14.1 Vaststelling bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek - Bijlage - Bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek.pdf
Tekst van het document
Algemene wijzigingsregels (Artikel 11) In de algemene wijzigingsregels zijn algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Algemene procedureregels (Artikel 12) In de artikel staat beschreven welke procedureregels in acht moeten worden genomen, wanneer er nadere eisen zijn gesteld die onderdeel uitmaken van de regels in dit bestemmingsplan. Overige regels (Artikel 13) In dit artikel zijn regels ten aanzien van parkeren en laden en lossen opgenomen.
7.2.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd.
vastgesteld bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek
51
NL.IMRO.0141.00096-BP31
'Artikel 3 Agrarisch' De zuidoostelijke gronden van het plangebied zijn voorzien van een agrarische gebiedsbestemming. Gronden met de bestemming Agrarisch zijn hoofdzakelijk bestemd voor grondgebonden agrarisch gebruik, hobbymatig agrarisch gebruik en wegen en paden. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Artikel 4 Bos De gronden ter plaatse van de te saneren mestbak hebben een bosbestemming gekregen. Gronden met de bestemming Bos zijn bestemd voor bos en bebossing, houtwallen, de bescherming van natuurwaarden en water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen wroden gebouwd. 'Artikel 5 Wonen' De gronden ter plaatse van en rondom de bestaande woning, de compensatiewoning en de te behouden opstallen hebben een woonbestemming gekregen. Gronden met de bestemming 'Wonen zijn hoofdzakelijk bestemd voor het wonen, met dien verstande dat maximaal twee woningen zijn toegestaan en inwoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inwoning' is toegestaan.
Daarnaast zijn aan huis verbonden beroepen, een bed en breakfast binnen het bestaande hoofdgebouw, een paardenstal met een oppervlakte van maximaal 313 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - paardenstal, een machineberging met een maximale oppervlakte van 310 m2 ter plaatse van de aanduiding specififieke vorm van wonen - machineberging en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De woningen mogen een maximale inhoud van 750 m3 hebben, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inwoning' een maximum inhoud van 1.000 m3 is toegestaan. De goot- en bouwhoogte voor woningen bedragen respectievelijk maximaal 5 en 9 meter. Tevens zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan. De totaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 735 m2. In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming zijn zogenaamde voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Het gaat om voorwaardelijke verplichting om de uitvoer van het bodemonderzoek ter plaatse van de compensatiewoning te borgen. Daarnaast is in een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat er een Melding Acitiviteitenbesluit gedaan moet zijn voor het hobbymatig houden van paarden. Verder is de sloop van de gebouwen in het kader van rood voor rood en de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen geborgt.
vastgesteld bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek
52
NL.IMRO.0141.00096-BP31
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten beperken zich tot de ambtelijke kosten welke verbonden zijn aan het voeren van de planologisch procedure en worden verhaald middels de legesverordening. Eventuele planschade wordt afgewenteld middels een planschadeovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a geen exploitatieplan nodig.
vastgesteld bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek
53
NL.IMRO.0141.00096-BP31
Hoofdstuk 9 9.1
Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze
Vooroverleg
9.1.1 Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2 Provincie Overijssel Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 Bro heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. De provincie Overijssel heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een zogenoemde Vooroverleglijst Ruimtelijke Plannen opgesteld. In dit geval valt het plan onder: Plannen voor uitbreiding van agrarische bouwblokken, Rood voor Rood en Vrijkomende Agrarische Bedrijfslocaties (VAB's) mits passend in een gemeentelijk kwaliteitskader dat in lijn is met het Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en de Omgevingsvisie Overijssel. Voor plannen en besluiten die (tevens) andere provinciale belangen raken (zoals NNN en verblijfsrecreatie) blijft vooroverleg noodzakelijk. In dit geval betreft het een Rood voor Rood project, dat is in lijn is met het Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Tevens is er geen sprake van andere provinciale belangen. Derhalve is vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk.
9.1.3 Waterschap Vechtstromen De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in een korte procedure. De bijbehorende standaard waterparagraaf is opgenomen in Bijlage 6 van deze toelichting. Nader overleg is niet noodzakelijk.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt er, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Initiatiefnemer heeft de direct omwonenden geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. De direct omwonenden hebben aangegeven akkoord met de planvorming te zijn.
9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 23 december 2020 tot en met 2 februari 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er er geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan wordt ongewijzigd vastgesteld.
vastgesteld bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek
54
NL.IMRO.0141.00096-BP31
Bijlagen bij de toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek
55
NL.IMRO.0141.00096-BP31
Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan
vastgesteld bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek
56
ruimtelijk kwaliteitsplan Breesegge 9 te Bornerbroek
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 1854 H. Oldehinkel 16 november 2020 1854-RKP-001.indd 11
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
4
2.1.
omgevingsvisie overijssel
4
2.2.
bestemmingsplan buitengebied almelo
4
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
6
3.1.
6
beeldkwaliteit
4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N
7
4.1.
ruimtelijk onderbouwing
7
4.2.
samenvatting maatregelen
8
4.3.
kwaliteitsimpuls groene omgeving
9
5 BEPLANTING
10
1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Breesegge 9 te Bornerbroek. Initiatiefnemer wil op deze locatie ca. 1176 m2 landschapsontsierende bebouwing slopen. Middels de rood voor rood regeling wordt één compensatiekavel toegewezen. Deze bouwkavel zal op het bestaande erf worden gepositioneerd waarmee het erf zich als eenheid in het landschap blijft presenteren. Daarnaast blijven twee bestaande schuren voor hobbymatige activiteiten staan. De gemeente Almelo wil hier middels de rood voor rood regeling in principe aan medewerken, mits het erf landschappelijk goed wordt ingepast. Deels wordt dit bereikt door de sloop van landschapsontsierende bebouwing (minimaal 850 m2) en deels door het landschappelijk goed inpassen van het erf. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt de welstandsnota Almelo. Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.
