CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Vaststelling bestemmingsplan Steenweg - Bijlage - Vast te stellen bestemmingsplan en verbeelding.pdf

Raad 1 november 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Steenweg22.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Herziening Steenweg NL.IMRO.0141.00131

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Toelichting

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

1

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Inhoudsopgave

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

2

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 1 Inleiding

4

Hoofdstuk 2 De huidige situatie

7

Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten

8

Hoofdstuk 4 Beleidskader

9

Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten

24

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf

30

Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten

33

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid

36

Hoofdstuk 9 Vooroverleg en zienswijzen

37

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

3

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Gebroeders Huzink B.V. heeft de wens geuit om een gedeelte van de nu nog openbare Steenweg aan te kopen en toe te voegen aan zijn bedrijfskavels die aan weerszijden van de Steenweg liggen ten behoeve van de bedrijfsvoering van Riwald B.V. Hiermee onstaat er voor dat bedrijf de mogelijkheid haar activiteiten uit te voeren op een aaneengesloten bedirjfskavel. Dit heeft tevens tot gevolg dat de verkeersituatie verbetert. De bestemming ter plaatse is 'verkeersdoeleinden' en wordt gewijzigd in 'Bedrijf-3.1' met een bouwaanduiding uitgesloten - gebouwen. Voor het plangebied geldt het vigerende bestemmingsplan West Bedrijventerrein Buitenhaven Noordbroek. Om de voorgenomen wijziging naar de bestemming 'Bedrijf-3.1' mogelijk te maken dient het vigerend bestemmingsplan te worden herzien.

1.2 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Herziening Steenweg" bestaat uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding; 3. bijlagen bij de toelichting; 4. bijlagen bij de regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven. Bijlagen inhoudelijk benoemen.

1.3 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt ten westen van het centrum van Almelo.

Afbeelding: Ligging plangebied

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

4

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Het plangebied bevindt zich op het bedrijventerrein Buitenhaven, dat aan de westzijde wordt begrensd door het Twentekanaal, aan de oostkant door de Weezebeeksingel/Schuilenbrugsingel en aan de zuidzuide door de Graslaan.

1.4 Wettelijk kader Het wettellijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimteljke orderning (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) Wet ruimtelijke Ordening (Wro) De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad voor het gehele gehele grondgebied van de gemeente een of meerdere bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten brehoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan eon andere ruimtelijke plannen eruit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegenomen moet worden (artikel 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). Een bestemmingsplan is een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. De bestemmingsplannen zijn in te zien via de website www.ruimtelijkeplannen.nl.

Kosten In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgelegd in een exploitatieplan, maarze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden, zoals het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro). Leges voor de procedure worden verhaald via de gemeentelijke verordening. Planschade Nieuwe planologische ontwikkelingen op een locatie kunnen schade veroorzaken doordat een nadelinge planologsiche situatie kan ontstaan. Dit kan gelden voor zowel de eigenaar van de locatie zelf, maar ook voor de eigenaren van omliggende percelen. Op basis van afdeling 6.1 Wro kan degene die als gevolg van een planologische ontwikkeling schade lijdt, die redelijkerwijs niet voor zijn rekening behoort te blijven, aanspraak maken op een tegemoetkoming in planschade.

1.5 Huidige planologische situatie Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van het onderhavige bestemmingsplan, de volgende plannen: - Bedrijventerrein Buitenhaven Noordbroek - Parapluherziening Parkeren - Parapluherziening Wonen

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

5

NL.IMRO.0141.00131-BP31

1.6 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven. In hoofdstuk 3 worden de (algemene) uitgangspunten voor het bestemmingsplan beschreven. Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van het relevante beleid. In hoofdstuk 5 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, als ook water, archeologie en cultuurhistorie besproken. In hoofdstuk 6 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridische bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 7 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 8 geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

6

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 2 De huidige situatie

2.1 Inleidiing Langs het Twentekanaal was destijds bedrijfsbebouwing aanwezig. Aangezien dat gebied toen al als randzone geen functioneel en integrerend onderdeel meer uitmaakte van de westelijke groene long, is gekozen voor dit gebied als industrieterrein "west -Butienhaven". Het bestemmingsplam "West-Buitenhaven" is destijds opgesteld om te kunnen voldoen aan de voortdurende behoefe in Almelo aan terreinen voor bedrijven, welke gezien hun grootte en/of structuur niet voor een vestiging op het Bedrijvenpark Twente in aanmerking kwamen.

2.2 Functionele structuur Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de Grintweg. De Steenweg is nu voorzien van de bestemming 'Verkeesdoeleinden'. Aan weerszijden van de Steenweg liggen percelen die voorzien zijnde van de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden B3 en B4. Het bedrijf Riwald B.V. is gevestigd aan het noordelijk deel van de Steenweg en heeft aan weerszijden van de Steenweg bedrijfsgebouwen. Dit is niet optimaal voor de bedrijfsvoering en ook niet voor de verkeersveiligheid. Door het noordelijk deel van de steenweg te onttrekken ontstaat er een aaneengesloten bedrijfskavel die voor het bedrijf meer mogelijkheden biedt. Bovendien wordt de verkeersveiligheid hiermee tevens geborgd. De bestemming voor dit wegvak zal worden gewijzigd in de bestemming 'Bedrijf -3.1' met een bouwaanduiding uitgesloten- gebouwen.

2.3 Verkeersstructuur Buitenhaven wordt voor het autoverkeer primair ontsloten via de Buitenhavenweg, die aantakt op de Weezebeeksingel; onderdeel van de stedelijle ring (80 km -regime). Binnen het gebied Buitenhaven vormen de Grintweg, de Buitenhaven-Oostzijde, de Buitenhavenweg('geen openbare weg") en de Steenweg een raster van 50 km -straten met een korte aantakking van de Klinkerweg. De huidige verkeersituatie wordt als onveilig ervaren. Er is veel kruisend verkeer vanuit de twee bedrijfslocaties ter weerszijden van de Steenweg. Door het betreffende wegvak aan de openbaarheid te onttrekken blijven de bedrijven die op het zuidelijk deel van Steenweg liggen bereikbaar.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

7

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten In dit hoofdstuk komen de uitgangspunten die ten grondslag aan het bestemmingsplan liggen, aan de orde.

3.1 Inleiding Aan het noordelijk deel van de Steenweg is de firma Riwald gevestigd. De Firma Riwald is hier al jaren gevestigt en heeft aan weerszijden van de Steenweg bedrijfsopstallen ten behoeve van de bedrijfsvoering. De is niet effectief en ook niet efficiënt voor de bedrijfsvoering.

3.2 Planuitgangspunten/planbeschrijving Het bestemmingsplan is opgesteld om de bedrijfsvoering te optimaliseren en de verkeersveiligheid te borgen. De firma Riwald is gespecialiseerd in metaalrecycling. De onderneming bestaat reeds 30 jaar en heeft twee vestigingen (Almelo en Beverwijk). Het hoofdkantoor is gevestigd in Almelo. Riwald recyclet jaarlijks afvalmaterialen, variërend van elektrische huishoudelijke apparatuur, industriële hoogwaardige reststromen tot treinstellen en vliegtuigen. Deze materialen worden vervolgens gerecycled tot meer dan 150 soorten duurzame grondstoffen. Het bedrijf wil graag een het noordelijk deel van de openbare weg dat gelegen is aan de Steenweg kopen en toevoegen aan zijn bedrijfskavels die aan weerszijden van de Steenweg liggen ten behoeve van de bedrijfsvoering van de firma Riwald. Hiermee ontstaat er voor het bedrijf een aaneengesloten bedrijfskavel die voor het bedrijf meer mogelijkheden biedt. De huidige weg blijft ingericht als wegvak en zal worden gebruikt als stalling voor voertuigen en trailers. Door middel van een hek wordt het wegvak afgesloten van het openbare deel van de Steenweg. Het wegvak blijft beschikbaar als toegangsweg ten behoeve van de hulpdiensten en/of onderhoud en beheer van de ter plaatse aanwezige nutsvoorzieningen.

Het onttrekken van de wegvak aan de openbaarheid verbeterd de bedrijfsvoering van de Firma Riwald en levert een betere verkeerssituatie op. Ook kan door de samenvoeging van de al in bezit zijnde percelen van de firma Riwald met de Steenweg de ruimte effectiever en efficiënter worden ingericht. Dit komt ten goede aan de bedrijfsvoering van de Firma Riwald.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

8

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptie zijn nauw meet elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving snellen en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamelijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijmvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte.

Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficient mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruitmelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Daarzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende lander ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of live. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moeet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame krninglooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecobineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakterinsieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigd een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewest en tegengegaan. 4.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

9

NL.IMRO.0141.00131-BP31

1. combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurentiekracht en leefbaarheid.Sommige opgaven en belangen wegenin het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 4.1.4 Toetsing van het initiatief aan NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Conclusie is dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 oktober 2012 is de ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Dit vanwege in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor bestaand stedelijk gebied en stedelijk ontwikkeling. De definities zijn: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieiningen, stedelijk groen en infrastructuur.

Stedelijk ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

4.1.6 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het ontrekken van wegvak aan de openbaarheid. Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuw stedelijke ontwikkeling en geen sprake is van stirjd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld.

4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijkehulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: <0000> goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

10

NL.IMRO.0141.00131-BP31

versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; <0000> veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; <0000> investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2 Omgevingsverordening Overijsssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid.

Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.

4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Hieronder is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

11

NL.IMRO.0141.00131-BP31

4.2.4 Generieke beleidskeuzes Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.5 Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap.

De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

12

NL.IMRO.0141.00131-BP31

De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.6 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.7 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.2 (Principe van concentratie), artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.3.2 (Nieuwe bedrijventerreinlocaties) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan.

Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijfsterreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de beheoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Het bestemmingsplan voorziet in het ontrekken van een bestaande weg aan de openbaarheid op een bedrijventerrein. Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.1.2 uit de omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: <0000> dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd <0000> gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling betreft een binnenstedelijke ontwikkeling die voldoet aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Het plangebeid maakt deel uit van het bedrijventerrein Buitenhaven. De Steenweg maakt deel van de bestaande infrastructuur en het plangebied is gelegen in 'bestaand bebouwd gebied'. Er is geen sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving. et voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de omgevingsverordening Overijssel. 4.2.8 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving gaat het - kort door de bocht - om het optimaal in verbinding laten zijn van de stedelijke netwerken met elkaar (connectiviteit) en ervoor zorgen dat de stedelijke netwerken elkaar onderling versterken en aanvullen (complementariteit). Het gaat daarnaast om het behouden/vergroten van de kwaliteit van woonomgevingen en werklocaties. Het plangebied is op de Ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt als 'Woon- en werklocaties binnen het stedelijke netwerk'. Hieronder is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

13

NL.IMRO.0141.00131-BP31

'Woon- en werklocaties binnen het stedelijke netwerk' Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Er is sprake van ontrekking van de openbaarheid voor een deel van de Steenweg. De bedrijven aan de Steenweg blijven bereikbaar. Er is geen sprake van herstructurering en/of transformatie. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.

4.2.9 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven aangezien deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

14

NL.IMRO.0141.00131-BP31

1. De 'Stedelijke laag' De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: <0000> Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur <0000> Contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken door het infrastructuurnetwerk Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Stedelijke laag" aangeduid met het gebiedstype 'Bedrijventerrein'. Hieronder is het plangebied paars gekleurd.

'Bedrijventerreinen' De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven. Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een 'no nonsense' karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch. Nieuwe ontwikkelingen moet bijdragen aan een verbeterde interne structuur, verdichting en intensivering van grondgebruik en een opwaardering van het beeld en verbetering van de levensvatbaarheid. Dit draagt bij aan de vitaliteit en kwaliteit van het bedrijventerrein. Toetsing aan 'stedelijke laag' Het wegvak dat wordt ontrokken van de openbaarheid en dat thans een verkeersbestemming heeft wordt omgezet naar een bedrijfsbestemming. Hierdoor wordt het toegevoegd aan het bedrijventerrein en kan het alszodanig worden benut. Het bedrijf heeft aan weerszijden van de weg bedrijfsbebouwing. Hiermee onstaat er voor dat bedrijf de mogelijkheid haar acitiviteiten uit te voeren op een aaneengesloten bedrijfskavel.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

15

NL.IMRO.0141.00131-BP31

2. De 'Laag van de beleving' In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De Steenweg maakt geen deel uit van de 'Laag van beleving'. Zie het kaartje hieronder.

Toetsting aan de 'Laag van beleving' Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Masterplan Almelo Het Masterplan geeft de ontwikkeling van Almelo aan tot het jaar 2030. Almelo wil met het Masterplan onder meer jongeren, hoger opgeleiden en gezinnen aan de stad binden. Daarnaast heeft het plan als doel de regionale positie van Almelo als centrumstad te versterken en de voorzieningen in de stad teverbeteren. Deze ambities krijgen de komende jaren concreet vorm in de verschillende projecten en plannen die voortkomen uit het Masterplan. Een vernieuwing van de binnenstad levert meer sfeer en gezelligheid op en een toename van het winkelbezoek. Met het creëren van verschillende nieuwe woonmilieus wil Almelo tegemoet komen aan de verschillende wensen op de woningmarkt. Het aanpassen van de wegenstructuur zorgt ervoor dat Almelo beter en makkelijker toegankelijk wordt. Het Masterplan bestaat uit vijf opgaven. Deze opgaven zijn per stadsdeel en per thema verder uitgewerkt. Daarnaast zijn elf kernprojecten benoemd. Hieronder zijn de verschillende plandelen in het Masterplan weergegeven.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

16

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Het plangebied is gelegen in het plandeel West. De Westzijde is de groene entree en het type bedrijvigheid en de locaties hiervoor moeten daar bij passn. In de strook rond het Twentekanaal en de A36 worden nieuwe bedrijventerreinen aangelegd, Buitenhaven aan de N36 en Buitenhaven aan het Twentekanaal dat de werkplaats van Almelo zou moeten worden. Hier kan de Alemelose innovatieve maakindustrie met een schoner karakter een plaats krijgen. Die profiteerd van de groene kwaliteiten van de westelijke groene long die in het terrein vervlochten zijn, en tevens van een goede bereikbaarheid over weg en het water.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

17

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Thema 'Werken' Het beleid bij het onderdeel werken is gericht op versterking van de economie. Dit moet vooral worden bereikt door het bieden van ontwikkelingsruimte aan ondernemers en bedrijven. Hiertoe is een differentiatie van bedrijventerreinen wenselijk. Op de plankaar 'werken' is het plangebied aangewezen als 'schone productie' bij werken bestaand.

Toetsing aan het Masterplan Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling qua functie als locatie, in overeenstemming is met de doelstellingen van het Materplan Almelo.

4.3.2 Omgevingsvisie Almelo De omgevingsvisie de idealie gemeente Amelo 2020 -2040 is op 29 september 2020 door de gemeenteraad Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de gemeente hoe de gemeente zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst.Voor de omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, doe los vande gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Voor dit plangebied is het gebied bedrijventerreinen van toepassing. De visie slimme indeling van bedrijventerreinen is het meest relevant.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

18

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Bedrjventerreinen Bedrijven vestigen zich graag in Almelo. Ondernemers kunnen hun ambities hier waarmaken en onze bedrijventerreinen krijgen ruimte om te groeien. Zodat we onze economie nog verder kunnen versterken en zoveel mogelijk bannen creeren. Wij zijn ervan overtuigdt dat werken niet alleen goed is voor de welvaart van mensen, maar ook voor hun welzijn. Samen met de Alemlose werkgevers maken we ons er sterk voor dat medewerlers het beste uit zichzelf kunnen halen. Daarnaast leggen we ons er samen met de bedrijen op toe om de werkgelegenheid toekomstbestendig te maken. We willen eigentijdse bedrijvigheid borgen, voor een blijvend sterke positie op regionaal en landelijk niveau. Slimme indeling van bedrijventerreinen Almelo heeft een gerichte aanpak voor het uitgeven en (vooral) herbestemmen of -structureren van locaties voor bedrijvigheid. Ook revalisatie, transformatie of herbestemming van kleine bedrijventerreinen (in woonwijken) behoort tot de mogelijkheden. De functie voor de omgeivng en geschiktheid in die omgeving, zijn daarbij richtinggevend: 1. Functie voor de omgeving We streven ernaar dat bedrijven en hun omgeving elkaar versterken. Zoals een woonwijk en de die daar zijn gevestigd. Of een dinstributiecentrum en distributiebedrijf die op hetzelfde bedrijventerrein zijn gevestigd. 2. Geschiktheid in de omgeving Bedrijvigheid moet ook passen bij de omgeving.

Bij het herbestemmen van agrarisch erfgoed voor berdrjvigheid bijvoorbeeld, is het bewaren van de rust in het buitengebied ook van belang. Voor toekomstige uitbreiding van bedrijventerreinen geldt dat met name de groene longen van Almelo niet worden aangestast. Tot het zoekgebied behoort vooral de zuidwestelijke hoek van de A35 en het Twentekanaal (zie hieronder). Daarbij wordt een eventuele uitbreiding gecompenseerd met natuurontwikkeling en gekoppeld aan duurzaamheidsopgaven.

Toetsing aan de omgevingsvisie De voorgenomen ontwikkeling is vooral gericht op het herstructureren van een klein gedeelte op een bestaande bedrijventerrein. Dit is in overeenstemminmg met de doelstelling van de omgevingsvisie.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

19

NL.IMRO.0141.00131-BP31

4.3.3 Milieubeleidsplan Allmelo wil een duurzame stedelijke ontwikkeling bevorderen. Dit is omschreven als 'het ordenen, inrichten en beheren van de leefomgeving op een ecologische verantwoorde wijze zodat de huidige maar ook de komende generatie, daar graag willen en kunnen leven'. Toetsing aan het milieubeleidsplan Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet in de concrete behoefte tot uitbreiidng. De uitbreiding vindt plaats in (bestaand) stedelijk gebied, waarbij geen aanspraak wordt gemaakt op de groene omgeving.

4.3.4 Netwerkvisie Bedrijventerreinen Visie bedrijventerreinen Netwerkstad Twente 2011 De visie bedrijventerreinen Netwerkstad Twente 2011 is door de gezamenlijke gemeenten (Almelo, Borne, Enschede, Hengelo en Oldenzaal) in de netwerkstad opgesteld en vormt een analyse van de vraag en het potentiële aanbod aan bedrijventerreinen voor de periode 2010-2030 voor de Netwerkstad. Uit de analyse blijkt dat voor de genoemde periode er een grote vraag is naar bedrijventerreinen voor transport, logistiek en distributie en dat deze behoefte het grootste is in de gemeenten Almelo, Oldenzaal en Enschede. Ook na 2020 wordt nog in Almelo en Oldenzaal ruimtevraag verwacht, terwijl voor de overige gemeenten dit vanaf die tijd niet meer het geval zal zijn. Hiermee is niet gezegd dat in de andere gemeenten geen nieuwe bedrijvigheid na 2020 ontstaat, maar op basis van de scenario’s wordt tussen 2020 en 2030 geen substantiële groei verwacht van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen. Toetsing aan de visie bedrijventerreinen Netwerkstad Twente 2011 Geconcludeerd kan worden dat wijzigen een verkeersbestemmingvoor het noordelijke van de Steenweg in een bedrijfsbestemming in lijn is met deze visie.

Herijking visie bedrijventerreinen Netwerkstad Twente 2013 In deze herijking wordt ingegaan op de huidige situatie van de bedrijventerreinen in de regio en is de ruimtevraag en het aanbod tot 2040 geactualiseerd. Daarnaast is in de visie een realisatiestrategie opgenomen, waarin de uitgifte van bedrijventerreinen is geprioriteerd. Door op basis van een gezamenlijke visie en programma te prioriteren wordt gebruik gemaakt van elkaars kennis, ontstaan kansrijke locaties en wordt voorkomen dat gemeenten elkaar onderling gaan beconcurreren. De Netwerkstad Twente heeft als geheel voldoende ruimte beschikbaar en gereserveerd in de diverse categorieën bedrijventerreinen (bestaand – herstructurering – harde plannen – zachte plannen) om in de verwachte vraag tot 2040 te kunnen voorzien. Het bedrijventerrein Buitenhaven is hierin opgenomen als bestaand bedrijventerrein.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

20

NL.IMRO.0141.00131-BP31

fig ....., Bedrijventerreinen Netwerkstad Twente 2013

Kwantitatief en kwalitatief programma Inclusief de zachte plannen is er meer dan voldoende hectare aanbod aan bedrijventerreinen beschikbaar in de Netwerkstad, zie de tabel hieronder. Als de zachte plannen niet meegerekend worden is het aanbod net aan voldoende. Door het grote aanbod aan gemengde bedrijventerreinen in de Netwerkstad Twente, zijn de terreinen geschikt voor alle typen bedrijvigheid. De verwachte vraag en aanbod zijn goed op elkaar afgestemd.

Tabel: Vraag en aanbod in netto hectare bedrijventerrein kwantitatief tot 2040 op basis van het TM-scenario Voor de bedrijventerreinen in de Netwerkstad is onderzocht of er sprake is van overprogrammering, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dit heeft geresulteerd in de vraag-aanbodanalyse, die als basis geldt voor de programmering. Uit deze herijking op basis van het TM-scenario, blijkt dat er een autonome vraag naar bedrijventerreinen is van ca. 350 ha tot 2040. Deze behoefte vormt wederom de basis voor strategisch (gezamenlijk) programmeren.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

21

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Alle terreinen en plannen zijn ingedeeld in ‘bestaand aanbod’, ‘herstructurering’, ‘(harde) plannen’ (280 ha.) en ‘zachte plannen’ (130 ha.). De eerste twee categorieën vallen niet onder gezamenlijk programmeren, zij zijn al grotendeels uitgegeven en bouwrijp. Het gaat hier om ca. 80 ha. netto van het totale harde aanbod. Bij de zgn. (harde) plannen gaat het om de terreinen waarvoor wel een bestemmingsplan is vastgesteld maar nog weinig of niets is uitgegeven. Daarnaast is een korte termijn prognose op basis van een mix van de RC en SE-scenario’s opgesteld. Hierin is de verwachte uitgifte tot 2020 in beeld gebracht, als specificatie van de lange termijn vraagprognose. Uit de korte termijnanalyse volgt een behoefte van 50 ha. t/m 2015 en 110 ha. voor de periode 2016 t/m 2020. Voor de korte termijn is er meer voorraad dan vraag. Bij de programmering wordt uiteraard rekening gehouden met de kwaliteit van vraag en aanbod. Zo is in de analyse heel specifiek gekeken naar onder meer locaties voor de logistieke sector zoals ‘natte kavels’.

Tabel: De vraag op basis van de korte en langetermijnprognoses, toegedeeld naar periode in netto ha.

Op basis van bovenstaande is een schema opgesteld met de verwachte uitgifte naar periode. Periode 2013 t/m 2015: - Uitgifte van 25 ha. van bestaande (overwegend binnenstedelijk) terreinen en herstructureringwinst; - Uitgifte van 27 ha. terreinen die vallen onder gezamenlijk programmeren. Op de andere beschikbare terreinen wordt tot 2016 waarschijnlijk niets uitgegeven. Periode 2016 t/m 2020: - Uitgifte van 36 ha. van bestaand aanbod en herstructurering. Daarmee is nagenoeg het gehele bestaande aanbod uitgegeven. Alleen als het aanbod kwalitatief niet past bij de vraag zal er meer bestaand aanbod overblijven. Het gaat dan om een kwalitatieve mismatch in plaats van een kwantitatieve; - Uitgifte van ca. 70 ha. van die terreinen, die vallen onder gezamenlijk programmeren. Een opsomming van deze terreinen staat in het programmeringsvoorstel zoals in de Actualisatie van de bedrijventerreinenvisie (2013) is weergegeven. Deze lijst zal elke drie jaar geactualiseerd worden. In de periode 2016 t/m 2020 zullen naar verwachting dus (nagenoeg) alle terreinen, die niet onder programmering vallen, uitgegeven worden. Alleen als het aanbod kwalitatief niet past bij de vraag zal er aanbod overblijven. Het gaat dat om een kwalitatieve mismatch, in plaats van een kwantitatieve.

Periode 2021 en verder: - Na 2020 kan verder worden uitgegeven op die terreinen die dan nog beschikbaar zijn waaronder nog een klein deel van het bestaande aanbod en herstructurering.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

22

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Toetsting herijking visie bedrijventerreinen Netwerkstad Twente 2013 Geconcludeerd kan worden dat visie herrijking bedrijventerreinen Netwerkstad 2013 geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. De ontwikkeling is dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft en kan derhalve wroden geschaard onder de noemer herstructurering. Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

23

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dit kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, als ook voor de reeds aanwezige bewoners en bedrijven. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan getoetst aan de belangen van milieu en natuur. Voor dit bestemmingsplan, functieverandering van water naar bedrijventerrein, zijn de volgende milieukundige aspecten van belang: - bedrijven en milieuzonering; - fysieke veiligheid; - externe veiligheid; - luchtkwaliteit; - geluid; - bodemkwaliteit; - natuur; - archeologie en cultuurhistorie; - milieueffectrapportag

5.1 Bedrijven en Milieuzonering Het is de bedoeling om de ruimtelijk relevante milieuhygiënische randvoorwaarden om te komen tot een duurzaam bedrijventerrein, ook in relatie tot haar (woon)omgeving, vast te leggen. Vanuit deze doelstelling dient op bedrijfsterreinen het accent dan ook te liggen op bedrijfsactiviteiten en dienen (bedrijfs)woningen op bedrijfsterreinen te worden geweerd. Door op bedrijventerreinen te werken met interne zoneringen kunnen afstanden tussen deze bedrijventerreinen en de omliggende omgeving zodanig worden ingericht dat er sprake is van een zo efficiënt mogelijk ruimtegebruik maar er tevens sprake is van een goede ruimtelijke kwaliteit in de omgeving van dit plangebied. Interne zonering kan ook zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen risicobedrijven en (beperkt) kwetsbare objecten. Onderhavig plan betreft de wijziging van de bestemming verkeersdoeleinden, dat gelegen tiussen de aanwezige bedrijven, naar een bedrijfsbestemming. Wijze van onderderzoek Er is onderzoek gedaan naar de effecten van de wijziging van deze bestemming en de daarbij behorende milieubelasting op haar omgeving. Dit is voor zowel de directe omgeving als voor de woonomgeving gelegen op grotere afstand gedaan. De VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” is hierbij als leidraad gehanteerd.

De handreiking geeft een systematiek waarbij bedrijven in categorieën worden ingedeeld op basis van de ingeschatte milieubelasting. Per bedrijfscategorie zijn hierbij afstandcriteria tot de woonomgeving opgenomen die bij de planvorming bij voorkeur in acht dienen te worden genomen. Onderverdeling milieucategorieën bedrijven en milieuzonering tot woongebieden: Milieucategorie

Aan te houden afstand

1

0 tot 10 meter

2

30 meter

3.1

50 meter

3.2

100 meter

4.1

200 meter

4.2

300 meter

5.1

500 meter

5.2

700 meter

5.3

1000 meter

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

24

NL.IMRO.0141.00131-BP31

6

1500 meter

Er is geen sprake van uitbreiding van bedrijfsactiviteiten. De bestaande situatie blijft ongewijzigd. De huidge weg blijft ingericht als wegvak en zal alleen gebruikt worden als stalling van voertuigen en traillers.

5.2 Externe veiligheid 5.2.1 Algemeen Bij het opstellen van de externe veiligheidsparagraaf is uitgegaan van de huidige wet en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Door de gemeente Almelo is het Externe veiligheidsbeleid 2015 - 2018 verlengd.. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de in dit verlengde veiligheidsbeleid vastgestelde uitgangspunten. Binnen het gebied worden geen risicovolle activiteiten zoals bedoeld in het besluit externe veiligheid toegestaan. Voor het toestaan van de gewenste ontwikkeling is onderzocht of er in de omgevng van dit plangebied risicobedrijven zijn gevestigd die op gespannen voet staan met de wijziging. Beoordeelde risicobronnen kunnen bedrijven zijn maar ook transportroutes over de weg, rails of vaarwater en leidingroutes voor brandstoffen zoals gasleidingen. Beoordeeld is of binnen dit plangebied kan worden voldaan aan de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en of voldaan kan worden aan de oriënterende waarde voor het groepsrisico. Het Besluit Externe Veiligheid inrichtingen (BEVI), de regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI) en de handreiking verantwoording groepsrisico zijn bij deze beoordeling o.a. toegepast. Bedrijven zoals geregistreerd in het “Risico Register Gevaarlijke Stoffen”, het RRGS, zijn in de beoordeling van het plaatsgebonden en groepsrisico voor zover aanwezig ook meegenomen.

Voor het beoordelen van transportrisico’s is gebruik gemaakt van de circulaire “risico normering vervoer gevaarlijke stoffen” (het RNGS) en het basisnet. Voor het beoordelen van de risico’s van gasleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB) gebruikt. Wij trachten in onze planvorming de risicocontouren zoveel mogelijk op het terrein van de risico-inrichting/bron zelf te projecteren. Dit teneinde beperking van het gebruik van terrein van derden zoveel mogelijk te voorkomen. Daar waar veiligheidscontouren zich uitstrekken tot terreinen van derden kan dit beperkingen opleveren voor het gebruik van deze terreinen. Dit plangebied behelst een gebied met voornamelijk bedrijventerrein. Vestiging van nieuwe risicovolle inrichtingen die vallen onder het BEVI is niet bij recht toegestaan. Als wordt voldaan aan de voorwaarden kunnen deze inrichtingen zich vestigen binnen de verschillende bedrijfsbestemmingen. Het betreft voorwaarden met betrekking tot het plaatsgebonden risico en groepsrisico.

5.3 Groepsrisico De personendichtheid op dit gebied is beperkt en heeft geen significante invloed op het groepsrisico. In het verlengde externe veiligheidsbeleid van de gemeente Almelo 2015-2018 is ook verklaard dat in gevallen waarbij er een (beperkte) wijziging in de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvind in aantallen personen, volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Conclusie: Geconcludeerd kan worden, als gekeken wordt naar de wet- en regelgeving en het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Almelo is er geen sprake van onevenredig risico's door de omgeving op dit plangebied.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

25

NL.IMRO.0141.00131-BP31

5.4 Luchtkwaliteit In het kader van dit bestemmingsplan is er sprake van een ( voor bedrijventerreinen) zeer beperkte uitbreiding. Het milieu hygiënisch effect van deze toename van bedrijfsterrein is in het kader van luchtkwaliteit te beschouwen als “niet in betekenende mate”, NIBM, zoals genoemd in de wet. Een onderzoek naar de emissie en de effecten naar de omgeving toe is om die redenen dan ook niet noodzakelijk. Omdat ook de jaarlijkse rapportage in het kader van het Besluit Luchtkwaliteit geen overschrijding van de grenswaarden in en om het plangebied gebied laat zien mag geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor dit plan. Naast de lokale situatie van de luchtkwaliteit dient ook te worden getoetst of er door deze toevoeging van areaal sprake kan zijn van een significante bijdrage van stikstof op natura2000 gebieden. Mocht er sprake zijn van een significante bijdrage dan dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze vrije ontwikkelingsruimte aanwezig is binnen de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof). Er is geen sprake van uitbreiding van bedrijfsactiviteiten. De bestaande situatie blijft ongewijzigd. De huidge weg blijft ingericht als wegvak en zal alleen gebruikt worden als stalling van voertuigen en traillers. Een nadere beoordleing is niet noodzakelijk.

5.5 Geluid Het plangebied is gelegen binnen het gezoneerde bedrijvenerrein Buitenhaven-Noordbroek. Voor dit planinitiatief is het van belang om te beoordelen of deze toevoeging niet leidt tot overschrijding van de wettelijk vastgestelde geluidzon. De zonebeheerder binnen de gemeente Almelo heeft berekend of er bij invulling van dit plangebied met milieucategorie 4 bedrijven, waar meer er sprake is van een overschatting van de situatie, aan de zone kan worden voldaan. Geconcludeerd is dat aan de zone kan worden voldaan.

5.6 Bodemkwaliteit De bestaande situatie blijft ongewijzigd. De huidge weg blijft ingericht als wegvak en zal alleen gebruikt worden als stalling van voertuigen en traillers.

5.7 Natuur Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal en provinciaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Nu de nieuwe Natuurwet per 1 januari van kracht is geworden is getoetst of deze wet de uitvoerbaarheid van het plan binnen de planperiode in de weg staat.

5.7.1. Gebiedsbescherming 5.7.1.2 Natura 2000-gebied Nederland heeft aan de hand van een vergunningenstelsel een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied.Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Wierdense Veld, dat op circa 6 kilometer van het plangebied ligt. Gezien de afstand, de tussenliggende barrières en de aard van de ingrepen in het gebied zijn er geen negatieve effecten te verwachten op het Wierdense Veld.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

26

NL.IMRO.0141.00131-BP31

5.7.1.3 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In of in de directe nabijheid van de EHS geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied is niet gelegen binnen de concreet begrensde EHS. Het dichtstbijzijnde gebied dat valt onder de EHS is de nieuwe natuur in de Natte Doorbraak (ca. 5 km afstand). Externe effecten zijn niet aan de orde op dit gebied gezien de afstand en de ligging. Natuur buiten de EHS met een beschermde status van ganzengebied of weidevogelgebied ligt op grote afstand van het projectgebied. Er zijn barrières van stedelijke bebouwing en infrastructuur aanwezig. Negatieve effecten zijn daarom niet aan de orde.

5.7.1.4. Soortenbescherming De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt dan wel een ontheffing op grond van de Wet Natuurbescherming nodig is en of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet Natuurbescherming. Toch kan een bestemmingsplan niet worden vastgesteld als een op voorhand in redelijkheid moet worden ingezien dat de Wet Natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het plan binnen de planperiode in de weg staat. De bestaande situatie blijft ongewijzigd. De huidge weg blijft ingericht als wegvak en zal alleen gebruikt worden als stalling van voertuigen en traillers. Conclusie: De Wet Natuurbescherming staat niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.

5.8 Archeologie en cultuurhistorie Op grond van de Erfgoedwet, het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.6.1 lid 1) en het beleid van de gemeente Almelo dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische en cultuurhistorische waarden. In de toelichting van een bestemmingsplan dient een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeenten zullen een inventarisatie moeten (laten) maken van alle cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied, dus niet alleen van archeologische waarden. Daarnaast moeten ze aangeven welke conclusies ze daaraan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan. In deze paragraaf wordt ingegaan op de in het plangebied aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplangebied. 5.8.1 Archeologisch beleid De gemeente Almelo wil archeologische waarden zo veel mogelijk beschermen en heeft daartoe een eigen archeologiebeleid met een archeologische waardenkaart als onderlegger waarop bekende en te verwachten archeologische waarden staan aangeduid. Op de archeologische waardenkaart staat aangegeven welke archeologische waarden aanwezig en te verwachten zijn.

Afhankelijk van de archeologische waarden of verwachtingen kan onderzoek nodig zijn indien als gevolg van een plan of een vergunningaanvraag graafwerkzaamheden zijn te voorzien die tot aantasting van aanwezige of te verwachte archeologische waarden kunnen leiden. Als uit onderzoek blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

27

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Binnen het plangebied komen geen archeilogisch verwachtingswaarden voor, zie kaartje hierboven.

5.8.2. Cultuurhistorie Het plangebied heeft geen cultuurhistorische betekenis.

5.9 Milieueffectrapportage De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein kan MER-plichtig zijn. Het besluit MER geeft in haar bijlage onder D-11.3 aan dat: - De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein .In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer Mer-beoordelingsplichtig is. Ook in gevallen waarin een bestemmingsplan kader stellend is en er nog vervolgprocedures nodig zijn om toelating van de activiteit te toetsen (zoals bijvoorbeeld een omgevingsvergunning milieu voor een m.e.r. (beoordelings)plichting bedrijf), is sprake van MER-plicht. In deze situatie is er geen sprake van een kaderstellend plan voor mogelijk MER-plichtige bedrijven. In deze situatie is er sprake van een beperkte uitbreiding van het industrieterrein. Echter; Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.- (beoordeling) uit te voeren.

Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleinere planinitiatieven beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Blijkt uit deze beoordeling dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden dan hoeft geen m.e.r.-procedure te worden doorlopen.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

28

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Conclusie Er is geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

vastgesteld Bestemmingsplan Herziening Steenweg

29

NL.IMRO.0141.00131-BP31

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Beleidskader onderdeel water In december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) vastgesteld. Dit plan vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 inclusief alle tussentijdse wijzigingen. Het NWP2 geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk voor de komende zes jaar en geeft uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en de overstromingsrisico’s. Om veilig en comfortabel in onze delta te kunnen blijven wonen is het nodig wateropgaven en andere ruimtelijke plannen te combineren. Bijvoorbeeld dijkversterkingen met natuurontwikkeling of bestrijding van wateroverlast met stedelijke herinrichting. Door het slimmer verbinden van water en ruimte moet Nederland de veiligste delta in de wereld blijven. De Stroomgebiedbeheerplannen, het Programma van maatregelen mariene strategie, de Beleidsnota Noordzee en de Overstromingsrisicobeheerplannen maken onderdeel uit van het NWP2. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=620f6496-2e1c-40cf-8cce-beefd0776a7b