11.1 Vaststellen bestemmingsplan Dr. Herderscheeschool - Bijlage 1 - Bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
Het terrein wordt zodanig ingericht dat bij een waterhoeveelheid van 70 mm (bui T=100jaar) het water geen schade veroorzaakt en niet van het terrein overstroomt naar naburige terreinen. 8. Hemelwater van de parkeerplaats wordt, zo mogelijk, geïnfiltreerd via steenwol/fundatie pakket. 9. Hemelwater van het dak wordt (zoveel mogelijk) opgevangen in het groene dak. 10. Het vloerpeil van het pand ligt minimaal 0,30 m boven het straatpeil. Grondwater: De gemeentelijke taak voor grondwater is een inspanningsverplichting om structureel nadelige gevolgen van grondwaterstanden in openbaar gebied zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De in het Programma Water en Riolering gekozen ambitie van huidige koers sluit aan bij het vervullen van de wettelijke taken zoals omschreven in Artikel 3.6 Waterwet. De huidig ingezette koers wordt gevolgd waarbij voor het uitvoeren van grondwatermaatregelen kritisch wordt afgewogen of normgerichte maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden. Relevante doelstellingen zijn: <0000> De gemeente Almelo streeft een grondwaterstand na, welke geen structurele overlast veroorzaakt bij bewoners en bedrijven. <0000> Nieuwe ontwikkelingen, zowel openbaar als particulier, moeten zodanig worden ontworpen en ingericht dat de toekomstige bewoners/gebruikers geen hinder ondervinden van (te) hoge grondwaterstanden.
Het oplossen van grondwaterproblemen achteraf kost een veelvoud van maatregelen tijdens de bouwfase. De grondwateroverlast wordt bestreden (en bij nieuwbouw voorkomen) volgens de voorkeursstrategie: • Ophogen maaiveld, vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
39
NL.IMRO.0141.00147-BP31
<0000> <0000>
• Aanleggen extra oppervlaktewater, • Aanleggen grondwatertechnische maatregelen. Pas als ophogen of extra oppervlaktewater in een deelgebied niet realistisch is, komen grondwatertechnische maatregelen zoals drainages, in beeld. Bij nieuwbouw worden in principe geen grondwatertechnische maatregelen aangelegd Voor de ontwatering gelden de volgende criteria: • Wegen minimaal 0,80 m boven de GHG. • Openbaar groen minimaal 0,50 m boven de GHG. • Vloerpeilen minimaal 1,00 m boven de GHG.
Voor het plangebied zijn voor grondwater de volgende kansen, knelpunten en opgaven relevant: 1. Het inzetten op bodemenergiesystemen voor het besparen van fossiele brandstof en reduceren CO2 uitstoot. Binnen Almelo blijkt de bodem zich te lenen voor zogenaamde gesloten systemen. Ook is de bodem over het algemeen geschikt voor open systemen. De opgaves voor grondwater worden als volgt ingevuld: 1. Het vloerpeil van het pand ligt minimaal 1,00 m (NAP +10,0) boven de GHG. Op basis van de omliggende peilbuizen en het Landelijk Hydrologisch Model (NHI, LHM4.1) is voor het plangebied de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ingeschat op circa NAP +9,0 m. 2. De bodem van een mogelijke wadi ligt minimaal 0,30 m boven de GHG. Oppervlaktewater: Er is geen wettelijk taak voor de gemeente betreffende het oppervlaktewater. Oppervlaktewater is echter voor Almelo een belangrijk onderdeel van het watersysteem en zodoende ook gezien als een integraal onderdeel van het stedelijk water. De in het Programma Water en Riolering gekozen ambitie van huidige koers met incidenteel een tandje minder komt in hoofdzaak op het volgende neer: <0000> Samen met waterschap wordt gewerkt aan droge voeten in het stedelijk gebied (voorkomen van wateroverlast). <0000> Het imago van Almelo Waterstad wordt ook in de nieuwe planperiode verder ondersteund.
