aantal mensen met dementie toenemen, naar verwachting zal zelfs sprake zijn van een verdubbeling in de komende twintig jaar. In opdracht van Alzheimer Nederland is de door ABF Research een berekening gemaakt met betrekking tot de cijfers van het aantal mensen met dementie in Nederland per provincie en per gemeente. De cijfers geven een indicatie van het aantal mensen met dementie in 2020. Op basis van voorspellingen van de toekomstige bevolkingsopbouw, is ook een prognose gemaakt van het aantal mensen in de gemeente Almelo met dementie in de toekomst. Hieruit blijkt dat in 2025 het aantal mensen in Almelo met dementie in gestegen naar 1.300 en in 2050 naar 2.200 (zie onderstaande tabel).
Jaartal 2020 2025 2030 2040 2050 Aantal mensen met dementie in de gemeente Almelo 1.200 1.300 1.600 1.900 2.200 Door de toenemende mate van vergrijzing en hiermee ook het aantal dementerenden zal het tekort aan geschikte zorgplaatsen de komende twintig jaar alleen maar verder toenemen. Het concept van Dagelijks Leven is relatief nieuw in de woonzorg-sector en sluit aan bij de lokale vraag naar dergelijke voorzieningen in Almelo. Middels voorliggend initiatief wordt bijgedragen aan de huidige en toekomstige vraag naar zorgplaatsen voor dementerende ouderen in een kleinschalige woonzorgvoorziening. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat voldoende is aangetoond dat er sprake is van een actuele behoefte naar de voorgenomen woonzorgvoorziening. Bestaand stedelijk gebied Het plangebied ligt in de stad Almelo en is in de bestaande situatie reeds bestemd en bebouwd ten behoeve van een stedelijke functie. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling plaatsvindt in bestaand stedelijk gebied, waarmee de ladder voor duurzame verstedelijking succesvol is doorlopen. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in lijn is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijk'. Het nader toetsen van de ontwikkeling aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is niet noodzakelijk.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.
4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
16
NL.IMRO.0141.00121-BP31
4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd.
Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.
De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
17
NL.IMRO.0141.00121-BP31
4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.3 van de Omgevingsverordening Voorliggend plan betreft een binnenstedelijke (her)ontwikkeling die voldoet aan de Ladder voor duurzame
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
18
NL.IMRO.0141.00121-BP31
verstedelijking (zie hiervoor 4.1.2). Zoals hierna ook zal blijken uit het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief en het ter plaatse geldende gebiedskenmerk van de 'Stedelijke laag' is het plangebied gelegen in het bestaand bebouwd gebied van Almelo. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in extra ruimtebeslag op de groene omgeving en is daarmee in overeenstemming met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. Afbeelding 4.2 bevat een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart, waarbij het plangebied met de rode contour indicatief is weergegeven.
Afbeelding 4.2: Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwik kelingsperspectief' In voorliggend geval is sprake van een transformatie van een locatie met een maatschappelijke voorziening naar een woonzorgvoorziening. De behoefte aan een dergelijke voorziening is in paragraaf 4.1.2 nader toegelicht.
De woonzorgvoorziening wordt niet aangesloten op het gasnet en wordt door middel van een warmtepomp verwarmd. Zodoende wordt een bijdrage geleverd aan de energietransitie. Daarnaast wordt de ontwikkeling afgestemd op het de kenmerken van het watersysteem, zie hier wordt in 6.2 nader op ingegaan. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
19
NL.IMRO.0141.00121-BP31
4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat het plangebied is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'natuurlijke laag' en de 'laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven omdat deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. Het plangebied heeft op gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen eveneens buiten beschouwing worden gelaten. 1. De 'Stedelijke laag' De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de "Stedelijke laag" aangeduid met het gebiedstype 'Woonwijken 1955 - nu'. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.3: Uitsnede Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) 'Woonwijken 1955 - nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' De voorgenomen woonzorgvoorziening wordt qua schaal en omvang ingevoegd tussen de bestaande bebouwing. Hoewel het niet ongebruikelijk is dat een dergelijke voorziening qua omvang afwijkt van bijvoorbeeld woningen, kenmerkt de voorgenomen bebouwing zich juist door de kleinschaligheid van de bebouwing. Hierdoor voegt het pand zich goed tussen de bestaande woonbebouwing in de omgeving van het plangebied. Qua materialisatie is eveneens rekening gehouden met de omliggende bebouwing.
