CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

13.1 Vaststelling bestemmingsplan Westermaatweg 12 - Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan CompleetAnaloog_NL.IMRO.0141.00100-BP31.pdf

Raad 7 december 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Westermaatweg 1227.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

     



NL.IMRO.0141.00100-BP31

Inhoudsopgave

T oelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

6 6 6 6 7 8

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Ligging en huidige situatie plangebied

9 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Algemeen 3.2 Sloop 3.3 Bebouwing en erfinrichting 3.4 Verkeer en parkeren

10 10 10 10 12

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

13 13 15 22

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & Cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Fysieke veiligheid

27 27 29 30 31 33 35 36 38 39 41

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

44 44 46

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

47 47 47 48

Hoofdstuk 8

50

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

51 51 51 51

Bijlagen toelichting

52 vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

3

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

53

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

72

Bijlage 3

Bodemonderzoek

104

Bijlage 4

Stikstofberekening

260

Bijlage 5

Quickscan natuurwaardenonderzoek

283

Bijlage 6

Standaard waterparagraaf

316

Regels

319

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

320 321 326

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Bos Tuin Wonen - Stadsrand

327 328 329 330 331

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

335 336 337 338 339 340

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

341 342 343

Bijlagen regels

344

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

345

Bijlage 2

Sloopverplichting

347

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

4

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

5

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het agrarisch bedrijfsperceel aan de Westermaatweg 12 in het buitengebied van Almelo. Op het perceel bevindt zich een agrarisch erf met een bedrijfswoning, circa 1.035 m² aan agrarische bedrijfsbebouwing en een onderkelderde sleufsilo van circa 140 m2. Ter plaatse zijn de agrarische activiteiten gestaakt. De agrarische bedrijfsbebouwing heeft geen vervolgfunctie, waardoor niet langer in het onderhoud van de bebouwing wordt geïnvesteerd. De bebouwing is als landschapsontsierend aan te merken. Het voornemen bestaat om deze bebouwing in het kader van Rood voor Rood te slopen. In totaal gaat het om een sloopoppervlak van circa 1.035 m2 vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen en een onderkelderde sleufsilo van circa 140 m2. Hiermee wordt het recht op één compensatiewoning met bijgebouw verkregen. De bestaande (bedrijfs)woning blijft behouden en krijgt een woonbestemming. De ontwikkeling bestaat samenvattend uit: Sloop 1.035 m2 voormalige agrarische bedrijfsgebouwen; Sloop 140 m2 onderkelderde sleufsilo; Sanering van alle aanwezige asbest; Sanering overtollige erfverharding; Realisatie van één compensatiewoning met bijgebouw in het kader van Rood voor Rood; Het zorgvuldig landschappelijk inpassen van het geheel (sloop- en bouwlocatie). Voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan.

Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de gewenste uitbreiding mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Daarbij wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologische oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Westermaatweg 12, in het buitengebied van de gemeente Almelo. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Westermaatweg 12" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0141.00100-BP31) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlage).

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

6

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1 Algemeen Het plangbied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 19 november 2013 door de gemeenteraad van Almelo. Op 5 juni 2018 is de "Parapluherziening parkeren" vastgesteld. Deze parapluherziening bevat regels omtrent het parkeren het laden en lossen. Op 23 maart 2020 is de "Parapluherziening wonen" vastgesteld. Deze parapluherziening voorziet in een vervangende/aanvullende regeling ten aanzien van kamerbewoning en woningsplitsing. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord" opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven door middel van de rode contour.

Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord" (Bron: ruimtelijk eplannen.nl)

1.4.2 Beschrijving bestemmingen De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord" voorzien van de bestemming 'Agrarisch - 1'. 'Agrarisch - 1' De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat de uitoefening van zelfstandige niet-grondgebonden agrarische bedrijven en intensieve veehouderij niet is toegestaan. In de bouwregels is onder andere bepaald dat bedrijfsgebouwen, kassen en bedrijfswoningen binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

7

NL.IMRO.0141.00100-BP31

1.4.3 Strijdigheid De vereiste bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het realiseren van een compensatiewoning ontbreken in het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is het gewenst om de bestaande bedrijfswoning aan de Westermaatweg 12 te voorzien van een woonbestemming. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan “Westermaatweg 12” is, na dit inleidende hoofdstuk, als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en de directe omgeving; Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving; In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Almelo beschreven; In Hoofdstuk 5 passeren de relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue; Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf; In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording; In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het project; Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en vooroverleg.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

8

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Hoofdstuk 2 2.1

De huidige situatie

Ligging en huidige situatie plangebied

Het plangebied ligt aan de Westermaatweg 12, in het buitengebied van de gemeente Almelo. De Westermaatweg 12 bevindt zich op circa 370 meter ten oosten van de kern Aadorp. De functionele structuur rondom het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit verspreid liggende agrarische erven, woonerven en agrarische cultuurgronden. De Westermaatweg vormt ter plaatse de belangrijkste ruimtelijke structuurdrager. Het plangebied wordt aan de noord- en de westzijde begrensd door agrarische gronden. Ten zuiden grenst het plangebied aan de Westermaatweg. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Westerweilandweg. Binnen het plangebied is een voormalige agrarisch erf aanwezig met bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning. De oostzijde en een beperkt deel van de noordzijde van het plangebied is onbebouwd en bestaat uit grasland. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het plangebied weergegeven. Hierbij is tevens met de blauwe contour de te slopen bebouwing aangegeven.

Afbeelding 2.1: Huidige situatie plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

9

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Algemeen

Zoals is beschreven in voorgaande hoofdstukken bevinden zich aan de Westermaatweg 12 landschapontsierende voormalige agrarische gebouwen. De gebouwen zijn verouderd en verkeren in slechte staat. Om verdere verpaupering te voorkomen is het gewenst om de betreffende schuren te slopen. Bovendien zijn de schuren voorzien van asbest. Het voornemen bestaat om de betreffende schuren in te zetten in kader van de Rood voor Rood-regeling van de gemeente Almelo. De wens is om de compensatiewoning met bijgebouw te realiseren ter plaatse van het grasland ten oosten van de Westermaatweg 12.

3.2

Sloop

Eigenaar van het perceel aan de Westermaatweg 12 vindt het wenselijk om de landschapsontsierende voormalige agrarische bebouwing op het erf te slopen. De (bedrijfs)woning met inwoning blijft behouden. Het gaat om het slopen van circa 1.035 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en een onderkelderde sleufsilo van circa 140 m2. In afbeelding 3.1 is aangegeven welke bebouwing wordt gesloopt in het kader van de Rood voor Rood-ontwikkeling.

Afbeelding 3.1: Te slopen bebouwing Westermaatweg 12 (Bron: PDOK)

3.3

Bebouwing en erfinrichting

In het kader van het vorenstaande is door de Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Het volledige ruimtelijke kwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. Hierna worden de belangrijkste aspecten behandeld. In afbeelding 3.2 is het erfinrichtingsplan voor het plangebied weergegeven, deze wordt daarna toegelicht.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

10

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Afbeelding 3.2: Erfinrichtingsplan Westermaatweg 12 (Bron: De Erfontwik k elaar) Situering compensatiewoning Met de sloop van de voormalige agrarische bebouwing bestaat de mogelijkheid om op deze plek een nieuwe compensatiewoning te realiseren. Gekozen is om de woning op de plek ten oosten van de te slopen agrarische bebouwing te situeren. Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat het erf zich als eenheid in het landschap moet blijven presenteren. De bestaande groen 'rand' rondom het erf blijft behouden. De compensatiewoning zal hier binnen worden gebouwd. De bestaande woning met tuin blijft behouden. De compensatiewoning moet hier qua architectuur en materialisatie onderdanig aan zijn. Bij de bestaande woning wordt een nieuw bijgebouw van 150 m2 gerealiseerd. Hiermee zal verrommeling van het landschap voorkomen worden. Opslag kan hiermee zo veel mogelijk inpandig plaatsvinden (uit het zicht). De bestaande mestplaat en overtollige verharding wordt opgeruimd. Het erf wordt hiermee minder stenig, wat ten goede komt van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Het erf wordt ontsloten door één hoofdinrit op de Westermaatweg en één neveninrit op de Westerweilandweg met ruimte om op het erf te keren/parkeren. Bijna alle erven kennen meerdere neven ontsluitingen in de vorm van kavelpaden, maar ook schone- en vuile wegen.

