11.1 Vaststellen bestemmingsplan Dr. Herderscheeschool - Bijlage 1 - Bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool NL.IMRO.0141.00147
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Toelichting
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
1
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer
3 3 3 3 4 5
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Planbeschrijving
6 6 6
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
9 9 11 16
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten 4.1 Besluit milieueffectrapportage 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Geluid 20 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Fysieke veiligheid 4.6 Externe veiligheid 4.7 Kabels en leidingen 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Bodemkwaliteit 4.10 Flora en fauna 4.11 Archeologie
18 18 19
Hoofdstuk 5 Water 5.1 Beleidskader onderdeel water 5.2 Vigerend beleid 5.3 Waterparagraaf
32 32 32 35
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten 6.1 Inleiding 41 6.2 Juridische systematiek 6.3 Beschrijving per bestemming
41
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
45
Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen 8.1 Participatie 8.2 Vooroverleg 8.3 Zienswijzen
46 46 46 46
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
21 22 24 26 26 27 28 31
41 42
2
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aanleiding voor voorliggend bestemmingsplan is de geplande nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool naast de bestaande locatie van de VSO De Veenlanden/SO De Wissel aan de Vriezenveenseweg 229 te Almelo. De Dr. Herderscheeschool is één van de zestien scholen van Stichting SOTOG (Speciaal Onderwijs Twente en Oost Gelderland) dat speciaal onderwijs aan leerlingen in de basisschoolleeftijd (met een verstandelijke- fysieke en/ of sociaal emotionele leer- en begeleidingsvraag) aanbiedt. De VSO De Veenlanden en SO De Wissel vallen eveneens onder de Stichting SOTOG. Het plangebied is gelegen in de noordelijke stadsrand van Almelo. In de noordelijke stadsrand worden de komende jaren diverse ontwikkelingen verwacht. Voorbeelden hiervan zijn de herontwikkeling van Huize Alexandra en de Brandweerpost, beide gelegen aan de Vriezenveenseweg. Het streven is te komen tot een integrale visie voor de stadsranden waarin mogelijke ontwikkelingen een plek krijgen. Vanwege de dringende behoefte aan een nieuw schoolgebouw voor de Dr. Herderscheeschool is nu dit bestemmingsplan opgesteld. Het college heeft namelijk op 7 december 2021 op basis het Integraal Huisvestingsplan onderwijs het jaarlijks huisvestingsprogramma 2022 (HVP) vastgesteld. In het HVP 2022 is de eerste investering voor vervangende huisvesting van speciaal onderwijs Dr. Herderscheeschool opgenomen.
Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het huidige gebouw van Dr. Herderscheeschool, gelegen aan de Schapendijk 3, verouderd en aan vervanging toe is. Op 12 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders de locatie aan de Vriezenveenseweg, nabij VSO de Veenlanden, aangewezen als locatie voor nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool. De bouw van de school past echter niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord' (zie paragraaf 1.4). Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Dr Herderscheeschool' bestaat uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding; 3. bijlagen bij de toelichting; 4. bijlagen bij de regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
1.3 Ligging van het plangebied De locatie is gelegen ten het noorden van de wijk Haghoek in Almelo. Het plangebied sluit in het zuiden aan op de Vriezenveenseweg 229 waar de VSO De Veenlanden/SO De Wissel is gelegen. Aan de overzijde van de Vriezenveenseweg ten westen van het plangebied zijn het Meulenbelt en woningen gesitueerd. De noordzijde wordt begrensd door de Aadijk waar het zonnepark 'Aadijk fase 2' (voor 25 jaar) is voorzien. Ten oosten zijn sportvoorzienningen/velden gelegen. De ligging van het plangebied waar de nieuwe school gerealiseerd gaat worden, is met een rode contour weergegeven in figuur 1.1.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
3
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Figuur 1.1: Ligging plangebied
1.4 Huidige planologische situatie Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van het onderhavige bestemmingsplan, de volgende plannen: <0000> <0000> <0000>
Stadsrandgebied Almelo Noord, vastgesteld 19 november 2013; Parapluherziening Parkeren, vastgesteld 5 juni 2018; Parapluherziening Wonen, vastgesteld 23 maart 2020.
Volgens het geldende bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord' (vastgesteld 19 november 2013) geldt de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Op basis hiervan is de uitoefening van een agrarisch bedrijf toegestaan, met dien verstande dat de uitoefening van zelfstandige niet-grondgebonden agrarische bedrijven en intensieve veehouderijen niet zijn toegestaan. Gebouwen mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd. Een bouwvlak ontbreekt op deze locatie. Binnen dit geldende planologische kader is de herontwikkeling van het plangebied naar een onderwijsfunctie niet toegestaan.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord'
Het bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord' voorziet niet in een wijzigings- of uitwerkingsmogelijkheid voor dit gebied. Om voorgenomen ontwikkeling van de bouw van de school mogelijk te maken is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kader om het voornemen mogelijk te kunnen maken. vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
4
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Paraplubestemmingsplannen Parapluherziening parkeren Voor de gehele gemeente Almelo is een paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' op 5 juni 2018 vastgesteld. In dit parapluplan is een parkeerregeling voor de gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Hierin is bepaald dat voor het parkeren voorzien moet worden in voldoende parkeerplaatsen conform de parkeereis uit het Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' of uitwerkingen en/of rechtsopvolgers daarvan. De parkeerregeling is ook van toepassing op dit bestemmingsplan. Parapluherziening wonen Voor de gehele gemeente Almelo is op 23 maart 2020 het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Wonen' vastgesteld. In dit parapluplan is voor de functie wonen het verbod op woningsplitsen en kamerverhuur voor de gehele gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Diverse bepalingen in de regels van deze parapluherziening werken door in dit bestemmingsplan.
1.5 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Hoofdstuk 5 Water Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven, tevens wordt een planbeschrijving met de nieuwe, gewenste situatie toegelicht. Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing voor het plangebied, op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau is opgesteld (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofdstuk 5 beschrijft het onderdeel water. In hoofdstuk 6 staat hoe de uitgangspunten voor het plan zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding.
In hoofdstuk 7 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 8 geeft de wijze van en resultaten omtrent het overleg met de omgeving en andere overheden weer.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
5
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in de stadsrand in het noordelijke deel van Almelo, in het gebied tussen de Bleskolksingel en de Aadijk. In het gebied ten noorden van de Bleskolksingel speelt de maatschappelijke functie een grote rol vanwege de aanwezigheid van ondermeer Karakter (het expertisecentrum voor zorg en kennis rond complexe kinder- en jeugdpsychiatrie), Pluryn (biedt hulp aan kinderen en jongeren met complexe problemen), VSO De Veenlanden, SO De Wissel, Het Armeense kerkgenootschap, Het Meulenbelt (biedt verpleeghuiszorg, terminale zorg, dagvoorzieningen en revalidatie). Het plangebied ligt ingeklemd tussen de bestaande school VSO De Veenlanden/SO De Wissel aan de zuidzijde, de Aadijk aan de noordzijde (met het toekomstige zonnepark 'Aadijk fase 2' voor een periode van 25 jaar), sportvelden aan de oostzijde en woningen aan de Aaboerlaan en het Meulenbelt aan de westzijde. Het perceel is nu als agrarisch in gebruik (akkerbouw), waarbij er geen sprake is van ‘waarden’. Het gebied met waarden ligt aan de oostzijde, naast de volkstuinen. Deze gronden maken geen deel uit van deze ontwikkeling. Het gebied is dan ook als stedelijk te beschouwen en is hiermee een inbreidingslocatie, ondanks de agrarische bestemming.
2.1.1 Stedenbouwkundige opzet Door het plangebied loopt de Vriezenveenseweg, welke in het verleden de hoofdroute naar Vriezenveen vormde. Deze functie is jaren geleden al overgenomen door de Van Rechteren Limpurgsingel. In de loop van de tijd hebben verschillende maatschappelijke functies een plek gekregen langs de Vriezenveenseweg. Naar het noorden gaat de Vriezenveenseweg over in de Almeloseweg. Waar aan weerszijden van de weg een nieuw zonnepark, 'Aadijk fase 2’, wordt gerealiseerd. Verder richting het zuiden is langs de Vriezenveenseweg het asielzoekerscentrum aanwezig en leidt de weg naar de woonwijk Haghoek. 2.1.2 Verkeersstructuur De hoofdontsluiting van het plangebied bestaat uit de Vriezenveenseweg. Dit is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een snelheidslimiet van 50 km/u. Voor fietsers is het plangebied ontsloten door middel van het tweerichtingenfietspad ten westen van de Vriezenveenseweg. Op dit moment is er een oversteekmogelijkheid voor fietsers van deze Vriezenveenseweg ter hoogte van SO De Wissel, deze is op circa 100 meter gelegen van de inrit van de VSO De Veenlanden/SO De Wissel.
