11.1 Vaststelling bestemmingsplan Mastboersweg 1-4 - Bijlage 1 - Compleet analoog bestemmingsplan Mastboersweg 1-4
Tekst van het document
Bestemmingsplan Mastboersweg 1 en 4 NL.IMRO.0141.00146-
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Inhoudsopgave
T oelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer
6 6 6 6 8 9
Hoofdstuk 2 De huidige en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie plangebied 2.2 Toekomstige situatie
10 10 15
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
19 19 20 27
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten 4.1 Bedrijven en andere activiteiten 4.2 Geur 4.3 Fysieke veiligheid 4.4 Externe veiligheid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geluid 4.7 Bodemkwaliteit 4.8 Flora en fauna 4.9 Archeologie
30 30 32 33 35 37 38 39 42 47
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Vigerend beleid
50 50
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten 6.1 Inleiding 6.2 Juridische systematiek 6.3 Bestemmingen
54 54 54 56
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
58
Hoofdstuk 8
Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze
59
Bijlagen toelichting
60
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
61
Bijlage 2
Stikstofonderzoek
84
Bijlage 3
Natuurwaardenonderzoek
120
Bijlage 4
Aanvullend vleermuisonderzoek
155
Bijlage 5
Bodemonderzoek
164
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
3
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Bijlage 6
Watertoets
380
Bijlage 7
Omgevingsdialoog
388
Regels
392
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
393 394 401
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch Verkeer Wonen Waarde - Archeologische verwachting hoog
402 403 404 406 410
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
412 413 414 415 416 417 418 419
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
421 422 423
Bijlagen regels
424
Bijlage 1
Sloopopgave
425
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing
427
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
4
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
5
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Mastboersweg 1 en 4 te Almelo, in het buitengebied van de gemeente Almelo, zijn twee agrarisch bedrijfspercelen aanwezig. De erven liggen aan weerszijden van de Mastboersweg en zijn verbonden door het tussengelegen erfbos. De agrarische bedrijfsactiviteiten aan de Mastboersweg 1 zijn echter al geruime tijd geleden beëindigd. Aan de Mastboersweg 4 worden slechts nog akkerbouwgewassen gekweekt en is de veehouderijtak reeds beeïndigd. Voor het merendeel van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen die nog aanwezig zijn op de erven, is geen passende vervolgfunctie gevonden. De gebouwen staan reeds een geruime tijd leeg en zijn grotendeels in verval geraakt. Deze bebouwing is tevens als landschapsontsierend aan te merken. Initiatiefnemers zijn voornemens om deze bebouwing, met in totaal een oppervlak van 1.710 m², te slopen en in te zetten in het kader van de gemeentelijke beleidsnotitie 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor rood'. Op basis van dit beleid wordt ter compensatie van de sloop van minimaal 1700 m² (850 m² per compensatiewoning) aan landschapsontsierende (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen, het recht op de realisatie van twee compensatiewoningen verkregen. Deze compensatiewoningen worden gerealiseerd op de slooplocaties.
De karakteristieke boerderij aan de Mastboersweg 4 wordt gehandhaafd en als reguliere woning in gebruik genomen waarbij ten behoeve van het voortzetten van een hobbymatig akkerbouwbedrijf 300 m2 aan bebouwing wordt herbouwd. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om de voormalige boerderijwoning aan de Mastboersweg 1 te slopen en hiervoor in de plaats een nieuwe levensloopbestendige woning te realiseren van maximaal 1000 m3. De nieuwe woonerven, bestaande uit ieder twee woningen met bijbehorende bebouwing, wordt landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Om de gewenste ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Mastboersweg 1 en 4" bestaat uit de volgende stukken: a. regels; b. verbeelding; c. bijlagen bij de toelichting; d. bijlagen bij de regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
1.3
Ligging van het plangebied
De locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Almelo aan de Mastboersweg 1 en 4 te Almelo, ten oosten van de kern Almelo. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Ambt-Almelo, sectie P, nummers 654, 1311, 1312, 1313 en 1314. In afbeelding 1.1 en 1.2 is de ligging van de locatie ten opzichte van Almelo (rode markering) en de directe omgeving (rode omlijning) indicatief weergegeven. Voor een exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding bij dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
6
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied met rode marker (bron: atlasvanoverijssel.nl)
Afbeelding 1.2: Begrenzing plangebied rood omkaderd (bron: atlasvanoverijssel.nl)
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
7
NL.IMRO.0141.00146-BP31
1.4
Huidige planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 19 april 2011 door de gemeenteraad van Almelo. Op 18 juli 2017 is het bestemmingsplan “Buitengebied correctieve herziening” vastgesteld waarin enkele wijzigingen van het bestemmingsplan “Buitengebied Almelo” zijn opgenomen. De wijzigingen zijn niet van invloed op het plangebied. Op 5 juni 2018 is de "Parapluherziening parkeren" vastgesteld. Deze parapluherziening bevat regels omtrent het parkeren het laden en lossen. Op 23 maart 2020 is de "Parapluherziening wonen" vastgesteld. Deze parapluherziening voorziet in een vervangende/aanvullende regeling ten aanzien van kamerbewoning en woningsplitsing. De Parapluherziening algemene afwijkingen ligt vanaf 7 september 2022 als ontwerp ter inzage. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven door middel van de rode contour. Aansluitend worden de geldende bestemmingen kort toegelicht.
Afbeelding 1.3 Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" voorzien van de volgende enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen:
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
8
NL.IMRO.0141.00146-BP31
'Agrarisch' De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn ter plaatse hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Binnen deze bestemming mogen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd binnen een bouwvlak. 'Waarde – Archeologische verwachting' De voor 'Waarde - Archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. De vereiste bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het realiseren van twee compensatiewoningen met de bijbehorende bijgebouwen en functies ontbreken in het geldende bestemmingsplan. Het is gewenst om het nieuwe woonperceel te voorzien van een passende (woon)bestemming. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.5
Leeswijzer
De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige en toekomstige situatie Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Hoofdstuk 5 Waterparagraaf Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 8 Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven. Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing, voor het buitengebied al is opgesteld (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofstuk 5 bevat de waterparagraaf.In hoofdstuk 6 worden algemene uitgangspunten voor het bestemmingsplan beschreven. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding.In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
9
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Hoofdstuk 2 2.1
De huidige en toekomstige situatie
Huidige situatie plangebied
De erven gelegen aan de Mastboersweg 1 en 4 te Almelo zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Almelo, ten oosten van de stad Almelo. De erven liggen aan weerszijden van de Mastboersweg en vormen samen het plangebied. De aanwezigheid van het erfbos zorgt voor een robuuste achtergrond voor de bebouwing en zorgt voor de verbinding tussen de erven. De agrarische bedrijfsactiviteiten aan de Mastboersweg 1 zijn echter al geruime tijd geleden beëindigd. Het erf aan de Mastboersweg 4 betreft een agrarisch bedrijf waarvan de veehouderijtak gestaakt is en het akkerbouwbedrijf nog actief is, zij het in afgeslankte vorm. Voor het merendeel van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen die nog aanwezig zijn op de erven, is geen passende vervolgfunctie gevonden. De gebouwen staan reeds een geruime tijd leeg en zijn grotendeels in verval geraakt.
Figuur 2.1: Bovenaanzicht Mastboersweg 1 en 4 Almelo (bron: atlasvanoverijssel) De omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit agrarische gronden met verspreid liggende agrarische erven en woonhuizen. Het gebied wordt veel gebruikt voor recreatie waarbij bewoners van de stad Almelo geregeld de wegen en paden gebruiken om over te fietsen of wandelen. Mastboersweg 1 Erve Masttoon is gelegen aan de Mastboersweg 1 in het buitengebied van Almelo. Naast de boerderij zijn er diverse voormalige agrarische gebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van ca 1.100 m2 aanwezig op het erf. Het betreft een diversiteit aan gebouwen zoals een kapschuur, een kapberg, een hooiberg, een wagenloods en diverse kleine en grote schuren en stallen. Aan de voorzijde (zuidzijde erf) van de woning is de tuin aanwezig met diverse (uitheemse) beplantingen. Vanaf de oostzijde van het erf is het erf toegankeljk via diverse inritten vanaf de Mastboersweg. Onderstaand zijn enkele foto's van het erf opgenomen.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
10
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Figuur 2.2: Aanzicht Mastboersweg 1 vanaf de Mastboersweg ten zuiden van het plangebied (bron: Ad Fontem)
Figuur 2.3: Boerderij aan de Mastboersweg 1 (bron: Agriteam Makelaars Oost Overijssel)
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
11
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Figuur 2.4: Achterzijde boerderij aan de Mastboersweg 1 (bron: Ad Fontem)
Mastboersweg 4 Aan de overzijde van de Mastboersweg bevindt zich een boerderij met opstallen behorende bij de Mastboersweg 4. Het erf is vanaf de westzijde van het erf bereikbaar via een inrit vanaf de Mastboersweg. Naast de boerderij zijn er diverse (voormalige) agrarische gebouwen aanwezig op het erf. Het betreft een diversiteit aan gebouwen zoals de oude boerderij, kapschuren een hooiberg, een wagenloods en diverse kleine en grote schuren en stallen. De oppervlakte van voormalige agrarische bebouwing bedraagt circa 612 m2. Aan de voorzijde (zuid en westzijde erf) van de woning is de tuin aanwezig met diverse (uitheemse) beplantingen.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
12
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Figuur 2.5: Aanzicht Mastboersweg 4 vanaf de Mastboersweg ten zuiden van het plangebied (bron: Ad Fontem)
Figuur 2.6: Aanzicht Mastboersweg 4 vanaf voorzijde oude boerderij (bron: Ad Fontem)
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
13
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Figuur 2.7: Aanzicht Mastboersweg 4 vanaf voorzijde oude boerderij (bron: Ad Fontem)
Figuur 2.8: Hooiberg behorende bij Mastboersweg 4 vanaf inrit (bron: Ad Fontem)
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
14
NL.IMRO.0141.00146-BP31
2.2
T oekomstige situatie
Initiatiefnemers hebben het voornemen de erven aan de Mastboersweg 1 en 4 te Almelo te herontwikkelen. Op beide erven zal de voormalige agrarische bebouwing worden gesloopt en zullen de erven worden opgeschoond. De wens van initiatiefnemers is om het erf aan de Mastboersweg 1 te gaan gebruiken ten behoeve van de functie wonen. Ter vervanging van de uitgewoonde boerderij Mastboersweg 1 zal de woning met de bestaande inhoud van maximaal 1.000 m3 worden teruggebouwd. De karakteristieke boerderij aan de Mastboersweg 4 wordt gehandhaafd en als reguliere woning bestemd waarbij ten behoeve van het voortzetten van een kleinschalig akkerbouwbedrijf 300 m2 bebouwing wordt herbouwd. Op ieder erf zal een compensatiewoning en een bijbehorend bijgebouw bij de woning toegevoegd worden. De stedenbouwkundige invulling van de erven zal voor een passend erfensemble zorgen waarbij het erf landschappelijk wordt ingepast. Onderstaand een overzicht van het nieuwe erfensemble. Het ruimtelijk kwaliteitsplan waarin een analyse van het landschap, het beleid en de toekomstige situatie is opgenomen, is opgenomen als Bijlage 1.
Figuur 2.9: Landschappelijk inpassingplan Mastboersweg 1 en 4 Almelo (bron: Ad Fontem) Zoals beschreven zal de herontwikkeling van het erf gepaard gaan met een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Ten behoeve van de herontwikkeling is daarom een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld welke als Bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen. In dit plan is op basis van een analyse van het erf, de omgeving en de beleidsmatige uitgangspunten een plan opgesteld voor de erfinrichting en de landschappelijke inpassing van het erf. In figuur 2.9 is het plan voor het toekomstige erf en de landschappelijke inpassing in hoofdlijnen opgenomen. De erven zijn gelegen in het oude hoevenlandschap, gekenmerkt met verspreid liggende esjes, een netwerk van houtsingels, houtwallen en kronkelende wegen die de lijnen van het landschap volgen met daartussen verspreid liggende bebouwing. Door de sloop van de voormalige agrarische bebouwing en de (her)bouw van diverse gebouwen zullen de twee erven een behoorlijke verandering ondergaan. Er moet voorkomen worden dat er vier aparte erven ontstaan. Een compact erfcluster en de één erfgedachte zijn
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
15
NL.IMRO.0141.00146-BP31
het uitgangspunt bij het ontwerp. De her te bouwen boerderij op nummer 1 en de bestaande boerderij om nummer 4 blijven de belangrijkste gebouwen in de hierarchie op het erf. De omliggende bebouwing zal op een speelde manier rond een centrale erfruimte geordend worden en qua uitstraling ondergeschikt blijven aan de boerderij. De erven van het oude hoevenlandschap kennen deze verspreide ligging van gebouwen en geen harde overgang naar de omgeving. De te bouwen schuren en woning dragen bij aan de landelijke uitstraling van het erf. De hoeveelheid bestrating zal aanzienlijk worden teruggebracht, waarbij de klinkers zoveel mogelijk hergebruikt zullen worden. Het toevoegen van erfbeplanting rondom het erf draagt positief bij aan de kwaliteit en overgang naar het landschap. Aan de Mastboersweg 1 zal de bestaande boerderij vervangen worden door een levensloopbestendige woning van maximaal 1.000 m3 waarvan de uitstraling passend is in de omgeving. Onderstaand een impressiebeeld van de her te bouwen woning. Aansluitend aan de centrale erfruimte zal het bijbehorende bijgebouw gesitueerd worden. Ten noorden van de boerderij zal de compensatiewoning met bijgebouw geplaatst worden. Aan de noordzijde van het erf zal een paardrijbak worden toegevoegd waarbij de rijbak op een landschappelijk minst opvallende en daarmee minst bezwaarlijke plek gesitueerd is.
Bovendien wordt deze vanaf de noordzijde aan het zicht onttrokken door een aan te planten houtsingel.
Figuur 2.10: Impressie herbouw woning Mastboersweg 1 (bron: Ad Fontem) Aan de andere zijde van de Mastboersweg bevindt zich de bestaande boerderij (Mastboersweg 4) en deze blijft behouden. De wijze waarop de percelen verbonden zijn door het erfbos is van grote kwaliteit. Vanaf de inrit zal het zicht over het erf naar het omliggende landschap zo veel mogelijk behouden blijven. De nieuwe bebouwing zal op een soortgelijke manier verspreid worden over het erf zoals in de bestaande opzet het geval is. De gebouwen ten behoeve van het akkerbouwbedrijf zullen van praktisch nut zijn, maar eveneens bijdragen aan de agrarische uitstraling van het boerenerf. De inrichting van het erf omvat ook diverse landschapselementen zodat de ontwikkeling landschappelijk
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
16
NL.IMRO.0141.00146-BP31
wordt ingepast en er een kwaliteitsimpuls ontstaat voor de omgeving. De uitheemse beplanting zal worden verwijderd uit de tuinen. Een landschappelijke tuin zal het voorerf begrenzen waardoor het onderscheid tussen het formele voorerf en het praktische achterf ervaren kan worden. Diverse landschapselementen zoals een boomgaard, een boomgroep, vogelbosjes en solitaire bomen zorgen voor een verbinding met het omliggende landschap en versterking van de uitrsaling van het boerenerf. De gebouwen worden gebruikt voor het stallen van de diverse voertuigen die benodigd zijn voor het kleinschalige akkerbouwbedrijf. Het kleinschalige akkerbouwbedrijf bewerkt circa 23 hectare grond. De locatie maakt onderdeel uit van een recreatief uitloopgebied van Almelo, waar veel wandelaars gebruik maken van de Mastboersweg en de omliggende wegen en paden. De wandelaars lopen tussen beide erven door, waarbij de erven met elkaar verbonden worden via het erfbosje. Initiatiefnemers zijn bereid te investeren in de recreatieve versterking van het gebied met een ruimtelijke kwaliteitsimpuls in de vorm van het toevoegen van een recreatief rustpunt bij de houtsingel ten noorden van het plangebied. De robuuste houten picknicktafel met banken zal worden aangebracht op de aangegeven locatie in het landschapsplan.
2.2.1 Verkeer en parkeren Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In dit geval worden er twee compensatiewoningen toegevoegd. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. De gemeente Almelo heeft middels de Beleidsregel parkeernormen Almelo de actuele parkeerkencijfers van de CROW als parkeernormen. Voor ontwikkelingen in schilgebieden en overige gebieden moet worden voldaan aan de maximale parkeernorm. De Beleidsregel parkeernormen Almelo geeft de volgende uitgangspunten die gelden voor het plangebied: verstedelijkingsgraad: matig stedelijk; stedelijke zone: buitengebied; soort: Koop, huis, vrijstaand; parkeercijfers: minimaal 2,0 en maximaal 2,8 per woning; verkeersgeneratie: minimaal 7,8 en maximaal 8,6 per woning. De compensatiewoningen worden ontsloten middels een in- en uitrit op de Mastboersweg. Het gaat hierbij om de reeds bestaande (voormalige) overzichtelijke en verkeersveilige ontsluiting op de Mastboersweg.
De toevoeging van de woningen zorgt hier feitelijk slechts voor een zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen (gemiddeld afgerond zestien verkeersbewegingen per weekdagetmaal). De Mastboersweg en overige omliggende infrastructuur zijn in voldoende mate ingericht om deze (zeer) beperkte toename van het aantal verkeerbewegingen eenvoudig en verkeersveilig af te kunnen wikkelen. Parkeren ten behoeve van de woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van de percelen en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 2.9, wordt geconcludeerd dat er ruim voldoende ruimte is om het parkeren op eigen terrein op te lossen. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
17
NL.IMRO.0141.00146-BP31
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
18
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Voorliggende ontwikkeling voorziet in het toevoegen van twee woningen op twee bestaande erven op basis van de Rood voor rood regeling van de gemeente Almelo. De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. In het algemeen kan wel gezegd worden dat de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de rijksbelangen als opgenomen in de NOVI.
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
19
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Onderhavig plan Het voorliggende bestemmingsplan maakt twee extra woningen mogelijk. Op basis van jurisprudentie blijkt dat het realiseren van een woningbouwplan met 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Vanaf een woningbouwplan met 12 woningen is er wel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Gelet op het feit dat in het onderhavige plan slechts twee extra woningen mogelijk maakt, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet nodig. Wel geldt op grond van deze uitspraak dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en dat de ontwikkeling uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
20
NL.IMRO.0141.00146-BP31
in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.
Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
21
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen generieke beleidskeuzes die voor heel Overijssel gelden en gebiedspecifieke beleidskeuzes die op voorhand bepaalde ontwikkelingen uitsluiten in een bepaald gebied. Relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel zijn in dit geval artikel 2.1.3, 2.1.5. en artikel 2.2.2 lid 1 t/m 4. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Doorwerking voor voorliggend plan: Door het toepassen van de Rood voor Rood regeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en worden er twee compensatiewoningen teruggebouwd op de bestaande erven. Per saldo is dan ook geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden in de groene omgeving, er is enkel sprake van een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
Doorwerking voor voorliggend plan: Het versterken van de ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied is uiteengezet in het landschappelijke inpassingsplan waarbij de landschappelijke inpassingsmaatregelen aansluiten bij de gebiedskenmerken. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling zorgt voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse en dat de ontwikkeling als passend kan worden aangemerkt. In Bijlage 1 is het ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
22
NL.IMRO.0141.00146-BP31
3. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.
Doorwerking voor voorliggend plan: Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van twee compensatiewoningen op basis van de Rood voor Rood regeling van de gemeente Almelo. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Voorliggend bestemmingsplan is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase ‘Of - generieke beleidskeuzes’ zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
23
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Volgens de ontwikkelingsperspectievenkaart geldt voor het plangebied het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' staat de ambitie 'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Daarnaast gelden bij alle ontwikkelingsperspectieven de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en leefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Toetsing Het voorliggende plan maakt de herinrichting van twee historisch en landschappelijk met elkaar verbonden erven mogelijk, waarbij de ter compensatie van de te slopen voormalige agrarische bebouwing twee compensatiewoningen worden gerealiseerd. Door middel van een goede landschappelijke inpassing vindt er geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied plaats.
Tevens veroorzaakt het plan geen extra belemmeringen voor de functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
24
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de provincie. Voor dit gebiedskenmerk geldt de ambitie om de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Indien er ontwikkelingen plaats vinden gelden de volgende uitgangspunten: beter zichtbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem; de (strekkings)-richting van het landschap is bepalend. Toetsing Binnen het plangebied en de omliggende gronden zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nog waarneembaar in de vorm van de reliëf verschillen de laagtes nabij de watergangen. Middels het erfinrichtingsplan is getracht de landschappelijke waarden in het gebied te versterken. Hiermee sluiten de woonerven goed aan bij de gebiedskenmerken van omliggend landschap en wordt het initiatief op een passende wijze ingepast in het landschap. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk ' Oude hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.3 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
25
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het gaat hier om een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Toetsing Zoals blijkt uit het ruimtelijk kwaliteitsplan biedt het plangebied veel mogelijkheden om landschappelijke versterkingen door te voeren om daarmee de landschappelijke herkenbaarheid van dit landschapstype te kunnen vergroten. Indien de ontwikkeling op een juiste wijze landschappelijk wordt ingepast - met inachtneming van het gesloten landschapstype in combinatie met de omliggende openheid - dan kan de ontwikkeling binnen het omschreven beleid passen. Dit gebeurt onder meer door de vormgeving van het erf, de aanleg van nieuwe houtsingels, een fruitboomgaard en diverse solitaire boomgroepen. Het plan draagt daarmee op positieve wijze bij aan de laag van het agrarisch cultuurlandschap.
Stedelijk e laag en de laag van de beleving Zowel de stedelijke laag als de laag van de beleving kennen geen gebiedskenmerken voor deze aspecten. Derhalve wordt toetsing van deze aspecten achterwege gelaten. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende wijzigingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
26
NL.IMRO.0141.00146-BP31
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 De omgevingsvisie is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van Almelo vastgesteld. De omgevingsvisie gaat in op hoe de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat voor toekomst beoogd wordt. Het doel is een omgeving waarin zo goed mogelijk gewoond, gewerkt, gesport en ontspannen kan worden. Buitengebied Ontwikkelingen in het buitengebied moeten passen bij de Almelose maat en schaal. Ze tasten de bestaande natuur niet aan en gaan goed samen met de (agrarische) bedrijvigheid. Hieronder staan enkele doelen voor het buitengebied opgesomd; het versterken van het buitengebied door de ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit te verbeteren; duurzame doelen stellen en bewust boeren. In het kader hiervan is er onder meer ruimte voor rood-voor-rood trajecten om leegstand en verval te voorkomen; het toevoegen van woningen gebeurt enkel als dat echt nodig is en een meerwaarde heeft. Voorbeelden van gewenste ontwikkelingen zijn bijzondere woonvormen als een knarrenhof of tiny houses en het toevoegen van een tweede woning op het erf; De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van twee erven waarbij twee compensatiewoningen worden toegevoegd in het kader van het gemeentelijke rood voor rood beleid.
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingezet op een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door de sloop van de landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van het plangebied. Daarnaast wordt er een rustpunt met een picknicktafel toegevoegd aan een recreatief netwerk. Er wordt daarmee bijgedragen aan het vitaal houden van het buitengebied van Almelo. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie van de gemeente Almelo.
3.3.2 Beleidsnotitie 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor Rood' Het gemeentelijk beleid 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor rood' van de gemeente Almelo, d.d. 19-11-2007 is gebaseerd op het provinciale uitvoeringskader van de Rood voor Rood regeling, dat met invoering van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving daarin is ondergebracht. Voor de gemeente Almelo geldt als uitgangspunt dat bij de toepassing van Rood voor Rood niet alleen getracht wordt om te komen tot de sloop van ontsierende bebouwing, maar tevens tot een concentratie van burgerwoningen in het landelijk gebied. Achterliggend doel is om te voorkomen dat de ontwikkeling van agrarische bedrijven wordt gehinderd door de toevoeging van woningen. Indien er geen sprake is van een belemmering, is het uitgangspunt dat de compensatiewoning wordt gerealiseerd op de slooplocatie. De kern van deze regeling is dat minimaal 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt moet worden. Hiervoor in de plaats mag een woning gebouwd worden van maximaal 750 m3 en bijbehorend bouwwerk van 100 m2. De voorwaarden van het beleid zijn doorvertaald in het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' dat ter plaatse geldt. Voor een weergave van en een toetsing aan deze voorwaarden wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3.
3.3.3 Bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' Het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' uit 2012 en de aanvulling hierop 'Buitengebied correctieve herziening' uit 2017 bevat onder andere de uitwerking van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid, in de vorm van wijzigingsbevoegdheden binnen meerdere (agrarische) bestemmingen. Aan deze wijzigingsbevoegdheden zijn op hoofdlijnen steeds dezelfde voorwaarden gekoppeld. Hier wordt hierna nader op ingegaan.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
27
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Voorwaarden wijzigingsbevoegdheid Rood voor Rood Op basis van de in het bestemmingsplan "Buitengebied Almelo" opgenomen wijzigingsbevoegdheid in lid 3.5.9. (Agrarisch) kan medewerking worden verleend door het plan te wijzigen voor het na bedrijfsbeëindiging omzetten van een agrarisch bouwvlak in de bestemming ´Wonen´, waarbij de bouw van één of meerdere extra woningen wordt toegestaan, in verband met sloop van voormalige agrarische bebouwing, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ter compensatie van de sloop van minimaal 850 m2 voormalige bedrijfsbebouwing en/of bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, niet zijnde karakteristieke bebouwing en opgericht met een bouwvergunning voor 1 januari 2004, kan één compensatiewoning worden toegestaan; b. de sloop mag voor een deel plaatsvinden op de locatie van een ander voormalig agrarisch bedrijf, mits op de locatie van dit andere voormalige bedrijf ook alle voormalige bedrijfsbebouwing met uitzondering van karakteristieke bebouwing wordt gesloopt; c. bij sloop op meerdere locaties wordt de compensatiewoning op één van beide locaties toegestaan; d. de compensatiewoning mag niet worden teruggebouwd ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'; e.
de compensatiewoning mag een inhoud van maximaal 750 m3 hebben met daarbij bijbehorende bouwwerken met een oppervlakte van maximaal 100 m2 per woning; f. de bebouwing dient te worden gesitueerd op een kavel van minimaal 500 m2 en maximaal 1.000 m2 per woning; g. alle bebouwing die niet ten behoeve van het wonen wordt gebruikt dient te worden gesloopt met uitzondering van de gebouwen, tot een maximale oppervlakte van 300 m2, welke direct worden hergebruikt in het kader van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen; h. er sprake is van een landschappelijke inpassing, waartoe een inpassingsplan dient te worden opgesteld; i. er geïnvesteerd wordt in het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; j. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad; k. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; l. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden dat: 1. bodemsanering niet noodzakelijk is dan wel vóór uitvoering van het wijzigingsplan zal plaatsvinden; 2. geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden dan wel geen ingrepen in de bodem zullen worden verricht; 3.
in risicogebieden voor wateroverlast aanvullende maatregelen met betrekking tot schadevrij bouwen en compensatie worden getroffen; 4. met betrekking tot (spoor)wegverkeersgeluid een aanvaardbaar woonklimaat wordt gerealiseerd; 5. met betrekking tot de luchtkwaliteit een aanvaardbaar leefklimaat wordt gerealiseerd, dan wel dat geen onevenredige verslechtering plaatsvindt; 6. met betrekking tot de externe veiligheid een aanvaardbaar leefklimaat wordt gerealiseerd, dan wel dat geen onevenredige verslechtering plaatsvindt; 7. beschermde planten- en diersoorten en biotopen niet onevenredig worden geschaad; 8. het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is. Toetsing aan de voorwaarden wijzigingsbevoegdheid Rood voor Rood Hierna wordt puntsgewijs getoetst aan de voorwaarden zoals opgenomen in voorgaande alinea. a. Er is sprake van de sloop van circa 1710 m2 vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen. Hiermee wordt voldaan aan de minimale sloopeis van 2 keer 850 m2. b. De sloop vindt plaats ter plaatse van de voormalige agrarische bedrijfspercelen aan de Mastboersweg 1 en 4; c. In voorliggend geval wordt op de Mastboersweg 1 als Mastboersweg 4 voormalige agrarische
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
28
NL.IMRO.0141.00146-BP31
d. e. f. g.
h. i. j. k. l.
bebouwing gesloopt en wordt er op ieder voormalig agrarisch erf een compensatiewoning toegevoegd. N.v.t. De beoogde compensatiewoningen zullen een inhoudsmaat van maximaal 750 m3 krijgen, met maximaal 100 m² aan bijbehorende bouwwerken; De omvang van de compensatiekavel is in overleg met de gemeente afgestemd. Alle voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op beide locaties worden gesloopt. Ten behoeve van het akkerbouwbedrijf aan de Mastboersweg 4 worden twee bijgebouwen herbouwd (300 m2). Het bestaande inpandige bijgebouw wordt behouden. Bij de bestaande (her te bouwen) woningen en nieuwe woning wordt 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. In dit geval is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, die is opgenomen in Bijlage 1, waarin onder andere maatregelen voor de landschappelijke inpassing zijn opgenomen. De onderdelen waarin wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit zijn beschreven en weergegeven in Bijlage 1. Er is geen sprake van belemmering of onevenredige aantasting van in de nabijheid gelegen functies en waarden. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4. De belangen van eigenaren/gebruikers van nabij gelegen gronden worden niet onevenredig geschaad. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.1 en 4.2. Voor de milieukundige en financiële uitvoerbaarheid wordt verwezen naar respectievelijk hoofdstuk 4 en 7.
Hiermee wordt gesteld dat aan alle voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan. Resumerend wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid. Vanwege een gewijzigde locatie van de her te bouwen boerderij is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk en is de gehele ontwikkeling in onderhavige herziening opgenomen.
3.3.4 Duurzame Energieladder De gemeente Almelo werkt aan een duurzame samenleving en streeft naar meer duurzame energieopwekking, met als doel in 2050 zo goed als klimaatneutraal te zijn. Daarnaast werkt de gemeente in de regio samen aan een Regionale Energie Strategie (RES). Almelo heeft zich voorbereid door onderzoek te doen naar de kansen en belemmeringen voor duurzame energieopwekking en door het landschap te analyseren. Het resultaat is een Duurzame Energieladder. Op basis van de Duurzame Energieladder ligt het plangebied niet in een gebied waar kansen liggen voor grootschalige duurzame energieopwekking (windenergie en zonne-energie). Echter is wel ruimte voor kleinschalige vormen van energieopwekking. Hoewel de realisatie van energieopwekkende voorzieningen geen onderdeel uitmaakt van deze ontwikkeling, biedt het beleid hier onder voorwaarden wel mogelijkheden toe. De Duurzame Energieladder verzet zich echter niet tegen de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
29
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Hoofdstuk 4
Milieu-aspecten
Bestemmingsplannen dienen periodiek te worden herzien. Naar aanleiding van onder andere verouderde planregels, veranderd daadwerkelijk gebruik van terreinnen, nieuwe wetgeving en veranderde inzichten. Het plangebied betreft in hoofdzaak een [functie gebied bv. 'woongebied']. Op enkele locaties zijn maatschappelijke activiteiten, lichte bedrijfsactiviteiten (aan huis) en dienstverlening gevestigd. De hoofdlijn van dit bestemmingsplan is het conserveren van de huidige bestemmingen.
4.1
Bedrijven en andere activiteiten
Om een leefbare woonomgeving te waarborgen worden de ruimtelijk relevante milieu-invloeden van bedrijfsmatige activiteiten, in relatie tot de omgeving, beschreven. Vanuit deze doelstelling ligt in de woongebieden het accent op wonen en worden bedrijfsmatige activiteiten geweerd of ontmoedigd. Andersom ligt het accent in gebieden waar bedrijvigheid is toegestaan op activiteiten en wordt wonen niet direct toegestaan. Functiemenging van detailhandel en wonen, kan gewenst zijn voor zover deze niet leidt tot een onleefbare situatie en deze bedrijvigheid direct is gerelateerd aan de woonomgeving (bv. buurtsuper, schoolgebouw).
4.1.1 Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' als volgt omschreven: 'Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Bij veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur.
Bij veehouderijen zijn echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningsplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt bij het aspect geur (paragraaf 4.2) nader op ingegaan. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied is gelegen in het buitengebied, in een gebied waar geen sprake is van een matige of sterke menging van functies. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
30
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Figuur 4.1: Richtafstanden milieucategorie
4.1.2 Situatie plangebied Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
4.1.2.1 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden onevenredig wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving en is daarom niet opgenomen in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering'. Binnen de woonbestemming aan de Mastboersweg 4 zal de aanduiding 'akkerbouwbedrijf' aanwezig zijn. De grootste richtafstand van een akkerbouwbedrijf betreft 30 meter voor het aspect geluid. De schuren ten behoeve van het akkerbouwbedrijf liggen op 30 meter afstand van de (compensatie)woningen op zowel Mastboersweg 1 als Mastboersweg 4. De verkeersbewegingen vanaf de Mastboersweg 4 gaan richting de doorgaande weg en niet in de richting van de compensatiewoning. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bewoners van het plangebied. Omliggende woningen liggen op een grotere afstand.
4.1.2.2 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van een milieugevoelige functie (compensatiewoningen). Nabij het plangebied bevindt zich een enkele milieubelastende functie. In het kader van voorliggend plan is met name het rundveebedrijf aan de Alenhuisweg 4 te Almelo relevant. Zoals aangegeven in paragraaf 4.1.1 geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', de grootste richtafstand bij veehouderijen veelal voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn, in het geval van veehouderijen, echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningsplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in paragraaf 4.2 nader op ingegaan. De overige van toepassingen zijnde aspecten, stof, geluid en gevaar worden hierna getoetst.
vastgesteld bestemmingsplan Mastboersw eg 1 en 4
31
NL.IMRO.0141.00146-BP31
Met uitzondering van het aspect 'geur' bedraagt de grootste richtafstand van de rundveehouderij 30 meter voor de aspecten 'stof' en 'geluid'. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf is in voorliggend geval gelegen aan de Alenhuisweg 4, op minimaal 110 meter afstand ten westen van de compensatiewoningen. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat ter plaatse van de compensatiewoningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omliggende milieubelastende functies (agrarische bedrijven) worden tevens niet belemmerd in de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkeling.
4.2
Geur
4.2.1 Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit De Wet geurhinder en veehouderij (hierna Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Op grond van de Wgv dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Op basis van artikel 3, lid 2 van de Wgv worden bedrijfswoningen van andere agrarische bedrijven en voormalige bedrijfswoningen (beëindiging agrarisch bedrijf na 19 maart 2000), tevens de bovenstaande vaste afstanden gehanteerd.