CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

11.1 Statutenwijziging bestuurlijke fusie Stichting OPOA en Stichting PCO NT - Bijlage 1 - Definitieve concept statuten Samenwerkingsstichting Almelo.pdf

Raad 18 april 2023, gemeente AlmeloBij agendapunt: Statutenwijziging bestuurlijke fusie Stichting Openbaar Primair Onderwijs Almelo en Stichting Protestants Christelijk Onderwijs Noord Twente5.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerpstatuten fusiestichting OPOA/PCONT NAAM EN VESTIGING Artikel 1 1. De stichting draagt de naam: Stichting voor openbaar en protestants-christelijk primair onderwijs Almelo-Wierden1. 2. Zij is gevestigd in de gemeente Almelo. 3. Zij is opgericht voor onbepaalde tijd. DOEL Artikel 2 De stichting heeft ten doel, zonder winstoogmerk, het geven, faciliteren en bevorderen van openbaar primair onderwijs in Almelo en protestants-christelijk primair onderwijs in Almelo en Wierden, zo mogelijk in afzonderlijke scholen voor openbaar of protestants-christelijk onderwijs. GRONDSLAG EN OPENBAAR KARAKTER Artikel 3 1. De scholen van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing en met eerbiediging van ieders godsdienst en levensbeschouwing. Voor de scholen met een protestants-christelijke richting geldt aanvullend dat ouders de grondslag dienen te respecteren. 2. Het onderwijs aan de openbare scholen van de stichting wordt gegeven overeenkomstig de beginselen van het openbaar onderwijs met inachtneming van artikel 46 van de Wet op het primair onderwijs. 3. Het onderwijs aan de protestants-christelijke scholen wordt gegeven overeenkomstig de Bijbel als Gods woord volgens de visie van de protestantse kerken. 4.

Binnen een samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 17d van de Wet op het primair onderwijs zal zowel openbaar onderwijs als protestants-christelijk onderwijs worden aangeboden. 5. Het college van bestuur borgt op stichtingsniveau de invulling van de protestants-christelijke grondslag en het openbare karakter van de afzonderlijke scholen. De protestants-christelijke grondslag of het openbare karakter van de school wordt op schoolniveau in de schoolplannen vormgegeven. 6. Daarnaast geldt een algemene benoembaarheid voor het personeel. IDENTITEIT Artikel 4 1. Voor de stichting wordt een identiteitscommissie ingesteld. 2. Voor de identiteitscommissie op stichtingsniveau geldt het volgende: a. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het college van bestuur en de raad van toezicht van de stichting over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de protestants-christelijke grondslag van de stichting b. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen vertegenwoordigers van openbaar en protestants-christelijk onderwijs. De identiteitscommissie bestaat uit maximaal vier leden. De leden worden (her)benoemd en ontslagen door de raad van toezicht.

Tot lid van de identiteitscommissie zijn alleen benoembaar personen die al een relatie met de stichting hebben als ouder, werknemer of toezichthouder. c. Een lid van de identiteitscommissie wordt benoemd voor de duur van vier jaren. Aftredende leden kunnen ten hoogste éénmaal worden herbenoemd. d. De identiteitscommissie overlegt ten minste een keer per schooljaar met het college van bestuur en voorts zo vaak als de commissie of het college van bestuur dat wenst. Daarnaast 1 Werktitel.

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

kan overleg plaatsvinden tussen de identiteitscommissie en de raad van toezicht voor zover beide organen daar behoefte aan hebben. e. In geval van een geschil tussen het college van bestuur of de raad van toezicht en de identiteitscommissie beslist de raad van toezicht. f. De raad van toezicht een reglement voor de identiteitscommissie vaststellen. 3. Aan een samenwerkingsschool, zoals bedoeld in artikel 3, lid 4, is een identiteitscommissie verbonden. 4. Voor de identiteitscommissie op schoolniveau geldt het volgende: a. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het college van bestuur en de directeur van de samenwerkingsschool over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de bijzondere grondslag van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan tevens voorstellen doen over de aangelegenheden, bedoeld in de eerste volzin. b. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. De identiteitscommissie bestaat uit maximaal vier leden. De leden worden (her)benoemd en ontslagen door het college van bestuur. Benoeming vindt plaats op voordracht van de directeur, na verkregen advies van de medezeggenschapsraad van de school. c. Een lid van de identiteitscommissie wordt benoemd voor de duur van vier jaren.