1
lo catie plangebie d en slo oplo catie
De wens bestaat om op het erf een woning toe te voegen. Bij voorkeur op de locatie waar nu een woning onder gedoogbeleid staat. Twee schuren blijven behouden evenals de huidige bedrijfswoning. In het kader van een zoekgebied compensatiewoning
goede landschappelijke te slopen stallen te behouden paardenstal
te behouden wagenberging
mestplaat opruimen
2
mestplaat ten zuiden van het erf aan de Breesegge opgeruimd.
te slopen stallen te behouden woning
inpassing wordt ook een
plangebied en omgeving rond 1900
plangebied en omgeving rond 1950
plangebied en omgeving rond 2010
3
2 VIGEREND BELEID
schillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld
2.1.
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met
De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en
‘natuurlijke’ soorten en door de (strekkings)richting van het
vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-
landschap te benutten in gebiedsontwerpen.
leidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van
Het maten- en flierenlandschap is de natte contramal van het
Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwali-
essen- en oude hoevenlandschap. Het zijn de beekdalen en
teit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden
laagtes tussen de essen met hun flanken en (voormalige) heide-
beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen
velden. Kenmerkend zijn het hoge waterpeil, het onbebouwde
deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil
karakter, de continuïteit van de beekloop, het lineaire landschap
zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de
met open ‘kamers’ en coulissen en de duidelijk zichtbare over-
verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en
gang naar hogere gronden
dekzand
het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt.
Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het
Gebiedskenmerken
historische lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen,
Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken
aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toe-
binnen de Omgevingsvisie toegelicht:
gankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water.
De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving
2.2.
Toelichting: Dekzandvlakte en Maten- en Flierenlandschap De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke ver4
natuurlijke laag
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED ALMELO
Het bestemmingsplan buitengebied Almelo vormt de uitwerking van de wens om te komen tot een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente Almelo. Het buitengebied van de gemeente Almelo ligt als ware als een schil om de stad heen. Een deel van het buitengebied bestaat uit enkele groene longen die aan verschillende zijden zijn omsloten door stedelijke
Maten en Flierenlandschap
uitleggebieden van de stad Almelo. De natuurlijke gesteldheid van Twente wordt in belangrijke mate bepaald door de aanwezigheid van stuwwallen. Deze stuwwallen zijn ontstaan tijdens de derde ijstijd (Riss). Toen de agrarisch cultuurlandschap
gletsjers ten gevolge van een temperatuurstijging zich naar
door aansturing van grootgrondbezitters, de ontginningen
het noorden terugtrokken, bleef een geplooid landschap
collectief werden aangepakt.
achter met door het ijs meegevoerde en opgestuwde
Ten westen van Almelo werden de ontginningen indivi-
morenen (zand, grind en steenblokken). In samenhang met
dueel aangepakt. Hierdoor is hier een meer verbrokkeld
deze ruggen of stuwwallen is een aantal beeksystemen
landschap met eenmansessen ontstaan. Deze collectieve
ontstaan. Tijdens de vierde en laatste ijstijd was er sprake
en individuele ontginningen zijn de oude ontginningen.
van een toendraklimaat. Het was koud, droog en stormach-
De heidegebieden ten zuiden van Almelo zijn in een latere
tig en er werd een dik pak-ket dekzand als een deken over
periode ontgonnen. Hier is nu sprake van blokvormige
Gebiedskenmerken
het landschap afgezet. De oostflank van Almelo is door-
verkavelingen in een half open landschap, de broekgronden.
Landschapstype
aderd met beekdalen. In grote lijnen loopt het gebied af van
Ten noorden van Almelo heeft zich in het lage landschap,
oost naar west en het bekenstelsel watert dan ook naar het
met een keileemlaag, veen gevormd. Het hoogveen is het
westen af op de Regge. De beekdalen zijn van oudsher laag,
laatst ontgonnen. Hier is nu sprake van een grootschalig
nat en begroeid met elzen. Het dekzand is hoog, droog en
cultuurlandschap. Deze rationele ontginningen van heide
begroeid met onder ander iep en linde, veel later kwamen
en veen behoren tot de jongere ontginningen die plaats
daar beuk en haagbeuk bij.
vonden na 1850. Op grond van het bovenstaande is het huidige buitengebied van de gemeente Almelo globaal
Cultivering en landschapstypen
onder te verdelen in de oude en jonge ontginningen. Deze
Almelo is gelegen in een overgangsgebied van hoge gron-
ontginningen kennen verschillende landschapstyperingen
den (de stuwwallen) en lage gronden (de veen- en heidege-
met gebiedseigen kenmerken.
