12 VTH beleid Twente 2023
Tekst van het document
VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
24
2: Kwaliteitsplan en-doelstellingen In dit voorliggend beleidsplan staan kwaliteitsdoelen beschreven. Ook werkt ODT aan een Kwaliteitsplan, waarbij invulling wordt gegeven aan het borgen van uitvoeringskwaliteit, onderverdeeld naar vakbekwaamheid en proces. Ook zal in het Kwaliteitsplan worden omschreven hoe de ODT gaat voldoen aan de elementen voor kwaliteitszorg. 3: Kwaliteitsprogramma, inclusief planning In het jaarlijks VTH uitvoeringsprogramma en VTH jaarverslag wordt aandacht besteed aan kwaliteit. Er is een jaarprogramma inclusief planning, ook voor bijvoorbeeld audits. 4: Borging werkwijze Processen, werkinstructies en sjablonen zijn beschreven en vastgelegd, evenals de route voor verbetervoorstellen. 5: Managen van verbeterpunten Vastgelegd is wie verantwoordelijk is voor verbeterpunten, verbeteracties worden gepland en de voortgang wordt bewaakt. 6: Vergelijking en auditen ODT neemt deel aan landelijke collegiale toetsen/visitaties en werkt samen met andere OD’s (IJsselland en Gelderse) en volgt de landelijke ontwikkelingen hierin. Daarnaast is er een intern auditprogramma en maken visitaties onderdeel uit van pijler 6 van het Interbestuurlijk Programma (versterken VTH stelsel). Deze nulsituatie wordt als uitgangspunt voor de volgende beleidsperiode genomen.
Voor de komende planperiode streven we ernaar dat het geheel aan kwaliteitszorg en de uitvoering ervan systematischer in beeld gebracht wordt. Door structureel op een vaste plek in het jaarlijks uitvoeringsprogramma te beschrijven welke werkzaamheden uit het Kwaliteitsplan geprogrammeerd zijn. En door structureel in het jaarverslag terug te blikken op de uitvoering daarvan.
VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
25
8. VTH-STRATEGIEËN Dit hoofdstuk beschrijft de strategieën voor vergunningen, toezicht en handhaving. De grondslag ligt in hoofdstuk 18 van de Omgevingswet. In hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit staat onder andere dat bevoegd gezagen strategieën moeten vaststellen voor VTH. De preventiestrategie is een overkoepelende strategie en vormt samen met de overige strategieën het kader voor het gezamenlijke VTH-beleid.
VTH-strategie Omgevingsrecht
Preventiestrategie
Vergunningenstrategie
Toezichtstrategie
Sanctiestrategie
Afwegingskader gedogen
8.1 Preventiestrategie Bij preventie gaat het om het voorkomen van aantasting van de leefomgeving of ontstaan van risico’s door het geven van voorlichting en zorgdragen voor een heldere communicatie over de kaders waar partijen in de samenleving zich aan moeten houden. Veel schade aan de fysieke leefomgeving kan worden voorkomen door vroegtijdig helder te maken welke kaders en regels er gelden. Dit vereist een goede en gerichte voorlichting en communicatie richting inwoners, bedrijfsleven, bezoekers en, in algemene zin, belanghebbenden. Het vroegtijdig betrekken van en waar mogelijk samenwerken met partners en stakeholders is belangrijk. Het vraagt ook van de ODT om aanvragen, overtredingen, klachten en maatschappelijke vraagstukken integraal te behandelen en op te pakken. Daarnaast moet er ook oog zijn voor de preventieve werking van beleidsmaatregelen op andere beleidsvelden dan waar de aanvraag, klacht, overtreding of vraag betrekking op heeft. De gemeenten en de provincie zetten in haar VTH-beleid dan ook expliciet in op preventie, vanuit een goede voorlichting communicatie en overleg. Uitgangspunt daarbij is dat de meeste initiatiefnemers en aanvragers bereid zijn te voldoen aan de gestelde regels en kaders. Voorwaarde daarvoor is dat ze daarvan tijdig en goed op de hoogte zijn gebracht door de ODT.
Vanuit deze basisgedachte wordt ingezet op een preventieve insteek om te voorkomen dat het naleven van de regels moet worden afgedwongen met het inzetten van dwangmiddelen. Helderheid verschaffen over de geldende kaders gebeurt via onder meer de gemeentelijke website, de ODT-website, klantencontacten met deskundige medewerkers backoffice, overleggen met belangrijke stakeholders (zoals: bedrijfsleven, agrariërs, horeca), tijdens bilaterale contacten met initiatiefnemers en aanvragers van vergunningen en tijdens het toezicht op bedrijven en activiteiten. Partijen die als intermediair een bijdrage kunnen leveren rond deze voorlichting en zo het realiseren van een reëel verwachtingspatroon bij de gebruikers van de leefomgeving, worden daarin gefaciliteerd. Het vraagt tegelijkertijd ook binnen de gemeenten zelf om een goede afstemming tussen de diverse beleidsvelden. In de contacten over VTH-aangelegenheden staat een klantgerichte, pragmatische en oplossingsgerichte benadering van initiatiefnemers en aanvragers centraal. Daarbij geldt als beperking: voor zover dat dit binnen de gestelde wettelijke en gemeentelijke kaders mogelijk is. Als een initiatiefnemer/aanvrager er met de geboden informatie op de website en vanuit het
VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
26
Klantencontactcentrum (KCC) niet uitkomt, is er altijd een gesprek met de behandelende medewerker mogelijk. Hiermee wordt voorzien in een professionele en klantvriendelijke dienstverlening. Wij sluiten daarvoor aan bij de belevingsprincipes op basis van de Omgevingswet; snel, persoonlijk, betrokken, eenvoudig, relevant, transparant en consistent. Tijdens een eventueel vooroverleg of contact wordt gestreefd om al direct tot een zo goed mogelijke inschatting te komen over de haalbaarheid van een initiatief op aanvraag. Ook na het constateren van een overtreding van de regels wordt geprobeerd waar mogelijk eerst in overleg met partijen of via bemiddeling tussen partijen tot een werkbare oplossing te komen. Zo mogelijk kan dit ertoe leiden om zaken alsnog te legaliseren. In de eerste planperiode heeft de preventiestrategie zich geuit in de communicatie voor en na projecten, zoals het ‘project luchtwassers’ en ‘MIA acties’ (gebiedstoezicht). In de komende planperiode willen we nog bewuster en pro-actiever inzetten op preventie. Bewustzijn creëren door bijvoorbeeld actiever kennis over te dragen (welke regels gelden, welke strategie hanteren we als ten onrechte geen melding wordt gedaan) en meer gebruik maken van de signaalfunctie die van toezicht kan uitgaan zijn voorbeelden. Bij het opstellen van het jaarlijks uitvoeringsprogramma is hier aandacht voor.
8.2 Vergunningenstrategie Met een omgevingsvergunning kunnen burgers, bedrijven en overheden toestemming vragen om activiteiten in de leefomgeving uit te voeren. De vergunningplichtige activiteiten worden aangewezen in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Er zijn verschillende vormen van vergunningen: ▪ Reguliere procedure (8 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken); ▪ Uitgebreide procedure (26 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken); ▪ Aanvraag voor losse deelactiviteiten; ▪ Opleggen van maatwerkvoorschriften (milieu) of nadere voorwaarden (brandveilig gebruik). Er is een voorwaarde verbonden aan de mogelijkheid om meerdere vergunningplichtige activiteiten los en gespreid in de tijd aan te vragen. Hoofdregel is en blijft dat een activiteit is verboden, zolang niet voor alle activiteiten die daarmee samenhangen een vergunning is verleend. Een aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van een vergunning voor alle activiteiten. Daar staat tegenover dat het bevoegd gezag een inspanningsverplichting heeft om de aanvrager in kennis te stellen van eventuele andere vereiste besluiten. Naast vergunningplichtige activiteiten, bestaan ook activiteiten waar een meldingsplicht voor geldt.
Afhankelijk van het soort bedrijf en de uitgevoerde activiteiten, moet een bedrijf voor het oprichten of veranderen een melding op grond van het Bal en/of het Bbl doen bij de gemeente. Dit geldt ook voor sommige activiteiten bij particulieren (zoals propaan- en olietanks). De initiatiefnemer moet de melding uiterlijk vier weken voor oprichting of verandering doen.
VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
27
De volledige vergunningenstrategie is opgenomen in Nadere Uitwerking. In de toekomst zal aansluiting worden gezocht op het Landelijke Vergunningenprotocol.
8.3 Toezichtstrategie Door toezicht te houden controleren we of vergunningvoorschriften en regels worden nageleefd. Voor de medewerkers die de controle uitvoeren, maakt de toezichtstrategie duidelijk hoe zij hun werk moeten doen (bijvoorbeeld in gelijke gevallen gelijk optreden). Het komende jaar werkt de ODT aan de doorontwikkeling van branchegericht toezichthouden. Goed toezicht begint met een juiste voorbereiding. Dat betekent dossieronderzoek, het verzamelen van aanvullende relevante informatie en het opstellen van een controle-checklist. Tijdens het daadwerkelijke toezicht controleren we of sprake is van overtredingen en waar nodig herstellen. Maar belangrijker nog, we proberen overtredingen te voorkomen zodat we niet sanctionerend hoeven op te treden. Ofwel, hoe kan de toezichthouder ongewenst gedrag ombuigen naar gewenst gedrag? Voor zowel onze toezichthouders als bedrijven en inwoners heeft dat voordelen. Het geven van voorlichting is, zoals al eerder gesteld, daarbij een essentiële stap. Dat zal niet altijd het gewenste effect hebben. In dat geval ontkomen we er niet aan de volgende stap in de nalevingsstrategie te zetten: sanctioneren. We benadrukken dat bedrijven primair verantwoordelijk blijven voor het naleven van de regels. Elke controle is een momentopname en het risico bestaat dat niet alles wordt gecontroleerd of geconstateerd.
De volledige toezichtstrategie is opgenomen in de Nadere Uitwerking.
VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
28
8.4 Sanctiestrategie Om te kunnen handhaven is het noodzakelijk afspraken te maken over de manier waarop we vorm geven aan handhaving. Om een goede uitvoering te geven aan handhaving sluiten we aan bij de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) zie Landelijke_Handhavingsstrategie_Omgevingsrecht_LHSO.pdf (vng.nl). De LHSO is een beleidskader voor de bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke handhaving. Het doel van deze strategie is uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend optreden bij overtredingen, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies kiezen en toepassen op eenduidige wijze. Dit kan op zowel strafrechtelijke wijze (bestraffend) als bestuursrechtelijk (gericht op het herstel van de situatie). De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke sanctie vindt plaats aan de hand van de in de strategie opgenomen interventieladder en interventiematrix. Daarbij zijn het gevolg van de overtreding en het gedrag van de overtreder bepalend voor de wijze hoe er gehandhaafd wordt.
8.5 Afwegingskader gedogen Er zijn uitzonderlijke situaties denkbaar, waarin het opleggen van sancties niet gewenst is. In dat geval kunnen we een overtreding gedogen. De definitie van gedogen is: “Het bestuur dat bevoegd is tot handhaving ziet bewust (tijdelijk) af van optreden tegen een overtreding.” Gedogen is echter wel aan voorwaarden gebonden. Gedogen staat op gespannen voet met ons doel om het naleefgedrag te verbeteren en een betrouwbare organisatie te zijn. Met dat gegeven, beperken we gedogen tot zeer bijzondere situaties, waarbij er op korte termijn uitzicht bestaat op het opheffen van de overtreding of op het legaliseren van de situatie, bijvoorbeeld doordat een vergunning verleend kan worden. In de Nadere Uitwerking is het afwegingskader gedogen uitgewerkt.
VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
29
NADERE UITWERKING 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Elementen van de organisatie en inrichting ODT Risicoanalyse Doelen en streefwaarden Vergunningenstrategie Vormen en werkwijze van toezicht (Toezichtstrategie) Afwegingskader gedogen
VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
30
VTH beleid Twente voor de uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving
31