10.1 Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13 - Bijlage - Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13 NL.IMRO.0141.00144
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Toelichting
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
1
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer
3 3 4 4 5 6
Hoofdstuk 2 De huidige situatie
7
Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten
9
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
14 14 15 21 22
Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten 5.1 Bedrijven en andere activiteiten 5.2 Fysieke veiligheid 5.3 Externe veiligheid 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Geluid 30 5.6 Bodemkwaliteit 5.7 Flora en fauna 5.8 Archeologie en cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage
25 25 26 28 29
Hoofdstuk 6 Water 6.1 Beleidskader onderdeel water 6.2 Waterparagraaf
35 35 37
Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 43 7.2 Juridische systematiek 7.3 Beschrijving per bestemming
43
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid
47
Hoofdstuk 9 Procedure
48
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
31 31 32 33
43 44
2
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Voor de woonwijk Almelo Noord Oost heeft de gemeenteraad in 2008 het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost' vastgesteld. Dit is het ruimtelijke kader om woningbouw te laten plaatsvinden op de voormalige agrarische gronden. De gronden zijn in eigendom van de gemeente en worden gefaseerd (per vak) uitgegeven. Inmiddels zijn er in de diverse vakken woningen gerealiseerd. De woonwijk is ingedeeld in 14 vakken, zie hieronder.
Almelo Noord Oost is in hoofdzaak opgezet voor (zeer) ruime kavels voor de realisatie van vrijstaande woningen. Inmiddels zijn de gronden van diverse vakken uitgegeven voor woningbouw. Dit betreffen voornamelijk de kleinere bouwpercelen (<750 m²). Hier is dan ook een grote vraag naar. Er is veel minder vraag naar ruime kavels (>1.000 m²). Binnen het plangebied Almelo Noord Oost is het gewenst in vak 2 en vak 13 planaanpassingen door te voeren. De afgelopen jaren hebben in vak 2 herverdelingen plaatsgevonden naar kleinere kavels aan de oostzijde. Het bestemmingsplan stelt echter een maximum aan het aantal woonkavels in dit gebied. Door dit maximum kan het gebied niet verder verkaveld worden, waardoor ongewenst grote (rest)kavels ontstaan. Om een goed aanbod van bouwkavels te kunnen aanbieden is het meest noordelijk gelegen deel van vak 2 herverdeeld. Deze kleinere kavels sluiten beter aan op de actuele vraag voor woonkavels. Bij het nader uitwerken van vak 13 is gebleken dat de twee meest oostelijk gesitueerde bouwkavels aan de Ingenhouszlaan op de hoek met de Mooie Vrouwenweg niet goed aansluiten op de bestaande situatie. Deze 2 bouwkavels zijn daarom een kwartslag gedraaid en krijgen hierdoor een oriëntatie aan de Mooie Vrouwenweg. Aansluitend ten noorden van vak 13 is eveneens de bestaande woning aan
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
3
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Mooie Vrouwenweg 34 gelegen. De bestaande woning is onderzocht en het advies is om de in slechte staat verkerende woning te slopen. De woning is gelegen op een kavel van circa 3000 m² en wordt herverkaveld tot 3 bouwkavels van circa 1000 m².
1.2 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost vak 2 en 13' bestaat uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding; 3. bijlagen bij de toelichting; 4. bijlagen bij de regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
1.3 Ligging van het plangebied In het noordoosten van de stad Almelo ligt de woonwijk in aanbouw Almelo Noord Oost. Deze wijk bestaat uit twee deelgebieden; het noordelijke plandeel (ca. 47 ha) ligt ten noorden van de Ootmarsumsestraat, het zuidelijke plandeel (ca. 33 ha) ligt ten zuiden van de Ootmarsumsestraat. Beide deelgebieden worden in het westen begrensd door het Lateraalkanaal en in het oosten door de gemeentegrens. Vak 2 maakt onderdeel uit van het zuidelijke plandeel van Almelo Noord Oost en ligt aan de Lorentzlaan. Deze herziening heeft betrekking op een gedeelte van vak 2, het plangebied betreft het meest noordoostelijk gelegen vlak van vak 2. Vak 13 maakt onderdeel uit van het noordelijke plandeel van Almelo Noord Oost en ligt aan de Ingenhouszlaan en Mooie Vrouwenweg. Zie de indeling hieronder.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
4
NL.IMRO.0141.00144-BP31
1.4 Huidige planologische situatie Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van het onderhavige bestemmingsplan, de volgende plannen: <0000>
Bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost', door de raad vastgesteld op 24 juni 2008. Op basis van dit bestemmingsplan kan woningbouw worden gerealiseerd in geheel Almelo Noord Oost. De vakken 2 en 13 hebben hierin de bestemming 'Woongebied (WG)'. Het perceel Mooie Vrouwenweg 34 bij vak 13 heeft de bestemming 'Wonen A (WA). Een uitsnede van de vigerende verbeelding uit bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost' is hieronder weergegeven.
Afbeelding: huidige bestemming Vak 2
Afbeelding: huidige bestemming Vak 13 en perceel Mooie Vrouwenweg 34 <0000>
Bestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeren', door de raad vastgesteld op 5 juni 2018. Op basis van dit bestemmingsplan zijn alle parkeernormen gestandaardiseerd op basis van het geldende parkeerbeleid. vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
5
NL.IMRO.0141.00144-BP31
<0000>
Bestemmingsplan 'Parapluherziening Wonen', door de raad vastgesteld op 23 maart 2020. Op basis van dit bestemmingsplan wordt voorkomen dat meerdere huishoudens in een woning worden gehuisvest.
