13.1 Vaststelling bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat - Bijlage - Vast te stellen bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
Tekst van het document
Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat NL.IMRO.0141.00151
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Toelichting
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
1
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer
3 3 3 3 5 6
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Planbeschrijving
8 8 12
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
15 15 17 21 23
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten 4.1 Vormvrije mer-beoordeling 4.2 Geluid 27 4.3 Bedrijven en milieuzonering 4.4 Fysieke veiligheid 4.5 Externe veiligheid 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Bodemkwaliteit 4.9 Flora en fauna 4.10 Archeologie en cultuurhistorie Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
27 27
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten 6.1 Inleiding 44 6.2 Juridische systematiek 6.3 Beschrijving per bestemming
44
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
48
Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen 8.1 Participatie 8.2 Vooroverleg 8.3 Zienswijzen
49 49 49 49
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
28 29 31 32 33 34 36 39 40
44 45
2
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aanleiding voor voorliggend bestemmingsplan is de geplande woningbouw van 13 woningen aan de Gravenstraat en de Zwaluwenstraat te Almelo. Het voornemen is om op de braakliggende gronden 1 rij van 4 starters/kleine gezinswoningen, 1 rij van 3 starters/kleine gezinswoningen en 1 rij van 6 eengezinswoningen te realiseren. De bouw van de woningen past echter niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan 'Rohof Goossenmaat' (zie paragraaf 1.4). Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Gravenstraat-Zwaluwenstraat" bestaat uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding; 3. bijlagen bij de toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
1.3 Ligging van het plangebied De Gravenstraat en de Zwaluwenstraat liggen ten zuidwesten van het centrum van Almelo in de wijk Nieuwstraatkwartier. Het plangebied wordt aan de zuid-, oost- en westzijde omringd door bebouwing van woningen. Ten noorden van het plangebied zijn maatschappelijke functies en dienstverlening. gevestigd. De ligging van het plangebied waar de nieuwe woningen gerealiseerd gaan worden, is met een rode contour weergegeven in figuur 1.1.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
3
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Figuur 1.1: Ligging plangebied
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
4
NL.IMRO.0141.00151-BP31
1.4 Huidige planologische situatie Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van het onderhavige bestemmingsplan, de volgende plannen: <0000> <0000> <0000> <0000>
Rohof-Goossenmaat, vastgesteld 11 juni 2011; Parapluherziening Parkeren, vastgesteld 5 juni 2018; Parapluherziening Wonen, vastgesteld 23 maart 2020; Parapluherziening Algemene Afwijkingen, vastgesteld 20 december 2022.
Volgens het geldende bestemmingsplan Rohof Goossenmaat geldt deels de bestemming ‘Wonen', zoals op onderstaande uitsnede met het gele vlak is te zien. Binnen het bouwvlak mogen maximaal 8 grondgebonden woningen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 7 meter en een maximale goothoogte van 4 meter. Daarnaast geldt een vrijwaringszone voor de molenbiotoop voor de molen aan de Nieuwstraat. Hierdoor geldt een hoogtebeperking voor gebouwen binnen deze zone om voldoende wind te behouden. Buiten het bouwvlak mogen bijbehorende bijgebouwen, bestaande uit 1 bouwlaag, worden gebouwd tot maximaal 75m2. Daarnaast zijn de noordelijke gronden voorzien van de bestemming Maatschappelijk. Deze zijn voorzien van een bruin vlak. Deze gronden zijn bestemd voor maatschappelijke dienstverlening, wijkgebouw, verenigingsleven, ateliers en kinderopvang. Deze gronden zijn niet voorzien van een bouwvlak, waardoor hier geen hoofdgebouwen zijn toegestaan. Wel is er maximaal 200m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Binnen dit geldende planologische kader is de herontwikkeling van het plangebied naar de beoogde woningbouw niet toegestaan.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan Rohof-Goossenmaat .
Het bestemmingsplan Rohof-Goossenmaat voorziet niet in een wijzigings- of uitwerkingsmogelijkheid voor dit gebied. Om de voorgenomen ontwikkeling met woningbouw mogelijk te maken is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch planologische kader om het voornemen mogelijk te kunnen maken. vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
5
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Paraplubestemmingsplannen Parapluherziening parkeren Voor de gehele gemeente Almelo is een paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' op 5 juni 2018 vastgesteld. In dit parapluplan is een parkeerregeling voor de gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Hierin is bepaald dat voor het parkeren voorzien moet worden in voldoende parkeerplaatsen conform de parkeereis uit het Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' of uitwerkingen en/of rechtsopvolgers daarvan. De parkeerregeling is ook van toepassing op dit bestemmingsplan. Parapluherziening wonen Voor de gehele gemeente Almelo is op 23 maart 2020 het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Wonen' vastgesteld. In dit parapluplan is voor de functie wonen het verbod op woningsplitsen en kamerverhuur voor de gehele gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Diverse bepalingen in de regels van deze parapluherziening werken door in dit bestemmingsplan. Parapluherziening Algemene afwijkingen Dit bestemmingsplan is vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 janurari 2024.
