CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Ontwerpbestemmingsplan en procedure hogere grenswaarden geluid Breesegge 9 Bornerbroek.pdf

Raad 26 januari 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W28.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Almelo

Raadsbrief ter informatie

Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo

Aan de raad van de gemeente Almelo Doorkiesnummer 541368

Behandeld door B. Kooistra / J. Rouweler

Datum 03 december 2020

Onderwerp Ontwerpbestemmingsplan en procedure hogere grenswaarden geluid Breesegge 9 Bornerbroek

Geachte raadsleden, Hierbij willen wij u op de hoogte brengen van ons besluit om het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpbeschikking hogere grenswaarden geluid ‘Breesegge 9 Bornerbroek Bornerbroek’ in procedure te brengen. Inleiding Aan Breesegge 9 te Bornerbroek is een agrarisch erf gelegen ten behoeve van een paardenhouderij. Deze paardenhouderij houdt op te bestaan, waardoor geen vervolgfunctie voor de bijbehorende bedrijfsbebouwing en mestbak meer is. Het voornemen bestaat om deze bebouwing (1.026 m2) en mestbak (150 m2) te slopen (inclusief asbestsanering) en in te zetten in het kader van de gemeentelijke rood-voor-rood regeling. Hierbij blijven twee bestaande schuren (deels) behouden ten behoeve van hobbymatige agrarische activiteiten en stalling van materieel voor het onderhoud van het erf en omliggende gronden. Ter compensatie van de sloop van de bedrijfsbebouwing en mestbak wordt een compensatiewoning met inwoning van 1.000 m3 –conform de inhoudsmaat voor een woning met inwoning zoals bepaald in het vigerende bestemmingsplan- met bijgebouw gerealiseerd. . De bestaande bedrijfswoning zal behouden blijven. Het gehele erf wordt landschappelijk ingepast. Naast de ruimtelijke kwaliteitswinst die de voorgenomen ontwikkeling tot gevolg heeft, garandeert deze ook de sociale cohesie van het gezin.

Om deze ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening vereist.

Hogere grenswaarde procedure In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De nieuw te bouwen woning ligt binnen de geluidszone van de Rijksweg 35. Gebleken is dat deze nieuw te bouwen woning een hogere geluidbelasting gaat ondervinden op de gevels vanwege wegverkeerslawaai dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De berekende geluidbelasting op een gevel bedraagt maximaal 53 dB. Vanwege deze overschrijding moet een hogere grenswaarde procedure geluid worden Pagina 1 van 2 Raad - 2006422 DCS - 2071564

gevoerd. Deze procedure start gelijk met de bestemmingsplanprocedure, maar wordt apart door ons college vastgesteld. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Op korte termijn wordt het ontwerpbestemmingsplan ‘Breesegge 9 Bornerbroek’ en de hiervoor noodzakelijke ontwerpbeschikking vaststelling hogere grenswaarden Breesegge 9 in Bornerbroek, ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. Het bestemmingsplan is te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl. Wij informeren u over ons besluit, omdat de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd is om het bestemmingsplan vast te stellen. Naar verwachting ontvangt u in het voorjaar van 2021 een raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen.

Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

F.W. van Ardenne

Pagina 2 van 2

A.J. Gerritsen

Bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek NL.IMRO.0141.00096-

Toelichting

NL.IMRO.0141.00096-BP21

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

3

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Inhoudsopgave

T oelichting

2

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer

6 6 6 7 7 8

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Ruimtelijk- functionele structuur

10 10

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Sloop 3.2 Inrichting erf & landschap 3.3 Verkeer en parkeren