Landschapskenmerken: Openheid/regelmatigheid; vlakke ligging; opstrekkende strokenverkaveling; herkenbare structuur; bebouwing langs ontginningsassen.
bieden). Deze overgangen van hoog naar laag en van droog
Huidige functie:
naar nat zijn kenmerkend voor het buitengebied van de
Hoofdzakelijk landbouw
gemeente Almelo. Het oorspronkelijke beekdalenlandschap
Toekomst:
is nagenoeg verdwenen. Nu kenmerken met name het
Verwevingsgebied
agrarisch grondgebruik, recreatieve activiteiten vanuit de
Functies:
stad Almelo en infrastructurele werken het buitengebied. De cultivering bracht en brengt nieuwe landschapsbeelden en landschappelij-ke waarden voort. In de Middeleeuwen zijn op de hoger gelegen delen woeste gronden gecultiveerd wat heeft geleid tot esdorpen met door houtwallen omgeven kleine akkers. Deze situatie is kenmerkend voor het oostelijke deel van Almelo waar, 5
Oude Veldontginning
de ontinnging van het landschap
Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimte vragen de functies; het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit.
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 3.1.
BEELDKWALITEIT
Met het initiatief van de opdrachtgever wordt het mogelijk het plangebied en de directe omgeving een ruimtelijke kwaliteit te geven waarmee een nieuwe impuls ontstaat en het
Inrichting vanuit het landschap De karakteristiek van het landschap behouden; ontginningsrichting respecteren; zo compact mogelijke erven voorzien; deels zicht op erf behouden; erven moeten aansluiten op bestaande structuren; rekening houden met omliggende erven streekeigen beplanting toepassen.
geformuleerde beleid voor wat dit gebied grotendeels kan worden doorgevoerd. Aangezien het erf een andere functie
Vanuit de overheid wordt onder meer medewerking aan bo-
krijgt zal de beeldkwaliteit geborgd moeten worden. De
vengenoemde ontwikkelingen verleend indien de ruimtelijke
erven in het gebied presenteren zich veelal als groene eilan-
kwaliteit gewaarborgd en zo mogelijk versterkt kan worden.
den waarbij de gebouwen op het erf een eenheid vormen.
Het belangrijkste doel hierbij is de leefomgeving te beschermen. Het initiatief moet leiden tot een kwalitatief hoogwaar-
Analyse landschap
dige, ruimtelijke situatie ontwikkeling
Het plangebied ligt op de overgang van een veldontginning naar het hoevenlandschap. Hierdoor valt de openheid van
De erven kennen van oorsprong een kenmerkende opbouw,
het gebied extra op. Het erf staat op enige afstand van de
wonen voor en werken achter. Dit resulteerde in de sier-
weg en kent een passende verschijning van groen, woon-
en nutstuin aan de voorzijde en het veel soberder maar
huis en stallen. Langs de Breesegge staan enkele eiken en
functionele deel werken aan de achterzijde. Ook op dit erf
hier en daar wat opgaande beplantingen. Het is kenmer-
zal deze herkenbare opbouw behouden moeten worden. De
kend in ontginningslandschappen dat beplantingen zich
woningen met de tuinen zullen georiënteerd worden op de
beperken tot de randen van een erf en als accent langs de
Breesegge.
ontginningswegen. Het gebied kent een sterk agrarisch karakter door de
Het achtererf met de schuren, de paardrijbak, en stapmolen
openheid en het gebruik van de gronden in het gebied. De
zal met name vanuit het landschap en vanaf de A35 een
erven in het gebied liggen vrij open in het landschap. De
opvallende verschijning in het landschap vormen. Bij de uit-
aanleg van de A35 heeft het karakter van het gebied sterk
werking van het erf zal hier rekening mee gehouden moeten
veranderd. Het erf daarentegen heeft altijd op deze plek
worden.
gelegen en door de sterk veranderende omgeving haar landelijke uitstraling behouden. De volwassen bomen aan de oostzijde van het erf zijn een kwaliteit en geven het erf de gewenste groene massa. 6
Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: de erven vormen clusters in het relatief open landschap; de verkaveling is organisch en kleinschalig, er is geen duidelijke riching; de te slopen stallen zijn landschapsontsierend door het gebrek aan gebruikswaarde de bestaande woning met te behouden schuren passen in het landschap de nieuwe bebouwing zal zich hieraan moeten schikken; het erf en het landschap dient een bepaalde maat van openheid te behouden het erf kent veel gebiedseigen beplanting, dit is waardevol en moet waar kan behouden blijven; het is echter niet nodig om het gehele erf te verstoppen achter groen; geen harde grensen van het erf duidelijk onderscheid in een ‘voor-’ en een ‘achtererf’ dit uit zich in de beplanting en het gebruik van het erf.
4 RUIMTELIJK K WA L I T EI T S P L A N Uitgangspunten initiatiefnemer: Sloop landschapsontsierende bebouwing nieuwe compensatiewoning (1000 m3) met bijgebouw (78 m2) behouden paardenstal en wagenberging; half open beeld van erf behouden; ruimte om te keren en te parkeren op het erf; functioneel erf met ruimte voor het hobbymatig gebruik.
