CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

10.2 Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Armoedebeleid - Bijlage 2 - Nota van Bevindingen rekenkamerrapport Armoedebeleid

Raad 15 oktober 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Armoedebeleid26.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

‘Versnipperd en Verweven’ Evaluatie Armoedebeleid Rekenkamer Almelo

Opdrachtgever Rekenkamer Almelo Datum 27 juni 2024 Auteurs Bert van Putten Anieta Boer Maaike Bonnema KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 1. Armoedebeleid in de gemeente Almelo .................................................................................... 5 1.1. Lokale context ..................................................................................................................... 5 1.2. Beleidsvisie en doelstellingen armoedebeleid .................................................................... 9 1.3. Beleidscyclus .................................................................................................................... 13 1.4. Landelijk beleid ................................................................................................................. 15 2. Uitvoering armoedebeleid ....................................................................................................... 16 2.1. Werkwijze gemeentelijke toegang .................................................................................... 16 2.2. Samenwerking .................................................................................................................. 18 2.3. Preventie ........................................................................................................................... 23 2.4.

Regelingen armoedebeleid ............................................................................................... 23 2.5. Aanvraagprocedure .......................................................................................................... 27 2.6. Informatievoorziening ....................................................................................................... 28 3. Monitoring en verantwoording armoedebeleid ........................................................................ 31 3.1. Begroting en jaarrekening ................................................................................................. 31 3.2. Effecten van het armoedebeleid ....................................................................................... 34 3.3. Verantwoording ketenpartners.......................................................................................... 35 3.4. Monitoring ......................................................................................................................... 38 4. Adaptiviteit van beleid en uitvoering ........................................................................................ 40 Bijlage 1. Normenkader ............................................................................................................... 42 Bijlage 2.

Resultaten behoeftepeiling doelgroep ......................................................................... 45 Bijlage 3. Chronologisch overzicht belangrijkste stukken gemeenteraad ................................... 56 Bijlage 4. Overzicht deelnemers Armoedepact ........................................................................... 60 Bijlage 5. Lokale context gemeente Almelo ................................................................................ 60 Bijlage 6. Wettelijk kader armoedebeleid .................................................................................... 62 Bijlage 7. Systematiek Armoede Index ....................................................................................... 63 Bijlage 8. Resultaten enquête onder ketenpartners .................................................................... 64 Bijlage 9. Website analyse .......................................................................................................... 69

1

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

Inleiding Aanleiding onderzoek Het armoedebeleid is in de gemeente Almelo een actueel thema. De Rekenkamer Almelo (RKA) besloot op basis van weging van de onderwerpen die o.a. door de verschillende fracties in de gemeenteraad waren aangedragen om een onderzoek te doen naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het armoedebeleid en de uitvoering daarvan. Afbakening onderzoek Dit onderzoek richt zich op het armoedebeleid van de gemeente Almelo. De gemeente heeft geen overkoepelende definitie van armoede vastgelegd. In het huidige onderzoek richten we ons op de regelingen die de gemeente biedt, al dan niet in samenwerking met partnerorganisaties, om inwoners met de laagste inkomens tegemoet te komen. De gemeentelijke regelingen zijn gebaseerd op het wettelijk sociaal minimum (de bijstandsnorm). Voor dit onderzoek hanteren we de beleidsmatige inkomensgrens, die is gebaseerd op het wettelijk sociaal minimum1. Het onderzoek betreft de beleidsperiode 2019 tot heden. Onderzoeksvragen Voor het onderzoek gaan we uit van de onderzoeksvragen die de Rekenkamer heeft opgesteld.

De hoofdvraag voor het onderzoek luidt: “Is het armoedebeleid van de gemeente Almelo aangepast op de nieuwe omstandigheden (doelgroepen) en navolg- en toetsbaar, met voldoende aandacht voor preventie? En welke waarborgen zijn er voor een effectieve uitvoering?” Naast de hoofdvraag zijn er diverse deelvragen opgesteld. De deelvragen zijn in de bevindingenrapportage thematisch onderverdeeld in de volgende onderwerpen. Armoedebeleid algemeen 1. Hoe ziet het armoedebeleid in de gemeente Almelo eruit? 2. Welke definitie van armoede hanteert de gemeente in haar beleid? 3. Is er sprake van een SMART opgesteld beleid, waarin middelen en voorgenomen activiteiten zijn gekoppeld aan doelstellingen? 4. Is het beleid complementair aan maatregelen die door andere overheden worden geïmplementeerd? 5. Welk onderdeel heeft preventie (voorkomen van armoede) in het beleid? 6. Is het beleid en de uitvoering gebaseerd op een (actuele) analyse van de specifieke armoede in Almelo? 7. Is in het beleid en uitvoering rekening gehouden met de nieuwe omstandigheden rond armoede, zoals de veranderingen in aantal, grootte of omstandigheden van doelgroepen?

1 De normbedragen per maand per 1 januari 2024 zijn als volgt voor personen van 21 jaar tot de AOW

leeftijd: alleenstaanden/ Alleenstaande ouders/ eenpersoonshuishoudens: €1.284. Partners/ gehuwden en samenwonenden: €1.834. Als er sprake is van kostendelers, wordt daar op gecorrigeerd. De gemeente Almelo heeft geen duidelijke definitie vastgesteld voor armoede. In Nederland worden verschillende begrippen gehanteerd om armoede te definiëren: het Sociaal en Cultureel Planbureau gebruikt het niet-veel-maar-toereikend-budget het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert de lage inkomensgrens om armoede te definiëren vanuit het financiële perspectief. de beleidsmatige inkomensgrens, die is gebaseerd op het wettelijk sociaal minimum. Voor het in kaart brengen van de doelgroep wordt in dit rapport deze definitie gehanteerd. Op deze website staan de verschillen tussen de definities van de lage inkomensgrens en de beleidsmatige inkomensgrens nader uitgelegd: De afwijkingen tussen de lage inkomensgrens en de beleidsmatige inkomensgrens zijn volgens het CBS gering https://longreads.cbs.nl/armoede-en-sociale-uitsluiting2023/bijlage/

2

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

8. Welke rol hadden en hebben inwoners en ervaringsdeskundigen bij de totstandkoming van het beleid? 9. Welke rol had de gemeenteraad? 10. Welke rol hadden en hebben diverse adviesraden bij de totstandkoming en evaluatie van het beleid? Uitvoering van het armoedebeleid 11. Is het beleid navolgbaar vertaald in uitvoeringsregels/ programma en hoe ziet dat er uit? 12. Heeft de gemeente voldoende aandacht besteed aan het bereik (de bekendheid) van het beleid? 13. Welke taken heeft de gemeente t.a.v. het armoedebeleid bij andere organisaties belegd en welke afspraken zijn hierover gemaakt? 14. Worden de uitgangspunten van het armoedebeleid door elk van de betrokken instanties (goed) toegepast? Monitoring en verantwoording van het armoedebeleid 15. Op welke wijze vindt monitoring van het beleid plaats? 16. Op welke wijze worden resultaten gemeten? 17. Zijn er voldoende middelen (budget en personeel) beschikbaar om het beleid uit te voeren? 18. Welke partijen zijn op welke manier betrokken bij de monitoring en resultaatmeting? 19. Hoe wordt de raad tussentijds geïnformeerd? Adaptiviteit van beleid en uitvoering 20. Heeft de gemeente geborgd dat geleerd kan worden van de uitvoering, op basis waarvan beleid kan worden bijgesteld? 21.

Heeft de gemeente geborgd dat de snelheid van aanpassingen in beleid en uitvoering mee kan bewegen met de ontwikkelingen? Op basis van deze onderzoeksvragen is een normenkader ontwikkeld, te vinden in bijlage 1. Onderzoeksaanpak en verantwoording Het onderzoek is uitgevoerd in een aantal fasen. De eerste fase van het onderzoek bestond uit deskresearch. In deze fase is een uitgebreide analyse uitgevoerd van het geformuleerde beleid, de verantwoording en de wijze waarop de gemeenteraad is betrokken bij de kaderstelling en het controleren van de voortgang. Vervolgens zijn in de tweede fase de uitkomsten van de analyse getoetst en verdiept in interviews met beleidsadviseurs, uitvoerend medewerkers van de gemeente, de gemeenteraad en de betrokken wethouder. Daarnaast zijn drie ketenpartners die actief zijn op het gebied van armoede in de gemeente Almelo geïnterviewd, namelijk Almelo Sociaal, Almelo Doe(t) Mee en Avedan. Ook zijn alle 57 ketenpartners verbonden in het Armoedepact Almelo benaderd met een enquête. Deze enquêtes zijn verspreid tijdens de Armoedeconferentie Almelo in december 2023 en vervolgens digitaal verstuurd naar de partners van het Armoedepact. In totaal hebben 18 respondenten de vragenlijst ingevuld. We beoordelen de respons op deze enquête niet op basis van aantallen, maar op basis van verzadiging van resultaten2.

De enquête is uitgezet om 2 Gezien de relatief kleine groep aan organisaties (57) die aangeschreven kan worden bij de enquête onder

ketenpartners, zou de respons rond de 85 procent moeten liggen om statistisch betrouwbare resultaten te behalen. In termen van het ophalen van relevante informatie voor het huidige onderzoek is dit echter minder relevant. Er zijn namelijk ook organisaties betrokken bij het Armoedepact die minder direct te maken hebben met het armoedebeleid (en de doelgroep hiervan) van de gemeente Almelo (voorbeelden zijn GGDinstellingen, banken en de politie). In dit geval is het relevanter om te kijken naar de verzadiging aan informatie die is opgehaald middels de enquête. Met 18 ingevulde enquêtes hebben wij een breder beeld kunnen schetsen van de (ervaren) uitvoering van het armoedebeleid in Almelo.

3

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

verdiepende informatie op te halen over de uitvoering van het armoedebeleid in Almelo3. De verkregen input biedt nu een aanvulling op de gesprekken die zijn gevoerd met de, voor dit onderzoek, meest relevante ketenpartners in Almelo. In de derde fase is er een enquête4 gehouden onder de inwoners die gebruikmaken van een regeling in het kader van armoedebeleid in de gemeente en inwoners die de energietoeslag hebben aangevraagd. De vragenlijst is in totaal verstuurd naar 6.000 inwoners in de gemeente Almelo. Daarnaast zijn inwoners door ketenpartners benaderd om de vragenlijst in te vullen. In totaal hebben 563 respondenten de enquête ingevuld (168 online en 395 op papier), waarvan vier inwoners via de ketenpartnerorganisaties. Dat brengt de respons op 9 procent. De respons is ruim voldoende om uitspraken te doen over de volledige doelgroep van huishoudens die gebruikmaken van het armoedebeleid in de gemeente Almelo5. De doelgroep is gevraagd naar hun mening over het beleid, de effecten en de verbeterpunten. De resultaten uit de enquête zijn gebruikt om meer inkleuring en duiding te geven aan de feiten uit de documentenstudie en de gesprekken. Als aanvulling op alle opgehaalde resultaten uit bovenstaande fases, heeft KWIZ de website van de gemeente tot slot geanalyseerd op de beschikbare informatie over de gemeentelijke regelingen.

Middels een scoreformulier beoordelen wij verschillende onderdelen van de informatievoorziening van de gemeente, om vervolgens de resultaten te beschrijven. Op basis van de bevindingen uit deze fasen is de bevindingenrapportage opgesteld. Dankzegging Zonder de zeer coöperatieve medewerking van betrokkenen vanuit de gemeente Almelo en de ketenpartners was dit onderzoek niet tot stand gekomen. We willen daarom de gemeente en betrokken partijen hartelijk danken voor de prettige samenwerking gedurende het onderzoek. Leeswijzer In deze bevindingenrapportage, staan de feitelijke bevindingen uit het onderzoek beschreven, aangevuld en ingekleurd met de resultaten van de verschillende interviews en de gehouden enquêtes. De opbouw van deze rapportage is als volgt. In het eerste hoofdstuk wordt nader ingegaan op de lokale context van het armoedebeleid, de feitelijke armoedeproblematiek en de visie en de doelstellingen van het armoedebeleid in de gemeente Almelo. Het tweede hoofdstuk gaat nader in op de resultaten die de gemeente Almelo wil behalen in het armoedebeleid. Ook staat in grote lijnen beschreven op welke wijze inwoners een aanvraag voor een voorziening uit het armoedebeleid kunnen doen en met welke samenwerkingspartners de gemeente samenwerkt in de uitvoering van het armoedebeleid.

In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op de monitoring en verantwoording van de gemeentelijke beleidsdoelen. Hierbij wordt gekeken naar de effecten van het beleid en de wijze waarop de raad geïnformeerd wordt. Tot slot komt in het vierde hoofdstuk de adaptiviteit van het gemeentelijke beleid aan bod. Bij het rapport zitten verschillende bijlagen. In bijlage 1 staat het normenkader weergegeven dat wordt gehanteerd voor dit onderzoek. In bijlage 2 staan de resultaten van de behoeftepeiling onder de doelgroep uitgewerkt. In bijlage 3 staat een chronologisch overzicht van de belangrijkste stukken rond het armoedebeleid die aan de orde zijn geweest in de gemeenteraad. In bijlage 4 staat een overzicht van de deelnemers van het Armoedepact. De lokale context van armoede in de gemeente Almelo wordt in bijlage 5 meer in detail beschreven. Bijlage 6 bevat een overzicht van het wettelijk kader van het armoedebeleid. De systematiek van de Armoede Index van KWIZ staat in bijlage 7. In bijlage 8 staan de resultaten van de enquête onder de ketenpartners. De resultaten van de website analyse is tot slot weergegeven in bijlage 9. 3 De opgehaalde informatie middels de enquête onder de ketenpartners is weergegeven in een bijlage. In

het rapport komt de informatie op verschillende plaatsen terug. 4 De resultaten van deze behoeftepeiling zijn opgeleverd als bijlage zodat de diagrammen en bijbehorende duiding weergegeven kunnen worden. In voorliggend rapport is een samenvatting van de resultaten opgenomen. Dit komt de leesbaarheid en gerichte beantwoording van de onderzoeksvragen ten goede. 5 Voor een doelgroep van deze omvang is bij een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent een respons nodig van 362 ingevulde enquêtes (6 procent) om betrouwbare uitspraken te kunnen doen.

4

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

1. Armoedebeleid in de gemeente Almelo In dit hoofdstuk staat het armoedebeleid van de gemeente Almelo centraal. Na een schets van de armoedeproblematiek in de gemeente volgt in paragraaf 1.2 de visie en de doelstellingen van het armoedebeleid. Paragraaf 1.3 gaat in op de beleidscyclus van de gemeente. In paragraaf 1.5 is tot slot een schets van het landelijke armoedebeleid weergegeven. Onderzoeksvragen armoedebeleid algemeen 1 Hoe ziet het armoedebeleid in de gemeente Almelo eruit? 2 Welke definitie van armoede hanteert de gemeente in haar beleid? 3 Is er sprake van een SMART opgesteld beleid, waarin middelen en voorgenomen activiteiten zijn gekoppeld aan doelstellingen? 4 Is het beleid complementair aan maatregelen die door andere overheden worden geïmplementeerd? 5 6 7

8 9 10

Welk onderdeel heeft preventie (voorkomen van armoede) in het beleid?; Is het beleid en de uitvoering gebaseerd op een (actuele) analyse van de specifieke armoede in Almelo? Is in het beleid en uitvoering rekening gehouden met de nieuwe omstandigheden rond armoede, zoals de veranderingen in aantal, grootte of omstandigheden van doelgroepen? Welke rol hadden en hebben inwoners en ervaringsdeskundigen bij de totstandkoming van het beleid? Welke rol had de gemeenteraad? Welke rol hadden en hebben diverse adviesraden bij de totstandkoming en evaluatie van het beleid?

1.1. Lokale context In deze paragraaf staan enkele kerngegevens over de inkomens- en vermogenspositie van huishoudens en inwoners van de gemeente Almelo. Aangezien de gemeente Almelo zelf niet actief monitort op de ontwikkeling in de doelgroep voor het armoedebeleid is voor dit onderzoek in het onderstaande gebruik gemaakt van de Armoede Index van KWIZ. In bijlage 5 staat een meer uitgebreid overzicht van de cijfers. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het aantal huishoudens dat rond dient te komen van een laag inkomen in de gemeente Almelo op basis van deze definitie. Tabel 1.1.1 Ontwikkeling aantal en aandeel huishoudens in armoede, bron Armoede Index KWIZ 6 Jaar

Inkomen tot 101 procent sociaal minimum

Inkomen tot 115 procent sociaal minimum

Inkomen tot 121 procent sociaal minimum

20167

4.443 (14,0%)

4.982 (15,7%)

Nb

2021

3.710 (11,4%)

4.656 (14,2%)

5.023 (15,4%)

2022

3.621 (10,8%)

4.392 (13,2%)

4.751 (14,2%)

2023

3.407 (10,1%)

4.184 (12,4%)

4.509 (13,4%)

6 Zie bijlage 7 voor een technische toelichting op de systematiek van de Armoede Index. 7 Bron: Evaluatie minimaregelingen Almelo, KWIZ, 2017

5

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

Figuur 1.1.1. Ontwikkeling aantal huishoudens in armoede 2016-2023, , bron Armoede Index KWIZ

Ontwikkeling huishoudens in armoede 6.000 4982 5.000 4.000

4.443 3.710 3.621

4656

5023 4392 4184

4750

4509

3.407

3.000 2.000 1.000 0 101 % Wsm

116% Wsm 2016

2021

2022

121% Wsm 2023

De omvang van de doelgroep is de afgelopen jaren in absolute en relatieve zin gedaald. In 2022 moesten circa 3.700 huishoudens rondkomen van een inkomen tot 100 procent van het Wettelijk Sociaal Minimum, in 2023 is dit gedaald naar 3.400 huishoudens. Het aandeel huishoudens dat van een minimuminkomen moet rondkomen ligt in de gemeente Almelo boven het landelijk gemiddelde (9 procent). Ook landelijk daalt het aantal en aandeel huishoudens dat rond moet komen van een laag inkomen: van 9,2 procent naar 8,4 procent in 2023. De daling in Almelo is relatief groter dan de landelijke trend. Naar inkomensbron is de helft van de huishoudens op de inkomensgrens van 115 procent van het wettelijk sociaal minimum afhankelijk van een bijstandsuitkering en circa 30 procent heeft een ouderdomspensioen. Verder bestaat 5 procent uit de zogenaamde werkende armen en is 4 procent ondernemer. Ten opzichte van een eerdere meting in 2016 is het aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering gedaald. Naast de inkomensgrens is er de laatste jaren ook veel aandacht geweest voor groepen die formeel een hoger inkomen hebben, maar moeite hebben met rond komen. In maart 2024 is een nieuw onderzoek verschenen naar de financiële kwetsbaarheid van huishoudens in Nederland8. .

Financieel kwetsbare huishoudens zijn weliswaar vaak in staat om maandelijks precies rond te komen of houden een beetje geld over, maar het ontbreekt hen vaak aan mogelijkheden om toereikende financiële buffers op te bouwen. Financieel ongezonde huishoudens hebben het zeer zwaar om hun financiële gezondheid in balans te houden. Zo had 96% van de financieel Ongezonde huishoudens in meer of mindere mate moeite om de rekeningen te betalen of slaagde zij hier überhaupt niet in. Dit maakt hen vatbaar voor eventuele tegenslagen. In het onderstaande kader staat een overzicht van de belangrijkste uitkomsten.

8 Financiële gezondheid,

Samen navigeren door onzekere tijden, Deloitte, maart 2024. Deze informatie is niet specifiek voor de gemeente Almelo beschikbaar. Het is dus niet bekend of dit 1 op 1 naar Almelo vertaald kan worden.

6

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

In het onderzoek is de financiële kwetsbaarheid van huishoudens onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat in 2023 Nederlandse huishoudens ondanks onzekere tijden meer balans vonden in de verschillende aspecten van hun financiële leven. Zoals te zien is in de onderstaande figuren, nam het aantal financieel gezonde huishoudens toe van 21% naar 26% en ook de groep financieel toereikende huishoudens werd groter (van 19% naar 21%). Dat betekent tegelijk dat het aandeel van de financiële gezondheidsniveaus kwetsbaar en ongezond kleiner werd, van 60% in 2022 naar 53% in 2023. Een verbetering dus, maar meer dan de helft van de Nederlandse huishoudens bevindt zich nog altijd in een financieel kwetsbare situatie.

De ontwikkeling van het aantal kinderen in armoede binnen de gemeente Almelo staat in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 1.1.2 Ontwikkeling aantal en aandeel kinderen in armoede, bron Armoede Index KWIZ Inkomen tot 101 Inkomen tot 115 Inkomen tot 121 Inkomen tot 131 Jaar procent sociaal procent sociaal procent sociaal procent sociaal minimum minimum minimum minimum 2022

1.520 (10,9%)

1.765 (12,6%)

1.870 (13,4%)

2.270 (16,3%)

2023

1.317 (9,5%)

1.606 (11,6%)

1.770 (12,7%)

2.090 (15,0%)

Het aantal en aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 100 procent van het Wettelijk Sociaal Minimum is sinds 2022 gedaald van 1.520 (10,9 procent) naar 1.317 (9,5 procent). Uit de sociaaleconomische analyse van Almelo9 blijkt dat de gemeente Almelo op een aantal onderdelen slechter scoort ten opzichte van Nederland als geheel, de provincie Overijssel en vergelijkbare gemeenten qua grootte en stedelijkheid. Het vermogen, zowel gemiddelde als mediaan, is in Almelo lager. Daarnaast is het aandeel huishoudens met problematische schulden in de gemeente Almelo (11,1%) hoger dan in Overijssel (6%) en gemeentes met vergelijkbare inwonersaantallen (7%) en stedelijkheid (8%). De hoogte van de gemiddelde schulden is echter lager dan de gemiddelde schuld in de provincie en vergelijkbare gemeentes. Verder spelen in de gemeente Almelo meer gezondheidsklachten dan in de gebieden waarmee vergeleken wordt. Zo is de gemiddelde levensverwachting lager en heeft een groter aandeel van de bevolking last van chronische aandoeningen terwijl de demografische leeftijdsgroepen van de bevolking niet veel afwijken van de provincie en vergelijkbare gemeentes. Sociaaleconomische gezondheidsverschillen kunnen hierbij van invloed zijn. In 2019 is dit door het CBS in kaart gebracht.

De SES-WOA score is voor het eerst bepaald door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van gegevens over financiële welvaart (W), opleidingsniveau (O) en recent arbeidsverleden (A) van de huishoudens in de betreffende regio. Een hogere score reflecteert een hogere sociaaleconomische status.

9 Zie bijlage 5 voor de onderliggende cijfers

7

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

Figuur 1.1.2. Sociaal economische status Almelo vergeleken met andere Twentse gemeenten, CBS 2019

Sociaaleconomische gezondheidsverschillen treden op bij een samenloop van verschillende omstandigheden. Sociaal economische gezondheidsverschillen (SEGV) zijn systematische verschillen in gezondheid en levensverwachting, afhankelijk van iemands positie in de maatschappij, veelal uitgedrukt in sociaal economische status (SES). Sociaal economische status wordt bepaald op basis van opleiding, inkomen en positie op de arbeidsmarkt. In Nederland leven mensen met basisonderwijs of vmbo gemiddeld 4 jaar korter dan mensen met hbo of een universitaire opleiding. En zelfs 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid. Naast opleiding zijn ook inkomen en positie op de arbeidsmarkt belangrijke algemene indicatoren voor de sociaal economische status, en daarmee voor gezondheid. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de gezonde levensverwachting. Ook het hebben van bijvoorbeeld een bijstandsuitkering of schulden hangt samen met slechtere gezondheid. Gezondheid wordt bepaald door verschillende sociale determinanten. Veel daarvan hangen samen met sociaaleconomische status en liggen vaak buiten het gezondheidsdomein, zoals . ongunstige woon- en werkomstandigheden, ongezondere leefstijl, laaggeletterdheid, armoede en schulden. Bij inwoners met een migrantenachtergrond spelen ook andere risicofactoren voor een slechtere gezondheid een rol.

Bron: https://www.pharos.nl/factsheets/sociaaleconomische-gezondheidsverschillen-segv/

De gemeente Almelo heeft een duidelijk lagere score dan de omliggende gemeenten met uitzondering van de gemeente Enschede. In het onderstaande tekst vak staat een nadere toelichting op de gevolgen voor de gezondheid. Het aantal banen per 1.000 inwoners is in de gemeente Almelo hoger dan zowel Overijssel als in gemeentes met een vergelijkbaar inwonersaantal en type stedelijkheid. Het aandeel werklozen wijkt niet af. Signaleringen rond ontwikkelingen in de doelgroep In de interviews is ten aanzien van de ontwikkelingen in de doelgroep een aantal (nietgeverifieerde) signaleringen opgedaan. Ook geven ketenpartners in de online enquête aan of de doelgroep voldoende in beeld is. Specifiek voor de gemeente Almelo wordt gesignaleerd dat armoede veelal langdurig is en van generatie tot generatie overgaat. Volgens een aantal ketenpartners 'houdt dit waarschijnlijk verband met de textielfabrieken uit het verleden die verloren zijn gegaan'. Daarbij staan er relatief veel betaalbare huizen in de gemeente. Ketenpartners benadrukken dat er in Almelo sprake is van relatief veel sociale problematieken onder inwoners. De doelgroepen van het armoedebeleid die lastig te bereiken zijn voor de gemeente en ketenpartners zijn (eenzame) ouderen en zorgmijders.

Uit de gesprekken komt naar voren dat dit groepen zijn die minder in beeld zijn, doordat zij minder gebruik maken van de regelingen of andersoortige ondersteuning die in de gemeente wordt aangeboden. Aan de ketenpartners is gevraagd of zij vinden dat de gemeente de doelgroep voldoende in beeld heeft. Van de 18 ketenpartners die de enquête hebben ingevuld vond ruim de helft dat de gemeente de doelgroep onvoldoende in beeld heeft. Als toelichting geven zij dat er sprake kan zijn van ‘stille armoede’ en dat het moeilijk is om zicht te krijgen op de volledige doelgroep. Vanuit de gemeente is aangeven dat het bereiken van de doelgroep veel inspanning vereist en dat inwoners pas laat in beeld komen. 67 procent van de ketenpartners die de enquête heeft ingevuld, ziet een groeiend aantal aanvragen voor ondersteuning. Afhankelijk van de organisatie wordt een groei in het aantal 8

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

kinderen of inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond met een hulp- of ondersteuningsvraag gesignaleerd. Bij Almelo Sociaal is een verschuiving van het type hulpvraag opgemerkt; er zijn minder aanvragen voor de energietoeslag, daarentegen meer voor het Noodfonds. Ook zien zij opvallend meer aanvragen voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. In de enquête onder ketenpartners is ook gevraagd naar ontwikkelingen in de doelgroep (zie figuur 1.1.2). Zij zien voornamelijk toenames in de complexiteit van de doelgroep en in de omvang van de doelgroep. Dit laatste komt niet overeen met de feitelijke ontwikkeling, namelijk dat de omvang van de groep huishoudens met een laag inkomen is gedaald de laatste jaren. Figuur 1.1.3. Ontwikkelingen in de doelgroep volgens ketenpartners (n= 15)

Welke ontwikkelingen in de doelgroep van uw organisatie constateert u de laatste drie jaar? Afname Aantallen Complexiteit van problematieken

Gelijk gebleven

7%

Toename

26% 20%

67% 80%

1.2. Beleidsvisie en doelstellingen armoedebeleid Er is geen algemeen beleidskader aangetroffen op het gebied van armoede. Wel zijn er diverse verordeningen en beleidsdocumenten met daarin de beleidsregels rondom de voorzieningen en het armoedebeleid. Ook is er geen definitie geformuleerd van armoede in het beleid van de gemeente. Verschillende stukken geven informatie over het beleid in Almelo. De volgende beleidsstukken zijn geraadpleegd: • Strategisch beleidsplan sociaal domein; • Actieplan beleid sociaal domein; • Programmacontract economie en participatie; • Programmacontract sociaal en vitaal; • Coalitieakkoord ‘Bouwen aan kansen voor iedereen’.

1.2.1. Strategisch beleidsplan sociaal domein In het ‘Strategisch beleidsplan sociaal domein’ staan de visie en de ambitie van het sociale domein beschreven. De ambitie luidt als volgt: ‘Onze ambitie is om duurzaam een kwalitatief hoogwaardig (sociale) infrastructuur en voorzieningenniveau in stand te houden voor kwetsbare inwoners die ondersteuning nodig hebben. Dit realiseren wij door verantwoord toe te werken naar een beperking van het beroep op voorzieningen in het sociaal domein zodat zorg, ondersteuning en participatie uiteindelijk kan worden bekostigd vanuit de middelen die we daarvoor van het Rijk ontvangen.’ In het beleidsplan staat ook een vijftal strategische doelen voor het sociale domein beschreven: 1. Bevorderen zelf oplossend vermogen. Het bevorderen van de zelfredzaamheid van de inwoners door onder andere de aanpak van laaggeletterdheid en de focus op betaalde arbeid.

9

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

2. Versterken ondersteunende sociale structuren en voorzieningen. Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers en het aanbieden van voorzieningen zodat er minder inwoners afhankelijk zijn van maatwerkvoorzieningen. 3. Ontwikkelen efficiënte en effectieve maatwerkvoorzieningen. Het stroomlijnen van de voorzieningen en het proces hieromheen. 4. Organiseren efficiënte en effectieve uitvoeringsorganisatie. De doorontwikkeling van de toegang tot de voorzieningen en de samenwerking tussen de medewerkers. 5. Meer middelen uitvoering taken sociaal domein. Er wordt gewerkt aan een ontschotting van de begroting om middelen effectiever in te zetten.

1.2.2. Actieplan beleid sociaal domein In het ‘Actieplan sociaal domein’ worden de strategische doelen van het beleidsplan sociaal domein verder uitgewerkt. Ook worden de beleidslijnen van de verschillende onderdelen in het sociale domein beschreven, waaronder het armoede- en schuldenbeleid. Daarnaast wordt er ingegaan op recente ontwikkelingen binnen het sociale domein, zoals de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis. In het actieplan wordt rond armoede een aantal aandachtspunten genoemd10: • Kinderen die opgroeien in armoede: de gemeente noemt dit zorgelijk, omdat deze kinderen een groter risico lopen op blijvende armoede. De gemeente zet in op het bevorderen van kansengelijkheid en zorgt voor stut- en steunvoorzieningen voor jeugdigen die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen als Stichting Jeugdfonds Almelo. • Voor inwoners ouder dan 18 jaar met een laag inkomen biedt de gemeente ook ondersteuning, zoals via Almelo Doet Mee (deelname aan activiteiten op het gebied van sport, kunst en cultuur), bijzondere bijstand en de andere regelingen (zie volgende paragraaf). • Waar nodig faciliteert de gemeente Almelo de verschillende initiatieven die er zijn in Almelo gericht op inwoners met een laag besteedbaar inkomen. Ook wijst de gemeente inwoners actief op het bestaan van deze voorzieningen.

Ook wordt in het actieplan ingegaan op de schuldenproblematiek en de bestrijding ervan. De gemeente geeft aan om net als bij de aanpak van armoede ook bij schulden in te zetten op preventie. Daarbij gaat het om vroegsignalering, aandacht voor jongvolwassenen, grip krijgen op bewindvoering, inzet op nazorg en ondersteuning bij samenloop van problematieken. Vanuit deze aandachtspunten staan in het actieplan over armoede en schulden twee beleidslijnen beschreven: • Preventie gericht op voorkomen van en snel oplossen van schulden. o In aanvulling op de beleidslijnen gericht op preventie (zie H4), zet de gemeente bij schuldhulpverlening in op vroegtijdig signaleren van (dreigende) schuldenproblematiek door samenwerking met externe partijen en huisartsen o Inzetten op oplossen problematische schuldensituaties met gecombineerde schuldhulpinterventies via het Schuldenlab in het algemeen en met specifieke aandacht voor jongvolwassenen tot 27 jaar (jongeren perspectief fonds) • Beperken gevolgen armoede (niet verder uitgewerkt). Vervolgens zijn de volgende prestatie indicatoren opgesteld voor deze beleidslijnen: • Aantal inwoners met problematische schulden (CBS). • Aantal inwoners met trajecten bij de Stadsbank. • Aantal inwoners in trajecten bij coaches financiën. • Aantal recidivisten dat terugkomt in schuldhulpverleningstraject.

• Aantal inwoners jonger dan 27 jaar met uitkering Participatiewet. • Aantal inwoners met bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. • Aantal kinderen dat opgroeit in armoede.

10 Daarnaast wordt ingegaan op de activiteiten rond schuldhulpverlening

10

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

Deze indicatoren zijn verder niet uitgewerkt in streefcijfers.

1.2.3. Programmacontract Economie en Participatie (afgerond in 2022) In dit document worden de uitgangspunten van het programma Economie en Participatie beschreven. Het 1e hoofddoel van dit programma luidde: ‘Almelo, hier wordt gewerkt’. Deze doelstelling was verdeeld over vier subdoelen en vijf operationele doelstellingen: 1. In 2022 doen minder Almeloërs een beroep op de bijstand en gaan meer Almeloërs van bijstand naar werk a. Een betere ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen dan in andere gemeenten (in 2022 naar 1,22%). b. Minder mensen in de bijstand (in 2022 naar 2200 bijstandsdossiers). 2. In 2022 sluiten vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt beter op elkaar aan. a. Minder spanning tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt (in 2022 naar “gemiddeld”, UWV spanningsindicator). 3. In 2022 zijn meer Almeloërs in staat om in de veranderende arbeidsmarkt aan het werk te komen of te blijven. a. Minder mensen terug naar de bijstand (in 2022 naar 20 mensen). 4. In 2022 zetten meer Almeloërs zich in voor hun stad of buurt. a. Meer bijstandsgerechtigden zetten zich in voor de samenleving (in 2022 naar 70% in de doelgroep “participatie”, voor de doelgroep zorgbehoevenden: pm). Om het hoofddoel en de subdoelen te realiseren is in het programma een tiental inspanningen beschreven. Twee van deze inspanningen hadden betrekking op het armoedebeleid: •

Inspanning 3: Uitvoeren van experiment(en) om te voorkomen dat het (netto) inkomen van mensen met bijstand en/of schulden afneemt bij het aanvaarden van werk. o Inwoners met een laag inkomen kunnen gebruikmaken van diverse landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Wanneer iemands inkomen toeneemt door middel van werk kunnen deze regelingen wegvallen. Werkaanvaarding kan in deze instantie leiden tot een terugval in het totale inkomen. In dit geval is er sprake van een zogenaamde armoedeval. De gemeente Almelo wil door middel van experimenten onderzoeken hoe een armoedeval kan worden voorkomen.

•

Inspanning 10: Het armoedebeleid is ondersteunend bij aan het werk gaan o Ad 1: De taakstelling van 4,8 miljoen. In het maatregelenplan sociaal domein wordt gesteld dat de uitgaven van het armoedebeleid beperkt moeten worden tot 4,8 miljoen. Om te voldoen aan deze taakstelling moeten bepaalde regelingen, zoals de individuele inkomenstoeslag, worden gewijzigd. De aanpassingen worden dusdanig ingericht dat het voor inwoners aantrekkelijker wordt om aan het werk te gaan. Dit stond voor het voorjaar van 2019 op de planning. ➢ De beleidsregels van de individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag zijn in 2019 gewijzigd. De bedragen van de individuele inkomenstoeslag zijn verlaagd en de referteperiode is verhoogd naar 60 maanden. Daarnaast is het bedrag van de individuele studietoeslag verhoogd11. o Ad 2: De collectieve zorgverzekering. De collectieve zorgverzekering is in de eerste instantie als pilot opgezet, maar deze wordt nu structureel gemaakt. De collectieve zorgverzekering wordt beschikbaar voor een bredere doelgroep, zodat werkenden hier ook gebruik van kunnen blijven maken. In de planning wordt aangegeven dat dit vanaf 2019 wordt doorgevoerd. ➢ De collectieve zorgverzekering is in 2024 nog steeds onderdeel van het aanbod aan minimaregelingen binnen de gemeente Almelo.

11 In 2022 zijn de landelijke regels rondom de studietoeslag gewijzigd. Zo is er bijvoorbeeld een minimum

bedrag vastgesteld en wordt er geen vermogenstoets meer uitgevoerd.

11

Gemeente Almelo

o

o

Nota van bevindingen definitief

Ad 3: De bewindvoering wordt anders ingericht. Een aantal bewindvoerders worden benaderd voor een experiment, zodat de uitvoering hiervan verbeterd kan worden. Het is de bedoeling dat deze veranderingen leiden tot een verbetering van de schuldensituatie en de zelfredzaamheid van de inwoner. Ad 4: Ondersteunen informele schuldhulpverlening via project SUS. Samen Uit de Schulden (SUS) is een samenwerking tussen diverse schuldhulpverleningsorganisaties om zo de klant beter van dienst te zijn. Deze samenwerking wordt doorontwikkeld.

In het monitoringshoofdstuk is aangegeven dat er een monitoringstool zou worden uitgewerkt die aansluit bij de begrotingscyclus. Ook rapporteerde de programmamanager aan de ambtelijke opdrachtgever en de bestuurlijke opdrachtgever over de voortgang van het programma.

1.2.4. Programmacontract Sociaal en Vitaal In dit document worden de doelen, visie en strategie van het programma Sociaal en Vitaal weergegeven. Dit programma is een doorontwikkeling van het programma Zorg, wat van 2019 tot 2022 van kracht was en is afgerond. Het beschrijft de plannen op verschillende zorgdomeinen binnen de gemeente. Hierbij ligt een speciale focus op jeugd. Voor het programma is input opgehaald bij verschillende partners van de gemeente. De volgende visie is geformuleerd: “Kinderen in Almelo ontwikkelen zich optimaal naar eigen vermogen, ongeacht waar hun wieg heeft gestaan. Onze inwoners helpen elkaar en kijken naar elkaar om. En iedereen is en voelt zich onderdeel van de samenleving. Onze inwoners zijn weerbaar en veerkrachtig. Al onze inwoners krijgen hierbij gelijke kansen. Zodat iedereen ook mee kan en gaat doen aan onze samenleving.” In dit programma worden strategische doelen en subdoelen beschreven om de positieve gezondheid en kansengelijkheid in Almelo te bevorderen. Er wordt onderkend dat jongeren en jongvolwassenen met een ondersteuningsbehoefte vaker uit arme gezinnen komen waarbij er sprake is van multiproblematiek. In de programmabegroting wordt beschreven dat €200.000 aan geoormerkt budget beschikbaar is gesteld voor kinderen in armoede (Klijnsma-middelen).

Met de opdracht dat er een inhoudelijk voorstel wordt uitgewerkt dat aansluit bij de programmadoelen. In het programma wordt aangegeven dat er in samenwerking met het schuldenlab, de schuldhulpspecialisten en een beleidsmedewerker uit het sociale domein wordt gewerkt aan een voorstel. Het uitgewerkte voorstel betrof enerzijds het inzetten van de zogenaamde Fashioncheques via het Jeugdfonds. Een Fashioncheque is een tegoedbon ter waarde van € 125,- voor elk kind van 0-20 jaar uit minima-huishoudens, te besteden bij een geselecteerd aantal winkels. Daar zijn in 2023 1.222 kinderen uit Almelo mee geholpen. Anderzijds is een deel van het budget (€50.000,-) gebruikt om schoolontbijten/ontbijtpakketten via basisscholen mogelijk te maken. In de begroting 2024 wordt op het gebied van armoede onder kinderen verder één concrete activiteit genoemd, namelijk het starten met een rijke schooldag voor het voortgezet onderwijs. In de begroting staat aangegeven dat “een rijke schooldag VO de mogelijkheid biedt voor additioneel aanbod voor de jongeren van 12-18 jaar dat kan aansluiten bij de concrete uitdagingen voor jongeren. Het kan zo een bijdrage leveren aan de preventie van problematiek op deze leefgebieden en meer kansengelijkheid voor deze jongeren.

In 2023 hebben we samen met betrokken partners en de jongeren in kaart gebracht hoe een rijke schooldag er voor deze doelgroep uit zou kunnen zien. We streven ernaar om begin 2024 te starten met de uitvoering.”

1.2.5. Coalitieakkoord ‘Bouwen aan kansen voor iedereen’ In dit coalitieakkoord worden de plannen voor de bestuursperiode 2022-2026 thematisch beschreven. In het hoofdstuk ‘Sociaal en vitaal’ beschrijven de coalitie houdende partijen dat ze willen zorgen voor meer kansengelijkheid. Ook wordt het volgende gezegd over het armoedebeleid:

12

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

“Het armoedebeleid zetten wij in de huidige vorm voort. Wij willen hiermee rust en duidelijkheid creëren. De bekendheid van regelingen willen wij verbeteren.”

1.2.6. Preventie In het Actieplan beleid sociaal domein wordt er een hoofdstuk gewijd aan het onderwerp preventie. De gemeente stelt hierin de (mentale) gezondheid van de inwoners te willen bevorderen door in te zetten op een preventieve aanpak. In dit hoofdstuk wordt onderkend dat stress en bestaansonzekerheid een negatieve invloed hebben op de (mentale) gezondheid van inwoners. De gemeente geeft aan dit te willen aanpakken: "De groep die het meest kwetsbaar is, is ook het moeilijkst te bereiken als het gaat om leefstijl en gezondheid. Er wordt gezocht naar manieren om mensen die te maken hebben met meerdere stress verhogende factoren en/of financieel krap zitten, toch mee te laten doen als het gaat om bewegen en gezonde voeding. Dit vanuit de optiek dat gezondheid een waarde in zichzelf is, en dat een verbetering van de eigen gezondheid leidt tot meer veerkracht en welbevinden.” Het onderdeel preventie wordt in het Almelose beleid voornamelijk benoemd in het kader van schuldhulpverlening. Daarnaast wordt arbeidsmarktparticipatie in het beleidsplan naar voren gebracht als vorm van preventie; een succesvolle toeleiding naar werk zorgt immers voor minder financiële kwetsbaarheid. Binnen het armoedebeleid van de gemeente Almelo wordt preventie met name ingezet op het gebied van kinderarmoede.

In het programma Sociaal en Vitaal wordt bijvoorbeeld eenmalig ingezet op het bestrijden van kinderarmoede om zo de kansengelijkheid in de gemeente te bevorderen. Voor dit onderdeel is binnen het programma ook budget beschikbaar gesteld. Ook wordt in de begroting 2024 aandacht besteedt aan dit onderwerp. Armoede wordt op deze manier in een vroeg stadium aangepakt.

1.3. Beleidscyclus De verschillende programma’s zijn met name vanuit het gemeentelijk perspectief tot stand gekomen. Op onderdelen zijn ketenpartners gevraagd om hun mening en advies. De gemeenteraad is meegenomen in de ontwikkeling ervan via informerende sessies. De gemeente past het beleid aan op basis van veranderende wet- en regelgeving, signalen uit bijvoorbeeld het Armoedepact of ervaringen van andere gemeenten. Ook wordt de beleving van ervaringsdeskundigen meegenomen die betrokken zijn bij het Armoedepact of actief zijn bij Almelo doe(t) mee. Verder worden de signalen van uitvoeringspartners opgehaald. Een voorbeeld van het laatste is de specifieke inrichting van de mogelijkheid om een energietoeslag via een aanvraag op papier te kunnen aanvragen voor weinig digitaal vaardige inwoners, dit naar aanleiding van ervaringen van Almelo Sociaal. Een ander voorbeeld waarin de gemeente vorm geeft aan een signaal vanuit een ketenpartner, is het verzoek voor het ophogen van het voucherbudget vanuit Almelo Sociaal. Almelo Sociaal heeft in 2023 aangegeven dat een indexatie van het budget wenselijk is, gezien de inflatie in die periode. Signalen vanuit de gemeenteraad kunnen tevens een beleidswijziging tewerkstellingen.

Naar aanleiding van een motie vanuit de gemeenteraad is in 2021 vastgesteld dat bijstandsgerechtigden voor € 1.200 op jaarbasis aan giften mogen ontvangen zonder dat dit gevolgen heeft voor de uitkering. Er is ook een voorbeeld waar de gemeente niet het advies van een ketenpartner heeft opgevolgd. Almelo Sociaal had een advies uitgebracht over de beleidswijzigingen rondom de bijzondere bijstand en de voucherverstrekkingen voor Almelo Doe(t) Mee. Deze wijzigingen hielden in dat bepaalde kosten, zoals zorgkosten en communicatiekosten, niet meer vergoed kunnen worden vanuit bijzondere bijstand. Ook zouden de vouchers van Almelo Doe(t) Mee alleen nog kunnen worden ingezet voor activiteiten in groepsverband. Almelo Sociaal vroeg zich in de adviesbrief onder andere af of de besparingen op het gebied van zorgkosten op de korte termijn niet voor meer gezondheidskosten zou zorgen op de lange termijn, en of dit niet in tegenstelling staat met de wens van het college om in te zetten op preventie. De gemeente heeft in een inhoudelijke reactie aangegeven dat de beleidswijzigingen hier niet mee in tegenspraak zijn, omdat het veelal gaat om geringe meerkosten waar bijna geen beroep op wordt gedaan. Daarnaast gaf Almelo Sociaal aan de regels rondom communicatiekosten gewijzigd te willen zien, omdat juist mensen 13

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

in deze tijd veel communicatiekosten maken (bijvoorbeeld voor internet/beeldbellen). In de inhoudelijke reactie gaf de gemeente aan dat het meer gebruiken van communicatie in veel gevallen niet tot meer kosten hoeft te leiden en dat wanneer er sprake is van noodzakelijke extra kosten er alsnog maatwerk kan worden geleverd. De gemeente heeft de signalen van Almelo Sociaal meegenomen in de overweging, maar heeft de adviezen niet opgevolgd. Bij nieuwe wijzigingen rond de uitvoering van minimaregelingen raadpleegt de gemeente altijd de Adviesraad Sociaal Domein. De Adviesraad Sociaal Domein is zelfstandig en functioneert onder de paraplu van Almelo Sociaal. In de Adviesraad zitten 8 mensen, deels gepensioneerd deels nog actief werkend12. Het advies van de Adviesraad wordt meegenomen in het definitieve besluit van de het College. Dit besluit wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. De Adviesraad Sociaal Domein geeft zelf aan op aanvraag maar ook ongevraagd advies te geven over (beleids)ontwikkelingen. Een voorbeeld van het laatste is dat de Adviesraad een ongevraagd advies heeft gegeven over het moment van uitbetalen van de energietoeslag. De Adviesraad kan ook beslissen geen advies te geven, wanneer een wijziging gering is. Dit is bijvoorbeeld voorgekomen bij de verruimen van de aanvraagperiode voor de bijzondere bijstand in 2022.

Beleidswijzigingen 2019-2023 In bijlage 3 staat een chronologisch overzicht met daarin onder andere de beleidswijzigingen die door de raad zijn behandeld. Dit zijn de belangrijkste beleidswijzigingen op een rij: ▪ Wijziging van de individuele inkomenstoeslag en individuele studietoeslag – de hoogte van het bedrag en de referteperiode van de individuele inkomenstoeslag zijn gewijzigd wegens bezuinigingen in het armoedebeleid en om een armoedeval te voorkomen. Daarnaast is het bedrag van de individuele studietoeslag verhoogd om jongeren met een arbeidsbeperking te motiveren om te gaan studeren. ▪ Vaststelling nadere her prioritering armoedebeleid – hierin worden de wijzigingen toegelicht die zijn doorgevoerd om binnen het budget van het armoedebeleid te blijven. Er zijn twee belangrijke inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd binnen de bijzondere bijstand (met betrekking tot de eigen bijdrage Wmo en de toeslag voormalig alleenstaande ouders) en de beleidsregels rondom de uitgifte van vouchers voor Almelo Doe(t) Mee zijn gewijzigd. Deze kunnen nu alleen voor activiteiten in groepsverband worden uitgegeven. ▪ Verzelfstandiging Almelo Doe(t) Mee: Almelo Doe(t) mee viel voorheen formeel onder de gemeentelijke organisatie. Almelo Doe(t) mee is in 2021 verzelfstandigd, mede om de reden dat de vouchers flexibeler en gerichter ingezet kunnen worden.

▪ Energietoeslag: vanwege de stijgende energieprijzen hebben gemeenten budget gekregen van het Rijk om de energietoeslag uit te keren. ▪ Steunfonds: wegens de stijgende energieprijzen en de hoge inflatie heeft de gemeente een steunfonds opgezet om inwoners op korte termijn concrete ondersteuning te bieden. Dit fonds is bedoeld voor noodsituaties (zoals de afsluiting van gas, water of elektriciteit). Betrokkenheid gemeenteraad Er is veel aan het college gemandateerd, zo is het beleid rondom bijzondere bijstand een verantwoordelijkheid van het college. In bijlage 3 staat een overzicht van de zaken die de afgelopen jaren in de gemeenteraad aan de orde zijn geweest. De gemeenteraad heeft in 2019 en 2020 een aantal moties ingediend die zijn aangenomen. In de afgelopen 2 jaar zijn er enkele vragen gesteld vanuit de gemeenteraad. De gemeenteraad wordt daarnaast betrokken bij beleidsaanpassingen. Dit heeft verschillende vormen. Soms worden zij per raadsbrieven geïnformeerd over beleidsaanpassingen die vallen onder het mandaat van het College of over andere ontwikkelingen. Op het moment dat aanpassingen in het beleid leiden tot aanpassingen in de begroting, wordt dit voorgelegd aan de gemeenteraad aangezien de gemeenteraad het budgetrecht heeft. Ook de verzelfstandiging van Almelo Doet(t) Mee verliep via de raad, want hiervoor moest een verordening worden gewijzigd.

In het kader van dit onderzoek is ook gesproken met een aantal leden van de gemeenteraad. Voor deze bijeenkomst waren alle raadsleden uitgenodigd. De leden van de gemeenteraad die 12 Hier stellen de leden van de Adviesraad zich voor: https://adviesraad-almelo.nl/wie-zijn-wij/

14

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

aanwezig waren bij het interview geven aan dat de gemeenteraad met name betrokken wordt als er op basis van afwijkingen op de begroting bezuinigingen nodig zijn. Omdat er over het armoedebeleid weinig is beschreven en vastgelegd, vindt de gemeenteraad het lastig om het overzicht te houden. Zo zegt een raadslid: “Ik denk dat het geld gaat zitten in het beleid, wanneer je beleid op beleid gaat maken. Dat is niet de bedoeling.” Een ander raadslid zegt: “Wij worden niet in de voortgang meegenomen. We krijgen geen rapportages, geen begroting. De effecten die krijgen wij niet te zien”. Uit het gesprek met de gemeenteraad ontstaat het beeld dat de gemeenteraad op afstand staat van het armoedebeleid. Door de versnippering is er weinig grip op het armoedebeleid vanuit de gemeenteraad. Daarbij steekt de gemeenteraad de hand ook in eigen boezem: de gemeenteraad vraagt ook niet om nadere informatie ten behoeve van de kaderstelling.

1.4. Landelijk beleid De gemeente biedt regelingen aan voor inwoners met een laag inkomen. Naast deze gemeentelijke regelingen kunnen inwoners aanspraak maken op een aantal landelijke regelingen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Huurtoeslag: inwoners met een (zelfstandige) huurwoning kunnen een bijdrage krijgen voor de huurkosten. De berekening hiervan is afhankelijk van het inkomen en de huurprijs. Zorgtoeslag: inwoners van 18 jaar of ouder kunnen van de overheid een bijdrage krijgen voor de kosten van de zorgverzekering. Deze bijdrage is afhankelijk van het inkomen. Kindgebonden budget: inwoners met thuiswonende kinderen van onder de 18 jaar kunnen een geldbedrag krijgen om hun kinderen van levensonderhoud te voorzien. Kinderbijslag: dit is een landelijke bijdrage voor ouders met thuiswonende kinderen onder de 18 jaar. Deze bijdrage is niet afhankelijk van het inkomen. Kinderopvangtoeslag: dit is een landelijke bijdrage voor de kosten van de kinderopvang. Deze bijdrage is afhankelijk van het inkomen.

15

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

2. Uitvoering armoedebeleid In dit hoofdstuk beschrijven we de werkwijze van de gemeentelijke toegang in paragraaf 2.1, in paragraaf 2.2 gaan we in op de samenwerking in de gemeente en in paragraaf 2.3 is de preventie in de gemeente beschreven. De minimaregelingen komen aan bod in paragraaf 2.4. Tot slot gaan we in op het aanvraagproces en de informatievoorziening in de gemeente (respectievelijk paragraaf 2.5 en 2.6). Onderzoeksvragen uitvoering armoedebeleid 11 Is het beleid navolgbaar vertaald in uitvoeringsregels/ programma en hoe ziet dat er uit? 12 Heeft de gemeente voldoende aandacht besteed aan het bereik (de bekendheid) van het beleid? 13 Welke taken heeft de gemeente t.a.v. het armoedebeleid bij andere organisaties belegd en welke afspraken zijn hierover gemaakt? 14 Worden de uitgangspunten van het armoedebeleid door elk van de betrokken instanties (goed) toegepast?

2.1. Werkwijze gemeentelijke toegang 2.1.1. Gemeentelijke toegang Naar aanleiding van een uitgevoerde pilot, is de gemeente Almelo in 2020 overgegaan op een wijkgerichte toegang voor het sociaal domein. De organisatie van de toegang in Almelo is in figuur 2.1.1 grafisch weergegeven (volgende pagina). De grafische weergave is door de gemeente vormgegeven. In de gemeente zijn er vier wijkcentra met wijkteams, waar medewerkers van de gemeente werkzaam zijn. Inwoners kunnen bij de wijkteams terecht voor vragen met betrekking tot het sociaal domein. De wijkteams bestaan uit intakers en verschillende coaches, zoals een coach financiën bij vraagstukken rondom armoede en bestaanszekerheid. Inwoners kunnen in contact komen met de wijkteams door te bellen naar het Klantcontactcentrum (KCC) of door langs te komen op de inloop van één van de wijkcentra. Een intaker brengt de hulpvraag in kaart en verwijst zo nodig door naar een coach of naar een ketenpartner in de gemeente. Een inwoner kan ook direct een aanvraag voor een regeling of voorziening doen. Ook kunnen er bij de gemeente signalen binnenkomen van bijvoorbeeld betaalachterstanden (in het kader van vroegsignalering), een werkcoach, leerplicht óf er is een aanvraag voor een regeling binnengekomen.

Afhankelijk van het type melding kan een inwoner doorverwezen worden naar een coach financiën en/ of een regeling ontvangen (via een aanvraag op papier of digitaal). Inwoners kunnen zich verder direct tot de ketenpartners wenden, als het een algemene voorziening betreft. De ketenpartners zijn toegankelijk voor alle inwoners. De toegang tot bijvoorbeeld noodhulp via SUN Twente, verloopt via een professional. Grote uitvoeringspartners als Almelo Doet Mee en Jeugdfonds Almelo worden door de gemeente gesubsidieerd en hier kunnen inwoners rechtstreeks naartoe.

16

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

Figuur 2.1.1. Schematische weergave toegang sociaal domein

17

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

2.1.2. Toegankelijkheid in perspectief Uit gesprekken met medewerkers van de gemeente en ketenpartners komt naar voren dat hulp vragen bij de gemeente voor inwoners een grote stap is. Dit heeft te maken met verschillende aspecten. • Profilering van de gemeente. Het gemeentehuis kan door haar grootte imposant overkomen op inwoners, waardoor de drempel op hulp te vragen hoger wordt. Zo wordt er door inwoners wel eens gesproken over de ‘ellendeboulevard’ refererend naar de situering van het gemeentehuis, de rechtbank en de GGZ. • Taaldrempel. Een deel van de inwoners met armoedeproblematiek heeft moeite met de Nederlandse taal. Dit is een extra drempel om hulp te vragen. • Informatievoorziening. Het is voor inwoners niet altijd duidelijk wat ze kunnen aanvragen en waar ze terecht kunnen met vragen. • Wantrouwen. De meerderheid van de geïnterviewde personen ziet dat er in het algemeen sprake is van een groeiend wantrouwen richting de overheid. Dit speelt ook bij inwoners van de gemeente Almelo. Ondanks de signalen dat de toegankelijkheid van de gemeente op sommige vlakken verbeterd kan worden, zien de geïnterviewde betrokkenen niet dat er specifiek wantrouwen is richting de gemeente Almelo; het is eerder onderdeel van een algemene tendens die wordt gezien bij inwoners met (geld)problemen.

In de interviews geven de ketenpartners aan het wantrouwen te merken wanneer zij bijvoorbeeld inwoners helpen bij het aanvragen van de energietoeslag of landelijke toeslagen. Over het algemeen komt uit de interviews, enquête onder de ketenpartners en peiling onder de doelgroep naar voren dat er onduidelijkheid is over de organisatie van de toegang binnen de gemeente. Deze onduidelijkheid en verschillende beelden zijn bij de ketenpartners en bij medewerkers van de gemeente zelf. Medewerkers van de gemeente geven bijvoorbeeld verschillende beschrijvingen van hoe de organisatie binnen de gemeente is geregeld. Ketenpartners geven aan soms moeite te hebben met het vinden van de juiste persoon binnen de gemeente en inwoners geven aan dat ze niet altijd weten waar ze moeten zijn en wat ze kunnen verwachten. Zij missen hier informatie over. Inwoners geven in de behoeftepeiling aan niet altijd te weten met wie ze contact moeten opnemen en welke mogelijkheden er allemaal zijn binnen de gemeente. Een van de ketenpartners geeft daarnaast in het interview bijvoorbeeld aan dat inwoners de ketenpartner benaderen wanneer ze er zelf niet uitkomen met de gemeente. Medewerkers van organisaties als Avedan of Almelo Sociaal sluiten dan bijvoorbeeld aan bij gesprekken met inwoners en de gemeente om een vertaalslag te maken, wanneer dit inwoners niet zelfstandig lukt.

Ook werd aangegeven dat het voor medewerkers van ketenpartners eveneens lastig kan zijn om de juiste werknemer binnen de gemeente te vinden bij specifieke problematiek. Dit is tevens afhankelijk van de medewerker; zo kan de ene medewerker vlot de juiste persoon binnen de gemeente vinden, terwijl dit voor de ander lastig kan zijn. De gemeente heeft verschillende acties ondernomen om de drempel om hulp te vragen te verlagen voor inwoners. Zo heeft de gemeente decentrale wijkcentra opgezet met wijkteams. Ook werkt de gemeente aan een pagina op de gemeentelijke website waarop alle informatie over het minimabeleid en de schuldhulpverlening te vinden is. Daarnaast is het voor inwoners mogelijk om regelingen aan te vragen op papier en digitaal, zodat ook inwoners die minder digitaal vaardig zijn of geen DigID hebben, regelingen kunnen aanvragen.

2.2. Samenwerking 2.2.1. Betrokken organisaties De gemeente werkt samen met ketenpartners die actief zijn in de gemeente voor de uitvoering van het armoedebeleid. De aard van deze samenwerkingen is verschillend per organisatie. In tabel 2.2.1 is weergegeven welke gemeentelijke taken zijn belegd bij deze ketenpartners in de gemeente.

18

Gemeente Almelo

Nota van bevindingen definitief

Tabel 2.2.1 Taken armoedebeleid bij ketenpartners Organisatie Almelo Sociaal Almelo Doe(t) Mee Jeugdfonds Almelo Avedan

Taken • Clientondersteuning (Almelo Wijst de Weg) • De ouderenbond (COSBO) • Adviesraad Sociaal Domein Uitvoering participatieregeling voor volwassenen Uitvoering participatieregeling voor kinderen • Maatschappelijke ondersteuning • Handhaven en bevorderen maatschappelijke participatie en (re-)integratie van kwetsbare inwoners

Veel ketenpartners die actief zijn in de gemeente Almelo zijn aangesloten bij het Armoedepact, ook de gemeente sluit hierbij aan (zie verderop in dit hoofdstuk). De aangesloten partijen komen met regelmaat samen op de bijeenkomsten die worden georganiseerd vanuit een kerngroep. Een overzicht van de deelnemers aan het Armoedepact staat in bijlage 4. We gaan nu kort in op de rol en doelstelling van een aantal belangrijke ketenpartners in Almelo. Almelo Sociaal De gemeente Almelo heeft de wettelijke taak voor clientondersteuning bij Almelo Sociaal belegd. De organisatie is een eigen stichting, werkt onafhankelijk van de gemeente en draait op vrijwilligers. De organisatie ondersteunt inwoners onder andere bij vragen over sociale wetgeving, zorg en bij het aanvragen van gemeentelijke regelingen. De doelstelling van Almelo Sociaal is als volgt geformuleerd: ‘De stichting Almelo Sociaal heeft als doel het behartigen van de belangen van de inwoners van Almelo. Dit doen zij door clientondersteuning te bieden en belangen te behartigen op de gebieden welzijn, zorg, werk, inkomen, mobiliteit en het bevorderen van deelname aan maatschappelijke participatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=cd49fb7e-a0ca-4a3b-b452-43da7dc8343f