14 14 15 17

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

19 19 20 28

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Fysieke veiligheid

32 32 33 33 34 37 39 40 41 43 44

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

47 47 48

Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

50 50 50 51

Hoofdstuk 8

53

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

54 54 54 54

4

NL.IMRO.0141.00096-BP21

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

5

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Breesegge 9 te Bornerbroek, in het buitengebied van de gemeente Almelo, is een agrarisch erf aanwezig dat in gebruik is ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij. Daarnaast is op het erf niet vergunde bebouwing aanwezig en wordt het erf gebruikt voor niet planologisch toegestane activiteiten. Het gaat onder meer om een showroom/winkel met ruitersportartikelen en sportprijzen, een woning in een schuur en een caravanstalling. De gebruiksgerichte paardenhouderij houdt op te bestaan, waardoor geen vervolgfunctie voor de bijbehorende bedrijfsbebouwing en mestbak meer is. Het voornemen bestaat dan ook deze bebouwing (1.026 m2) en mestbak (150 m2) te slopen en in te zetten in het kader van de gemeentelijke rood voor rood regeling. Hierbij blijven twee bestaande schuren (deels) behouden ten behoeve van hobbymatige agrarische activiteiten en stalling van materiaal en materieel voor het onderhoud van het erf en omliggende gronden. Ter compensatie van de sloop van de bedrijfsbebouwing en mestbak wordt een compensatiewoning van 1.000 m3 met bijgebouw gerealiseerd. In de compensatiewoning zal een mantelzorg gedeelte worden gerealiseerd, waar de initiatiefnemers zullen gaan wonen. De dochter van de initiatiefnemers zal in het overige deel van de compensatiewoning gaan wonen.

De bestaande bedrijfswoning zal behouden blijven en bewoond gaan worden door de zoon van initiatiefnemer. Het erf wordt landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Samenvattend bestaat de Rood voor Rood ontwikkeling uit: de sloop van 1.026 m2 aan bedrijfsbebouwing inclusief asbestsanering en de sloop van de mestbak (150 m2); het realiseren van één compensatiewoning van 1.000 m3 met inwoning ten behoeve van mantelzorg met bijbehorend bouwwerk in het kader van Rood voor Rood; het beëindigen van niet vergunde activiteiten; de zorgvuldige landschappelijk inpassing van het nieuwe erf en de locatie van de mestbak. Naast de ruimtelijke kwaliteitswinst die de voorgenomen ontwikkeling tot gevolg heeft, garandeert de voorgenomen ontwikkeling ook de sociale cohesie van het gezin. De initiatiefnemers gaan in het mantelzorgdeel van de compensatiewoning wonen, waardoor het voor hen mogelijk wordt langer in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen. Om de gewenste ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

De locatie ligt aan de Breesegge 9 in Bornerbroek, ten zuidwesten van de kern Almelo. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Ambt-Almelo, sectie T, nummers 4, 6 en 32. In afbeelding 1.1 is de ligging van de locatie indicatief ten opzichte van Almelo weergegeven. Voor een exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

6

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Almelo (Bron: Provincie Overijssel)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Breesegge 9 Bornerbroek" bestaat uit de volgende stukken: regels; verbeelding (NL.IMRO.0141.00096-BP21) en een renvooi; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting (met bijbehorende bijlagen) vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven. De volgende bijlagen zijn bij deze toelichting opgenomen: Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3 Kwantitatieve risicoanalyse Bijlage 4 Stikstofberekening Bijlage 5 Quickscan natuurwaardenonderzoek Bijlage 6 Standaard waterparagraaf

1.4

Huidige planologische situatie

1.4.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de planbegrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied Almelo”. Dit bestemmingsplan is op 29 maart 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Almelo. Daarnaast ligt het plangebied binnen de planbegrenzing van het bestemmingsplan ''Buitengebied correctieve herziening'' (vastgesteld op 18 juli 2017). In de correctieve herziening zijn er enkele (ondergeschikte) wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo', waaronder het archeologiebeleid. Beide bestemmingsplannen zijn samengevoegd in de geconsolideerde

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

7

NL.IMRO.0141.00096-BP21

versie "Buitengebied correctieve herziening". In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de geldende bestemmingsplannen weergegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsneden geldende bestemmingsplannen (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2 Beschrijving (dubbel)bestemming(en) en aanduidingen De gronden in het plangebied zijn bestemd met de enkelbestemming 'Agrarisch' met gedeeltelijk een bouwvlak en de functieaanduiding 'paardenhouderij'. Daarnaast ligt op het oostelijke deel van het plangebied de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - transport'. De gronden met de bestemming 'Agrarisch' zijn hoofdzakelijk bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, waarbij binnen het bouwvlak agrarische bedrijfsbebouwing mag worden opgericht en een gebruiksgerichte paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij'. Ter plaatse is één bedrijfswoning toegestaan.

