CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

10.1 Vaststelling bestemmingsplan CPO Almelo Noord Oost - Bijlage 1 - Bestemmingsplan CPO Almelo Noord Oost.pdf

Raad 18 april 2023, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vast te stellen bestemmingsplan CPO Almelo Noord Oost34.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

vastgesteld Bestemmingsplan CPO Almelo Noord Oost

44

NL.IMRO.0141.00145-BP31

Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan worden berekend op basis van parkeerkencijfers of wordt bepaald in parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers. Parkeernormen geven het aantal beleidsmatig vastgestelde parkeerplaatsen bij een bedrijf of voorziening aan. Bij het gebruik van parkeerkencijfers moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de locatie, de specifieke kenmerken van de functie, de mobiliteitskenmerken van de gebruikers van het gebouw en met het gemeentelijk beleid. Hierbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de parkeervraag en de optimale combinatie van leefbaarheid en bereikbaarheid. Daarnaast is het eveneens van belang dat de parkeerruimte van voldoende omvang is. Een parkeerruimte moet wel zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de hoofdregel dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd, mits op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien en de situering van de parkeerplaatsen het ruimtelijk beeld van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast. Eenzelfde soort redenatie gaat op voor het laden en lossen van goederen.

Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen, ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in het bestemmingsplan van kracht zijn. Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.

vastgesteld Bestemmingsplan CPO Almelo Noord Oost

45

NL.IMRO.0141.00145-BP31

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze Vooroverleg Het plan is overeenkomstig het bepaalde in bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan verschillende instanties toegezonden. De ontvangen adviezen in het kader van het vooroverleg hebben niet geleid tot belemmeringen. Door MMWA Hof Markgraven is de directe omgeving meerdere malen geinformeerd over de planvorming. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘CPO Almelo Noord Oost’ heeft van woensdag 31 augustus tot en met 11 oktober 2022 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn is één gezamenlijke zienswijze ontvangen door de directe omgeving. Deze zienswijze heeft geen aanleiding gegeven om het bestemmingsplan aan te passen. Zie hiervoor de zienswijzenreactienota 'Bestemmingsplan CPO Almelo Noord Oost'. Wel heeft een ambtshalve wijziging van het bestemmingsplan plaatsgevonden.

vastgesteld Bestemmingsplan CPO Almelo Noord Oost

46

NL.IMRO.0141.00145-BP31

Hoofdstuk 9 Economische uitvoerbaarheid Om de financiële consequenties van het project Almelo Noord Oost in beeld te brengen is een grondexploitatie opgesteld voor rekening en risico van de gemeente Almelo. Dit wil zeggen dat de gemeente grond verwerft, kavels bouwrijp maakt, openbare voorzieningen aanlegt en bouwrijpe kavels uitgeeft. Over deze grondexploitatie wordt verantwoording afgelegd middels de 'Perspectiefnota Grondbedrijf'. Deze wordt jaarlijks opgesteld. In de grondexploitatie opzet is voor wat betreft de investeringen rekening gehouden met kosten voor verwervingen, slopen en opruimingen, eventuele saneringen, bouw- en woonrijpmaken, planvoorbereiding en voorbereiding en toezicht op de uitvoering. De kosten bouw- en woonrijpmaken bestaan o.a. uit investeringen in grondwerken, verharding, riolering, groen, nutsvoorzieningen en kunstwerken. Het totaal van de kosten zijn 84,6 miljoen euro. (bron Perspectiefnota 2022). De opbrengsten worden gegenereerd uit kaveluitgifte voor woningbouw. In de exploitatie opzet is rekening gehouden met een opbrengstenniveau van ca. 97,8 miljoen euro. (bron perspectiefnota 2022). De einddatum van de grondexploitatieberekening is bepaald op 31-12-2027. In de fasering zijn de kosten gerelateerd aan de uitgifte van vrije kavels.

Kosten en opbrengsten zijn middels een percentage voor respectievelijk kosten- en opbrengstenstijging in de tijd gezet en met behulp van een rentepercentage contant gemaakt. Het totaal van kosten, opbrengsten en fasering bedraagt per 1-1-2022 ca. 10,8 miljoen euro winst op Netto Contante Waarde. De grondexploitatie zal jaarlijks naar voortschrijdend inzicht worden herzien. De risico's van de grondexploitatie bestaan hoofdzakelijk uit planologische procedures en een toename van de planvoorbereidingskosten. Daarnaast bestaat het gevaar dat de verkoop van vrije kavels om marktredenen niet volgens planning zal verlopen. De risico's zoals hier beschreven worden afgedekt middels de Algemene reserve van de Gemeente Almelo. Met de vereniging MMWA/Hof Markgraven is een anterieure exploitatieovereenkomst gesloten. Hierin worden ook de overige (ruimtelijke) randvoorwaarden in geborgd, zoals het waarborgen van de gemeenschappelijke tuin, gemeenschappelijk parkeerterrein, zelfbewoningsplicht en de

vastgesteld Bestemmingsplan CPO Almelo Noord Oost

47

NL.IMRO.0141.00145-BP31

vastgesteld Bestemmingsplan CPO Almelo Noord Oost

48

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1. Bijlage 1 Stedenbouwkundige kaart NoordOost 2008-04-28 Bijlage 2. Bodemoderzoek Almelo Noord Oost Vak 4 Bijlage 3. Aerius berekening Bijlage 4. Ecologisch onderzoek