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de geldende gebiedskenmerken van de 'stedelijke laag'.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
20
NL.IMRO.0141.00121-BP31
4.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving 4.3.1.1 Algemeen De 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de omgeving binnen de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst. Voor de Omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, die los van de gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Het plangebied ligt in de stad Almelo waardoor de visie voor het de wijken en dorpen het meest relevant is. 4.3.1.2 Wijken en dorpen Prettig wonen begint met een passende woning. Met de kans om woonwensen te vervullen, doordat er voldoende keuze is. Daarom wil de gemeente wijken creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woningvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit brengt de gemeente meer in balans door bij herstructurering op woningen voor het middensegment in te zetten. Bovendien krijgen de dorpen gelegenheid om te bouwen, want daar blijft de vraag naar betaalbare starterswoningen groot (landelijke trends van vergrijzing en ontgroening ten spijt).
Dat moet de gekoesterd worden om de vitaliteit in de kernen te behouden. Maar Almelo heeft als geheel toch een zeer bescheiden bevolkingsgroei, die tijdens de looptijd van deze visie waarschijnlijk zelfs zal veranderen in krimp. Daarom is het zaak de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk te benutten en daarmee aan te sluiten op de ontwikkeling van onze bevolking. Dat betekent onder meer: de benodigde verscheidenheid aanbrengen door het herstructureren van panden. de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen ín bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). Samen wonen en samen leven Een wijk of dorp voelt als thuis, wanneer er ruimte is voor iedereen. Voor kinderen, om veilig buiten te spelen, te sporten en naar school te fietsen. Voor jongeren om elkaar te ontmoeten en zich samen te vermaken. Voor ouderen om een frisse neus te halen en onderweg even lekker te kunnen zitten. Deze fijne plekken trekken mensen aan en dragen bij aan ontmoeting. Aan een gevoel van saamhorigheid en ons-kent-ons. Aan sociale veiligheid en zelfstandigheid. Net als deze openbare ruimtes, moeten openbare activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn. Ook voor mensen met een fysieke beperking of een smalle beurs. Een evenement past bij de omgeving en is aantrekkelijk voor bewoners. Het zoekt de verbinding met wat er al is in de buurt, zoals lokale initiatieven en ambachten.
En het versterkt het DNA van Almelo. Vergrijzing Almelo verwacht de komende decennia geen (grote) bevolkingsgroei. Er is een trend gaande van toenemende vergrijzing en ontgroening. Krimp kan leiden tot een tekort aan arbeidskrachten en voorzieningen. Maar zorg-, culturele en recreatieve voorzieningen kunnen door de vergrijzing juist
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
21
NL.IMRO.0141.00121-BP31
toenemen. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' Voorliggend initiatief voorziet in het realiseren van een woonzorgvoorziening met 20 woonzorgeenheden voor dementerende ouderen op een inbreidingslocatie in de stad Almelo. Hiermee wordt invulling gegeven aan de lokale behoefte aan deze vorm van zorg en wonen op maat. Het plan voorziet in voldoende huisvestingsmogelijkheden voor deze kwetsbare doelgroep. Juist voor deze doelgroep is het van belang een passende woonzorgvoorziening in de eigen omgeving (wijk of kern) te realiseren. Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan past binnen de kaders zoals opgenomen in de 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving'
4.3.2 Woonvisie Almelo 2020-2030 4.3.2.1 Algemeen De 'Woonvisie Almelo 2020-2030' gaat over wonen in Almelo en de vele onderwerpen die daarmee samenhangen. Denk aan demografische ontwikkelingen, de bevolkingssamenstelling, de zorgvraag omtrent wonen, de kwaliteit van de woningvoorraad, verduurzaming, et cetera. Al deze thema’s en beleidsterreinen raken en beïnvloeden elkaar. Met de woonvisie wordt ongeveer vijftien jaar vooruit gekeken. Op basis van de prognose en de historische en huidige woonsituatie in Almelo, heeft de gemeente de belangrijkste ambities op woongebied bepaald. 4.3.2.2 Ambities De gemeente Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regionale functie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren, heeft de gemeente drie grote ambities geformuleerd. We streven naar een woningvoorraad die: Flexibel, Evenwichtig & gevarieerd en Toekomstbestendig & duurzaam is. Voor elk van de ambities zijn deelambities geformuleerd, waar de komende jaren concreet aan gewerkt kan worden. Ambitie 1: Flexibele woningvoorraad 1. De verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp. 2. Onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor jongeren en jonge gezinnen. 3. Inbreiding verkiezen boven uitbreiding. 4. Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren. 5.