Het is daarom passend dat ook dit erf twee ontsluitingen krijgt. Groenstructuur en inrichting erf De belangrijkste ruimtelijke kenmerken van het erf is dat het een groen eiland is in het open veenontginngslandschap. Enkel op erven langs de ontginningsassen staat beplanting. Het contrast tussen het open landschap en de geborgenheid op de erven is een kwaliteit die behouden moet worden. De groene rand rondom het erf zal waar nodig versterkt worden, zodat er weer een gesloten houtsingel ontstaat. Waar mogelijk wordt de singel aangevuld met struikvormers die de biodiversiteit vergroten. Op het erf worden geen harde grenzen gemaakt. Beide woonerven lopen in elkaar over door middel van gras. Enkele grote bomen op het erf verzachten de gebouwen en maken dat het een ruimtelijke eenheid vormt.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

11

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Rondom de compensatiewoning kan een sobere tuin voorzien worden met ruimte voor sierbeplanting. De gebouwen op de erven worden vanaf de Westerweilandweg zichtbaar. Dit sluit aan op de andere erven in de omgeving. Nieuwe verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden (aansluitend op bestaande verharding). Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden.

3.4

Verkeer en parkeren

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In geval van voorgenomen ontwikkeling wordt er één compensatiewoning nabij de Westermaatweg 12 toegevoegd. Parkeren ten behoeve van de woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 3.2, wordt geconcludeerd dat er ruim voldoende ruimte is om het parkeren op eigen terrein op te lossen. De compensatiewoning wordt ontsloten middels een in- en uitrit op de Westerweilandweg. Het gaat hierbij om een overzichtelijke en verkeersveilige ontsluiting. De toevoeging van de woning zorgt voor een zeer beperkte toename van de verkeersbewegingen. De Westerweilandweg, Westermaatweg en overige omliggende infrastructuur zijn in voldoende mate ingericht om deze (zeer) beperkte toename van verkeerbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de planologische mogelijkheden om ter plaatse een agrarisch bedrijf te exploiteren door de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan opgeheven worden, alsmede de daarbij behorende verkeersgeneratie. Planologisch gezien zal er dan ook geen sprake zijn van een toename van de verkeersbewegingen.

Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

12

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

13

NL.IMRO.0141.00100-BP31

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen.

Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een toevoeging van één woning.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

14

NL.IMRO.0141.00100-BP31

4.1.3 Conclusie toetsing aan het rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.

4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.

4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd.

Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

15

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

16

NL.IMRO.0141.00100-BP31

4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name de artikelen 2.1.3 (lid 2), 2.1.5 (leden 1, 2, 3 en 5) en artikel 2.2.2 van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Op de betreffende artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3 Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 2) Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpenwanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.3 van de Omgevingsverordening Door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en wordt één compensatiewoning teruggebouwd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname.

Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) lid 1: in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: in het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (Of-, Waar- en Hoe-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5: in het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.5 van de Omgevingsverordening Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Almelo.

Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van landschapsontsierende bebouwing; Sanering van alle aanwezige asbest; Sanering van overtollige erfverharding; Het zorgvuldig landschappelijk inpassen van het geheel (sloop- en bouwlocatie). De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. In paragraaf 4.2.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2 Nieuwe woningbouwlocaties 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

17

NL.IMRO.0141.00100-BP31

2. 3.

4.

5.

6.

Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel.

In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.

De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt. In artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd.

Toetsing van het initiatief aan artik el 2.2.2 van de Omgevingsverordening Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een compensatiewoning op basis van het Rood voor Rood beleid van de gemeente Almelo. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen.

