13.1 Vaststelling bestemmingsplan Westermaatweg 12 - Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan CompleetAnaloog_NL.IMRO.0141.00100-BP31.pdf
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
45
NL.IMRO.0141.00100-BP31
6.2
Waterparagraaf
6.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
6.2.2 Watertoetsproces De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets van toepassing is. De standaardwaterparagraaf behorende bij de korte procedure is opgenomen in Bijlage 6 bij deze toelichting. Afvalwater afkomstig van de nieuwe woning wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. Het hemelwater wordt niet aangesloten op de gemeentelijke riolering, maar zal ter plaatse worden geïnfiltreerd.
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
46
NL.IMRO.0141.00100-BP31
Hoofdstuk 7
Juridische aspecten en planverantwoording
In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.
7.1
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. Overgangs- en slotregels.
7.2.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.);
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
47
NL.IMRO.0141.00100-BP31
Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.
7.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van eigenaren en/of gebruikers en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad. Algemene procedureregels (Artikel 10) In dit artikel staat beschreven welke procedureregels in acht moeten worden genomen, wanneer er nadere eisen zijn gesteld die onderdeel uitmaken van de regels in dit bestemmingsplan. Overige regels (Artikel 11) In dit artikel staat beschreven welke regels er gelden voor het parkeren, laden en lossen.
7.2.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Ten aanzien van de plansystematiek voor de bestemmingen is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de plansystematiek van het bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord". 'Agrarisch - 1' (Artikel 3) Gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gerealiseerd. 'Bos' (Artikel 4) Gronden met de bestemming 'Bos' zijn bestemd voor, bos en bebossing, houtwallen, de bescherming van natuurwaarden en water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd.
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
48
NL.IMRO.0141.00100-BP31
'Tuin' (Artikel 5) De gronden ten zuiden van de compensatiewoning zijn voorzien van de bestemming 'Tuin'. De primaire reden voor het toekennen van de bestemming 'Tuin' ter plaatse van deze gronden is om de minimale afstand van 50 meter ingevolge van Wgv, tot het bouwvlak van het agrarisch bedrijf aan de Westermaatweg 9 te garanderen. Binnen deze bestemming mogen enkel overige bouwwerken worden gebouwd. Hiervoor geldt dat de bouwhoogte van de overige bouwwerken voor de voorgevel (of het verlengde hiervan) van de woning maximaal 1 meter hoog mag zijn, en achter de voorgevel van de woning 2 meter. 'Wonen - Stadsrand' (Artikel 6) De voor 'Wonen - Stadsrand' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen in woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. In de bouwregels is onderscheid gemaakt in bouwregels voor hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken. Hierbij is aangesloten op de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord". In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing van het plangebied. Daarnaast is hier een bepaling opgenomen voor de benodigde sloop om in aanmerking te komen voor een compensatiewoning in het kader van Rood voor Rood.
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
49
NL.IMRO.0141.00100-BP31
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten beperken zich tot de ambtelijke kosten welke verbonden zijn aan het voeren van de planologisch procedure en worden verhaald middels de legesverordening. Eventuele planschade wordt afgewenteld middels een planschadeovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a geen exploitatieplan nodig.
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
50
NL.IMRO.0141.00100-BP31
Hoofdstuk 9 9.1
Vooroverleg, inspraak en zienswijzen
Vooroverleg
9.1.1 Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2 Provincie Overijssel Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en er sprake is van een ontwikkeling die in overeenstemming is met het provinciaal beleid, wordt vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk geacht.
9.1.3 Waterschap Vechtstromen In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt gelet op de aard en omvang van het plan geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. Bovendien heeft initiatiefnemer de plannen besproken met de buurt. Er zijn voor zover bekend geen bezwaren kenbaar gemaakt tegen de voorgenomen ontwikkeling.
9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen binnengekomen.
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
51
NL.IMRO.0141.00100-BP31
Bijlagen toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
52
NL.IMRO.0141.00100-BP31
Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
53
ruimtelijk kwaliteitsplan Westermaat 12 Almelo
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 1854 H. Oldehinkel 1 mei 2020 1676-RKP-001.indd 12
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
4
2.1.
omgevingsvisie overijssel
4
2.2.
bestemmingsplan buitengebied almelo
4
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
6
3.1.
6
beeldkwaliteit
4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N
7
4.1.
ruimtelijk onderbouwing
7
4.2.
samenvatting maatregelen
8
4.3.
kwaliteitsimpuls groene omgeving
9
5 BEPLANTING
10
1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Westermaat 12 te Almelo. Initiatiefnemer wil op deze locatie ca. 1035 m2 landschapsontsierende bebouwing en een ondergrondse mestopslag van 140 m2 te saneren. Middels de rood voor rood regeling wordt één compensatiekavel toegewezen. Deze bouwkavel zal op het bestaande erf worden gepositioneerd waarmee het erf zich als eenheid in het landschap blijft presenteren. . De gemeente Almelo wil hier middels de rood voor rood regeling in principe aan meewerken, mits het erf landschappelijk goed wordt ingepast. Deels wordt dit bereikt door de sloop van landschapsontsierende bebouwing (minimaal 850 m2) en deels door het landschappelijk goed inpassen van het erf. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt de welstandsnota Almelo. Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.