1.5 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat 9 hoofdstukken. Na deze inleiding word in hoofdstuk 2 de huidige situatie beschreven, waarna in hoofdstuk 3 de gewenste situatie (planuitgangspunten) wordt beschreven. Vervolgens behandeld hoofdstuk 4 het geldende beleidskader en worden in hoofdstuk 5 de milieuhygiënische en planologische aspecten verantwoord. Hoofdstuk 6 beschrijft het onderdeel water en in hoofdstuk 7 zijn de juridisch bestuurlijke aspecten beschreven. Tot slot worden in hoofdstuk 8 en 9 de financiële en maatschappelijke haalbaarheid beschreven.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
6
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Hoofdstuk 2 De huidige situatie Vak 2 Het gebied ten zuiden van de Ootmarsumsestraat is verdeeld in 4 vakken. De vakken zijn inmiddels bijna geheel uitgegeven en een groot deel van de woningen is gerealiseerd. Zie hieronder een luchtfoto van het gebied (vakken 1 t/m 4).
Het meest noordoostelijk gelegen vlak van vak 2 is gelegen aan de Lorentzlaan. In het zuidelijke deel van dit vak zijn reeds woningen gerealiseerd. In het noordelijke deel van dit vak zijn 2 kavels bebouwd. Het plangebied is reeds bestemd voor woningbouw en is net als geheel Almelo Noord Oost in eigendom van de gemeente Almelo. Op basis van het geldende bestemmingsplan kunnen hier minimaal 6 en maximaal 17 woningen worden gerealiseerd. Almelo Noord Oost is een woonwijk in ontwikkeling, waardoor er sprake is van fasering. Pas als een vak in aanmerking komt voor uitgifte, zal het vak bouwrijp worden gemaakt. Vak 2 is reeds in ontwikkeling en bouwrijp. Vak 13 Het gebied ten noorden van de Ootmarsumsestraat is verdeeld in 8 vakken. De vakken 7 tot en met 10 en 12 tot en met 14 zijn grotendeels gerealiseerd of in ontwikkeling. Vak 11 moet nog worden uitgegeven. Zie hieronder een luchtfoto van het gebied (vakken 12 tot en met 14).
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
7
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Vak 13 is gelegen aan de Ingenhouszlaan en loopt tot aan de de Mooie Vrouwenweg. Vak 13 is in ontwikkeling en er zijn al diverse woningen gerealiseerd. Het perceel Mooie Vrouwenweg 34 is aansluitend ten noorden van dit vak gelegen. Het plangebied is reeds bestemd voor woningbouw en is net als geheel Almelo Noord Oost in eigendom van de gemeente Almelo. Op basis van het geldende bestemmingsplan kunnen in vak 13 minimaal 12 en maximaal 20 woningen worden gerealiseerd en op het perceel Mooie Vrouwenweg 34 mag 1 woning worden gerealiseerd. Almelo Noord Oost is een woonwijk in ontwikkeling, waardoor er sprake is van fasering. Pas als een vak in aanmerking komt voor uitgifte, zal het vak bouwrijp worden gemaakt. Vak 13 is reeds in ontwikkeling en bouwrijp.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
8
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten van de herverkaveling nader toegelicht. Almelo Noord Oost Voor de ontwikkeling van woningbouw aan de noordoostzijde van Almelo is een plan opgezet dat vooral moet voorzien in het beschikbaar komen van bouwkavels in het duurdere segment van de woningmarkt. De ontwikkeling van Almelo Noord Oost past daarom in het beleid van Almelo om de sociale onbelans meer in evenwicht te brengen door hogere inkomens mogelijkheden te bieden voor het bouwen van een woning. Kortom, Almelo op de kaart zetten en ruimte te bieden voor bouwkavels in exclusieve woningbouwlocaties in een overwegend landelijke setting. In het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost' (2008) is uitvoerig beschreven hoe met alle (bestaande) elementen rekening wordt gehouden, zoals de groenstructuren, verkeersstucturen, landschappen, etc. Deze uitgangspunten worden met onderhavig bestemmingsplan niet verlaten. Zuidelijk plandeel (Zuidzijde Ootmarsumsestraat) Het landschappelijke beeld van dit gebied is totaal anders dan dat van de noordzijde en ook veel minder kwetsbaar. Daarom leent dit gebied zich veel beter voor de ontwikkeling van een zelfstandige woonwijk van enige omvang. In aansluiting op de naastgelegen villawijk Markgraven – Oost kan hier een villawijk ontwikkeld worden met een vergelijkbare verkavelingstructuur.