18
8 4 12 6
Uitgangspunten gemeente: Sloop aangegeven landschapsontsierende bebouwing; behoud van twee bestaande schuren; ter compensatie moet er aan de Breesegge een betonnen mestplaat gesaneerd worden waarmee de groenstructuur aangevuld kan worden; landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het ontginningslandschap zoals is omschreven in het de Welstandsnota;
5
14
3
17 14 2 1 15
Uitgangspunten provincie:
11
10
het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (beekdallandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing, deze wordt in hoofdstuk 4.2 nader toegelicht
17 16 5 13
7
9
7
4.1.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
te versterken en te herstellen. Dit wordt bereikt door de
Situering compensatiewoningen
bebouwing een gelijke oriëntatie te geven (of haaks hierop),
Nieuwe verharding moet in een gedekte kleurstelling sober
Met de sloop van de stallen bestaat de mogelijkheid om op
en middels het toevoegen van structuurbepalend groen als
toegepast worden (aansluitend op de bestaande verhar-
deze plek een nieuwe compensatiewoning te bouwen. In
bomen, hagen het erf landschappelijk in te passen.
ding). Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige
samenspraak met de gemeente is gekozen om de woning op de plek van de meest noordelijk te slopen woning te
Het erf langs de Breesegge komt overeen met de karakte-
gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in
situeren. .Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat dit
ristiek van het ontginningslandschap. De huidige bebou-
het buitengebied voorkomen worden.
erf zich als eenheid in het landschap moet blijven presen-
wing staat aan elkaar uitgelijnd en is deels afgeschermd
teren. Dat wordt deels bereikt door geen harde grensen op
door groen. Over het algemeen zijn de erven half open,
4.2.
het erf te maken in de vorm van hoge hagen/schuttingen
al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten
of andere bouwkundige elementen. De bestaande groene
bosjes of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en er
‘rand’ aan de oostzijde blijft behouden. De compensatie-
is zicht op de bebouwing. De erven kennen een duidelijke
woning zal hier binnen worden gebouwd. De bestaande
clustering en worden veelal ontsloten door één inrit.
sloop 1176 m2 landschapsontsierende bebouwing verplaatsen stapmolen dichter op de bestaande bebouwing; opruimen longeercirkel; aanplant houtsingel aan zuidzijde en oostzijde van het erf; aanplant bomenrij aan de westzijde; aanplant hagen als afscherming tuin; nieuwe compensatiewoning op de plek waar een bestaande (reeds gedoogde) woning staat; het erf blijft zich als eenheid in het landschap presenteren de centrale inrit blijft de enige ontsluiting van het erf op het erf is ruimte om te keren/parkeren.
woning en de nieuwe compensatiewoning zullen gezamenlijk het voorerf vormen. Een bescheiden tuin maakt dat dit
Het erf wordt compacter gemaakt door de stapmolen op
de respresentatieve kant van het erf is.
de plek van de te slopen schuur te zetten en de longeercirkel op te ruimen. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om
Twee bestaande schuren op het erf blijven behouden.
weer een groene rand om het achtererf te maken. Deze
Door deze ruimten te behouden kan verrommeling van het
rand zal bestaan uit een gesloten singel van gebiedseigen
landschap voorkomen worden. De opslag van materiaal/
soorten. Aan de westzijde is gekozen om middels bomen
materieel kan zo veel mogelijk binnen uit het zicht staan.
wel de randen van het erf te verzachten met groen maar
De bestaande paardrijbak en stapmolen blijven behouden.
niet geheel af te schermen.
Deze zijn uitgevoerd in passende landelijke materialen en zijn daarmee geen opvallende verschijning in het landschap.
De noordzijde van het erf zal opener blijven met enkel (bestaande) bomen en een haag ter afscherming van de
De uitgelijnde situering van de gebouwen is overeenkom-
tuin. (voorerf).
stig de gebiedskenmerken. Daarbij wordt het erf ontsloten door één inrit met ruimte om op het erf te keren/parkeren.
Rondom de compensatiewoning kan een sobere tuin voorzien worden met ruimte voor sierbeplanting. De gebouwen
Groenstructuur en inrichting erf:
op de erven worden in de omgeving deels zichtbaar. Dit is
Vanuit de welstandsnota is het gewenst om in het Flie-
een kwaliteit van het landschap.
renlandschap rechtlijnigheid en de functionele inrichting 8
SAMENVATTING MAATREGELEN
4.3.
KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING
Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn.
Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd: Gebiedseigen ontwikkeling Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voor9
ziet primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische
een bestaande mestopslag gesaneerd en ingeplant met gebied-
bedrijven en wonen.(mixlandschap). In voorliggend geval is dan
seigen heesters. Hiermee zal een bestaande houtsingel weer
ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt het
hersteld worden. (zie landschapsmaatregelen bijlage)
initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied.. Schaal en impact op de omgeving De activiteiten zullen plaatsvinden op een plek waar al bouwing staat. Het agrarische bedrijf heeft op deze plek geen functie meer. Hiermee vervalt de gebruikswaarde van de stallen. Het totale bebouwde oppervlakte neemt fors af. De schaal van de ontwikkeling is klein, mede door de positionering van de gebouwen middels de één erfgedachte. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het opheffen van een geurcontour. Eigen belang en maatschappelijk belang Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woongenot en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop van de opstallen. Ook is er een maatschappelijk belang. Op het erf staan landschapsontsierende bebouwing met asbest. Middels de sloop van het geheel en het opruimen van veel verharding zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap. Tegenprestatie Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken die benoemd zijn in de welstandsnota. Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van ca.1176m2 landschapsontsierende bebouwing op eigen erf. Tevens wordt
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) saneren ca. 1176 m2 landschapsontsierende bebouwing. opruimen mestopslag aan de Breesegge; inplanten vrijgekomen plek (zie tekening).