1
l o c at i e p l a n ge b i e d e n s l o o p l o c at i e
eg dw
ilan
rwe ste We groene zoom van het erf
zoekgebied compensatiewoning te slopen stallen
te behouden woning
De wens bestaat om op het erf een woning toe te voegen. Het zoekgebied is
g ntin pla
e anb
a et l gm e atw ma
r ste We
op naastgelegen afbeelding weergegeven. Alle landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. De bestaande en waardevolle groen zoom rondom
2
het erf blijft behouden.
plangebied en omgeving rond 1900
plangebied en omgeving rond 1950
plangebied en omgeving rond 2010
3
2 VIGEREND BELEID
vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand
2.1.
OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL
en een hoge natuurkwaliteit.
De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-
Agrarisch cultuurlandschap: Hoogveenontginningsplandschap
leidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt
Vanuit linten werd het omliggende hoogveengebied middels
het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van
opstrekkende verkavelingen, vrij kleinschalig, grotendeels
Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwali-
ontgonnen. Dit was het gevolg van de wens tot vergroting van
teit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden
het landbouwareaal. Diepe afwateringskana-len werden niet ge-
beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen
graven zodat veel veen onder het grondwater bleef zitten. Een
deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil
groot deel van dit landschapstype is dan ook later alsnog afge-
zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de
graven, verder ontwaterd en weer als landbouwgrond in cultuur
verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en
gebracht. En daar-mee onderdeel geworden van het veenkolo-
het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële
niaal landschap. Andere delen zijn door landinrichtingswerken
gebiedskenmerken het uitgangspunt.
minder herkenbaar geworden. De hoogveenontginningsland-
hoogveen
schappen zijn te herkennen aan de opstrekkende verkavelingen, Gebiedskenmerken
een min of meer grillig patroon van wegen en paden en de vele
Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken
elzensingels. Reliëfrijk, vanwege het niet vergraven van delen,
binnen de Omgevingsvisie toegelicht:
waar de veenpakketten dun waren. Het landschapstype is
De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving
afwisselend meer of min-der open.
natuurlijke laag
De ambitie voor de resterende oude hoogveenontginningslandschappen is deze als ruimtelijk zelfstandige eenheden, herken-
Natuurlijke laag: hoogveen
baar en beleefbaar te maken.
Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar
2.2.
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED ALMELO
Het bestemmingsplan buitengebied Almelo vormt de uitwer-
hoogveenontginningslandschap
king van de wens om te komen tot een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente Almelo. Het buitengebied van de gemeente Almelo ligt als ware als een schil om de stad heen. Een deel van het buitengebied bestaat uit enkele groene longen die aan verschillende zijden zijn omsloten door stedelijke
4
agrarisch cultuurlandschap
uitleggebieden van de stad Almelo.
In de Middeleeuwen zijn op de hoger gelegen delen woeste gronden gecultiveerd wat heeft geleid tot esdorpen met
De natuurlijke gesteldheid van Twente wordt in belangrijke
door houtwallen omgeven kleine akkers. Deze situatie is
mate bepaald door de aanwezigheid van stuwwallen. Deze
kenmerkend voor het oostelijke deel van Almelo waar,
stuwwallen zijn ontstaan tijdens de derde ijstijd (Riss). Toen
door aansturing van grootgrondbezitters, de ontginningen
de gletsjers ten gevolge van een temperatuurstijging zich
collectief werden aangepakt.
naar het noorden terugtrokken, bleef een geplooid land-
Ten westen van Almelo werden de ontginningen indivi-
schap achter met door het ijs meegevoerde en opgestuwde
dueel aangepakt. Hierdoor is hier een meer verbrokkeld
morenen (zand, grind en steenblokken). In samenhang met
landschap met eenmansessen ontstaan. Deze collectieve
deze ruggen of stuwwallen is een aantal beeksystemen
en individuele ontginningen zijn de oude ontginningen.
ontstaan. Tijdens de vierde en laatste ijstijd was er sprake
De heidegebieden ten zuiden van Almelo zijn in een latere
van een toendraklimaat. Het was koud, droog en stormach-
periode ontgonnen. Hier is nu sprake van blokvormige
tig en er werd een dik pak-ket dekzand als een deken over
verkavelingen in een half open landschap, de broekgronden.
het landschap afgezet. De oostflank van Almelo is door-
Ten noorden van Almelo heeft zich in het lage landschap,
aderd met beekdalen. In grote lijnen loopt het gebied af van
met een keileemlaag, veen gevormd. Het hoogveen is het
oost naar west en het bekenstelsel watert dan ook naar het
laatst ontgonnen. Hier is nu sprake van een grootschalig
westen af op de Regge. De beekdalen zijn van oudsher laag,
cultuurlandschap. Deze rationele ontginningen van heide
Landschapstype Jonge ontginning
nat en begroeid met elzen. Het dekzand is hoog, droog en
en veen behoren tot de jongere ontginningen die plaats
Landschapskenmerken:
begroeid met onder ander iep en linde, veel later kwamen
vonden na 1850. Op grond van het bovenstaande is het
daar beuk en haagbeuk bij.
huidige buitengebied van de gemeente Almelo globaal onder te verdelen in de oude en jonge ontginningen.