4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Afbeelding 4.2 is een uitsnede van de overzichtskaart ontwikkelingsperspectieven met daarbij een indicatieve weergave van het plangebied.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

18

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwik k elingsperspectievenk aart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel continu en beleefbaar watersysteem Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Gebieden met een dergelijk ontwikkelingsperspectief zijn primair bedoeld voor de landbouw. Met voorliggend initiatief wordt een compensatiewoning mogelijk gemaakt ten oosten van de Westermaatweg 12.

Het is redelijkerwijs niet te verwachten dat ter plaatse van de Westermaatweg 12 in de toekomst nog een agrarisch bedrijf geëxploiteerd zal gaan worden. Het is daarom wenselijk om deel te nemen aan de Rood voor Rood-regeling, waarbij ter compensatie van het slopen van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen een woning mag worden gerealiseerd. Het gehele erf krijgt hierdoor een impuls op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Uit paragraaf 5.5 en 5.6 blijkt dat omliggende agrarische bedrijven, als gevolg van voorliggende ontwikkeling, niet (verder) in de ontwikkelmogelijkheden worden belemmerd. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het geldende ontwikkelingsperspectief.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

19

NL.IMRO.0141.00100-BP31

4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in het landelijk gebied. Dit betekend dat de 'stedelijke laag' buiten beschouwing kan blijven. Tevens is de 'Laag van beleving' buiten beschouwing gelaten omdat deze niet van toepassing is op het plangebied. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)'. In afbeelding 4.3 is dat aangegeven.

Afbeelding 4.3: Natuurlijk e laag (Bron: Provincie Overijssel) “Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde) plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

20

NL.IMRO.0141.00100-BP31

Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Op de locatie zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt hoofdzakelijk doordat de gebieden in cultuur zijn gebracht ten behoeve van de agrarische sector. Middels een erfinrichtingsplan worden de woonerven op een landschappelijk verantwoorde wijze ingepast in het landschap. Hiermee sluit het toekomstige erf goed aan bij de gebiedskenmerken van omliggend landschap en wordt het initiatief op een passend wijze ingepast in het landschap. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. 2. De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als 'consumptielandschap' voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveenontginningen'. Afbeelding 4.4 is een uitsnede van deze laag, het plangebied is aangegeven met de rode contour.

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Hoogveenontginningen" Vanuit linten werd het omliggende hoogveengebied middels opstrekkende verkavelingen, vrij kleinschalig, grotendeels ontgonnen. Dit was het gevolg van de wens tot vergroting van het landbouwareaal (boekweit brand cultuur). Diepe afwateringskanalen werden niet gegraven zodat veel veen onder het grondwater bleef zitten. Een groot deel van dit landschapstype is dan ook later alsnog afgegraven, verder ontwaterd en weer als landbouwgrond in cultuur gebracht. En daarmee onderdeel geworden van het veenkoloniaal landschap. Andere delen zijn door landinrichtingswerken minder herkenbaar geworden. De hoogveenontginningslandschappen zijn te herkennen aan de opstrekkende verkavelingen, een min of meer grillig patroon van wegen en paden en de vele elzensingels. Reliëfrijk, vanwege het niet vergraven van delen, waar de veenpakketten dun waren. Het landschapstype is afwisselend meer of minder open.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

21

NL.IMRO.0141.00100-BP31

De ambitie voor de resterende oude hoogveenontginningslandschappen is deze als ruimtelijk zelfstandige eenheden, herkenbaar en beleefbaar te maken. Als er ruimtelijke ontwikkelingen plaats vinden dan bieden de kleinschalige linten met kavelbeplantingen kans voor een afwisselend woon- en werkmilieu, waar op kleinschalige en behoedzame wijze aan voortgebouwd kan worden. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' In voorliggend geval is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om het de woonerven conform de geldende gebiedskenmerken landschappelijk in te passen. In het erfinrichtingsplan is aandacht besteed aan de manier waarop de landschappelijke inpassing in overeenstemming is met de 'laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Verwezen wordt naar paragraaf 3.3 en Bijlage 1. Op deze plek wordt geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'.