Hoewel de stedenbouwkundige planopzet zich duidelijk zal onderscheiden, zullen beeldvorming en woningtypologieën qua karakter in veel opzichten vergeleken kunnen worden met de villawijk Markgraven. Uitgangspunten voor de planvorming: <0000> Het bouwen van een villawijk waarbij het hiervoor genoemde programma als minimaal uitgangspunt dient; <0000> Ontsluiting van de wijk via een nieuwe aansluiting op de Ootmarsumsestraat; <0000> Een tweede ontsluiting zal onderdeel moeten zijn van de planvorming; <0000> Ontsluiting voor fiets (recreatieve) routes; <0000> Benadrukking in de stedenbouwkundige / landschappelijke planopzet van het open en groene karakter van de zone langs het Lateraalkanaal dat de villawijk Markgraven begrenst; <0000> Inpassing van de boomsingels aan de oostzijde van het plangebied; <0000> Rekening houden met mogelijke uitbreidingen in de toekomst, aangezien de locatie onderdeel uitmaakt van een groter gebied; <0000> Op kleine schaal mogelijkheid bieden voor toevoeging van twee-onder-één-kap woningen aan de voorraad, waarbij er geen sprake zal zijn van seriematige bouw; <0000> Inpassing (met name in verband met de geluidscontour) van de toekomstige hondenkennel aan de Robbenhaarsweg. Bovenstaande uitgangspunten zijn vertaald in de planregels van het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost' (2008). Artikel 3 geeft de beschrijving in hoofdlijnen voor alle bestemmingen.
Het plan beoogt de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige omgeving en een aantrekkelijk woon- en leefmilieu. Er dient sprake te zijn van een heldere stedenbouwkundige en landschappelijke hoofdstructuur en hiermee een verdeling in deelgebieden op basis van de stedenbouwkundige kaart 240072. Op basis van deze uitgangspunten is Almelo Noord Oost verdeeld in diverse woongebieden. Het zuidelijke deel is qua opzet te vergelijken met het ten westen van het Lateraalkanaal gelegen Markgraven Oost en leent zich voor de ontwikkeling van een villawijk. Daarvoor is gekozen voor een vijftal woonbuurten, namelijk vakken 1 t/m 5. Hierdoor worden van oudsher aanwezige elementen, zoals de waterstructuren (Lateraalkanaal en de Markgraven), de groenstructuren (houtwallen en boomsingels, het groene kruis en de groene scheg) en de bestaande wegenstructuur gehandhaafd. De realisatie van de woonwijk Almelo Noord Oost gaat gefaseerd en heeft een looptijd t/m 2043 (grondexploitatie). Het is dan ook een woonwijk in wording en bestaat uit diverse deelgebieden (vakken).
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
9
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Vak 2 Tegelijk met het vaststellen van het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost' in 2008 is het verkavelingsplan vastgesteld voor geheel Almelo Noord Oost. Voor het meest noordelijk gelegen vlak van vak 2 geldt onderstaande indeling.
Het betreffen in totaal 10 kavels waar inmiddels twee woningen zijn gerealiseerd. De oppervlaktes variëren van 1064 m² tot 1973 m². Deze kavels zijn in het bestemmingsplan vertaald door één bouwvlak op te nemen met de bestemming 'Woongebied'. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor het wonen, met de daarbij behorende andere bouwwerken, tuinen, groenvoorzieningen, verhardingen ten behoeve van het verkeer en verblijf, zoals woonstraten, waterlopen en -partijen en andere bijbehorende voorzieningen. In het bestemmingsplan zijn voor alle vakken met de bestemming 'Woongebied' geen nadere bepalingen opgenomen voor de indeling van de woonstraten en precieze kavelindeling. Er is gekozen voor maximale flexibiliteit. Dit uit zich onder meer in de minimale en maximale norm voor het aantal woningen. Door een aanpassing te doen in het verkavelingsplan, waarmee het bestemmingsplan niet hoeft te worden gewijzigd, kan flexibel worden omgegaan met de indeling van de woonwijk. Herverkaveling vak 2 Op de verbeelding van het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost' is voor het meest oostelijk gelegen vlak van vak 2 opgenomen dat maximaal 17 woningen kunnen worden gerealiseerd. Zoals aangegeven kenmerkt Almelo Noord Oost zich door grote woonkavels, waardoor er sprake is van een exclusief woningbouwsegment. De kavelgrootte varieert dan ook tussen de 500 m² en 3500 m².
Sinds het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is er veel interesse getoond in kavels <1.000 m². Het plan voor Almelo Noord Oost is opgesteld voor de economische crisis omstreeks 2008. Nu de markt zich weer aan het herstellen is, heeft de marktvraag zich hierop aangepast. Kleinere kavels met een kavelgrootte tot circa 1000 m² sluiten beter aan op de actuele vraag voor woonkavels, zoals ook is gebleken bij de recente verkopen in de vakken 3 en 13. Om de voorraad aan kavels tot circa 1000 m² aan te vullen heeft het college op 10 mei 2022 het verkavelingsplan voor het meest noordelijke deel van vak 2 aangepast. Zie de afbeelding hieronder.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
10
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Met de herverkaveling wordt voorzien in de gewenste kavelafmeting (van circa 840 m² tot 1060 m²) voor vrijstaande woningen. De herverkaveling vindt plaatst binnen nagenoeg dezelfde contour voor vak 2. Er is sprake van een andere (interne) infrastructuur, maar is niet strijdig met de uitgangspunten van het bestemmingsplan Almelo Noord Oost. De strijdigheid met het geldende bestemmingsplan is dan ook alleen het aantal woningen. Noordelijk plandeel (Noordzijde Ootmarsumsestraat) In de planvorming zal de kwaliteit van het landschap maatgevend zijn voor nieuwe toevoegingen. Gedacht wordt aan een ontwikkeling die in het bestaande landschap ingepast kan worden. Met een aantal landhuizen op kavels van ongeveer 2000 m² kunnen de karakteristieken van het bestaande landschap bewaard blijven en krijgt het hiermee het karakter van landelijk wonen in de nabijheid van de stad. Landelijk wonen in kleine buurtschappen levert een woontypologie op die Almelo momenteel niet kent en die zich dus duidelijk onderscheidt van de andere woonmilieus. Met een betrekkelijk klein aantal woningen aan de oostzijde van het gebied zal in principe gebruik gemaakt kunnen worden van de bestaande landwegen zonder dat allerlei profielverbredingen nodig zijn. Vanaf deze landwegen zullen ontsluitingen toegevoegd worden.