Cultivering en landschapstypen Almelo is gelegen in een overgangsgebied van hoge gron-
Deze ontginningen kennen verschillende landschapstype-
den (de stuwwallen) en lage gronden (de veen- en heidege-
ringen met gebiedseigen kenmerken.
Openheid/regelmatigheid; vlakke ligging; opstrekkende strokenverkaveling; herkenbare structuur; bebouwing langs ontginningsassen. Huidige functie:
bieden). Deze overgangen van hoog naar laag en van droog
Hoofdzakelijk landbouw
naar nat zijn kenmerkend voor het buitengebied van de
Toekomst:
gemeente Almelo. Het oorspronkelijke beekdalenlandschap
Verwevingsgebied
is nagenoeg verdwenen. Nu kenmerken met name het
Functies:
agrarisch grondgebruik, recreatieve activiteiten vanuit de
Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimte vragende functies; het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit.
stad Almelo en infrastructurele werken het buitengebied. De cultivering bracht en brengt nieuwe landschapsbeelden en landschappelijke waarden voort. 5
Gebiedskenmerken
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 3.1.
ERF EN LANDSCHAP
gericht, de siertuin ligt ertussen. Praktisch alle erven zijn aan
weg en Westermaatweg. In het westen werd één kort lint
drie zijden omgeven even door een singel van (eiken)bomen, die
aangelegd langs de Westerhoevenweg en de Russendijk. In
beschutting bood tegen de wind. Hier en daar geeft een uit-
de Pollen, ten noordoosten van Vriezenveen, is tussen de be-
Het erf ligt net buiten de bebouwde kom van Aadorp aan
sparing in deze singel fraai zicht op het achterliggende land.
staande lintbebouwing een aantal nieuwe erven toegevoegd,
de Westermaatweg. Het relatief open gebied wordt be-
De erven ven zijn ingericht met een boomgaard, moestuin, sier-
de zogenaamde streekverbeteraars. Samen met een aantal
grensd door de N36 en het kanaal. Aan de noordzijde is een
tuin, een gazon met magnolia of grote solitaire bomen, vaak
verspreid gelegen erven in de Pollen, ten noordoosten van
open agrarisch gebied. Het gebied is rond 1960 heringericht
omgeven even door een haag.
Vriezenveen, vormen ze een duidelijk herkebare groep met
met een beter afwateringsysteem. Ook is de Aadorpweg
dezelfde kenmerken. Het erf ligt te midden van de oprukken-
aangelegt als doorgaande weg naar Vriezenveen. Het erf is
Sobere bebouwing
destijds gerealiseerd evenals meerdere erven aan de Wes-
De boerderijen zijn in een uiterst sobere stijl gebouwd met
termaat. Het erf is onderdeel van de wederopbouwperiode.
traditionele bouwmaterialen zoals bakstenen en dakpannen.
Vriezenveen was een van de eerste en meest indrukwek-
Het Oversticht heeft onderzoek gedaan naar deze erven
Bij uitzondering komt een moderne stal van betonnen sys-
kende ruilverkavelingen die plaatsvonden onder de nieuwe
hieruit is de volgende analyse gekomen:
teemplaten voor. Variatie bestaat vooral uit de manier waar-
Ruilverkavelingswet van 1954. Tussen 1957 en 1969 is ruim
op het woonhuis voor, naast of tegen de schuur is geplaatst.
4400 hectare grond herverkaveld en zijn duizenden ver-
Nieuwe structuur:
Het meest voorkomende type is de kop-hals-romp boerderij.
spreid gelegen snippers percelen samengevoegd tot grotere,
Deze wederopbouwperiode (1940-1965) was een tijd van
Ook de bijgebouwen staan in telkens wisselende opstelling
aaneengesloten kavels. Daarnaast werd 200 hectare woeste
vernieuwing in de architectuur en stedenbouw in Neder-
op het erf, afhankelijk van het type bedrijf:
grond ontgonnen. Ongeveer 70 boerengezinnen verhuisden
land. Het landschappelijk ontwerp kenmerkt zich door
landbouw, veeteelt of een combinatie daarvan. Tot vreug-
van het dorp naar nieuwe erven buiten de oude kern.
nieuwe verkavelingspatronen en een belangrijke rol van
de van de boerin waren de woonhuizen voorzien van een
Internationale belangstelling Vanwege de aard en de omvang
verkeer over de weg. Vóór de ruilverkaveling had Vriezen-
voor die tijd uiterst moderne keuken voor een hygiënisch
van de ingrijpende herverkaveling was Vriezenveen destijds
veen een bij- zonder slagenlandschap met uitzonderlijk
huishouden. In het overzicht hieronder zijn de verschillende
het paradepaardje van de Nederlandse ruilverkaveling. In
smalle en lange kavels die vrijwel uitsluitend bereikbaar
typen boerderijen en bijgebouwen schematisch weergeven.