4.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving 4.3.1.1 Algemeen De 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de omgeving binnen de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst. Voor de Omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, die los van de gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Het plangebied ligt in het buitengebied waardoor de visie voor het buitengebied het meest relevant is. 4.3.1.2 Buitengebied Het buitengebied is het geheel aan grafelijke gebieden en landgoederen, het oude cultuurlandschap, het jonge ontginningslandschap, het boerenland en de beroemde groene longen van Almelo, die in een vlindervorm om onze stad en dorpen liggen. De gemeente wil het buitengebied optimaal benutten ten gunste van de economie, recreatie, imago, klimaatbestendigheid en duurzaamheidsdoelen, zonder nadelige effecten voor het buitengebied, de bewoners en gebruikers. Een van de instrumenten om verval van het buitengebied tegen te gaan is het sturen op het voorkomen van leegstand met rood-voor-rood trajecten.

Dit houdt in dat stoppende boeren/reeds gestopte boeren in ruil voor het slopen van leegstaande en landschapsontsierende bebouwing, een woonkavel (compensatiewoning met bijgebouw) kunnen verkrijgen. Dit zorgt ervoor dat leegstaande en landschapsontsierende bebouwing uit het buitengebied verdwijnen. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling heeft betrekking op een Rood voor Rood ontwikkeling, waarbij een veelvoud aan landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en het recht op één compensatiewoning met bijgebouw verkregen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het tegengaan/voorkomen van verval van het buitengebied. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving'.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

22

NL.IMRO.0141.00100-BP31

4.3.2 Kaderstelling Landelijk gebied 4.3.2.1 Inleiding Op 10 juli 2012 heeft de gemeenteraad van Almelo de nieuwe kaders voor ontwikkelingen in het buitengebied vastgesteld. Het doel hiervan is een richtinggevend ruimtelijk beleidskader dat dient als toetsingskader voor nieuwe initiatieven in het landelijk gebied. De kaders zijn tevens bedoeld om ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen. 4.3.2.2 Kaders De 4 richtinggevende kaders zijn: 1. Het landelijk gebied is in principe primair bestemd voor de uitoefening van de agrarische sector: 2. Nieuwe initiatieven mogen de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven niet hinderen; 3. De groene longen worden gevrijwaard van verder oprukkende verstedelijking; 4. Nieuwe initiatieven die: a. niet binnenstedelijk zijn op te lossen; b. of van oorsprong al in het gebied aanwezig zijn; kunnen eventueel worden ingepast, indien, enerzijds, met behulp van het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving de aanwezige ruimtelijke kwaliteit in het gebied wordt versterkt, anderzijds, nieuwe initiatieven niet leiden tot significante verzwaring van activiteiten zoals verkeerstromen, welke aanleiding kunnen zijn voor aanpassing van de openbare infrastructuur of toeneming van verkeersonveiligheid. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Kaderstelling landelijk gebied' Geconstateerd wordt dat: 1.

in voorliggend geval een reeds gestopt agrarisch bedrijf herbestemd wordt tot een woonbestemming teneinde ter plaatse reguliere bewoning planologisch toe te staan. Daarnaast wordt een forse hoeveelheid landschapsontsierende bedrijfsgebouwen gesloopt in het kader van Rood voor Rood wat één woningbouwrecht genereerd. Zoals blijkt uit hoofdstuk 5 worden omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmerd. 2. het initiatief de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijvigheid niet hindert. Dit blijkt onder andere uit paragraaf 5.5 en 5.6; 3. verstedelijking van een groene long niet aan de orde is; 4. de agrarische bedrijfswoning aan de Westermaatweg 12 is van oorsprong al in het gebied aanwezig. Hiervoor geldt dat, in verband met bedrijfsbeëindiging, de bedrijfswoning wordt herbestemd tot een reguliere woning. Ten aanzien van de toe te voegen compensatiewoning (met bijbehorende bijgebouw) wordt opgemerkt dat op basis van het provinciaal beleid ten aanzien van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) het mogelijk is om op gemeentelijk niveau beleidskaders op te stellen. Rood voor Rood ontwikkelingen zijn een vorm van KGO. De gemeente Almelo heeft haar Rood voor Rood beleid vertaalt in onder andere het bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord". In paragraaf 4.3.3 wordt getoetst aan de voorwaarden om Rood voor Rood ontwikkeling toe te staan.

