12.1 Vaststelling bestemmingsplan Briljantstraat Robijnstraat - Bijlage 1 - Bestemmingsplan “Briljantstraat Robijnstraat”, inclusief bijlagen.pdf
Tekst van het document
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt gelet op de aard en omvang van het plan en het feit dat reeds in een eerdere fase participatie heeft plaatsgevonden (zie 9.1.4) geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd.
9.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 3 november 2022 tot en met woensdag 14 december 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend. Ambtshalve zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: Mede gelet op gewijzigde marktomstandigheden is ter plaatse van het zuidelijk gelegen bouwvlak het maximum aantal toegestane woningen vermeerderd van 6 naar 8. Hierin is tevens vastgelegd dat ter plaatse naast de reeds toegestane twee-onder-één-kapwoningen ook rijwoningen in een rij van maximaal vier woningen zijn toegestaan.
vastgesteld bestemmingsplan Briljantstraat_Robijnstraat
49
NL.IMRO.0141.00148-BP31
Het plangebied is in noordwestelijke richting uitgebreid. Hierbij gaat het om gronden die op basis van het bestemmingsplan "Het Weggeler Noord" reeds zijn voorzien van bouw- en gebuiksmogelijkheden voor het realiseren van grondgebonden woningen. Deze gronden zijn in voorliggend bestemmingsplan 'positief' bestemd. Dit wil zeggen dat de gronden de woonbestemming behouden. Reden voor het 'positief' bestemming van de betreffende gronden in voorliggend bestemmingsplan heeft te maken met de gewijzigde invulling van de betreffende rij woningen aan de Robijnstraat. Door de gewijzigde invulling van dit gebied kwam één woning te liggen binnen zowel het onherroepelijke bestemmingsplan "Het Weggeler Noord" als voorliggend bestemmingsplan. Met het doorvoeren van voorgenoemde wijziging (vergoten van het plangebied en positief bestemming van de aangrenzende gronden) is deze omissie hersteld. Binnen de bestemming 'Wonen' is in artikel 6.1 'parkeervoorzieningen' toegevoegd. Hierdoor zijn binnen de woonbestemming tevens parkeervoorzieningen toegestaan.
vastgesteld bestemmingsplan Briljantstraat_Robijnstraat
50
NL.IMRO.0141.00148-BP31
Bijlagen bij de toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Briljantstraat_Robijnstraat
51
NL.IMRO.0141.00148-BP31
Bijlage 1 Advies ODT wegverkeerslawaai
vastgesteld bestemmingsplan Briljantstraat_Robijnstraat
52
Advies geluid Intern Advies Bevoegd gezag Kenmerk Aan Van Onderwerp/ Locatie
: : : : :
Gemeente Almelo
Datum ODIE-nummer
: :
6 juli 2020 Z2020-ODT-010684
Bentina Kooistra Bert Snellenberg Collegiaal toetser : Almelo; Weggeler; 17 woningen i.p.v. 4 bedrijfswoningen
Inleiding Het bestemmingsplan Weggeler staat de bouw van 4 bedrijfswoningen met bedrijfsgebouw toe. Daar blijkt geen belangstelling voor te zijn. Om die reden werkt de gemeente nu aan een plan om op die plek 17 grondgebonden woningen te bouwen. Beide situaties staan in onderstaande figuren. In bijlage 1 is het rechter figuur op een grotere ondergrond weergegeven.
Voor de vier bedrijfswoningen zijn destijds hogere grenswaarden vastgesteld. De woning langs de Bornsestraat heeft een hogere grenswaarde van 55 dB. De bedrijfswoning aan de Briljantstraat heeft een hogere grenswaarde van 54 dB. Deze geluidbelastingen werden veroorzaakt door verkeer op de Briljantstraat / Bornsestraat. Dit advies geeft de resultaten van een akoestisch onderzoek naar de geluidbelastingen in 2030 bij de 17 nieuwe grondgebonden woningen. Stukken • Geomilieumodel behorend bij de verkeersmilieukaart voor 2030 (versie 2019 en met basisjaar 2016). • Formulier Hogere grenswaarde, dat destijds de akoestische situatie bij de 4 bedrijfswoningen beoordeelde (zaakdossier 1323999).
OD Twente Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo Postbus 499 7600 AL Almelo KVK 71101241 BTW NL858579509B01 IBAN NL48 BNGH 028 5175 416 BIC BNGHNL2G
Beoordelingskader De Wet geluidhinder staat bij nieuwe woningen, na afweging van maatregelen, in bepaalde situaties hogere geluidbelastingen toe. Als een hogere geluidbelasting wordt toegestaan moet een binnenniveau van maximaal 33 dB in de kamers altijd worden gewaarborgd. Het Gemeentelijk gebiedsgerichte geluidbeleid vult de beleidsvrijheid in en geeft, per gebied, een ambitiewaarde en een bovengrens voor de geluidbelasting. Navraag bij Infomil maakte duidelijk dat er nieuwe hogere grenswaarden bij de 17 woningen moeten worden vastgesteld, ondanks dat de reeds vastgestelde waarden bij de 4 dienstwoningen goed overeen komen met de nieuwe waarden. Berekening van de geluidbelastingen bij de 17 nieuwe woningen. Het verkeersmodel voor 2030 (versie 2019) is vertaald naar een verkeersmilieumodel, door wegkenmerken en omgevingsvariabelen toe te voegen. Met het softwareprogramma Geomilieu van DGMR (versie 5.21) is een geluidmodel gemaakt waarmee de geluidbelastingen van woningen zijn berekend. De resultaten voor heel Almelo zijn, na inloggen, te zien op de website www.iCinity.nl. De geluidbelastingkaarten voor 2011 en 2016 op die site zijn openbaar en te raadplegen. Op basis van het Geomilieu model voor heel Almelo is een uitsnede gemaakt rond het Weggeler. Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van dat geluidmodel.
In tabel 1 staan de verkeersintensiteit, rijsnelheden en wegdekken op de relevante wegen. Tabel 1. Weg: Nijreessingel Van Rechteren Limpurgsingel / Bornsestraat Bornsestraat / Briljantstraat
Etmaalintensiteit 17.464 mvt/etmaal 22.877 mvt/etmaal 1.958 mvt/etmaal
Wegdek Nobelpave Topfalt Referentiewegdek
Rijsnelheid 70 km/uur 70 km/uur 50 km/uur
In het kader van groot onderhoud wordt het wegdek op de Nijreessingel binnenkort vervangen. Het bestek vraagt om een geluidreductie van het wegdek van minimaal 5,5 dB. De gemeente Almelo past op de zuidelijke rijbaan tot 100 meter voor de stopstreep normaal asfalt toe. De reden is dat dit deel opgesloten ligt tussen banden, waardoor er water op het asfalt kan blijven staan. Hierdoor kan sneller vorstschade optreden. Deze wijziging is opgenomen in het geluidmodel. Sinds 2018 is de aftrek bij 70 km/uur wegen aangepast. De aftrek is nu afhankelijk van de hoogte van het ongecorrigeerde Lden. (werkelijke geluidbelasting). Voor wegen met een snelheid van 70 km/uur of meer is de aftrek: • 4 dB voor een ongecorrigeerde Lden van 57 dB, • 3 dB voor een ongecorrigeerde Lden van 56 dB, en • 2 dB voor de overige situaties.
Z2020-ODT-010684, Almelo, Weggeler
Omgevingsdienst Twente
Pagina 2 van 9
Resultaat berekeningen Met het programma Geomilieu zijn de geluidbelastingen berekend op de 17 woningen. De berekende jaargemiddelde waarde van de geluidbelastingen (Lden in dB) staan op de plots in de bijlagen 2.1 t/m 2.4. In bijlage 3 zijn alle geluidbelastingen in 1 tabel weergegeven. In tabel 2 staan de hoogste geluidbelastingen per weg en per woning op een waarneemhoogte van 7,5 meter (2e verdieping).
De woningen 8 t/m 11 liggen verder van de wegen en hebben per weg geluidbelastingen die lager liggen dan de voorkeursgrenswaarde en ambitiewaarde van 48 dB. De geluidbelastingen bij woningen 1 t/m 7 en 12 t/m 17 liggen van één, twee of drie wegen boven de voorkeursgrenswaarde. Alle woningen liggen in het kadastraal bekend perceel Ambt-Almelo sectie G en nummer 5108 (AML01G5108). Conclusies • Op de percelen waar 4 bedrijfswoningen zouden komen worden nu 17 grondgebonden woningen geprojecteerd. • De geluidbelastingen bij de woningen vanwege de Nijreessingel, Van Rechteren Limpurgsingel/Bornsestraat en Bornsestraat/Briljantstraat zijn berekend. • De geluidbelastingen bij de woningen genummerde 8 t/m 11 liggen van elke weg lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. • De geluidbelastingen bij woningen 1 t/m 7 en 12 t/m 17 liggen van één, twee of drie wegen boven de voorkeursgrenswaarde. • De in 2030 verwachte geluidbelastingen vallen binnen de reeds vastgestelde hogere grenswaarden en passen binnen het geluidbeleid.
Z2020-ODT-010684, Almelo, Weggeler
Omgevingsdienst Twente
Pagina 3 van 9
Bijlage 1; Nieuwe situatie.
Z2020-ODT-010684, Almelo, Weggeler
Omgevingsdienst Twente
Pagina 4 van 9
Bijlage 2.1; Plot met de geluidbelastingen van de Nijreessingel, voor toepassing van de aftrek van 2, 3 of 4 dB ex art. 110 g van de Wet geluidhinder.
Z2020-ODT-010684, Almelo, Weggeler
Omgevingsdienst Twente
Pagina 5 van 9
Bijlage 2.2; Plot met de geluidbelastingen van de Van Rechteren Limpurgsingel en Bornsestraat, voor toepassing van de aftrek van 2, 3 of 4 dB ex art. 110 g van de Wet geluidhinder.
Z2020-ODT-010684, Almelo, Weggeler
Omgevingsdienst Twente
Pagina 6 van 9
Bijlage 2.3; Plot met de geluidbelastingen van de Bornsestraat en Briljantstraat, voor toepassing van de aftrek van 5 dB ex art. 110 g van de Wet geluidhinder.
Z2020-ODT-010684, Almelo, Weggeler
Omgevingsdienst Twente
Pagina 7 van 9
Bijlage 3; • •
Plot met de werkelijke cumulatieve geluidbelastingen, voor toepassing van de aftrek, en Tabel met de geluidbelastingen van de drie wegen (voor en na toepassing van de aftrek) en de werkelijke cumulatieve geluidbelastingen, voor toepassing van de aftrek ex art. 110 g van de Wet geluidhinder.
Sinds 2018 is de aftrek ex art. 110 van de Wgh bij 70 km/uur wegen aangepast. De aftrek is nu afhankelijk van de hoogte van het ongecorrigeerde Lden. (werkelijke geluidbelasting). Voor wegen met een snelheid van 70 km/uur of meer is de aftrek: • 4 dB voor een ongecorrigeerde Lden van 57 dB, • 3 dB voor een ongecorrigeerde Lden van 56 dB, en • 2 dB voor de overige situaties.
Z2020-ODT-010684, Almelo, Weggeler
Omgevingsdienst Twente
Pagina 8 van 9
Z2020-ODT-010684, Almelo, Weggeler
Omgevingsdienst Twente
Pagina 9 van 9
NL.IMRO.0141.00148-BP31
Bijlage 2 Bodemonderzoek
vastgesteld bestemmingsplan Briljantstraat_Robijnstraat
62
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN5740 Robijnstraat/Saffierstraat en omgeving - Almelo
Opdrachtgever Koopman Tijhuis Projecten VOF Locatie: Robijnstraat/Saffierstraat en omgeving 7601 HE Almelo
Juli 2021
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN5740 Robijnstraat/Saffierstraat en omgeving - Almelo
Opdrachtgever Koopman Tijhuis Projecten Jutestraat 8 7461 TR Rijssen
Locatie: Robijnstraat/Saffierstraat en omgeving 7601 HE Almelo
Projectcode: 21041910
Rapportagedatum: 14 juli 2021
Auteur: Mevr. E. Koppelman
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 4
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
5 5 6 6 7 8
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Bespreking PFAS-analyses
9 9 9 11 12 12
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
13
6
Literatuur en bronvermelding
15
Bijlagen I Regionale ligging locatie Tekening kennisdocument Ortageo, januari 2018 Boorplan verkennend bodemonderzoek DHV Milieu en Infrastructuur, maart 1999 Boorplan verkennend bodemonderzoek Envita Ingenieursbureau, september 2011 Boorplan verkennend bodemonderzoek Ortageo, augustus 2020 Boorplannen (3x) verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van Koopman Tijhuis Projecten VOF op een terrein aan de Robijnstraat, Saffierstraat en omgeving in Almelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de aankoop en herontwikkeling van het terrein. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de aankoop en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem ten behoeve van de financiële waardering van het perceel. Tevens is het bodemonderzoek nodig voor de herontwikkeling van het terrein en de bouw van woningen. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in juni en juli 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden.
Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 1 van 15
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie betreft 3 terreindelen die als 1 locatie worden beschouwd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Robijnstraat, Saffierstraat, Agaatstraat en Diamantstraat, binnen de bebouwde kom van Almelo. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 243.127 en y = 484.766. De locatie is kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Almelo, sectie G, nummers 4686, 4850, 4851, 4852, 4853, 4857, 4860 en 4861. De Saffierstraat en de Robijnstraat bevinden zich, evenals de Agaatstraat en de Diamantstraat deels binnen de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en grotendeels onverhard en begroeid met gras. Binnen de onderzoekslocatie liggen enkele met klinkers verharde wegen. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de aankoop en herontwikkeling van het terrein en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem ten behoeve van de financiële waardering van het perceel. De onderzoekslocatie is onbebouwd, grotendeels onverhard en omvat circa 20648 m².
In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende tekeningen en boorplannen opgenomen: - tekening kennisdocument Ortageo, januari 2018; - boorplan verkennend bodemonderzoek DHV Milieu en Infrastructuur, maart 1999; - boorplan verkennend bodemonderzoek Envita Ingenieursbureau, september 2011; - boorplan verkennend bodemonderzoek Ortageo, augustus 2020; - boorplannen verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2021. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en de gemeente Almelo.
Daarbij is de volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft tot 2011 een agrarische bestemming gehad en is daarna bouwrijp gemaakt ten behoeve van woningbouw; - op de onderzoekslocatie bevinden zich met klinkers verharde wegen; - de onderzoekslocatie is niet eerder bebouwd geweest; - voor zover bekend is er op de huidige onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - aan de Bornsestraat 303, op circa 15 meter ten zuidoosten van de huidige onderzoekslocatie, zijn in het verleden asbesthoudende materialen aangetroffen (rapport asbestinventarisatie Nijhof en Poppinghaus Adviseurs BV, d.d. 21 mei 2010 met onbekend rapportnummer). In een later onderzoek van Envita Almelo BV (26 september 2011 met projectnummer 201493-11) is er visueel en analytisch geen asbest meer aangetoond. Voor zover bekend bevindt zich momenteel geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 2 van 15
Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens bevinden er zich binnen de locatie geen asbestwegen; - er hebben eerder bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie plaatsgevonden, de meest relevante onderzoeken worden hieronder nader toegelicht. Ortageo kennisdocument bodemkwaliteit plangebied “Het Weggeler” Noord in Almelo, d.d. 4 mei 2018 met rapportnummer 201493-14/R02 Aanleiding voor het opstellen van het kennisdocument was de ontwikkeling van het gebied en het overzichtelijk presenteren van de beschikbare bodeminformatie. De beschreven onderzoeken zijn uitgevoerd in de periode van maart 1999 tot januari 2018. In bijlage I is een tekening opgenomen. De nummers 1.0, 1.1 en 1.2 uit de tekening corresponderen met 3 van de hieronder genoemde onderzoeken. De onderzoeken vanaf nummer 2.0 bevinden zich buiten de huidige onderzoekslocatie. Het onderzoek met nummer 2.3 correspondeert met de hierboven beschreven asbestinventarisatie van Nijhof en Poppinghaus. DHV Milieu en infrastructuur BV verkennend bodemonderzoek Deldensestraat 218 en bijbehorende locaties (perceel 3041 (ged), 2547 en 2997), d.d.
23 maart 1999 met rapportkenmerk MKO/AHE/ONH990663 (nummer 1.0 uit tekening kennisdocument Ortageo) Aanleiding voor dit onderzoek, op de huidige onderzoekslocatie, was de aankoop van de percelen, een bestemmingsplanwijzigiging en nieuwbouwplannen. Visueel zijn er asbesthoudende golfplaten aangetroffen (perceel 3041), zijn er puin en kooldeeltjes aangetroffen (perceel 2547) en is er in de ondergrond een licht verhoogd oliegehalte gemeten (perceel 2075). Uit de analyseresultaten bleek dat er in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan koper, lood, kwik, zink en PAK zijn aangetoond. In het grondwater zijn de gehalten aan chroom, koper en zink licht verhoogd en licht het gehalte aan nikkel ligt boven de Interventiewaarde. Op basis van eerder uitgevoerde risico evaluaties werd gesteld dat de (humane) risico's ten gevolge van de sterk verhoogde nikkelconcentratie beperkt zijn. Lankelma Geotechniek Almelo BV verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek nieuwbouwplan Weggeler, d.d. 1 oktober 2010 met rapportnummer JHA/VN-30581. (nummer 1.1 uit tekening kennisdocument Ortageo) Aanleiding voor dit onderzoek, op de huidige onderzoekslocatie, was de voorgenomen ontwikkeling van een woonwijk. Visueel zijn er sporen puin en sporen slakken aangetroffen en er bevond zich een puinlaag onder de asfaltverharding.
Uit de analyseresultaten bleek dat er in de bovengrond licht verhoogde kwak- en lood gehalten zijn gemeten. In de ondergrond werden geen verhoogde gehalten gemeten en in het grondwater lagen de gehalten aan barium, koper en zink boven de streefwaarde. De verhoogde gehalten kwik en/of lood zijn mogelijk te relateren aan in het verleden ter bemesting opgebracht zuiveringsslib. In het grondwater is nikkel niet meer in een concentratie boven de Interventiewaarde aangetoond. Opgemerkt wordt dat de peilbuis niet op dezelfde plek is geplaatst als tijdens het uitgevoerde onderzoek in 1999. Vermoedelijk is er sprake van een natuurlijke oorsprong/fluctuatie. Envita Almelo BV actualiserend verkennend bodemonderzoek Weggeler Noord/deelgebied B (perceel 2997) in Almelo, d.d. 12 oktober 2011 met rapportnummer 201493-10/R01 (niet opgenomen in kennisdocument Ortageo) Aanleiding voor dit onderzoek was de ontwikkeling van het gebied ten behoeve van geplande woningbouw, verkoop van het perceel en gedateerdheid van het verkennende onderzoek uit 1999. Visueel zijn er sporen puin, sporen sintels of resten bitumen aangetroffen en er is lokaal een stukje asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Uit de analyseresultaten bleek dat er in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan kobalt, kwik en lood zijn aangetoond. Het gewogen asbestgehalte ligt onder de Interventiewaarde.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 3 van 15
Ortageo verkennend bodemonderzoek Diamantstraat/Briljantstraat in Almelo, d.d. 17 augustus 2020 met projectnummer 213288 Aanleiding voor dit onderzoek, op de huidige onderzoekslocatie, was de voorgenomen verkoop van de locatie. Visueel zijn er plaatselijk sporen puin waargenomen. Uit de analyseresultaten bleek dat er in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan koper, kwik en lood zijn aangetoond. Plaatselijk lag het aangetoonde kopergehalte boven de Tussenwaarde. Na separate analyse van de deelmonsters blijkt dat in de bovengrond van boorpunt 8 en 9 het gehalte aan koper matig verhoogd is en in de boorpunten 12 en 15 licht verhoogd. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium en nikkel aangetoond. In bijlage I zijn de tekeningen en boorplannen van bovengenoemde onderzoeken opgenomen. Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 11 meter boven NAP; - de deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. Deze laag is ter plaatse 20 tot 30 meter dik. Het doorlatend vermogen bedraagt 250 tot 500 m²/dag; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld.
Het freatische grondwater stroomt in noordwestelijke richting met een gering verhang; - in de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevindt zich geen oppervlaktewater. De onderzoekslocatie is niet in een waterwingebied gelegen; - op circa 1,2 kilometer ten noordoosten van de onderzoekslocatie stroomt de Doorbraak en op circa 450 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie stroomt de Weezebeek.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 4 van 15
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de norm NEN5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als onverdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Tevens blijkt uit het vooronderzoek dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot asbest. Derhalve is geen asbestonderzoek op de locatie noodzakelijk.
Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN5707 vervangen door inspectiegaten. Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen.
Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 5 van 15
Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op basis van het oppervlakte van circa 20648 m² kan op basis van norm NEN5740, strategie onverdachte locatie, worden afgeleid dat er 22 boringen dienen te worden verricht, waarvan 15 tot 0.5 meter en 7 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er worden 2 diepe boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 3 grondmengmonsters samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen.
Op verzoek van de opdrachtgever worden de grondmonsters aanvullend op PFAS geanalyseerd. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket
Bovengrond (3x) Ondergrond (2x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof, PFAS
Grondwater (2x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 6 van 15
Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.
Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van de PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 7 van 15
Toetsing asbestanalyses De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 8 van 15
4
Resultaten Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. In paragraaf 4.5 worden de PFAS analyses besproken. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in juni en juli 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman, N. Pepping en R. Veltmaat. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 30 juni 2021 zijn er, conform de in hoofdstuk 3 beschreven strategie, 22 boringen met behulp van een Edelmanboor verricht. Er zijn 7 boringen doorgezet in de diepere ondergrond. Er zijn 2 diepe boringen met behulp van een zuigerboor afgewerkt tot peilbuis (PB 1 en PB 14). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit zeer fijn zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn roest en oerhoudende lagen aangetroffen.
Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen, deze zijn weergegeven in tabel 2. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring
Diepte (m-mv) Waarneming
5
0 - 0.90
Sporen baksteen, sporen glas
6
0 - 0.70
Sporen baksteen
7
0 - 0.70
Sporen baksteen
8
0 - 0.50
Sporen baksteen
9
0 - 0.45
Sporen baksteen
13
0 - 0.50
Sporen baksteen
16
0 - 0.50
Sporen baksteen
17
0 - 0.20
Sporen baksteen
18
0 - 0.75
Sporen baksteen
In eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie is er geen asbest aangetoond, de sporen baksteen worden dan ook niet als asbestverdacht beschouwd. In overleg met de opdrachtgeer wordt er geen asbestbodemonderzoek uitgevoerd.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 9 van 15
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
BG I (visueel schoon)
1 2 en 10 3 en 11 12
0 - 0.35 0 - 0.45 0 - 0.50 0 - 0.25
NEN5740standaardpakket + PFAS
BG II (sporen baksteen)
5 6, 7, 8 en 18 16
0 - 0.45 0 - 0.50 0 - 0.40
NEN5740standaardpakket + PFAS
BG III (visueel schoon)
14, 19, 20 en 21 15 en 22
0 - 0.50 0 - 0.40
NEN5740standaardpakket + PFAS
OG I (visueel schoon)
1 1 2 3 4 4
0.35 - 0.85 0.85 - 1.30 0.75 - 1.25 1.10 - 1.50 0.70 - 1.20 1.20 - 1.70
NEN5740standaardpakket + PFAS
OG II (visueel schoon)
14 14 15 15 16 16
0.75 - 1.15 1.15 - 1.65 0.40 - 0.90 0.90 - 1.40 0.75 - 1.10 1.10 - 1.40
NEN5740standaardpakket + PFAS
Boring 1 en 14 zijn doorgezet tot 2.8 en 3.0 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuizen te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van de filters, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in de boorgaten gestort. Rondom de filters is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in de boorgaten gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van de boorgaten is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 7 juli 2021 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens van de 2 peilbuizen staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
PB 1
1.8 - 2.8
1.0
7.4
130
430
Goed
PB 14
2.0 - 3.0
1.25
6.9
100
260
Goed
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU)
Pagina 10 van 15
De waarden voor de pH en de EC worden als normaal geacht. In beide grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).
Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG I, BG II en BG III) en in het grondwater (PB 1 en PB 14) zijn enkele (zeer) lichte verontreinigingen gemeten, deze zijn weergegeven in tabel 5. In de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verontreinigingen gemeten. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).
1
Achtergrond1- Interventieof Streefwaarde waarde
Gemeten Concentratie
GSSD
Kwik Lood
0.23 96
0.3236 * 144.7 *
0.15 50
36 530
BG II
Kwik Lood
0.14 36
0.1976 * 55.23 *
0.15 50
36 530
BG III
Lood
34
51.15 *
50
530
PB 1
Barium Zink
180 130
180 * 130 *
50 65
625 800
PB 14
Barium Nikkel Zink
200 37 250
200 * 37 * 250 *
50 15 65
625 75 800
Monster
Component
BG I
AW2000
In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan of S; * concentratie groter dan of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 11 van 15
Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, is zijn er enkele (zeer) lichte verontreinigingen in de bovengrond en in het grondwater aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG I, BG II en BG III - Kwik en lood Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). De (zeer) licht verhoogde gehalten aan kwik en lood zijn niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater PB 1 en PB 14 - Barium, nikkel en zink De (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium, nikkel en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn roest en oerhoudende lagen aangetroffen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Verhoogde nikkelgehalten zijn ook in eerdere bodemonderzoeken op de huidige onderzoekslocatie en in de nabije omgeving aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk.
Bespreking PFAS-analyses De resultaten van de PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in de kamerbrief “Aanpassing tijdelijke Handelingskader PFAS” van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 1 december 2019 en door het RIVM (sinds 5 maart 2020) afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond. Voor PFAS zijn op dit moment geen duidelijke, officiële interventiewaarden voorhanden. De analyseresultaten en de toetsingstabel zijn weergegeven in bijlage III. In de mengmonsters van de bovengrond (BG I, BG II en BG III) en de mengmonsters van de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verhoogde PFAS-gehalten aangetoond.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 12 van 15
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Koopman Tijhuis Projecten VOF is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 20648 m² aan de Robijnstraat, Saffierstraat en omgeving in Almelo. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en grotendeels onverhard en begroeid met gras. Een klein deel van de onderzoekslocatie is verhard met klinkers. De aanleiding van dit onderzoek is de aankoop en herontwikkeling van het terrein. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 22 boringen verricht, waarvan er 7 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er zijn 2 diepe boringen afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit zeer fijn zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (sporen baksteen, tabel 2). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuizen 1 is aangetroffen op 1.0 m-mv (PB 1) en 1.25 m-mv (PB 14).
Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is licht verontreinigd met kwik en lood; - de bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd met kwik en lood; - de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd met lood; - de ondergrond (OG I) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG II) is niet verontreinigd; - de boven- en ondergrond (BG I, BG II, BG III, OG I en OG II) zijn niet verontreinigd met PFAS; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium en zink; - het grondwater (PB 14) licht verontreinigd met barium, nikkel en zink. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient formeel gezien te worden verworpen aangezien er enkele overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I, BG II en BG III) en in het grondwater (PB 1 en PB 14) zijn enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verontreinigingen aangetoond. In de mengmonsters van de boven- en ondergrond (BG I, BG II, BG III, OG I en OG II) is geen PFAS aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren.
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de aankoop en herontwikkeling van het terrein, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 13 van 15
met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 14 van 15
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Almelo Ortageo kennisdocument bodemkwaliteit plangebied “Het Weggeler” Noord in Almelo, d.d. 4 mei 2018 met rapportnummer 201493-14/R02 DHV Milieu en infrastructuur BV rapport verkennend bodemonderzoek Deldensestraat 218 en bijbehorende locaties (perceel 3041 (ged), 2547 en 2997) Lankelma Geotechniek Almelo BV rapport verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek nieuwbouwplan Weggeler, d.d. 1 oktober 2010 met rapportnummer JHA/VN-30581. Envita Almelo BV rapport actualiserend verkennend bodemonderzoek Weggeler Noord/deelgebied B (perceel 2997) in Almelo, d.d. 12 oktober 2011 met rapportnummer 201493-10/R01 Ortageo verkennend bodemonderzoek Diamantstraat/Briljantstraat in Almelo, d.d.
17 augustus 2020 met projectnummer 213288 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 G, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 21041910
Pagina 15 van 15
Bijlage I Regionale ligging locatie Tekening kennisdocument Ortageo, januari 2018 Boorplan verkennend bodemonderzoek DHV Milieu en Infrastructuur, maart 1999 Boorplan verkennend bodemonderzoek Envita Ingenieursbureau, september 2011 Boorplan verkennend bodemonderzoek Ortageo, augustus 2020 Boorplannen (3x) verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2021
Saffierstraat/Robijnstraat en omgeving in Almelo
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 21041910 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 G
#)g! %1!'!h)'h1 !i$%'"g!,
221133
!h'1&!'!i ,'&"+i''!ih1,, 3 0 4 5 6 7 2
213 3318
213 3313
918
213
3818
913
013
!h'1&!'$1)h g!,!i'jk'!)!i 313 310 013 010 014 015 213
0
918 913 910 3818 3318 3313
010
3
3
3
310
313
313
014
0
015
013
0
0 013
5 4
6 7
36 )
0835943508359435 3131!"
*+$,
($)!' (!'def -\^[3]a .^b^c_[ /$%)343a]] 01, #!$%&'T U VW XYU YZW
8
56 48
*+$
26
,h
78
\]3^_[`3^
2+) 5,
[
X\
6789769:;<=:;9>:?@AA;?=AB9C?D>E9;?97?C6F69: G7@6E>?HFC9FA?IJKJ G67<E967<E;>>E?LM>N?OPQL?RS?HFC9FA
Koopman Tijhuis Projecten VOF
53
Saffierstraat, Robijnstraat e.o. 7601 HE Almelo
55
Verkennend bodemonderzoek 196
R
at ra t rs ff ie Sa
at rt a s ijn b o
198 15 gras
46
200 202
57 at tra ds ag ar Sm
19
204
48
at ra t rs fie f Sa
59
20 206 61 208
63 210 18 21
65 67
groen gras
14
214
216 gras
1
16 3
218
5
22
at ra t s at a Ag
7 17
25
0 9 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
11
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/NP/RV
13 15
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL
: 21041910 : 1:500 (A3-formaat) : Juli 2021
Koopman Tijhuis Projecten VOF
Verkennend bodemonderzoek
13
11
9
7
5
3
1
Smaragdstraat
63
15
48
61
Saffierstraat, Robijnstraat e.o. 7601 HE Almelo
65
50
67
52
23
Agaatstraat
21
19
Robijnstraat
gras
gras
7 4
6
8 Robijnstraat
cunet toekomstige weg
gras
gras
3
5
Smaragdstraat
gras
TMZ Het Weggeler
66 68 70 72
0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
74 139-259 76
25
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/NP/RV
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL
: 21041910 : 1:500 (A3-formaat) : Juli 2021
25
19
17
Robijnstraat
15
10 sloot
21
woningen in aanb
Verkennend bodemonderzoek
27
13
36
38 295c 40
31
ouw
gras
29
traat Diamants
Saffierstraat, Robijnstraat e.o. 7601 HE Almelo
295b
34
Koopman Tijhuis Projecten VOF
42
Robijnstraat
33 295d traat Bornses
35 sloot
297 1
8
12
cunet toekomstige weg
299
cunet toekomstige weg
gras
gras
301 gras
11
301a
301b
9 2
301c asfalt
Diamantstraat
Koraalstraat
13
gras
0
gras
= Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte 18 = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
25
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
traat Briljants Briljantstraat
Veldwerker: JH/NP/RV
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL
: 21041910 : 1:500 (A3-formaat) : Juli 2021
Bijlage II Boorstaten
1
1
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, m at ig oer
4 0
1 -35
50
gras / cm t ov m aaiveld
0
50
-30
2
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen oer, zwak zand, geroerd
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, m at ig oer, ext reem hard
-70
-85 100
3
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, sporen bakst een, geroerd
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest
100
-120
-130
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs 150
4
150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest -170
180
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
200
250 280
5
-280
gras / cm t ov m aaiveld
0
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
1 50 2
2
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
100
2
-45
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , grijs, zwak plant en, sporen bakst een, sporen glas -90
-45
50
3
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, st erk zand, m at ig oer, sporen bakst een, geroerd
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, m at ig oer
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht groen, grijs, st erk oer
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-120
-75 100
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest
6
-125
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs 150
gras / cm t ov m aaiveld
0 -150
1
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
50
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen zand, zwak oer, sporen bakst een, geroerd -70
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, rood, sporen oer
100
3
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer
50
-100
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, m at ig oer
7 -70
100
1
-110 4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest
150
50
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen zand, zwak oer, sporen bakst een, geroerd
-150
-70 2
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
100
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
gras / cm t ov m aaiveld
0
Rob ijn st r a a t / Sa f f ie r st r a a t e . o. - Alm e lo 21041910 N EN 5 1 0 4
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, oude m aaiveld -90
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, sporen t eelaarde -100
8
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 2 100
13 0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen zand, zwak oer, sporen bakst een, geroerd
1 50
3 100
-90
9
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, m at ig t eelaarde, sporen bakst een, geroerd
gras / cm t ov m aaiveld 1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els
2
zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker grijs, zwart , zwak t eelaarde
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, rood, m at ig oer
50
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, oude m aaiveld
0
-50
-75
-70
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-100
0
-45
50
-70
14
1 0
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, sporen t eelaarde, geroerd zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, oude m aaiveld
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-100
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen zand, zwak oer, sporen bakst een, geroerd
2
-50
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, oude m aaiveld zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, sporen t eelaarde
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
gras / cm t ov m aaiveld
0
100
-115 4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest
150
10
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-185 0
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els, sporen oer
200
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest
200
-215
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs -45
50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker bruin, rood, uit erst oer
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
250 -50 300
300
-300
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
11
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els, sporen oer
50
15
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
gras / cm t ov m aaiveld
0
-55
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen oer
1 -60
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els -40
50 2
zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker bruin, rood, st erk oer, zeer hard
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest
-90 100
12
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 2 50
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak wort els, sporen zand, geroerd
-140
-25
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker zwart , bruin, oude m aaiveld
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n
-50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker bruin, rood, uit erst oer -55
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Rob ijn st r a a t / Sa f f ie r st r a a t e . o. - Alm e lo 21041910 N EN 5 1 0 4
16
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 2
21 0
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen wort els, sporen bakst een, zwak zand, sporen oer, geroerd
1 50
-50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker grijs, zwart , zwak t eelaarde
-50 3
100
-75
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker zwart , bruin, oude m aaiveld
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, rood, m at ig oer
100 -75
4
zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker bruin, rood, st erk oer, zeer hard
150
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els, sporen oer