Aangezien dan niet meer met een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken om medewerking te verlenen aan ruimtelijke plannen met beperkte impact (de kruimelgevallenregeling). De planologische mogelijkheden die de “Beleidsregels voor de toepassing van planologische gebruiksactiviteiten op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º Wet algemene bepalingen omgevingsrecht”, zoals het college van B&W in 2015 heeft vastgesteld zijn als afwijkingsmogelijkheid opgenomen in het bestemmingsplan. Door de beleidsregel op deze manier te vertalen in een paraplubestemmingsplan blijven de mogelijkheden die de huidige beleidsregel biedt, te gebruiken na invoering van de Omgevingswet. Dit omdat het paraplubestemmingsplan van rechtswege onderdeel wordt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
1.5 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Hoofdstuk 5 Waterparagraaf Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven, tevens wordt een planbeschrijving met de nieuwe, gewenste situatie toegelicht. Dit wordt aangevuld met het beleid dat,
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
6
NL.IMRO.0141.00151-BP31
voor zover van toepassing voor het plangebied, op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau is opgesteld (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofstuk 5 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 staat hoe de uitgangspunten voor het plan zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 7 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 8 geeft de wijze van en resultaten omtrent het overleg met de omgeving en andere overheden weer.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
7
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie De wijk Nieuwstraatkwartier is gelegen ten zuidwesten van het centrum van Almelo. De functionele structuur van de wijk Nieuwstraatkwartier is zeer divers. De belangrijkste functie is echter wonen. De Nieuwstraat is ontstaan als uitloper van de stad. In eerste instantie was deze weg de verbinding naar de stad waaraan een aantal arbeiderswoningen gelegen waren. In 1906 werd de straat waarschijnlijk in het wegennet van Almelo opgenomen, want vanaf dit jaar kreeg ze de naam Nieuwstraat. In deze tijd was er nog geen sprake van woningbouw ten noorden en ten zuiden van de Nieuwstraat. De Nieuwstraat was omringd door landbouwgronden; destijds bekend als de gebieden "Knoopshöfte" en "De Wonde". De Nieuwstraat is tegenwoordig een belangrijke verkeersverbinding en doet daarnaast dienst als winkelstraat. Bijna 50% van de Nieuwstraat is gericht op winkels en dienstverlening. De rest van de straat wordt gebruikt ten behoeve van wonen. De soort detailhandel in de straat is vrij divers en biedt een scala aan goederen. Hierdoor worden niet alleen de mensen uit Rohof en Goossenmaat bediend. Ook bewoners uit andere wijken komen voor boodschappen naar de Nieuwstraat. Aan de Veldkamspweg en Achter de Molen zijn een aantal bedrijven en maatschappelijke instelling gevestigd.
Deze maken deel uit van het gebied Spoorzone, wat uitgaat van transformatie naar woningbouw. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk grondgebonden woningen en een aantal maatschappelijke functies. Op korte afstand is de Nieuwstraat gelegen. Hier zijn diverse voorzieningen voor de wijk aanwezig, waaronder winkels, maatschappelijke voorzieningen en horeca. 2.1.1 Stedenbouwkundige opzet Grenzend aan het plangebied was aan de Zwaluwenstraat 45-53 van oudsher een basisschool aanwezig. Deze is nu in gebruik door het verenigingsleven (Turkse Vereniging Atatürk). De bijbehorende gronden van de voormalige school liggen deels in het plangebied en zijn nu in gebruik als speelvoorziening. Zie hiervoor onderstaande figuur.
Figuur 1.3 Aanzicht plangebied vanuit de Zwaluwenstraat
In het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Alle gronden zijn in eigendom van de gemeente Almelo en zijn (tijdelijk) openbaar toegankelijk in afwachting van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. In het verleden waren aan de Gravenstraat 8 rijwoningen aanwezig. Deze zijn inmiddels gesloopt. Deze gronden zijn eveneens tijdelijk ingericht als speelplaats en groenvoorziening. vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
8
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Figuur 1.4 Aanzicht plangebied vanaf de Gravenstraat
De bebouwing rondom het plangebied bestaat voornamelijk uit grondgebonden woningen, waarvan een aanzienlijk deel bestaat uit 1 bouwlaag met kap. De voormalige school aan de Zwaluwenstraat is het grootste gebouw en heeft een bouwhoogte van 11 meter.
Figuur 1.5 Luchtfoto van het plangebied, foto 2022.
Op een afstand van 160 meter van het plangebied staat de windkorenmolen 'De Hoop'. Molen De Hoop is de enige windmolen die over is gebleven van de oorspronkelijk 25 molens die Almelo rijk was. Sinds 1995 wordt de molen beheerd door 'Stichting Windkorenmolen "De Hoop" Almelo'. De stichting houdt dankzij de inzet van een aantal vrijwillgers de molen draaiende. Om deze reden is het belangrijk om voor de molen een goede windvangzone op te nemen die zorgt voor bescherming van het gebied dat de molen nodig heeft om hem draaiende te houden. Deze windvangzone wordt in het bestemmingsplan opgenomen op de verbeelding en in de regels onder "Vrijwaringszone - Molenbiotoop". Voor een traditionele korenmolen, zoals de nog functionerende ronde stenen stellingmolen “De Hoop” in Almelo is het uitgangspunt dat zowel de vrije windvang als het zicht op de molen gegarandeerd moet worden.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
9
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Figuur 1.6 Korenmolen 'De Hoop' aan de Nieuwstraat 71a te Almelo
Voor de windvangzone is in het geldende bestemmingsplan het gebied binnen een straal van 400 meter rond de molen als molenbiotoop aangewezen. Voor deze zone geldt een restrictie ten aanzien van de bebouwings- en beplantingsmogelijkheden. De bepalende maat hierbij is de afstand van het maaiveld tot het onderste punt van de verticaal staande wiek 8,40 m in het geval van deze molen. Rondom de molen wordt een zone van 100 m gehanteerd, waarbinnen de bebouwing de hoogte van de stelling niet mag overstijgen. De molen staat midden in de wijk Rohof en wordt omringd door bebouwing die de hoogte van de stelling al deels overstijgt. Er kan daarom worden geconstateerd dat de stellingmolen in de huidige situatie al enigszins wordt beperkt voor wat betreft de vrije windvang. Het streven is er daarom op gericht om de vrije windvang én het zicht op de molen niet te verminderen. In de regels en op de verbeelding worden de consequenties van een molenbiotoop in een straal van 400 meter rond de molen in beeld gebracht. Binnen de molenbiotoop geldt, afhankelijk van de afstand tot de molen een toegestane maximum hoogte voor bebouwing en beplanting, die de aantasting van de windvang van de molen dient te voorkomen.
Hiervoor is een formule opgesteld, waarbij wordt uitgegaan van een tweetal constanten en rekening wordt gehouden met de 'ruwheid' van het oppervlak rond de molen, die van invloed is op de windsnelheid.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
10
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Figuur 1.7 Wijze van bepalen van de windvangzone
Er wordt onderscheid gemaakt in de windvangzone ten Noordoosten van de molen en ten Zuidwesten van de molen. Doorgaans draait de molen op Zuidwesterwind en daarom wordt aan dit gebied de standaardcoëfficiënt voor stedelijk gebied gebruikt. De berekening voor deze zijde gaat uit van de '1/50 regel'. Dit houdt in dat iedere 50 meter verder van de molen af de hoogte van bouwwerken 1 meter hoger mag zijn. Voor de Noordoostzijde wordt dezelfde formule gebruikt met het verschil dat voor dit gebied de '1/30 regel' wordt gehanteerd. In dit geval mag iedere 30 meter verder van de molen af 1 meter hoger worden gebouwd. De reden van deze ruimere coëfficiënt is dat in dit gebied al op een afstand van ca. 280 meter meerdere hoge flatgebouwen staan. De volgende wijze van berekenen wordt toegepast:
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de bouwregels en toestaan dat gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd, mits geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element 2.1.2 Verkeersstructuur Het plangebied wordt ontsloten door de gebiedsontsluitingsweg Nachtegaalstraat aan de west- en noordzijde naar de stedelijke invalsweg Wierdensestraat en door de gebiedsontsluitingsweg Schoolstraat naar de stedelijke invalsweg Henriëtte Roland Holstlaan. Deze wegen zijn met een 50 kilometerregime ingericht. De overige straten in de wijk zijn erftoegangswegen. Deze zijn of worden de komende jaren ingericht als 30 kilometerzone. Fiets Naast de Windmolenbroeksweg/Berlagelaan en de Schoolstraat is ook de Maardijk een drager in het fietsnetwerk. De Maardijk is ingericht als zogenaamde "fietsstraat" (de Maardijkroute) met relatief brede fietssuggestiestroken en voorrang op de hoofdfietsroute. Het plangebied sluit aan op dit fietsnetwerk. Openbaar vervoer
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
11
NL.IMRO.0141.00151-BP31
De Henriëtte Roland Holstlaan, de route Rembrandtlaan-Windmolenbroeksweg en de Schoolstraat zijn onderdeel van het stedelijk busroutenetwerk van Almelo. Het plangebied ligt op ca. 200 m afstand van de dichtsbijzijnde bushalte aan de Nachtegaalstraat.
2.2 Planbeschrijving 2.2.1 Algemeen Gezien de grote woningbehoefte aan grondgebonden woningen in de Gemeente Almelo, is de gemeente in samenspraak met projectontwikkelaars bezig om op diverse inbreidingslocaties (locaties waar voorheen al bebouwing heeft gestaan) woningbouwplannen te ontwikkelen. Deze locatie aan de Gravenstraat/Zwaluwenstraat is deels bestemd voor woningbouw en deels bestemd voor maatschappelijke doeleinden, maar is al jaren braakliggend. Omdat deze gronden in eigendom zijn van de gemeente, is herontwikkeling naar woningbouw mogelijk. Hiervoor is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. 2.2.2 Ontwerp Om meer variatie in de wijk te realiseren is gekozen voor een ontwerp met 2 blokken van respectievelijk 4 en 3 grondgebonden starters/kleine eengezinswoningen woningen rond een groen hofje met een natuurspeelplek aan de Gravenstraat en 1 blok van 6 grondgebonden eengezinswoningen langs de Zwaluwenstraat. Op het tussenliggende terrein tussen deze woningen blijven de 3 waardevolle lindebomen behouden. Ook komen er 31 openbare parkeerplaatsen om te voldoen aan de parkeerbehoefte voor de nieuw te realiseren woningen.
Figuur 2.1 Stedenbouwkundig ontwerp (bron: Beltman Architecten) Het blok van 4 grondgebonden starterswoningen aan de Gravenstraat liggen gespiegeld t.o.v. de woningen aan de Nieuwstraat. Op die manier grenzen de achtertuinen aan elkaar. De Woning aan de Gravenstraat heeft een zijtuin van 2 meter. Het blok van 3 grondgebonden starterswoningen aan de Gravenstraat bestaat uit 1 bouwlaag met kap of 2 bouwlagen met plat dak en sluit aan de de rij Gravenstraat 23-33, maar heeft wel een hoekverdaaiing. Hierdoor ontstaat een groter en ruimtelijker hofje.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
12
NL.IMRO.0141.00151-BP31
De voorgevel van de 6 grondgebonden woningen aan de Zwaluwenstraat liggen in lijn met de voorgevel van de school. De woningen hebben 2 lagen met een kap en een kleine voortuin, gelijk aan de woningen in de straat. De speelplek wordt in het groene hofje aan de Gravenstraat gepland, waarbij de beide rijen starterswoningen uitzicht hebben op deze speelplek. Het is aannemelijk dat deze starterswoningen worden gekocht door jonge gezinnen, waarbij de speelplek voor deze kinderen vóór de deur is. Uiteraard kunnen de kinderen uit de gehele buurt gebruik maken van deze speelplek, zodat de nieuwe speelplek op meer animo kan rekenen. Omdat er meer toezicht op deze toekomstige speelplek zal zijn, dan bij de huidige speelplek, verwachten wij dat dit een veiligere en schonere speelplek zal zijn. Op deze natuurspeelplek is het passend om meer speeltoestellen van natuurlijke materialen te plaatsen. Gedacht wordt daarbij aan speeltoestellen voor jongere kinderen, in de leeftijdscategorie van globaal 2 tot 8 jaar. Alle 13 woningen zijn koopwoningen, die door de kopers zelf bewoond worden (zelfbewoningsplicht). Op deze wijze draagt dit plan bij aan de woningbouwbehoefte, die ook in het Nieuwstraatkwartier aanwezig is.
