13 Ontwikkeling windenergie energiegebied Almelo, Tubbergen en Twenterand
Tekst van het document
2.4. Overheid als (mede) initiatiefnemer Een gemeente kan op verschillende manieren een rol spelen bij energietransitie projecten. Deze kan variëren van faciliterend, stimulerend, samenwerkend tot het nemen van de eigenaarsrol. Bij de overheid als initiatiefnemer is er sprake van de eigenaarsrol, al dan niet gecombineerd met een samenwerkende rol voor ontwikkeling met een of meerdere andere partijen. Bij het ontwikkelen in ´eigen beheer´ wordt door de gemeente, al dan niet in samenwerking met andere partijen, een eigen entiteit opgericht. Deze entiteit ontwikkelt vervolgens risicodragend een energieproject, investeert in dit project en exploiteert eventueel het project. Veelal is de entiteit een rechtspersoon, meestal een Besloten Vennootschap (B.V.), een commanditaire vennootschap en/of een coöperatie. In het geval de gemeente een eigen entiteit opricht om zelf een duurzaam energieproject te ontwikkelen en/of hierin te investeren en/of te exploiteren, spreken we van een Gemeentelijk Energie Bedrijf (GEB). Een GEB kan werkbaar zijn als de gemeente naast de financiering van een project ook het eigendom en/of de zeggenschap wil hebben. Ook kan de gemeente(n) voor een GEB kiezen wanneer er weinig initiatief is vanuit bijvoorbeeld de markt.
Als er voldoende interesse in de markt is om een windpark te ontwikkelen en lokaal draagvlak anderszins is veiliggesteld, is de keuze voor een GEB minder snel gegeven. Onder meer niet doordat het niet mogelijk is de GEB een voorrangspositie te geven ten opzichte van andere private ontwikkelaars bij de verkrijging van een omgevingsvergunning. In welke mate is via een GEB te sturen op: Gezondheid: Wanneer de gemeente 100% eigenaar is van een GEB, dan heeft de gemeente, binnen de bestaande publiekrechtelijke regels, feitelijk de volle zeggenschap met betrekking tot het kader waarbinnen ze een project wil ontwikkelen. De GEB kan er zelf voor kiezen om strengere normen te hanteren dan nodig is op basis van de nieuwe nationale normen of aanvullend beleidskader. Sturen op ´afstand van een windmolen tot een woning´ is dan bijvoorbeeld uitermate goed mogelijk, binnen datgene dat nodig is om het project ook financieel haalbaar te houden. Dit geldt in mindere mate voor het stilzetten van een windturbine. Het stilzetten van een windturbine heeft namelijk een negatieve impact op het financieel rendement c.q. de continuïteit van een project en wanneer er externe geldverstrekkers zijn, dan zullen zij daaraan voorwaarden stellen. Logischerwijs neemt de zeggenschap af zodra de gemeente niet 100% eigenaar is. Dit geldt ook bij de hiernavolgende punten.
Lokaal eigendom en het halen van gemeenschappelijke doelen: Ook hier geldt dat de gemeente zelf aan het stuur zit en dat ze hierin goed kunnen sturen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat ook bij een GEB gekeken moet worden naar de voorwaarden vanuit de RES en het Klimaatakkoord dat er bij een energieproject sprake moet zijn van minimaal 50% lokaal eigendom. Bij lokaal eigendom gaat het dan om zeggenschap van omwonenden via financiële participatie. Als het GEB voor het overige niet voorziet in lokaal eigendom, voldoet het GEB als zodanig mogelijk niet aan deze minimale eis van 50%, afhankelijk van de lezing van lokaal eigendom. Een ander aspect van lokaal eigendom is het terugvloeien van opbrengsten uit het energieproject naar de samenleving. Dit kan bijvoorbeeld via een omwonenden fonds of een maatschappelijk fonds. Volgens de RES Twente is het van belang dat ´inwoners mede-eigenaar kunnen worden, zeggenschap krijgen en economisch en democratisch toegang krijgen tot een energieproject´. Juist omdat de gemeente zelf 100% eigenaar van het GEB is, is het relatief makkelijk om bij een GEB op een bepaalde manier ruimte te bieden voor lokaal eigendom.
16
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Snelheid: De snelheid in het ontwikkelen van een energieproject wordt beïnvloed door diverse factoren, zoals de vergunningverlening (met bijbehorende procedures en termijnen), het participatieproces en de netcongestie. Hierin heeft een GEB te maken met dezelfde factoren als andere ontwikkelaars. Tegelijkertijd heeft de overheid niet per se niet de relevante kennis en ervaring met betrekking tot het ontwikkelen van energieprojecten die professionele projectontwikkelaars wél hebben, en spelen er andere belangenafwegingen bij een overheid dan bij een ontwikkelaar. Dit alles kan een vertragende invloed hebben op de realisatie. Voor een gedeelte kan dit worden opgevangen door externe expertise in te huren. Rol overheid: Logischerwijs heeft de overheid hier een intensieve rol. Deze rol is met name geschikt bij projecten en wensen waardoor de markt geen of weinig interesse toont of waarbij er voor de overheid synergie is met andere beleidsdoelen en de gezamenlijk business case per saldo positief is. Tevens heeft de overheid naast de rol van ontwikkelaar mogelijk ook de publiekrechtelijke rol van bevoegd gezag. Er moet worden gewaakt dat deze rollen niet conflicteren of juridisch barrières opleveren. Financieel risico: Het ontwikkelen van energieprojecten kent financiële risico’s.
In de eerste plaats zijn er financiële middelen nodig voor het op- en inrichten en beheren van een GEB en vervolgens het via een GEB ontwikkelen van een energieproject. Naast geld, is er ook kennis en ervaring nodig voor het ontwikkelen van een project; kennis die niet per definitie standaard aanwezig is bij een gemeente. Vervolgens dient er ontwikkelbudget beschikbaar te worden gesteld. Daarbij gaat het bij windprojecten indicatief snel om een budget van € 1-3 miljoen. Het financieel risico is groot in de ontwikkelfase, omdat op dat moment al wel kosten worden gemaakt, maar nog niet duidelijk is of het project daadwerkelijk gerealiseerd kan en gaat worden. Na de ontwikkelfase is er in de realisatiefase geld nodig in de vorm van Eigen Vermogen bij de financiering van de benodigde investering in een energieproject. Ook hierbij gaat het bij windprojecten om forse bedragen (veelal enkele tot tientallen miljoenen euro’s). De keerzijde is dat door eigenaarschap ook aanspraak kan worden gemaakt op de winsten/rendementen. Juridische rol en risico’s: De opzet en exploitatie van een GEB is een andere rol dan de standaard publiekrechtelijke rol van de gemeente.
Bij het zelf ontwikkelen door middel van een GEB moet goed onderscheid worden gemaakt tussen (i) de publiekrechtelijke rol van de gemeente als algemeen belangbehartiger en vergunningstoetser en (ii) de privaatrechtelijke rol als aandeelhouder binnen de GEB. Wanneer de overheid samen gaat werken met een private partij kan dat op basis van een samenwerkingsovereenkomst (publiek private samenwerking, contractuele PPS) of via het gezamenlijk oprichten van een vehikel, zoals een B.V. of coöperatie (institutionele PPS). Bij het vormen van een PPS zal de gemeente rekening moeten houden met de aanbestedingsrechtelijke en staatsteunrechtelijk kaders, als mede met de jurisprudentie over het verdelen van schaarse rechten. Indien in de samenwerking een aanbesteding plichtige overheidsopdracht of een verdeling van een schaarsrecht ligt besloten, zal voor de selectie van de private partner in beginsel een aanbestedingsprocedure, dan wel een transparante mededingingsprocedure voor het verdelen van schaarse rechten worden gevolgd. Verder zal ter voorkoming van onverenigbare staatssteun moeten worden nagegaan of de afspraken met de gemeente ´marktconform´ zijn, dan wel marktconform kunnen worden ingericht.
Voor de private partij geldt dat zij zich bewust moet zijn van het feit dat samenwerken met een publieke partij als de gemeente betekent dat de handelingsvrijheid meer beperkt is dan in het geval van een samenwerking met een private partij. Reden daarvoor is dat de gemeente gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij het deelnemen door de gemeente in een gezamenlijk vehikel moet door de gemeente eerst worden onderzocht of de oprichting of deelname in het bijzonder is aangewezen met het oog op het publieke belang, waarna het College van B&W een publiekrechtelijk besluit tot de oprichting c.q. deelname moet nemen. Ten slotte gelden de algemene aandachtspunten bij het aangaan van een samenwerking met derden, nl. dat soms wordt vergeten vooraf te bekijken hoe goed partijen bij elkaar passen en in hoeverre zij ook in tijden waarin het minder voor de wind gaat nog complementair zijn c.q. op dezelfde manier in de wedstrijd zitten. Gevraagde capaciteit/menskracht: Daar waar de overheid niet zelf de kennis en ervaring heeft bij het beheer en het ontwikkelen via een GEB, zal deze moeten worden aangetrokken. Veel kennis en ervaring kan worden aangetrokken via inhuur, maar ook dan zal het veel inspanning vergen van het gemeentelijk apparaat. 17
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Grond: Een verschil tussen zelf ontwikkelen en alle andere varianten is dat de overheid bij zelf ontwikkelen grond of toegang tot grond nodig heeft om een project te ontwikkelen, tenzij zij zelf eigenaar is van grond en deze grond voor doeleinden van het project met inachtneming van alle geldende regels kan gebruiken (bv. Didam-arrest).
2.5. Werken met een kavelgedachte In plaats van het ATT-gebied te zien als één project, kan er ook gewerkt worden met kavels (deelprojecten). Uit een globale inventarisatie naar de opstellingsmogelijkheden komt naar voren dat er wellicht niet één windcluster zal ontstaan in het ATT-gebied, maar dat de kans aanwezig is, dat er eerder twee of drie kleinere clusters zullen ontstaan. Daarnaast is het mogelijk dat niet alle drie gemeenten dezelfde rol willen vervullen in de ontwikkeling van een windpark. Het kan dus zijn dat voor één of meerdere specifieke kavels één van de gemeenten zelf wil ontwikkelen en een andere gemeente dat juist niet wil. Met name voor de varianten ‘maatschappelijke tender’ en overheid als (mede)initiatiefnemer is de kavelgedachte relevant.
Kavelgedachte bij een maatschappelijke tender In de eerste plaats doet de overheid er verstandig aan om er op toe te zien dat de kansen voor medezeggenschap en mee-investeren voor de omwonenden en bedrijven in het hele ATT-gebied gelijk zijn en dat hierin geen verschillen ontstaan tussen gemeenten en/of kavels. Een relevante vraag is of het aanbeveling verdient om te streven naar zoveel mogelijk eenduidigheid ten aanzien van de type windmolens en de te stellen normen en kaders c.q. het programma van eisen. Met andere woorden: gaat flexibiliteit boven uniformiteit of uniformiteit boven flexibiliteit? In het geval van dat eerste is het van belang te zorgen dat flexibiliteit niet leidt tot on-uitlegbare en/of juridisch onhaalbare verschillen tussen kavels. Ook dient te worden onderzocht of voor de projecten één vergunningprocedure kan worden gevolgd of dat afzonderlijke procedures moeten worden doorlopen, afhankelijk van de voorvraag wat gemeenten en ontwikkelaars hierin wensen. In de tweede plaats speelt ook hier de vraag of er voldoende aanbod is van projecten/initiatiefnemers. Enerzijds is er met meerdere kavels meer kans op concurrentie op kavelniveau. Anderzijds is het de vraag of er voldoende aanbod is voor concurrentie op alle kavels. Ten aanzien van het aantal initiatiefnemers zijn er de volgende keuzemogelijkheden: Eén ontwikkelende partij voor alle kavels.
Iedere kavel wordt apart uitgezet en voor elke kavel kan dus een andere initiatiefnemer als winnaar van de gunning uit de bus komen. Hierbij is het van belang dat afstemming plaatsvindt tussen de verschillende winnaars met betrekking tot gemeenschappelijke uitgangspunten in de verschillende tenders. Bij één ontwikkelende partij is het de afstemming en daarmee sturing op uniformiteit het meest eenvoudig. Daarentegen dient er bij verschillende initiatiefnemers (bij verschillende kavels) via een duidelijk beleid en kaders te worden gestuurd op uniformiteit. Bij een overkoepelende partij die voor alle drie kavels ontwikkelt, is er feitelijk sprake van één ontwikkelende partij. Onderstaande elementen zijn primair beschreven bij de maatschappelijke tender. Hieronder worden alleen de verschillen/nuances geduid tussen een maatschappelijke tender met en zonder meerdere kavels. Gezondheid: Net als bij een tender zonder kavels is het goed mogelijk te sturen op de aspecten die van invloed zijn op gezondheid. Van belang hierbij is dat de normen omtrent afstand, slagschaduw, etc. wel uniform voor alle kavels zijn.
18
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Lokaal eigendom en het halen van gemeenschappelijke doelen: Dit kan dan per kavel en zelfs per gemeenten zelf ingevuld worden. Voor de eenduidigheid is het een optie om bijvoorbeeld één omwonendenfonds op te richten waaraan elk project een vergelijkbare bijdrage levert en waarbij de omwonendenvergoeding uniform voor het ATT-gebied wordt uitgekeerd. In deze variant kunnen verschillende constructies en eigenheid worden ingebracht, terwijl de eenduidigheid aan de voorkant wordt gewaarborgd. Snelheid: Met name bij verschillende initiatiefnemers is de kans groot op verschillende snelheden waarop de kavels worden ontwikkeld. Daar kan gedurende een langere tijd ‘gedoe’ zijn in het gebied. Rol overheid: Een dergelijke variant vereist meer afstemming tussen de gemeenten met betrekking tot de ontwikkelkaders per kavel. Verder vergt het meer werk van het bevoegd gezag naarmate er meer afzonderlijke projecten op afzonderlijke kaders zijn. Financieel risico: Het inrichten en organiseren van een maatschappelijke tenderprocedure vraagt hier om meer toereikende (interne) capaciteit dan bij een tender voor 1 kavel. Juridische rol en risico’s. Zie beschrijving bij maatschappelijke tender (zonder kavelgedachte). Gevraagde capaciteit/menskracht. Deze variant vraagt meer capaciteit en menskracht van de overheid.
Kavelgedachte bij overheid als (mede)initiatiefnemer Op de optie ‘de overheid als (mede) initiatiefnemer’ zijn verschillende varianten denkbaar. Net als bij de variant van een maatschappelijke tender met meer ‘kavels’ verdienen enkele zaken bijzonder aandacht van de overheid als bevoegd gezag. Zie hiervoor de toelichting bij de maatschappelijke tender. Ten aanzien van het aantal kavels en gemeentelijke initiatiefnemers zijn er de volgende keuzemogelijkheden: Eén van de gemeenten wil een kavel ontwikkelen. De gemeenten willen samen meerdere of alle kavels ontwikkelen. In het eerste geval kan de gemeente recht doen aan een situatie waarin verschillende opvattingen bestaan over de gemeentelijke rolneming. In het tweede geval ontwikkelen gemeenten samen, omdat zij dit willen, maar worden de kavels gebruikt, omdat hiermee per kavel gestuurd kan worden op gemeentelijke wensen. In dat laatste geval is het wel de vraag hoe wordt omgegaan met grensoverschrijdende kavels. Onderstaande elementen zijn primair beschreven in de beschrijving van de overheid als initiatiefnemer. Hieronder worden alleen de verschillen/nuances geduid. Gezondheid: De normen omtrent afstand, slagschaduw, etc. dienen voor alle drie de gemeenten hetzelfde te zijn. Lokaal eigendom en het halen van gemeenschappelijke doelen: Dit kan per kavel en zelfs per gemeente zelf worden ingevuld.
Voor de eenduidigheid is het een optie om bijvoorbeeld één omwonendenfonds op te richten waaraan elke project een vergelijkbare bijdrage levert en waarbij de omwonendenvergoeding uniform voor het ATT-gebied wordt uitgekeerd. In deze variant kunnen verschillende constructies en eigenheid worden ingebracht, terwijl de eenduidigheid aan de voorkant wordt gewaarborgd. Snelheid: Met name bij verschillende initiatiefnemers is de kans groot op verschillende snelheden waarop de kavels worden ontwikkeld. Dit moet zoveel mogelijk worden voorkomen om onduidelijkheid in het gebied te voorkomen. Rol overheid: Een dergelijke variant vereist afstemming tussen de gemeenten met betrekking tot de ontwikkelkaders. Verder vergt het meer werk van het bevoegd gezag naarmate er meer afzonderlijke projecten zijn. Wel kan de inzet per overheid verschillen, afhankelijk van de vraag of men ook zelf wil ontwikkelen. Financieel risico: Deze is afhankelijk van de rol van de gemeente. Bij een faciliterende rol is deze beperkt. Bij een ontwikkelende rol is deze groot. Juridische rol en risico’s: Zie ontwikkelvariant overheid als (mede-)initiatiefnemer.
19
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Gevraagde capaciteit/menskracht: Deze variant vraagt meer capaciteit en menskracht van de overheid, omdat er meer onderling afgestemd moet worden. Grond: Bij zelf ontwikkelen is grond of toegang tot grond nodig. Dit gaat alleen op voor die gemeente die dat ook wil.
Het ontwikkelen van een project zal plaats vinden in een entiteit, meestal een Besloten Vennootschap (B.V.) , een commanditaire vennootschap of een coöperatie. Als er via verschillende initiatiefnemers verschillende kavels worden ontwikkeld, zullen er ook meer project B.V.’s kunnen worden opgezet, waarbij per B.V. dan wordt gekeken wie wil deelnemen en wie niet. Los van dat de regelgeving omtrent B.V.’s vrij flexibel is en in (openbare) statuten van B.V.’s in veel wensen van partijen kan voorzien, worden in de regel specifieke afspraken tussen aandeelhouders in een B.V. of partijen bij een samenwerking vaak separaat vastgelegd in een onderhandse (niet publieke) aandeelhouders- of samenwerkingsovereenkomst, zodat aan de wensen van partijen – met inachtneming van de feitelijke situatie en de specifieke afspraken recht wordt gedaan. Met betrekking tot de rol van de gemeente als (mede) ontwikkelende partij is dat bij de kavelgedachte mogelijk eenvoudiger te realiseren, dan in het geval het gaat om één project voor het hele ATT-gebied. Zeker wanneer een kavel in één gemeente ligt. Bij een grensoverschrijdende kavel moet de vraag worden beantwoord of een het probleem is dat een gemeente (mee) ontwikkelt in een buurgemeente. Zeker als de ene gemeente wel als ontwikkelende partij optreedt en de andere gemeente niet, waardoor de rollen van de gemeenten verschillend zijn.
20
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
3. Inbreng vanuit de omgeving In aanvulling op de ´theoretische´ inventarisatie van de ontwikkelvarianten, zijn de mogelijke ontwikkelvarianten ook voorgelegd aan het gebied. Wat vinden zij van belang en wat betekent hun opstelling voor de kansrijkheid van bepaalde ontwikkelvarianten? We hebben gesproken met vertegenwoordigers van grondeigenaren, omwonenden, ondernemers, lokale energiecoöperaties, het waterschap en betrokkenen bij de Smart Energy Hub en de Waterstofhub Twente. In de bijlagen zijn de verslagen van deze gesprekken te vinden. Hieronder volgt een korte samenvatting van de input, zoals die door deze partijen is aangedragen.
Bestuurlijke duidelijkheid Tijdens de gesprekken is door (verschillende) partijen duidelijk aangegeven: overheden, toon bestuurlijk lef en geef duidelijkheid. Dit is de rode draad die uit de gesprekken naar voren komt. Voordat participatie met de omgeving in gang gezet kan worden, is een gezamenlijk besluit nodig van de betrokken gemeenten, provincie Overijssel om in dit gebied windturbines te realiseren. Belangrijk hierbij is dat er gezamenlijke kaders worden meegegeven om de opgave te realiseren. Deze geven duidelijkheid over de hoeveelheid GWh die zij willen bijdragen aan de gezamenlijke ambities van de RES Twente. Ook moeten gezamenlijke randvoorwaarden worden geformuleerd over het beperken van hinder van de windturbines voor de directe omgeving, uitgangspunten voor vergoeding/compensatie en lokaal eigendom in de drie gemeenten en afspraken over lokaal energieverbruik. Daarmee moeten de overheden aan de voorkant duidelijkheid geven voor de inwoners en bedrijven en een gezamenlijk vertrekpunt creëren om vervolgens de verschillende partijen met elkaar in gesprek te laten gaan.
Sociale cohesie staat voorop Buren moeten gewoon buren kunnen zijn, zonder dat een verschil in belangen daarvoor in de weg staat. Sociale cohesie is de basis in dit gebied. Grondeigenaren werken alleen mee als er een bestuurlijk vastgestelde opgave ligt. Voorwaarde is vervolgens dat de directe omgeving hier maximaal van profiteert en hinder zoveel mogelijk wordt beperkt. Om te voorkomen dat spanningen oplopen in het gebied, kunnen en willen de inwoners vooralsnog geen initiatiefnemer zijn. In een nagezonden reactie van een vertegenwoordiging van grondeigenaren, is aangegeven dat grondeigenaren samen met omwonenden de regie willen als wordt besloten dat er windturbines moeten komen in het ATT-gebied. Voorwaarde is onder meer dat er één plan moet komen voor het gehele ATT-gebied. Als de opgave duidelijk is, dan is de verwachting dat een groter deel van het gebied mee wil denken over de gezamenlijke uitgangspunten. De directe omgeving moet zeggenschap krijgen over de ruimtelijke kwaliteit en verdeling van financieel en maatschappelijk rendement. Wie tot de directe omgeving behoort, moet samen met het gebied worden bepaald.
Brede energievisie met goede verdeelsleutel financieel en maatschappelijk rendement Op basis van de verschillende gesprekken, maar met name in het gesprek met de ondernemers en het waterschap, is het idee van een publiek private samenwerking (PPS) ontstaan. Hierbij maken de initiatiefnemers vooraf afspraken over een goede verdeling tussen financieel en maatschappelijk rendement. De omgeving krijgt de ruimte om hierin deel te nemen. Ook willen vooral de ondernemers vooraf een bredere energievisie en businesscase uitwerken voor de hele energieketen: van opwek, opslag tot verbruik. Aan de hand van de visie en de uitgewerkte businesscase, zijn de lange termijn koers en belangen duidelijk. Hierbij streven de verschillende partijen naar optimale bescherming van de leefomgeving van direct omwonenden, 100% lokaal eigendom en voldoende opbrengst van duurzame energie.
21
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
De ligging van het ATT-gebied en de mogelijkheden om in dit gebied a) energie op te wekken met een mix van windenergie, zonne-energie en groengas, b) energie op te slaan en c) in de directe omgeving te benutten, maken dit gebied kansrijk om te ontwikkelen als energiegebied. Windturbines en zonnevelden kunnen worden aangesloten op 1 aansluiting en grootverbruikers van energie liggen direct naast het ATT-gebied. Met cable-pooling is volgens de omgeving een flinke efficiëntieslag mogelijk: er zijn veel kosten te besparen en er wordt ruimte/capaciteit vrijgespeeld, waardoor in verhouding minder uitbreiding nodig is van het net. Bovendien ontstaan door cablepooling ook nieuwe mogelijkheden voor teruglevering van zon op dak door particulieren. Samen met de netbeheerders kunnen afspraken worden gemaakt over uitbreiding en versterking van het net.
Investering en zeggenschap Voorstel vanuit de omgeving is dat de initiatiefnemers, die investeren, invloed kunnen uitoefenen als het gaat om de realisatie van windenergie op een sociaal verantwoorde wijze. Waterschap, gemeenten, provincie, ondernemers, de Smart Energy Hub en lokale energie coöperaties zouden gezamenlijk initiatiefnemer kunnen zijn. De omgeving geeft aan dat het niet wenselijk is dat overheden 100% ontwikkelaar zijn van de windturbines, maar dat overheden wel mede-initiatiefnemer kunnen zijn. Op die manier kunnen zij voorwaarden stellen en faciliteren door kennis, capaciteit, geld en eventueel grond beschikbaar te stellen. De samenleving kan mede investeerder worden via crowdfunding en betrokkenheid van de omgeving (MKB en inwoners). Door de gezamenlijke investering zorgen de partners dat er voldoende ontwikkelbudget en cofinanciering beschikbaar is in de onzekere opstartfase. De mede initiatiefnemers bundelen de krachten, waardoor zij minder afhankelijk zijn van commerciële projectontwikkelaars en meer lokaal zeggenschap mogelijk is. Hierbij is het van belang dat de risico’s voor alle partijen behapbaar zijn.
Ook is vooraf inzicht gewenst in: hoe de risico´s van de investeerders worden afgedekt; hoeveel geld beschikbaar wordt gesteld voor de omgeving; hoe de maatschappelijke kosten voor de langere termijn voor alle inwoners beperkt kunnen blijven, ongeacht de beoogde opbrengsten.
Maatschappelijke kosten Als overheden en bedrijven investeren in groene energie, kan volgens de ondernemers de kostprijs voor energie voor een langere termijn stabiel blijven. Bedrijven die relatief veel stroom verbruiken, zijn bereid te investeren als energie in de omgeving behouden blijft en niet alleen het net op wordt gebracht. Bovendien is windenergie een kans om waterstof te produceren met ‘groene’ energie en de kosten te drukken op het gebied van bijvoorbeeld waterzuivering. Zo kunnen investeerders ook bijdragen aan het verlagen van de toekomstige maatschappelijke kosten voor warmte en elektriciteit. Dit ´kostprijsmodel´ draagt (in)direct bij aan een gunstig vestigingsklimaat, met voldoende werkgelegenheid en sociaaleconomische ontwikkeling.
Maatschappelijke acceptatie De inwoners binnen het zoekgebied die wij hebben gesproken, zijn momenteel tegen windenergie in dit zoekgebied. Enkele inwoners willen zich graag inzetten om het voor het gebied zo goed mogelijk te doen als de windturbines er toch komen. De groep inwoners die de belangen van deze directe omgeving goed kan vertegenwoordigen en zich in wil zetten in het gebied, kan een actieve rol krijgen in het proces. Gaandeweg kunnen andere geïnteresseerden zich hierbij aansluiten. Zij zullen zich inzetten om de hinder zoveel mogelijk te beperken en zo de zorgen van de inwoners uit de omgeving (geluid, slagschaduw, erosie, verlichting, etc.) grotendeels weg te nemen en goed te meten (monitoring effecten op woningen).
22
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
De omwonenden hechten vooral waarde aan bescherming van de leefomgeving en minder aan financiële compensatie. Toch is financiële compensatie ook wenselijk. Deze moet los staan van het deel dat wordt ingebracht in een maatschappelijk fonds om ontwikkelingen mogelijk te maken die voor alle inwoners uit de gemeente zinvol zijn. De directe omgeving heeft zeggenschap over de verdeelsleutel voor financieel en maatschappelijk rendement.
Conclusie Op basis van (groeps)gesprekken met vertegenwoordigers van grondeigenaren, omwonenden, ondernemers, lokale energiecoöperaties, waterschap en betrokkenen bij de Smart Energy Hub en de Waterstofhub Twente lijkt een publiek private samenwerking (PPS) de beste optie voor de realisatie van windenergie. Daarbij maken de initiatiefnemers vooraf afspraken over hun rol en inbreng en een goede verdeling tussen financieel en maatschappelijk rendement. Bovendien worden kansen geboden voor de omgeving, om deel te nemen in het vervolgproces. Nadat er duidelijkheid is over de bestuurlijke kaders, kan afstemming plaatsvinden tussen de initiatiefnemers (waterschap, gemeenten, provincie, lokale energiecoöperaties en betrokkenen bij de Smart Energy Hub en de Waterstofhub Twente) en de grondeigenaren, direct omwonenden en ondernemers om tot gezamenlijke uitgangspunten te komen. Door middel van deze samenwerking kan lokaal eigendom (liefst 100%) worden vormgegeven en kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de energieopgave. Niet alleen wordt de duurzame opwek van windenergie mogelijk, maar deze ontwikkeling kan ook een belangrijke bijdrage leveren aan andere klimaatopgaven voor 2050. Denk hierbij aan het aardgasvrij verwarmen van woningen en andere gebouwen, industrie zonder uitstoot van broeikasgassen en emissievrij transport.
In bijlage 1 zijn korte verslagen van de gesprekken en de nagezonden reacties opgenomen.
23
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
4. Advies ontwikkelvarianten voor energiegebied ATT Om antwoord te kunnen geven op de vraag wat de beste ontwikkeloptie is voor het ATT-gebied is een inventarisatie en beschrijving gemaakt van diverse ontwikkelopties en zijn gesprekken gevoerd met (vertegenwoordigers) van grondeigenaren, omwonenden, ondernemers, lokale energiecoöperaties, waterschap en betrokkenen bij de Smart Energy Hub en de Waterstofhub Twente. De uitkomst hiervan is verwerkt in onderstaande matrix.
Figuur 1: Matrix: mate van sturing per ontwikkelvariant op verschillende criteria en duiding van aspecten
Toelichting op de matrix De matrix is enerzijds ingevuld vanuit de vraag in welke mate er binnen verschillende ontwikkelopties sturing vanuit de overheid/gemeente mogelijk is op de verschillende criteria. Anderzijds geeft de matrix per ontwikkeloptie duiding aan de rol van de overheid, de financiële en juridische risico’s en de gevraagde capaciteit. Wat betreft de mate van sturing, betekent een plus een grote mate van sturing en vice versa geeft een minteken aan dat er weinig mogelijk is om te sturen. Daarnaast is een duiding van de aspecten gegeven vanuit het perspectief van de overheid/gemeenten. De duiding ‘klein’ bij ‘financieel risico’ betekent dus dat het financiële risico voor de overheid/gemeenten klein is. Dit financiële risico kan wel bij een andere partij liggen.
Gezondheid: Aandacht voor de gezondheid is een belangrijk aspect waar volgens de inwoners en bestuurders veel aandacht aan moet worden besteed. Volgens informatie van de GGD komen gezondheidsklachten vooral voort uit indirecte effecten van overlast door geluid, slagschaduw en visuele hinder. De mate van overlast wordt bepaald door het in bedrijf zijn van de windturbines en type windturbines. Sturing zit vooral in het minder hard laten draaien of stilzetten van de turbine en in de keuze van het type turbine. Bij de meeste ontwikkelopties ligt de keuzemogelijkheid hieromtrent bij de initiatiefnemers. Via het stellen van kaders en via het aangaan van een gebiedsovereenkomst liggen hier beperkte mogelijkheden om op te sturen. Als de overheid een meer actieve rol neemt, dan wordt de kans om te sturen vergroot. Maar de turbines (tijdelijk) minder laten draaien gaat altijd ten koste van de opbrengst in de productie van duurzame energie en het financieel rendement. Een overheid zou genoegen kunnen nemen met een minder rendement. Commerciële partijen hebben deze mogelijkheid niet of in mindere mate. Lokaal eigendom: Lokaal eigendom van minimaal 50% is een bestuurlijke voorwaarde vanuit RES Twente en het Klimaatakkoord. Verschillende betrokkenen vanuit het gebied streven naar een hogere mate van lokaal eigendom.