1.4.3 Strijdigheid De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Het realiseren van een compensatiewoning met inwoning ten behoeve van mantelzorg past niet binnen de bouw- en gebruiksregels. De bestaande bedrijfswoning is bestemd om te bewonen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf. Aangezien de bedrijfsactiviteiten beëindigd worden, dient deze woning als reguliere woning bestemd te worden. Daarnaast dient vastgelegd te worden dat circa 623 m2 aan bedrijfsbebouwing behouden kan blijven ten behoeve van het hobbymatige agrarische gebruik en de stalling van materiaal en materieel voor het onderhoud van het erf en omliggende gronden. Als laatste dient de bestemming ter plaatse van de mestbak naar een bosbestemming gewijzigd te worden, zodat de bestemming in overeenstemming met het toekomstige gebruik is.

1.5

Leeswijzer

De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planbeschrijving Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

8

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en het op dit moment geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie in en rondom het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente Almelo beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofstuk 6 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

9

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 2

De huidige situatie

Dit hoofdstuk gaat in op zowel de ruimtelijke- en functionele structuur van het plangebied en de directe omgeving. Daarnaast wordt een beschrijving van de verkeersstructuur gegeven.

2.1

Ruimtelijk- functionele structuur

2.1.1 Het landschap Het plangebied ligt op de overgang van een veldontginning naar het hoevenlandschap. Hierdoor valt de openheid van het gebied extra op. het erf staat op enige afstand van de weg en kent een passende verschijning van groen, woonhuis en agrarische bebouwing. Langs de Breesegge staan enkele eiken en hier en daar wat opgaande beplanting. Kenmerkend voor ontginningslandschappen is dat beplanting zich beperkt tot de rand van een erf en als accent langs een ontginningsweg. Het gebied kent een sterk agrarisch karakter door de openheid en het gebruik van de gronden in het gebied. De erven in het gebied liggen vrij open in het landschap. De aanleg van de A35 heeft het karakter van het gebied sterk veranderd. De erven kennen van oorsprong een kenmerkende opbouw, wonen voor en werken achter. Dit resulteerde in de sier- en nutstuin aan de voorzijde en het veel soberder maar functionele deel werken aan de achterzijde.

2.1.2 Plangebied en de omgeving De locatie aan de Breesegge 9 in Bornerbroek ligt circa 650 meter ten zuidwesten van de kern Almelo. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat uit agrarische gronden, agrarische bedrijfspercelen, verspreid liggende woonerven en de A35. Het erf ligt solitair tussen de agrarische gronden. Het erf heeft altijd op deze plek gelegen en door de sterk veranderende omgeving haar landelijke uitstraling behouden. De volwassen bomen aan de oostzijde van het erf zijn een kwaliteit en geven het erf de gewenste groene massa. Het erf kent een herkenbare opbouw met wonen voor en werken achter. Het erf wordt hoofdzakelijk gebruikt ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij. Daarnaast wordt het erf gebruikt ten behoeve van detailhandelsactiviteiten en caravanstalling. Op het erf zijn twee woningen aanwezig, waarvan er één vergund is, de tweede woning in de schuur is gedoogd. De vergunde woning heeft een aanbouw van circa 18 m2 en een aangebouwde serre van circa 16 m2. Naast de aanwezige woningen bestaat de bebouwing uit: een schuur van 296 m2 (met daarin de gedoogde woning); een schuur van 249 m2; een schuurtje van 13 m2; een paardenstal van 313 m2; een kapschuur van 899 m2. Tussen de bebouwing is erfverharding aanwezig.

Het overige deel van het plangebied is ingericht als grasperceel en een gedeelte wordt gebruikt als tuin behorende bij de bedrijfswoning. Rondom het erf bevinden zich agrarische cultuurgronden. Het erf wordt aan de zuidwestelijke zijde met één in- en uitrit ontsloten op de Breesegge. Daarnaast is er een mestbak met verharding behorende bij het bedrijf aan de Breesegge, circa 200 meter ten zuidwesten van het erf, aanwezig (kadastrale perceel: gemeente Ambt-Almelo, sectie T, nummer 32). In afbeelding 2.1 is de huidige situatie op een luchtfoto weergegeven. In afbeelding 2.2 zijn enkele foto's van het bestaande erf opgenomen. In afbeelding 2.3 is de locatie van de mestbak weergegeven.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

10

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de huidige situatie in het plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

11

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Afbeelding 2.2: Foto's van het erf (Bron: Building Design Architectuur)

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

12

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Afbeelding 2.3: Foto's van het erf (Bron: Building Design Architectuur)

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

13

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In hoofdstuk 2 is al ingegaan op de structuur, kenmerken van de directe omgeving en de huidige situatie ter plaatse van het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de gewenste ontwikkeling ingegaan.

3.1

Sloop

Zoals in Hoofdstuk 2 aangegeven bevinden zich in het plangebied bedrijfsopstallen, waarvan een deel geen vervolgfunctie hebben. Vanwege het ontbreken van een vervolgfunctie, wordt ook niet meer geïnvesteerd in het onderhoud van deze gebouwen. Hierdoor zal de staat van onderhoud op termijn verslechteren. Het voornemen bestaat het deel van de bebouwing waar geen vervolgfunctie voor is te slopen. Een deel van de bedrijfsbebouwing zal behouden blijven. In afbeelding 3.1 is weergeven welke bebouwing behouden zal blijven en welke bebouwing gesloopt wordt. Aanvullend op de te slopen bebouwing (circa 1.026 m2) wordt ook de bij het bedrijf behorende mestbak (150 m2) verwijderd.

Afbeelding 3.1: Te slopen bebouwing (Bron: Building Design Architectuur) De paardenstal blijft geheel behouden en de kapschuur blijft gedeeltelijk behouden. Het deel van de te behouden kapschuur heeft een oppervlakte van 310 m2 op basis van de NEN 2580 berekening, omdat het overstek niet meegeteld hoeft te worden. De paardenstal zal gebruikt worden ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren. Het deel van de kapschuur blijft behouden ten behoeve van de stalling van machines en werktuigen voor het onderhoud en bewerken van de omliggende gronden en het erf. Daarnaast zal de kapschuur in gebruik blijven als bijgebouw bij de woning.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

14

NL.IMRO.0141.00096-BP21

3.2

Inrichting erf & landschap

3.2.1 Algemeen In het kader van voorliggende Rood voor Rood ontwikkeling is een Ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld door de Erfontwikkelaar. Het complete Ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 1. Hierin zijn de uitgangspunten vanuit de initiatiefnemer, het beleid en de landschappelijke situatie verwerkt. Een uitsnede van de landschappelijke inpassing is weergegeven in afbeelding 3.2 en afbeelding 3.3 en wordt aansluitend toegelicht. Uitgangspunten: Sloop van circa 1.026 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; Saneren en landschappelijk inpassen van een mestbak (150 m2); Het behoud van circa 623 m2 aan bebouwing, bestaande uit de paardenstal en een deel van de kapschuur; Het behoud van de bestaande woning met aanbouw en aangebouwde serre; Realisatie van een nieuwe woning van 1.000 m3 met inwoning ten behoeve van mantelzorg en een bijbehorend bouwwerk van 78 m2; Half open beeld van het erf behouden; Voldoende ruimte om te keren en te parkeren op het erf; Functioneel erf met ruimte voor hobbymatig agrarisch gebruik;

Afbeelding 3.2: Landschappelijke inpassing erf (Bron: De Erfontwikkelaar)

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

15

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Afbeelding 3.3: Landschappelijke inpassing locatie mestbak (Bron: De Erfontwikkelaar)

3.2.2 Erfopzet De inrichting van het erf blijft grotendeels hetzelfde, aansluitend bij de karakteristieken van het landschap. De bestaande inrit blijft behouden en is en blijft de enige ontsluiting van het erf. De compensatiewoning en het bijbehorende bouwwerk worden aan het bestaande 'centrale erf' gerealiseerd. Op het 'centrale erf' is eveneens ruimte voor draaien en keren en parkeren. De compensatiewoning wordt ter plaatse van de noordelijke te slopen schuur gerealiseerd. De bestaande groene 'rand' aan de oostzijde blijft behouden. De compensatiewoning zal hier binnen worden gebouwd. De bestaande woning en compensatiewoning vormen een gezamenlijk voorerf. Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat het erf zich als eenheid in het landschap dient te blijven presenteren. Dit wordt gerealiseerd door geen harde grenzen op het erf in de vorm van hagen, schuttingen of andere bouwkundige elementen te plaatsen. De bestaande schuur en de bestaande paardenstal blijven (gedeeltelijk) behouden. Door deze bebouwing te behouden wordt verrommeling op het erf tegengegaan, aangezien opslag van materiaal en materieel binnen plaats kan vinden. De bestaande paardrijbak blijft behouden. Eén bestaande stapmolen wordt verplaats. Aangezien deze zijn uitgevoerd in passende landelijke materialen, vormen deze geen opvallende verschijning in het landschap.

In voorliggend geval blijft er circa 623 m2 aan bestaande bebouwing behouden ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden, het onderhoud van het erf en omliggende gronden en als bijgebouw bij de bestaande woning. In paragraaf 4.3.3 zal nader worden uitgewerkt dat het behoud van de bestaande bebouwing passend is binnen het gemeentelijke Rood voor Rood beleid.

3.2.3 Landschappelijke inpassing De rechtlijnigheid en functionele inrichting, zoals kenmerkend in het flierenlandschap, wordt versterkt door de bebouwing een gelijke of haakse oriëntatie te geven. Het erf langs de Breesegge komt overeen met de karakteristiek van het ontginningslandschap. De huidige bebouwing staat aan elkaar uitgelijnd en is deels door groen afgeschermd. Aan de zuidzijde staan drie lindes. Deze bomen verzachten de bebouwing en geven het erf aan deze zijde een passende afscheiding. Rondom de compensatiewoning kan een sobere tuin worden gerealiseerd met ruimte voor sierbeplanting. De bebouwing op het erf blijven deels in de omgeving zichtbaar, wat een kwaliteit van het landschap is.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

16

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Ter plaatse van de te saneren mestbak wordt de vrijgekomen plek ingeplant met gebiedseigen heesters. Hiermee wordt de bestaande houtsingel aan de Breesegge weer hersteld.

3.2.4 Schetsontwerp compensatiewoning In afbeelding 3.4 is het schetsontwerp van de compensatiewoning weergegeven.

Afbeelding 3.4: Schetsontwerp compensatiewoning

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer De bestaande in- en uitrit blijft behouden en blijft de enige ontsluiting van het erf en komt uit op het 'centrale erf'. De routing is helder zodat een veilige situatie ontstaat. De weg waarop ontsloten wordt (Breesegge) is van voldoende omvang om de beperkte toename van de verkeersgeneratie (één extra woning) op te vangen. Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit plan besloten ontwikkelingen.

3.3.2 Parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Uitgaande van volgende uitgangspunten: Functie: wonen, koop, vrijstaand Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk / gemeente Almelo (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: buitengebied Parkeerbehoefte (per woning): minimaal 2,0 en maximaal 2,8

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

17

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Het parkeren ten behoeve van de woningen vindt plaats op eigen terrein. Op het erf is voldoende ruimte aanwezig voor het parkeren van 2 à 3 auto's per woning. Dit is duidelijk waarneembaar in afbeelding 3.2. Geconcludeerd wordt dat op eigen terrein in voldoende parkeerplaatsen kan worden voorzien.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

18

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 4.1.1.1 Algemeen Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en heeft de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving vervangen. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd.

Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Neder-Rijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. 4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.

Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor:

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

19

NL.IMRO.0141.00096-BP21

bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´

4.1.2 Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de ladder van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een toevoeging van één nieuwe woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.1.3 Conclusie rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijke plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, die verankerd is in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.

4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

20

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.

4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

21

NL.IMRO.0141.00096-BP21

zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel).

Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden.

Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van toepassing. Op deze artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel zal hierna worden ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening De Rood voor Rood ontwikkeling gaat uit van sloop van de voormalige bedrijfsbebouwing, waarvoor ter compensatie één woning mag worden gebouwd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving,

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

22

NL.IMRO.0141.00096-BP21

maar juist van een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. Niet van toepassing 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel. 2.1.6 lid 1: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen - met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3.

en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 - voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving van de gemeente Almelo. Deze meerwaarde vertaalt zich in: de sloop van 1.026 m2 aan landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing; de sanering ven de mestbak; het versterken van de landschappelijke kwaliteit (zie ook paragraaf 3.2); De ontwikkeling is passend binnen de voorwaarden van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid, wat een uitwerking is van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding met de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang.

In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' zoals weergegeven in afbeelding 4.2.

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

23

NL.IMRO.0141.00096-BP21

Afbeelding 4.2: Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' In voorliggend geval wordt de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en wordt het recht op een compensatiekavel in het kader van de Rood voor Rood regeling verkregen.

De compensatiewoning wordt uitgevoerd met architectonische meerwaarde, goed passend binnen het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. De ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt door de sloop van de bebouwing, het saneren van de mestbak en landschappelijk inpassen van deze plek en de inrichting van het erf. Uit paragraaf 5.5 en 5.6 blijkt dat er geen sprake is van het belemmeren van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie heeft op de gebiedskenmerkenkaart 'de stedelijke laag' geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen buiten beschouwing worden gelaten. 1. De “Natuurlijke laag” Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

24

NL.IMRO.0141.00096-BP21

op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstypen "Dekzandvlakte en ruggen" en “Beekdalen en natte laagtes”. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.3: Uitsnede Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) "Dekzandvlakte en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd - zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. "Beekdalen en natte laagtes" Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren.

Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijke laag” De gronden in het plangebied zijn grotendeels in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. De van oorsprong voorkomende 'natuurlijke laag' is dan ook niet of nauwelijks meer aanwezig. Bij het treffen van de landschapsmaatregelen wordt uitgegaan van de huidige omgevingsfactoren, waarbij rekening wordt gehouden met 'natuurlijke' beplantingssoorten. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar het Ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1). Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. 2. De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

25

NL.IMRO.0141.00096-BP21

omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype "Maten en flierenlandschap". In afbeelding 4.4 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.4: Uitsnede Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) “Oude hoevenlandschap" Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Het plangebied ligt in het "maten en flierenlandschap". De nieuwe bebouwing wordt op zorgvuldige wijze ingepast in het landschap. Hiervoor is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Verwezen wordt naar paragraaf 3.2 en Bijlage 1 waar de landschapsmaatregelen worden beschreven. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

26

NL.IMRO.0141.00096-BP21

landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het ‘belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe ‘erfgoed’ van de provincie. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van beleving” grotendeel aangeduid met het gebiedstype "Stads- en dorpsrandgebieden". In afbeelding 4.5 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.5: Uitsnede laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel) "Stads- en dorpsranden" De stads- en dorpsrand is een overgangsgebied waar sprake is van twee overlappende invloedssferen. De randen zijn bepalend voor de identiteit van zowel de steden en dorpen, als het landschap eromheen. De (potentiële) kwaliteit is die van 'best of both worlds', te weten stedelijke voorzieningen, verspreid liggende (gewilde) woon- en werkfuncties en padennetwerk in een landschappelijk raamwerk. Randen gaan niet alleen over een functionele mix, maar ook over herkenbaarheid, duidelijkheid, silhouetten (kerktorens en andere markante gebouwen) en het je thuis voelen. Het is de ambitie woon-, werk- en recreatiemilieus in de stads- en dorpsranden te verbinden met landschappelijke structuren en routes. Verrommeling dient tegengegaan te worden en er dient bijgedragen te worden aan een aantrekkelijke mix van woon-, werk- en recreatiemilieus. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van beleving" In voorliggend geval wordt circa 1.026 m2 aan bebouwing gesloopt en wordt een bestaande mestbak gesaneerd en landschappelijk ingepast. Ter compensatie wordt een woning met inwoning ten behoeve van mantelzorg gerealiseerd.

De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en draagt daarmee bij aan de ambitie een aantrekkelijk mix van woon-, werk- en recreatiemilieus te creëren. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook passend binnen de gebiedskenmerken behorende bij de "Laag van beleving".

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

27

NL.IMRO.0141.00096-BP21

4.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 4.3.1.1 Algemeen De onmgevingsvisie is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van Almelo vastgesteld. De omgevingsvisie gaat in op hoe de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat voor toekomst beoogd wordt. Het doel is een omgeving waarin zo goed mogelijk gewoond, gewerkt, gesport en ontspannen kan worden. 4.3.1.2 Buitengebied Ontwikkelingen in het buitengebied moeten passen bij de Almelose maat en schaal. Ze tasten de bestaande natuur niet aan en gaan goed samen met de (agrarische) bedrijvigheid. Hieronder staan enkele doelen voor het buitengebied opgesomd; het versterken van het buitengebied door de ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit te verbeteren; duurzame doelen stellen en bewust boeren. In het kader hiervan is er onder meer ruimte voor rood-voor-rood trajecten om leegstand te voorkomen en verval; echt nodig is het toevoegen van woningen gebeurt enkel als dat en een meerwaarde heeft. Voorbeelden van gewenste ontwikkelingen zijn bijzondere woonvormen als een knarrenhof of tiny houses en het toevoegen van een tweede woning op het erf; 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een tweede woning aan de Breesegge 9 in het kader van het gemeentelijke rood voor rood beleid.

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingezet op een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door de sloop van de landschapontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van het plangebied. Er wordt daarmee bijgedragen aan het vitaal houden van het buitengebied van Almelo. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie van de gemeente Almelo.

4.3.2 Kaderstelling landelijk gebied Almelo 4.3.2.1 Inleiding Op 10 juli 2012 heeft de gemeenteraad van Almelo de nieuwe kaders voor ontwikkelingen in het buitengebied vastgesteld. Het doel hiervan is een richtinggevend ruimtelijk beleidskader dat dient als toetsingskader voor nieuwe initiatieven in het landelijk gebied. De kaders zijn tevens bedoeld om ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen. 4.3.2.2 Kaders De 4 richtinggevende kaders zijn; 1. Het landelijk gebied is in principe primair bestemd voor de uitoefening van de agrarische sector; 2. Nieuwe initiatieven mogen de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven niet hinderen; 3. De groene longen worden gevrijwaard van verdere oprukkende verstedelijking; 4. Nieuwe initiatieven die: a. niet binnenstedelijk zijn op te lossen; b. of van oorsprong al in het gebied aanwezig zijn; kunnen eventueel worden ingepast, indien, enerzijds, met behulp van het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving de aanwezige ruimtelijke kwaliteit in het gebied wordt versterkt, anderzijds, nieuwe

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

28

NL.IMRO.0141.00096-BP21

initiatieven niet leiden tot significante verzwaring van activiteiten zoals verkeersstromen, welke aanleiding kunnen zijn voor aanpassing van de openbare infrastructuur of toeneming van verkeersonveiligheid. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Kaderstelling landelijk gebied Almelo' Geconcludeerd kan worden dat: het initiatief de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijvigheid niet hindert. Dit blijkt onder andere uit paragraaf 5.5 en paragraaf 5.6; verstedelijking van een groene long is niet aan de orde; het initiatief aan de hand van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid (en daarmee aan de hand van het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) zorgvuldig is uitgewerkt. Verwezen wordt naar de planbeschrijving (Hoofdstuk 3), de toetsing aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (paragraaf 4.2.4.1) en het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1); het plan niet leidt tot een significante verzwaring van de verkeersdruk. Verwezen wordt naar de paragraaf 'Verkeer en parkeren' (paragraaf 3.3). Bovenstaande brengt met zich mee dat het plan aansluit bij de 'Kaderstelling landelijk gebied gemeente Almelo'.

4.3.3 Beleidsnotitie 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor Rood' 4.3.3.1 Algemeen Het gemeentelijk beleid 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor rood' van de gemeente Almelo, d.d. 19-11-2007 is gebaseerd op het provinciale uitvoeringskader van de Rood voor Rood regeling, dat met invoering van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving daarin is ondergebracht. Voor de gemeente Almelo geldt als uitgangspunt dat bij de toepassing van Rood voor Rood niet alleen getracht wordt om te komen tot de sloop van ontsierende bebouwing, maar tevens tot een concentratie van burgerwoningen in het landelijk gebied. Achterliggend doel is om te voorkomen dat de ontwikkeling van agrarische bedrijven wordt gehinderd door de toevoeging van woningen. Indien er geen sprake is van een belemmering, is het uitgangspunt dat de compensatiewoning wordt gerealiseerd op de slooplocatie. De kern van deze regeling is dat minimaal 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt moet worden. Hiervoor in de plaats mag een woning gebouwd worden van maximaal 750 m3 en bijbehorend bouwwerk van 100 m2. De voorwaarden van het beleid zijn doorvertaald in het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' dat ter plaatse geldt. Voor een weergave van en een toetsing aan deze voorwaarden wordt verwezen naar paragraaf 4.3.4.

4.3.4 Bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' 4.3.4.1 Algemeen Het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' is vastgesteld op 19 april 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo en omvat de planologisch-juridische regeling voor het landelijk gebied van de gemeente. Het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' biedt, binnen de randvoorwaarden die gelden vanuit onder meer het landschap, milieu, water en cultuurhistorie, ontwikkelingsruimte aan bestaande functies en speelt daarnaast in op toekomstige of mogelijk gewenste ontwikkelingen. 4.3.4.2 Voorwaarden wijzigingsbevoegdheid Rood voor Rood Op basis van de in het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' opgenomen wijzigingsbevoegdheid in artikel 4.6.8 kan medewerking worden verleend door het plan te wijzigen voor het na bedrijfsbeëindiging omzetten van een agrarisch bouwvlak in de bestemming ´Wonen´, waarbij de bouw van één of meerdere extra woningen wordt toegestaan, in verband met sloop van voormalige agrarische bebouwing, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ter compensatie van de sloop van minimaal 850 m2 voormalige bedrijfsbebouwing en/of bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, niet zijnde karakteristieke bebouwing en opgericht met een bouwvergunning voor 1 januari 2004, kan één compensatiewoning worden toegestaan; b.

de sloop mag voor een deel plaatsvinden op de locatie van een ander voormalig agrarisch bedrijf, mits op de locatie van dit andere voormalige bedrijf ook alle voormalige bedrijfsbebouwing met

ontw erp bestemmingsplan Breesegge 9 Bornerbroek

29

NL.IMRO.0141.00096-BP21

uitzondering van karakteristieke bebouwing wordt gesloopt; c. bij sloop op meerdere locaties wordt de compensatiewoning op één van beide locaties toegestaan; d. de compensatiewoning mag een inhoud van maximaal 750 m3 hebben met daarbij bijbehorende bouwwerken met een oppervlakte van maximaal 100 m2; e. de bebouwing dient te worden gesitueerd op een kavel van minimaal 500 m2 en maximaal 1.000 m2 per woning; f. alle bebouwing die niet ten behoeve van het wonen wordt gebruikt dient te worden gesloopt met uitzondering van de gebouwen, tot een maximale oppervlakte van 300 m2, welke direct worden hergebruikt in het kader van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen; g. er sprake is van een landschappelijke inpassing, waartoe een inpassingsplan dient te worden opgesteld; h. er geïnvesteerd wordt in het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; i. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad; j. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; k. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden: 1. bodemsanering niet noodzakelijk is dan wel vóór uitvoering van het wijzigingsplan zal plaatsvinden; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=563daf82-f4aa-4dec-b093-e8d10570bfe7