bes
taa
nde
bo
me n(
gee n
eig end o
m)
5 L A N D S C H A P S M A AT R E G E L E N
1
landschapsmaatregelen 10
1.0
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
1 : 500
schaal
herbert
door
26 sep. 2020
a3
1 (3)
datum
formaat
versie
tekeningno
Erfinrichtingsplan Breesegge 9 Bornerbroek
laat je erf groeien! 1854-eip-1.vwx
bestand
18454
project
1854-eip-1.vwx
bestand
1. Bestaande woning
18454
project
Legenda
herbert 1 : 500 1.0
6
door
26 sep. 2020
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
12
8. Bestaande Paardrijbak
schaal
7. Centraal erf
a3
4
1 (3)
6. Nieuw te bouwen bijgebouw 78 m2
tekeningno
8
versie
5. Te slopen landschapsontsierende bebouwing (totaal ca. 1176 m2)
Erfinrichtingsplan Breesegge 9 Bornerbroek
18
4. Nieuw te bouwen compensatiewoning (1000 m3)
datum
3. Bestaande schuur
formaat
2. Bestaande wagenberging met in de toekomst zonnepanelen
5
9. Op te ruimen stapmolen 10. Bestaande leilinden 14
11. Stapmolen
3
9
7
12. Eventueel versterken onderbeplanting onder bestaande bomen 13. Aanplant beuk op hoek tuin 14. Aanplant Esdoorn - haag van max. 1 (m) hoog
17 14 2
15. Bestaande mestopslag 1
16. Rij van Ruwe Berk
15 11
10
17. Aanplanten houtsingel met gesloten streekeigen struiken 18. Op te ruimen longeercirkel
17 16
13
laat je erf groeien!
5
1854-eip-1.vwx 1 : 500 1.0
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
herbert
bestand
18454
schaal
26 sep. 2020 a3 1 (3)
versie
Landschapsmaatregelen Breesegge 9 Bornerbroek
be
sta
an
de
bo
me
n(
ge
en
eig
en
do
m)
tekeningno
Totaal ca. 45 m2 Aanplanten met 1 st/m2 in groepen van 5 Eindbeeld is een gesloten beplanting.
datum
Alnus glutinosa - Zwarte Els 10% Crateagus monogyna - Eénstijlige Meidoorn 30% Prunus spinosa - Sleedoorn 30% Viburnum opulus - Geldersche roos 20% Rosa canina - Wilde roos (langs rand) 10%
formaat
1. Bestaande mestplaat verwijderen en vrijgekomen plek inplanten met:
door
project
Legenda
1
laat je erf groeien!
1854-eip-1.vwx 1 : 500 1.0
www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28
herbert
18454
bestand door schaal
26 sep. 2020 a3
tekeningno
1 (3)
5
Totaal ca. m2 Aanplanten met 1 st/m2 in groepen van 5 Aanplantmaat 80-100 Eindbeeld is een gesloten beplanting van minimaal 5 (m) breed 2. Nieuw aan te planten Beuk - Fagus sylvatica Aanplantmaat 16-18 Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitair op de hoek van het erf
formaat
datum
Alnus glutinosa - Zwarte Els 10% Betula pendula - Ruwe Berk 10% Crateagus monogyna - Eénstijlige Meidoorn 25% Prunus spinosa - Sleedoorn 25% Viburnum opulus - Geldersche roos 20% Rosa canina - Wilde roos (langs rand) 10%
versie
1. Nieuw aan te planten houtsingel bestaande uit:
Landschapsmaatregelen Breesegge 9 Bornerbroek
project
Legenda
3
3. Nieuw aan te planten Esdoornhaag - Acer campester Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m1 Eindbeeld is een geschoren haag van max. 1 (m) hoog 4. Nieuw aan te planten Ruwe Berken - Betula pendula Aanplantmaat 12-14 met een onderlinge afstand van 6-8 (m) Eindbeeld is een losse bomenrij
3 1
5. Bestaande houtsingel aanvullen met de volgende soorten: Alnus glutinosa - Zwarte Els 10% Betula pendula - Ruwe Berk 10% Crateagus monogyna - Eénstijlige Meidoorn 25% Prunus spinosa - Sleedoorn 25% Viburnum opulus - Geldersche roos 20% Rosa canina - Wilde roos (langs rand) 10% Bestaande onderbeplanting afzetten, enkele overstaanders laten staan Aanplanten met 1 st/m2 in groepen van 5 Aanplantmaat 80-100 Eindbeeld is een gesloten beplanting van minimaal 5 (m) breed
4
2
1
NL.IMRO.0141.00096-BP31
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
vastgesteld bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek
75
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Breesegge 9, Bornerbroek
Februari 2020
Status: definitief
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI BREESEGGE 9, BORNERBROEK
Auteur: Status: Datum: Projectnummer
T. Zomerdijk Definitief Februari 2020 2020-017
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER ......................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 5 ZONE LANGS WEGEN .................................................................................................................................... 5 GRENSWAARDEN ......................................................................................................................................... 5 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ...................................................................................................................... 6 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID........................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 8 3.1 3.2
SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 8 VERKEERSGEGEVENS..................................................................................................................................... 8
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN ................................................................................ 9 4.1 4.2 4.3 4.4
BEREKENINGEN ........................................................................................................................................... 9 RESULTATEN ............................................................................................................................................... 9 HOGERE WAARDE ........................................................................................................................................ 9 MAATREGELEN REDUCTIE GELUIDBELASTING ..................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 11 BIJLAGEN
............................................................................................... 12
BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
REKENMODEL.................................................................................................................................... 13 RESULTATENTABEL ............................................................................................................................. 14 ITEMEIGENSCHAPPEN.......................................................................................................................... 15
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Aan de Breesegge 9 in het buitengebied van Bornerbroek bevindt zich een agrarisch perceel. Ter plaatse worden de agrarische bedrijfsactiviteiten beëindigd en wordt een groot deel van de bedrijfsbebouwing gesloopt. Ter compensatie van de sloop van de bedrijfsbebouwing wordt een woning gerealiseerd op basis van het rood voor rood beleid van de gemeente Almelo. In afbeelding 1.1 is de locatie van het projectgebied weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging projectgebied (Bron: Provincie Overijssel)
Woningen worden in de Wet geluidhinder aangemerkt als geluidsgevoelige functies. Ten behoeve van de realisatie moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen, waarbij het noodzakelijk is om de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woning te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In voorliggend geval betreft het enkel het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied is gelegen. In tabel 2 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Tabel 2 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg moet akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting moet aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, moet een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 3 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Tabel 3 Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan, zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd worden.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
2.5.1 Algemeen De gemeente Almelo beschikt over gemeentelijk geluidbeleid, genaamd “gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Almelo” (december 2014), met een bijbehorende kaart. Hierin heeft de gemeente het beleid ten aanzien van de voorkeursgrenswaarden en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting opgenomen. Het geluidbeleid staat ter plaatse van het projectgebied hogere waarden toe. Het projectgebied ligt op de bedoelde kaart binnen gebiedstype “Agrarisch”. In dit gebiedstype geldt als ambitieniveau ‘redelijk rustig’ (48 dB) en als bovengrens ‘onrustig’ (53 dB). De voorwaarden die in het gemeentelijk beleid worden gesteld, hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Voor het verkrijgen van een hogere waarde moet voor wegverkeerslawaai de procedure gevolgd te worden. Daarbij hoort de ter visielegging van het akoestisch onderzoek. 2.5.2 Gemeente Almelo - Ontheffingscriteria Ieder verzoek om een hogere waarde wordt in ieder geval aan de hoofdcriteria, zoals genoemd in artikel 110a lid 5 van de Wgh, getoetst. Daarnaast worden bij de afweging over het toekennen van een verzoek om een hogere waarde ook de locatie specifieke kenmerken (of nadere ontheffingscriteria genoemd) betrokken. De onderstaande locatie specifieke kenmerken worden in de overwegingen als positief aspect meegenomen dan wel als zwaarwegend argument meegenomen. • • • • • • •
de locatie bevindt zich in de nabijheid van een bus- of treinstation; de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing; de nieuwbouw zorgt voor afscherming van het achterliggend gebied; de locatie is opgenomen in herstructureringsplannen (bijvoorbeeld het Indiëterrein en dergelijke); de nieuwbouw vult een open plek op tussen aanwezige bebouwing; de beoogde ontwikkeling vormt een markant punt of een markante lijn, dat dient ter versterking van de stedenbouwkundige structuur (zoals vastgelegd in stedenbouwkundige visie als Hoogbouwvisie, Structuurplan, en dergelijke) en / of met de ontwikkeling van de betreffende locatie worden één of meerdere andere milieuknelpunten (bijv. luchtkwaliteit, bodemsanering, overige hindersituatie) elders opgelost.
2.5.3 Gemeente Almelo – Primair akoestische compensatiemaatregelen Indien aangetoond is dat het verzoek tot een hogere waarde voldoet aan de hoofd- en de nadere ontheffingscriteria kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend. De gemeente Almelo past hierbij primair hieronder weergegeven akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn namelijk per geluidsklasse verschillend en binnen voorliggend initiatief zijn onderstaande maatregelen voor gebiedstype ‘onrustig’ (49 dB – 53 dB) van belang. Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarde t/m de geluidsklasse ‘onrustig’ Bij het toekennen van een verzoek om een hogere waarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidsklasse “onrustig” worden de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: 1. 2. 3. 4. 5.
indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) en / of overdrachtsmaatregelen treffen (bijvoorbeeld geluidschermen of -wallen) treffen; indien mogelijk de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woning(en) vergroten; in ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; het stedenbouwkundig ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat en vanaf de geluidklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Het voornemen is een woning in bestaande bebouwing aan de Breesegge 9 te realiseren. Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de A35, Breesegge en de Voorbroeksweg. In voorliggend geval kunnen de Breesegge en Voorbroeksweg buiten beschouwing gelaten worden. De delen van de wegen waar het projectgebied binnen de wettelijke geluidszones van deze wegen ligt, dienen namelijk enkel ter ontsluiting van enkele percelen. De verkeersintensiteit is dan ook dusdanig laag, dat ruim onder de voorkeurswaarde gebleven zal worden. In afbeelding 2.1 is de gewenste situatie weergegeven.
Afbeelding 2.1 Inrichtingstekening gewenste situatie (Bron: De Erfontwikkelaar)
In tabel 4 is weergegeven welke uitgangspunten voor het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting A35
Buitenstedelijk gebied 53 dB Ja Afhankelijk van geluidsbelasting zonder aftrek
Tabel 4 Uitgangspunten onderzoek wegverkeerslawaai (Bron: BJZ.nu)
3.2
Verkeersgegevens
Voor het berekenen van de geluidsbelasting als gevolg van de A35 vormt het geluidsregister het uitgangspunt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 1,0 (akoestisch zacht). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: • • • • •
wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte; geluidsschermen; verharde bodemgebieden; rekenpunten op 1,5 en 4,5 meter op alle gevels van de beoogde woning;
In bijlage 1 is het rekenmodel opgenomen.
4.2
Resultaten
In tabel 5 is de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai van de A35 op de gevels van de te realiseren woningen weergegeven. De rekenpunten met een geluidsbelasting boven de voorkeurs- en ambitiewaarde zijn dikgedrukt weergeven. Gevel
Hoogte rekenpunt
Noordoost
1,5 meter 4,5 meter 1,5 meter 4,5 meter 1,5 meter 4,5 meter 1,5 meter 4,5 meter
Zuidoost Zuidwest Noordwest
Geluidsbelasting A35 (excl. aftrek) 55 dB 57 dB 50 dB 53 dB 40 dB 34 dB 53 dB 55 dB
Geluidsbelasting A35 (incl. aftrek) 53 dB 53 dB 48 dB 51 dB 38 dB 32 dB 51 dB 53 dB
Tabel 5 Geluidsbelasting op de gevels (Bron: BJZ.nu)
Op basis van de resultaten uit tabel 5 wordt geconcludeerd dat de geluidsbelasting inclusief aftrek als gevolg van de A35 hoogstens 53 dB ter plaatse van de te realiseren woning bedraagt. Hiermee wordt niet aan de voorkeurs- en ambitiewaarde voldaan. Wel wordt aan de uiterste grenswaarde van 53 dB voldaan.
4.3
Hogere waarde
Een hogere waarde voor het aspect wegverkeerslawaai is in voorliggend geval benodigd, aangezien de voorkeurs- en ambitiewaarde wordt overschreden. Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk als bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard en een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden.
4.4
Maatregelen reductie geluidbelasting
Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief 4.4.1
Bronmaatregelen
Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller zullen worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 3.4 beschreven aftrek toe te passen. In het kader van de ontwikkeling is geen sprake van invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast is ook geen sprake van invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan leiden tot een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Bij toepassing van dubbellaags ZOAB vermindert de geluidsbelasting op de gevels. Het is echter niet mogelijk een reductie van 5 dB te realiseren door dubbellaags ZOAB toe te passen in plaats van het huidige enkellaaags ZOAB. Het toepassen van een stiller wegdek gaat bovendien gepaard met hoge kosten. De wegbeheerder zal daarnaast niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudtechnische problemen leidt. Vanuit financieel en civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus niet haalbaar. 4.4.2
Overdrachtsmaatregelen
Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om aan de voorkeurswaarde te voldoen zal de woning ruim 200 meter verder van de weg moeten worden gesitueerd. Dit is niet mogelijk en bovendien landschappelijk onwenselijk. Het plaatsen van geluidsschermen langs de weg is niet wenselijk vanuit financieel oogpunt. 4.4.3
Gevelmaatregelen
Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal 57 dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 57 – 33 = 24 dB. Voor de dikgedrukte geluidsbelastingen in tabel 5 dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Het gaat om een hogere waarde van maximaal 57 dB. De benodigde gevelwering voor de woning bedraagt maximaal 24 dB. Standaard HR++ beglazing zorgt voor een geluidwering van circa 29 dB. Indien er voor een natuurlijke luchttoevoer via openingen in de geluidsbelaste gevels gekozen wordt, zijn suskasten noodzakelijk. 4.4.4
Criteria geluidsbeleid gemeente Almelo
In voorliggend geval wordt er een woning ter vervanging van bestaande bebouwing gerealiseerd. Hiermee wordt er aan de locatie specifieke criteria voldaan. Het treffen van bronmaatregelen en/of overdrachtsmaatregelen is in voorliggend geval niet doelmatig, evenals het vergroten van de afstand tot de geluidsbron (zie paragraaf 4.4). Aan de zuidoostelijke gevel kan een buitenruimte worden gerealiseerd, waarbij aan de ambitie- en voorkeurswaarde voldaan wordt. De te realiseren woning zal een afschermende werking hebben op de bestaande woning. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal een bouwakoestisch onderzoek worden overlegd waaruit blijkt dat een maximaal binnenniveau van 33 dB gewaarborgd is. 4.4.4
Conclusie maatregelen
De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Daarnaast wordt er aan de voorwaarden uit het gemeentelijke geluidsbeleid voldaan. Er kan dan ook een hogere waarde LDEN van 57 dB worden aangevraagd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de A35 bedraagt hoogstens 53 dB. Hiermee wordt niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan. Wel wordt aan de uiterste grenswaarde van 53 dB voldaan. Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op zwaarwegende bezwaren. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig. Er dient gelijktijdig met het bestemmingsplan een hogere waarde van maximaal 53 dB te worden vastgesteld ten aanzien van wegverkeerslawaai afkomstig van de A35. Als de in paragraaf 4.4.3 genoemde gevelwering van maximaal 24 dB wordt toegepast, wordt een binnenniveau van maximaal 33 dB gewaarborgd. Met het vaststellen van de benodigde hogere waarden en het nemen van gevelmaatregelen met een gevelwering van maximaal 24 dB is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning wat betreft het aspect wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