2.2 Planbeschrijving De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende huisvesting voor het onderwijs en bewegingsonderwijs (met uitzondering van het beroepsonderwijs). De raad heeft op 15 december 2020 het ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2024’ vastgesteld. Met de vaststelling van dit huisvestingsplan is € 22 miljoen beschikbaar gesteld voor de vernieuwing van de onderwijshuisvesting. Het college heeft op basis van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs op 7 december 2021 het jaarlijks een huisvestingsprogramma 2022 vastgesteld. Hierin is de eerste investering voor vervangende huisvesting van speciaal onderwijs Dr. Herderscheeschool opgenomen. De Dr. Herderscheeschool is één van de zestien scholen van Stichting SOTOG dat speciaal onderwijs aan leerlingen in de basisschoolleeftijd (met een verstandelijke- fysieke en/ of sociaal emotionele leeren begeleidingsvraag) aanbiedt. Om uitvoering te kunnen geven aan deze vervangende huisvesting is op ambtelijk niveau onderzoek gedaan naar mogelijke locaties in de omgeving van VSO De Veenlanden/SO De Wissel. Hieruit zijn twee locaties naar voren gekomen welke geschikt zouden zijn voor nieuwbouw van de Dr.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
6
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Herderscheeschool, te weten: de locatie Huize Alexandra en een locatie naast de VSO De Veenlanden/SO De Wissel. De Dr. Herderscheeschool valt evenals VSO De Veenlanden/SO De Wissel onder SOTOG. De Dr. Herderscheeschool is een speciaal onderwijs voorziening voor de basisschoolleeftijd. Kinderen kunnen daarna uitstromen naar de VSO locatie Veenlanden/SO De Wissel. Verder ziet SOTOG voordelen doordat de ondersteuning op al deze voorzieningen vanuit dezelfde aanbieders georganiseerd wordt. Vanwege het centraliseren van de ondersteuning, kan deze efficiënter worden ingezet. Op het terrein van VSO De Veenlanden/SO De Wissel is ook een gymvoorziening met behandelruimten gerealiseerd waar ook de leerlingen van de Dr. Herderscheeschool gebruik van kunnen maken. Deze locatie is vanuit verkeersoogpunt ook positiever beoordeeld dan de locatie Huize Alexandra. Het college heeft dan ook op 12 april 2022 de locatie aan de Vriezenveenseweg aangewezen als locatie voor nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool. Ontwerp De locatie heeft een oppervlakte van circa 6.500 m² en is net als de naastgelegen scholen op enige afstand van de Vriezenveenseweg gelegen. Het schoolgebouw met een oppervlakte van circa 2.000 m² (inclusief gymzaal) en een maximale hoogte van 10 meter biedt ruimte aan ongeveer 130 leerlingen.
Het parkeren en halen en brengen van de leerlingen met busjes is gesitueerd aan de voorzijde op het perceel. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de bestaande toe- en uitrit van de VSO De Veenlanden/SO De Wissel. Het schoolgebouw en het plein worden centraal op het perceel, in het verlengde van de bestaande naastgelegen school gesitueerd. Aan de achterzijde van de school is groen met mogelijk een dierenverblijf voorzien. De schoollocatie wordt landschappelijk ingepast door een groene wal rondom het plangebied.
Verkeer en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Parkeren In het parapluplan 'Parkeren' heeft de gemeente Almelo haar parkeerbeleid vertaald in de geldende bestemmingsplannen. Voor parkeernormen wordt uitgegaan van de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats. In voorliggend geval is dit de ‘Herschreven beleidsregel parkeernormen Almelo (2021)’. Hierin wordt uitgegaan van de parkeernormen zoals opgenomen in de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De CROW geeft een bandbreedte van een minimum en maximum norm. In de gemeente Almelo wordt in principe uitgegaan van de maximum norm.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
7
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Het CROW kent voor basisscholen van het speciaal onderwijs geen parkeerkencijfers ten behoeve van het brengen en halen van leerlingen. De parkeerbehoefte is bepaald op basis van de door de school aangereikte gegevens. De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op het realiseren van een schoolgebouw voor Dr. Herderscheeschool. Het gaat hierbij om speciaal onderwijs ten behoeve van circa 130 leerlingen. In het plan van de school wordt voorzien in ten minste 22 opstelplaatsen voor taxibussen en 14 parkeerplaatsen (voor het personeel) op eigen terrein. Op het nabijgelegen parkeerterrein dient bij het in- en uitgaan van de school vrije parkeerruimte te zijn voor ten minste 35 auto’s (van ouders die hun kinderen naar school brengen). Verkeer Zie paragraaf 2.1.2.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
8
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Hoofdstuk 3 Beleidskader Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 NOVI De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: <0000> dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; <0000> met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; <0000> waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; <0000> met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; <0000> waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
<0000> dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; <0000> waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; <0000> dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: <0000> Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit <0000> Ruimte voor overgang naar een circulaire economie <0000> Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden <0000> Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen 3.1.1.1 Toetsing van initiatief aan de NOVI
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
9
NL.IMRO.0141.00147-BP31
De NOVI laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen. Voorliggend plan betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.1.2 Barro Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven.
Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van minder dan 12 woningen of kleiner dan 500 m² bvo niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: "Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". stedelijke ontwikkeling: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan die betreffende ontwikkeling.
De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de bouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Ligt een plangebied in bestaand stedelijk gebied en voorziet de stedelijke ontwikkeling in een behoefte dan wordt voldaan aan de Ladder. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat accommodaties voor maatschappelijke functies zoals een school en sportfaciliteiten worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. 3.1.3.1 Toetsing van initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een nieuw schoolgebouw. Gelet op het vorenstaande is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vereist.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
10
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Het onderhavig plan betreft vervangende nieuwbouw van een schoolgebouw voor speciaal (basis-)onderwijs en is gesitueerd in een omgeving met diverse maatschappelijke functies die gelegen zijn in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt in de noordelijke stadsrand van Almelo, waar in het direct ten noorden gelegen agrarische gebied het zonnepark 'Aadijk fase 2’ wordt gerealiseerd. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende huisvesting voor het onderwijs en bewegingsonderwijs (met uitzondering van het beroepsonderwijs). De gemeenteraad heeft op 15 december 2020 het ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2024’ (IHP) vastgesteld. Door het IHP hebben zowel de gemeente als de schoolbesturen een meerjarenperspectief waarop zij hun eigen beleid kunnen voeren. De gemeente kan in haar financieel meerjarenbeleid rekening houden met de te verwachten investeringen voor de onderwijshuisvesting, de schoolbesturen kunnen vanuit hun wettelijke verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie van de schoolgebouwen ook een eigen onderhouds- en financieel beleid voeren. Het IHP en de daarin opgenomen huisvestings- en investeringsagenda moet ertoe leiden dat er blijvend sprake is van een stevige en kwalitatief eigentijdse onderwijsvoorzieningenstructuur in Almelo.
Het IHP laat zien dat de ontwikkeling van het leerlingenaantallen in het speciaal basisonderwijs moeilijk te prognosticeren zijn en ook in grote mate afhankelijk zijn van het beleid in het kader van passend onderwijs. Ondanks alle beleidsmaatregelen inzake passend onderwijs groeit het passend onderwijs. De verwachting vanuit het speciaal onderwijs is dat deze groei zal aanhouden. Uit de inventarisatie van de ruimtebehoefte blijkt dat huidige beschikbare capaciteit van de Dr. Herderscheeschool voldoende is om de leerlingen te huisvesten. Echter, er is wel sprake van verouderde huisvesting. Het huidige schoolgebouw van de Dr. Herderscheeschool is technisch en functioneel erg gedateerd. In het IHP is dan ook vastgesteld dat vervangende nieuwbouw noodzakelijk is. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.
3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening vastgesteld. Beiden zijn inmiddels geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel.
De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
11
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie onderstaande afbeelding). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is. De volgende niveaus komen aan de orde: <0000> Generieke beleidskeuzes --> of; <0000> Ontwikkelingsperspectieven--> waar; <0000> Gebiedskenmerken --> hoe Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
Figuur 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel 2017)
Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
12
NL.IMRO.0141.00147-BP31
De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4 Toetsing van initiatief aan uitgangspunten visie en verordening Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: Of - generieke beleidskeuzes Op basis van de verordening zijn de onderdelen vastgelegd in titel 2.1, Sturen op ruimtelijke kwaliteit Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit voor dit gebied van toepassing. Waarbij voor dit plan met name artikel 2.1.2 Principe van concentratie, 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit van belang zijn.
Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. In afwijking van het voorafgaande kunnen bestemmingsplannen ook voorzien in een bovenregionale behoefte voor zover deze bestemmingsplannen gebieden betreffen die onderdeel uitmaken van stedelijke netwerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel: In voorliggend geval gaat het om vervangende nieuwbouw van een school voor speciaal onderwijs met een regionale functie direct naast de bestaande scholen VSO De Veenlanden/SO De Wissel van dezelfde stichting (SOTOG). Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Om met name het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde Groene Omgeving scherp te houden, wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'.
Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Voor de Groene Omgeving geldt een variant op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik die erop gericht is om eerst zoveel mogelijk bestaande erven en bebouwing te gebruiken voordat meegewerkt mag worden aan nieuw ruimtebeslag op de Groene Omgeving. vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
13
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik geeft Overijssel een nadere invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals door het Rijk is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. De tweede trede van de Ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat gemotiveerd moet worden of voor een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een actuele regionale behoefte al dan niet ruimte gevonden kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Waar het Rijk in de Ladder voor duurzame verstedelijking de vereiste onderbouwing beperkt tot stedelijke functies die voorzien in een actuele regionale behoefte, dient op grond van de principes voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik voor elk claim die gelegd wordt op de Groene Omgeving nagegaan te worden of daarvoor niet het bestaand bebouwd gebied c.q. bestaande erven en bebouwing in de Groene Omgeving benut kan worden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel: De provincie Overijssel kiest voor een tekstuele aanduiding van het bestaand bebouwd gebied en geeft die niet zelf op kaart aan.
Daarmee wordt ruimte geboden voor lokaal maatwerk en wordt voorkomen dat de provinciale verbeelding slechts een momentopname laat zien die geen recht doet aan wijzigingen die voortdurend optreden in de begrenzing van het bestaand bebouwd gebied Hoewel op basis van het geldende bestemmingsplan het plangebied een agrarische bestemming heeft, is de locatie omsloten door diverse stedelijke functies zoals omschreven in de begripsbepaling van de Omgevingsverordening Overijssel. Het plangebied grenst direct aan de twee bestaande scholen (VSO De Veenlanden/SO De Wissel van dezelfde stichting) en wordt omsloten door woningen, het Meulenbelt, sportvelden en het nieuwe zonnepark "Aadijk fade 2'. Dit bestemmingsplan voorziet in vervangende nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool en is gelegen in een omgeving van verschillende stedelijke functies. Met deze ontwikkeling wordt voldaan aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik van gronden in het bestaande stedelijke gebied. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
Hierbij moet inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Ook dient gemotiveerd te worden dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel: Met voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het stedelijk gebied van de gemeente Almelo. Het schoolgebouw is gesitueerd direct naast de bestaande scholen VSO De Veenlanden/SO De Wissel van dezelfde stichting. De school wordt zorgvuldig worden ingepast zodat het in overeenstemming is met de kenmerken van de directe omgeving, zie hiervoor paragraaf 2.2. In de onderstaande subparagrafen is nader toegelicht op welke wijze toepassing is gegeven aan de vierlagenbenadering en het ontwikkelingsperspectief uit de Omgevingsvisie Overijssel. Hier wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
Artikel 2.1.9: Sociale kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen waarbij provinciale belangen in geding zijn, wordt aangegeven op welke wijze bewoners en gebruikers betrokken zijn bij de ontwikkeling van de plannen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.9 van de Omgevingsverordening Overijssel: De bewoners van de tegenovergelegen woningen aan de Aaboerlaan worden regelmatig geïnformeerd door de school en gemeente. Daarnaast zal het ontwerp bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Een ieder wordt dan in de gelegenheid gesteld om het plan te lezen en eventueel ook een zienswijze in te dienen.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
14
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Waar - ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met deze perspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vormgegeven. In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: <0000> de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); <0000> agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; <0000> wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Voor het plangebied geldt nog net het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' en biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie.
Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Het is redelijkerwijs niet te verwachten dat ter plaatse van het plangebied in de toekomst nog een agrarisch bedrijf geëxploiteerd zal gaan worden. Met het realiseren van de maatschappelijke bestemming worden geen (omliggende) agrarische bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. De bestaande infrastructuur wordt hiervoor benut en is ook toereikend. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie heeft op de gebiedskenmerkenkaart 'Laag van het agrarisch-cultuurlandschap' geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen buiten beschouwing worden gelaten.
Daarnaast bevat de locatie ook op basis van de 'Laag van de beleving' geen bijzondere eigenschappen. Deze laag wordt dan ook buiten beschouwing gelaten. Natuurlijke laag - Beekdalen en natte laagtes Het plangebied is gelegen in de natuurlijke laag 'Beeksdalen en natte laagtes''. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Stedelijke laag - Verspreide bebouwing De stedelijke laag 'Verspreide bebouwing gaat in op de gevolgen en kansen van het vrijkomen van erven in het landschap, wat steeds vaker zal gaan gebeuren. De robuuste ensembles kunnen door het bieden van ruimte voor extra (vervangende) bebouwing een alternatief bieden voor een deel van de woningbouw en bedrijvenopgave. Stedelijke laag - Informele trage netwerk Het ‘informele trage netwerk’ is het langzaam verkeernetwerk, zoals wandelpaden, ruiterpaden en vaarroutes. De ambitie is hier een verschuiving te doen plaatsvinden in de verplaatsingsdrang van auto naar fiets.
Het fiets- en wandelpadennetwerk van de regio dient tot een compleet systeem te worden uitgewerkt. Erfgoed langs het informele trage netwerk dient te worden benut om de toeristische aantrekkelijkheid te vergroten. vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
15
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Toetsing van het initiatief aan de 'Gebiedskenmerken' De grond in het plangebied is grotendeels in cultuur gebracht ten behoeve van de agrarisch gebruik. De van oorsprong voorkomende 'natuurlijke laag' is dan ook niet of nauwelijks meer aanwezig. Bij het treffen van de landschapsmaatregelen wordt uitgegaan van de huidige omgevingsfactoren, waarbij rekening wordt gehouden met 'natuurlijke' soorten. In het inrichtingsplan, bijgevoegd als Bijlage 1 bij de regels, is rekening gehouden met de inpassing van streekeigen beplanting. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de gebiedskenmerken. Conclusie Het beoogde plan is in overeenstemming met de regels uit de verordening. Dit bestemmingsplan voorziet in de nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool en is gelegen in een omgeving met verschillende stedelijke functies. De school voor speciaal onderwijs is geprojecteerd direct naast de bestaande scholen VSO De Veenlanden/SO De Wissel van dezelfde stichting SOTOG en draagt bij aan een clustering van deze functie op deze plek. Het stedenbouwkundig ontwerp is afgestemd op de bestaande omgeving en ook het groen in de openbare ruimte en landschappelijke inpassing wordt mee ontworpen. De herontwikkeling zal zich gaan voegen in de stempel van de bestaande omgeving. Voor de ladderonderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3.
Geconcludeerd wordt dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 De 'Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 is op 29 september 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie gaat in op hoe de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat voor toekomst beoogd wordt. Het doel is een omgeving waarin zo goed mogelijk gewoond, gewerkt, gesport en ontspannen kan worden. Het betreft een dynamisch document, die bij de invoering van de Omgevingswet hier een onderdeel van zal vormen. In de omgevingsvisie worden vier verschillende gebieden omschreven, waarvoor ontwikkelingsrichtingen zijn opgenomen. Het betreffen het buitengebied, de bedrijventerreinen, wijken en dorpen en de binnenstad. In dit geval is met name de visie ten aanzien van wijken en dorpen relevant. Hierna wordt op deze visie ingegaan. De dorpen en wijken hebben een belangrijke functie. Dorpen en wijken moeten een fijne woonomgeving bieden. Ieder dorp en wijk heeft haar eigen sfeer, eigen voorzieningen en unieke sociale samenhang. Binnen het thema Wijken & dorpen spelen drie subthema's: <0000> Samen wonen en Samenleven: Bewoners hoeven idealiter hun wijk of dorp niet uit voor hun dagelijkse boodschappen en behoeften. In elk van deze leefgemeenschappen zijn en blijven de voorzieningen zo dichtbij mogelijk. De inwoners en de ondernemers versterken elkaar hierin.
<0000> Werken dichtbij huis: Veel wijken zijn rustig op doordeweekse dagen, wanneer de bewoners naar hun school of werk zijn vertrokken. Daarom wil de gemeente stimuleren op het werken in of dichtbij huis. Ideaal voor zzp’ers en startups, die (nog) geen grote werkruimte nodig hebben. Of die elkaar juist graag opzoeken en een leegstaand pand in de wijk omvormen tot verzamelgebouw. <0000> Via klimaatbestendig naar energieneutraal: Zoals heel Nederland maakt ook de gemeente Almelo de woningen voor 2050 aardgasvrij. Deze wijken worden gerealiseerd in samenwerking met de bewoners. Zoals het plaatsen van zonnepanelen, installeren van een warmtepomp of isoleren van vloer, muren, ramen en dak. Maar ook het vergroenen van daken en ‘ontstenen’ van de tuin, want elke vergroening draagt bij aan de gezamenlijke klimaatbestendigheid en biodiversiteit.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
16
NL.IMRO.0141.00147-BP31
3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke Omgevingsvisie Onderhavige ontwikkeling past binnen de thema's en ambities die in de omgevingsvisie voor de Wijken & dorpen zijn vastgelegd. De nieuwbouw van de school voor speciaal onderwijs draagt bij aan een omgeving waarin zo goed mogelijk gewoond, gewerkt, gesport en ontspannen kan worden. Deze functie past bij de voorzieningen die horen bij de stad, het voorziet zelfs in een regionale behoefte. Door nieuwbouw wordt er een duurzamer gebouw gerealiseerd dat voldoet aan de eisen van deze tijd. Door gebruik te maken van de gymvoorziening met behandelruimten van de naastgelegen VSO De Veenlanden/SO De Wissel kunnen deze bestaande faciliteiten optimaal worden benut. De ontwikkeling past binnen de functionele structuur van de omgeving.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
17
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de onder andere de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en fysieke veiligheid.
4.1 Besluit milieueffectrapportage 4.1.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: <0000> Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. <0000> Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). <0000> Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r..
Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 4.1.2 Beoordeling Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde planologische kaders voor het realiseren van een schoolgebouw. In het kader van deze ontwikkeling is een stikstofdepositieberekening voor de realisatiefase en de gebruiksfase uitgevoerd.
Uit deze berekening volgt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, deze is als Bijlage 2 opgenomen. Er is dan ook geen sprake van aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
18
NL.IMRO.0141.00147-BP31
te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (onderdeel D 11.2 besluit m.e.r.). De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: <0000> een oppervlakte van 100 hectare of meer, <0000> een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of <0000> een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht.
Echter dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling opgesteld, deze is opgenomen in Bijlage 3 bij deze toelichting. Uit deze notitie blijkt dat voorliggend bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maakt. 4.1.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Uit de opgestelde vormvrije MER-beoordeling blijkt dat er geen significante nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.2 Verkeer en parkeren 4.2.1 Verkeer Het plan voorziet in de realisatie van een schoolgebouw direct naast de bestaande VSO De Veenlanden/SO De Wissel aan de Vriezenveenseweg 229 te Almelo. Omdat het plangebied nu een agrarische bestemming heeft, zal deze ontwikkeling een verkeerstoename als gevolg hebben. Deze verkeerstoename is bepaald op basis van kencijfers van het CROW zoals opgenomen in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen', (2018). Het CROW kent echter geen verkeersgeneratiecijfers voor basisscholen van het speciaal onderwijs. Deze kunnen eenvoudig bepaald worden aan de hand van de door de school aangegeven benodigde opstelruimte voor taxibussen (22 x 4; ’s morgens en ’s middags een heen- en terugrit) en parkeerruimte voor ouders (35 x 4, idem) en personeel (14 x 2; ’s morgens een heenrit en ’s middags een terugrit). De verkeersgeneratie voor de Dr. Herderscheeschool bedraagt dan: (22+35) x 4 + 14 x 2 = 256. De ontsluiting van de school vindt plaats via de Vriezenveenseweg, van daaruit wordt het verkeer afgewikkeld op het omliggende wegennet en verspreid zich in noordelijke of zuidelijke richting. Dit is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een snelheidslimiet van 50 km/u.
De maximale intensiteit van een gebiedsontsluitingsweg type II (2x1 rijstrook) ligt op plusminus 1.600 p.e.a.(personenautoequivalenten) per uur. In het regionaal verkeersmodel voor Overijssel (2022) staan onder andere de etmaalintensiteiten weergegeven van zowel het basisjaar 2020 (met peildatum 1 januari 2020) en van het prognosejaar 2030. Op het wegvak van de Vriezenveenseweg ter hoogte van de beoogde locatie van de Dr.
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
19
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Herderscheeschool zijn deze etmaalintensiteiten respectievelijk 3.100 en 3.500 mvt (motorvoertuigen) per etmaal. Dit betekent dat de verkeersintensiteit toeneemt tot (3.100 + 256 =) 3.356 nu en tot (3.500 + 256 =) 3.756 verkeersbewegingen in de toekomst. Gelet op de maximale verkeersintensiteit van de Vriezenveenseweg kan de toename van het verkeer voldoende afgewikkeld worden en zal het opgaan in het regulier verkeersbeeld. De verwachting is dat door de toename van het aantal verkeersbewegingen geen knelpunten ontstaan. De extra verkeersbewegingen gaan op in het huidige verkeersbeeld. 4.2.2 Parkeren Het parkeerbeleid van de gemeente Almelo is vastgelegd in de ‘Parapluherziening parkeren’ en het parkeerbeleidsplan 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018'. Als richtlijn voor de parkeernormering wordt gebruik gemaakt van de op dat moment geldende CROW-publicatie voor de parkeerkencijfers. Om de parkeerkencijfers van de CROW ook als parkeernormen vast te leggen, heeft het college van de gemeente Almelo op 9 februari 2021 de ’Herschreven beleidsregel parkeernormen Almelo’ vastgesteld. Deze beleidsregel is op 1 maart 2021 in werking getreden. Voor de nieuwbouw van de school is een parkeerbehoefte van ten minste 49 parkeerplaatsen en 22 opstelplaatsen voor taxibussen. Binnen het plangebied worden 14 parkeerplaatsen en 22 opstelplaatsen voor taxibussen op openbaar terrein gerealiseerd.
Daarnaast biedt het naastgelegen bestaande parkeerterrein van VSO De Veenlanden/SO De Wissel vrije parkeerruimte voor 35 personenauto’s op momenten dat de school in- en uitgaat. Er worden derhalve voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm. 4.2.3 Conclusie De realisatie van de school heeft een verkeerstoename tot gevolg welke op een goede manier kan worden afgewikkeld op de bestaande wegen. De ontwikkeling leidt ook tot een toename van de parkeerbehoefte, waarin deels op eigen terrein en deels op het naastgelegen parkeerterrein wordt voorzien. Daarnaast zijn er in de nabijheid van het plangebied voldoende duurzame transportmogelijkheden, zoals het openbaar vervoer en de (elektrische) fiets.
4.3 Geluid 4.3.1 Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail-, wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. De geplande school wordt op basis van de Wgh aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Hierna wordt ingegaan op het aspect wegverkeerslawaai. De aspecten railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in de nabijheid van het plangebied geen spoorlijn of gezoneerd bedrijventerrein is gelegen. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 4.4 (bedrijven en milieuzonering).
4.3.2 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in de onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen:
vastgesteld Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool
20
NL.IMRO.0141.00147-BP31
Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2 rijstroken
200 m
250 m
3 of 4 rijstroken
350 m
400 m
5 of meer rijstroken
350 m
600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor wegen die zijn aangeduid als woonerf en/of wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). De wegen in de omgeving van het plangebied bestaan allen uit 1 of 2 rijstroken in stedelijk gebied, zodat de wettelijke geluidszone 200 m bedraagt. Het ter plaatse optredende geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer is gelegen tussen de 48 en 53 dB(A). Uitgaande van een minimale gevelisolatie van 20 dB(A) zoals ook vereist zullen de binnen niveaus aanvaardbaar zijn en voldoen aan de waarden zoals gesteld in ons gemeentelijke geluidsbeleid.
Figuur: geluidsniveau tgv wegverkeer
4.3.3 Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.
4.4 Bedrijven en milieuzonering Om een leefbare woonomgeving te waarborgen worden de ruimtelijk relevante milieu-invloeden van bedrijfsmatige activiteiten, in relatie tot de omgeving, beschreven. Vanuit deze doelstelling ligt in de woongebieden het accent op wonen en worden bedrijfsmatige activiteiten geweerd of ontmoedigd. Andersom ligt het accent in gebieden waar bedrijvigheid is toegestaan op activiteiten en wordt wonen niet direct toegestaan. Functiemenging van detailhandel en wonen, kan gewenst zijn voor zover deze niet leidt tot een onleefbare situatie en deze bedrijvigheid direct is gerelateerd aan de woonomgeving (bv. buurtsuper, schoolgebouw). 4.4.1 Wijze van beoordelen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: <0000> ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; <0000> rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling een belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen te kunnen maken, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en