Mogelijk moet er een nieuwe aansluiting – in combinatie met de ontsluiting van de villawijk – gemaakt worden op de Ootmarsumsestraat. Het gedeelte grenzend aan de Schelfhorst zal qua stedenbouwkundige opzet ruimte moeten bieden aan minimaal 130 kavels van ca. 500 m² en 24 kavels van ca. 1000 m². Dit gebied zal zich in vergelijking met de oostzijde dan ook presenteren als een meer intensieve stedenbouwkundige structuur. Het resterende gedeelte (middengedeelte) zal als overgangsgebied tussen de meer 'intensieve' bebouwing langs de Schelfhorst en het landelijke wonen aan de oostzijde van het gebied kunnen dienen waarbij uitwisselbaarheid van kavelgrootte van belang is. Uitgangspunten voor de planvorming: <0000> De bouw van landhuizen op kavels van ongeveer 2000 m² aan de oostzijde van het gebied; <0000> Zoveel mogelijk in tact laten van de structuur en het karakter van het bestaande landschap; <0000> Ontsluiting van de nieuwe bebouwing via de bestaande landwegen met begeleidende boomsingels c.q. boomgroepen. Er zullen op de bestaande landwegen maatregelen worden genomen om sluipverkeer te weren.
De huidige wegprofielen blijven in principe gehandhaafd; <0000> Zoveel mogelijk behoud van houtwallen, boomsingels, boomgroepen en grote solitaire bomen; <0000> Zodanige situering van de nieuwe grotere kavels dat deze als toevoegingen aan het landschap ervaren zullen worden; vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
11
NL.IMRO.0141.00144-BP31
<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>
Aansluiting qua stedenbouwkundige opzet van het gebied grenzend aan de Schelfhorst bij de bestaande woonwijk, waarbij er sprake zal zijn van kavels van ca. 500-600 m²; Het middengedeelte zal als overgangsgebied plaats moeten bieden aan zowel de vraag naar grotere als “kleinere” kavels; Het gebied (oostzijde) grenzend aan Mariaparochie zal moeten voldoen aan de vraag naar grotere kavels en landelijke wonen; Ruimte voor kabels en leidingen binnen de bestaande en aan te leggen infrastructuur; Handhaving Mooie Vrouwenweg; Amovering boerderij Timmerhuis (Mooie Vrouwenweg 47).
Vak 13 Tegelijk met het vaststellen van het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost' in 2008 is het verkavelingsplan vastgesteld voor geheel Almelo Noord Oost. Voor de twee meest oostelijk gesitueerde percelen in vak 13 en het perceel MooieVrouwenweg 34 geldt de onderstaande indeling.
Het betreffen in totaal 3 woningen. De oppervlaktes bedragen circa 600 m² en het perceel Mooie Vrouwenweg 34 bedraagt circa 3000 m². De twee kavels in vak 13 zijn in het bestemmingsplan vertaald door één bouwvlak op te nemen met de bestemming 'Woongebied'. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor het wonen, met de daarbij behorende andere bouwwerken, tuinen, groenvoorzieningen, verhardingen ten behoeve van het verkeer en verblijf, zoals woonstraten, waterlopen en- partijen en andere bijbehorende voorzieningen. In het bestemmingsplan zijn voor alle vakken met de bestemming 'Woongebied' geen nadere bepalingen opgenomen voor de indeling van de woonstraten en precieze kavelindeling. Er is gekozen voor maximale flexibiliteit. Dit uit zich onder meer in de minimale en maximale norm voor het aantal woningen. Door een aanpassing te doen in het verkavelingsplan, waarmee het bestemmingsplan niet hoeft te worden gewijzigd, kan flexibel worden omgegaan met de indeling van de woonwijk. Het perceel Mooie Vrouwenweg 34 heeft in de bestemming 'Wonen A'. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor het wonen, met de daarbij behorende andere-bouwwerken, tuinen, verhardingen ten behoeve van verkeer en verblijf zoals woonstraten en andere bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige.
Met de bestemming 'Wonen A' zijn de bestaande woningen vastgelegd door middel van een bouwvlak en een aanduiding dat uitsluitend 1 vrijstaande woning is toegestaan.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
12
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Herverkaveling vak 13 Op de verbeelding van het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost' is voor percelen in vak 13 de rooilijn vastgelegd op 5 meter. Voor het perceel Mooie Vrouwenweg 34 is op de verbeelding van het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost' opgenomen dat uitsluitend 1 vrijstaande woning is toegestaan. Zoals hiervoor bij vak 2 al is aangegeven kenmerkt Almelo Noord Oost zich door grote woonkavels, waardoor er sprake is van een exclusief woningbouwsegment. Het plan voor Almelo Noord Oost is opgesteld voor de economische crisis omstreeks 2008. Nu de markt zich weer aan het herstellen is, heeft de marktvraag zich hierop aangepast en is er veel vraag naar kavels tot circa 1000 m². Om de voorraad aan kavels tot circa 1000 m² aan te vullen heeft het college op 10 mei 2022 het verkavelingsplan voor de twee meest oostelijk gelegen kavels en het perceel Mooie Vrouwenweg 34 aangepast. Zie de afbeelding hieronder.
Met de herverkaveling wordt voorzien in de gewenste kavelafmeting (tot circa 1000 m²) voor vrijstaande woningen. De herverkaveling vindt plaatst binnen nagenoeg dezelfde contour voor dit vak. Er is sprake van een andere situering van kavels, maar is niet strijdig met de uitgangspunten van het bestemmingsplan 'Almelo Noord Oost'. De strijdigheid met het geldende bestemmingsplan is het aantal woningen en het afwijken van de rooilijn van 5 meter.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
13
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld.
<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>
In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: <0000> dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.
Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: <0000> Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit <0000> Ruimte voor overgang naar een circulaire economie vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
14
NL.IMRO.0141.00144-BP31
<0000> <0000>
Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen
4.1.1.1 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien.
De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Het voorliggende bestemmingsplan voorziet per saldo in het toevoegen van 7 woningen. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
15
NL.IMRO.0141.00144-BP31
4.1.3 Barro Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen.
4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is in verschillende plannen verwoord. Het belangrijkste provinciale plan is de provinciale omgevingsvisie, die is verankerd in de provinciale omgevingsverordening.
4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld. Beiden zijn inmiddels geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
16
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen
4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. De afbeelding hieronder geeft dit schematisch weer.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
17
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' is artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op het artikel ingegaan. Artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw; 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien; 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken; 4.
De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming; 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: <0000> Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven <0000> Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens.
<0000> Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. <0000> Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. <0000> Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel In artikel 2.2.2 van de provinciale omgevingsverordening is opgenomen dat bij bestemmingsplannen die voorzien in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen de behoefte is aangetoond door middel van actueel onderzoek. In lid 4 van dit artikel staat dat deze behoefte is aangetoond wanneer het aantal woningen past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
18
NL.IMRO.0141.00144-BP31
De gemeente Almelo heeft via de nota Regionaal Woonprogrammering (RWP) regionale afspraken gemaakt met de Twentse gemeenten en de provincie. Het RWP Twente legt de afspraken vast waarin marktinzichten over woningvraag- en aanbod zijn meegenomen. Uit het RWP blijkt dat voor de gemeente Almelo nog een behoefte is aan nieuwe woningen. Dit blijkt tevens uit de gemeentelijke woonprogrammering. In de paragrafen 4.3.1 en 4.4.3 is dit nader uitgewerkt. Binnen woonprogrammering is er nog ruimte om woningen toe te voegen. De gewenste ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving gaat het - kort door de bocht - om het optimaal in verbinding laten zijn van de stedelijke netwerken met elkaar (connectiviteit) en ervoor zorgen dat de stedelijke netwerken elkaar onderling versterken en aanvullen (complementariteit). Het gaat daarnaast om het behouden/vergroten van de kwaliteit van woonomgevingen en werklocaties. Het plangebied van vak 2 is op de Ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt als 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
Het plangebied van vak 13 is op de aangemerkt als 'Verspreide woonbebouwing'. Hieronder is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
19
NL.IMRO.0141.00144-BP31
'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast.
'Verspreide woonbebouwing - Woonomgeving' In Overijssel moet er een passend aanbod zijn van aantrekkelijke woonmilieus waarmee ingespeeld kan worden op veranderende woonbehoeften. Door verschillende woonmilieus aan te bieden is er ruimte voor de huisvesting van alle doelgroepen. Door aanpassing en herstructurering van de bestaande woningvoorraad moet gezorgd worden dat die blijft aansluiten op de woonwensen van verschillende doelgroepen, in alle levensfasen. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' In voorliggend geval wordt met een herverkaveling voorzien in een toevoeging van 7 woningen binnen de een woonomgeving. De woonfunctie past binnen het ontwikkelingsperspectief en de functionele structuur van de omgeving (woongebied). De woningen sluiten aan bij de reeds bestaande omliggende bebouwing en dragen daarmee bij aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van het woongebied en de vitaliteit van Almelo Noord Oost. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. De 'Stedelijke laag' De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
20
NL.IMRO.0141.00144-BP31
De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: <0000> Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur <0000> Contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken dor het infrastructuurnetwerk ' Woonwijken 1955 – nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. 'Laag van beleving' De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling betreft de realisatie van 7 extra woningen in Almelo Noord Oost. Hiermee vindt een beperkte verdichting plaats ten opzichte van het aantal toegestane woningen op grond van het geldende bestemmingsplan. Almelo Noord Oost is aangemerkt als uitleggebied ten behoeve van de verstedelijkingsopgave van Almelo.
Met de ontwikkeling van de wijk wordt rekening gehouden met de omliggende landschappelijke structuren en kwaliteiten waardoor een aantrekkelijk woonmilieu ontstaat. Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' De woonwijk Almelo Noord Oost bestaat uit riante vrijstaande woningen op bijpassende ruime kavels. De te realiseren vrijstaande woonhuizen worden op adequate wijze ingepast in de omgeving. De grootte van de kavels en de woningen komt ongeveer overeen met omliggende woonpercelen. De te ontwikkelen woningen passen daarnaast in het grotere geheel en zorgen voor een versterking van het bestaande bebouwingslint. Op basis van het geldende bestemming kan immers al woningbouw plaatsvinden. Er wordt daarom geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gebiedskenmerken van de 'Stedelijke laag'. Toetsing van het plan aan het provinciaal beleid Het plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid
4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Regionale Woonagenda Twente Met de op 18 februari 2021 ondertekende Regionale Woonagenda Twente zijn de meerjarige afspraken over de opgaven en ambities voor de Twentse woningmarkt in de periode 2021-2025 met een doorkijk naar 2030 geactualiseerd. Ten opzichte van de Regionale Woonvisie en de eerder gemaakte afspraken leidt de huidige woningbehoefte in Nederland als geheel, de provincie Overijssel en inzoomend naar Twente tot de wens om tot 2030 20.000 tot 22.000 woningen in de regio toe te voegen. Hiervan zijn circa 14.000 tot ruim 15.000 woningen in de gehele regio bestaande harde en/of zachte plancapaciteit. Dit leidt tot de volgende opgaven voor Almelo: <0000> de harde plancapaciteit van 940 woningen per 1 januari 2020 versneld te realiseren; <0000> de zachte plancapaciteit van 1020 woningen per 1 januari 2020 zo spoedig mogelijk hard te maken en te realiseren tussen nu en 2030; <0000> naast deze plancapaciteit is regionaal de ambitie/opgave afgesproken om tot 2030 5.000 tot 7.000 woningen toe te voegen, waarbij het samen sturen op kwaliteit leidend is. Sowieso betekent dit dus een woningbouwopgave voor de Gemeente Almelo van meer dan 2.000 woningen. De specificatie/verdeling van de extra woningbouwambitie van 5.000 tot 7.000 woningen zal plaatsvinden aan de hand van een op te stellen kwalitatief afwegingskader.
Binnen de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo wordt in deze woonagenda gedacht aan de ruimtelijke strategie van
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
21
NL.IMRO.0141.00144-BP31
'Stedelijk wonen', terwijl voor andere delen van Twente de strategieën 'Buiten wonen' en 'Wonen langs radialen' meer van toepassing zijn. De ruimtelijke strategie 'Stedelijk wonen' wordt als volgt toegelicht: De steden en de uitleglocaties bij de steden bieden een kwalitatief hoogwaardige stedelijkheid met uiteenlopende milieus: van hoogstedelijke en multifunctionele gebieden, groenstedelijke en suburbane wijken, tot dorpse en landelijke woonmilieus in het buitengebied. Het unieke van wonen in deze stedelijke milieus is dat je alle hoogwaardige voorzieningen bij de hand hebt, net als onderwijs en werkgelegenheid en dat je uitstekend verbonden bent met de rest van de regio en Nederland over spoor en via de weg. Stedelijk wonen is erg in trek, en er liggen kansen om meer binnenstedelijk programma te realiseren in deze steden. Deze genoemde opgaven qua woningbouwaantallen staan nog los van de kwalitatieve opgaven met betrekking tot onder andere stedelijke vernieuwing, verduurzaming/kwaliteitsimpuls van de bestaande woningbouwvoorraad, en de toegankelijkheid en doorstroming. 4.3.1.1 Toetsing van het initiatief aan de Regionale Woonagenda Twente Uit de regionale woonagenda blijkt dat er een concrete behoefte is om de plancapaciteit te verhogen.
Daarbij is in het regionaal woonbeleid aangegeven dat gezocht moet worden naar de juiste woning op de juiste plek, een bijdrage leverend aan de leefbaarheid en kwaliteit van dorpen en steden. Inbreiding heeft hierbij altijd de voorkeur. Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van 7 grondgebonden woningen waarmee wordt voorzien in de gemeentelijke vraag naar ruimere kavels tot circa 1000 m². Met onderhavig plan wordt een deel van de woningbehoefte tot 2025 ingevuld. Toetsing van het plan aan het regionaal beleid Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 4.4.1.1 Algemeen De 'Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 is op 29 september 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie gaat in op hoe de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat voor toekomst beoogd wordt. Het doel is een omgeving waarin zo goed mogelijk gewoond, gewerkt, gesport en ontspannen kan worden. Het betreft een dynamisch document, die bij de invoering van de Omgevingswet hier een onderdeel van zal vormen. In de omgevingsvisie worden vier verschillende gebieden omschreven, waarvoor ontwikkelingsrichtingen zijn opgenomen. Het betreffen het buitengebied, de bedrijventerreinen, wijken en dorpen en de binnenstad. In dit geval is met name de visie ten aanzien van wijken en dorpen relevant. Hierna wordt op deze visie ingegaan. 4.4.1.2 Wijken en dorpen Voor de wijken en dorpen is een gezamenlijke visie ontwikkeld. Het algemene streven is om wijken te creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woningvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit wordt meer in balans gebracht door bij herstructurering op woningen voor het middensegment in te zetten.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
22
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Almelo heeft een bescheiden bevolkingsgroei, die tijdens de looptijd van de visie waarschijnlijk zal omslaan naar krimp. Daarom is het zaak om de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk te benutten en daarmee aan te sluiten op de ontwikkeling van de bevolking. Dit betekent onder meer: <0000> het aanbrengen van de benodigde verscheidenheid door het herstructureren van panden; <0000> de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen in bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). 4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie In dit geval wordt bijgedragen aan het streven naar gemengde woonmilieus, passend bij de omgeving en de concrete behoefte. Het voorgenomen plan resulteert in het toevoegen van 7 woningen. Door herverkaveling van vak 2 worden 5 woningen toegevoegd. Op de locatie Mooie Vrouwenweg 34 wordt de bestaande woning wordt gesloopt en vervangen door 3 nieuwe woningen. De woningen zijn gelegen in de in ontwikkeling zijnde wijk Almelo Noord Oost en passen goed binnen de bestaande ruimtelijke en functionele structuur in de omgeving. Tot slot wordt aangesloten bij het principe 'inbreiding voor uitbreiding'. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het de 'Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040'.
4.4.2 Woonvisie Almelo 2020-2030 4.4.2.1 Algemeen De 'Woonvisie Almelo 2020-2030' gaat over wonen in Almelo en de vele onderwerpen die daarmee samenhangen. Denk aan demografische ontwikkelingen, de bevolkingssamenstelling, de zorgvraag omtrent wonen, de kwaliteit van de woningvoorraad, verduurzaming, et cetera. Al deze thema’s en beleidsterreinen raken en beïnvloeden elkaar. Met de woonvisie wordt ongeveer vijftien jaar vooruit gekeken. Op basis van de prognose en de historische en huidige woonsituatie in Almelo, heeft de gemeente de belangrijkste ambities op woongebied bepaald. 4.4.2.2 Ambities De gemeente Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regionale functie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren, heeft de gemeente drie grote ambities geformuleerd. We streven naar een woningvoorraad die: Flexibel, Evenwichtig & gevarieerd en Toekomstbestendig & duurzaam is. Voor elk van de ambities zijn deelambities geformuleerd, waar de komende jaren concreet aan gewerkt kan worden. Ambitie 1: Flexibele woningvoorraad 1. De verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp. 2. Onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor jongeren en jonge gezinnen. 3. Inbreiding verkiezen boven uitbreiding. 4. Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren.
Ambitie 2: Evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad 1. Het aandeel koop- en huurwoningen meer in evenwicht brengen, en de sociale woningbouw beter over de (omliggende) gemeente(n) verdelen. 2. De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over de (omliggende) gemeenten verdelen. Ambitie 3: Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad 1. Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik. 2. Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken. 3. Een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
23
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Als de toekomstige, gewenste woonsituatie van huishoudens afgezet worden tegen de huidige woningvoorraad, wordt duidelijk van welke woningtypes minder nodig zijn en welke woningen er toegevoegd moeten worden. De woningvoorraad kan tot 2035 nog met ruim 1.600 woningen groeien en die groei zal vooral bestaan uit koopwoningen. In dit segment is er meer vraag naar eengezinswoningen dan naar meergezinswoningen (niet-grondgebonden/appartementen). In de huursector is het de opgave om meergezinswoningen toe te voegen. Het is de vraag hoe wenselijk het is om dit te doen middels sloop/ nieuwbouw; waarschijnlijk kan deze groep woningzoekenden ook prima uit de voeten met een levensloopgeschikte (of levensloopgeschikt gemaakte), grondgebonden woonvorm. Per saldo neemt het sociale huursegment in omvang af.
4.4.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Almelo 2020 - 2030 De ontwikkeling voorziet in de toevoegen van 7 grondgebonden koopwoningen binnen bestaand stedelijk gebied in Almelo. De gemeente Almelo geeft in haar woonvisie aan dat de woningvoorraad tot 2035 nog met ruim 1.600 woningen kan groeien en dat die groei vooral bestaat uit koopwoningen. Daarmee is er voldoende ruimte om het onderhavig plan te realiseren. Verder wordt in de woonvisie aangegeven dat inbreiding boven uitbreiding wordt verkozen. Het voorliggende plan sluit hierop aan, immers worden de beoogde woningen gerealiseerd in de in ontwikkeling zijnde wijk Almelo Noord Oost. Bovendien ligt het plangebied binnen de bebouwde kom van Almelo. Door te voorzien in de actuele vraag naar ruimere kavels tot circa 1000 m² kan daarnaast de voorgenomen ontwikkeling bijdragen aan de doorstroom op de woningmarkt in Almelo. Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan past binnen de kaders zoals opgenomen in de 'Woonvisie Almelo 2020-2030'. Toetsing van het plan aan het gemeentelijk beleid Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
24
NL.IMRO.0141.00144-BP31
Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu-aspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt de milieukundige uitvoerbaarheid nader beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en fysieke veiligheid.
5.1 Bedrijven en andere activiteiten Om een leefbare woonomgeving te waarborgen worden de ruimtelijk relevante milieu-invloeden van bedrijfsmatige activiteiten, in relatie tot de omgeving, beschreven. Vanuit deze doelstelling ligt in de woongebieden het accent op wonen en worden bedrijfsmatige activiteiten geweerd of ontmoedigd. Andersom ligt het accent in gebieden waar bedrijvigheid is toegestaan op activiteiten en wordt wonen niet direct toegestaan. Functiemenging van detailhandel en wonen, kan gewenst zijn voor zover deze niet leidt tot een onleefbare situatie en deze bedrijvigheid direct is gerelateerd aan de woonomgeving (bv. buurtsuper, schoolgebouw). 5.1.1 Wijze van beoordelen De invloed van de aanwezige bedrijven en de mogelijke potentiële milieubelasting van toegestane bedrijven op het plangebied zijn beoordeeld. Hierbij zijn de milieuvergunningen en daaruit voortkomende rechten, de normstellingen uit AMvB’s en de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009) als leidraad gehanteerd. Vervolgens is gekeken naar de milieuhygiënische effecten van deze bedrijvigheid op het plan. De bevindingen staan in de volgende paragrafen. 5.1.2 Externe zonering De publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG is gebruikt bij de zonering rond bedrijven. De publicatie deelt bedrijven onder in categorieën op basis van de ingeschatte milieubelasting.
Per milieucategorie gelden richtafstanden tot de woonwijken. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Aan te houden afstand tot woonwijken (zone) 0 tot 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1000 meter 1500 meter
5.1.3 Aanwezige bedrijven in de directe omgeving De aanwezige bedrijfsactiviteiten in en rond het plangebied zijn geïnventariseerd op basis van de bedrijvenlijst van de gemeente Almelo. De bedrijvenlijst geeft aan welke bedrijven in bedrijf zijn en zich hebben gemeld of een vergunning hebben gekregen op basis van de Wet milieubeheer. Zowel een melding als een vergunning geeft rechten aan een bedrijf. Kleinschalige activiteiten, zoals detailhandel en kantoor of bedrijven aan huis, leveren geen problemen op en zijn buiten beschouwing gelaten. Nabij het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die een negatieve invloed hebben op de woningen.
vastgesteld Bestemmingsplan Almelo Noord Oost vak 2 en 13
25
NL.IMRO.0141.00144-BP31
5.2 Fysieke veiligheid 5.2.1 Inleiding Het aspect fysieke veiligheid beoogt het beschermen van mens, dier en milieu tegen (de gevolgen van) ongevallen en rampen. Om de effecten van een incident zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat hulpverleningsdiensten op kunnen treden en dat burgers zich in veiligheid kunnen brengen. Het bestemmingsplan is op fysieke veiligheidsaspecten getoetst aan landelijke, regionale en gemeentelijke richtlijnen en/of regelgeving. Dit betreft de onderdelen: <0000> bereikbaarheid; <0000> opkomsttijd; <0000> bluswatervoorziening; <0000> zelfredzaamheid; <0000> sirenedekking. De hoofdtaken van de brandweer zijn onderverdeeld in schakels uit de veiligheidsketen. De schakels zijn: Pro-actie; de schakel pro-actie gaat onder andere over de bluswatervoorziening, de bereikbaarheid en de sirenedekking. Preventie; voor het aspect preventie geldt dat rekening moet worden gehouden met de bestaande wet- en regelgeving. Preparatie; voor hulpdienstrelevante objecten is het wenselijk om deze op te nemen in de planvorming van de brandweer, zoals een bereikbaarheidskaart of een aanvalsplan. Repressie; vanuit de repressieve dienst wordt ter plaatse bepaald hoe er wordt ingezet. Nazorg; de taak nazorg heeft geen consequenties voor de ruimtelijke ordening.
Ondanks de gerealiseerde veiligheidsmaatregelen en -voorzieningen blijft er een restrisico waarbinnen incidenten plaats kunnen vinden. 5.2.2 Bereikbaarheid 5.2.2.1 Bereikbaarheid algemeen Bij het bepalen of er in het plangebied sprake is van een goede bereikbaarheid van de gebouwen via het openbare wegennet wordt het plangebied getoetst aan de handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Hierbij wordt beoordeeld of: <0000> de weg voldoet aan de specifieke afmetingen van brandweervoertuigen; <0000> een willekeurig adres binnen een verblijfsgebied in principe via een tweede onafhankelijke route bereikbaar is; <0000> of de verkeersaders aan de brandweervoertuigen een onbelemmerde doorgang bieden. 5.2.2.2 Beoordeling bereikbaarheid Het plangebied is vanuit verschillende richtingen goed te bereiken. Er wordt op dit punt dan ook voldaan aan de handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid. 5.2.3 Opkomsttijd 5.2.3.1 Opkomsttijd algemeen De opkomsttijd is de optelsom van de verwerkingstijd van de melding, de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd is daarbij de tijd tussen het alarmeren van de brandweer door de meldkamer en het tijdstip dat het voertuig de kazerne verlaat. De aanrijdtijd is de tijd die het eerste voertuig nodig heeft om van de kazerne naar de plaats van het incident te gaan.
De opkomsttijd van de brandweer wordt als een belangrijk kwaliteitskenmerk van de brandweer beschouwd. In het Besluit Veiligheidsregio's (BVR) zijn de opkomsttijden voor de brandweer vastgelegd en staan in onderstaande tabel beschreven. Normtijd
Gebruiksfunctie
5 minuten 6 minuten 8 minuten 10 minuten