BIJLAGEN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
Bijlage 1
Rekenmodel
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
Bijlage 2
Resultatentabel
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Resultatentabel A35 (excl. aftrek) Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel eerste model LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt Woning NO_ Woning NO_ Woning NW_ Woning NW_ Woning ZO_
Omschrijving Te realiseren woning - noordoostgevel Te realiseren woning - noordoostgevel Te realiseren woning - noordwestgevel Te realiseren woning - noordwestgevel Te realiseren woning - zuidoostgevel
Hoogte 4,50 1,50 4,50 1,50 4,50
Dag 56,37 54,23 54,05 52,15 51,71
Avond 52,70 50,65 50,38 48,58 48,02
Nacht 48,66 46,44 46,34 44,37 44,00
Lden 57,48 55,32 55,16 53,25 52,82
Woning ZO_ Woning ZW_ Woning ZW_
Te realiseren woning - zuidoostgevel Te realiseren woning - zuidwestgevel Te realiseren woning - zuidwestgevel
1,50 4,50 1,50
48,91 32,70 39,10
45,33 28,89 35,53
41,14 24,88 31,35
50,01 33,74 40,21
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.41
27-2-2020 12:28:09
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Breesegge 9, Bornerbroek Definitief
Bijlage 3
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 869 1830 5272 18313
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. 35 / 46,468 / 35 / 44,023 / 35 / 44,025 / 35 / 46,469 /
Geomilieu V4.41
46,597 46,469 46,468 46,597
ISO_H -----
ISO M. 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Absoluut Absoluut Absoluut Absoluut
Type Intensiteit Intensiteit Intensiteit Intensiteit
Cpl True True True True
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5
Helling 0 0 0 0
Wegdek W1 W1 W1 W1
V(MR(D)) -----
27-2-2020 12:30:36
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 869 1830 5272 18313
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MR(A)) -----
V(MR(N)) -----
Geomilieu V4.41
V(MR(P4)) -----
V(LV(D)) 115 115 115 115
V(LV(A)) 115 115 115 115
V(LV(N)) 115 115 115 115
V(LV(P4)) -----
V(MV(D)) 100 100 100 100
V(MV(A)) 100 100 100 100
V(MV(N)) 100 100 100 100
27-2-2020 12:30:36
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 869 1830 5272 18313
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MV(P4)) -----
V(ZV(D)) 90 90 90 90
Geomilieu V4.41
V(ZV(A)) 90 90 90 90
V(ZV(N)) 90 90 90 90
V(ZV(P4)) -----
Totaal aantal 18828,76 13902,80 18828,76 13902,80
%Int(D) 6,70 6,55 6,70 6,55
%Int(A) 2,84 3,05 2,84 3,05
%Int(N) 1,03 1,15 1,03 1,15
%Int(P4) -----
27-2-2020 12:30:36
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 869 1830 5272 18313
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %MR(D) -----
%MR(A) -----
Geomilieu V4.41
%MR(N) -----
%MR(P4) -----
%LV(D) 76,13 80,00 76,13 80,00
%LV(A) 81,52 86,13 81,52 86,13
%LV(N) 73,09 77,57 73,09 77,57
%LV(P4) -----
%MV(D) 15,10 12,19 15,10 12,19
%MV(A) 11,47 8,32 11,47 8,32
%MV(N) 14,05 10,89 14,05 10,89
%MV(P4) -----
%ZV(D) 8,77 7,81 8,77 7,81
27-2-2020 12:30:36
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 869 1830 5272 18313
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %ZV(A) 7,01 5,55 7,01 5,55
%ZV(N) 12,85 11,54 12,85 11,54
Geomilieu V4.41
%ZV(P4) -----
MR(D) -----
MR(A) -----
MR(N) -----
MR(P4) -----
LV(D) 960,97 728,21 960,97 728,21
LV(A) 435,49 365,26 435,49 365,26
LV(N) 141,14 124,46 141,14 124,46
LV(P4) -----
MV(D) 190,63 110,92 190,63 110,92
27-2-2020 12:30:36
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 869 1830 5272 18313
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 MV(A) 61,26 35,29 61,26 35,29
Geomilieu V4.41
MV(N) 27,14 17,47 27,14 17,47
MV(P4) -----
ZV(D) 110,67 71,11 110,67 71,11
ZV(A) 37,43 23,55 37,43 23,55
ZV(N) 24,82 18,51 24,82 18,51
ZV(P4) -----
LE (D) 63 90,05 88,17 90,05 88,17
LE (D) 125 102,14 100,32 102,14 100,32
LE (D) 250 106,84 105,03 106,84 105,03
27-2-2020 12:30:36
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 869 1830 5272 18313
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (D) 500 113,63 111,96 113,63 111,96
Geomilieu V4.41
LE (D) 1k 116,00 114,67 116,00 114,67
LE (D) 2k 110,33 108,90 110,33 108,90
LE (D) 4k 104,50 103,04 104,50 103,04
LE (D) 8k 95,69 94,25 95,69 94,25
LE (A) 63 85,56 83,81 85,56 83,81
LE (A) 125 97,85 96,31 97,85 96,31
LE (A) 250 102,54 101,00 102,54 101,00
LE (A) 500 109,50 108,14 109,50 108,14
27-2-2020 12:30:36
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam 869 1830 5272 18313
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (A) 1k 112,38 111,47 112,38 111,47
LE (A) 2k 106,58 105,57 106,58 105,57
Geomilieu V4.41
LE (A) 4k 100,70 99,65 100,70 99,65
LE (A) 8k 91,92 90,89 91,92 90,89
LE (N) 63 82,81 81,54 82,81 81,54
LE (N) 125 94,22 92,99 94,22 92,99
LE (N) 250 99,05 97,83 99,05 97,83
LE (N) 500 105,90 104,81 105,90 104,81
LE (N) 1k 107,84 107,13 107,84 107,13
27-2-2020 12:30:36