49

49A

47b

40

42

22

24

18

5

16 14

12

3a

6

36

4

2

45 1 3

1a 1

5

Mooie Vro

uwenweg

43

2

4

34

Kerk

33

29

27

25 30

23

28 503

21

19 26 17 24a 15 24

13 490

22

11 20a 9 20 7 18 5 16

14 3 12 10 8

6 4

486c 486b

486a 486 484 482 480 478

495

476a 476 491

474a

493

489 487

474 485

472

483b 483a

470 481

483

479 477 475 473 471a

3

14-03-2008 0

25

50

75

maten in meters tenzij anders vermeld materiaalmaten in millimeters hoogtematen in meters t.o.v. n.a.p.

100m

DEFINITIEF

-

-

-

-

NR

DATUM

WIJZIGING

GETEKEND

Project

Gemeente

Almelo

Afdeling Stadsbeheer Team Openbare Ruimte

INGENIEURSBUREAU

Par. P.L.

Par. Op

Almelo Noord Oost Stedebouwkundige Structuur

Onderdeel

Overzicht

Bestandnaam

...\NoordOost_Overzichtmatenplan.dgn

Modelnaam

Plotmodel Stedebouwkundige Structuur

Besteknr.

--

Projectleider

R. Bokdam

Getekend

h164

Status

Definitief

Datum

28-4-2008

Complex Wijknr.

Tekeningnr.

Schaal

1:2500

Formaat

ISO A1

53 13 240072

Blad van Blad

1/1

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK Op basis van NEN 5740 Almelo Noordoost Vak 4 - Almelo

Opdrachtgever: Gemeente Almelo Locatie: Almelo Noordoost Vak 4 Robbenhaarsweg Maart 2020

Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Tel: 0546 - 63 96 63

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Rapport Verkennend Bodemonderzoek Op basis van NEN 5740 Almelo Noordoost Vak 4 - Almelo

Opdrachtgever: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo Locatie: Almelo Noordoost Vak 4 Robbenhaarsweg Projectcode: BOD-2333 (20002215) Rapportagedatum: 18 maart 2020 Auteur: ing. H. Stevelink

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 3 4

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

5 5 6 6 7 8

4.1 4.2 4.3 4.4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en bespreking van de chemische analyses Resultaten en bespreking PFAS-analyses

9 9 9 11 13

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

15

6

Literatuur en bronvermelding

17

2

3

4

Bijlagen I

II III IV

Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Verhoeve, juli 2007 Boorplan nader bodemonderzoek, Verhoeve, augustus 2007 Boorplan Evaluatierapport Kruse Milieu BV, juli 2011 Boorplan actualiserend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2020 Boorstaten en legenda boorstaten Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van de gemeente Almelo op 5 terreindelen ten noordoosten van de Robbenhaarsweg in Almelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De gezamenlijke te onderzoeken terreindelen zijn door de opdrachtgever gecodeerd als Vak 4 in de nieuwbouwwijk Almelo Noordoost. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande verkoop van de terreindelen ten behoeve van de nieuwbouw van woningen. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de locatie als onverdacht kan worden beschouwd. Daarnaast wordt de kwaliteit van de boven- en ondergrond en het grondwater ten aanzien van PFAS vastgelegd. De doelstelling van het onderzoek is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de bovengrond. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN 5725, “Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NTA 5755, "Bodem - Landbodem. Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010; - NEN 5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Het veldwerk is uitgevoerd in februari en maart 2020 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek.

De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 1 van 17

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen Vak 4 is gelegen in Almelo Noordoost. Aan de westzijde van Vak 4 is de Robbenhaarsweg gelegen. De te onderzoeken terreindelen hebben de RD-coördinaten x = 244.628 en y = 488.332 en is kadastraal bekend als gemeente Almelo sectie D, nummer 2059 (ged.). Aan de noordzijde van Vak 4 is de Ootmarsumsestraat, aan de oostzijde de Lorentzlaan en aan de zuidzijde is de van der Waalslaan gelegen. Voor de ligging van de te onderzoeken terreindelen binnen Vak 4 wordt verwezen naar het boorplan in bijlage I. Bebouwing en verharding De te onderzoeken terreindelen zijn momenteel grotendeels in gebruik als weiland en liggen deels braak (voormalig boerenerf). Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de verkoop van de terreindelen ten behoeve van de nieuwbouw van woningen. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Aanvullend is inzicht gewenst in de bodem- en grondwaterkwaliteit met betrekking tot PFAS. De te onderzoeken percelen binnen Vak 4 hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 38000 m². Op de onderzoekslocatie zijn enkele watervoerende sloten en ondiepe greppels aanwezig, zie onderstaande afbeelding. Afbeelding 1: Sloten en greppels binnen vak 4

In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Verhoeve, juli 2007; - Boorplan nader bodemonderzoek, Verhoeve, augustus 2007; - Boorplan evaluatie sanering Kruse Milieu BV, juli 2011; - Boorplan actualiserend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2020.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 2 van 17

2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde, evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de gemeente Almelo.. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie is grotendeels in gebruik als agrarische grond. In het noordelijke gedeelte was een agrarisch bedrijf gevestigd. Dit bedrijf is inclusief bodemverontreiniging verwijderd en gesaneerd in 2011. De overige te onderzoeken terreindelen zijn nooit bebouwd geweest en waren geen onderdeel van een boerenerf. - Op het voormalige terrein van de manage (Ootmarsumsestraat 503) was een bovengrondse olietank aanwezig. Verder zijn er geen (voormalige) brandstoftanks bekend. - Uit het HBB archief blijkt dat op de locatie een gedempte sloot aanwezig is (4370). Het verlengde van deze sloot is tijdens een eerder uitgevoerd onderzoek (BOD 1492) op het naastgelegen perceel niet aangetroffen. Voor zover bekend zijn de te onderzoeken terreindelen in het verleden niet opgehoogd. Er zijn verder geen gedempte sloten bekend ter plekke van de te onderzoeken terreindelen. - Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de te onderzoeken terreinen.

Volgens de asbestsignaleringskaart van de gemeente Almelo is er een kleine kans op aanwezigheid van asbest in de bodem. - Er zijn eerder bodemonderzoeken verricht binnen Vak 4. Er is niet eerder onderzoek verricht naar de aanwezigheid van PFAS. De resultaten van deze onderzoeken worden hieronder nader toegelicht: Verhoeve Milieu, Verkennend bodemonderzoek Ootmarsumsestraat 503 te Almelo, d.d. 10 juli 2007, kenmerk GTI/ADV/VMO/457047 projectnummer 457047, BOD-1610 De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen aankoop van het kavel. Uit de resultaten blijkt het volgende: Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank zijn geen verontreinigingen in de grond of het grondwater aangetroffen. Ter plaatse van het bebouwde terreindeel is de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd met PAK en kobalt. Ter plaatse van boring 53 (0.2 - 0.8) is de zwarte verdachte laag matig verontreinigd met PAK en lood en licht verontreinigd met koper, nikkel en minerale olie. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan chroom gemeten. De 10 cm dikke asfaltlaag is niet teerhoudende te kwalificeren Ter plaatse van het overige terreindeel zijn in de boven- en ondergrond geen verontreinigingen gemeten. In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan chroom, cadmium, koper, naftaleen, xylenen en dichlooretheen gemeten.

In het grondwater in het westelijke terreindeel (PB 4) is een matig verhoogd nikkelgehalte gemeten. Er is indicatief geen asbest aangetroffen. In de drie centraal gelegen sloten is geen sliblaag aangetroffen. In de sliblaag van de overige sloten zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie, PAK en EOX gemeten. Het slib is als klasse 0 tot 2 te klassificeren. Verhoeve Milieu, Nader bodemonderzoek Ootmarsumsestraat 503 te Almelo, d.d. 14 augustus 2007, projectnummer 457054, kenmerk GTI/ADV/VMO/457054, BOD-1610 De aanleiding van het onderzoek vormen de matig verhoogde concentraties aan PAK en lood in de bodem onder een puinlaag op de locatie (verkennend onderzoek Verhoeve project 457047). Uit de analyseresultaten blijkt dat er lichte tot matige verontreinigingen aan PAK en lood in de puinhoudende bodemlaag onder de gehele springbak en carousel zijn aangetoond . Advies is het opstellen plan van aanpak van de sanering van de grond in de springbak (2500 m2).

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 3 van 17

Kruse Milieu BV, Evaluatie sanering Ootmarsumsestraat 503 te Almelo, d.d. 4 juli 2011, projectnummer BOD-1610 (10040152) Aanleiding is de aangetroffen bodemverontreiniging (bodemvreemde materialen) bij het verwijderen van de ondergrondse fundaties van een paardentredmolen op locatie en de uit eerder onderzoek aangetroffen verhoogde concentraties aan zware metalen en PAK (< interventiewaarden) in het zuidwestelijke deel van het perceel. De bodemvreemde materialen zijn verwijderd en het perceel is geschikt gemaakt voor het toekomstige gebruik (woningbouw). 2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich circa 11 meter boven NAP; - Het gebied is gelegen ten westen van de “begraven stuwwal” Albergen-Tubbergen; - Het watervoerend pakket wordt gevormd door matig fijne tot matig grove zanden uit het kwartair. Deze laag is plaatselijk 15 meter dik. Het doorlatend vermogen is minder dan 250 m²/dag; - De slecht doorlatende basis wordt gevormd door sterk slibhoudende fijne tertiaire zanden en bevindt zich op een diepte van circa 5 m-NAP; - Het freatische grondwater bevindt zich op circa 1.5 m-mv. De grondwaterstroming is globaal in westelijke richting; - Op circa 80 meter ten zuidoosten van de onderzoekslocatie stroomt de Markgraven en op circa 350 meter ten westen van de onderzoekslocatie stroomt het Lateraalkanaal. De invloed van deze watergangen op de grondwaterstromingsrichting is bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 4 van 17

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. Het boorplan en de onderzoeksstrategie zijn afgestemd met de gemeente Almelo. Vak 4 bestaat uit 5, niet aan elkaar grenzende, terreindelen met een gezamenlijke oppervlakte van 38000 m2. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte niet lijnvormige locatie" uit NEN 5740 (ONV-NL) wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Aanvullend is inzicht gewenst in de bodem- en grondwaterkwaliteit met betrekking tot PFAS. De mengmonsters van de boven- en ondergrond voor het PFAS-onderzoek worden in het veld samengesteld.

Er wordt bij het samenstellen van deze mengmonsters geen rekening gehouden met eventuele bodemvreemde materialen, aangezien PFAS als gevolg van atmosferische depositie (homogeen) aanwezig is. Het grondwater van de peilbuis ter plaatse van het voormalige agrarische bedrijf (peilbuis 2) wordt aanvullend onderzocht op PFAS. Bij het plaatsen van de boringen wordt getracht deze deels in of nabij de sloten en greppels te plaatsen. Asbestonderzoek vindt alleen plaats indien in het betreffende monsterpunt visueel puin of asbestverdacht materiaal wordt waargenomen of indien aan de oppervlakte asbestverdacht materiaal wordt waargenomen. In die gevallen wordt de betreffende bodemlaag indicatief onderzocht op asbest. In norm NEN 5740 zijn voor niet verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.

In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897 van toepassing, “Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat”.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 5 van 17

3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op basis van een oppervlakte van circa 38000 m² worden in totaal 48 boringen verricht, waarvan 33 tot 0.50 meter en 15 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er worden 5 boringen overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt met peilbuizen ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam BV te Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 11 (meng)monsters samengesteld en er worden 5 grondwatermonster genomen. De samenstelling van het mengmonster vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De mengmonsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. De samenstelling van de mengmonsters is vermeld in tabel 2 in paragraaf 4.2. Er is een extra bovengrondmengmonster genomen in verband met een eerdere sanering rondom peilbuis 2. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster Monster

Analysepakket

Bovengrond (6x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), PFAS (28), organische stof, lutum en droge stof

Ondergrond (5x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), PFAS (28), organische stof, lutum en droge stof

Grondwater (5x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Grondwater (1x PB 2)

PFAS (28)

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 6 van 17

3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van de PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in de kamerbrief “Aanpassing tijdelijke Handelingskader PFAS” van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 29 november 2019 en sinds 5 maart 2020 de door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 7 van 17

3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 8 van 17

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en 4.4. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in februari en maart 2020 uitgevoerd door de heren J. Hartman, R. Veltmaat, N. Pepping en B. Dierink, conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkende veldwerkers (certificaatnummer K44441/08). In februari 2020 zijn in totaal 50 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor, waarvan er 20 zijn doorgezet tot 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau. Ten behoeve van het grondwateronderzoek zijn 5 diepe boringen doorgezet in de diepere ondergrond en afgewerkt tot peilbuizen (peilbuis 1 t/m 5). ). Diverse boringen (boring 7, 22, 24 en 25) zijn, in het westelijke deel van de onderzoekslocatie, vanwege het water in de sloten naast geplaatst. Er is één extra boring (boring 46), in het oostelijke deel, in een greppel (niet waterhoudende voormalige gedempte sloot) geplaatst. Ter plaatse van boring 35 is de grond baksteenhoudend. Waarschijnlijk is hier de grond enigszins verhard (voormalig pad). Er zijn geen grondmonsters genomen uit de boringen 1 t/m 5 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Deze boringen zijn op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A). Op 28 februari 2020 zijn boringen verricht naast de boringen 1 t/m 5 (gecodeerd als 1A t/m 5A). Deze boringen zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot circa 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau.

De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodem bestaat ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit matig fijn zand met in de ondergrond sterk zandige leemlagen. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn, met uitzondering van baksteenresten in boring 35 (0 - 0.4 m-mv), geen bodemvreemde materialen waargenomen. Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. De bodem was ter plaatse van boring 35 te nat voor de samenstelling van een mengmonster van de fijne fractie. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven. Er worden maximaal 5 deelmonsters opgenomen in een mengmonster.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 9 van 17

Tabel 2: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Monsterpunt

Traject (m-mv)

Analyse

Bovengrond (BG I)

1A 8 21 23 27

0 - 0.5 0 - 0.2 0 - 0.3 0 - 0.25 0 - 0.4

Standaard pakket + PFAS

Bovengrond (BG II)

6 7 en 20 19

0 - 0.4 0 - 0.5 0 - 0.3

Standaard pakket + PFAS

Bovengrond (BG III)

4A, 15 en 40 42 en 43

0 - 0.4 0 - 0.3

Standaard pakket + PFAS

Bovengrond (BG IV)

3A 12 13 36 en 37

0 - 0.5 0 - 0.35 0 - 0.4 0 - 0.25

Standaard pakket + PFAS

Bovengrond (BG V)

10, 28 en 30 29

0 - 0.25 0 - 0.5

Standaard pakket + PFAS

Bovengrond (BG VI)

2A, 11, 31, 32 en 33

0 - 0.5

Standaard pakket + PFAS

Ondergrond (OG I)

1A 6 7 8 9

0.5 - 1.0 0.4- 0.9 0.7 - 1.2 0.2 - 0.7 0.35 - 0.6

Standaard pakket + PFAS

Ondergrond (OG II)

4A 12 13 14

0.5 - 1.0 0.35 - 0.85 0.5 - 1.0 0.4 - 0.9

Standaard pakket + PFAS

Ondergrond (OG III)

6 7 9 15

0.9 - 1.4 1.4 - 1.7 0.6 - 1.1 0.9 - 1.2

Standaard pakket + PFAS

De boringen 1 t/m 5 zijn doorgezet tot circa 2.50 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 2 en 4 maart zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 10 van 17

Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

1

1.50 - 2.50

0.47

6.0

270

2.36

Goed

2

1.80 - 2.80

0.85

7.1

1840

< 0.1

Goed

3

1.30 - 2.30

0.11

6.3

560

4.64

Goed

4

1.70 - 2.70

0.13

6.1

420

14

Goed

5

1.60 - 2.60

0.60

7.8

553

18

Goed

De waarden voor de pH worden normaal geacht. De waarden voor de EC in de peilbuizen 1 en 3 t/m 5 worden normaal geacht. De EC in peilbuis 2 wordt als verhoogd beschouwd. De waarden voor de troebelheid in de peilbuizen 1, 2 en 3 worden normaal geacht. In het grondwatermonster van de peilbuizen 4 en 5 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3

Resultaten en bespreking van de chemische analyses (standaard pakket)

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters. De gehaltes kunnen hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). De conserveringstermijn voor de minerale olie analyse van het grondmonster BG II is overschreden. De negatieve invloed op de resultaten van het grondonderzoek wordt, als gevolg van deze overschrijding van de conserveringstermijn gering geacht, aangezien de monsters op het laboratorium geconditioneerd zijn bewaard. Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters is volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG VI) en in de ondergrond (OG II, OG IV en OG V) en in het grondwater (peilbuis 1 t/m 5) zijn enkele van de onderzochte stoffen in licht verhoogde concentraties ten opzichte van de betreffende streef- en achtergrondwaarden aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 4.

In de bovengrond (BG I, BG II, BG III, BG IV en BG V) en in de ondergrond (OG I en OG III) zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 11 van 17

Tabel 4: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).

1

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde

Interventiewaarde

PAK

5.4

5.365 *

1.5

40

Ondergrond (OG II)

PCB

0.0052

0.026 *

0.02

1.0

Ondergrond (OG IV)

Zink PAK

160 2.1

354.4 * 2.135 *

140 1.5

720 40

Ondergrond (OG V)

PAK

5.1

5.155 *

1.5

40

Peilbuis 1

Barium

97

97 *

50

625

Peilbuis 2

Barium

200

200 *

50

625

Peilbuis 3

Barium Minerale olie

110 100

110 * 100 *

50 50

625 600

Peilbuis 4

Barium

91

91 *

50

625

Peilbuis 5

Barium Koper Nikkel Zink

150 16 16 140

150 * 16 * 16 * 140 *

50 15 15 65

625 75 75 800

Monster

Component

Bovengrond (BG VI)

AW2000

In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Boven- en ondergrond - BG VI, OG IV en OG V - Zink en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Ondergrond - OG II - PCB Het zeer licht verhoogde PCB-gehalte is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - Peilbuis 1 t/m 5 - Barium, koper, nikkel en zink Het (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium, koper, nikkel en zink in het grondwater zijn mogelijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Grondwater - Peilbuis 3 - Minerale olie Het zeer licht verhoogde gehalte aan minerale olie is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 12 van 17

4.4

Resultaten en bespreking PFAS-analyses

De resultaten van de PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in de kamerbrief “Aanpassing tijdelijke Handelingskader PFAS” van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 1 december 2019 en door het RIVM (sinds 5 maart 2020) afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond. Voor PFAS zijn op dit moment geen duidelijke, officiële interventiewaarden voorhanden. Voor grondwater zijn door het expertisecentrum PFAS voor de stoffen PFOA, PFOS en GenX ad-hoc interventiewaarden (afgeleide waarden) vastgesteld. Er is een verhoogde rapportagegrens voor PFBA van het bovengrondmengmonster BG I als gevolg van storingen in de monstermatrix. De analyseresultaten en de toetsingstabel zijn weergegeven in bijlage III. De mengmonsters van de bovengrond (BG I t/m BG VI) bevatten PFAS (zie tabel 5). In de mengmonsters van de ondergrond (OG I t/m OG V) en in het grondwater (peilbuis 2, zie tabel 6) is geen PFAS aangetoond. Tabel 5: Verhoogde PFOA en PFOS-concentraties (μg/kg d.s.). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde

Wonen/ Industrie

INEV*

BG I - PFAS

PFOA PFOS

0.4 0.5

0.4 0.5 -

0.8 0.9

7.0 3.0

1100 110

BG II - PFAS

PFOA PFOS

0.4 0.4

0.4 0.4 -

0.8 0.9

7.0 3.0

1100 110

BG III - PFAS

PFOA PFOS

0.3 0.5

0.3 0.5 -

0.8 0.9

7.0 3.0

1100 110

BG IV - PFAS PFOA PFOS

0.5 0.5

0.5 0.5 -

0.8 0.9

7.0 3.0

1100 110

BG V - PFAS

PFOA PFOS

0.3 0.5

0.3 0.5 -

0.8 0.9

7.0 3.0

1100 110

BG VI - PFAS PFOA PFOS PFBA

0.2 0.3 1.7

0.2 0.3 1.7 *

0.8 0.9 0.8

7.0 3.0 3.0

1100 110 -

* Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig Tijdelijke handelingskader als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW (Altijd toepasbaar); * functieklasse Wonen; ** functieklasse Industrie; *** niet toepasbaar. In de grondmengmonsters van de bovengrond (BG I t/m BG V) zijn verhoogde gehalten aan PFOA en PFOS aangetoond: de gehalten aan PFOA en PFOS overschrijden de achtergrondwaarden uit het Tijdelijk Handelingskader niet. De overige PFAS zijn in de grondmengmonsters niet aangetoond. De bovengrond (BG I t/m BG V) valt in de kwaliteitsklasse “Altijd toepasbaar”. In het grondmengmonster van de bovengrond (BG VI) zijn verhoogde gehalten aan PFOA, PFBA en PFOS aangetoond: de gehalten aan PFOA en PFOS overschrijden de achtergrondwaarden uit het Tijdelijk Handelingskader niet. Het gehalte aan PFBA overschrijdt de achtergrondwaarde uit het Tijdelijk Handelingskader. De overige PFAS zijn in de Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 13 van 17

grondmengmonsters van de bovengrond niet aangetoond. De bovengrond (BG VI) valt in de kwaliteitsklasse “Wonen”. De analyserapporten en de toetsingen zijn opgenomen in de bijlagen. Tabel 6: Verhoogde concentraties grondwater (μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

Streefwaarde

INEV SRChumaan*

PFOS 0.03 56 PFHpa 0.03 PFOA 0.06 170 SRChumaan: Risicogrens voor de mens op basis van maximale toelaatbare risiconiveaus en levenslange blootstelling Grondwater, PB2

Het grondwater bevat PFOA en PFOS; de gemeten gehalten liggen ruim onder de indicatieve niveaus voor ernstige verontreinigingen (SRChumaan); er zijn derhalve geen humane risico’s en er is geen saneringsnoodzaak. Het grondwater bevat PFHpa; hiervoor zijn geen indicatieve niveaus voor ernstige verontreinigingen (SRChumaan) vastgesteld. Op basis van de gemeten waarden zijn er geen gebruiksbeperkingen te verwachten (bijvoorbeeld besproeien tuin).

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 14 van 17

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van de gemeente Almelo op 5 terreindelen ten oosten van de Robbenhaarsweg in Almelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De gezamenlijke te onderzoeken terreindelen zijn door de opdrachtgever gecodeerd als Vak 4. De totale oppervlakte bedraagt circa 38000 m2. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de verkoop van de terreindelen ten behoeve van woningbouw. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Aanvullend is inzicht gewenst in de bodem- en grondwaterkwaliteit met betrekking tot PFAS. Resultaten veldwerk: Er zijn verdeeld over de onderzoekslocatie in totaal 50 boringen verricht. De bodem bestaat globaal uit matig fijn zand met in de ondergrond sterk zandige leemlagen. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn, met uitzondering van baksteenresten in boring 35 (0 - 0.4 m-mv), geen bodemvreemde materialen waargenomen. Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater is in de peilbuizen 1 t/m 5 aangetroffen op circa 0.5 meter min maaiveld.

Resultaten van de chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I t/m BG V) is niet verontreinigd met parameters uit het standaard; - de bovengrond (BG VI) is licht verontreinigd met PAK; - de ondergrond (OG I en OG III) is niet verontreinigd met parameters uit het standaard pakket; - de ondergrond (OG II) is zeer licht verontreinigd met PCB; - de ondergrond (OG IV) is licht verontreinigd met zink en PAK; - de ondergrond (OG V) is licht verontreinigd met PAK; - het grondwater in de peilbuizen 1 t/m 5 is niet verontreinigd. Resultaten van PFAS analyses - de bovengrond (BG I t/m BG V) is niet verontreinigd met PFAS. De bovengrond BG I t/m BG V valt in de functieklasse Altijd toepasbaar; - de bovengrond (BG VI) is PFBA, PFOA en PFOS aangetoond. Op basis van het aangetoonde gehalte PFBA valt de bovengrond (BG VI) in de functieklasse Wonen; - de ondergrond (OG I t/m OG V) is niet verontreinigd met PFAS. De ondergrond (OG I t/m OG V) vallen in de functieklasse Altijd toepasbaar; - het grondwater in peilbuis 2 bevat PFOA, PFHpa en PFOS. Op basis van de aangetroffen gehalten aan PFOA en PFOS zijn er geen humane risico’s en er is geen saneringsnoodzaak. Voor PFHpa zijn geen indicatieve niveaus voor ernstige verontreinigingen (SRChumaan) vastgesteld.

Op basis van de gemeten waarden zijn er geen gebruiksbeperkingen te verwachten (bijvoorbeeld besproeien tuin). Slotconclusies en aanbevelingen Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen verkoop van de kavels en de nieuwbouwplannen, aangezien er geen verontreinigingen zijn vastgesteld die risico's voor de volksgezondheid kunnen opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 15 van 17

Op basis van de aangetroffen baksteenresten in boring 35 (0 - 0.4 m-mv) in de bovengrond wordt geadviseerd een asbestonderzoek conform NEN 5707 ter plaatse van boring 35 uit te voeren. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving, worden tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen of inspectiegaten verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsen van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 16 van 17

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Almelo Verhoeve Milieu, Verkennend bodemonderzoek Ootmarsumsestraat 503 te Almelo, d.d. 10 juli 2007, kenmerk GTI/ADV/VMO/457047 projectnummer 457047, BOD-1610 Verhoeve Milieu, Nader bodemonderzoek Ootmarsumsestraat 503 te Almelo, d.d. 14 augustus 2007, projectnummer 457054, kenmerk GTI/ADV/VMO/457054, BOD-1610 Kruse Milieu BV, Evaluatierapport Ootmarsumsestraat 503 te Almelo, d.d. 4 juli 2011, projectnummer BOD-1610 (10040152) NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 5755, "Bodem - Landbodem.

Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN 5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS”, Ministerie van I en W, 29 november 2019 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaart, kaartblad 28 E. Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl Kruse Milieu BV

Project: BOD-2333

Pagina 17 van 17

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Verhoeve, juli 2007 - Boorplan nader bodemonderzoek, Verhoeve, augustus 2007 Boorplan evaluatie sanering Kruse Milieu BV, juli 2011 Boorplan actualiserend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2019

Almelo Noordoost Vak 4 Robbenhaarsweg

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: Schaal: 1:25000 BOD-2333 (20002215) Bijlage: I Kaartblad: 28 E

G

e

m

e

e

n

t

e

A

l

m

e

l

o

N

O

7

V

o

t

m

0

6

e

a

3

r

if

r

N

i

c

s

u

M

a

m

s

A

t

i

e

e

l

m

o

m

s

t

e

n

r

l

s

t

a

a

t

5

0

3

o

e

r

s

t

t

a

a

r

s m

s

O

o

t

m

a

r

s

e

u

5

0

3

1

W

1

‡

1

. 2

m

r

m

v

W

B

.

1

. 5

.

1

1

1



1

. 8

B

m

.

1

r

. 4

m

.

v

1

P

1

.

8

m

r

m

.

1

. 3

.

H

E

v

0

B

. 9

m

r

m

v

1

B

.

1

. 2

.

1

W

1

.

7

m

r

m

1

v 1

§

P

1

0

W

. 9

m

r

m

.

B

.

1

.

1

.

7

m

r

m

E

B

1

r

1

v

v

1

B

H

.

2

.

1

.

1

1

1

2

.

5

m

m

v

Š

2

.

0

P

m

H

•

E

m

v

B

2

•

1

1

P

1

B

.

7

. 2

4

m

. 3

r

.

m

H

E

W

1

­

v

1

0

. 8

B

m

.

2

.

r

2

m

.

2

v

1

. 0

m

r

m

v

W

B

. 3

. 3

.

2

1

±

1

2

. 0

B

W

m

. 3

r

. 2

m

.

v

1

2

±

0

. 5

5

m

r

m

v

1

B

3

.

1

.

1

2

1

W

­

5 0

K

r

H

u

u

7

2

y

6

7

w

e

.

o

n

S

w

r

e

r

8

w

P

s

e

j

k

c

i

e

w

C

r

e

M

s

e

G

u

s

t

c

e

o

e

g

d

l

i

o

u

3

e

r

e

g

s

e

t

B

e

T

r

p

.

e

n

c

h

a

a

n

e

a

t

u

:

x

:

0

:

m

u

J

U

1

0

5

4

0

5

4

6

1

6

j

6

3

1

6

j

6

3

2

1

3

1

5

0

O

1

:

l

a

D

B

l

:

D

e

F

l

:

S

V

3

0

(

A

3

5

l

i

2

0

1

1

U

f

o

r

m

a

a

t

)

3

9

Gemeente Almelo Almelo Noordoost VAK 4 Verkennend bodemonderzoek

12

33

34 35

32 31 3 3A

2 2A

10 9

27

30 29

26

37

25 28

1 1A 8 24

36

11

13

40

21

41

39

38

22 15 23

42

20 19

14

44

43

7

4 4A

6 45 17

18

16 5 5A

0

100

Kruse Milieu BV = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: JH/RV

Tekenaar: JK

Projectcode Schaal Datum

: BOD-2333 (20002115) : 1:1250 (A3-formaat) : Maart 2020

Bijlage II Boorstaten

1

1

2A

weiland, m aaiveld

0

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, uit erst zand, sporen wort els, sporen oer 50

1

2 -100

100

-100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs

150

150

3

zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker grijs, bruin, rest en t eelaarde

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs

150

200

250

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, geroerd

50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest 100

weiland, m aaiveld

0

-150

200

250

-200

t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n

-250

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 2 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n

3

1

weiland, m aaiveld

0

1A

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, uit erst zand, sporen wort els, sporen oer

weiland, m aaiveld

0

0 1

50

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest 100

-50 2

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, uit erst zand, sporen wort els, sporen oer zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

100

-100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht groen

130 -100

-130

leem , st erk zandig, donker groen

150

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n

200 229

2

1

weiland, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, geroerd

-229

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 2 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n

50

3A

weiland, m aaiveld

0 100

-100

zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker grijs, bruin, rest en t eelaarde, geroerd 150

-150

200

250

100

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n -250

leem , st erk zandig, donker groen 280

-280

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 2 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 Alm e lo N oor d oost V a k 4 BOD -2 3 3 3 N EN 5 1 0 4

-50 2

-200

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs

onderzoek project code get ekend conform

1 50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs

180

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, uit erst zand, sporen wort els, sporen oer zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest -100

4

1

5A

weiland, m aaiveld

0

0

0

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, sporen wort els -40

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

weiland, m aaiveld

0 1

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, zwak roest , edelm an

-40 50

-80 100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, edelm an

100 3 -130

leem , st erk zandig, donker grijs, bruin

150 170

150

-150

-170

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs 200 -210

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

leem , st erk zandig, zwak hum eus, donker bruin, grijs -240 250

6

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs

270

-270

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 2 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n

weiland, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an

-40 50

-90

4A

100

weiland, m aaiveld

0

0 1

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, sporen wort els

-140 -40

50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

2 100

-100

7

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er J. H a r t m a n

weiland, m aaiveld

0

0 1

50

5

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

-60

weiland, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, m at ig roest , edelm an

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

2

100 -40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, zwak roest , edelm an

50

-140 150

3

-80

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, edelm an

100

-170

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

150 160 -180

leem , st erk zandig, zwak grindig, neut raal groen, grijs, zuigerboor handm at ig

200

8 -210

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, groen, zuigerboor handm at ig

250 260

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, sporen roest , edelm an

-20 -260

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 1 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

weiland, m aaiveld

0

50

3 100

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Alm e lo N oor d oost V a k 4 BOD -2 3 3 3 N EN 5 1 0 4

-100

9

13

weiland, m aaiveld

0

0 1

50

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak zand, edelm an -35

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, sporen roest , edelm an

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, sporen roest , sporen plant en, edelm an

-40 50

-60 100

weiland, m aaiveld

0

100 -110

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-110

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

10

14

weiland, m aaiveld

0

0 1

weiland, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

1 -25

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an

50

-40

50

2

2

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak zand, edelm an

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an

3

-110

-120

t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

11

weiland, m aaiveld

0

15

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

weiland, m aaiveld

0

0 1

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak zand, edelm an -40

50 2

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal rood, st erk roest , edelm an -90

100 -110 3

100

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, zwak roest , edelm an

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an -120

-140

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

12

16

weiland, m aaiveld

0

0

0 1

2

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal rood, beige, m at ig oer, edelm an

100

-100

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, m at ig oer, edelm an

50

17

weiland, m aaiveld

0

0 1

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

onderzoek project code get ekend conform

Alm e lo N oor d oost V a k 4 BOD -2 3 3 3 N EN 5 1 0 4

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an -35

-35 50

weiland, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an -50

18

24

weiland, m aaiveld

0

0 1

weiland, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

-30

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an

50

-25

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

50 -50

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

19

25

weiland, m aaiveld

0

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

50

weiland, m aaiveld

0 1

-50

-30

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, sporen roest , edelm an

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an -60

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

20 0

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

26

weiland, m aaiveld

weiland, m aaiveld 0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, sporen roest , edelm an

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an

-50 -60

t ype g r on d b or in g dat um 2 0 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

27 21

0 1

0 1

weiland, m aaiveld

0

weiland, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an -30

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an -50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

28 22

0 1

0 1

weiland, m aaiveld

0

weiland, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

-25

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

-40 -50

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t ype g r on d b or in g dat um 2 8 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

29

weiland, m aaiveld

0

23

0

weiland, m aaiveld

0

1

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an

50 -25

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 2 6 -0 2 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an

-30 50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak zand, edelm an -40

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, sporen roest , edelm an

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak zand, edelm an -40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=d22cbca4-d155-4133-bfed-ee52220e4c77