De kernen Aadorp en Bornerbroek de ruimte geven om aan de vraag naar nieuwbouw tegemoet te komen. Ambitie 2: Evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad 1. Het aandeel koop- en huurwoningen meer in evenwicht brengen, en de sociale woningbouw beter over de (omliggende) gemeente(n) verdelen. 2. De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over de (omliggende) gemeenten verdelen. Ambitie 3: Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad 1. Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik. 2. Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken. 3. Een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
22
NL.IMRO.0141.00121-BP31
4.3.2.3 Geschikt wonen Ouderen blijven steeds langer zelfstandig wonen, deels als gevolg van hervormingen in het zorgstelsel. Dat vraagt om meer geschikte, aangepaste of aan te passen woningen. Hierbij aangetekend dat de beroepsbevolking de komende jaren afneemt en er als gevolg daarvan minder zorgpersoneel beschikbaar is. Ook maakt de vergrijzing dat de groep mantelzorgers (traditioneel vooral in de leeftijdsgroep 40 – 65 jaar) kleiner wordt. De voorraad geschikte woningen zou in Almelo met zo’n 320 woningen moeten worden uitgebreid. Geschikte huisvesting voor wonen met zorg valt uiteen in drie hoofdgroepen: 1. Geclusterde ouderenwoning: Een woning die deel uitmaakt van een complex of groep van woningen speciaal bestemd voor ouderen. Hiertoe behoren o.a. woon-zorgcomplexen, aanleunwoningen en serviceflats. Nabijheid van 24-uurs aanwezige zorg is geen voorwaarde vanwege de mogelijke andere leveringsvormen van zorg. 2. Aangepaste woning: Een bestaande woning of nieuwbouwwoning waarin ten behoeve van personen met een handicap of lichamelijke beperking speciale voorzieningen zijn aangebracht of bouwkundig is aangepast. Daarbij kan het gaan om een traplift, hellingbaan, aan- of uitbouw, maar ook om kleinere aanpassingen. 3.
Nultredenwoning: Een woning die zowel extern toegankelijk is (de woonkamer dient bereikbaar te zijn vanaf de straat zonder trap te hoeven lopen) als intern toegankelijk is (vanuit de woonkamer zijn zonder traplopen de keuken, het toilet, de badkamer en tenminste één slaapkamer te bereiken). Deze uitbreiding kunnen we realiseren door nieuwbouw maar ook (deels) door woningaanpassingen binnen de bestaande woningvoorraad. Dementie Naast het feit dat het aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking toeneemt, verdubbelt het aantal mensen met dementie in de periode tot 2030. De vraag naar geschikte woningen voor inwoners met dementie neemt navenant toe van ca. 330 plekken in 2019 naar ca. 450 in 2030 en bijna 600 in 2040. Waar er nu nog voldoende plekken zijn, is dit al snel niet meer het geval. Het gaat dan om geclusterde woonvormen waar 24-uurs psychogeriatrische zorg beschikbaar is. 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Almelo 2020 Met het realiseren van een nieuwe woonzorgvoorziening voor dementerende ouderen wordt ingespeeld op de lokale woonwensen en -behoeften voor ouderen met een intensieve zorgvraag: geclusterde woonvormen waar 24-uurs psychogeriatrische zorg beschikbaar is. Het aantal van 20 plekken past binnen de behoefte voor ouderen met dementie en een intensieve zorgvraag.
De voorgenomen ontwikkeling speelt in op de vraag naar betaalbare woonzorgvoorzieningen voor (dementerende) ouderen in Almelo. Juist voor deze doelgroep is het van belang een passende woonzorgvoorziening in de eigen omgeving (wijk of kern) te realiseren. Het initiatief van Dagelijks Leven onderscheidt zich ten opzichte van reguliere zorgaanbieders. Dagelijks Leven realiseert een woonzorgvoorziening die betaalbaar is voor cliënten die alleen beschikken over AOW. Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan past binnen de kaders zoals opgenomen in de 'Woonvisie Almelo 2020-2030'.
4.3.3 Conclusie gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
23
NL.IMRO.0141.00121-BP31
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en fysieke veiligheid.
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1 Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.
5.1.2 Beoordeling De geplande woonzorgvoorziening wordt op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelige object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in de onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied 1 of 2 rijstroken 200 m 250 m 3 of 4 rijstroken 350 m 400 m 5 of meer rijstroken 350 m 600 m De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). Het plangebied ligt in het 'stedelijk gebied' van Almelo en bevindt zich niet binnen een wettelijke geluidszone van een weg. De gewenste woonzorgvoorziening wordt gerealiseerd in een woonwijk waar voor wegen een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Het gaat om de W.A. de Gruyterstraat, de Professor Rutgersstraat en de Doctor Wiardi Beckmanstraat. Het feit dat er geen wettelijke geluidszone geldt voor 30 km/uur wegen, betekent niet dat een akoestisch onderzoek op voorhand niet benodigd is.
Indien vooraf aangenomen kan worden dat er niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient er een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening'. In voorliggend geval wordt de uitvoering van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk geacht. De hiervoor genoemde wegen dienen ter ontsluiting van het bestemmingsverkeer
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
24
NL.IMRO.0141.00121-BP31
(hoofdzakelijk woningen). Er is dus geen sprake van doorgaand verkeerd. Deze wegen 30 km/uur wegen rondom het plangebied kennen hiermee een dusdanig lage verkeersintensiteit dat ter plaatse van de nieuwe woonzorgvoorziening kan worden aangenomen dat wordt voldaan aan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB. Hiermee wordt verwacht dat er ter plaatse van de nieuwe woonzorgeenheden een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is.
5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in de nabijheid van het plangebied geen spoorlijn is gelegen. 5.1.2.3 Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen of nabij een geluidszone van een gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wet geluidhinder. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woonzorgvoorziening wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).
5.1.3 Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1 Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.
5.2.2 Beoordeling In dit geval is door Kruse Milieu ter plaatse van de beoogde woonzorgvoorziening een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Een samenvatting van de resultaten en de conclusies uit dit onderzoek hierna opgenomen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar het complete bodemonderzoek wat is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: de bovengrond, BG I: is niet verontreinigd; de bovengrond, BG II: is zeer licht verontreinigd met PAK; de ondergrond, OG is niet verontreinigd; MM FF (puinhoudende bovengrond): is niet asbesthoudend; het grondwater is (zeer) licht verontreinigd met barium en naftaleen. Conclusies en aanbevelingen De puinhoudende bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd met PAK. Het verhoogde PAK-gehalte is lager dan de maximale lokale achtergrondwaarde. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en naftaleen. De (zeer) licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. In de bovengrond BG I en in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. De fijne fractie van de puinhoudende bovengrond is niet asbesthoudend. Het zuidwestelijke deel van de onderzoekslocatie was niet toegankelijk en is niet onderzocht.
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.
vastgesteld bestemmingsplan Woonzorgvoorziening W.A. de Gruyterstraat
25
NL.IMRO.0141.00121-BP31
5.2.3 Asbestinventarisatie In het kader van de sloop van bestaande bebouwing is door Kruse Milieu een asbestinventarisatie uitgevoerd conform de eisen zoals vastgelegd in het certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie. Het opstellen van een dergelijk asbestinventarisatie rapport is een verplichting op grond van het Asbestverwijderingsbesluit. Deze rapportage is bijgevoegd in Bijlage 2 bij deze toelichting.
5.2.4 Conclusie Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1 Algemeen Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.