2.2.3 Verkeer en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Parkeren In het parapluplan 'Parkeren' heeft de gemeente Almelo haar parkeerbeleid doorvertaald in de geldende bestemmingsplannen. Voor parkeernormen wordt uitgegaan van de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' . Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats. In voorliggend geval is dit de 'Beleidsregel Parkeernormen Almelo (2019). Hierin wordt uitgegaan van de parkeerkencijfers zoals opgenomen in de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De CROW geeft een bandbreedte van een minimum en maximum norm. In de gemeente Almelo wordt in principe uitgegaan van de maximum norm. De volgende uitgangspunten gelden voor het plangebied: <0000> <0000> <0000> <0000>
Functie: Wonen; Woningtype: 'koop tussen-hoekwoning'; Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk; Stedelijke zone: rest bebouwde kom.
De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op het realiseren van 13 grondgebonden woningen op een inbreidingslocatie. Het gaat hierbij om 6 eengezinswoningen en 7starterswoningen. Op basis van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (versie 381) geldt er een maximum parkeerkencijfer van 2,3 parkeerplaatsen per tussen-hoekwoning. Gelet op het vorenstaande is er sprake van een totale parkeerbehoefte van 30 parkeerplaatsen. Daarbovenop wordt een extra parkeerplaats gerealiseerd, waardoor in totaal 31 parkeerplaatsen beschikbaar zijn in de openbare ruimte. Verkeer De bestaande ontsluitingsstructuur en het huidige verkeersregime, zoals in paragraaf 2.1.2 beschreven, wijzigt niet door deze planontwikkeling. Binnen het plangebied worden 31 parkeerplaatsen voor deze planontwikkeling gerealiseerd. Dit zijn 2,3 parkeerplaats per nieuwe woning en één ter compensatie van het wegvallen van een langsparkeerplaats bij de inrit van de Gravenstraat. Daarmee wordt voor de nieuwe ontwikkeling zelf gezorgd dat er voldoende parkeerplaatsen zijn voor de nieuwe bewoners. Het lost eventuele bestaande parkeerproblemen in de wijk niet op, maar het zorgt er in elk geval voor dat de parkeerdruk niet wordt vergroot. Zowel de bestaande parkeerplaatsen langs de Zwaluwenstraat en de Gravenstraat als de nieuw te realiseren parkeerplaatsen in het plangebied zijn openbare parkeerplaatsen.
Dit betekent dat de huidige bewoners in het omliggende gebied hun auto mogen vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
13
NL.IMRO.0141.00151-BP31
parkeren op de nieuw te realiseren parkeerplaatsen, maar ook dat de nieuwe bewoners van de te bouwen woningen hun auto mogen parkeren op de bestaande parkeerplaatsen langs de Gravenstraat en de Zwaluwenstraat. Dit geldt ook voor de haakse parkeerplaatsen vóór de 6 geplande eengezinswoningen aan de Zwaluwenstraat. Over de nieuw aan te leggen parkeerplaatsen kan het volgende worden aangegeven. Via Zwaluwenstraat zijn eerst 9 openbare parkeerplaatsen direct achter het blok van 6 woningen bereikbaar. Dit gaat over in het algemene deel waar 12 openbare parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor het gehele gebied, met name voor de tweede auto en het bezoekersparkeren. Aan de Gravenstraat wordt voor het blok van 4 woningen 6 parkeerplaatsen gerealiseerd en voor het blok van 3 woningen worden 4 parkeerplaatsen aangelelgd. Ook voor deze woningen worden de 12 parkeerplaatsen in het midden van het plangebied aangelegd voor de tweede auto en het bezoekersparkeren. Deze parkeerplaatsen zijn gemakkelijk te bereiken via een voetpad. In het gebied zijn op basis van het bestemmingsplan al 8 woningen toegestaan aan de Gravenstraat, maar zijn gesloopt. Dit betekent dat in totaal 5 extra woningen worden toegevoegd. Deze beperkte toename in het aantal wonignen en daarmee het aantal verkeersbewegingen kunnen zonder problemen met de huidige infrastructuur worden afgewikkeld.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
14
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Hoofdstuk 3 Beleidskader Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 NOVI De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: <0000> dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; <0000> met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; <0000> waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; <0000> met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; <0000> waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
<0000> dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; <0000> waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; <0000> dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: <0000> Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit <0000> Ruimte voor overgang naar een circulaire economie <0000> Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden <0000> Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen 3.1.1.1 Toetsing van initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen. Volorliggend plan betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
15
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.1.2 Barro Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van minder dan 12 woningen of kleiner dan 500 m2 bvo niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: "Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen.