1958 bracht koningin Juliana een bezoek aan een van de
waren over water. Na de herinrichting bestond het land-
Het erf bestaat uit een woning met aanbouw, met meerdere
eerste nieuwe boerderijen. Na Hare Majesteit volgden nog
schap uit blokvormige kavels gescheiden door lange wegen
varkensstallen. Ten oosten van het erf ligt een houtsingel.
vele binnenlandse en buitenlandse bezoekers die met eigen
met rijen bomen.
Verspreid over het erf staan oude (grote) en jongere bomen.
ogen de moderne, verbeterde manier van landbouw wilden
ebouwen staan in rechte hoeken ten opzichte van elDe gebouwen
zien. In 2011 is het ruilverkavelinggebied in Vriezenveen door
Herkenbare erven
kaar.. De stallen verkeren in een slechte staat en kennen geen
de overheid aangewezen als één van de dertig gebieden uit
Het motto van de wederopbouw was ‘licht, lucht en ruim-
orische waarde. cultuurhistorische
de wederopbouwperiode van nationaal cultuurhistorisch
te’. Alle erven hebben daarom een ruime, open opzet met
6
de verstedelijking als een groene enclave in zijn omgeving.
belang. Het gebied is dan ook heel goed herkenbaar door de
doorzichten langs de bijgebouwen. De oprit vanaf de weg
Locatie
regelmatige structuur van het landschap en de overeenkom-
ligt meestal in het midden van het erf, soms in de vorm van
De erven ven liggen in lange linten ten noorden en zuiden van de
sten tussen de erven en de bebouwing.
een brug over de sloot. De woonhuizen zijn op de straat
dorpskern: skern: langs de Dalweg, Westerveenweg, Oostermaat-
Landschap Vanwege de cultuurhistorisch waardevolle opbouw moet het herinrichten van het erf passen binnen de gestelde kwaliteiten. Te denken valt aan versterking tussen open en dicht (groen) een afgewogen positioneren in vormgeving van de compensatiewoningen. Daarnaast moet de oorspronkelijk indeling van het erf herkenbaar blijven. (inrit/ groenstructuur/eenvoud/functionaliteit). Erf Sloop van voormalige bedrijfsgebouwen en splitsing van
12 -
het erf betekent vaak dat de samenhang in het erf verloren
nge pla
d bie
gaat. Ook hier kan sloop een ongewenst gat in het erf slaan. Randvoorwaarden zijn dan ook: •
Het erf als een groen eiland in een open ruimte;
•
Eén hoofdontsluiting voor het gehele erf; een nevenontsluiting is passend;
•
Aanbrengen nieuwe samenhang op het erf:
•
Formeel karakter en uitgelijnde positie van gebouwen;
•
De ligging van de bestaande bedrijfswoning is leidend;
g we
at ma
r ste We
dit is en blijft het hoofdgebouw op het erf. •
Behoud het onderscheid tussen ‘voor’ en ‘achter’ op het erf;
•
De nieuwe gebouwen zijn in vormentaal en materiaalgebruik ondergeschikt aan de hoofdwoning;
•
Onderzoek of bestaande bomen en beplanting behou-
Langs de Westermaatweg kennen enkele erven nog de oor-
den kunnen blijven.
spronkelijke verschijning en omvang. Ook zijn er erven die letterlijk uit hun ‘groene’ jasje zijn gegroeid. Deze ontwikkeling is
Nieuw aan te brengen groen wordt gebruikt om bestaande
vanuit cultuurhistorisch- maar ook landschappelijk perspectief
structuren te versterken door op een natuurlijk en passen-
niet goed. Het is niet erg dat erven groeien, echter de zoom
de wijze het erf bewoonbaar te maken voor twee eenhe-
moet dan meegroeien. Binnen de ontwikkeling op nummer 12 zal
den. . 7
de zoom daarom behouden moeten blijven.
4 RUIMTELIJK
als eenheid in het landschap moet blijven presenteren. De bestaande groene ‘rand’ rondom het erf blijft behouden.
K WA L I T EI T S P L A N
De compensatiewoning zal hier binnen worden gebouwd. De bestaande woning met tuin blijft behouden en daarmee
Uitgangspunten initiatiefnemer:
ook het hoofdgebouw op het erf. De compensatiewoning
Sloop landschapsontsierende bebouwing nieuwe compensatiewoning (750 m3) met bijgebouw (150 m2) nieuwe schuur van 150 m2 bij bestaande woning; half open beeld van erf behouden; ruimte om te keren en te parkeren op het erf.
moet hier qua architectuur en materialisatie onderdanig
Uitgangspunten gemeente:
schap voorkomen worden. Opslag kan hiermee zo veel mo-
Sloop aangegeven landschapsontsierende bebouwing; het erf moet zich als een eenheid in het landschap blijven presenteren, met behoud van de groene singel rondom; landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het jonge ontginningslandschap zoals is omschreven in de Welstandsnota;
gelijk binnen uit het zicht staan. De bestaande mestplaat
Uitgangspunten provincie:
stig de gebiedskenmerken. Daarbij wordt het erf ontsloten
het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (hoogveenontginningslandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing, deze wordt in hoofdstuk 4.2 nader toegelicht 4.1.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
aan zijn. De woning wordt getoetst aan de welstandsnota. Bij de bestaande woning wordt een nieuw bijgebouw van 150 m2 voorzien. Hiermee zal verrommeling van het land-
en de verhardingen worden eveneens opgeruimd. Het erf wordt hiermee minder stenig wat de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. De uitgelijnde situering van de gebouwen is overeenkomdoor één hoofdinrit op de Westermaatweg en één neveninrit op de Westerweilandweg met ruimte om op het erf te keren/parkeren. Bijna alle erven kennen meerdere neven onsluitingen in de vorm van kavelpaden maar ook schoneen vuile wegen. Het is daarom passend dat ook dit erf twee ontslutingen krijgt.
Situering compensatiewoningen Met de sloop van de stallen bestaat de mogelijkheid om op deze plek een nieuwe compensatiewoning te bouwen. In samenspraak met de gemeente is gekozen om de woning op de plek ten oosten van de te slopen stallen te situeren. Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat dit erf zich
Groenstructuur en inrichting erf: De belangrijste ruimtelijke kenmerken van het erf is dat het een groen eiland in het open veenontginningslandschap is. Enkel op de erven en langs de ontginningsassen staat beplanting. Het contrast tussen het open landschap en de geborgenheid op de erven is een kwaliteit die behouden moet worden. De groene rand zal waar nodig versterkt
8
worden zodat er weer een gesloten houtsingel ontstaat. Waar kan wordt de singel aangevuld met struikvormers die de biodiversiteit vergroten. Op het erf worden geen harde grenzen gemaakt, Beide woonerven lopen in elkaar over door middel van gras. Enkele grote bomen op het erf verzachten de gebouwen en maken dat het een ruimtelijke eenheid vormt. Rondom de compensatiewoning kan een sobere tuin voorzien worden met ruimte voor sierbeplanting. De gebouwen op de erven worden vanaf de Westermaatweg zichtbaar. Dit sluit aan op de andere erven in de omgeving. . Nieuwe verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden (aansluitend op de bestaande verharding). Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. 4.2. SAMENVATTING MAATREGELEN sloop 1035 m2 landschapsontsierende bebouwing en saneren put van 140 m2; nieuwe compensatiewoning met bijgebouw aansluitend op de te behouden woning met nieuwe bijgebouw, binnen het groene kader; bomen op het erf; op het erf is ruimte om te keren/parkeren.
9
erfinrichtingsplan
bedrijven en wonen.(mixlandschap). In voorliggend geval is
Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van land-
Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provin-
dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt
schapsontsierende bebouwing op eigen erf. Tevens wordt
cie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikke-
het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden
een bestaande mestopslag gesaneerd en wordt de omliggen-
lingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten
van het buitengebied..
de houtsingel versterkt met struikvormers.
kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte
Schaal en impact op de omgeving
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)
voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen
De activiteiten zullen plaatsvinden op een plek waar al bou-
mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke
wing staat. Het agrarische bedrijf heeft op deze plek geen
kwaliteit.
functie meer. Hiermee vervalt de gebruikswaarde van de
saneren ca. 1035 m2 landschapsontsierende bebouwing. opruimen mestopslag (140 m2) overtollige verharding rooien; versterken houtsingel rondom. (zie landschapsmaatregelen)
4.3.
KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING
mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de
stallen. Het totale bebouwde oppervlakte neemt fors af. De Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescher-
schaal van de ontwikkeling is klein, mede door de positio-
ming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande
nering van de gebouwen middels de één erfgedachte. De
gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij
impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als
bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en
positief ervaren worden door het opheffen van een geurcon-
nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.
tour. De ontwikkeling vindt plaast binnen het groene kader van het erf. Hiermee wordt het landschap niet verdicht.
De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene
Eigen belang en maatschappelijk belang
omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwik-
Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woonge-
keling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter
not en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop
de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te
van de opstallen. Ook is er een maatschappelijk belang. Op
zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans
het erf staan landschapsontsierende bebouwing met asbest.
en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen
Middels de sloop van het geheel en het opruimen van veel
te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling
verharding zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied
van een grote schaal en met een grote impact op de omge-
verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het land-
ving, dan zal een forse investering in het landschap nodig
schap.
zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd:
Tegenprestatie Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvul-
Gebiedseigen ontwikkeling
lende kwaliteitsprestaties gevraagd, die bijdragen aan de
Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet
versterking van de gebiedskenmerken die benoemd zijn in de
primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische 10
welstandsnota.
landschapsmaatregelen 11
NL.IMRO.0141.00100-BP31
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12
72
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Westermaatweg 12, Almelo
Juli 2020
Status: definitief
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI WESTERMAATWEG 12, ALMELO
Auteur: Status: Datum: Projectnummer
S. van Capelle Definitief Juli 2020 2018-121
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER ......................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 5 ZONE LANGS WEGEN .................................................................................................................................... 5 GRENSWAARDEN ......................................................................................................................................... 5 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ...................................................................................................................... 6 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID ....................................................................................................................... 6
HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 8 3.1 3.2
SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 8 VERKEERSGEGEVENS ..................................................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN .............................................................................. 10 4.1 4.2 4.3 4.4
BEREKENINGEN ......................................................................................................................................... 10 RESULTATEN ............................................................................................................................................. 10 HOGERE WAARDE ...................................................................................................................................... 10 MAATREGELEN REDUCTIE GELUIDBELASTING ................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 12 BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
13 VERKEERSGEGEVENS WESTERMAATWEG ................................................................................................ 14 REKENMODEL.................................................................................................................................... 15 ITEMEIGENSCHAPPEN.......................................................................................................................... 16 RESULTATENTABEL ............................................................................................................................. 17
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Aan de Westermaatweg 12 in het buitengebied van de gemeente Almelo, nabij de kern Aadorp, bevindt zich een voormalig agrarisch erf. Het voornemen bestaat de hier nog aanwezige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, met uitzondering van de bedrijfswoning, te slopen en de sloopoppervlakte vervolgens in te zetten in het kader van de regeling ‘Rood voor Rood’. Het agrarisch erf wordt daarbij omgezet naar een woonerf, waardoor de te behouden bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Daarnaast wordt, ter compensatie voor de sloop van de reeds vermelde bebouwing, een extra woning toegevoegd. In afbeelding 1.1 is de locatie van het projectgebied ten opzichte van de kern Aadorp en de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging projectgebied (Bron: PDOK)
Woningen worden in de Wet geluidhinder aangemerkt als geluidsgevoelige functies. Ten behoeve van de realisatie van de extra woning (compensatiewoning) moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen, waarbij het noodzakelijk is om de geluidbelasting ter plaatse van deze woning te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In voorliggend geval betreft het enkel het aspect wegverkeerslawaai. Opgemerkt wordt dat de om te zetten (bedrijfs)woning reeds bestaand is en dan ook niet wordt meegenomen in het onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied is gelegen. In tabel 2 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Tabel 2 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg moet akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: · · ·
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting moet aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: · ·
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, moet een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 3 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Tabel 3 Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan, zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd worden.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: ·
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: · · ·
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
2.5.1 Algemeen De gemeente Almelo beschikt over gemeentelijk geluidbeleid, genaamd “gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Almelo” (december 2014), met een bijbehorende kaart. Hierin heeft de gemeente het beleid ten aanzien van de voorkeurswaarden en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting opgenomen. Het geluidbeleid staat ter plaatse van het projectgebied hogere waarden toe. Het projectgebied ligt op de bedoelde kaart binnen gebiedstype “Agrarisch”. In dit gebiedstype geldt als ambitieniveau ‘redelijk rustig’ (48 dB) en als bovengrens ‘onrustig’ (53 dB). De voorwaarden die in het gemeentelijk beleid worden gesteld aan het vaststellen van een hogere waarde, hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief Voor het verkrijgen van een hogere waarde moet voor wegverkeerslawaai de procedure gevolgd te worden. Daarbij hoort de ter visielegging van het akoestisch onderzoek. 2.5.2 Gemeente Almelo - Ontheffingscriteria Ieder verzoek om een hogere waarde wordt in ieder geval aan de hoofdcriteria, zoals genoemd in artikel 110a lid 5 van de Wgh, getoetst. Daarnaast worden bij de afweging over het toekennen van een verzoek om een hogere waarde ook de locatie specifieke kenmerken (of nadere ontheffingscriteria genoemd) betrokken. De onderstaande locatie specifieke kenmerken worden in de overwegingen als positief aspect meegenomen dan wel als zwaarwegend argument meegenomen. • • • • • •
•
de locatie bevindt zich in de nabijheid van een bus- of treinstation; de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing; de nieuwbouw zorgt voor afscherming van het achterliggend gebied; de locatie is opgenomen in herstructureringsplannen (bijvoorbeeld het Indiëterrein en dergelijke); de nieuwbouw vult een open plek op tussen aanwezige bebouwing; de beoogde ontwikkeling vormt een markant punt of een markante lijn, dat dient ter versterking van de stedenbouwkundige structuur (zoals vastgelegd in stedenbouwkundige visie als Hoogbouwvisie, Structuurplan, en dergelijke) en / of met de ontwikkeling van de betreffende locatie worden één of meerdere andere milieuknelpunten (bijv. luchtkwaliteit, bodemsanering, overige hindersituatie) elders opgelost.
2.5.3 Gemeente Almelo – Primair akoestische compensatiemaatregelen Indien aangetoond is dat het verzoek tot een hogere waarde voldoet aan de hoofd- en de nadere ontheffingscriteria kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend. De gemeente Almelo past hierbij primair hieronder weergegeven akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn namelijk per geluidsklasse verschillend en binnen voorliggend initiatief zijn onderstaande maatregelen voor gebiedstype ‘onrustig’ (49 dB – 53 dB) van belang. Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarde t/m de geluidsklasse ‘onrustig’ Bij het toekennen van een verzoek om een hogere waarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidsklasse “onrustig” worden de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: 1. 2. 3. 4. 5.
indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) en / of overdrachtsmaatregelen treffen (bijvoorbeeld geluidschermen of -wallen) treffen; indien mogelijk de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woning(en) vergroten; in ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; het stedenbouwkundig ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat, en; vanaf de geluidklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Het voornemen is om aan de Westermaatweg 12, ter compensatie voor de sloop van de hier aanwezige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (m.u.v. de bedrijfswoning), een extra woning toe te voegen. In afbeelding 3.1 is de gewenste situatie weergegeven, de compensatiewoning is aangegeven met nummer 3 en het hierbij behorende bijgebouw met nummer 4.
Afbeelding 3.1 Erfinrichtingsplan gewenste situatie (Bron: De Erfontwikkelaar)
Het projectgebied bevindt zich in de nabijheid van meerdere wegen. Voor de Westerweilandweg, ten noordoosten van het projectgebied, geldt dat het een doodlopende weg betreft. Deze weg wordt enkel benut door bestemmingsverkeer, waardoor de verkeersintensiteit relatief zeer laag is. Verwacht wordt dat de geluidsbelasting als gevolg van deze weg aan de voorkeurswaarde/ambitiewaarde voldoet. Deze weg wordt daardoor niet relevant geacht voor voorliggend onderzoek. Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Westermaatweg (80 km/uur-weg), deze wordt in voorliggend geval wel relevant geacht. In tabel 4 is weergegeven welke uitgangspunten voor het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Westermaatweg (80 km/uur)
Buitenstedelijk gebied 53 dB Ja Afhankelijk van geluidsbelasting zonder aftrek
Tabel 4 Uitgangspunten onderzoek wegverkeerslawaai (Bron: BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
3.2
Verkeersgegevens
De verkeersgegevens zijn afkomstig uit een verkeersmodel van het jaar 2016 van de gemeente Almelo (zie bijlage 1 voor een uitsnede hiervan). Voor wat betreft de etmaalintensiteit is uitgegaan van het jaar 2030. In overleg met de gemeente Almelo is de verkeersintensiteit van 2016 met 1% per jaar opgehoogd tot 2030. Daarnaast kan worden uitgegaan van een ‘W0 – Referentiewegdek’, aangezien het wegdek de komende 10 jaar zal worden verbeterd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 1,0 (akoestisch zacht). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: · · · · ·
weg met intensiteit; gebouwen inclusief hoogte; verharde bodemgebieden; waterdelen; rekenpunten op 1,5, 4,5 en 7,5 meter op alle gevels van de beoogde woning;
In bijlage 2 is het rekenmodel opgenomen en in bijlage 3 zijn de itemeigenschappen opgenomen.
4.2
Resultaten
In tabel 5 is de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai van de Westermaatweg op de gevels van de te realiseren woning weergegeven (zie ook resultatentabel in bijlage 4). De rekenpunten met een geluidsbelasting boven de voorkeurs- en ambitiewaarde zijn dikgedrukt weergeven. Gevel Voorgevel
Zijgevel Oost
Zijgevel West
Achtergevel
Hoogte rekenpunt 1,5 meter 4,5 meter 7,5 meter 1,5 meter 4,5 meter 7,5 meter 1,5 meter 4,5 meter 7,5 meter 1,5 meter 4,5 meter 7,5 meter
Geluidsbelasting (excl. aftrek) 52 dB 54 dB 55 dB 49 dB 50 dB 52 dB 49 dB 51 dB 51 dB ----
Geluidsbelasting (incl. aftrek) 50 dB 52 dB 53 dB 47 dB 48 dB 50 dB 47 dB 49 dB 49 dB ----
Gevelwering (voor 33 dB) 19 dB 21 dB 22 dB 16 dB 17 dB 19 dB 16 dB 18 dB 18 dB ----
Tabel 5 Geluidsbelasting op de gevels (Bron: BJZ.nu)
Op basis van de resultaten uit tabel 5 wordt geconcludeerd dat de geluidsbelasting hoogstens 53 dB betreft (incl. aftrek). Enkel aan de achtergevel kan aan de voorkeurswaarde en het ambitieniveau van 48 dB worden voldaan. Daarnaast wordt ter plaatse van alle gevels aan de uiterste grenswaarde en bovengrenswaarde van 53 dB voldaan. Voor de voorgevel en zijgevels is een hogere waarde noodzakelijk.
4.3
Hogere waarde
Een hogere waarde voor het aspect wegverkeerslawaai is in voorliggend geval benodigd, aangezien de voorkeurs- en ambitiewaarde wordt overschreden. Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk wanneer bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard en een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
4.4
Maatregelen reductie geluidbelasting
Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.4.1
Bronmaatregelen
Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller zullen worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. In het kader van de ontwikkeling is geen sprake van invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast is ook geen sprake van invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan leiden tot een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Bij toepassing van dubbellaags ZOAB vermindert de geluidsbelasting op de gevels. Het is echter niet mogelijk de benodigde reductie te realiseren door dubbellaags ZOAB toe te passen. Het toepassen van een stiller wegdek gaat bovendien gepaard met hoge kosten. De wegbeheerder zal eveneens niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudtechnische problemen leidt. Vanuit financieel en civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus niet haalbaar. 4.4.2
Overdrachtsmaatregelen
Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om aan de voorkeurswaarde te voldoen moet de woning minimaal 60 meter verder van de weg worden gesitueerd. Dit is onder meer stedenbouwkundig en landschappelijk gezien onwenselijk. Het plaatsen van geluidsschermen langs de weg is eveneens niet wenselijk vanuit financieel en landschappelijk oogpunt. 4.4.3
Gevelmaatregelen
Voor de voorgevel en zijgevels gevels dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Het gaat om een hogere waarde van maximaal 53 dB. Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal 55 dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt maximaal (55 – 33 =) 22 dB (zie ook tabel 5 in paragraaf 4.2). Standaard HR++ beglazing zorgt voor een geluidwering van circa 29 dB. Indien voor een natuurlijke luchttoevoer via openingen in de geluidsbelaste gevels gekozen wordt, zijn suskasten noodzakelijk. 4.4.4
Criteria geluidsbeleid gemeente Almelo
In voorliggend geval wordt een extra woning gerealiseerd ter compensatie van bestaande bebouwing. De woning vervangt daarmee de bestaande (landschapsontsierende) bebouwing, waardoor wordt voldaan aan de locatie specifieke criteria. Zoals reeds gebleken is het treffen van bronmaatregelen en/of overdrachtsmaatregelen in voorliggend geval niet doelmatig, evenals het vergroten van de afstand tot de geluidsbron. Aan de achtergevel kan een buitenruimte worden gerealiseerd, waarbij aan de ambitie- en voorkeurswaarde voldaan wordt. De te realiseren woning zal een afschermende werking hebben voor het achterliggende gebied. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal een bouwakoestisch onderzoek worden overlegd, waaruit blijkt dat een maximaal binnenniveau van 33 dB gewaarborgd is. 4.4.5
Conclusie maatregelen
De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Daarnaast wordt er aan de voorwaarden uit het gemeentelijke geluidsbeleid voldaan. Er kan voor de voorgevel en zijgevels dan ook een hogere waarde LDEN van maximaal 53 dB worden aangevraagd. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Westermaatweg bedraagt hoogstens 53 dB. Hiermee wordt ter plaatse van drie gevels niet aan de voorkeurswaarde en het ambitieniveau van 48 dB voldaan. Wel wordt aan de uiterste grenswaarde en bovengrenswaarde van 53 dB voldaan. Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op zwaarwegende bezwaren. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig. Er dient gelijktijdig met het bestemmingsplan een hogere waarde van maximaal 53 dB te worden vastgesteld voor drie gevels ten aanzien van wegverkeerslawaai afkomstig van de Westermaatweg. Als de in tabel 5 van paragraaf 4.2 genoemde gevelwering van maximaal 22 dB wordt toegepast op deze gevels wordt een binnenniveau van maximaal 33 dB gewaarborgd. Met het vaststellen van de benodigde hogere waarden en het nemen van gevelmaatregelen met een gevelwering van maximaal 22 dB is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
BIJLAGEN BIJ HET AKOESTISCH ONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
Bijlage 1
Verkeersgegevens Westermaatweg
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
Bijlage 2
Rekenmodel
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westermaatweg 12, Almelo Definitief
Bijlage 3
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies