10.1 Vaststelling bestemmingsplan De Gors Almelo - Bijlage - Vast te stellen bestemmingsplan De Gors Almelo.pdf
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
30
NL.IMRO.0141.00061-BP31
uitmaakte van een uitgestrekt heidegebied, de Windmolenbroek Laage. Pas rond 1930 wordt het heidegebied ter plaatse van het plangebied in ontwikkeling genomen en raakt het in gebruik als weiland. Enkele jaren later wordt er binnen de contouren van het plangebied een boerenerf gebouwd. Met de realisatie van de woonwijk Windmolenbroek, medio jaren 80 van de 20e eeuw, verdwijnt het boerenerf en is de oorspronkelijke verkaveling van het gebied niet meer als zodanig aanwezig. Gebouwde objecten en monumenten In het plangebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische objecten en monumenten aanwezig. Beleid en aanbevelingen cultuurhistorie Vanwege de afwezigheid van cultuurhistorische waarden hoeven er geen bestemmingen en bepalingen te worden opgenomen in dit plan. Conclusie Op basis van de gemeentelijke archeologische waardenkaart kan worden geconcludeerd dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Daarnaast zijn er geen gemeentelijke of rijksmonumenten in of in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de archeologische en cultuurhistorische waarden de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg staan.
5.5
Ecologie
Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
31
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod.
De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied bevindt zich niet in beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het Wierdense veld en ligt op een afstand van circa 8 kilometer. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 2 kilometer afstand. Vanwege de stedelijke ligging en de afstand tot natuurgebieden zijn directe negatieve effecten zoals areaalverlies en versnippering op voorhand uitgesloten.
Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. De nieuwe woningen worden gasloos gebouwd waardoor er geen gebouwemissies zijn. Dat betekent dat het plan enkel stikstofemissies veroorzaakt als gevolg van de toename in verkeersgeneratie ten opzichte van de huidige situatie en in de sloop- en aanlegfase door het nodige gebruik van mobiele werktuigen en verkeersbewegingen. Om te berekenen hoe hoog de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied zal zijn als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase van de ontwikkeling, is met AERIUS een berekening uitgevoerd. Deze berekening is bijgevoegd in bijlage 6. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk. De stikstofdepositie vormt voor een omgevingsvergunning bouwen geen probleem.
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
32
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Soortenbescherming De huidige ecologische waarden worden vastgesteld aan de hand van een quickscan en een veldonderzoek (zie bijlage 7). Er is vastgesteld dat de aanwezigheid van nationaal beschermde soorten is uitgesloten. De te slopen bebouwing bevat geen gaten waarin vleermuizen zich zouden kunnen ophouden. Voor overige soort(groep)en is het gebied verder volledig ongeschikt. Wel komen er algemene broedvogels voor. In verband met het voorkomen van deze vogels is het van belang om te starten met werken buiten het broedseizoen of te werken op een manier dat vogels niet tot broeden komen. Er kunnen daarnaast algemeen voorkomende beschermde zoogdieren voorkomen. Voor deze algemene soorten bestaat in provincie Overijssel een algemene vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder kan het niet worden uitgesloten dat het gebied van de uitbreiding en parkeerplaats van essentieel belang is als foerageer- en vlieggebied voor vleermuizen. Effecten op vleermuizen kunnen dan ook niet worden uitgesloten. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie uitgevoerd (zie bijlage 8. Op grond van de veldanalyse worden effecten op vleermuizen uitgesloten; de realisatie en uitvoering van de ruimtelijke veranderingen in het gebied van winkelcentrum De Gors zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.
Conclusie De Wet natuurbescherming staat de ontwikkeling niet in de weg. Wel dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van algemene broedvogels te worden gestart of dient te worden gewerkt op een manier dat vogels niet tot broeden komen.
5.6
Externe veiligheid
Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Gemeentelijk beleid Bij het opstellen van de externe veiligheidsparagraaf is uitgegaan van de huidige wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Door de gemeente Almelo is in maart 2014 het externe veiligheidsbeleid 2015-2018 vastgesteld. Dit beleid is op 19 november 2019 verlengd tot en met 2021.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit dit veiligheidsbeleid. Onderzoek Ten westen van het plangebied, aan de oostzijde van het kanaal, ligt een hogedrukaardgasleiding (N-531-30). De buisleiding heeft een diameter van 6 inch en een werkdruk van 40 bar, het invloedsgebied bedraagt 70 meter. Het plangebied ligt op circa 450 meter afstand van deze leiding en ligt derhalve niet in het invloedsgebied. Volgens de professionele risicokaart (zie figuur 5.3) zijn er op grotere afstand van het plangebied
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
33
NL.IMRO.0141.00061-BP31
risicovolle inrichtingen gelegen. Ter plaatse van het ziekenhuis is een drukvat met zuurstof aanwezig en aan de Weezebeeksingel is een LPG-tankstation gesitueerd. Beide risicobronnen liggen op een grote afstand zodat zij niet van invloed zijn op de externe veiligheidssituatie ter plaatse van het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, de weg of het water.
Figuur 5.3 Uitsnede kaart externe veiligheid (bron: Professionele risicokaart) Conclusie De aanwezige risicobronnen liggen op een grote afstand van het plangebied waardoor deze niet van invloed zijn op de externe veiligheidssituatie. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
5.7
Kabels en leidingen
Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
5.8
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
34
NL.IMRO.0141.00061-BP31
milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van een supermarkt en leidt tot een toename van verkeer van 1.725 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde zoals opgenomen in paragraaf 5.2). Hierbij wordt uitgegaan van een aandeel vrachtverkeer van 1 % (laden en lossen).
Middels de NIBM-tool is berekend of de toename niet in betekenende mate is. Tabel 5.1 NIBM-tool
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
35
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Uit de NIBM-tool blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 1,37 µg/m³ en van fijn stof van 0,28 µg/m³ (zie tabel 5.1). De fijn stof toename blijft onder de 1,2 µg/m³, de grens van 1,2 voor N02 wordt overschreden. Uit de nibm-tool blijkt dat niet zondermeer gesteld kan worden dat de realisatie van de supermarkt niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Om de effecten van de supermarkt op de luchtkwaliteit te bepalen is onderzocht wat de concentraties luchtverontreinigende stoffen langs de dichtstbijzijnde weg bedroegen. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Weezebeeksingel, ten noorden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool 2020 blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2018; 17,5 µg/m³ voor NO2, 16,6 µg/m³ voor PM10 en 10,1 µg/m³ voor PM2,5. De jaargemiddelde waarden voor stikstof zijn dermate laag dat een zeer lichte toename van 1,37 µg/m³ stikstof acceptabel is. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 lag op 6 dagen. De concentratie N02 zal toenemen tot 18,79 µg/m³ (17,5 + 1,37), de bijdrage van het plan leidt derhalve niet tot overschrijding van de grenswaarden zoals opgenomen in tabel 4.2.
Hierdoor is er ter plaatste van het projectgebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5.9
Bedrijven en milieuhinder
Beleid en Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling een belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen te kunnen maken, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Onderzoek In de omgeving van het plangebied zijn woningen en andere functies gelegen als horeca en winkels. De richtafstanden gelden daarom ten opzichte van het omgevingstype 'gemengd gebied'. Het plangebied krijgt met dit bestemmingsplan de bestemming 'centrum'. Deze gronden zijn bestemd voor detailhandel ten behoeve van de beoogde supermarkt. Dit type bedrijf valt in milieucategorie 1, waarbij richtafstanden worden gehanteerd voor geur, stof en geluid.
Voor deze aspecten gelden richtafstanden van 0 meter in 'gemengd gebied'. Zowel aan de noord- als aan de zuidzijde van de supermarkt wordt aan de richtafstand van 0 meter voldaan. Wel kunnen verkeersbewegingen, laden en lossen en het gebruik van winkelwagens leiden tot geluidhinder ter plaatse van woningen in de omgeving. Ter voorkoming van geluidhinder zal het laden en lossen aan de zuidzijde van het complex plaatsvinden waar de omliggende woningen op een grotere afstand (> 50 m) liggen. Tevens worden opstelplaatsen van de winkelwagentjes aan de west- en
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
36
NL.IMRO.0141.00061-BP31
zuidzijde gerealiseerd om zo geluidsoverlast te beperken. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 9. Uit het onderzoek blijkt dat de vestiging van de supermarkt bij enkele woningen leidt tot overschrijding van de richtwaarden voor geluid, zoals deze worden aanbevolen in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Uit maatregelenonderzoek blijkt dat het mogelijk is om maatregelen te treffen aan de winkelwagenverzamelplaats bij de ingang van de supermarkt. Door het verplaatsen en afschermen van de verzamelplaats, zijn de overschrijdingen van de richtwaarden door het nesten van winkelwagens opgelost. Er resteren nog wel overschrijdingen van de richtwaarden. De richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau worden overschreden door met name bewegingen met personenauto's, winkelwagens en vrachtwagens. De richtwaarden voor het maximaal geluidniveau worden overschreden door vrachtwagenbewegingen. Uit hoofdstuk 5 van het rapport blijkt dat er in redelijkheid geen maatregelen mogelijk zijn om deze overschrijdingen op te lossen. De geluidniveaus voldoen wel aan de aanbevelingen uit stap 3 van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Dit betekent dat de geluidniveaus niet leiden tot een onaanvaardbaar akoestisch klimaat.
De grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau uit het Activiteitenbesluit worden bij een aantal woningen overschreden. Het bevoegd gezag kan de berekende geluidbelasting vastleggen in maatwerkvoorschriften. Voor het maximaal geluidniveau kan de supermarkt voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Geluidbeleid gemeente Almelo De gemeente Almelo heeft op 30 juni 2015 haar eigen geluidbeleid vastgesteld. Dit beleid wijkt op sommige onderdelen af van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering en het hier bovengenoemde activiteitenbesluit.' In het gemeentelijke beleid wordt er uitgegaan van gebiedsgerichte aanpak. Hierin is de gehele gemeente Almelo opgedeeld acht gebieden. Op basis van dit beleid ligt het plangebied in het gebiedstype Wonen, Wijkcentrum. Voor ieder gebied is in het geluidbeleid voor de thema’s bedrijven en verkeer een passende geluidkwaliteit opgenomen. De ambitietabel (zie hieronder) geeft aan wat de ambitiewaarde is voor dat gebied. Daarnaast geeft de tabel ook aan waar, indien onvermijdelijk, de ruimte zit voor mogelijke afwijkingen van de ambitiewaarde (bovengrens). Om hinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten te voorkomen hanteert de gemeente Almelo de systematiek en richtafstanden uit de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG en heeft dit vertaalt naar de gebiedsgerichte aanpak.
Tabel 5.2: Ambitieniveau (bron: geluidbeleid gemeente Almelo)
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
37
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Figuur 5.4: Uitsnede kaart bij geluidbeleid met legenda Het winkelcentrum en de daar aanwezige woningen vallen binnen het gebiedstype ‘wijkcentrum’. De omliggende woningen in het gele gebied vallen binnen het gebiedstype ‘wonen’. Voor woningen in het blauwe gebied geldt de ambitiewaarde ‘redelijk rustig’. Bij de woningen in het gele gebied geldt in beginsel de ambitiewaarde ‘rustig’. In een toelichting op bladzijde 24 van de nota staat echter het volgende: Rond bedrijventerreinen en winkelcentra liggen de ambitiewaarde en de bovengrens binnen 50 meter of bij de eerstelijns woningen op ‘redelijk rustig’ en ’onrustig’. De geluidbelastingen die bij deze typeringen horen staan in tabel 5.3. Dit betekent dat voor alle relevante woningen in de omgeving van de supermarkt een ambitiewaarde van 50 dB(A) geldt en een bovengrens van 55 dB(A). Dit zijn etmaalwaarden, die zijn te vertalen als 50/45/40, respectievelijk 55/50/45 dB(A) voor de dag-/avond-/nachtperiode. De nota stelt het volgende over de maximale geluidniveaus van bedrijven: De ambitiewaarde voor piekgeluiden bij bedrijven ligt 10 dB(A) boven de ambitiewaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, met maximale bovengrenzen van 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag-,
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
38
NL.IMRO.0141.00061-BP31
avond- en nachtperiode In het akoestisch onderzoek (bijlage 9) zijn in tabel 4.1 Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau de langtijdgemiddeld beoordelingsniveau per gebied/ woningen weergegeven. Hieruit blijkt er een overschreden met 4 en 1 dB(A) bij woningen aan De Gors 39-105 en respectievelijk bij woningen aan de Karekiet 55-309 in de dagperiode is. De overige woning blijft onder de 50dB en voldoen daarmee aan de streefwaarde die behoord bij 'redelijk rustig'. De grenswaarde van de bovengrens 'onrustig' worden nergens overschreden. De belangrijkste geluidbronnen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau zijn de bewegingen met personenauto’s, winkelwagens en vrachtwagens op de parkeerterreinen. Voor de woningen aan De Gors 39-105 zijn de bewegingen op het bestaande parkeerterrein het belangrijkste. Voor de woningen aan de Karekiet 55-309 zijn de bewegingen op zowel de nieuwe als de bestaande parkeerterreinen van belang. De woningen aan De Gors 39-105 ondervinden door het bestaande parkeerterrein door oprijden van auto's in de dicht slaande deuren al geluidshinder. Het toevoegen van de supermarkt veranderd deze situatie niet. Voor de woningen aan de Karekiet 55-309 zijn de bewegingen door het bestaande en het nieuwe parkeerterrein van belang.
Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidsklasse “onrustig” worden de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: 1. indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) en/ of overdrachtsmaatregelentreffen (bijvoorbeeld geluidschermen of -wallen) treffen; 2. indien mogelijk de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woning(en) vergroten; 3. in ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; 4. het stedenbouwkundig ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat en 5. vanaf de geluidklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit. Afweging In het akoestisch onderzoek (zie bijlage 9) is in hoofdstuk 5 een maatregelenonderzoek opgenomen. Hieruit blijkt dat maatregelen aan de bron en de overdracht niet mogelijk zijn. Afschermende maatregelen zijn in theorie mogelijk, maar deze schermen zouden heel hoog moeten zijn, omdat de woningen en appartementen niet grondgebonden zijn. Vanuit de woningen is er dan al snel zicht op de bron achter het scherm.
Daarnaast stuiten schermen op parkeerterreinen op bezwaren van stedenbouwkundige aard en op bezwaren uit het oogpunt van de verkeersveiligheid. In het akoestisch onderzoek is beoordeeld of er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiervoor is het stappenplan gebruikt dat is opgesteld door de VNG. Het beoordelingsniveau voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat komt overeen, met de maximale waarde van de geluidsklasse ' onrustig' namelijk langtijdgemiddeld beoordelingsniveau tot 55 dB(A) in de dagperiode en 50 dB(A) in de avondperiode. Aan deze waarden wordt voldaan. Tevens wordt opgemerkt dat de omwonende reeds gewend zijn aan de voertuigbewegingen op de bestaande parkeerplaats. De nieuwe supermarkt met parkeerplaats is een uitbreiding van het bestaande winkelcentrum en het geluid dat wordt geproduceerd is qua aard passend in de huidige omgeving. Conclusie Uit het onderzoek blijkt de vestiging van de Aldi bij enkele woningen leidt tot overschrijding van de ambitiewaarden voor geluid, zoals deze zijn gesteld in de gemeentelijke nota Gebiedsgericht geluidbeleid. Uit maatregelenonderzoek blijkt dat het mogelijk is om maatregelen te treffen aan de
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
39
NL.IMRO.0141.00061-BP31
winkelwagenverzamelplaats bij de ingang van de supermarkt. Door het verplaatsen en afschermen van de verzamelplaats, zijn de overschrijdingen van de ambitiewaarden door het nesten van winkelwagens opgelost. Er resteren nog wel overschrijdingen van de ambitiewaarden. De ambitiewaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau worden overschreden door bewegingen met personenauto’s, winkelwagens en vrachtwagens. Deze voldoen wel aan de bovengrenzen. De bovengrenzen voor het maximaal geluidniveau worden overschreden door vrachtwagenbewegingen. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat er in redelijkheid geen maatregelen mogelijk zijn om deze overschrijdingen op te lossen en dat er geen sprake zal zijn van een onaanvaardbaar akoestisch klimaat. De grenswaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau uit het Activiteitenbesluit worden bij een aantal woningen overschreden. Het bevoegd gezag stelt de berekende geluidbelasting vast in maatwerkvoorschriften. Voor het maximaal geluidniveau kan de Aldi voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Er zal echter wel sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
40
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Hoofdstuk 6 6.1
Waterparagraaf
Waterbeheer en watertoets
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen en de gemeente Almelo, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan is overleg gevoerd met beide waterbeheerders over de voorgestane ontwikkeling.
6.2
Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterprogramma Nationaal Waterplan (NW) Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal Partiële herziening omgevingsvisie voor kaderrichtlijn water en richtlijn overstromingsrisico's Gemeentelijk Verbreed gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2021 (GRP4) Waterplan Almelo (2002) Waterschapsbeleid Waterschap Vechtstromen verzorgt sinds 1 januari 2014 het waterbeheer in Twente, Noordoost Overijssel en Zuidoost Drenthe. Vechtstromen is ontstaan door de fusie van de waterschappen Velt en Vecht en Regge en Dinkel. Op het gebied is het waterbeheerplan 2016-2021 van toepassing. Het waterschap is verantwoordelijk voor een optimaal waterbeheer en voor de instandhouding van het voor Twente karakteristieke bekensysteem. Dat betekent dat ervoor gezorgd wordt dat het oppervlakteen grondwater kwalitatief en kwantitatief aansluit bij het maatschappelijk gebruik van de grond.
Het waterbeheerplan 2016-2021 beschrijft hoe het waterschap de doelstellingen wil realiseren. Door klimaatverandering komen extreme buien vaker voor, met als gevolg grotere risico's op wateroverslast. Daarmee ligt een opgave om in de toekomst extreme situaties die vaker gaan voorkomen het hoofd te kunnen bieden. Daarom zijn maatregelen niet alleen nodig in het watersysteem en in de ruimtelijke ordening maar wil het waterschap ook werken aan een groter bewustzijn bij inwoners over de risico's op wateroverlast. KlimaatActieve Stad (KAS) Als Klimaat Actieve Stad Stedenband Twente, kortweg KAS, hebben de gemeenten Almelo, Enschede en Hengelo, waterschap Vechtstromen en provincie Overijssel de krachten gebundeld. De rode draden uit de ‘Klimaatagenda: weerbaar, welvarend en groen’ zijn als uitgangspunten genomen. De gemeente Almelo streeft een grondwaterstand na, die geen structurele overlast veroorzaakt bij bewoners en bedrijven. Nieuwe ontwikkelingen, zowel openbaar als particulier, moeten zodanig worden
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
41
NL.IMRO.0141.00061-BP31
ontworpen en ingericht dat de toekomstige bewoners/gebruikers geen hinder ondervinden van (te) hoge grondwaterstanden. Het oplossen van grondwaterproblemen achteraf kost een veelvoud van maatregelen tijdens de bouwfase. De grondwateroverlast wordt bestreden (en bij nieuwbouw voorkomen) volgens de voorkeursstrategie: ophogen; aanleggen extra oppervlaktewater; aanleggen grondwatertechnische maatregelen. Pas als ophogen of extra oppervlaktewater in een deelgebied niet realistisch is, komen grondwatertechnische maatregelen zoals drainages, in beeld. Bij nieuwbouw worden in principe geen grondwatertechnische maatregelen aangeleg. Voor de ontwatering gelden de volgende criteria: wegen minimaal 0,80 m boven de GHG; openbaar groen minimaal 0,50 m boven de GHG; vloerpeilen minimaal 1,00 m boven de GHG. Verbreed gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2021De gemeentelijke doelstellingen op gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater staan in het verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan (vGRP) 2016-2021. Met dit vGRP geeft de gemeente Almelo invulling aan een duurzame inzameling en verwerking van afvalwater, hemelwater en overtollig grondwater en een duurzaam beheer van het gemeentelijk rioolstelsel. Riolering draagt namelijk bij aan de Volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving en beschermt de bodem, het grond- en oppervlaktewater.
De aanleg en het beheer van riolering zorgt dat verontreinigd afvalwater uit de directe leefomgeving wordt verwijderd en voorkomt de directe ongezuiverde lozing van afvalwater op bodem- of oppervlaktewater. Daarnaast zorgt riolering voor de ontwatering van de bebouwde omgeving door naast het afvalwater van huishoudens en bedrijven ook het overtollige regenwater van daken, pleinen, wegen e.d. en het overtollige grondwater apart in te zamelen en af te voeren. Waterplan Almelo Het Waterplan is in 2002 vastgesteld en beschrijft de samenhangende visie op het integrale watersysteem en de waterketen in de omgeving. Het plan zet in op het verbeteren van milieukwaliteit, het vergroten van belevingswaarde en het scheiden van waterstromen in waterketen en watersysteem.
6.3
Huidige situatie
Algemeen Het plangebied is gelegen ten noorden van de A35 in het stedelijk gebied van Almelo en bestaat uit een nieuw te realiseren supermarkt met parkeervoorzieningen. Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit zwak en sterk lemig fijn zand. Er is sprake van grondwatertrap VI. Dat wil zeggen dat de hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm beneden de maaiveldhoogte bevindt en de laagste meer dan 120 cm beneden het maaiveld. De maaiveldhoogte ter plaatse bedraagt circa NAP +10,25 m. Uit het de grafieken van https://grondwater.webscada.nl/twentswaternet/ blijkt dat ten noorden van het plangebied peilbuis: pb19.07 aanwezig is. Het normpeil bedraagt 9.580, RHG 9.450 en het RLG 8.720. Het maaiveld op deze locatie is +10.250 m (NAP). Ten westen van het plangebied is peilbuis: pb19.03 gelegen. Het normpeil bedraagt 9.610, RHG 9.210 en het RLG 8.730. Het maaiveld op deze locatie is +10.220 m (NAP). Waterkwantiteit In de nabijheid van het plangebied zijn watergangen aanwezig die zijn opgenomen op de legger. Op een afstand van 500 m van het plangebied is de kwelsloot van het Twentekanaal aanwezig. Het Twentekanaal heeft door kwel impact op het grondwater in het plangebied. Langs de Leemslagenweg
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
42
NL.IMRO.0141.00061-BP31
liggen twee greppels, de greppels hebben een afwaterende functie via de sloot langs de Leemsterweg naar de kwelsloot van het Twentekanaal. Watersysteemkwaliteit en ecologie In de omgeving van het plangebied zijn geen KRW-waterlichamen gelegen. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet in of nabij een waterkering of beschermingszone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is gedeeltelijk aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel.
6.4
T oekomstige situatie
Algemeen Voor de beoogde ontwikkeling is een advies waterberging opgesteld. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 11. Uit dit advies blijkt dat het verhard oppervlak door de totale ontwikkeling toeneemt met 1.699 m². Het Waterschap Vechtstromen hanteert hierbij de 10% vuistregel. Dit betekent dat 10% van de toename verhard oppervlak, voor waterberging ingericht dient te worden. Dit komt neer op een waterberging van 169.9 m2. De gemeente Almelo hanteert de eis dat waterberging wordt gerealiseerd van 40 mm. Op basis van de bergingseis van 40 mm voor een verhard oppervlak van 1.699 m2 moet 68 m3 waterberging worden gerealiseerd. De ruimte tussen GHG en huidig maaiveld kan worden benut voor waterberging. Geadviseerd wordt de bodem van het infiltratiesysteem op ca. 10 cm. boven GHG (= ca. 0,84 m. onder maaiveld) aan te brengen. Voor de ontwikkeling is gekozen om de waterberging door middel van infiltratie kratten te realiseren. Over een oppervlak van 265 m² worden 353 infiltratie kratten aangelegd, deze kratten voorzien in 72,28 m3 waterberging. In overleg is besloten om aan de voorzijde onder de terrein verharder de waterberging te realiseren. In onderstaand figuur 6.1 en bijlage 12 zijn de 'zoek' gebieden weergegeven waar minimaal 72,27 m3 aan waterberging wordt gerealiseerd.
Regenwater wordt eerst opgevangen in deze bufferzone voordat het wordt afgevoerd naar het omliggende oppervlaktewater. Daarmee wordt voldaan aan de benodigde waterberging.
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
43
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Figuur 6.1 zoeklocaties waterberging Waterkwaliteit Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling vindt niet plaats binnen of nabij een waterkering en heeft derhalve geen invloed op de veiligheid. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. De openbare ruimte wordt als geheel klimaatbewust ontworpen. Het hemelwater zal na berging in het plangebied worden afgevoerd op de greppels langs de Leemslagenweg, die het water afvoeren richting de kwelsloot langs het Twentekanaal. Ter plaatse van het nieuw aan te leggen parkeerterrein wordt circa 41 parkeerplaatsen aangelegd met water doordringbare tegels. Aan de noord en oostzijde van het plangebied wordt het bestaande groen op nieuw ingericht.
Naast nieuw groen wordt aan de achterzijde van de supermarkt worden hoogte accenten aangebracht. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen,
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
44
NL.IMRO.0141.00061-BP31
het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
45
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Hoofdstuk 7
Juridisch bestuurlijke aspecten
In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.
7.1
Inleiding
Het bestemmingsplan 'De Gors Almelo' bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen tezamen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden aangeduid. Het bestemmingsplan is opgesteld in aansluiting op het vigerende bestemmingsplan 'Windmolenbroek - Groeneveld' en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. In dit hoofdstuk zal de juridische systematiek van het bestemmingsplan worden toegelicht. Ook wordt een beschrijving per artikel en een toelichting op de algemene bepalingen en de overgangs- en slotbepalingen gegeven.
7.2
Juridische systematiek
Dit bestemmingsplan maakt de vestiging van een supermarkt mogelijk in aansluiting op het bestaande winkelcentrum De Gors in de wijk Windmolenhoek. De bouwmogelijkheden zijn afgestemd op het beoogde ontwerp voor de supermarkt. De regels bestaan uit vier hoofdstukken waarop in de volgende paragrafen wordt ingegaan: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.
7.3
Verantwoording van de planregels
Inleidende regels Begrippen In het eerste artikel zijn de noodzakelijke begripsbepalingen opgenomen die worden gebruikt in de regels. het bevat definities om misverstanden te voorkomen. Wijze van meten Het tweede artikel regelt hoe er gemeten moet worden. Bestemmingsregels Centrum Het plangebied is conform het naastgelegen winkelcentrum voorzien van de centrumbestemming. Ook de parkeergelegenheid is in deze bestemming meegenomen. Binnen deze bestemming is uitsluitend een supermarkt toegelaten. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de supermarkt mag worden opgericht. Het bouwplan is hiervoor als uitgangspunt genomen. De maximale bruto-vloeroppervlakte bedraagt 1.477 m2 zoals beschreven in hoofdstuk 3. Ruimte voor laden en lossen en een fietsenstalling zijn ook in het bouwvlak opgenomen. In de regels zijn bepalingen opgenomen omtrent de hoogten voor zowel de hoofdbebouwing als de
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
46
NL.IMRO.0141.00061-BP31
vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Voor de hoofdbebouwing is een maximale bouwhoogte van 5,6 meter opgenomen, wat voldoende is voor de beoogde supermarkt. Anders dan voor het bestaande winkelcentrum, biedt de maximale bouwhoogte voor de supermarkt geen ruimte voor woningen op de verdieping. De parkeernorm voor een discountsupermarkt is opgenomen in de specifieke gebruiksregels om te garanderen dat het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd op eigen terrein. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het gebouw. Groen Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de supermarkt, is aan de gronden ten noorden en oosten van de centrumbestemming de bestemming Groen toegekend. Groenvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding zijn binnen deze bestemming toegestaan. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond, die betrokken is geweest bij het toestaan van ene bouwplan, bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Algemene gebruiksregels Hierin is specifiek vermeld welk gebruik als strijdig wordt gezien. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal regels opgenomen om het mogelijk te maken dat het plan op ondergeschikte punten wordt aangepast.
Kleine afwijkingen van de in de regels opgenomen, dan wel op de verbeelding aangegeven maten kunnen volgens dit artikel mogelijk worden gemaakt met een binnenplanse omgevingsvergunning. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het overgangsrecht bevat een regeling voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de regels van dit bestemmingsplan. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie van het artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Slotregel In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan aangehaald kan worden (titel van het bestemmingsplan). De redactie van het artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen.
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
47
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Voorliggend plan betreft een bedrijfsmatig initiatief. De kosten van dit plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Voor zover de gemeente kosten maakt, zullen deze kosten door leges worden gedekt. Bovendien zijn afspraken over kostenverhaal vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Verder wordt met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten. Hiermee komen eventuele planschadeclaims voor rekening van de initiatiefnemer. Omdat het verhaal van exploitatiekosten en planschade is verzekerd door gesloten anterieure overeenkomsten met de initiatiefnemer, is het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig. Het plan wordt als economisch uitvoerbaar beschouwd.
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
48
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Hoofdstuk 9 9.1
Procedure
Inspraak- en vooroverlegprocedure
Vooroverleg Het plan is overeenkomstig het bepaalde in bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan verschillende instanties toegezonden. De provincie heeft in het kader van het vooroverleg akkoord gegeven. Belanghebbenden In het kader maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft op 16 september 2019 een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Aan het eind van deze informatiebijeenkomst is aan de aanwezigen gevraagd een vragenformulier in te vullen. Hieruit bleek dat de plannen positief waren ontvangen, daarnaast zijn er enkele opmerkingen aangegeven. Op basis van deze bijeenkomst en de ontvangen reacties is het plan (gedeelte) aangepast en op 26 mei 2021 opnieuw voorgelegd aan omwonenden en belanghebbenden. In bijlage 13 zijn de genoemde reacties van de eerste bijeenkomst en de daaropvolgende planaanpassingen beschreven. Aan het eind van de tweede informatiebijeenkomst d.d. 26-05-2021 is wederom aan zowel de online – als aan de fysiek aanwezigen gevraagd een vragenformulier in te vullen. Deze enquetelijst is opgenomen in bijlage 14. Hieruit blijkt dat het plan, op enkele na, positief is ontvangen.
9.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen binnengekomen.
9.3
Ambtshalve wijzigingen
Tijdens de zienswijzentermijn is het bestemmingsplan door de gemeente nogmaals gecontroleerd op volledigheid en duidelijkheid. Bij de controle bleek dat het ontwerpbestemmingsplan nog op een aantal punten aangepast / aangescherpt moet worden: Regels: Artikel 3 Centrum Bouwwerken, geen gebouwen zijnde (artikel 3.2.3) In de planregels wordt artikel 3.2.3 aangepast, zodat er geen reclamemast is toegestaan. Het artikel wordt daarmee als volgt: Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting bedraagt maximaal 10 meter; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 8 meter; c. de bouwhoogte van reclamemasten bedraagt maximaal 6 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter. (NB: de doorgehaalde tekst vervalt) Voorwaardelijke verplichting (artikel 3.4.2) In de planregels van het ontwerpbestemmingsplan is in artikel 3.4.2 Voorwaardelijke verplichting onder a, de landschappelijke inrichting (bijlage 1) geborgd. Tijdens de zienswijzentermijn is deze situatietekening aangepast. Daarom is bijlage 1 bij de regels vervangen voor de meest recente situatietekening. Tevens is aan dit lid, een extra bijlage 2, beplantingsplan opgenomen.
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
49
NL.IMRO.0141.00061-BP31
a. De oprichting en instandhouding van de landschapsmaatregelen en beplanting, zoals aangegeven op de situatietekening en het beplantingsplan welke als bijlage 1 en 2 bij deze planregels zijn gevoegd; Om de geluidbelasting op de omliggende woningen te borgen is artikel 3.4.2 Voorwaardelijke verplichting aangevuld met: c. de oprichting en instandhouding van de geluidsmaatregelen ten behoeven van de winkelwagenstalling, zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek welke als bijlage 3 bij deze planregels is gevoegd; , d. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder c en de locatie van de winkelwagenstalling wijzigen, mits wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek welke als bijlage 3 bij deze planregels is gevoegd. (NB: de schuingedrukte tekst is nieuw) Artikel 4 Groen Bestemmingsomschrijving (artikel 4.1) Aan artikel 4.1 bestemmingsomschrijving, zijn fiets- en/of voetpaden toegevoegd. Het artikel wordt daarmee als volgt: De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. geluidwerende voorzieningen; c. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; d. fiets- en/of voetpaden; met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en verhardingen.
(NB: de schuingedrukte tekst is nieuw) Bijlagen bij de regels Door de hierboven beschreven ambtshalve wijzigingen zijn twee bijlagen (bijlage 2 Beplantingsplan en bijlage 3 Onderzoek inrichtingslawaai) aan de planregels toegevoegd, daarnaast is bijlage 1 vervangen door de meest recente inrichtingstekening.
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
50
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Bijlagen toelichting
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
51
NL.IMRO.0141.00061-BP31
Bijlage 1 Ruimtelijk-Economisch Onderzoek vestiging Aldi winkelcentrum De Gors
vastgesteld bestemmingsplan De Gors Almelo
52
28 juni 2021
1/21
28 juni 2021 0111106_20200101JG Aldi de Gors Almelo mr. S. Lamkadmi Akor Bouw B.V. 20200101 Julia Breukelman Definitief
2/21
3/21
4/21
Akor Bouw B.V. is voornemens om een supermarkt te realiseren, aansluitend op wijkwinkelcentrum De Gors in Almelo. Ten behoeve van de realisatie van de nieuwe supermarkt wordt het gezondheidscentrum verplaatst binnen het winkelcentrum. De realisatie van de supermarkt is onderdeel van de revitalisering van het gehele wijkwinkelcentrum en heeft een omvang van circa 1.100 m2 winkelvloeroppervlak1. De beoogde supermarkt betreft een vestiging van harddiscounter Aldi. In figuur 1.1 is een impressie opgenomen van de beoogde ontwikkeling. Het blauw gekleurde deel betreft de nieuwe winkel van Aldi.
Figuur 1.1 Impressie beoogde nieuwe winkel Aldi De Gors De ontwikkeling van een tweede supermarkt in winkelcentrum De Gors wordt mede ingegeven vanuit een historische noodzaak. In het verleden was gedacht aan een tweede wijkwinkelcentrum voor de wijk Windmolenbroek. Het tweede wijkwinkelcentrum is nooit gerealiseerd vanwege de beperkte fysieke ontwikkelingsmogelijkheden. Om een sterk wijkwinkelcentrum te kunnen garanderen naar de toekomst is de versterking van wijkwinkelcentrum De Gors met een tweede supermarkt gewenst. De ontwikkeling van een nieuwe supermarkt is momenteel niet mogelijk binnen de bestaande planologische regeling ‘Windmolenbroek – Groenveld’ (2011) en vraagt om een nieuwe bestemmingsplanregeling.
De beoogde ontwikkeling van Aldi past momenteel niet binnen het vigerende bestemmingsplan. De ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is het ruimtelijke afwegingskader voor het al dan niet toevoegen van nieuwe stedelijke functies.
1 Winkelvloeroppervlak (wvo): uitsluitend het voor consumenten toegankelijke/zichtbare deel van de winkel
5/21
De ladder voor duurzame verstedelijking (ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening). Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Of er sprake is van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling aangetoond worden. De behoefte wordt bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de detailhandelsontwikkeling. De voorkeursvolgorde van de ladder is dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen ‘bestaand stedelijk gebied’ worden gerealiseerd. Als eerste moet de vraag worden beantwoord of de beoogde ontwikkeling gezien wordt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Conform jurisprudentie (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) kan worden afgeleid dat ontwikkelingen groter dan 500 m2 bvo worden aangemerkt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De beoogde ontwikkeling van Aldi omvat een nieuwe winkel van circa 1.477 m2 bvo (circa 1.100 m2 wvo) en is dus aan te merken als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Dit betekent dat de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden doorlopen en dus de behoefte aan de ontwikkeling aangetoond moet worden.
Voorliggend rapport voorziet in deze toetsing. In dit onderzoek staat de vraag centraal of de beoogde nieuwvestiging van Aldi aansluitend op winkelcentrum De Gors in Almelo voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan bod: ● Toets aan de vigerende beleidskaders. ● Een analyse van de dagelijkse goederensector van Almelo en de wijk Windmolenbroek en de positionering van Aldi hierbinnen. ● Een analyse van de huidige en toekomstige marktruimte in de dagelijkse sector binnen het verzorgingsgebied om de eventuele ruimtelijke effecten inzichtelijk te maken. ● Een locatieafweging met de beoordeling van de beoogde locatie.
In hoofdstuk 2 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 is de behoefte aan een tweede supermarkt in wijkwinkelcentrum De Gors in Almelo uiteengezet. In dit hoofdstuk is de dagelijkse goederenstructuur van Almelo geanalyseerd en zijn de ruimtelijke effecten van de ontwikkeling in beeld gebracht. In hoofdstuk 4 is de locatieafweging opgenomen. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 de belangrijkste conclusies beschreven ten aanzien van de toetsing aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.
6/21
Vertrekpunt van het ruimtelijk-economisch onderzoek zijn de vigerende beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt het relevante beleidskader uiteengezet ten aanzien van de beoogde vestiging van Aldi in Almelo.
De Omgevingsvisie Overijssel is de provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in het omgevingsrecht. In de omgevingsvisie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel. Relevant voor de beoogde ontwikkeling is vooral het concentratiebeleid de eis van zorgvuldig ruimtegebruik van de provincie. De eis van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is erop gericht om onnodig nieuw ruimtebeslag – zowel ondergronds als bovengronds – te voorkomen. De provincie wil het onderscheid tussen het bestaande bebouwde gebied en de onbebouwde groene omgeving scherp houden. Vanuit het principe 'inbreiding gaat voor uitbreiding' moeten bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling eerst waar mogelijk locaties benut worden binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Voor detailhandelsvoorzieningen gelden specifieke concentratie-eisen. Detailhandelsvestigingen zijn in principe alleen toegestaan in kernwinkelgebieden.
Voor het behoud en versterken van de leefbaarheid in steden en dorpen is een goed functionerende detailhandelsstructuur van belang. Door detailhandel te concentreren in kernwinkelgebieden blijven de binnensteden, historische dorpskernen en wijkwinkelcentra vitaal. Het compacter maken van kernwinkelgebieden kan bijdragen aan het tegengaan van leegstand van winkelpanden in belangrijke routestructuren in steden en dorpen. Door voorzieningen in steden en dorpen zoveel mogelijk te concentreren in kernwinkelgebieden wordt niet alleen de dynamiek van deze gebieden vergroot, maar ook de bereikbaarheid van de voorzieningen geborgd.
De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het provinciaal concentratiebeleid. De ontwikkeling vindt plaats in het stedelijk gebied en sluit aan bij het bestaande winkelcentrum De Gors. Daarmee wordt dit winkelcentrum verder versterkt met de toevoeging van een tweede (complementaire) supermarkt en wordt bijgedragen aan een goed functionerende detailhandelsstructuur.
De ambities en doelen uit de Omgevingsvisie zijn vastgelegd in de regels van de Omgevingsverordening. In de verordening is geregeld dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in nieuwe detailhandelsvestiging binnen of direct aansluitend aan bestaande kernwinkelgebieden. Een kernwinkelgebied is een deel van een binnenstad of dorpscentrum waar detailhandelsvestigingen geconcentreerd zijn en wijkwinkelcentra. Uitzonderingen hierop zijn locaties voor volumineuze en grootschalige detailhandel.
De beoogde ontwikkeling vindt plaats aansluitend op het winkelcentrum De Gors en is dus passend binnen de regels van de provinciale verordening.
7/21
In de Detailhandelsstructuurvisie Almelo 2013-2018 staat beschreven dat de detailhandelsstructuur in de basis helder van opzet is. Het centrum is het grootste winkelgebied en profileert zich door het modische en overige niet-dagelijkse winkelaanbod als recreatieve hoofdwinkelgebied van Almelo en omliggende kernen. De woonboulevard is in omvang het tweede winkelgebied. Het aanbod bestaat hoofdzakelijk uit woonzaken en een paar bouwmarkten. De woonboulevard is hiermee de locatie voor volumineuze aankopen in de gemeente. De wijk- en buurtwinkelcentra hebben een zeer duidelijke boodschappenfunctie, doorgaans voor de eigen wijk. Winkelgebied De Gors wordt in de visie getypeerd als wijkgericht boodschappencentrum. Deze centra hebben in vergelijking tot de wijkwinkelcentra Eskerplein, Schelfhorst en Vincent van Goghplein een (veel) minder compleet winkelaanbod. De Gors heeft slechts één supermarkt als publiekstrekker. In de visie wordt geconcludeerd dat er in Almelo sprake is van een verdringingsmarkt. Vanuit kwantitatief oogpunt is er geen reden om het winkelaanbod uit te breiden. Gezien de huidige (autonome) winkeltrends wordt verwacht dat het aantal winkel de komende jaren zal afnemen. Hoewel marktruimte ontbreekt voor de uitbreiding van het winkelaanbod zijn investeringen in de detailhandelsstructuur echter wel gewenst.
Keuzes in locaties zijn nodig om de winkelstructuur gericht te kunnen versterken. De vestigingslocaties van publiekstrekkers zijn van groot belang bij het bepalen van de gewenste winkelstructuur. Supermarkten hebben een cruciale trekkersrol in wijkwinkelcentra. In de detailhandelsstructuurvisie zijn de volgende ambities geformuleerd:
● ● ●
Een compacter kernwinkelgebied met een aantrekkelijk winkelvestigingsklimaat in een aantrekkelijke binnenstad met sfeer en beleving. Een sterke een duurzame winkelstructuur met een zo compleet mogelijk aanbod voor inwoners van de gemeente Almelo en omliggende kernen (goed voorzieningenniveau). Een gezond ondernemersklimaat waar marktpartijen kunnen en willen investeren (ontwikkelingsgericht).
De hoofdlijnen voor de detailhandelsstructuur zijn:
● ● ● ● ● ●
Nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk faciliteren in winkelgebieden met een bijpassende functie en verzorgingsgebied. Behoud en zo mogelijk versterking van de regionale concurrentiepositie van de binnenstad als recreatief winkelgebied. Opwaardering van de dagelijkse winkelstructuur naar zo compleet mogelijke boodschappencentra in de wijken, binnen de mogelijkheden die er in de bestaande structuur van vraag- en aanbod aanwezig is. Behoud van de woonboulevard als het PDV-cluster in de gemeente met grootschalig aanbod in volumineuze detailhandel. Geen verruiming voor mogelijkheden voor detailhandelsactiviteiten op locaties buiten de gewenste structuur dan in besluitvorming reeds is toegestaan. Zo mogelijk behoud van basisvoorzieningen in Bornerbroek, door flexibel mee te werken aan verzoek tot beperkte uitbreiding van bestaande winkels.
In de visie zijn de ambities en doelstellingen nader uitgewerkt per winkelgebied. Voor De Gors is beschreven dat naar een compleet wijkwinkelcentrum wordt gestreefd met een verzorgingsfunctie voor de wijk Windmolenbroek. Het boodschappenaanbod wordt bij voorkeur versterkt met een tweede supermarkt.
De beoogde ontwikkeling van een tweede supermarkt bij winkelcentrum De Gors sluit aan bij de gemeentelijke visie voor versterking van dit winkelgebied. Met de complementaire supermarkt Aldi wordt de kwaliteit van het boodschappenaanbod versterkt voor de inwoners van de wijk Windmolenbroek.
8/21
Zowel het provinciale – als gemeentelijke beleidskader is gericht op concentratie en versterking van de bestaande detailhandelsstructuur. Voor nieuwe detailhandelsontwikkelingen is de ladder voor duurzame verstedelijking het uitgangspunt. In dit onderzoek wordt de supermarktontwikkeling getoetst aan de ladder. Vanuit dit oogpunt wordt geconcludeerd dat er beleidsmatig behoefte is aan een tweede supermarkt in winkelcentrum De Gors in Almelo. De ontwikkeling van een tweede supermarkt in winkelcentrum De Gors staat concreet opgenomen in de gemeentelijke detailhandelsvisie. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling aansluit bij de relevante beleidsuitgangspunten.