Aftredende leden kunnen ten hoogste éénmaal worden herbenoemd. d. De identiteitscommissie overlegt twee keer per schooljaar met de directeur van de samenwerkingsschool. e. In geval van een geschil tussen het college van bestuur en de identiteitscommissie zal in eerste aanleg een oplossing worden gezocht door middel van mediation of bemiddeling. Indien dit niet tot een oplossing leidt, zal het geschil worden beslecht via arbitrage of bindend advies. f. Elke identiteitscommissie kan een eigen intern reglement vaststellen. MIDDELEN Artikel 5 De stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en wel door in elk geval door: a. het oprichten, overnemen en beheren van scholen voor openbaar, protestants-christelijk en ander bijzonder primair onderwijs; b. in brede zin aandacht te besteden aan de kwaliteit van het op de scholen te geven onderwijs; c. in de schoolplannen en schoolgidsen van elke school aan te geven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de school. Hierbij zal recht worden gedaan aan de geldende afspraken met betrekking tot de betreffende identiteit. d. het samenwerken met organisaties die eenzelfde of verwant doel nastreven en/of activiteiten op het gebied van onderwijs uitvoeren; e. het samenwerken met ketenpartners die zich richten op de zorg voor het kind; f.

het benutten van wettige middelen, die ter bereiking van het doel nuttig kunnen zijn. ORGANEN VAN DE STICHTING Artikel 6 1. De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het wettelijk bevoegd gezag uit. 2. De stichting heeft de functies van bestuur en toezicht in organieke zin gescheiden en kent daartoe als organen een college van bestuur en een raad van toezicht. 3. De benoeming in de functies van het college van bestuur en de raad van toezicht geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. 4. Tot leden van het college van bestuur en de raad van toezicht kunnen niet worden benoemd: a. echtgenoten/levenspartners, ouders en kinderen van zittende leden; b. broers en zussen of echtgenoten/levenspartners van broers en zussen van zittende leden; c. personeelsleden van de stichting dan wel diens echtgenoten/levenspartners, ouders/verzorgers en kinderen;

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

d. e. f.

leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting; leden van de medezeggenschapsraad van een school van de stichting; personen die lid zijn van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de gemeenteraad van een gemeente waar een school van de stichting is gevestigd; g. personen die een zodanig andere functie bekleden dat het lidmaatschap kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen; h. personen die op basis van in de geldende Code Goed Bestuur omschreven eigenschappen c.q. onverenigbaarheden zijn uitgesloten van lidmaatschap. 5. Leden van het college van bestuur mogen bij voorkeur geen kinderen hebben op een school van de stichting. 6. Om de onafhankelijkheid van het intern toezicht te bevorderen, bestaat de raad van toezicht uit leden die geen kinderen hebben op een school/scholen van de stichting. COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 7: Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1. Het college van bestuur bestaat uit maximaal twee personen. De raad van toezicht stelt het aantal personen vast. 2. De raad van toezicht stelt voor de benoemingsprocedure een regeling vast. 3.

De leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen, met inachtneming van de bepalingen uit de Wet medezeggenschap op scholen, voor onbepaalde tijd dan wel voor bepaalde tijd voor een door de raad van toezicht te bepalen termijn. 4. De raad van toezicht heeft de verplichting een sollicitatiecommissie in te stellen met inachtneming van de bepalingen uit de Wet medezeggenschap op scholen. 5. De raad van toezicht kan één van de leden tot voorzitter benoemen. De voorzitter van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht in het bijzonder belast met coördinatie van de bestuurlijke taken. 6. De leden van het college van bestuur dienen de protestant-christelijke grondslag, het openbaar karakter en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting. De raad van toezicht hanteert het uitgangspunt dat het bestuur een afspiegeling vormt van de in de stichting deelnemende richtingen. 7. Een lid van het college van bestuur kan niet tevens lid zijn van de raad van toezicht. 8. Een lid van het college van bestuur kan door de raad van toezicht worden geschorst en ontslagen wegens disfunctioneren of ernstig gebrek aan vertrouwen.

Het betrokken lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich tegenover de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan het lid zich doen bijstaan door een raadsman. 9. Bij het ontstaan van een vacature in het college van bestuur, zal de raad van toezicht daarin zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden. 10. Bij ontstentenis of belet van een lid van het college van bestuur, neemt het overblijvende lid het gehele college van bestuur waar. 11. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur of van het enig (overgebleven) lid, regelt de raad van toezicht de onafhankelijke waarneming van de taken van het college van bestuur. 12. Besluiten van de raad van toezicht als bedoeld in de leden 1, 5 of 8 van dit artikel behoeven een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien niet alle leden van de raad van toezicht in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn, dan kan in een volgende vergadering besluitvorming plaatsvinden voor zover niet meer dan één lid afwezig is en ook dan met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

Artikel 8: Taak en bevoegdheid 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. Het college van bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. 3. Het college van bestuur maakt jaarlijks, in overleg met de raad van toezicht, een begroting op. Na de voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht wordt de begroting vervolgens vastgesteld door het college van bestuur, nadat deze ter informatie aan de gemeenteraad van Almelo is gestuurd en deze in redelijke termijn gelegenheid tot reactie heeft gekregen. 4. Het college van bestuur formuleert concrete doelstellingen voor de scholen die door de stichting in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan het onderwijs stelt. Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald. 5. Voor zover het college van bestuur bestaat uit twee personen, heeft bij besluitvorming ieder van hen één stem. 6.

Een lid van het college van bestuur onthoudt zich van deelname aan besluitvorming voor zover het lid een persoonlijk belang heeft bij het betreffende besluit. Indien daardoor geen besluitvorming door het college van bestuur mogelijk zou zijn, is deelname aan besluitvorming toegestaan doch alleen met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 7. Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De in dit lid bedoelde besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht. 8. Daarnaast heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het vaststellen van het strategisch meerjarenbeleid/-plan voor de stichting en scholen; b. het vaststellen van de begroting en het jaarverslag conform de geldende wet- en regelgeving, waaronder artikel 17 lid 4d WPO; c. het wijzigen van de statuten; d. het vaststellen van het bestuursreglement; e. het onderschrijven van een code voor goed bestuur; f.

het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere onderwijs gerelateerde instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; g. de beëindiging van de dienstbetrekking van meer dan 5% van de werknemers in reguliere dienst, tegelijkertijd of binnen een tijdbestek van een half jaar; h. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; i. het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt; j. de wijziging van de grondslag, opheffing, stichting, overname, samenvoeging, overdracht of afsplitsing van een of meer van de scholen; na goedkeuring van de gemeenteraad van Almelo daar waar het een of meerdere openbare scholen betreft; k. (juridische) fusie, (af-)splitsing of ontbinding van de stichting; na goedkeuring van de gemeenteraad van Almelo daar waar het een of meerdere openbare scholen betreft; l. het vaststellen van een klokkenluidersregeling en een treasurystatuut; m. alle andere bij wet- of regelgeving en/of voor de stichting geldende code voor goed bestuur

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

voorgeschreven besluiten die de goedkeuring van de raad van toezicht behoeven. 9. Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. Het college van bestuur verstrekt voorts alle overige door de raad van toezicht opgevraagde informatie. 10. Voor zover het college van bestuur bestaat uit twee personen, zijn de vergaderingen van het college van bestuur openbaar voor zover het college van bestuur niet - gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van de stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. 11. Tegen de achtergrond van in het college van bestuur benodigde deskundigheid draagt ieder lid van het college van bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. Artikel 9. Defungeren Een bestuurder defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn onder curatele stelling of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld; c. door zijn aftreden op eigen verzoek; d. door ontslag hem verleend door de raad van toezicht; e.

door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek; f. door zijn toetreding tot de raad van toezicht; g. door het einde van zijn dienstverband met de stichting; h. door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf; i. wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling verkrijgt. RAAD VAN TOEZICHT Artikel 10: Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1. De raad van toezicht bestaat uit vijf of zeven natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt uit hoeveel leden de raad van toezicht bestaat. 2. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de raad van toezicht. Benoeming geschiedt met inachtneming van een profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. De profielschets wordt vastgesteld door de raad van toezicht met inachtneming van de bepalingen uit de Wet medezeggenschap op scholen. 3. Bij een raad van toezicht van vijf leden onderschrijven twee leden de protestants-christelijke grondslag en twee andere leden het openbare karakter van de stichting. Bij een raad van toezicht van zeven leden zijn dat drie leden per grondslag. 4.

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt door de raad van toezicht uitgenodigd om voor één zetel een bindende voordracht te doen. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad houdt daarbij rekening met de voor de vacature geldende profielvereisten. 5. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. 6. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 7. Bezoldiging van leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het college van bestuur en de raad van toezicht geschieden op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld - en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt - reglement. Jaarlijks wordt door het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven.

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

8. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; het/de door de raad van toezicht aangewezen lid/leden van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. Een en ander met inachtneming van de normale privacybescherming. 9. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan of ondersteunen door één of meer deskundigen. 10. Ingeval van ontstentenis of belet van een of meer leden van de raad van toezicht, vormen de andere leden van de raad van toezicht, respectievelijk vormt het andere lid van de raad van toezicht een bevoegde raad van toezicht. Voor zover sprake is van ontstentenis van een of meer leden van de raad van toezicht is de raad van toezicht gehouden zo spoedig mogelijk met inachtneming van deze statuten door benoeming in de vacatures te voorzien, onverminderd zijn bevoegdheid ten minste voorlopig in een zodanige vacature te voorzien door de benoeming van een waarnemend lid van de raad van toezicht. Voor zover sprake is van belet van een of meer leden van de raad van toezicht is de raad van toezicht bevoegd, rekening houdend met dit belet, een of meer waarnemende leden van de raad van toezicht te benoemen.

Tot waarnemend lid van de raad van toezicht kan slechts worden benoemd een natuurlijke persoon die met inachtneming van het bepaalde in dit artikel benoembaar is tot lid van de raad van toezicht. Richtsnoer bij een en ander is, dat zoveel mogelijk doorlopend een zodanig aantal, al dan niet waarnemende, leden van de raad van toezicht de taak van de raad van toezicht kan vervullen, als strookt met het laatstelijk vastgestelde aantal leden van de raad van toezicht, zulks onverminderd de bevoegdheid van de raad van toezicht om dat laatstbedoelde aantal, met inachtneming van het in lid 1 bepaalde, in dit verband lager vast te stellen. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht, is het college van bestuur bevoegd een waarnemend lid van de raad van toezicht te benoemen. Tot waarnemend lid van de raad van toezicht kan slechts worden benoemd een natuurlijke persoon die met inachtneming van het bepaalde in dit artikel benoembaar is tot lid van de raad van toezicht. Dit waarnemend lid heeft tenminste tot taak zo spoedig mogelijk in de bestaande vacatures te voorzien. 11. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. Artikel 11: Taken en bevoegdheden 1.

De raad van toezicht functioneert onafhankelijk van het college van bestuur. 2. Naast de wettelijke toezichthoudende taak fungeert de raad van toezicht als werkgever van de leden van het college van bestuur. In die hoedanigheid komen de raad van toezicht alle arbeidsrechtelijke bevoegdheden en verplichtingen toe waaronder de vaststelling van een sectorconforme en wettelijk bepaalde beloning. 3. Conform de code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 171 Wet op het primair onderwijs heeft de raad van toezicht een klankbordfunctie naar het college van bestuur. 4. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden, voor zover deze statuten niet anders bepalen, genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 5. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich véér het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 6.

Een lid van de raad van toezicht onthoudt zich van deelname aan besluitvorming voor zover hij een persoonlijk belang heeft bij het betreffende besluit. 7. Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen.

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

8. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeenten waar de scholen staan, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden véér het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 9. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 10. De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 11. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 12. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend.

Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 13. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend. 14. De raad van toezicht regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft bij reglement. In ieder geval wordt hierin een regeling voorzien betreffende de wijze van vergaderen en de wijze van besluitvorming en de wijze waarop vorm gegeven wordt aan de verplichting uit artikel 17c. lid 3 van de Wet op het primair onderwijs. Artikel 12: Defungeren Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn onder curatele stelling of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld; c. door zijn aftreden op eigen verzoek; d. door het aangaan van een dienstverband met de stichting; e. door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf; f. door ontslag hem verleend door de overige leden van de raad van toezicht; g.

wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surseance van betaling verkrijgt; h. door zijn aftreden op grond van het rooster van aftreden. VERTEGENWOORDIGING Artikel 13 1. De leden van het college van bestuur vertegenwoordigen gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk de stichting in en buiten rechte. 2. Indien de stichting een tegenstrijdig belang heeft met het college van bestuur, zulks ter beoordeling van de raad van toezicht, wordt de stichting vertegenwoordigd door de raad van toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de raad van toezicht om één of meer personen, al dan niet uit zijn midden, aan te wijzen om de stichting te vertegenwoordigen. 3. Het college van bestuur kan volmacht verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

FINANCIEEL BELEID EN GELDMIDDELEN Artikel 14 1. Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar. 2. Jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt het college van bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. De jaarrekening moet worden goedgekeurd door de raad van toezicht. Het jaarverslag wordt openbaar gemaakt. 3. Het college van bestuur zendt de ontwerpjaarrekening vóór 1 juni aan de raad van toezicht. Na de goedkeuring door de raad van toezicht wordt de jaarrekening uiterlijk 30 juni vastgesteld door het college van bestuur. 4. De jaarrekening wordt ondertekend door ieder lid van het college van bestuur en ieder lid van de raad van toezicht. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 5. De raad van toezicht draagt jaarlijks het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen registeraccountant. 6. Het college van bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening ter kennisgeving aan gemeenteraad van Almelo. De gemeenteraad van Almelo kan aan het college van bestuur een reactie op de vastgestelde jaarrekening zenden indien de gemeenteraad van Almelo van mening is dat de belangen van het openbaar onderwijs in het geding zijn.

Het college van bestuur informeert de raad van toezicht omtrent een dergelijke reactie, alsmede over het antwoord dat terzake aan de gemeenteraad van Almelo wordt gezonden. VERANTWOORDING Artikel 15 1. Het college van bestuur draagt zorg voor een periodieke verantwoording aan de bij de scholen betrokken belanghebbenden. 2. Gelet op de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs, brengt het college van bestuur jaarlijks aan de gemeenteraad van Almelo verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 3. Gelet op de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs, informeert het college van bestuur de gemeenteraad van Almelo als bedoeld in het vorige lid gevraagd en ongevraagd, tijdig en volledig, over ontwikkelingen die van belangrijke invloed kunnen zijn op de continuïteit van de openbare scholen van de stichting. STATUTENWIJZIGING Artikel 16 1. Het college van bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht. 2. Goedkeuring kan slechts worden verleend in een vergadering waarin alle leden aanwezig dan wel vertegenwoordigd zijn en met een meerderheid van ten minste twee derde van de stemmen. Een lid van de raad van toezicht kan hooguit één lid van de raad van toezicht schriftelijk machtigen.

Een schriftelijke machtiging wordt aan het begin van de vergadering voorgelegd aan de voorzitter. 3. Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Als de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is, niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen. 5. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraad van Almelo. Goedkeuring door de gemeenteraad kan slechts worden onthouden indien een overheersende invloed van de overheid in de statuten niet langer is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft,

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

6. Voor zover de stichting een samenwerkingsschool in stand houdt, is wijziging van de statuten voor zover die betrekking heeft op de regeling over de identiteitscommissie als bedoeld in artikel 4 lid 4, slechts mogelijk indien het college van bestuur en de identiteitscommissie(s) daartoe gezamenlijk besluiten. 7. Het college van bestuur draagt zorg voor de uitvoering van het besluit. De statutenwijziging komt tot stand door middel van een daartoe op te maken notariële akte. Een authentiek afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het Handelsregister en worden ter kennisneming gezonden aan de gemeenteraad van Almelo. ONTBINDING VAN DE STICHTING, JURIDISCHE FUSIE EN SPLITSING Artikel 17 1. Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot fusie en splitsing van de stichting. Op een dergelijk besluit zijn de bepalingen van artikel 16, lid 1 tot en met 4 en 7 van overeenkomstige toepassing. 2. Uitsluitend een besluit tot fusie waarbij de stichting verdwijnt, Is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad van Almelo. Een besluit tot fusie waarbij de stichting als verkrijgende rechtspersoon optreedt, is niet onderworpen aan zodanige goedkeuring. 3.

Een besluit tot overdracht van een of meer scholen waar openbaar onderwijs wordt gegeven aan een andere rechtspersoon die daartoe bevoegd is, is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad van Almelo. Artikel 18 1. Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op een besluit tot ontbinding zijn zoveel mogelijk de bepalingen van artikel 16 van toepassing. 2. Hiertoe zal voorafgaand aan de besluitvorming terzake ontbinding van de stichting overleg gevoerd worden met de gemeenteraad van Almelo om de overheersende invloed van de overheid in deze te waarborgen. 3. Een na ontbinding overblijvend batig saldo wordt bestemd voor een doel, zoveel mogelijk overeenkomende met dat van de stichting, aan te wijzen door de raad van toezicht. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. Artikel 19 1. De vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting en de afwikkeling van haar zaken geschiedt door het college van bestuur. 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de regels, taken en bevoegdheden van de raad van toezicht.

In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden ’in liquidatie’. 3. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. 4. De stichting houdt in geval van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het Handelsregister. SLOTBEPALINGEN Artikel 20 1. Indien binnen de stichting verschil van mening bestaat over de uitleg van enige bepaling van deze statuten beslist het college van bestuur, na goedkeuring van de raad van toezicht. 2. In de gevallen waarin noch door de statuten noch door het bestuursreglement wordt voorzien, beslist het college van bestuur, na goedkeuring van de raad van toezicht. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2, beslist in aangelegenheden die tot de taken, bevoegdheden en interne aangelegenheden van de raad van toezicht behoren, de raad van toezicht

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

in plaats van het college van bestuur. 4. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente Almelo, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. OVERGANGSBEPALING Voor zover vereist in afwijking van het gestelde in de artikelen 7 en 10 worden bij inwerkingtreding van deze statuten benoemd: A. als eerste leden van het college van bestuur - … B. als eerste leden van de raad van toezicht

Conceptstatuten Samenwerkingsstichting Almelo – finale versie zoals goedgekeurd door PCO NT en OPOA

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=4fb2b899-20dd-40e3-af4b-4c80d773f504