Via het stellen van kaders is ook hierin in zekere mate te sturen door het opleggen van een inspanningsverplichting voor initiatiefnemers. Echter, zolang andere partijen dan de overheid initiatiefnemers zijn, is de overheid afhankelijk van hoe en in welke mate andere partijen invulling geven aan lokaal eigendom. En in alle gevallen bestaat er voor de invulling van lokaal eigendom een afhankelijkheid van de bereidheid hiertoe in de omgeving. De meeste garantie op een bepaalde mate van lokaal eigendom is te verkrijgen als de overheid een actieve rol inneemt. Dat wil zeggen, een keuze voor een andere variant, dan enkel het stellen van kaders. 24
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Tegelijkertijd speelt bij het zelf ontwikkelen als overheid de vraag of dit lokaal eigendom is. Volgens afspraken in de RES kan dit bijdragen aan lokaal eigendom, maar met name de grondeigenaren kijken hier anders tegen aan. Benutting ruimtelijke potentie: Wanneer de ontwikkeling aan andere partijen dan de overheid wordt overgelaten, zullen deze partijen een grote invloed hebben op waar, hoe groot en hoeveel windturbines er worden ontwikkeld. Met het stellen van kaders is hier wel invloed op uit te oefenen, maar deze invloed is het grootst wanneer de overheid zelf aan het stuur zit. Snelheid: Het ontwikkelen van windprojecten vraagt kennis, ervaring, tijd en financiële middelen. De beschikbaarheid hierover is het grootst bij professionele marktpartijen en in de regel het minst bij lokale bewoners initiatieven en de overheid zelf. Bij die laatste twee is het wel mogelijk om expertise in te huren. Bij de ontwikkeling door de overheid zelf kan de verdeling tussen publiek- en privaatrechtelijke rollen tot vertraging leiden. Rol van de overheid: De rol van de overheid kan faciliterend, stimulerend en samenwerkend zijn, maar ook 100% eigenaar en initiatiefnemer. De volgorde van de rollen geeft ook de mate aan van klein naar groot van de rol van de overheid.
Financieel risico overheid: Het ontwikkelen van een windproject kent verschillende fases: de verkenningsfase, de ontwikkelfase, de realisatiefase. Na het ontwikkelen komt de exploitatiefase. In de ontwikkelfase zijn de financiële risico’s in het begin het grootst. De risico´s nemen af naarmate het meer duidelijk wordt dat een project doorgaat. Het ontwikkelbudget neemt daarentegen toe naarmate het project vordert. Bij ontwikkelbudgetten voor windprojecten gaat het om de orde van grootte van € 1-3 miljoen per project. Het totaal investeringsbudget voor de windambities in het ATT-gebied zal vele tientallen miljoenen euro’s omvatten. Deze moeten deels met eigen vermogen worden gefinancierd door de initiatiefnemers. Naarmate de rol van de overheid groter is, zal ook het financieel risico en het benodigde eigen vermogen voor overheden groter zijn. Juridisch risico: De verschillende ontwikkelopties hebben allemaal hun eigen juridische aspecten. Naarmate de rol van de overheid groter wordt, komen deze aspecten meer bij de overheid te liggen. Zie hoofdstuk 5. Gevraagde capaciteit menskracht overheid: Bij de faciliterende rol van de overheid maakt deze vooral gebruik van haar vertrouwde publiekrechtelijke rol.
Naarmate de rol van de overheid toeneemt, zal het steeds meer gaan om activiteiten die voor de overheid ongebruikelijk zijn, meer menskracht vragen of waarvoor meer inhuur van kennis en kunde nodig is. Kavelgedachte: Uit het rapport van Bosch en Van Rijn heeft het projectteam Energiegebied ATT geconcludeerd dat het aannemelijk is dat er niet één groot windcluster zal kunnen worden ontwikkeld, maar dat windturbines op verschillende plekken in het totale zoekgebied mogelijk zijn. Deze gebieden liggen soms ook in verschillende gemeenten. Daardoor zijn de varianten maatschappelijke tender met kavelgedachte en de overheid als (mede) initiatiefnemer met kavelgedachte ontstaan. Bij de kavelgedachte ontstaat de mogelijkheid om deelclusters door verschillende initiatiefnemers te laten realiseren. Dat wil zeggen, een maatschappelijke tender per kavel en/of een rol voor de overheid die verschilt per kavel.
Inbreng uit de omgeving Onze conclusie op basis van gesprekken met de omgeving is dat samenwerking met lokale partners de beste optie is voor de realisatie van windenergie. Door middel van deze samenwerking kan 100% lokaal eigendom worden nagestreefd en kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de energieopgave. In algemene zin is ingebracht, dat zodra de overheid duidelijkheid geeft over de komst van windturbines in een bepaald volume, dat men bereid is mee te doen. Dat meedoen kent verschillende achtergronden (lokale lusten, hinderreductie, stroomgebruik, etc.), maar zorgt er wel voor dat er ruimte is om partijen aan elkaar te verbinden en samen op te laten trekken. Omdat daarbij mogelijk één of twee gemeenten en/of het waterschap willen participeren is er de mogelijkheid tot een publiek private samenwerking.
25
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Voorkeursvariant Het projectteam Energiegebied ATT heeft vier varianten onderzocht. Uit de gesprekken in het gebied blijkt dat men nog niet toe is aan een keuze voor één van de varianten. Eerst is bestuurlijke duidelijkheid nodig over de komst van windturbines in het gebied en de mate waarin. Wel hebben vertegenwoordigers van grondeigenaren, omwonenden, ondernemers, lokale energiecoöperaties, waterschap en betrokkenen bij de Smart Energy Hub aangegeven onder voorwaarden te willen participeren in de realisatie van de windprojecten in het ATT-gebied. Het projectteam schat in dat deze voorwaarden goed vorm te geven zijn via een publiek private samenwerking (PPS). Hiermee wordt primair aansluiting gezocht bij de ontwikkelvariant ‘de overheid als (mede) initiatiefnemer’ waarbij de samenwerking met het gebied wordt gezocht. Zodra er bestuurlijk duidelijkheid is over de komst van windturbines in het gebied, ziet het projectteam potentie voor een samenwerking tussen verschillende partijen die aan de slag gaan in het gebied met wind, vanuit verschillende rollen. Samen kunnen ze de energietransitie voor alle partijen doen slagen. De lokale coöperaties kunnen een belangrijk rol spelen als het gaat om de belangenbehartiging van de in- en omwonenden in het ATT-gebied.
De totstandkoming van een PPS binnen het ATT-gebied kan worden gezien als een tussenstap naar een definitieve keuze voor een ontwikkelvariant of een combinatie van de onderzochte ontwikkelvarianten.
Waarom zijn de onderzochte varianten nog niet geschikt? Gezamenlijk ontwikkelkader: Er zijn veel verschillende wensen in het gebied en in potentie verschillende lokale partijen die initiatief willen nemen. Als we de ontwikkeling aan de markt overlaten, brengen we de lokale partijen niet in positie. We adviseren daarom geen gezamenlijk ontwikkelkader waarbij de ontwikkeling aan de markt wordt overgelaten. We adviseren wel dat de gemeenten en provincie de (lokale) beleidskaders onderling afstemmen om te komen tot een gezamenlijk beleidskader. Gebiedsovereenkomst: Bij de bewoners en andere partijen in het gebied is er momenteel onvoldoende draagvlak om in het gebied zelf de ontwikkeling van windturbines op te pakken. Er is niet direct een initiatiefnemer in het gebied en er mist sturing. Maatschappelijke tender: De vraag is of er op dit moment voldoende ´concurrentie´ tussen partijen is om een maatschappelijke tender mogelijk te maken. Daarbij spelen twee kanttekeningen. Enerzijds kan het bekendmaken van een potentiële tender de interesse vergroten en concurrentie creëren. Anderzijds zijn er weinig plekken in het gebied waar een substantiële hoeveelheid turbines geplaatst kan worden. Indien de toegang tot grond een criterium in de tender is zal dit de concurrentie beperken. Alternatief is om dit niet op te nemen als criterium.
In dat geval zul je als overheid bereid moeten zijn om een gedoogplicht op te leggen aan grondeigenaren die niet mee willen werken aan windturbines (te laten plaatsen op hun grond), of in het uiterste geval bereid moeten zijn te onteigenen. Overheid als mede initiatiefnemer: Deze variant vindt zijn vertaalslag in de samenwerking. Een rol voor de overheid als mede initiatiefnemer zien wij als kansrijk. De overheid als enige initiatiefnemer adviseren wij niet, want hier is geen draagvlak voor in het gebied. De grondeigenaren willen dit niet en het is de vraag of overheden dit willen.
26
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Nadere verkenning noodzakelijk Het projectteam komt, mede op basis van de gevoerde gesprekken, tot de aanbevelingen om een PPS te onderzoeken: 1. De overheid als (mede) initiatiefnemer, met een rol voor lokale energiecoöperaties, lokale ondernemers, grondeigenaren, direct omwonenden, de Smart Energie Hub en de overheden: Daarbij maken de initiatiefnemers vooraf afspraken met gemeenten en omgeving over hun rol en inbreng en een goede verdeling tussen financieel en maatschappelijk rendement. Bovendien worden kansen geboden voor de omgeving, om deel te nemen in het vervolgproces. Gezamenlijk worden duidelijke criteria opgesteld, ook met betrekking tot lokaal eigendom, participatie, milieu- en gezondheidseisen en landschappelijke inpassing. Het gaat hier dus om een publiek-private samenwerking (PPS). Wanneer er geen consensus wordt bereikt over een PPS, wordt ingezet op een maatschappelijke tender. 2. Maatschappelijke tender: aantal partijen kan opstaan om al dan niet samen mee te doen in de tender Ook in een maatschappelijke tender kunnen meerdere partijen samenwerken. De gemeente stelt duidelijke criteria op, ook met betrekking tot lokaal eigendom, participatie, milieu- en gezondheidseisen en landschappelijk inpassing. De gemeente gaat met de initiatiefnemers in gesprek om de plannen te beoordelen en gunt uiteindelijk de ontwikkeling aan de beste partij(en).
Het advies is om een verkenner aan te stellen die de mogelijkheid voor een PPS tussen deze partijen verder gaat onderzoeken, resulterend in een samenwerkingsovereenkomst(en). Op basis van deze verkenning moet blijken welke (combinatie van) variant(en) het beste is. Het verder verkennen van deze samenwerking is geen aparte ontwikkelvariant, maar een tussenstap om te komen tot een mogelijke combinatie van ontwikkelvarianten.
Aandachtspunten en aanvullend advies Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat van belang is om in de volgende fase onderstaande punten in acht te nemen voor de verdere ontwikkeling: Uit de gesprekken is duidelijk geworden dat de inwoners in het ATT-gebied zich grote zorgen maken over de komst van de windmolens en de impact van de windmolens op hun woon- en leefgebied. Ze maken zich onder meer grote zorgen over de gezondheidseffecten van de windmolens. Deze zorg vertaalt zich in een zeer kritische houding van de in- en omwonenden van het zoekgebied, maar ook in een grote terughoudendheid van inwoners en andere belanghebbenden om te participeren in windprojecten. In het belang van de cohesie in het gebied en omwille van de verstandhouding met de inwoners in het ATT-gebied hebben ze aangegeven geen trekker te willen zijn bij de ontwikkeling van windprojecten. Absolute voorwaarde voor participatie voor de verschillende gesprekpartners is een expliciet bestuurlijk besluit dat er windturbines komen in het ATT-gebied. o Inmiddels heeft provincie Overijssel besloten (d.d. 18/06/23) om het ATT-gebied deel uit te laten maken van één van de grotere clustergebieden voor windenergie. Daarmee is vastgesteld dat dit gebied benut wordt om windenergie te realiseren.
Een voorstel voor een gezamenlijk bod met een bandbreedte van 120 – 180 GWh in het totale ATT-gebied wordt in het najaar 2023 bestuurlijk voorgelegd. Als er verschillende clusters van windturbines worden ontwikkeld, is het te overwegen om één stuurgroep te vormen die alle projectteams gaat aansturen. Dit is in het belang van een uniforme uitvoering.
27
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen effect hebben op de potentie van windenergie in het ATT-gebied. Het advies is om alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zowel grote als kleine ruimtelijke ontwikkelingen) in het ATT-gebied te toetsen op de mogelijke impact voor de ontwikkelingen van windenergie en per geval te beoordelen of het meewerken aan een wijziging van de bestemming om die reden wordt geweigerd. Het is nodig een gezamenlijk kader te ontwikkelen. Bij alle ontwikkelvarianten, ook eentje waarbij de overheid mede-initiatiefnemer (PPS) is, zal op enig moment een vergunningaanvraag gedaan moeten worden. Deze aanvraag zal getoetst moeten worden aan de geldende ruimtelijke kaders. De kernpunten voor een gezamenlijk beleidskader zijn inmiddels geformuleerd en worden bestuurlijk voorgelegd.
De volgende punten moeten door de verkenner worden meegenomen: Het ATT-zoekgebied ligt in drie verschillende gemeenten. Het is echter voor de inwoners van het ATT-gebied van belang dat er, naast duidelijkheid over de opgave, in het hele gebied uniforme voorwaarden, normen en kaders komen. Denk hierbij aan zaken als milieunormen (geluid, slagschaduw, obstakelverlichting), kaders rondom lokaal eigendom, etc. Stel daarom vooraf een gezamenlijk ruimtelijk technisch kader op voor de ontwikkeling. Ook is het van belang dat ontwikkelingen gelijktijdig plaatsvinden. Zolang niet duidelijk is hoe de ontwikkeling precies gaat plaatsvinden, wat deze precies inhoudt en door wie de huidige ATT-samenwerking wordt voortgezet van groot belang. Evenzeer is het van belang dat een regeling voor een financiële compensatie voor de in- en omwonenden van windmolens voor het hele ATT-gebied gelijk is. Dit kan bijvoorbeeld zijn beslag krijgen door de vorming van één omwonendenfonds voor het hele ATT-gebied die wordt gefund vanuit de windturbineproject(en) met een uniforme uitkeringssystematiek. De vergoeding uit een omwonendenfonds dient onafhankelijk te zijn van financiële participatie door een in- of omwonende. Voor het plaatsen van een windturbine worden aanzienlijke vergoeding betaald aan grondeigenaren.
Initiatiefnemers dienen te worden gestimuleerd om de grondvergoeding te socialiseren, zodat niet alleen de eigenaar van de grond waarop de windturbine wordt geplaatst een vergoeding krijgt, maar ook omliggende grondeigenaren. Vertegenwoordigers van de ondernemers hebben aangegeven belang te hebben bij groene stroom. Het lokaal afzetten van de elektriciteit kent verschillende voordelen, bijvoorbeeld ten aanzien van infrastructurele kosten, maar kan ook een positieve bijdrage leveren aan de business case van de windprojecten. Energie Samen en Windunie onderzoeken de mogelijkheden van local4localhubs. Het is van belang om deze ontwikkelingen te volgen. Om te komen tot een samenwerking tussen partijen is het van belang dat deze partijen ook weten te komen tot een ruimtelijk goed onderbouwd voorstel. Het is niet mogelijk om een PPS-constructie voorrang te geven op basis van het feit dat de overheid het aan die partijen wil gunnen. Het is daarom van belang dat het voorstel van de samenwerkende partijen op ruimtelijke gronden kan concurreren met eventueel andere initiatiefnemers.
28
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
5. Juridische toets Er is een second opinion uitgevoerd op het voorliggende advies door middel van een algemeen juridisch oordeel over een aantal belangrijke aspecten van de ontwikkelvarianten. Het juridisch oordeel wordt gegeven vanuit omgevingsrechtelijk, vennootschapsrechtelijk en aanbesteding, mededinging en staatsteunrechtelijk perspectief. Daarbij is verzocht om in ieder geval vier specifiek gestelde vragen te beantwoorden en een diepere check op de geadviseerde ontwikkelvariant. De vier gestelde vragen zijn: 1. Wat zijn juridisch gezien de (on)mogelijkheden – m.b.t. de ontwikkelvarianten - in een situatie waarin initiatiefnemers (marktpartijen) al grondposities (opstalrechten) hebben vastgelegd in het ATT-gebied? 2. Wat is juridisch gezien een valkuil bij een maatschappelijke tender als de gemeente vanwege het streven naar (maximaal) lokaal eigendom een energiecoöperatie voorrang wil geven? 3. Hoe is het voorkeursrecht gemeenten in te zetten, bij de optie dat gemeente als (mede) initiatiefnemer/ontwikkelaar wil optreden? 4. Welke juridische vorm leent zich het best voor een samenwerkingsvorm van overheden (gemeente/waterschap), energiecoöperatie, grondeigenaren en ondernemers? De juridische aanbevelingen zijn verwerkt in dit eindrapport.
29
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Bijlage 1. Terugkoppeling (groeps)gesprekken belanghebbenden De gemeenten Almelo, Tubbergen en Twenterand en de provincie Overijssel werken sinds begin 2022 samen om de mogelijkheden voor windenergie te verkennen in het grensgebied langs de drie gemeentegrenzen van Almelo, Tubbergen en Twenterand (ATT). In de periode van december 2022 tot en met april 2023 wordt gewerkt aan een inventarisatie van mogelijke ontwikkelopties voor samenwerking en eigenaarschap om windenergie te realiseren en een advies met een voorkeursvariant. Afspraak bij de afronding van de verkenning is dat de omgeving wordt betrokken. In eerste instantie is getracht om via een kleine vertegenwoordiging meer zicht te krijgen op de wijze waarop zij willen worden geïnformeerd en betrokken. Ook is gevraagd aan deze kleine vertegenwoordiging of zij samen met een aantal betrokkenen uit hun achterban mee willen denken over mogelijke ontwikkelopties. Uit de werksessie is gebleken dat gezamenlijk in gesprek gaan over de ontwikkelopties in deze samenstelling nog niet mogelijk is. Na telefonisch contact is afgesproken om vervolggesprekken per belanghebbendengroep in te plannen om de behoefte beter te kunnen bespreken, voordat een gezamenlijke werksessie mogelijk is over de ontwikkelopties. Een gezamenlijke werksessie heeft niet kunnen plaatsvinden. Wel hebben vervolggesprekken plaatsgevonden en enkele groepsgesprekken.
Daarnaast hebben enkele betrokkenen binnen en buiten het zoekgebied ATT naar aanleiding van een oproep in de nieuwsbrief en een bericht aan de gebiedsgroep. De volgende (groeps)gesprekken hebben plaatsgevonden: 01/02/23: vertegenwoordiging Stichting Gezonde Leefomgeving Weitemanslanden en Werkgroep Windmolens Vriezenveen (2 pers.) 06/02/23: vertegenwoordiging grondeigenaren Weitemanslanden Twenterand en Tubbergen (4 pers.) 07/02/23: vertegenwoordiging tbv belangen ondernemers Almelo (2 pers.) 07/02/23: vertegenwoordiging tbv belangen omwonenden Almelo (3 pers.) 21/03/23: vertegenwoordiging Stichting Gezonde Leefomgeving Weitemanslanden en Werkgroep Windmolens Vriezenveen (2 pers.) 23/03/23: vertegenwoordiging tbv ondernemers, waterschap, Smart Energy Hub, gemeenten (8 pers.) 23/03/23: vertegenwoordiging lokale energie coöperaties Almelo Tubbergen Twenterand (3 pers.) 30/03/23: vertegenwoordiging Waterstofhub Twente 30/03/23: betrokkenen/geïnteresseerden aanmeldingen nav oproep nieuwsbrief en gebiedsgroep (5 pers.) 04/04/23: betrokkenen/geïnteresseerden aanmeldingen nav oproep nieuwsbrief en gebiedsgroep (2 pers.) De reacties van de betrokkenen worden via deze notitie op hoofdlijnen teruggekoppeld in het bestuurlijk overleg en dragen bij aan de overwegingen voor het advies van het projectteam. De samenvattingen van de gesprekken zijn teruggekoppeld per groep.
Hier zijn enkele aanvullingen op gekomen en de samenvattingen van de laatste gesprekken zijn ingevoegd. Mede naar aanleiding hiervan heeft het projectteam aanvullende reacties ontvangen. Ook deze zijn ingevoegd. Het totale advies vanuit de omgeving aan de bestuurders is voorgelegd aan de betrokkenen die hebben meegedacht. Mede naar aanleiding hiervan heeft de projectgroep een schriftelijke reactie ontvangen en een mondelinge reactie. De schriftelijke reactie is bijgevoegd.
30
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Vertegenwoordiging ondernemers, Smart Energy Hub, waterschap en gemeenten: “Ga aan de slag met een publiek private samenwerking met een goede verdeling tussen financieel en maatschappelijk rendement en ruimte voor de samenleving om hierin deel te nemen. Neem positie, zorg voor een uitgewerkte businesscase, een doordacht kostprijsmodel, maak samenwerking mogelijk met behoud van sociale cohesie in het gebied.” Tijdens een groepsgesprek d.d. 23/03/23 hebben vertegenwoordigers van de Smart Energy Hub, ondernemers en overheden aangegeven dat zij mogelijkheden zien voor een publiek private samenwerking. Daarbij is het van belang om vooraf bestuurlijke duidelijkheid te geven over de opgave in dit gebied en de intentie om dit mede vorm te geven aan de hand van windenergie. Bij het vormgeven van deze samenwerking kan een verdeelsleutel worden gemaakt voor de investeerders als het gaat om financieel en maatschappelijk rendement. Ook moet vooraf een business case worden uitgewerkt, waardoor het duidelijk wordt dat en hoe de risico´s van de investeerders worden afgedekt, ongeacht de beoogde opbrengsten. Daarbij is het van belang dat een deel ook voor de omgeving beschikbaar wordt gesteld.
Het waterschap, maar mogelijk ook gemeenten en provincie, is bereid om te investeren en mede-initiatiefnemer te zijn, omdat zij daarmee kunnen bijdragen aan de realisatie van hun eigen duurzaamheidsopgave. Bovendien kunnen zij door de investering in windenergie de maatschappelijke kosten drukken op het gebied van waterzuivering. Daarbij is betrokkenheid van de omgeving voor het waterschap een harde voorwaarde. Als door het investeren de kostprijs voor energie voor een langere tijd stabiel kan blijven, dan is dat voor bedrijven die relatief veel stroom verbruiken interessant. Voor bedrijven is het dan ook van belang om energie niet alleen het net op te brengen, maar juist ook in de omgeving te houden. Dat draagt bij aan een gunstig vestigingsklimaat. Als vooraf goede afspraken gemaakt kunnen worden over een slimme verdeling van investering, risico’s en opbrengsten, dan is de publieke sector zeker bereid om te investeren in windenergie. De vertegenwoordiger van de Smart Energy Hub benadrukt dat vooraf zorgvuldig naar het kostprijsmodel moet worden gekeken en een passende businesscase moet worden uitgewerkt met een goede verdeling van financieel en maatschappelijk rendement. Nu is de kans om waterstof te produceren met ‘groene’ energie. Zo kan de publieke sector ook bijdragen aan het laag houden van maatschappelijke kosten (waterstof voor iedereen > warmteopgave).
Daarbij wordt ook verwezen naar het ontwikkelen van een bredere visie voor de ontwikkelingen rondom waterstof en wordt geadviseerd om de samenwerking met de Waterstofhub Twente verder vorm te geven. Ook in relatie tot windenergie. En ga tijdig in gesprek met Oost NL om voorafgaand in afstemming te zoeken over maatschappelijke (co)financiering. Het waterschap is bereid om te investeren en mede-initiatiefnemer te zijn, omdat zij daarmee kunnen bijdragen aan de realisatie van hun eigen duurzaamheidsopgave. Bovendien kunnen zij door de investering in windenergie de maatschappelijke kosten drukken op het gebied van waterzuivering. Zij willen wel investeren, maar daarbij is betrokkenheid van de omgeving een harde voorwaarde. De gemeenten kunnen als investeerder invloed uitoefenen als het gaat om de realisatie van windenergie op een sociaal verantwoorde wijze. Zij hoeven geen ontwikkelaar te zijn, maar kunnen wel initiatiefnemer en investeerder zijn. Door te faciliteren (kennis, capaciteit, geld) en voorwaarden te stellen, wordt het mogelijk om de juiste partners deel te laten nemen, is het mogelijk om een gunstig vestigingsklimaat te realiseren, met voldoende werkgelegenheid en de toekomstige maatschappelijke kosten voor warmte en elektriciteit te verlagen. Als een ontwikkelaar initiatief neemt, staan organisaties zoals waterschap en ondernemers buiten spel.
Op dit moment is er nog verschil tussen de betrokken gemeenten en de provincie in hoeverre zij mede-initiatiefnemer willen zijn. Deze groep geeft aan: Wil je grip houden op dit proces, dan is een actieve rol van de overheid noodzakelijk.
31
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
De realisatie van deze ontwikkeloptie is alleen mogelijk als er ook ruimte is in het proces om maatschappelijke acceptatie vorm te geven in de directe omgeving. Dit is niet hetzelfde als 100% lokale acceptatie, omdat de verwachting is dat er weerstand van direct omwonenden zal blijven bestaan. Wel is het mogelijk om maximaal rekening te houden met de zorgen rondom gezondheid en ruimtelijke kwaliteit. Bovendien moet aan de voorkant een compensatie voor omwonenden worden geborgd. Dat vereist een nadere uitwerking hoe lokaal eigendom wordt vormgegeven. De verantwoordelijkheid volledig beleggen in het gebied zal ook onderlinge spanning veroorzaken tussen inwoners en dat komt de sociale cohesie niet ten goede. Buren moeten gewoon buren kunnen zijn, zonder dat er verschil in belangen in de weg staat. Mogelijk dat de lokale energie coöperaties namens de samenleving een rol kunnen vervullen om lokaal eigendom, lokaal zeggenschap en behoud van opbrengsten in het gebied verder vorm te geven. Creëer in elk geval een model waar inwoners in een later stadium ook kunnen instappen en zeggenschap hebben op afspraken. Maar met de juiste balans: Maatschappelijk versus Financieel rendement, Volhoudbaar Duurzaam (dus houd rekening met hinder en effecten op gezondheid, maar mate van stilstand moet acceptabel zijn > rendabiliteit windturbine).
De conclusie van dit groepsgesprek is, dat een privaat publieke samenwerking de meest krachtigste ontwikkelvariant is. Daarbij wordt samenwerking gezocht met de samenleving en de lokale energie coöperaties, maar ook de Smart Energy Hub en de Waterstofhub Twente. Samen kunnen zij zorgen voor voldoende ontwikkelbudget en cofinanciering in een onzekere fase, waarbij de risico’s voor alle partijen behapbaar zijn en ruimte gecreëerd wordt voor lokaal zeggenschap, maatschappelijk rendement en financieel rendement.
Vertegenwoordiging van lokale energiecoöperaties: “Coöperaties zijn in staat om een eerlijke energietransitie te realiseren met 100% lokaal eigendom waarbij de opbrengsten ten goede komen aan het gebied.” Tijdens een groepsgesprek d.d. 26/03/23 hebben vertegenwoordigers van lokale energiecoöperaties aangegeven dat energie en opbrengsten zoveel mogelijk ten goede moeten komen van het gebied. Daarbij willen de coöperaties graag verantwoordelijkheid nemen. Zij staan daarbij wel open voor samenwerking met andere partners. De coöperaties geven aan dat zij eerst de backoffice op orde willen hebben, maar verwachten dat zij voldoende kennis en kunde in huis hebben om een projectorganisatie te kunnen samenstellen. Ze zijn zich bewust dat ten behoeve van het ontwikkelbudget een flinke risicovolle investering nodig is. Maar met crowdfunding en betrokkenheid van de omgeving (MKB en inwoners) is de verwachting dat zij een flink bedrag kunnen ophalen en de businesscase sluitend kunnen krijgen. Ze streven naar 100% lokaal eigendom en geven aan dat zij de brug kunnen slaan naar de directe omgeving en de weerstand weg kunnen nemen.
Vanuit het gemeenschappelijk belang om het geld in de omgeving te behouden en door samenwerking met partnercoöperaties uit Twente en Overijssel verwachten zij dat zij als opdrachtgever of mede-initiatiefnemer kunnen bijdragen aan de maatschappelijke opgave om een eerlijke energietransitie in Twente te realiseren. Om 100% lokaal eigendom en acceptatie te kunnen realiseren, is meer tijd nodig in de beginfase, maar daarmee verwachten ze dat ze procedures bij Raad van State kunnen voorkomen. Over bovenstaande is doorgesproken, verwachting is dat juridische procedures en de weerstand in het gebied niet volledig zijn weg te nemen, maar de kracht van de coöperaties kan een waardevolle rol vervullen op bijvoorbeeld een publiek private samenwerking.
32
Eindconcept advies ontwikkelvarianten voor Energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT)
Vertegenwoordiging direct omwonenden Weitemanslanden (Tubbergen en Twenterand): “Het is onmogelijk om mee te praten over ontwikkelopties, terwijl de kaders niet duidelijk zijn. De trein dendert door, het lijkt of wij niet gehoord worden. Wij willen geen hinder van windturbines.” De vertegenwoordigers van de direct omwonenden hebben tijdens een gesprek d.d. 01/02/23 aangegeven dat zij nog wilden nadenken of zij mee wilden praten over de ontwikkelopties. In een uitgebreide mail d.d. 22/02/23 hebben zij aangegeven dat zij het onmogelijk vinden om over ontwikkelopties te spreken als de kaders niet helder zijn. De mail is als bijlage bijgevoegd. Op 21/03/23 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden naar aanleiding van de email. Hierin is gesproken over de wens om kaders vooraf vast te stellen. De betrokkenen zien graag garanties aan de voorkant als het gaat om afstand tot woningen (> 1 km) en hantering en handhaving van een geluidsnorm. Hiervan is teruggekoppeld, dat als een norm van minimaal 1 km wordt gehanteerd, dat er geen zoekgebieden meer over blijven voor windenergie. Dit is niet acceptabel voor de overheid, gezien de verplichte opgave voor 2030. Wel kunnen bij de uitwerking afspraken worden gemaakt over monitoring van geluid aan de gevels van woningen. Ten aanzien van slagschaduw kunnen afspraken worden gemaakt over een standstill voorziening.