Ligt een plangebied in bestaand stedelijk gebied en voorziet de stedelijke ontwikkeling in een behoefte dan wordt voldaan aan de Ladder. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. 3.1.3.1 Toetsing van initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het voorliggende bestemmingsplan voorziet per saldo in het toevoegen van 5 grondgebonden woningen, aangezien reeds 8 woningen op basis van het geldende bestemmingsplan kunnen worden gerealiseerd. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' strikt genomen niet is vereist. De woningen worden gerealiseerd binnen een bestaand stedelijk gebied en voorzien in de
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
16
NL.IMRO.0141.00151-BP31
behoefte aan woningen voor gezinnen binnen Almelo. Door de herontwikkeling van bestaand stedelijke gebied is sprake van zorgvuldig gebruik van de ruimte. Het verzorgingsgebied voor de te bouwen woningen ligt in Almelo. Tevens zorgen de woningen voor een kwaliteitslag in de wijk en bieden de woningen de mogelijkheid voor een wooncarrière voor mensen in de wijk die nu binnen de bestaande woningvoorraad in de wijk "scheefwonen". Uit de laatste afspraken in het kader van de Regionale Woonagenda Twente blijkt dat er in de gemeente Almelo tot 2030 behoefte is aan meer dan 2.000 woningen (zie pargraaf 3.3.2). Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de woningbehoefte in de gemeente Almelo. Bovendien sluit de herstructuering van het plangebied aan op de uitgangspunten van de Woonvisie Almelo 2020-2030, omdat hiermee wordt bijgedragen aan een vitale en aantrekkelijke (binnen)stad, het verbreden en vernieuwen van het bestaande woonaanbod en de vraag naar (grondgebonden) eengezinswoningen. Tevens dragen de woningen bij aan een evenwichtig en gevarieerde woningvoorraad binnen de wijk. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.
3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. In 2017 zijn de Omgevingsvisie en –verordening vastgesteld, deze worden jaarlijks geactualiseerd. Deze actualisaties hebben enerzijds betrekking op het bij de tijd houden van deze beleidsdocumenten, anderszijds betreft het aanpassingen om te voldoen aan de eisen van de komende Omgevingswet. De laatste actualisatieronde is afgerond op 15 december 2021, waarna de aanpassingen zowel separaat als geïntegreerd in de geconsolideerde versies van de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening zijn verwerkt. 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
Op basis van de verordening zijn de onderdelen vastgelegd in titel 2.1, Sturen op ruimtelijke kwaliteit Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit en titel 2.2 Woningbouw voor dit gebied van toepassing. Waarbij voor dit plan met name artikel Artikel 2.1.2: Principe van concentratie, 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit en, artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen van belang zijn. Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. In afwijking van het voorafgaande kunnen bestemmingsplannen ook voorzien in een bovenregionale behoefte voor zover deze bestemmingsplannen gebieden betreffen die onderdeel uitmaken van stedelijke netwerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel:
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
17
NL.IMRO.0141.00151-BP31
In voorliggend geval gaat het om het bouwen van woningen voor de lokale behoefte. De woningen maken onderdeel uit van de totale kwaliteitsverbetering van de wijk Ossenkoppelerhoek. Groot deel van deze herstructuering heeft al plaatsgevonden. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Om met name het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde Groene Omgeving scherp te houden, wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'. Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Voor de Groene Omgeving geldt een variant op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik die erop gericht is om eerst zoveel mogelijk bestaande erven en bebouwing te gebruiken voordat meegewerkt mag worden aan nieuw ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik geeft Overijssel een nadere invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals door het Rijk is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening.
De tweede trede van de Ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat gemotiveerd moet worden of voor een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een actuele regionale behoefte al dan niet ruimte gevonden kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Waar het Rijk in de Ladder voor duurzame verstedelijking de vereiste onderbouwing beperkt tot stedelijke functies die voorzien in een actuele regionale behoefte, dient op grond van de principes voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik voor elk claim die gelegd wordt op de Groene Omgeving nagegaan te worden of daarvoor niet het bestaand bebouwd gebied c.q. bestaande erven en bebouwing in de Groene Omgeving benut kan worden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel: Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van een binnenstedelijk gebied. Een voormalige scholen locatie, met gymzaal wordt getransformeerd naar 13 grondgebonden woningen. Met deze inbreiding wordt voldaan aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik van gronden in het bestaande stedelijke gebieden. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.1.3.
Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Hierbij moet inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Ook dient gemotiveerd te worden dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel: Met voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het binnenstedelijk gebied van de gemeente Almelo. De geruime tijd braak liggende binnenstedelijk locatie, wordt bebouwd met grondgebonden woningen. Deze woningen worden zorgvuldig worden ingepast zodat het in overeenstemming is met de kenmerken van de directe omgeving, zie hiervoor paragraaf 2.2. In de onderstaande subparagrafen is nader toegelicht op welke wijze toepassing is gegeven aan de vierlagenbenadering en het ontwikkelingsperspectief uit de Omgevingsvisie Overijssel.
Hier wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Artikel 2.1.9: Sociale kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen waarbij provinciale belangen in geding zijn, wordt aangegeven op welke wijze bewoners en gebruikers betrokken zijn bij de ontwikkeling van de plannen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.9 van de Omgevingsverordening Overijssel:
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
18
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Bewoners en gebruikers worden regelmatig geïnformeerd door de ontwikkelaar. Daarnaast zal het ontwerp bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Een ieder wordt dan in de gelegenheid gesteld om het plan te lezen en eventueel ook een zienswijze in te dienen. Artikel 2.2: Woningbouw Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Hierbij wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. De behoefte aan nieuwe woningen wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. Het onderzoek wordt eens in de 2 jaar geactualiseerd. Momenteel is deze actualisatie nog gaande. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel: Het bestemmingsplan voorziet met name in de realisatie van woningen. De in dit bestemmingsplan voorziene woonprogramma is opgenomen binnen de programmering. 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie onderstaande afbeelding). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is. De volgende niveaus komen aan de orde: <0000> Generieke beleidskeuzes --> of; <0000> Ontwikkelingsperspectieven--> waar; <0000> Gebiedskenmerken --> hoe Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
19
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Figuur 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel 2017) Of - generieke beleidskeuzes Het gaat hier om algemene keuzes die bepalen of ontwikkelingen nodig, dan wel mogelijk zijn. Voor onder andere voorzieningen in het stedelijk gebied hanteert de provincie de SER-ladder. Dit betekent dat voor ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt. Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven Voor dit perceel geldt dat sprake is van een herontwikkeling van binnenstedelijkhgebied. De herontwikkeling richt zicht op het toevoegen van toekomsbestendige woningen. Waarbij de woningen een ander soort woning is dan reeds in de wijk aanwezig, waardoor een meer gedifferentieerd woning aanbod in dewijk ontstaat. Waar - ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met deze perspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vormgegeven.
Voor het palangebied geldt het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' wat zich richt op herstructurering en transformatie om het gebied vitaal en aantrekkelijk te houden en de diversiteit aan milieus te versterken. Hoe - gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedskenmerken van provinciaal belang het uitgangspunt. Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering: Natuurlijke laag (Dekzandvlakte en ruggen) Het plangebied is gelegen in de natuurlijke laag 'Dekzandvlakte en ruggen'. De ambitie bij ontwikkelingen is om de hoogteverschillen en het watersysteem beter zichtbaar en beleefbaar te maken. De (strekkings-)richting van het landschap is hierbij uitgangspunt.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
20
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Stedelijke laag (Woonwijken 1955 - nu) De stedelijke laag wordt gekenmerkt als “woonwijk 1955- nu”, planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De wederopbouwwijken worden bijvoorbeeld vaak gekenmerkt door een repeterende stempelstructuur in de bouwblokken, de ruime opzet van de groene ruimte en aandacht voor details zoals deuromlijstingen pergola’s boven de entrees, siermetselwerk e.d. De kwaliteit van de oorspronkelijke woningen voldoen vaak niet meer aan hedendaagse kwaliteitseisen. Herstructurering van de naoorlogse wijken is daarom een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijken van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter. Ook al neemt bij herstructurering het bebouwd oppervlak in de wijken door meer grondgebonden woningen toe, er blijft collectieve ruimte tussen de bouwblokken. Markante gebouwen zoals leegkomende kerken en winkelstrips worden waar mogelijk behouden door ze een nieuwe functie te geven. In de wijken van de jaren ’70 en ’80 (woonerven) vereisen de kwaliteit van de buitenruimte en de parkeeroplossingen bijzondere aandacht. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan moet de nieuwe bebouwing zich voegen in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a.
wooneenheden en parken), maar is als onderdeel wel zelfstandig herkenbaar. De groenstructuur moet onderdeel uit maken van het wijkontwerp. 3.2.4 Toetsing van initiatief aan uitgangspunten visie en verordening Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: De beoogde plannen zijn in overeenstemming met de regels uit de verordening. Het plan wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Het stedenbouwkundig ontwerp is afgestemd op de bestaande omgeving en ook het groen in de openbare ruimte wordt mee ontworpen. De herontwikkeling zal zich gaan voegen in de stempel van de wijk. Voor de ladderonderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Woonvisie Twente 2015-2025 De regionale woonvisie geeft de gezamenlijke uitgangspunten van provincie, gemeenten en corporaties weer: woonafspraken en woonkeuzes op lokaal niveau zijn hiermee in lijn. In 2015 is deze visie vertaald in concrete Woonafspraken tussen provincie en gemeenten, op het niveau van functionerende woningmarkten.De provincie Overijssel heeft met gemeenten nieuwe afspraken vastgelegd over wonen voor de periode 2016-2020 (hierna: woonafspraken). De woonafspraken helpen om te zorgen voor gerichte en wederzijdse inzet van provincie en gemeenten ten aanzien van de woningmarkt. De overeenkomst zijn op 29 januari 2016 door de provincie en gemeenten in Twente ondertekend. De kern van de visie bestaat uit de verwachting dat Twente vanaf circa 2015 niet verder zal groeien qua inwoners, en vanaf circa 2035 ook niet meer qua huishoudens. Dus 'wonen' gebeurt in de toekomst vooral in de woningen, steden, dorpen en buitengebieden die er nu al zijn. Daarom richt de visie zich op het bestaande bebouwde gebied. Naast sloop en vervangende nieuwbouw vindt renovatie plaats om bestaand vastgoed weer toekomstgeschikt te maken. De netto uitbreidingsopgave in Twente is dus een fractie van de kwalitatieve opgave in de bestaande woningvoorraad. Dit leidt tot de volgende speerpunten van beleid:
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
21
NL.IMRO.0141.00151-BP31
<0000> <0000> <0000>
<0000>
Voldoende en gevarieerd aanbod: gemeenten bouwen voor lokale behoefte conform de natuurlijke huishoudensgroei; Kwaliteit boven kwantiteit: leefbare, duurzame en toekomstbestendige wijken met goede voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg; Vernieuwing en inbreiding boven uitbreiding: nieuwe uitbreidingslocaties zijn nauwelijks meer aan de orde. Nieuwbouw vindt conform de Ladder zoveel mogelijk plaats op transformatie- en inbreidingslocaties om onaantrekkelijke woongebieden een kwaliteitsimpuls te geven, te investeren in transformatie en kwalitatieve woningtekorten terug te dringen; Regionale samenwerking: de regionale woonvisie geeft richting aan het gezamenlijke woonbeleid van gemeente en corporaties in de komende jaren. De provincie voelt zich gecommitteerd aan de inhoud van de visie en is op onderdelen partner in de aanpak.
In het Regionaal Woning Programmering Twente (geactualiseerde versie april 2017) zijn afspraken vastgelegd waarin gemeenten in Twente zich moeten houden. Zo zijn vraag en aanbod voor de regio in kaart gebracht op basis van dezelfde uitgangspunten en afspraken gemaakt over programmering en afstemming van woonplannen. Afgesproken is dat gemeenten woningbouwplannen binnen stedelijk gebied waarbij tenminste 25 woningen worden gerealiseerd, afstemmen met gemeenten in de regio. Er is sprake van regionale afstemming indien de gemeenten de mogelijkheid geboden is om mee te denken over het woonplan. Bij het vastleggen van de woonafspraken is geconstateerd dat de woningmarkten in Twente overwegend lokaal zijn. In de gemeente Almelo is sprake van een kwantitatieve actuele behoefte van 1.765 - 2.090 woningen voor de periode 2017 t/m 2026. Hiertoe is, door de vraag op basis van actuele huishoudensprognose te confronteren met het aanbod in harde plannen (directe bouwtitels, uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden), sprake van het onderstaande: <0000> <0000> <0000>
Woningvraag voor gemeente Almelo bedraagt 1.765 - 2.090 woningen. Aanbod in harde plannen goed voor 1.775 woningen. De resterende actuele behoefte die hieruit volgt is 315 woningen.
3.3.2 Regionale Woonagenda Twente Met de op 18 februari 2021 ondertekende Regionale Woonagenda Twente zijn de meerjarige afspraken over de opgaven en ambities voor de Twentse woningmarkt in de periode 2021-2025 met een doorkijk naar 2030 geactualiseerd. Ten opzichte van de Regionale Woonvisie en de eerder gemaakte afspraken leidt de huidige woningbehoefte in Nederland als geheel, de provincie Overijssel en inzoomend naar Twente tot de wens om tot 2030 20.000 tot 22.000 woningen in de regio toe te voegen. Hiervan zijn circa 14.000 tot ruim 15.000 woningen in de gehele regio bestaande harde en/of zachte plancapaciteit. Dit leidt tot de volgende opgaven voor Almelo: <0000> de harde plancapaciteit van 940 woningen per 1 januari 2020 versneld te realiseren; <0000> de zachte plancapaciteit van 1020 woningen per 1 januari 2020 zo spoedig mogelijk hard te maken en te realiseren tussen nu en 2030; <0000> naast deze plancapaciteit is regionaal de ambitie/opgave afgesproken om tot 2030 5.000 tot 7.000 woningen toe te voegen, waarbij het samen sturen op kwaliteit leidend is. Sowieso betekent dit dus een woningbouwopgave voor de Gemeente Almelo van meer dan 2.000 woningen. De specificatie/verdeling van de extra woningbouwambitie van 5.000 tot 7.000 woningen zal plaatsvinden aan de hand van een op te stellen kwalitatief afwegingskader.
Binnen de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo wordt in deze woonagenda gedacht aan de ruimtelijke strategie van 'Stedelijk wonen', terwijl voor andere delen van Twente de strategieën 'Buiten wonen' en 'Wonen langs radialen' meer van toepassing zijn. De ruimtelijke strategie 'Stedelijk wonen' wordt als volgt toegelicht: De steden en de uitleglocaties bij de steden bieden een kwalitatief hoogwaardige stedelijkheid met uiteenlopende milieus: van hoogstedelijke en multifunctionele gebieden, groenstedelijke en suburbane wijken, tot dorpse en landelijke woonmilieus in het buitengebied. Het unieke van wonen in deze stedelijke milieus is dat je vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
22
NL.IMRO.0141.00151-BP31
alle hoogwaardige voorzieningen bij de hand hebt, net als onderwijs en werkgelegenheid en dat je uitstekend verbonden bent met de rest van de regio en Nederland over spoor en via de weg. Stedelijk wonen is erg in trek, en er liggen kansen om meer binnenstedelijk programma te realiseren in deze steden. Deze genoemde opgaven qua woningbouwaantallen staan nog los van de kwalitatieve opgaven met betrekking tot onder andere stedelijke vernieuwing, verduurzaming/kwaliteitsimpuls van de bestaande woningbouwvoorraad, en de toegankelijkheid en doorstroming. 3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het regionale beleid De geactualiseerde afspraken binnen de Regionale Woonagenda leiden tot een nog grotere ambitie voor de Gemeente Almelo dan binnen de Regionale Woonvisie al was vastgelegd. Het plan voorziet in het toevoegen van 13 grondgebonden woningen. Deze woningen waren reeds enige jaren geprogrammeerd voor deze binnenstedelijke (her)ontwikkelinglocatie, waarmee dit als zachte plancapaciteit valt te kwalificeren. Met dit planinitiatief wordt deze zachte plancapaciteit hard gemaakt en wordt voorzien in een deel van de vraag naar nieuwe grondgebonden woningen in Almelo.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving De 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de omgeving binnen de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst. Voor de Omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, die los van de gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Het plangebied ligt binnen een wooonwijk van Almelo, waardoor de visie voor het de wijken en dorpen het meest relevant is. De gemeente Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regionale functie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren, heeft de gemeente de volgende drie grote ambities voor de woningvoorraad geformuleerd: <0000> <0000> <0000>
Flexibel; Evenwichtig & gevarieerd; Toekomstbestendig & duurzaam.
De gemeente wil wijken creëren met gemengde woonmilieus waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woonvoorraad heeft releatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit wordt meer in balans gebracht door bij herstructurering op woningen in het middensegment in te zetten. Verder wil de gemeente de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk benutten en daarmee aansluiten op de ontwikkeling van de bevolking. Dat betekent onder meer: de benodigde verscheidenheid aanbrengen door herstructureren van panden en gebieden; de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen in bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). De voorgenomen ontwikkeling resulteert in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit vertaalt zich is het herontwikkelen van een braakliggend terrein waar in het verleden reeds woningbouw mogelijk was, nu in een meer groene setting. De herontwikkeling past binnen de functionele structuur van de omgeving. De beoogde rijwoningen vormen een aanvulling op het bestaande woningaanbod in de wijk, waardoor met name gezinnen kunnen doorstromen naar een iets ruimere woning. 3.4.2 Woonvisie Almelo 2020-2030
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
23
NL.IMRO.0141.00151-BP31
De woonvisie van de gemeente Almelo gaat over wonen in Almelo en de vele onderwerpen die daarmee samenhangen, zoals demografische ontwikkelingen, de bevolkingssamenstelling, de zorgvraag omtrent wonen, de kwaliteit van de woningvoorraad en verduurzaming. Met de visie wordt 15 jaar vooruit gekeken. Op basis van de prognose, historische en huidige woonsituatie zijn de belangrijkse ambities bepaald. Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regiofunctie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren zijn drie grote ambities geformuleerd. De gemeente streeft naar: 1. Een flexibele woningvoorraad 1.1. De verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp. 1.2. Onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor jongeren en jonge gezinnen. 1.3. Inbreiding verkiezen boven uitbreiding. 1.4. Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren. 1.5. De kernen Aadorp en Bornerbroek de ruimte geven om aan de vraag naar nieuwbouw tegemoet te komen. 2. Een evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad. 2.1. Het aandeel koop- en huurwoningen meer in evenwicht brengen, en de sociale woningbouw beter over onze (en omliggende) gemeente(n) verdelen. 2.2. De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over onze (en omliggende) gemeenten verdelen. 3.
Een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. 3.1. Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik. 3.2. Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken. 3.3. Een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken. De woningvoorraad kan tot 2035 nog met ruim 1.600 woningen groeien en die groei zal vooral bestaan uit koopwoningen (figuur 3.2). In dit segment is er meer vraag naar eengezinswoningen dan naar meergezinswoningen (nietgrondgebonden/appartementen). In de huursector is het de opgave om meergezinswoningen toe te voegen. Per saldo neemt het sociale huursegment in omvang af. Opgemerkt wordt dat deze gemeentelijke Woonvisie (nog) niet is aangepast aan de bijgestelde ambitie zoals vastgelegd in de Regionale Woonagenda Twente. Daarin zijn immers afspraken gemaakt dat binnen de gemeente Almelo tot 2030 in een woningbehoefte van meer dan 2.000 woningen extra zal voorzien.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
24
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Figuur 3.2: Ontwikkeling woningbehoefte Almelo naar eigendom en woningtype (Bron: Woonvisie 2020-2030) 3.4.3 Uitvoeringsagenda Stadsontwikkeling De gemeenteraad heeft in 2020 de Omgevingsvisie vastgesteld als richtinggevend perspectief voor de leefomgeving. De ambities in de Omgevingsvisie hebben impact op de ruimtelijke koers. Met de Omgevingsvisie als basis heeft Almelo behoefte aan een gerichte uitvoeringsagenda voor stadsontwikkeling. De agenda geeft houvast en kader voor de ontwikkeling van wijken, gebieden en locaties. Het college heeft op 13 juli 2021 de uitvoeringsagenda Stadsontwikkeling vastgesteld en heeft hierin besloten om een aantal gebieden te benoemen als prioritaire ontwikkelopgaven voor de komende jaren. Een aantal gebiedsontwikkelingen is reeds in gang gezet, zoals de Binnenstad en Nieuwstraatkwartier, en wordt de komende jaren gecontinueerd. Met de toevoeging van de Spoorzone wordt het gebied rondom de binnenstad versterkt. De wijken Kerkelanden en Ossenkoppelerhoek zijn aangemerkt als prioritaire herstructureringswijken. Ook ziet het college de uitbreiding van bedrijventerreinen en een grote woningbouwlocatie als prioritaire opgaven. De gemeente wil de ontwikkeling van deze gebieden samen met partners oppakken zodat Almelo haar krachtige positie behoudt als centrumgemeente in Noordwest Twente.
Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van de prioritaire gebieden (spoorzone, binnenstad, herstructureringswijken). Het merendeel van de woningbouwopgave zal in deze gebieden worden gerealiseerd, maar kan niet voorzien in alle vraag. Hierom zullen inbreidingslocaties in geheel Almelo onderdeel uitmaken van de ontwikkeling van de gemeente om bij te dragen aan de woningbouwopgave voor Almelo.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
25
NL.IMRO.0141.00151-BP31
3.4.4 Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijke beleid De gemeente Almelo richt zich op een flexibele, evenwichtige, gevarieerde, toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. De beoogde ontwikkeling van 13 grondgebonden woningen sluit aan op deze beleidslijnen uit het gemeentelijk beleid. Met de ontwikkeling is sprake van transformatie op een binnenstedelijke locatie. Dat past bij de keuze voor inbreiding boven uitbreiding. Dit is een aanvulling op het woningaanbod in de wijk, waardoor binnen de wijk Goossenmaat voorzien kan worden in de woonbehoefte.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat