CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

12.1.5 Vaststelling bestemmingsplan Herziening ondergrondse 110kV kabelverbinding - Bijlage 1.5 - Natuur.pdf

Raad 8 maart 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Herziening ondergrondse 110kV kabelverbinding'13.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg Toetsing Wet Natuurbescherming en NNN

projectnummer 432422 definitief 6 november 2019

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Inhoudsopgave Conclusie en advies

1

1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

5 6 7 7

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

8

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden

8 8 9 9 10 10

3

Methodiek

12

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

12 12 13 13

4

Resultaten

14

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek – ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natura 2000

14 14 14 15 21 22 22 23

5

Toetsing

25

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3

Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Reptielen

25 25 25 26 28

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.3 5.3.1 5.3.2

Amfibieën Insecten-libellen Insecten-Dagvlinders Vaatplanten Effecten op beschermde gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Effecten op Natura 2000-gebieden

28 29 29 29 29 29 30

6

Bronnen

31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Conclusie en advies TenneT TSO B.V. is voornemens om een hoogspanningskabel tussen verdeelstation Almelo Mosterdpot en Hengelo Weideweg aan te leggen. Globaal is het tracé gelegen tussen de Wierdensestraat in Almelo en de Eggerinksweg in Hengelo. De lengte van het tracé is circa 17.5 kilometer en loopt door verschillende terreintypen. Voor de breedte van het te onderzoeken gebied voor de onderliggende natuurtoets is een zone van circa 250 meter aan weerszijden van het kabeltracé aangehouden. Het tracé begint aan de westzijde van Almelo in een afwisselend landschap van weilanden, houtwallen en bospercelen. Aan de zuidzijde van Almelo loopt het tracé langs de snelweg A32. Vervolgens loopt het tracé hoofdzakelijk door weilanden en akkerbouwpercelen naar het zuidoosten om aan de westkant van Hengelo te eindigen. De kabel wordt deels door een open ontgraving en deels door een HDD-boring en persing aangelegd. Een overzicht van het tracé wordt weergegeven in figuur 1.1. De voorgenomen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd indien deze niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van werkzaamheden en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets.

In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.

Conclusies gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland Het voorgenomen tracé loopt op een aantal plaatsen door NNN-gebieden. Dit betreft ook enkele delen van het tracé waar een open ontgraving wordt toegepast. Voor het grootste deel van het tracé dat door NNN-gebied loopt wordt de kabel echter aangelegd door middel van een gestuurde boring. De werkzaamheden hebben een tijdelijk karakter waardoor geen langdurig ruimtebeslag plaatsvindt in een gebied dat is aangewezen onder het NNN. Door het tijdelijke karakter en de aard van de werkzaamheden kan de huidige situatie na afronding van de werkzaamheden hersteld worden. Aan de hand van de gegevens welke tijdens het terreinbezoek zijn verkregen is beoordeeld dat de voorgenomen werkzaamheden geen blijvend negatieve effecten op de wezenlijke en kenmerkende waarden van NNN gebieden hebben. Hierdoor zijn vervolgstappen niet noodzakelijk en hoeft geen uitgebreidere toetsing te worden uitgevoerd.

Natura 2000

Blad 1 van 49

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Het tracé loopt niet door een Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is het Lonnekermeer op meer dan vier kilometer vanaf het eindstation bij Hengelo. Bij de toets aan de Wnb-gebiedsbescherming is gebleken dat het project mogelijk leidt tot een effect via stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Tot voor kort (29 mei 2019) kon mede op basis van een Aerius-berekening, voor projecten die leiden tot stikstofdepositie in Natura 2000gebieden, een beroep worden gedaan op het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Echter, Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitspraak gedaan inzake het PAS. Naar aanleiding van deze uitspraak mag het PAS niet meer worden gebruikt als basis voor het vaststellen van een project het verlenen van vergunningen voor projecten. Daarom zijn vervolgstappen met betrekking tot stikstofdepositie voor het project maatwerk. Voorstel is om eerst een AERIUS-berekening te laten uitvoeren middels de nieuwe module (verwacht september 2019). Op basis van deze berekening is een advies op maat mogelijk. Tabel 1.0. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000

NNN

Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Ja

Ja

Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde?

Mogelijk Ja, AERIUS-berekening Afhankelijk van de uitkomst van de AERIUSberekening

Nee Nee

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Ja

Conclusies soortenbescherming In het projectgebied komen beschermde soorten voor die mogelijk negatieve effecten ondervinden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. In de nabijheid van het projectgebied zijn tevens jaarrond beschermde nesten waargenomen. Verder kunnen er verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes van vleermuizen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Ook zijn mogelijk beschermde soorten uit de volgende soortgroepen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig: reptielen, amfibieën, libellen, dagvlinders en vaatplanten. Onderstaand worden de conclusies per soortgroep aangegeven. Overzicht In tabel 1 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In Hoofdstuk 5 van deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies.

Tabel 1. Mogelijk voorkomen van en effecten op beschermde soorten in het projectgebied.

Blad 2 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Soort

Ingreep verstorend Mogelijk

Nader onderzoek Nee

Ontheffing noodzakelijk Nee

Broedvogels (jaarrond beschermd nest)

Mogelijk

Nee

Nee

Vleermuizen (verblijfplaatsen en vliegroutes)

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Landzoogdieren Reptielen

Mogelijk Mogelijk

Nee Mogelijk

Nee Mogelijk

Amfibieën

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

InsectenLibellen InsectenDagvlinders Vaatplanten

Mogelijk

Nee

Nee

Bijzonderheden / opmerkingen Werken buiten het broedseizoen. Indien dit niet mogelijk is voor aanvang van de werkzaamheden schouwen op de aanwezigheid van concrete broedgevallen. Werken buiten het broedseizoen. Indien dit niet mogelijk is voor aanvang van de werkzaamheden schouwen op de aanwezigheid van concrete broedgevallen. Wanneer grote volwassen bomen worden verwijderd dienen deze in het laatste broedseizoen vóór start uitvoering te worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Nader onderzoek is alleen noodzakelijk wanneer grote volwassen bomen en/of bomen uit een lijnvormige structuur worden verwijderd. Voor zover bekend is, is dit niet het geval. Zorgplicht. Nader onderzoek naar aanwezigheid of op voorhand treffen van soortspecifieke maatregelen (Hoofdstuk 5.2.3 en bijlage 1). Nader onderzoek naar aanwezigheid of op voorhand treffen van soortspecifieke maatregelen (Hoofdstuk 5.2.4 en bijlage 1). Zorgplicht

Mogelijk

Nee

Nee

Zorgplicht

Nee

Nee

Nee

Broedvogels

Zorgplicht

Blad 3 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Blad 4 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van TenneT TSO B.V. is door Antea Group in juni 2019 een natuurtoets uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van de 110 kV kabelverbinding tussen verdeelstation Almelo Mosterdpot en Hengelo Weideweg. TenneT heeft in het 110kV netdeel Harculo verschillende knelpunten gesignaleerd die een risico vormen voor de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening in de toekomst. Door de aanleg van nieuwe 110 kV verbindingen en de verzwaring van bestaande 110 kV verbindingen wordt het hoogspanningsnet in de regio aanzienlijk versterkt. Onderdeel van deze verzwaring is de aanleg van de 110 kV kabelverbinding tussen het 110 kV station Almelo Mosterdpot en 110 kV station Hengelo Weideweg. De lengte van het tracé is circa 17.5 kilometer en loopt hoofdzakelijk door agrarisch gebied. Voor de breedte van het te onderzoeken gebied is een zone van 250 meter aan weerszijden van het kabeltracé aangehouden. De kabel wordt deels door een open ontgraving en deels door een HDD-boring en persing aangelegd. Voorliggende Natuurtoets heeft betrekking op het in figuur 1.1 aangegeven tracé. Ruimtelijke plannen, zoals de voorgenomen werkzaamheden, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland).

Werkzaamheden mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets aan de hand van de bureaustudie en het terreinbezoek beschreven. In deze Natuurtoets wordt aangegeven of een nader onderzoek noodzakelijk is, of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of voor de uitvoering van het project een ontheffing nodig is.

Blad 5 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

In figuur 1.1 is de globale ligging van het leidingtracé weergegeven.

Figuur 1.1. Globale ligging van het leidingtracé (rode lijn is de open ontgraving en de zwarte lijn is de gestuurde boring).

1.2

Planvoornemen TenneT is voornemens om een 110 kV kabelverbinding tussen verdeelstation Almelo Mosterdpot en Hengelo Weideweg aan te leggen. De lengte van het tracé is circa 17.5 kilometer en kruist verschillende terreintypen. De kabel wordt deels door een open ontgraving en deels door een HDD-boring en persing aangelegd. Op punten waar het tracé bos, water, kruispunten, een spoorlijn en wegen kruist wordt de leiding aangelegd door middel van een gestuurde boring. Ter plaatse van de delen van het tracé waar agrarische percelen worden gepasseerd wordt de leiding aangelegd door middel van een open ontgraving. Dit betreft vooral weilanden en akkerbouwpercelen. Op dit moment is nog onduidelijk wanneer de werkzaamheden uitgevoerd worden.

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen werkzaamheden met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden

Blad 6 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan in dit perspectief uitvoerbaar is. De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden als gevolg van de werkzaamheden welke uitgevoerd worden ten behoeven van het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en zo ja welke zijn dit? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: Conclusie en advies; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN;

Blad 7 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. Van sommige vogels zijn de nesten of nestlocaties niet alleen tijdens het broedseizoen maar het hele jaar beschermd. Hiervoor is de “Aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten” (LNV, 2009) opgesteld.

Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1t/m4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Blad 8 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel C en D van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt.

De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en / of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden. Tevens zijn een aantal Natura2000-gebieden opgenomen in het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit zijn de gebieden waar tenminste één stikstofgevoelig habitat voorkomt die gevoelig is voor overbelasting door stikstof. Indien bij de toets aan de Wnb-gebiedsbescherming blijkt dat het project mogelijk leidt tot een effect via stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Tot voor kort (29 mei 2019) kon dan een Aerius-berekening uitgevoerd worden om het exacte effect te berekenen en de vervolgstappen binnen het Programma Aanpak Stikstof (PAS) te bepalen. Echter, Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitspraak gedaan inzake het PAS. Naar aanleiding van deze uitspraak mag het PAS niet meer worden gebruikt als basis voor het vaststellen van een project het verlenen van vergunningen voor projecten.

Daarom zijn vervolgstappen met betrekking tot stikstofdepositie voor het project maatwerk. Momenteel stellen wij voor om eerst een AERIUS-berekening te laten uitvoeren middels de nieuwe module (verwacht september 2019). Op basis van deze berekening is een advies op maat mogelijk.

Blad 9 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

2.3.2

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen - gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

2.4

Bescherming van houtopstanden Naast soortbescherming en gebiedsbescherming voorziet de Wet natuurbescherming ook in de bescherming van houtopstanden (hoofdstuk 4 van de Wnb). Wanneer bomen gekapt worden kan er vanuit de Wnb een herplantingsplicht bestaan. De bescherming van houtopstanden kent geen vergunningstelsel maar enkel een meldings- en herplantingsplicht. Ten behoeve van het voornemen worden er in de berm van de Pastoor Ossestraat (N741) een aantal jonge eiken ter plaatse van de open ontgravingen verwijderd en tijdelijk ingekuild. Wanneer de kabelverbinding is gerealiseerd zullen de bomen in de zelfde omgeving in overleg met de gemeente worden herplant, echter mogen deze niet direct boven het kabeltracé worden geplant. Het betreft jonge eiken welke in het 2018 bij het herinrichten van de berm zijn aangeplant. Het tijdelijk te verwijderen aantal bomen zal minder dan twintig stuks betreffen. Ten behoeve van het voorliggende project is een separate boominventarisatie uitgevoerd. De resultaten van de boominventarisatie worden in een aparte rapportage weergegeven.

Blad 10 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Figuur 2.0. Volwassen inlandse eik (in de eindfase) langs het tracé.

Blad 11 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek en gedurende het terreinbezoek van voorliggende Natuurtoets. Vervolgens wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; 2. Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Het terreinbezoek heeft in december 2018 plaatsgevonden.

3.2

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. ‘Andere’ beschermde soorten die zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel C en D in de bijlage) zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door rekening te houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten, wordt voldoende aan de zorgplicht voldaan en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd. Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het projectgebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd.

Hierbij is nagegaan of er in de periode 2014-2019 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het projectgebied. Ook worden indien relevant regionale bronnen en verspreidingsatlassen gebruikt. Deze verspreidingsatlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het projectgebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie wordt een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het projectgebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ. Om inzicht te krijgen in de ligging van het projectgebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 12 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

3.3

Terreinbezoek Ten behoeve van dit project is naast deze natuurtoets ook een boominventarisatie uitgevoerd. Hierbij zijn bomen en/of boomgroepen welke binnen de invloedsfeer van de openontgraving staan in kaart gebracht. De terreinbezoeken voor deze twee onderdelen zijn gecombineerd uitgevoerd. De verschillende terreinbezoeken hebben in maart en mei van 2019 plaatsgevonden.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en verschillende terreinbezoeken kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 13 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het projectgebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 ingegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het projectgebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het leidingtracé loopt hoofdzakelijk door agrarische percelen. Echter op een aantal plaatsen worden watergangen, wegen, bossen en natuurgebieden gepasseerd. Zo wordt het Twente kanaal (zijkanaal naar Almelo) tweemaal gepasseerd. Verder worden de snelwegen A1 en A35 tweemaal gepasseerd. Halverwege loopt het tracé over Landgoed Twickel en vervolgens na snelweg A35 loopt het tracé langs het overstromingsgebied Woolde. Nabij het eindstation in Hengelo wordt een spoorlijn gekruist.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het projectgebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer vanaf het leidingtracé). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en overige Europese verdragen, niet-vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht waargenomen beschermde soorten (Habitatrichtlijn en overige Europese verdragen vallend onder artikel 3.5 (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 ) en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest aangegeven met een ‘X’, in de directe omgeving (2500 m) van het plangebied (NDFF, 20142019). Deze informatie is (deels) afkomstig uit de NDFF (2-4-2019) en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Soortgroep Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Zoogdieren

Soort

JRB

Buizerd

X

Boomvalk

X

Sperwer

X

Steenuil

X

Ransuil

X

Gierzwaluw

X

Roek

X

Grote gele kwikstaart

X

Ooievaar

X

Kerkuil

X

Huismus

X

HR (art 3.5)

A/B (art 3.10)

Boommarter

X

Steenmarter

X

Eekhoorn

X

Blad 14 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Reptielen Amfibieën

Vissen Insecten - Libellen Insecten - Kevers Insecten - Dagvlinders

Gewone dwergvleermuis

X

Baardvleermuis

X

Gewone grootoorvleermuis

X

Franjestaart

X

Vale vleermuis

X

Kleine dwergvleermuis

X

Rosse vleermuis

X

Watervleermuis

X

Laatvlieger

X

Hazelworm

X

Levendbarende hagedis

X

Heikikker

X

Kamsalamander

X

Poelkikker

X

Knoflookpad

X

Geen waarnemingen bekend Gevlekte witsnuitlibel

X

Geen waarnemingen bekend Grote weerschijnvlinder

X

Kleine ijsvogelvlinder

Vaatplanten .Overige soortgroepen

X

Drijvende waterweegbree

X

Kruipende moerasscherm

X

Geen waarnemingen bekend

*Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het projectgebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek – ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied. Het projectgebied beslaat een grote oppervlakte en strekt zich uit over een aanzienlijk gebied met verschillende terreintypen. Hierdoor is het voorkomen van beschermde soorten uit veel verschillende soortgroepen mogelijk. Voor al deze soortgroepen wordt beoordeeld of essentieel leefgebied binnen het projectgebied aanwezig is. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals eerder aangegeven is er een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waarbij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1 tot en met 4vogelsoorten. Uit de bureaustudie komen in deze categorie de volgende soorten naar voren: steenuil, kerkuil, ransuil, gierzwaluw, roek, grote gele kwikstaart, huismus, ooievaar, buizerd, sperwer en boomvalk.

Blad 15 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Van deze soorten zijn tijdens de terreinbezoeken de buizerd, sperwer, roek en de huismus waargenomen. De roek, buizerd en de sperwer bouwen hun nest in grote bomen. Binnen de contouren van de voorgenomen werkzaamheden zijn veel grote bomen welke hiervoor in aanmerking komen aanwezig. Op circa 100 meter vanaf het tracé nabij knooppunt Azelo (A1-A35) is een bezette buizerdhorst waargenomen. Verder zijn op verschillende plaatsen langs het tracé grote nesten waargenomen welke mogelijk aan de buizerd en/of sperwer toebehoren. Grote nesten zijn onder andere in twee hoogspanningsmasten nabij het eindstation in Hengelo waargenomen. De roek is een kolonie broeder. Een roekenkolonie is binnen het projectgebied niet waargenomen. De huismus bouwt zijn nest in gebouwen, vaak onder de dakbedekking. Binnen de contouren van de werkzaamheden zijn verschillende gebouwen aanwezig maar deze worden niet gesloopt en de voorgenomen werkzaamheden vinden op geruime afstand (> 50 meter) van deze gebouwen plaats. Waarde projectgebied voor kenmerkende vogelsoorten Naast het voorkomen van jaarrond beschermde nesten is, in het kader van biodiversiteit doelstellingen, tevens de waarde van het projectgebied voor kenmerkende vogelsoorten onderzocht.

De overstromingsgebieden bij De Doorbraak, Woolde en beken, de vegetatie langs de wegen, de akkers en de verschillende bomen en bospercelen kunnen een functie hebben voor belangrijke kritische soorten zoals grote zilver reiger, graspieper, sijs, paapje en veldleeuwerik. Door de aanwezigheid van meerdere kenmerkende soorten kan worden geconcludeerd dat de vegetatie in de directe omgeving van het leidingtracé een belangrijke bijdrage levert aan de lokale biodiversiteit. In onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven (zie tabel 4.2) welke tijdens de terreinbezoeken zijn waargenomen. Categorie 5-soorten Naast soorten met jaarrond beschermde nesten zijn er categorie-5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is in het projectgebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie5-soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de directe omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de directe omgeving. Het is wel te verwachten dat algemeen voorkomende vogels binnen het projectgebied hun nest bouwen. Tijdens het terreinbezoek zijn verschillende vogels waargenomen. Tabel 4.2. Waargenomen vogels in en nabij het projectgebied.

Locatie Langs tracé

Waargenomen soorten Rode wouw, kauw, zwarte kraai, ekster, gaai, roek, merel, kokmeeuw, houtduif, meerkoet, waterhoen, wilde eend, torenvalk, buizerd, sperwer, blauwe reiger, grote zilver reiger, huismus, spreeuw, vink, groenling, koolmees, pimpelmees, staartmees, winterkoning, koperwiek, kramsvogel, grote bonte specht, groene specht, boomkruiper, heggemus, paapje, boerenzwaluw, huiszwaluw, kleine plevier, nijlgans en grauwe gans.

Blad 16 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Zoogdieren Uit de bureaustudie zijn de volgende beschermde soorten zoogdieren naar voren gekomen: boommarter, steenmarter, damhert, eekhoorn, gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, franjestaart, watervleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. Het verband tussen de bureaustudie en de bevindingen van het terreinbezoek wordt hieronder toegelicht. Vleermuizen De gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn in Nederland voornamelijk gebouw-bewonende soorten. De rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart en de watervleermuis zijn voornamelijk boom-bewonende soorten en de kleine dwergvleermuis en baardvleermuis worden zowel in gebouwen als in bomen aangetroffen. Vaste rust- en verblijfplaatsen Binnen de contouren van de voorgenomen werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn. Zo zijn langs het tracé verschillende boerderijen en schuren aanwezig welke geschikt zijn om een verblijfplaats voor vleermuizen te herbergen. Echter in het kader van de voorgenomen werkzaamheden vinden geen werkzaamheden aan of op korte afstand tot gebouwen plaats. Binnen het projectgebied zijn veel bomen met holtes en gaten die geschikt kunnen zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen.

Het voorkomen van verblijfplaatsen van gebouw-bewonende en boom-bewonende vleermuizen binnen het projectgebied wordt zeer waarschijnlijk geacht. Echter ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden zullen geen volwassen bomen welke een geschikte verblijfplaats kunnen herbergen verwijderd worden. Vliegroutes Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschappelijke structuren (zoals bomenrijen en watergangen) als vliegroutes. De verschillende bomenrijen, kanalen en watergangen langs het tracé maken mogelijk onderdeel uit van (essentiële) vliegroutes. Ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden worden alleen een aantal jonge bomen verwijderd. Deze bomen vormen nog geen lijnvormige landschappelijke structuur zodat er nog geen sprake is van een vliegroute. Wanneer de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang of in de periode tussen november en maart worden uitgevoerd kunnen negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen worden uitgesloten. Foerageergebied Boven het te volgen tracé wordt waarschijnlijk door vleermuizen gefoerageerd. In de omgeving zijn echter ruim voldoende alternatieve foerageergebieden voorhandig. De werkzaamheden zullen een beperkt deel van het foerageergebied beïnvloeden en een tijdelijk karakter hebben. Negatieve effecten op foeragerende vleermuizen kunnen worden uitgesloten.

Overige zoogdieren Buiten de genoemde beschermde vleermuissoorten wordt nog een aantal andere beschermde zoogdieren in of nabij het projectgebied in de NDFF aangegeven. Dit zijn: boommarter, steenmarter en eekhoorn. Uit het terreinbezoek is gebleken dat voor al deze soorten geschikt biotoop binnen het projectgebied aanwezig is. De meest kwetsbare biotopen zoals de overstromingszones, de oevers en de bossen worden gepasseerd door middel van een gestuurde boring. Hierdoor zullen negatieve effecten op deze locaties tot een minimum worden beperkt. De open ontgravingen vinden alleen in intensief beheerde weilanden, akkerbouwpercelen en wegbermen plaats. Doordat de werkzaamheden

Blad 17 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

een tijdelijk karakter hebben en hoofdzakelijk in intensief in gebruik zijnde percelen plaatsvinden zal verstoring van (beschermde) soorten minimaal zijn.

Figuur 4.0. Overstromingsgebied De Doorbraak bij Bornerbroek.

Amfibieën Uit de bureaustudie zijn de volgende beschermde amfibieën naar voren gekomen: knoflookpad, poelkikker, heikikker en kamsalamander. Knoflookpad De knoflookpad is gebonden aan de stroomdalen van beken en rivieren in het oosten en zuidoosten van Nederland. De soort heeft een voorkeur voor agrarisch gebied, ruderaal terrein (zoals volkstuinen), rivierduintjes en half natuurlijke graslanden. De soort wordt ook relatief vaak waargenomen op en rond infrastructuur (dijken, wegen en spoorlijnen). Daarnaast wordt de knoflookpad gemeld uit de randen van heideterreinen en uit bos en struweel. Een absolute voorwaarde voor deze (grotendeels ondergronds levende) soort is de aanwezigheid van open zandplekken omringd door vegetatie (bron: RAVON). Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt biotoop voor de knoflookpad aanwezig. De potentieel meest geschikte locaties voor de knoflookpad worden door een gestuurde boring gepasseerd. Een uitzondering hierop is het overstromingsgebied De Doorbraak nabij Bornebroek. Dit gebied vormt een potentieel leefgebied voor de knoflookpad en hier wordt de leiding deels door middel van een open ontgraving aangelegd. Effecten op deze soort en eventuele maatregelen worden in hoofdstuk 5 behandeld. Poelkikker De poelkikker heeft de voorkeur voor zonnige wateren. De oeverzone van deze wateren moet goed begroeid zijn.

De poelkikker is een kritische soort, die houdt van voedselarm, schoon water.

Blad 18 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Hij wordt vooral aangetroffen in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in uiterwaarden. Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt biotoop voor de poelkikker aanwezig. De potentieel meest geschikte locaties voor de poelkikker worden door een gestuurde boring gepasseerd. Een uitzondering hierop is het overstromingsgebied De Doorbraak nabij Bornebroek. Dit gebied vormt een potentieel leefgebied voor de poelkikker en hier wordt de leiding deels door middel van een open ontgraving aangelegd. Effecten op deze soort en eventuele maatregelen worden in hoofdstuk 5 behandeld. Heikikker De heikikker wordt vooral aangetroffen in vochtige heidegebieden en in hoog- en laagveengebieden. Ook komt hij voor in vochtige schraalgraslanden, duinvalleien, bosranden en langs meren en rivieren. Hier moet dan wel struweel en hoge kruidige vegetatie aanwezig zijn. Het voortplantingsbiotoop bestaat uit ondiep stilstaand water met oevervegetatie. Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt biotoop voor de heikikker aanwezig. De potentieel meest geschikte locaties voor de heikikker worden door een gestuurde boring gepasseerd. Uitzonderingen hierop zijn het overstromingsgebied De Doorbraak nabij Bornebroek, de open ontgraving langs de Arkmansweg en de open ontgraving bij de waterpartij Leemslagen.

Dit gebied vormt een potentieel leefgebied voor de heikikker en hier wordt de leiding deels door middel van een open ontgraving aangelegd. Effecten op deze soort en eventuele maatregelen worden in hoofdstuk 5 behandeld. Kamsalamander De kamsalamander heeft een voorkeur voor kleinschalige landschappen met bospercelen, heggen en struwelen. Het voortplantingsbiotoop bestaat voornamelijk uit matig voedselrijke tot voedselrijke, stilstaande wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. Veel vindplaatsen liggen in beek- of rivier begeleidend gebied. De poel mag niet geheel beschaduwd zijn en moet permanent water bevatten. Vanaf half maart zijn de volwassen dieren in het water te vinden. Een deel van de dieren blijft het hele jaar in het water maar de meeste kamsalamanders verlaten eind juni het water. Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt biotoop voor de kamsalamander aanwezig. De potentieel geschikte locaties voor de kamsalamander worden door een gestuurde boring gepasseerd of liggen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Reptielen Uit de bureaustudie zijn de volgende beschermde reptielen naar voren gekomen: hazelworm en levendbarende hagedis. Hazelworm Hazelwormen leiden een verborgen leven. Het grootste deel van de dag leven ze onder de vegetatie en dood hout of ze verblijven in holen in de grond.

De hazelworm heeft een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. De soort komt voor in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen, ruderale plaatsen en tuinen (Bron: RAVON). Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt biotoop voor de hazelworm aanwezig. De potentieel geschikte locaties voor de hazelworm worden door een gestuurde boring gepasseerd of liggen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Levendbarende hagedis Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat van de levendbarende hagedis. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt

Blad 19 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen (Bron: RAVON). Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt biotoop voor de levendbarende hagedis aanwezig. De potentieel meest geschikte locaties voor de levendbarende hagedis worden door een gestuurde boring gepasseerd of liggen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Echter ook langs de delen waar de leiding door middel van een open ontgraving wordt aangelegd is op een aantal plaatsen geschikt biotoop voor de levendbarende hagedis aanwezig. Dit betreft de open ontgraving langs de Arkmansweg. libellen Uit de bureaustudie is de volgende beschermde libel naar voren gekomen: gevlekte witsnuitlibel. Gevlekte witsnuitlibel De gevlekte witsnuitlibel wordt aangetroffen bij verlandingszones van heldere wateren: matig voedselrijke delen van laagveengebieden en matig voedselarme vennen. Binnen het projectgebied is op een paar plaatsen geschikt biotoop voor de gevlekte witsnuitlibel aanwezig. De potentieel geschikte locaties waar de gevlekte witsnuitlibel zich voort kunnen planten worden door een gestuurde boring gepasseerd of liggen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden.

Dagvlinders Uit de bureaustudie zijn de volgende beschermde dagvlinders en libellen naar voren gekomen: grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder. Grote weerschijnvlinder De grote weerschijnvlinder heeft een voorkeur voor vochtige loofbossen waar ze het sap van rottende vruchten, bloedende bomen, mest en dode dieren drinken. Binnen het projectgebied is op enkele plaatsen geschikt biotoop voor de grote weerschijnvlinder aanwezig. De potentieel geschikte locaties voor de grote weerschijnvlinder worden door een gestuurde boring gepasseerd of liggen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Kleine ijsvogelvlinder De kleine ijsvogelvlinder leeft hoofdzakelijk hoog in bomen van loofbossen. De eieren worden meestal afgezet op kamperfoelie. Binnen het projectgebied is op enkele plaatsen geschikt biotoop voor de kleine ijsvogelvlinder aanwezig. De potentieel geschikte locaties voor de kleine ijsvogelvlinder worden door een gestuurde boring gepasseerd of liggen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Vaatplanten Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het projectgebied verschillende beschermde vaatplanten zijn waargenomen. Dit betreft exemplaren van de beschermde drijvende waterweegbree en kruipende moerasscherm. Drijvende waterweegbree Drijvende waterweegbree is een plant van helder, voedselarm tot matig voedselrijk (fosfaatarm), zwak zuur water.

Ze komt voor in laaglandbeken, vennen, kanalen en poelen (Bron: FLORON). Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt biotoop voor de drijvende waterweegbree aanwezig. Watergangen waar potentieel geschikt biotoop aanwezig is worden door een gestuurde boring gepasseerd zodat negatieve effecten op de drijvende waterweegbree kunnen worden uitgesloten.

Blad 20 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Kruipende moerasscherm Kruipend moerasscherm verlangt zonnige, open plekken op natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, zwak zure veen- of kleibodems, die ’s winters ondiep overstroomd worden (Bron: FLORON). Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt biotoop voor de kruipende moerasscherm aanwezig zoals de verschillende overstromingsgebieden. De potentieel geschikte locaties voor de kruipende moerasscherm worden door een gestuurde boring gepasseerd zodat negatieve effecten op de kruipende moerasscherm kunnen worden uitgesloten.

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in tabel 4.3 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.3. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in en nabij het projectgebied.

Soort

Beschermingsregi me Artikel 3.1 en 3.5

Aanwezigheid

Toelichting

Ja

Artikel 3.1

Ja

Waargenomen binnen het projectgebied. Waargenomen binnen het projectgebied.

Artikel 3.5 en 3.10

Mogelijk

Vleermuizen

Artikel 3.5 en Bijlage IV van de Habitatrichtlijn

Mogelijk

Amfibieën

Artikel 3.5, 3.10 en Bijlage IV van de Habitatrichtlijn

Mogelijk

Reptielen

Artikel 3.5 en 3.10

Mogelijk

Dagvlinders/libellen

Artikel 3.10

Mogelijk

Vaatplanten

Artikel 3.5 en 3.10

Mogelijk

Algemene broedvogels Vogels met een jaarrond beschermd nest(locatie) Landzoogdieren

Blad 21 van 31

Langs het gehele tracé is potentieel geschikt biotoop aanwezig. Langs grote delen van het tracé zijn potentieel geschikte verblijfplaatsen en vliegroutes aanwezig. Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt terrestrisch en aquatisch biotoop aanwezig. Binnen het projectgebied is op verschillende plaatsen geschikt biotoop aanwezig. Op een aantal plaatsen langs het tracé is potentieel geschikt biotoop aanwezig. Op een aantal plaatsen langs het tracé is potentieel geschikt biotoop aanwezig.

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natuurnetwerk Nederland (NNN) In de directe omgeving van het projectgebied zijn verschillende gebieden aangewezen onder het NNN (zie figuur 4.3 en 4.4). Het tracé doorkruist verschillende NNN-gebieden. Volgens de beheertype kaart 2019 van de provincie Overijssel loopt het tracé door of vlak langs de volgende gebieden en beheertype welke onder de NNN zijn aangewezen: N 12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N03.01 Beek en bron, N04.02 Zoete plas, N16.01 Droogbos met productie, N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos en L01.02 houtwal en houtsingel. Tevens loopt het tracé door gebieden welke vallen onder agrarisch Natuurbeheer (Droge dooradering) (zie figuur 4.4).

Figuur 4.3. Ligging projectgebied ten opzichte van het NNN. (bron: gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/atlasvanoverijssel

Blad 22 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.4. Ligging projectgebied ten opzichte van gebieden Agrarisch Natuurbeheer. (bron: gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/atlasvanoverijssel)

4.3.2

Natura 2000 Het projectgebied bevindt zich niet binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied (zie figuur 4.6). Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is het Lonnekermeer op een afstand van meer dan vier kilometer ten oosten van het eindstation in Hengelo. Verder liggen op meer dan zes kilometer vanaf het tracé de natura2000-gebieden Lemselermaten, Wierdenseveld en Borkeld (zie figuur 4.6). Alle vier de hierboven genoemde Natura2000-gebieden zijn aangewezen onder de Habitatrichtlijnen. Een aantal Natura 2000-gebieden bevat tenminste één stikstofgevoelig habitat dat gevoelig is voor overbelasting door stikstofdepositie. Het Lonnekermeer, de Lemselermaten, het Wierdenseveld en Borkeld zijn alle vier aan te merken als ‘stikstofgevoelig’. Het Lonnekermeer en de Lemselermaten zijn stikstofgevoelig vanwege de habitattypen H7230 Kalkmoerassen, H6410 Blauwgraslanden en H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen. Het Wierdenseveld is stikstofgevoelig vanwege de habitattypen H6230 Heischrale graslanden en H7110A Actieve hoogvenen. Natura2000-gebied Borkeld is stikstofgevoelig vanwege de habitattypen H4010A Vochtige heiden, H4030 Droge heiden, H5130 Jeneverbesstruwelen en H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen.

Blad 23 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.6. Ligging projectgebied) ten opzichte van Natura-2000 gebieden Lonnekermeer (a), Lemselermaten (b), Wierdenseveld (c) en Borkeld (d). (bron: https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1?bookmark=54a7bcc5e845491caf36c177afa665b8)

Blad 24 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan In het kader van het voornemen zal over de grootste lengte van het tracé een sleuf gegraven worden ten behoeven van de aanleg van een 110 KV kabelverbinding tussen verdeelstation Almelo Mosterdpot en Hengelo Weideweg. De diepte en breedte van de sleuf is op dit moment nog onduidelijk. Tevens zal op een aantal plaatsen langs het tracé een installatie geplaatst worden om een gestuurde boring van de kabel mogelijk te maken. Aan het beginpunt en aan het eindpunt van iedere gestuurde boring wordt een intrede- en een uittrede put gegraven. Ook wordt in het verlengde van de gestuurde boring een deel van het tracé gebruikt voor het uitleggen van de leidingen.

5.2

Toetsing effect op beschermde soorten

5.2.1

Vogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door werkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (circa maart tot en met juli1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze (en wanneer de soorten uit artikel 3.5 kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied) zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde. In het projectgebied kunnen nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) vogelsoorten. Vooral de houtwallen, de bomen en de begroeide oevers van de overstromingsgebieden zijn geschikte locaties voor ter plaatse algemeen voorkomende vogels. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (wanneer deze in aanbouw en in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Wel mogen maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat broedvogels zich vestigen. In een aantal bomen en hoogspanningsmasten zijn nesten waargenomen welke mogelijk een jaarrond beschermde status hebben. Ter hoogte van knooppunt Azelo is op circa 100 meter vanaf het tracé een buizerdhorst waargenomen. Deze is jaarrond beschermd. Ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden zullen enkel een aantal recent aangeplante (2018) bomen verwijderd worden.

Wanneer de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden kunnen negatieve effecten op de betreffende soorten worden uitgesloten. Wanneer de werkzaamheden wel binnen het broedseizoen plaatsvinden dient het gebruik van de nesten eerst inzichtelijk te worden gemaakt. Voor de voorgenomen werkzaamheden, dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen (globaal half maart tot en met juli).

1

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 25 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Er zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde indien ten minste één van de volgende maatregelen genomen worden: 1) De werkzaamheden binnen de agrarische percelen en nabij de houtwallen, de bomen, de struiken en oevers worden buiten het broedseizoen uitgevoerd (voorkeursmaatregel). 2) Het projectgebied wordt kort voor aanvang van de werkzaamheden door een deskundig ecoloog gecontroleerd op actuele broedgevallen. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden worden soort specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot nadat het nest niet meer in gebruik is.

5.2.2

Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen neergelegd die in principe niet overtreden mag worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. Bij het slopen of renoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouw-bewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dak betimmering, achter boeiborden, in holle ruimtes van bruggen of op zolders. Boom-bewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote en oude bomen. Verblijfplaatsen Ter plaatse van de langs het tracé aanwezige bebouwing wordt de leiding deels aangelegd door middel van een gestuurde boring en deels door een open ontgraving. Ten behoeve van de werkzaamheden zullen geen gebouwen worden verwijderd en de afstand tussen de werkzaamheden en de gebouwen is voldoende groot om negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouw-bewonende vleermuizen uit te sluiten. Binnen de contouren van het projectgebied zijn veel bomen met gaten, holen en/of scheuren aanwezig.

Ten behoeve van de werkzaamheden zullen geen voor vleermuizen geschikte bomen verwijderd worden. Wanneer de volgende randvoorwaarden in acht worden genomen om aan de voorwaarden genoemd in de Wet Natuurbescherming te voldoen is geen ontheffing noodzakelijk. Werkzaamheden worden buiten de actieve periode van vleermuizen uitgevoerd (aprilnovember). Wanneer dit niet mogelijk is dienen de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang te worden uitgevoerd. Tijdens de werkzaamheden mag tussen zonsondergang en zonsopkomst geen kunstmatige verlichting worden gebruikt welke verstoring van een verblijfplaats kan veroorzaken.

Blad 26 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Vliegroutes Lijnvormige landschappelijke structuren zoals bomenrijen en watergangen worden door vleermuizen vaak gebruikt als vliegroute. Binnen het projectgebied zijn verschillende lijnvormige structuren aanwezig. Voor zover bekend worden deze lijnvormige structuren niet doorbroken. Tijdens de realisatiefase moet worden voorkomen dat in gebruik zijnde vliegroutes niet worden verstoord. Een dergelijke verstoring kan worden voorkomen door de onderstaande randvoorwaarden in acht te nemen: Werkzaamheden worden buiten de actieve periode van vleermuizen uitgevoerd (aprilnovember). Wanneer dit niet mogelijk is dienen de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang te worden uitgevoerd. Tijdens de werkzaamheden mag tussen zonsondergang en zonsopkomst geen kunstmatige verlichting worden gebruikt welke de functionaliteit van een vliegroute kan aantasten. De bomenrijen dienen te allen tijde de functie van vliegroute te kunnen vervullen. Foerageergebied Waarschijnlijk maken vleermuizen gebruik van de agrarische percelen, de bossen, de watergang en erven in de nabijheid van het projectgebied als foerageergebied. De werkzaamheden zullen echter nauwelijks invloed hebben op de genoemde locaties en in de directe omgeving zijn verder voldoen alternatieve, geschikte, foerageergebied aanwezig. Hier komt bij dat de werkzaamheden een tijdelijk karakter hebben.

Negatieve effecten op foerageergebieden van vleermuizen zijn onwaarschijnlijk. Nader onderzoek: vleermuizen Samengevat kan gesteld worden dat alleen een nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is wanneer volwassen bomen of meerdere bomen in een rij worden verwijderd (met uitzondering van jonge recent aangeplante bomen). Voor zover bekend is dit niet het geval. Echter wanneer dit wel het geval is en hier meer duidelijkheid over bestaat, kan bepaald worden welk vervolg onderzoek noodzakelijk is om aan de voorwaarden genoemd in de Wet natuurbescherming te voldoen.

Overige zoogdieren Met betrekking tot de overige in de buurt waargenomen zoogdieren, te weten; boommarter, steenmarter en eekhoorn (bron: NDFF), kan gesteld worden dat door de gehanteerde werkzwijze de kans op negatieve effecten op deze soorten zeer gering is. Voor zover bekend worden geen volwassen bomen verwijderd. Indien dit wel het geval is kunnen dit bomen zijn welke in gebruik zijn bij de boommarter en/of eekhoorn. Wanneer duidelijk is waar en welke bomen verwijderd worden kan beoordeeld worden of soortspecifieke maatregelen voldoende zijn om aan de voorwaarden welke gesteld worden in de Wet Natuurbescherming te voldoen of dat een nader onderzoek noodzakelijk is.

Blad 27 van 31

Natuurtoets 110 kV kabeltracé Almelo Mosterdpot-Hengelo Weideweg projectnummer 432422 6 november 2019 revisie 01 TenneT TSO B.V.

5.2.3

Reptielen Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Uit gegevens van de NDFF blijkt dat er in de nabijheid van het projectgebied beschermde reptielen zijn waargenomen. Dit betreft de hazelworm en de levendbarende hagedis. Nader onderzoek/maatregelen: reptielen Voor de hazelworm en de levendbarende hagedis dient een nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten te worden uitgevoerd volgens de geldende protocollen of dienen op voorhand maatregelen te worden genomen om te voorkomen dat deze soorten het werkterrein binnen trekken en verwond of gedood kunnen worden. Deze soortspecifieke maatregelen bestaan uit het plaatsen van een amfibieën/reptielenscherm op de in bijlage I aangegeven locaties. De exacte locatie van het scherm dient in overleg met een ter zake deskundige te worden bepaald en dient te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=949023b9-383b-42c1-b525-b2111d7c9ab9