Door de sloop van een veelvoud aan landschapsontsierende bebouwing en het landschappelijk inpassen van het geheel is er sprake van een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering (zie ook paragraaf 3.2 en 3.3. Daarnaast leidt het toevoegen van de compensatiewoning niet tot significante verzwaring van bijvoorbeeld de verkeersstromen. Bovenstaande brengt met zich mee dat de richtinggevende kaders uit de 'Kaderstelling landelijk gebied' het initiatief niet in de weg staan.

4.3.3 Bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord' 4.3.3.1 Algemeen Het bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord'' is vastgesteld op 19 november 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo en omvat de planologisch-juridische regeling voor het noordelijke stadsrandgebied (ook wel bekend als de noordelijke groene long) en het buitengebied ten noorden en oosten van Aadorp.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

23

NL.IMRO.0141.00100-BP31

4.3.3.2 Voorwaarden wijzigingsbevoegdheid Rood voor Rood Op basis van de in artikel 3.6.7 van het bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord" opgenomen wijzigingsbevoegdheid kan medewerking worden verleend door het plan te wijzigen voor het na bedrijfsbeëindiging omzetten van een agrarisch bouwvlak in de bestemming ´Wonen - Stadsrand´, waarbij de bouw van één of meerdere extra woningen wordt toegestaan, in verband met sloop van voormalige agrarische bebouwing, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ter compensatie van de sloop van minimaal 850 m2 voormalige bedrijfsbebouwing en/of bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, niet zijnde karakteristieke bebouwing en opgericht met een bouwvergunning voor 1 januari 2004, kan één compensatiewoning worden toegestaan; b. de sloop mag voor een deel plaatsvinden op de locatie van een ander voormalig agrarisch bedrijf, mits op de locatie van dit andere voormalige bedrijf ook alle voormalige bedrijfsbebouwing met uitzondering van karakteristieke bebouwing wordt gesloopt; c. bij sloop op meerdere locaties wordt de compensatiewoning op één van beide locaties toegestaan; d. de compensatiewoning mag een inhoud van maximaal 750 m3 hebben met daarbij bijbehorende bouwwerken met een oppervlakte van maximaal 100 m2; e. de bebouwing dient te worden gesitueerd op een kavel van minimaal 500 m2 en maximaal 1.000 m2 per woning; f.

alle bebouwing die niet ten behoeve van het wonen wordt gebruikt dient te worden gesloopt met uitzondering van de gebouwen, tot een maximale oppervlakte van 300 m2, welke direct worden hergebruikt in het kader van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen; g. er sprake is van een landschappelijke inpassing, waartoe een inpassingsplan dient te worden opgesteld; h. er geïnvesteerd wordt in het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; i. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad; j. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; k. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden: 1. bodemsanering niet noodzakelijk is dan wel vóór uitvoering van het wijzigingsplan zal plaatsvinden; 2. geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden dan wel geen ingrepen in de bodem zullen worden verricht; 3. in risicogebieden voor wateroverlast aanvullende maatregelen met betrekking tot schadevrij bouwen en compensatie worden getroffen; 4. met betrekking tot (spoor)wegverkeersgeluid een aanvaardbaar woonklimaat wordt gerealiseerd; 5.

met betrekking tot de luchtkwaliteit een aanvaardbaar leefklimaat wordt gerealiseerd, dan wel dat geen onevenredige verslechtering plaatsvindt; 6. met betrekking tot de externe veiligheid een aanvaardbaar leefklimaat wordt gerealiseerd, dan wel dat geen onevenredige verslechtering plaatsvindt; 7. beschermde planten- en diersoorten en biotopen niet onevenredig worden geschaad; 8. het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is. 4.3.3.3 Toetsing aan de voorwaarden wijzigingsbevoegdheid Rood voor Rood Hierna wordt puntsgewijs getoetst aan de voorwaarden zoals opgenomen in voorgaande subparagraaf (4.3.3.2). a. Er is sprake van de sloop circa 1.035 m2 vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen en een onderkelderde sleufsilo van circa 140 m2. Hiermee wordt voldaan aan de minimale sloopeis van 850 m2. b. De sloop vindt uitsluitend plaats op het erf Westermaatweg 12 te Almelo. c. N.v.t. d. De beoogde compensatiewoning zal een inhoudsmaat van 750 m3 krijgen. Conform de bestemming 'Wonen – Stadsrand 1’ van het geldende bestemmingsplan “Stadsrandgebied Almelo Noord” bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken maximaal 150 m2. Het is de wens 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken bij de compensatiewoning te realiseren;

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

24

NL.IMRO.0141.00100-BP31

e. De compensatiekavel heeft een omvang van 1.000 m2. Hiervoor wordt verwezen naar de verbeelding. f. Alle voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt sloopt. Bij de bestaande woning wordt 150 m2 aan nieuwe bijbehorende bouwwerken toegestaan. Dit is conform de bestemming 'Wonen Stadsrand 1' van het bestemmingsplan "Stadsrandgebied Almelo Noord". g. In dit geval is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, die volledig is opgenomen in Bijlage 1, waarin onder andere maatregelen voor de landschappelijke inpassing zijn opgenomen. h. De onderdelen waarin wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit zijn beschreven en weergegeven in hoofdstuk 3. i. Een belemmering of aantasting van in de nabijheid gelegen functies en waarden wordt niet onevenredig geschaad. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5. j. De belangen van eigenaren/gebruikers van nabij gelegen gronden worden niet onevenredig geschaad. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.5 en 5.6. k. Voor de milieukundige en financiële uitvoerbaarheid wordt verwezen naar hoofdstuk 5 en 8. Hiermee wordt gesteld dat aan alle voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan, met uitzondering van het feit dat de compensatiewoning buiten het agrarisch bouwvlak wordt gesitueerd.

Omdat de compensatiewoning wel binnen de aanwezige 'groene kamer' en buiten de milieucirkels van omliggende agrarische bedrijven worden gerealiseerd (zie ook paragraaf 5.5 en 5.6), is de beoogde locatie van de compensatiewoning ruimtelijk passend en daarmee passend binnen het gemeentelijke Rood voor Rood beleid. Resumerend wordt geconcludeerd dat het plan niet volledig voldoet aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid. Daarom is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.

4.3.4 Gebiedsgericht geluidbeleid 4.3.4.1 Algemeen De gemeente Almelo beschikt over gemeentelijk geluidbeleid, genaamd “gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Almelo” (december 2014), met een bijbehorende kaart. Hierin heeft de gemeente het beleid ten aanzien van de voorkeurswaarden en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting opgenomen. Het geluidbeleid staat ter plaatse van het projectgebied hogere waarden toe. Het plangebied ligt binnen het gebiedstype “Agrarisch”. In dit gebiedstype geldt als ambitieniveau 'redelijk rustig' (48 dB) en als bovengrens 'onrustig' (53 dB). De voorwaarden die in het gemeentelijk beleid worden gesteld aan het vaststellen van een hogere waarde, hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Voor het verkrijgen van een hogere waarde moet voor wegverkeerslawaai de procedure gevolgd te worden. Daarbij hoort de ter visielegging van het akoestisch onderzoek. 4.3.4.2 Gemeente Almelo - Ontheffingscriteria Ieder verzoek om een hogere waarde wordt in ieder geval aan de hoofdcriteria, zoals genoemd in artikel 110a lid 5 van de Wgh, getoetst.

Daarnaast worden bij de afweging over het toekennen van een verzoek om een hogere waarde ook de locatie specifieke kenmerken (of nadere ontheffingscriteria genoemd) betrokken. De onderstaande locatie specifieke kenmerken worden in de overwegingen als positief aspect meegenomen dan wel als zwaarwegend argument meegenomen. de locatie bevindt zich in de nabijheid van een bus- of treinstation; de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing; de nieuwbouw zorgt voor afscherming van het achterliggend gebied; de locatie is opgenomen in herstructureringsplannen (bijvoorbeeld het Indiëterrein en dergelijke); de nieuwbouw vult een open plek op tussen aanwezige bebouwing; de beoogde ontwikkeling vormt een markant punt of een markante lijn, dat dient ter versterking van de stedenbouwkundige structuur (zoals vastgelegd in stedenbouwkundige visie als Hoogbouwvisie, Structuurplan, en dergelijke) en / of met de ontwikkeling van de betreffende locatie worden één of meerdere andere milieuknelpunten (bijv. luchtkwaliteit, bodemsanering, overige hindersituatie) elders opgelost.

vastgesteld bestemmingsplan Westermaatw eg 12

25

NL.IMRO.0141.00100-BP31

4.3.4.3 Gemeente Almelo - Primair akoestische compensatiemaatregelen Indien aangetoond is dat het verzoek tot een hogere waarde voldoet aan de hoofd- en de nadere ontheffingscriteria kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend. De gemeente Almelo past hierbij primair hieronder weergegeven akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn namelijk per geluidsklasse verschillend en binnen voorliggend initiatief zijn onderstaande maatregelen voor gebiedstype 'onrustig' (49 dB – 53 dB) van belang. Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarde t/m de geluidsklasse 'onrustig' Bij het toekennen van een verzoek om een hogere waarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidsklasse “onrustig” worden de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: 1. indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) en / of overdrachtsmaatregelen treffen (bijvoorbeeld geluidschermen of -wallen) treffen; 2. indien mogelijk de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woning(en) vergroten; 3. in ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; 4. het stedenbouwkundig ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat, en; 5.

vanaf de geluidklasse 'onrustig' dient bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit. 4.3.4.4 Toetsing van het initiatief aan het 'Gebiedsgericht geluidbeleid' In voorliggend geval wordt een extra woning gerealiseerd ter compensatie van het slopen van bestaande bebouwing. De woning vervangt daarmee de bestaande (landschapsontsierende) bebouwing, waardoor wordt voldaan aan de locatie specifieke criteria. Zoals ook blijkt uit paragraaf 5.1 en Bijlage 2 is het treffen van bronmaatregelen en/of overdrachtsmaatregelen in voorliggend geval niet doelmatig, evenals het vergroten van de afstand tot de geluidsbron. Aan de achtergevel kan een buitenruimte worden gerealiseerd, waarbij aan de ambitie- en voorkeurswaarde voldaan wordt. De te realiseren woning zal een afschermende werking hebben voor het achterliggende gebied. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal een bouwakoestisch onderzoek worden overlegd, waaruit blijkt dat een maximaal binnenniveau van 33 dB gewaarborgd is. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het 'Gebiedsgericht geluidbeleid' zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling.

4.3.5 Duurzame Energieladder De gemeente Almelo werkt aan een duurzame samenleving en streeft naar meer duurzame energieopwekking, met als doel in 2050 zo goed als klimaatneutraal te zijn. Daarnaast werkt de gemeente in de regio samen aan een Regionale Energie Strategie (RES). Almelo heeft zich voorbereid door onderzoek te doen naar de kansen en belemmeringen voor duurzame energieopwekking en door het landschap te analyseren. Het resultaat is een Duurzame Energieladder. Op basis van de Duurzame Energieladder ligt het plangebied (deels) in een gebied waar kansen liggen voor (grootschalige) duurzame energieopwekking (windenergie en zonne-energie). De Duurzame Energieladder verzet zich echter niet tegen de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast zal de compensatiewoning een soortgelijke bescherming genieten als bedrijfswoningen in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=facff9e5-de49-4747-9bda-8ec37842db62