Daarbij is een goede waterkwaliteit en een goed functionerend watersysteem belangrijk. Waterverontreiniging vanuit stedelijk water wordt daarom zoveel mogelijk beperkt en indien mogelijk en financieel toegestaan wordt er bijgedragen aan bv waterrecreatie en -beleving. <0000> Oppervlaktewater is ook een integraal onderdeel van het klimaatbewust ontwerpen van de openbare ruimte. <0000> Veiligheid en beschikbare financiën hebben een hogere prioriteit in de afweging dan de waterkwaliteit en de klimaatbestendigheid. Bijvoorbeeld het bergen van water op straat, in groen en speelplekken is een reële optie zolang dat niet leidt tot onveilige situaties en de kosten niet te hoog zijn. Dit kan ertoe leiden dat op dit vlak een tandje minder wordt ingezet. Binnen het plangebied wordt geen oppervlaktewater gerealiseerd, wel zijn de volgende kansen, knelpunten en opgaven relevant: 1. Bij de toe te passen bouwmaterialen uitgaan van afwatering op oppervlaktewater. Dit i.v.m. uitloogbaarheid en daardoor waterverontreiniging. 2. Water, groen en spelen kunnen gecombineerd worden. Hiervoor moeten dan wel de juiste keuzes qua materiaal en beplanting worden gemaakt. De opgaves voor oppervlaktewater worden als volgt ingevuld: 1. Binnen het plangebied worden geen materialen gebruikt die qua uitloogbaarheid een negatief effect hebben op het grond- en oppervlaktewater.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
40
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten De regels zijn een juridische vertaling van het planologische- en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is.
6.1 Inleiding Het bestemmingsplan Dr. Herderscheeschool (Vriezenveenseweg 229) bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen tezamen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden per locatie aangeduid. In dit hoofdstuk zal de juridische systematiek van het bestemmingsplan worden toegelicht, alsmede een beschrijving per bestemming en een toelichting op de algemene regels en de overgangs- en slotregels.
6.2 Juridische systematiek In dit plan wordt uitgegaan van positieve bestemmingen, waarbij de ontwikkeling van nieuwbouw of verbouw mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend wanneer het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Ook moet het gebruik van het gebouw of de gronden mogelijk zijn volgens de planregels en de verbeelding. Planregels De planregels zijn ondergebracht in een viertal hoofdstukken: <0000> Inleidende regels: bevat een aantal bepalingen die van belang zijn voor een juiste interpretatie en toepassing van de planregels in de overige hoofdstukken; <0000> Bestemmingsregels: bevat de regels omtrent de diverse bestemmingen waarin bouw- en gebruiks(on)mogelijkheden zijn opgenomen; <0000> Algemene regels: bevat algemeen geldende regels met betrekking tot gebruik en afwijkingen; <0000> Overgangs- en slotregels: bevat overgangsregels en de titel van het plan. De hoofdstukindeling van de regels ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1: "Inleidende regels", bevat de volgende artikelen: <0000> Begrippen; <0000> Wijze van meten.
Hoofdstuk 2: "Bestemmingsregels", bevat de bestemmingen, die per artikel (indien van toepassing) het volgende stramien hebben: <0000> Bestemmingsomschrijving; <0000> Bouwregels; <0000> Nadere eisen; <0000> Afwijken van de bouwregels; <0000> Specifieke gebruiksregels; <0000> Afwijken van de gebruiksregels; <0000> Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; <0000> Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; <0000> Wijzigingsbevoegdheid.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
41
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Hoofdstuk 3: "Algemene regels", bevat de volgende artikelen: <0000> Antidubbeltelregel; <0000> Algemene gebruiksregels; <0000> Algemene aanduidingsregels; <0000> Algemene afwijkingsregels; <0000> Algemene procedureregels. Hoofdstuk 4: "Overgangs- en slotregels", bevat de volgende artikelen: <0000> Overgangsrecht; <0000> Slotregel. De bestemmingsomschrijving is de centrale bepaling van elke bestemming. In deze bestemmingsomschrijving worden limitatief de functies genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van de grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. De afwijkingsregels en nadere eisen geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden bij een omgevingsvergunning af te wijken van een specifieke regel. Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Een aantal elementen op de verbeelding heeft juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de analoge verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die verbeelding, zoals kadastrale lijnen, topografische symbolen en huisnummers.
Flexibiliteit binnen het bestemmingsplan Binnen het bestemmingsplan zijn de volgende instrumenten aanwezig ten behoeve van de benodigde flexibiliteit: <0000> een omgevingsvergunning om af te wijken van specifieke regels. Het gaat hier om geringe afwijkingen van het bestemmingsplan. Deze afwijkingsmogelijkheid biedt voor burgemeester en wethouders de mogelijkheid een afweging te maken van de noodzaak ten opzichte van het stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch belang; <0000> nadere eisen: ten aanzien van enkele in de regels genoemde bouwmogelijkheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd tot het stellen van nadere eisen inzake de situering van gebouwen, de profilering van wegen, het aantal parkeerplaatsen en afstanden van gebouwen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte. Of en onder welke voorwaarden van deze mogelijkheden gebruik kan worden gemaakt, staat in het bestemmingsplan omschreven.
6.3 Beschrijving per bestemming 6.3.1 Bestemmingsregels Dit bestemmingsplan kent verschillende bestemmingen, te weten Groen, Verkeer en Maatschappelijk. Hierna volgt een korte beschrijving van deze bestemmingen. Groen Aan de structurele groenvoorzieningen is de bestemming Groen toegekend. Groenvoorzieningen, tuinen, fiets- en voetpaden, sport- en speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bebouwing is enkel toegestaan ten behoeve van nutsvoorzieningen. De maximale inhoudsmaat van een gebouw voor nutsdoeleinden is 36 m³ toegestaan. Daarnaast zijn regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Maatschappelijk De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor onderwijs en bijbehorende voorzieningen, kinderopvang en dagactiviteiten. Binnen de bestemming is er sprake van een bouwvlak waarbinnen hoofdbebouwing mag worden gebouwd. In de regels en de verbeelding zijn
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
42
NL.IMRO.0141.00147-BP31
bepalingen opgenomen omtrent hoogten voor zowel de hoofdbebouwing en (vrijstaande) bijbehorende bouwwerken. Ook zijn bepalingen opgenomen voor maximaal toegestane oppervlakte. 6.3.2 Overige regels Inleidende regels / begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen zijn op alfabetische volgorde weergegeven. Inleidende regels / wijze van meten In dit artikel is geregeld op welke manier moet worden gemeten. Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond, die betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan, bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Algemene gebruiksregel Voor de redactie van de gebruiksregel is een algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de doeleindenomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregel In dit artikel zijn een aantal voorwaarden opgenomen die het mogelijk maken het plan op ondergeschikte punten aan te passen. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
Ook kleine afwijkingen (tot 10%) van de in de regels opgenomen maten kunnen op grond van dit artikel mogelijk worden gemaakt. Tevens kunnen krachtens dit artikel kleine bouwwerken ten dienste van nutsbedrijven worden toegestaan. Ook de realisatie van erkers bij woningen wordt middels deze bepaling mogelijk gemaakt, alsmede het wijzigen van gebruik van gebouwen (al dan niet bij woningen) ten behoeve van kinderopvang. Algemene procedureregels Hierin zijn de procedurebepalingen opgenomen ten aanzien van het stellen van nadere eisen. Algemene overige regels In de algemene regels wordt ten aanzien van het parkeren geregeld dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij de parkeerkencijfers van het CROW. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan worden berekend op basis van parkeerkencijfers of wordt bepaald in parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers. Parkeernormen geven het aantal beleidsmatig vastgestelde parkeerplaatsen bij een bedrijf of voorziening aan. Bij het gebruik van parkeerkencijfers moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de locatie, de specifieke kenmerken van de functie, de mobiliteitskenmerken van de gebruikers van het gebouw en met het gemeentelijk beleid.
Hierbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de parkeervraag en de optimale combinatie van leefbaarheid en bereikbaarheid. Daarnaast is het eveneens van belang dat de parkeerruimte van voldoende omvang is. Een parkeerruimte moet wel zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de hoofdregel dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd, mits op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien en de situering van de parkeerplaatsen het ruimtelijk beeld van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast. Eenzelfde soort redenatie gaat op voor het laden en lossen van goederen.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
43
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen, ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in het bestemmingsplan van kracht zijn. Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
44
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). De kosten voor de bouw van de school heeft de gemeente begroot in het onderwijsbudget. Er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals benoemd in artikel 6.12, lid 2, sub a, b en c van de Wro zodat er geen verplichting bestaat tot vaststelling van een exploitatieplan.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
45
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen 8.1 Participatie Via een bijeenkomst op 5 juli 2022 is uitleg over het plan gegeven aan een vertegenwoordiging van de bewoners van de tegenovergelegen woningen aan Aaboerlaan. Tijdens deze bijeenkomst is uitleg gegeven over het onderwijs en de doelgroep van de Dr. Herderscheeschool. Daarnaast is onder andere de procedure van het bestemmingsplan toegelicht. Op 13 december 2022 is vervolgens het concept-ontwerpbestemmingsplan toegelicht.
8.2 Vooroverleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is op 8 september 2022 in het ruimtelijk overleg met de Provincie Overijssel en het Waterschap Vechtstromen het voornemen van de nieuwbouw van de school besproken. De ontvangen reacties in het kader van het vooroverleg hebben niet geleid tot belemmeringen.
8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Dr. Herderscheeschool’ heeft van 28 december 2022 tot en met 7 februari 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn acht zienswijzen ontvangen. De zienswijzen geven geen aanleiding tot het wijzigen van de regels en verbeelding van het bestemmingsplan ‘Dr. Herderscheeschool’. Wel is de toelichting in paragraaf 4.2.1 Verkeer aangevuld met tekst over de huidige en verwachte verkeersintensiteiten van de Vriezenveenseweg. Daarnaast hebben twee ambtshalve wijzigingen van het bestemmingsplan plaatsgevonden. Zie hiervoor de zienswijzenreactienota 'Bestemmingsplan Dr. Herderscheeschool’.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
46
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1. Landschappelijke inpassing en beplantingsplan Bijlage 2. Aerius realisatie en gebruiksfase Bijlage 3. Vormvrije Mer beoordeling Bijlage 4. Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5. Quickscan Flora en Fauna
1
nieuw te planten bomen, solitaire bomen ten behoeve van de connectie tussen de directe omgeving en het terrein, soort: Winterlinde (Tilia cordata)
2
nieuw te planten struweel, ten bevoeve van de inpassing in het landschap, soorten: Eénstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), 30% Amerikaans krentenboompje (Amelanchier lamarckii), 15% Sleedoorn (Prunus spinosa), 25% Gewone hulst (Ilex aquifolium), 30%
2
5 3
nieuw te planten haag, ten bevoeve van een groene erfafscheiding op het terrein, soort: Gewone liguster (Ligustrum vulgare) 1
4
aanwezige en te behouden struweel, eventueel handhaven waar nodig
5
nieuw aan te planten kruidlaag binnen erf, soortkeuze zo veel mogelijk aansluitend op de directe omgeving
3
4
SO Dr. Herderscheeschool
datum
8 mei 2023 1 : 500
N betreft
landschappelijke inpassing
schaal
adres
Vriezenveenseweg 215, 7602 PT Almelo
formaat A3
Deze tekening is en blijft eigendom van Luijendijk Hoveniers B.V., verspreiding is zonder schriftelijke toestemming niet toegestaan.
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Gem Almelo Herderschee school , 7600 AC almelo
Omschrijving Toelichting
Herderschee school realisatiefase Situatie realisatie
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RsiFRjXnQPkN 04 november 2022, 11:24 Wnb-rekengrid
Berekening
Totale emissie
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RsiFRjXnQPkN (04 november 2022)
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste depositie
Hexagon
Gebied
2022 -
-
50,0 kg/j
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Bron 1
RsiFRjXnQPkN (04 november 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
-
50,0 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RsiFRjXnQPkN (04 november 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RsiFRjXnQPkN (04 november 2022)
-
Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
5/6
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2022 1
Wonen en Werken | Kantoren en winkels
Naam Bron 1 Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Standaard Profiel Industrie
11,0 m 0,014 MW
NOₓ
50,0 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221004_3d4bf05159 Database versie 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RsiFRjXnQPkN (04 november 2022)
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Gem Almelo Herderschee school , 7600 AC almelo
Omschrijving Toelichting
Herderschee school gebruiksfase Situatie gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RxGcFry8ULr6 04 november 2022, 11:23 Wnb-rekengrid
Berekening
Totale emissie
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RxGcFry8ULr6 (04 november 2022)
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste depositie
Hexagon
Gebied
2022 -
-
50,0 kg/j
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Bron 1
RxGcFry8ULr6 (04 november 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
-
50,0 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RxGcFry8ULr6 (04 november 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RxGcFry8ULr6 (04 november 2022)
-
Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
5/6
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2022 1
Wonen en Werken | Kantoren en winkels
Naam Bron 1 Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Standaard Profiel Industrie
11,0 m 0,014 MW
NOₓ
50,0 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221004_3d4bf05159 Database versie 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RxGcFry8ULr6 (04 november 2022)
6/6
Vormvrije Mer beoordeling bestemmingsplan Herderscheeschool 4 november 2022
Auteur: M.Hendriks
Blz.
Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2
Inleiding
2
Het initiatief Waarom een vormvijre m.e.r.-beoordeling? Toetsing aan de criteria lijst Procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling Criteria belangrijke milieugevolgen Gebruikte onderzoeken
2 2 3 3 3 4
Vormvrije m.e.r. voor toets
4
2.1 Plaats van het project 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Kenmerken van het potentieel project Geluid Luchtkwaliteit Bodem Archeologie Flora-fauna Water Verkeer Externe veiligheid 3
Samenvatting
Pagina 1 van 9
4 5 6 6 6 6 6 7 7 7 8 8
1
1
Inleiding
1.1
Het initiatief Op 12 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders de locatie aan de Vriezenveenseweg, nabij VSO de Veenelanden, aangewezen als locatie voor nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool. Het huidige gebouw aan de Schapendijk 3 is aan vervanging toe maar biedt niet voldoende ruimte voor een herontwikkeling
Figuur: ligging planinitiatief
1.2
Waarom een vormvijre m.e.r.-beoordeling? De milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft als doel om bij de voorbereiding en vaststelling van besluiten het milieubelang volwaardig te laten meewegen. Een besluit is direct m.e.r.-plichtig indien de activiteiten behoren tot een categorie die in onderdeel C van de bijlage van het m.e.r.-besluit is opgenomen. In onderdeel D van het m.e.r.-besluit staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze belangrijke nadelige milieugevolgen niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden is een m.e.r. niet noodzakelijk. In gevallen dat een besluit betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst maar die onder de drempelwaarden uit kolom 2 van de D-lijst liggen, is een vormvrije m.e.r.beoordeling verplicht. Bij deze vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Kunnen deze niet worden uitgesloten, dan dient alsnog een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.
Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden aangesloten bij de Europese merbeoordelingscriteria zoals neergelegd in artikel 4 lid 3 van de Richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (“Richtlijn”). In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een beperkte inschatting gemaakt van de milieuhygiënische effecten van de plannen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus een globale beoordeling van de milieugevolgen van de plannen op haar omgeving. Pagina 2 van 9
2
1.3
Toetsing aan de criteria lijst Getoetst is of het de activiteit voor deze wijziging van de bestemming -het realiseren van een school - een initiatief is dat voor komt op de C- of D-lijst behorende bij het m.e.r.-besluit. Activiteit D.11.2: spreekt van “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” In de Nota van Toelichting (Stb. 2011, 102) staat vermeld: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. (….) Wat ‘stedelijke ontwikkeling’ inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Wat van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn”. Uit het voorgaande volgt dat daar waar sprake is van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject waar een m.e.r-plicht of een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht is aangewezen. Onderhavige ontwikkeling is met een pre-scan onderzocht op eventuele negatieve gevolgen. Hoewel het gezien de beperkte omvang van het initiatief de vraag is of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de wet.
Hebben wij gemeend om voor deze ontwikkeling te beschouwen als een “Stedelijke ontwikkeling” als bedoeld in de D-lijst van het m.e.r.-besluit. Besloten is dan ook om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
1.4
Procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling De procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling is vorm vrij, wel worden eisen gesteld aan de inhoud van de beoordeling. Deze eisen zijn genoemd in in artikel 4 lid 3 en de bijbehorende Bijlage III van de Richtlijn.
1.5
Criteria belangrijke milieugevolgen De criteria uit artikel 4 lid 3 van de Richtlijn die bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moeten worden betrokken zijn de volgende: 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: — de omvang van het project, — de cumulatie met andere projecten, — het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, — de productie van afvalstoffen, — verontreiniging en hinder, — risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. Plaats van de projecten Pagina 3 van 9
3
Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: — het bestaande grondgebruik, — de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, — het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a) wetlands, b) kustgebieden, c) berg- en bosgebieden, d) reservaten en natuurparken, e) gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG, f) gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, g) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, h) landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: — het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), — het grensoverschrijdende karakter van het effect, — de orde van grootte en de complexiteit van het effect, — de waarschijnlijkheid van het effect, — de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Gebruik dient te worden gemaakt van redelijkerwijs te verkrijgen beschikbare informatie.
1.6
Gebruikte onderzoeken Voor het uitvoeren van de vormvrije m.e.r. voortoets is gebruik gemaakt van de binnen de gemeente Almelo aanwezige specialistische kennis op gebied van verkeer, R&O en bedrijven, verkeer, geluid, lucht, flora en fauna en ruimte.
2 2.1
Vormvrije m.e.r. voor toets Plaats van het project
De ontwikkeling is gelegen binnen de randen van de bebouwde kom aan de Noordzijde van de stad. Direct aan het plangebied zijn onderwijs/ maatschappelijke functies aanwezig. Ten Pagina 4 van 9
4
oosten en ten Westen van het plangebied lopen ontsluitingswegen waarbij de ontsluitingsweg aan de oostzijde ( Van Rechteren Limpurgsingel) kan worden aangemerkt als een drukke doorgaande weg. De locatie kan worden beschouwd als een locatie in een gemengd gebied direct gelegen aan openbare infrastructuur. En grenzend aan het buitengebied.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied ligt niet in of nabij een gebied dat beschermd wordt vanuit de natuurwaarden en maakt geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Het plangebied valt niet binnen een Habitatrichtlijn- of Vogelrichtlijngebied en heeft door de afstand geen relatie met de dichtstbijzijnde speciale beschermingszones. Het plangebied is dus niet in of nabij een gevoelig gebied gelegen.
2.2
Kenmerken van het project Het beoogde initiatief bestaat uit de realisatie van een (1) onderwijsgebouw met een beperkte oppervlak ( totale kavel oppervlak ca 6500m2 )en een beperkte leerling bezetting
Pagina 5 van 9
5
Het betreft hier nieuwbouw er zal in de gebruiksfase geen sprake zijn van relevante emissies. De gebouwen zullen aardgasloos worden uitgevoerd. Vervoersbewegingen worden ingeschat op maximaal 75 per dag. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen projecten van een zodanige omvang dat er sprake zal zijn van relevante cumulatie.
2.3
Kenmerken van het potentieel project Geluid Geluid van de ontwikkeling Het betreft hier een beperkt initiatief. De vervoersbewegingen maar ook de schoolactiviteiten die het initiatief genereerd zal de akoestische leef kwaliteit in de omgeving niet significant aantasten. Geluid tgv de wijziging in de infrastructuur De ontsluiting zal plaatsvinden op de bestaande infrastructuur. Er zal slechts sprake zijn van een zeer beperkte ( minimale) toename van de verkeersintensiteit op deze ontsluitingswegen. De huidige infrastructuur is hiervoor geschikt. De toename van verkeersbewegingen zal niet leiden tot een toename in de geluidsbelasting op de omgeving.
Luchtkwaliteit Bij elk ruimtelijk plan moet de luchtkwaliteit in acht worden genomen. Daar waar sprake is van een toename van de emissies welke volgens de wet is te beschouwen als “niet in betekenende mate” behoeft geen nadere overweging van de optredende emissies plaats te vinden. Dit initiatief is zodanig beperkt van omvang dat er sprake is van toename van de luchtemissies die als niet “In betekenende mate” kan worden beschouwd. Omdat ook de jaarlijkse rapportage in het kader van de “Wet Luchtkwaliteit” (hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer) geen overschrijding van de grenswaarden in en om het plangebied gebied laat zien mag gesteld worden dat de luchtkwaliteit niet significant is en geen belemmering vormt voor dit plan.
Bodem De locatie is onderzocht. Bodem rapportages zijn aanwezig. De locatie is geschikt voor de geplande bestemming. De vrijkomende grond kan in principe overal in Almelo worden toegepast.
Archeologie De gemeente Almelo heeft een archeologische waardenkaart opgesteld. Er zijn in de directe omgeving geen archeologische vindplaatsen geregistreerd in ARCHIS en geen terreinen van archeologische waarde aanwezig. Er zijn geen boerderijen waarvan de vermeldingen uit de Late Middeleeuwen bekend zijn. Pagina 6 van 9
6
Op basis van de archeologische waardenkaart hoeven er geen relevante archeologische vondsten te worden verwacht.
Flora-fauna Ten behoeve van dit initiatief heeft er "Quickscan Natuurtoets “ plaatsgevonden. Op basis van de onderzoeksgegevens kan, vanwege de ligging van het plangebied in het stedelijke gebied van Almelo en de aard van de ingrepen, geconcludeerd worden dat er geen negatieve effecten veroorzaakt worden op de in de omgeving aanwezige Natura 2000 gebieden, beschermde natuurmonumenten of onderdelen van de Ecologische Hoofdstructuur (hierna EHS). Het dichtstbijzijnde gebied dat onder de Natuurbeschermingswet valt is het Natura 2000 gebied Engbertsdijkveen , wat op circa 6 kilometer van het plangebied ligt. Gezien de afstand, de tussenliggende barrières en de aard van de ingrepen in het gebied zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Het dichtstbijzijnde gebied dat valt onder de EHS is de nieuwe natuur in de Natte Doorbraak (ca. 6 km afstand). Externe effecten op dit gebied zijn niet aan de orde gezien de afstand en de ligging. Natuur buiten de EHS met een beschermde status van ganzengebied of weidevogelgebied ligt op grote afstand van het projectgebied. Er zijn barrières van stedelijke bebouwing en infrastructuur aanwezig. Negatieve effecten zijn daarom niet aan de orde. Ook voor stikstof tijdens de bouwfase en gebruiksfase kan worden gesteld dat de depositie van dit initiatief op omliggende Natura2000 gebieden niet significant bijdraagt naan de depositie op deze gebieden.
Dit baseren wij op de memo van de omgevingsdienst Twente met kenmerk 20200923. Gesteld kan worden dat de Flora en Faunawet de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
Water In het kader van het planinitiatief heeft een watertoets plaats gevonden zoals in het ontwerp Nationaal Waterplan wordt voorgesteld. Het doel van het watertoetsproces is: waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van het watertoetsproces is dat het zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van water in de ruimtelijke ordening. Uit de watertoets volgen reguliere maatregelen. Er is geen sprake van relevante negatieve effecten.
Verkeer Voor de verkeersgeneratie verwijzen wij naar geluid. Er is sprake van een beperkte en aanvaardbare verkeersgeneratie. Parkeren Voor het bepalen van de parkeernorm zijn de kencijfers van CROW toegepast. Pagina 7 van 9
7
Geconcludeerd kan worden dat het verwachtte autoverkeer en de bijbehorende parkeerdruk de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staan.
Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die personen lopen als gevolg van de aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het gaat daarbij om inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard of bewerkt, transportroutes voor gevaarlijke stoffen (weg/water/spoor) en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. In en nabij het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig of voorzien die met hun invloedscontouren reiken tot in het plangebied.
3
Samenvatting
Het initiatief uit het bestemmingsplan Herderscheeschool is getoetst en beoordeeld aan de hand van de Europese criteria en relevante wet- en regelgeving. Naar aanleiding daarvan kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen activiteit niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieu-effecten. Er zijn geen specifieke milieurisco’s. Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding een m.e.r.-beoordeling als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer uit te voeren.
Pagina 8 van 9
8
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN5740 Vriezenveenseweg - Almelo
Opdrachtgever Gemeente Almelo Locatie: Vriezenveenseweg (ten noorden van huisnummer 229) 7602 PT Almelo Oktober 2022
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN5740 Vriezenveenseweg - Almelo
Opdrachtgever Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Locatie: Vriezenveenseweg (ten noorden van huisnummer 229) 7602 PT Almelo
Projectcode: BOD-17 (22048015)
Rapportagedatum: 18 oktober 2022
Auteur: Mevr. E. Koppelman
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 4
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
5 5 6 6 7 8
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Bespreking PFAS-analyses
9 9 9 11 11 12
5
Resultaten doorlatendheidonderzoek
13
6
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
14
7
Literatuur en bronvermelding
16
Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Tebodin, september 1990 Boorplan verkennend bodemonderzoek Hunneman Milieu Advies, juni 2006; Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2022 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV K-waarde berekening V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: BOD-17 (22048015)
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van de gemeente Almelo op een terreindeel ten noorden van Vriezenveenseweg 229 in Almelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de nieuwbouw van een schoolgebouw. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouwplannen. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie beschouwd als onverdacht voor chemische componenten uit het NEN5740standaardpakket. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in september en oktober 2022 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek.
De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-17 (22048015)
Pagina 1 van 16
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen ten noorden van Vriezenveenseweg 229, binnen de bebouwde kom van Almelo. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terreindeel heeft de coördinaten x = 241.998 en y = 489.040 en is kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Almelo, sectie M, nummers 3824 (gedeeltelijk) en 3980 (gedeeltelijk). De Vriezenveenseweg bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. Het te onderzoeken terrein is in gebruik als weiland/akker. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk voor een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouw van een schoolgebouw. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard en omvat circa 6400 m². In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - boorplan verkennend bodemonderzoek Tebodin, september 1990; - boorplan verkennend bodemonderzoek Hunneman Milieu Advies, juni 2006; - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2022. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terreindeel aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terreindeel.
Het vroegere gebruik van het terreindeel is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel een agrarische bestemming met ten zuiden de bestemming groen. Het terrein is altijd in gebruik geweest voor agrarische doeleinden; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie nooit eerder bebouwd geweest; - voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - het te onderzoeken terrein is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie.
De locatie is niet gelegen aan een asbestweg; - de bovengrond van de onderzoekslocatie wordt op basis van het historisch en huidig gebruik beschouwd als onverdacht voor chemische componenten en asbest; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) valt de bovengrond in functieklasse wonen en de ondergrond in functieklasse AW2000. Volgens de Nota bodembeheer Regio Twente (Twens beleid veur oale groond) wordt geen correctie toegepast voor minerale olie tot maximaal 100 mg/kg d.s.;
Kruse Milieu BV
Project: BOD-17 (22048015)
Pagina 2 van 16
- er hebben eerder bodemonderzoeken op en nabij de huidige onderzoekslocatie plaatsgevonden. De meest relevante onderzoeken worden op de volgende pagina nader toegelicht. Tebodin BV, indicatief bodemonderzoek toekomstige bouwlocatie aan de Vriezenveenseweg te Almelo, d.d. september 1990 met rapportnummer 330612 Aanleiding voor dit onderzoek, dat op en rondom de huidige onderzoekslocatie heeft plaatsgevonden, was de voorgenomen bouw op de locatie. Vak V (boring 5 en 17-20) en Vak VI (boring 6 en 21-24) liggen nagenoeg op de huidige onderzoekslocatie. Uit de analyseresultaten van vak V bleek dat er in de bodem geen verontreinigingen zijn gemeten. Ter plekke van vak VI is een licht verhoogd EOCl gehalte in de bovengrond aangetoond: in het grondwater van vak V en VI is een licht verhoogd gehalte aan olie (GC), xylenen en chroom aangetroffen. In de overige vakken zijn eveneens plaatselijk licht verhoogd EOCl gehalten in de bodem en licht verhoogde gehalte aan olie (GC), xylenen en chroom in het grondwater aangetroffen. Hunneman Milieu Advies verkennend bodemonderzoek diverse percelen aan de Vriezenveenseweg te Almelo, d.d. 16 juni 2006 met projectnummer 2006497/lvh/sh Aanleiding voor dit onderzoek, dat op en rondom de huidige onderzoekslocatie heeft plaatsgevonden, was de voorgenomen nieuwbouw.
Boring 100 tot 115 liggen nagenoeg op de huidige onderzoekslocatie, hieruit zijn de mengmonsters MM 20 en MM 21 Bovengrond en MM 23 en MM 24 (ondergrond) samengesteld. Tevens bevinden de peilbuizen 110 en 115 zich op de huidige onderzoekslocatie. Uit de analyseresultaten bleek dat er in de bovengrond (MM 21) een licht verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetoond. In het grondwater van peilbuis 110 is een licht verhoogd chroomgehalte gemeten. Kruse Milieu BV verkennend bodemonderzoek Vriezenveenseweg 229 Almelo, d.d. mei 2021 met projectcode 21020810 Aanleiding voor dit onderzoek, direct ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie, was de geplande nieuwbouw van de AGL-school. Uit de analyseresultaten bleek dat er in de boven-en ondergrond geen verontreinigen zijn gemeten. Het grondwater was licht verontreinigd met barium en nikkel.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-17 (22048015)
Pagina 3 van 16
Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron
Specificatie
Relevante informatie
Opdrachtgever
Historisch en huidig gebruik
Ja
Gemeente Almelo
Bodeminformatie
Nee
Archief Kruse Milieu BV Bodemonderzoeken omgeving
Ja
Omgevingsrapportage
https://almelo.omgevingsrapportage.nl/
Ja
Google Maps
https://www.google.nl/maps
Ja
Topotijdreis
https://www.topotijdreis.nl/
Ja
BAG-viewer
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ja
Perceelloep
https://perceelloep.nl/
Ja
Ruimtelijke plannen
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/
Ja
Grondwatertools
https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Ja
DINOloket
https://www.dinoloket.nl/
Ja
AHN-viewer
https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/
Ja
Bodemkwaliteitskaart
Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw BV, d.d. 28 mei 2020
Ja
Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 10 meter boven NAP; - de deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket; - tot circa 35 meter diepte is zand aanwezig van de formaties Boxtel, Drente, Appelscha, Peize, Waalre en Oosterhout. Het doorlatend vermogen bedraagt circa 1 - 500 m ² /dag. Onder het zand bevindt zich tot > 160 m-mv klei van de Formaties van Breda en Rupel; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. Het grondwater stroomt overwegend in noordwestelijke richting; - op circa 20 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie stroomt de Hollandergraven en op circa 700 meter ten noorden stroomt het Lateraalkanaal; - de onderzoekslocatie ligt niet in of nabij een grondwaterbeschermingsgebied of grondwaterwingebied; de invloed van de genoemde watergangen op het freatische grondwater zijn bij ons bureau niet bekend.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-17 (22048015)
Pagina 4 van 16
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de norm NEN5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie, niet lijnvormig” (ONV-NL) uit NEN5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten.
Op een terreindeel met een oppervlakte van 6400 m² worden in totaal 16 boringen verricht, waarvan 12 boringen tot 0.5 m-mv en 4 boringen tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er worden 3 boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters. Vanwege de nieuwbouw van het schoolgebouw zal grond vrijkomen. Op basis van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van december 2021” zal de boven- en ondergrond aanvullend op PFAS worden onderzocht. Op de onderzoekslocatie zal de doorlatendheid van de bodem op 2 punten worden onderzocht. De resultaten hiervan worden beschreven in hoofdstuk 5. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017.
Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden;
Kruse Milieu BV
Project: BOD-17 (22048015)
Pagina 5 van 16
- in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRLSIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat of iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses (standaardpakket en PFAS) worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek.
De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster
Analysepakket
Bovengrond (2x) Ondergrond (2x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)
PFAS
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-17 (22048015)
Pagina 6 van 16
Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.
Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Op verzoek van de opdrachtgever worden de resultaten van de grondmonsters tevens indicatief getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit.