09 Startnotitie MER, Schout Doddestraat 60.pdf
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage
Doorkiesnummer
Behandeld door M.M. Weerink
Datum 28 september 2021
Onderwerp Startnotitie MER, Schout Doddestraat 60
Geachte leden van de raad, Voor het perceel Schout Doddestraat 60 is een startnotitie voor een milieueffectrapport (hierna MER) ingekomen om de milieueffecten van een intensieve varkenshouderij op het perceel te beoordelen. In de startnotitie wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven en de reikwijdte en het detailniveau van de uit te voeren MER. Het opstellen van een MER vloeit voort uit het raadsbesluit d.d. 12 april 2016 (Raad-3548) om tot handhaving en inpassing van het bestaande agrarische bedrijf aan de Schout Doddestraat 60 over te gaan en de hiertoe in 2016 gesloten overeenkomst met initiatiefnemer. In de startnotitie wordt uitgegaan van een inpassing van de bedrijfsactiviteiten binnen de bestaande stikstofemissierechten, waarbij de verleende Natuurbeschermingswet-vergunning het plafond vormt. Concreet betekent dit dat in de startnotitie wordt uitgegaan van het volledig benutten van deze ruimte, zonder uitbreiding van de vergunde ruimte. Dit leidt tot een verandering in het dierenaantal vanwege de nog in te vullen vergunningsruimte als ook door toepassing van de nieuwste technieken. Deze maatregelen zijn ook noodzakelijk in het kader van dierenwelzijn en de economische bedrijfsvoering. Om de nieuwe opstallen te kunnen realiseren moet een aanvraag omgevingsvergunning ingediend worden, welke met een grote afwijking van het bestemmingsplan vergund kan worden.
Alvorens deze aanvraag in te kunnen dienen moeten de milieueffecten met een besluit-MER onderzocht worden. Het besluit-MER volgt dan de procedure van de grote afwijking (openbare voorbereidingsprocedure) ten behoeve van de nieuwe agrarisch opstallen. Wij hebben besloten om de Startnotitie MER, Schout Doddestraat 60, gedurende zes weken ter inzage te leggen. Ook zullen nabijgelegen gemeenten en overige relevantie instanties schriftelijk worden verzocht om advies uit te brengen over de startnotitie. Het uiteindelijke MER en het ontwerpbesluitomgevingsvergunning zullen te zijner tijd voor een verklaring van geen bedenking aan uw raad worden aangeboden. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
F.W. van Ardenne
Pagina 1 van 1 Raad - 2106849 DCS - 2174779
A.J. Gerritsen
STARTNOTITIE MER Dekker Agron b.v. Schout Doddestraat 60 7610 AG ALMELO
Opdrachtgever: Dekker Agron b.v. Schout Doddestraat 60 7610 AG ALMELO Lichtenvoorde, 28 juni 2021 (versie: 3) Uitvoerende: De heer ing. B.H. Wopereis VanWestreenen Adviseurs b.v. te Lichtenvoorde
2
INHOUDSOPGAVE 1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................ 4 2. BESTAANDE & VERGUNDE SITUATIE ........................................................................... 5 2.1 2.2
OMGEVINGSVERGUNNING .............................................................................................................................. 5 VERGUNNING WET NATUURBESCHERMING .................................................................................................... 6
3. OMVANG GEWENST INITIATIEF .................................................................................. 9 3.1 3.2 3.3
VEEBEZETTING EN BEDRIJFSPROCES ................................................................................................................. 9 MOTIVERING INITIATIEF ................................................................................................................................ 11 OVERIGE ACTIVITEITEN .................................................................................................................................. 13
4. TIJDSBEPALING......................................................................................................... 15 5. WET- & REGELGEVING .............................................................................................. 16 5.1 5.2 5.3
VERGUNNINGEN ........................................................................................................................................... 16 BESTEMMINGSPLAN/ BOUWBLOK ................................................................................................................. 16 MER-BESLUIT ............................................................................................................................................... 17
6. LIGGING ................................................................................................................... 18 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8
TOPOGRAFISCH ............................................................................................................................................. 18 TEN OPZICHTE VAN OMWONENDEN .............................................................................................................. 19 TEN OPZICHTE VAN KWETSBARE GEBIEDEN ................................................................................................... 20 TEN OPZICHTE VAN BOOM- EN FRUITKWEKERIJEN ......................................................................................... 21 TEN OPZICHTE VAN NATURA 2000-GEBIEDEN .............................................................................................. 22 TEN OPZICHTE VAN GRONDWATERBESCHERMINGS- EN STILTEGEBIEDEN ....................................................... 22 OMGEVINGSVISIE EN -VERORDENING OVERIJSSEL ........................................................................................ 22 BESTEMMINGSPLAN ...................................................................................................................................... 23
7. ONDERDELEN COMBI-MER ....................................................................................... 25 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.8 7.9 7.10
AMMONIAKEMISSIE .................................................................................................................... 25 RICHTLIJN INDUSTRIËLE EMISSIES / (IPPC-RICHTLIJN) ........................................................................ 27 GEUREMISSIE ............................................................................................................................. 27 VOGEL- EN HABITATRICHTLIJN / NATUURBESCHERMINGSWET ............................................................ 28 GELUID ..................................................................................................................................... 29 LUCHTKWALITEIT ........................................................................................................................ 29 AFVALWATER ............................................................................................................................. 29 ENERGIEVERBRUIK ...................................................................................................................... 30 FLORA EN FAUNA........................................................................................................................ 30
8. VERZOEK .................................................................................................................. 33 BIJLAGEN
3
1.
ALGEMENE GEGEVENS
Gegevens initiatiefnemer Naam Locatie activiteit
: :
Contactpersoon Correspondentieadres
: :
Telefoon Email KvK Kadastrale ligging Hoofdactiviteit
: : : : :
Opsteller Naam Organisatie Postadres
: : :
Telefoon Email
: :
Bevoegd gezag Gemeente Postadres
: :
Telefoon
:
Dekker Agron b.v. Schout Doddestraat 60 7610 AG ALMELO Dhr. G. (Gerben) Dekker (eigenaar/directeur) Schout Doddestraat 60 7610 AG ALMELO 06-29347672 info@dekkeragron.nl 82359148 // 000048600326 Gemeente Almelo, sectie S, 190, 191 en 192 Het houden van varkens
Dhr. ing. B.H. (Barry) Wopereis Van Westreenen Adviseurs b.v. Varsseveldseweg 65-d 7131 JA LICHTENVOORDE 0544-379737 wopereis@vanwestreenen.nl
college B&W van Almelo Postbus 5100 7600 GC ALMELO 0546-541111
Onderhavige startnotitie is integraal geschreven en dient als basis voor de planologische ontwikkeling en als beslisdocument (Besluit MER) ten behoeve van de omgevingsvergunning (projectomgevingsvergunning).
4
2.
BESTAANDE & VERGUNDE SITUATIE
2.1
Omgevingsvergunning
Voor de varkenshouderij aan de Schout Doddestraat 60 te Almelo is op 1 oktober 2002 een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer (thans omgevingsvergunning Wabo / milieu) verleend voor het houden van 909 fokzeugen met bijbehorende dekberen, opfokzeugen en gespeende biggen. Nadien zijn nog enkele milieuneutrale meldingen ingediend en geaccepteerd voor het doorvoeren van enkele wijzigingen (o.a. realisatie werktuigenberging) alsmede een melding op grond van het Besluit mestbassins (realisatie foliebassin). Vigerende vergunning:
1-10-2002 Stalsysteem
Stal
Diercategorie
Aantal dieren
H
Kraamzeugen
204
H
Kraamzeugen
36
Rav. Code
N Ammoniakemissie a gKg NH3 per Kg NH3 e diertotaal s plaats* c
Geuremissie
Fijnstofemissie
Fijnstof g OUe per PM10/ dierOUe totaal dier/jaar** plaats** *
Fijnstof totaal
BWL / BB code
Omschrijving
D 1.2.6
BB 95.12.032
ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal
4
816
27,9
5691,6
160
32640
D 1.2.16
BWL 2004.07.V1
waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak
2,9
104,4
27,9
1004,4
160
5760
1,3
837,2
10,3
6633,2
44
28336
K-O
Guste en Dragende zeugen
644
D 1.3.6
BWL 2013.02.V4
biologisch luchtwassysteem; 70% ammoniak emissiereductie (45% geur en 75% fijn stof emissiereductie)
F
Guste en Dragende zeugen
25
D 1.3.100
0
overige huisvestingssystemen, groepshuisvesting
4,2
105
18,7
467,5
175
4375
Dekberen
2
D 2.100
0
overige huisvestingssystemen
5,5
11
18,7
37,4
180
360
K-B
Gespeende biggen
2880
D 1.1.9
BWL 2013.02.V4
0,21
604,8
4,3
12384
19
54720
K-O
Opfokzeugen
200
D 3.2.8
BWL 2013.02.V4
0,9
180
12,7
2540
38
7600
Totaal:
2658,4
biologisch luchtwassysteem; 70% ammoniak emissiereductie (45% geur en 75% fijn stof emissiereductie) biologisch luchtwassysteem; 70% ammoniak emissiereductie (45% geur en 75% fijn stof emissiereductie)
* emi s s i e i n kg NH3 per di erpl a a ts per ja a r vol gens de Regel i ng a mmoni a k en veehouderi j ** geuremi s s i efa ctor i n odour uni ts per s econde per di er vol gens de Regel i ng geurhi nder en veehouderi j
** fi jn s tofemi s s i e (g PM10/di er/ja a r) vol gens de l i js t ‘Emi s s i efa ctoren fi jn s tof voor veehouderi j’ op ri jks overhei d.nl
Veebezetting: •
240 kraamzeugen
•
669 guste en dragende zeugen
•
200 opfokzeugen
•
2 dekberen
•
2.880 gespeende biggen
Emissies: •
Ammoniakemissie:
2.658,4 kg/NH/jr.
•
Geuremissie:
28.758 OU/jr.
•
Emissie fijn stof:
133.791 g/PM10/jr.
5
28758,1
133791
2.2
Vergunning Wet natuurbescherming
Voor de varkenshouderij aan de Schout Doddestraat 60 is op 21 januari 2015 eveneens een vergunning op grond van de WNB verleend door de provincie Overijssel. Wet Natuurbescherming: E m i s s i
21-1-2015 Stalsysteem
Diercategorie
Aantal dieren
Rav. Code
H
Kraamzeugen
204
H
Kraamzeugen
K-O
Ammoniakemissie
BWL / BB code
Omschrijving
Kg NH3 per dierplaats*
Kg NH3 totaal
D 1.2.100
0
overige huisvestingssystemen
8,3
1693,2
36
D 1.2.16
BWL 2004.07.V1
waterkanaal in combinatie met een afgescheiden mestkanaal of mestbak
2,9
104,4
Guste en Dragende zeugen
772
D 1.3.6
BWL 2013.02.V4
1,3
1003,6
K-B
Guste en Dragende zeugen
188
D 1.3.6
BWL 2013.02.V4
1,3
244,4
K-O
Dekberen
2
D 2.1
BWL 2013.02.V4
1,7
3,4
K-B
Gespeende biggen
4160
D 1.1.9
BWL 2013.02.V4
0,21
873,6
C
Opfokzeugen
72
D 3.2.7.2.1
BWL 2004.05.V4
1,5
108
E
Opfokzeugen
72
D 3.2.7.2.1
BWL 2004.05.V4
1,5
108
H
Opfokzeugen
72
D 3.2.7.2.1
BWL 2004.05.V4
1,5
108
Totaal:
4246,6
Stal
biologisch luchtwassysteem; 70% ammoniak emissiereductie (45% geur en 75% fijn stof emissiereductie) biologisch luchtwassysteem; 70% ammoniak emissiereductie (45% geur en 75% fijn stof emissiereductie) biologisch luchtwassysteem; 70% ammoniak emissiereductie (45% geur en 75% fijn stof emissiereductie) biologisch luchtwassysteem; 70% ammoniak emissiereductie (45% geur en 75% fijn stof emissiereductie) Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal Mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan driekant op het mestkanaal
* emi s s i e i n kg NH3 per di erpl a a ts per ja a r vol gens de Regel i ng a mmoni a k en veehouderi j
De stikstofdepositie van deze veebezetting op de meest relevante en omliggende maatgevende N2000 gebieden bedraagt als volgt:
6
7
2.3
Bedrijfslocatie Westermaatweg 2 te Almelo
Dekker Agron b.v. exploiteerde voorheen op de bedrijfslocatie Westermaatweg 2 te Almelo ook een varkenshouderij. De bedrijfsvoering op deze bedrijfslocatie is ten behoeve van de beoogde ontwikkeling beëindigd. Voor de varkenshouderij aan de Westermaatweg 2 te Almelo is op 20 maart 2015 een vergunning op grond van de WNB verleend door de provincie Overijssel. Deze vergunning is verleen voor de volgende veebezetting:
Vigerende vergunning: 20-3-2015 Stalsysteem Stal
Diercategorie
Aantal dieren
Rav. Code
4
Kraamzeugen
48
4
Guste en Dragende zeugen
4
Gespeende biggen
Ammoniakemissie
Omschrijving
Kg NH3 per dierplaats*
Kg NH3 totaal
D 1.2.100
overige huisvestingssystemen
8,3
398,4
120
D 1.3.100
overige huisvestingssystemen, groepshuisvesting
4,2
504
471
D 1.1.100
overige huisvestingssystemen
0,69
324,99
Totaal:
1227,39
* emi s s i e i n kg NH3 per di erpl a a ts per ja a r vol gens de Regel i ng a mmoni a k en veehouderi j
De ammoniakemissie van de veebezetting op deze locatie bedraagt derhalve 1.227,4 kg/NH/jr. Op beide bedrijfslocaties is in totaal een ammoniakemissie van (4.246,6 + 1.227,4 =) 5.474,0 kg beschikbaar.
8
3.
OMVANG GEWENST INITIATIEF
3.1
Veebezetting en bedrijfsproces
Dekker Agron b.v. is voornemens om op de locatie de Schout Doddestraat 60 het bestaande fokzeugenbedrijf duurzaam te ontwikkeling tot een omvang van 1.924 fokzeugen met bijbehorende gespeende biggen, opfokzeugen en dekberen alsmede een vleesvarkenstak om ter plaatse een deel van de gespeende biggen te huisvesten tot een slachtrijpe leeftijd. Hiertoe is het wenselijk en noodzakelijk om extra stalruimte te realiseren. In de beoogde bedrijfsopzet worden de volgende dieren gehouden: o 1.924 fokzeugen o 9.780 gespeende biggen o 3 dekberen o 280 opfokzeugen o 4.180 vleesvarkens Dekker Agron b.v. heeft als doelstelling om in de gewenste situatie ter plaatse een duurzame en maatschappelijk verantwoorde varkenshouderij te exploiteren. Hierbij is het uitgangspunt om te voldoen aan alle geldende wet- en regelgeving op het gebied van milieu en dierenwelzijn en om daarnaast geen toename van de stikstofdepositie te veroorzaken ter plaatse van Natura-2000 gebieden. In de gewenste bedrijfsopzet is het wenselijk om de stallen als volgt uit te voeren: •
De bestaande (verdiepings)stal wordt intern gewijzigd en in gebruik genomen voor guste/dragende zeugen (772 stuks) en gespeende biggen (5.300 stuks). Deze stal is voorzien van een biologische luchtwasser;
•
De realisatie van nieuwe stalruimte voor 672 guste/dragende zeugen (incl. dekstal / 4 dekberen) en 280 opfokzeugen. Deze stal wordt voorzien van een gecombineerde luchtwasser;
•
De realisatie van een nieuwe stal voor 480 kraamzeugen. Deze stal wordt voorzien van een gecombineerde luchtwasser;
•
De realisatie van nieuwe stalruimte voor 4.480 gespeende biggen en 4.180 vleesvarkens. Deze stal wordt voorzien van een gecombineerde luchtwasser;
•
Het vergroten van bestaande werktuigberging;
•
Het realiseren van 2 mestsilo’s t.b.v. de opslag van drijfmest.
9
In de navolgende tabel is de gewenste bedrijfsopzet / veebezetting nader uitgewerkt: Aangevraagde situatie: Stalsysteem Stal
Diercategorie
Aantal dieren
Rav. Code
1
Guste en Dragende zeugen
772
D 1.3.12.4
BWL 2010.02.V6
1
Gespeende biggen
5300
D 1.1.15.4
BWL 2010.02.V6
3
Kraamzeugen
480
D 1.2.17.4
BWL 2010.02.V6
2
Guste en Dragende zeugen
672
D 1.3.12.4
BWL 2010.02.V6
2
Dekberen
3
D 2.4.4
BWL 2010.02.V6
4
Gespeende biggen
4480
D 1.1.15.4
BWL 2010.02.V6
2
Opfokzeugen
280
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V6
4
Vleesvarkens
4180
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V6
BWL / BB code
Omschrijving
gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser
Veebezetting: •
480 kraamzeugen
•
1.444 guste en dragende zeugen
•
280 opfokzeugen
•
3 dekberen
•
9.780 gespeende biggen
•
4.180 vleesvarkens
Emissies: •
Ammoniakemissie:
4.521,2 kg/NH/jr.
•
Geuremissie:
120.944 OU/jr.
•
Emissie fijn stof:
350.968 g/PM10/jr.
10
Ammoniakemissie
Geuremissie
Fijnstofemissie
Fijnstof g OUe per OUe totaal PM10/ dierplaats dier/jaar
Kg NH3 per dierplaats
Kg NH3 totaal
0,63
486,36
10,3
7951,6
35
27020
0,1
530
4,3
22790
15
79500
1,3
624
15,3
7344
32
15360
0,63
423,36
10,3
6921,6
35
23520
0,83
2,49
10,3
30,9
36
108
0,1
448
4,3
19264
15
67200
0,45
126
12,7
3556
31
8680
0,45
1881
12,7
53086
31
129580
Totaal:
4521,21
120944,1
Fijnstof totaal
350968
Daarnaast is de gewenste opzet weergegeven in navolgende figuur:
3.2
Motivering initiatief
In de gewenste bedrijfsopzet wordt een duurzaam fokzeugenbedrijf gerealiseerd. De biggen die binnen het bedrijf worden geboren worden gedeeltelijk binnen het bedrijf gehuisvest totdat deze een slachtrijpe leeftijd hebben bereikt (circa 110 kg geslacht gewicht). Het overige deel van de gespeende biggen wordt afgevoerd en op een andere bedrijfslocatie gehuisvest tot deze een slachtrijpe leeftijd hebben bereikt. Door deze opzet worden de vervoersbewegingen zoveel mogelijk beperkt. Daarnaast wordt een hoge mate van bedrijfshygiëne bewerkstelligd, omdat op deze wijze de dieren zo weinig mogelijk worden verplaatst. Voornoemde is wenselijk in kader van het dierenwelzijn alsmede ten aanzien van het voorkomen van besmettingsgevaar c.q. het verspreiden van dierziekten. Op de locatie Schout Doddestraat 60 bevindt zich al vele jaren een florerend varkensbedrijf. Als gevolg van een beoogde toekomstige ontwikkeling van de gemeente Almelo zou het varkensbedrijf ter plaatse worden beëindigd. De voornoemde ontwikkeling vindt echter geen doorgang, waardoor in overleg met de gemeente Almelo nu ter plaatse een duurzame varkenshouderij kan worden gerealiseerd c.q. kan worden geëxploiteerd. Om voornoemde te bewerkstelligen dient te worden geïnvesteerd in de realisatie van duurzame stalruimte.
Deze nieuwe stalruimte wordt uitgevoerd met de modernste best beschikbare technieken op het gebied van dierenwelzijn en milieu. Deze stallen zullen hiertoe ook voldoen aan de Maatlat Duurzame Veehouderij.
11
Om voornoemde en een goede marktpositie te kunnen bewerkstelligen, dient vervolgens schaalvergroting naar 1.924 fokzeugen te worden doorgevoerd. In de gewenste situatie worden derhalve alle stallen emissiearm uitgevoerd door middel van biologische en gecombineerde luchtwassers. Binnen het bedrijf wordt op basis van (regionale) grondstoffen en reststoffen uit de voedingsmiddelenindustrie zelf het benodigde veevoeder (brijvoer) voor de dieren gemaakt. Hiervoor is een (brij)voerkeuken inclusief mengers en opslagvoorzieningen aanwezig. Daarnaast is het wenselijk om in de gewenste bedrijfsopzet de vrijkomende mest afkomstig van de varkens te verwerken. Hiertoe zal de vrijkomende mest o.a. worden gescheiden in een dikke en dunne fractie. Voor deze toepassing worden 2 mestsilo’s op het achtererf gerealiseerd. Tot slot is het wenselijk om de omgeving en maatschappij te betrekken bij de varkenshouderij. Hiertoe wordt in samenwerking met de gemeente Almelo de omwonenden ingelicht en wordt er ruime aandacht besteed aan de landschappelijke aspecten, opvang en berging van hemelwater, aanleg van (erf)beplanting en beeldvorming/uitvoering van de nieuwe stalruimte.
De volgende motivering ligt aan de gewenste wijziging en uitbreiding ten grondslag: - het realiseren van een duurzame varkenshouderij; - het investeren en voldoen aan de geldende dierenwelzijnseisen; - het behalen van een hoge gezondheidsstatus op het varkensbedrijf om de kans op besmettingen en verspreiding van dierziektes zoveel mogelijk te beperken; - het voldoen aan de milieuwetgeving. In het kader van de Besluit-huisvesting / IPPC-richtlijn dient de varkenshouderij te worden uitgevoerd conform de “beste beschikbare technieken” (BBT). Hierdoor wordt voldaan aan het BBT-principe, de AMvB-huisvesting en de IPPC-richtlijn; - mestverwerking op “boerderijschaal” (scheiden dikke en dunne fractie); - de bedrijfsvoering (looplijnen, indeling, inzet van arbeid etc.) wordt geoptimaliseerd en vindt tevens een efficiencyverbetering plaats; - het produceren van duurzame energie (toepassen van zonnepanelen op de daken); - het vergroten van de productiecapaciteit. Gelet op de huidige en toekomstige situatie in de Nederlandse en Europese varkenshouderij is een duurzame en grootschalige varkenshouderij noodzakelijk / gewenst.
Deze schaalvergroting is noodzakelijk om een goede concurrentiepositie te verkrijgen binnen de Nederlandse en Europese varkenssector en om de kostprijs te kunnen verlagen (economisch belang); - Het generen van een duurzaam gezinsinkomen (tevens met het oog op de bedrijfsopvolging). Als gevolg van de realisatie van de nieuwe stalruimte / beoogde bedrijfsopzet kan op de locatie Schout Doddestraat 60 te Almelo een volwaardige en duurzame varkenshouderij worden geëxploiteerd, die voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (onder meer op het gebied van dierenwelzijn en milieu).
12
3.3
Overige activiteiten
Naast het houden van varkens vinden binnen het bedrijf nog de volgende werkzaamheden en activiteiten plaats: •
Incidenteel gebruik van een noodstroomvoorziening. Deze noodstroomvoorziening is wettelijk vanuit dierenwelzijnsoogpunt verplicht. Periodiek wordt de installatie in de dagperiode getest;
•
Reiniging van stallen. De stallen worden gereinigd met behulp van de hogedrukreiniger met toepassing van reinigings- en ontsmettingsmiddelen; Reinigen van laadruimten van veetransportwagens. Nadat dieren zijn afgevoerd zal op de was-/spoelplaats de laadruimte van de veetransportwagen worden gereinigd met behulp van de hogedrukreiniger. Hierdoor wordt de overdracht / insleep van dierziekten beperkt;
•
•
Opslag medicijnen. Om direct zieke dieren te kunnen behandelen of om op voorhand ziekten te voorkomen worden binnen de varkenshouderij diverse medicamenten opgeslagen. Er worden alleen diergeneesmiddelen opgeslagen. Deze medicijnen worden opgeslagen in een kast;
•
Opslag reinigings- en ontsmettingsmiddelen. Voor het schoonmaken van de stallen of voerkeuken, worden reinigingsmiddelen (reiniging, ontsmetting en inweek) opgeslagen.
•
Opslag bestrijdingsmiddelen. Voor de bestrijding van ongedierte (bijvoorbeeld vliegen en muizen) en onkruid worden binnen de inrichting kleinschalig bestrijdingsmiddelen opgeslagen. Deze bestrijdingsmiddelen worden opgeslagen in een afgesloten kast;
•
Opslag van grondstoffen en (kern)voer. Binnen de inrichting zal in de voerkeuken eigen veevoeder (droogvoer) op maat worden gemaakt door toepassing van diverse (regionale) grondstoffen, restproducten en kernvoeders. De producten worden opgeslagen in diverse silo’s en bunkers. Voor het vervaardigen van het voer zijn naast de opslagvoorzieningen onder meer ook mengers aanwezig;
•
Opslag van zaagsel. Het zaagsel wordt gebruikt voor het instrooien van stalruimtes. Het zaagsel wordt opgeslagen in een berging;
•
Opslag van mest. De varkensmest wordt opgeslagen in mestkelders, die onder de stallen zijn gelegen alsmede in 2 mestsilo’s op het achtererf;
•
Het scheiden van mest in een dikke en dunne fractie met behulp van een (mobiele) scheider;
•
Opslag van kadavers. Voor de opslag van kadavers is een ondergrondse kadaverkoeling geplaatst en is een kadaverplaats aanwezig. Deze kadavers worden vervolgens op afroep ingezameld door het destructiebedrijf Rendac;
•
Opslag vrijkomende afvalstoffen; o papierafval: komt vrij bij administratiewerkzaamheden of van verpakkingen en wordt ingezameld door een lokale vereniging; o restafval: komt vrij bij diverse werkzaamheden en wordt opgeslagen in container. Deze container worden leeggehaald door een erkende inzamelaar; o eventueel vrijkomend oud ijzer wordt gescheiden en ingezameld door een oud ijzer handelaar;
13
o o
3.3
opslag van spuiwater. Het residu dat overblijft na reiniging van de stallucht, het spuiwater, wordt opgeslagen in vloeistofdichte kelders; Kapotte lampen en KGA.
•
Hygiënesluis. Ter voorkoming van besmetting is binnen de varkenshouderij een hygiënesluis aanwezig;
•
Kantoor / kantine. Voor de benodigde administratieve werkzaamheden in een kantoor aanwezig alsmede een kantine in welke het personeel kan pauzeren;
•
Werkplaats. Voor het uitvoeren van kleinschalige onderhouds- en reparatiewerkzaamheden is een werkplaats ingericht met de diverse gereedschappen;
•
Het toepassen van zonnecollectoren op de daken voor het produceren en toepassen van duurzame groene energie;
•
Een bedrijfswoning. Ten behoeve van de varkenshouderij is, vanwege het noodzakelijke toezicht en de controlewerkzaamheden, voor de familie Dekker een bedrijfswoning aanwezig.
Saldering bedrijfslocatie Westermaatweg 2
Om de gewenste bedrijfsopzet te realiseren, wordt daarnaast de voormalige bedrijfslocatie met varkens (fokzeugenbedrijf) aan de Westermaatweg 2 definitief beëindigd. De ter plaatse aanwezige ammoniakemissierechten worden op basis van de Beleidsregels Extern Salderen van de provincie Overijssel verplaatst naar de locatie Schout Doddestraat 60 te Almelo. In de gewenste bedrijfsopzet is er, mede door het salderen van de genoemde ammoniakemissierechten, sprake van een afname van de stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende N2000 gebieden. Op beide bedrijfslocaties is in totaal een ammoniakemissie van (4.246,6 + 1.227,4 =) 5.474,0 kg beschikbaar. De gewenste bedrijfsopzet omvat een ammoniakemissie van Ammoniakemissie 4.521,2 kg/NH/jr. Hierdoor is in de gewenste situatie sprake van een ruimte afname van de ammoniakemissie en bijbehorende stikstofdepositie. Daarnaast is er ter plaatse van de omliggende woningen van derden geen sprake van ontoelaatbare geuremissie en wordt voldaan aan de gelende geurnormering. Tevens wordt voldaan aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit (fijn stof).
14
4.
TIJDSBEPALING
Dekker Agron b.v. is voornemens om in 2021 de MER op te stellen (Combi-MER) en om uiterlijk in 2022 de noodzakelijke omgevingsvergunning te verkrijgen. Het betreft hier een vergunning op grond van de WNB en een projectomgevingsvergunning Wabo voor de onderdelen afwijken bestemmingsplan, bouw en milieu (revisie). Vervolgens kan in beginsel in 2022 een aanvang worden gemaakt met de realisatie van de nieuwe stalruimte en het realiseren van de gewenste bedrijfsopzet. Na de realisatie van de gewenste bedrijfsopzet is er sprake van een duurzaam agrarisch bedrijf, dat voldoet aan alle wet- en regelgeving. De varkenshouderij kan vervolgens vanaf 2022 voor onbeperkte duur in werking zijn. Bovenstaande tijdspad en planning is uiteraard wel afhankelijk van onder meer de inspraak tijdens de procedures alsmede van de bedrijfseconomische situatie in de varkenshouderij.
15
5.
WET- & REGELGEVING
5.1
Vergunningen
In de beoogde bedrijfsopzet wordt de bedrijfsomvang van het varkensbedrijf vergroot. Hiertoe worden onder meer nieuwe stallen voor fokzeugen, gespeende biggen en vleesvarkens gerealiseerd en uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser. Om de gewenste bedrijfsopzet te kunnen realiseren dienen de volgende vergunningen te worden verkregen: •
Omgevingsvergunning Wabo; o Milieu o Bouw o Afwijken bestemmingsplan (handelen in strijd met regels RO) o Toestemming Wet Natuurbeschermingswet (VVGB)
Bevoegd gezag Voor de gevraagde bedrijfsopzet zal een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de onderdelen bouw-, milieu en afwijken van het geldende bestemmingsplan worden aangevraagd. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Almelo is het bevoegd gezag voor het beoordelen en in behandeling nemen van de aanvraag om omgevingsvergunning. In de gewenste situatie is er sprake van het “oprichten van een installatie”, door het oprichten van een nieuwe stalruimte voor het houden van onder meer 1.552 (opfok)zeugen, 4.180 vleesvarkens en 4.480 gespeende biggen. Voor de gevraagde bedrijfsopzet dient het bedrijf, onder meer door het toepassen van extern salderen van ammoniakemissierechten, te beschikken over een nieuwe vergunning/toestemming ingevolge de Wet Natuurbeschermingswet. De provincie Overijssel (GS) is het bevoegd gezag voor het beoordelen en in behandeling nemen van de toestemming op grond van de Wet Natuurbescherming.
5.2
Bestemmingsplan/ bouwblok
In de huidige bedrijfsopzet is de locatie, vanwege de beoogde toekomstige ontwikkeling door de gemeente Almelo, bestemd tot de enkelbestemming “agrarisch” en “water” (bestemmingsplan WaterRijk Almelo fase 1). Bij het vaststellen van dit bestemmingsplan in 2012 is de bestemming “intensieve veehouderij” en het bijbehorende bouwvlak verwijderd. De huidige bedrijfsvoering wordt thans geëxploiteerd op basis van het geldende overgangsrecht op grond van het genoemde nu geldende bestemmingsplan. De gewenste bedrijfsopzet past derhalve niet binnen de kaders van het genoemde bestemmingsplan WaterRijk Almelo fase 1. Voor de gewenste bedrijfsopzet is een bouwvlak van in totaal 3 hectare benodigd. Binnen dit bouwvlak kunnen alle gewenste bedrijfsgebouwen en bouwwerken worden gerealiseerd. 16
Nu sprake is van een duidelijk bouwplan is het wenselijk om de realisatie van de benodigde stalruimte te bewerkstelligen via een zogenaamde projectomgevingsvergunning op grond van de Wabo. In deze projectomgevingsvergunning wordt via het onderdeel “afwijken bestemmingsplan” op basis van een goedkeuring van de Gemeenteraad (d.m.v. een VVGB) medewerking verleend aan het realiseren van de gewenste bedrijfsopzet/bebouwing. Op basis van het doorlopen van een procedure van een projectomgevingsvergunning op grond van de Wabo is er sprake van één overzichtelijke procedure gebaseerd op eenduidig bouwplan / bedrijfsopzet.
5.3
MER-besluit
In het Besluit Milieueffectrapportage is de activiteit “het houden van dieren” opgenomen in bijlagen 2 en 3 onder categorie 14. Uit deze categorie kan worden afgeleid dat bij het oprichten van een stal met een capaciteit voor het houden van meer dan 2.000 varkens (vleesvarkens) / 750 fokzeugen / 3.750 gespeende biggen een MER-beoordelingsplicht geldt. Indien binnen een nieuwe installatie/stal meer dan 3.000 vleesvarkens of 900 fokzeugen worden gehuisvest, geld voor deze activiteit een rechtstreekse MER-plicht. Nu de drempelwaarde van 3.000 vleesvarkens en 900 fokzeugen wordt overschreden, is ten behoeve van de gewenste bedrijfsopzet voorafgaande aan het indienen van de omgevingsvergunning (onderdeel milieu) het opstellen van (Besluit)MER noodzakelijk. Op grond van het Besluit Milieueffectrapportage is voor een projectomgevingsvergunning, waarbij sprake is van het onderdeel “handelen in strijd met de regels RO / afwijken bestemmingsplan”, formeel geen Plan-MER noodzakelijk. In de voornoemde Besluit MER zullen echter ook alle onderdelen in het kader van de ruimtelijke ordening, die normaal in een Plan-MER worden opgenomen, ook worden meegenomen. De op te stellen MER kan derhalve worden beschouwd als een Combi-MER.
In onderhavige situatie zal voor de realisatie van de gewenste bedrijfsopzet (stalruimte voor het houden van 1.924 fokzeugen inclusief 280 opfokzeugen, 9.780 gespeende biggen, 3 dekberen en 4.180 vleesvarkens binnen een (fictief) bouwvlak van maximaal 3 hectare) voorafgaande aan de procedure voor de projectomgevingsvergunning Wabo een zogenaamde Combi-MER worden opgesteld.
17
6.
LIGGING
6.1
Topografisch
De bedrijfslocatie is gelegen aan de Schout Doddestraat 60 en ligt in het agrarisch buitengebied van Almelo. De locatie van de varkenshouderij is op de navolgende luchtfoto’s aangegeven.
Figuur: Luchtfoto ligging bedrijf (bron: Streetsmart)
Figuur: Luchtfoto aanzicht bedrijf (bron: Streetsmart)
18
De voormalige bedrijfslocatie aan de Westermaatweg 2 is gelegen op geringe afstand. De locatie van deze varkenshouderij is op de navolgende luchtfoto aangegeven.
Figuur: Luchtfoto ligging bedrijfslocatie Westermaatweg 2 (bron: Streetsmart)
6.2
Ten opzichte van omwonenden
In de directe omgeving van de veehouderij zijn in hoofdzaak agrarische bedrijven / veehouderijen van derden en enkele burgerwoningen van derden gelegen. De dichtstbijgelegen woning van derden (Schout Doddeweg 17 / SDS) is gelegen op een afstand van 117 meter van de gevel van dichtstbijzijnde stal. Het betreft hier een bedrijfswoning eveneens in eigendom van de familie Dekker behorende bij het agrarisch bedrijf (akkerbouw). Daarnaast liggen rondom het bedrijf een aantal agrarische bedrijfswoning van derden (ABW) op een afstand van 600-700 meter te weten: •
Westerweiland 15-17 Vriezenveen
•
Almeloseweg 73 Vriezenveen
•
Westermaatweg 4 Almelo
•
Westermaatweg 8 Almelo
• Westermaatweg 10/10a Almelo De dichtstbijgelegen burgerwoningen van derden zijn als volgt gesitueerd: •
Almeloseweg 71 Vriezenveen
> 750 meter
•
Westermaatweg 14a Almelo (vm. agrarisch bedrijf)
> 1.200 meter
• Oostermaatweg 4 Vriezenveen > 1.200 meter Op een afstand van ongeveer 1,8 kilometer in noordelijke richting is de bebouwde kom van Vriezenveen gelegen. De bebouwde kom van Aadorp is gelegen op een afstand van 1,9 kilometer in zuidelijke richting.
19
Kom Vriezenveen ABW
SDS 17
Burger ABW
ABW
ABW
Burger W Kom Aadorp
6.3
Ten opzichte van kwetsbare gebieden
Gedeputeerde Staten van Overijssel hebben een besluit genomen tot aanwijzing van de “zeer kwetsbare natuurgebieden” op grond van de Wav. In de directe omgeving is geen “zeer kwetsbaar natuurgebied” gelegen. Het dichtstbijgelegen kwetsbare natuurgebied (Wav) is gelegen op een afstand van circa 5.100 meter ten noorden van de veehouderij. Het bedrijf ligt derhalve niet in een kwetsbaar gebied of in de 250-meterzone daaromheen. Het dichtstbijgelegen kwetsbare natuurgebied is weergegeven op de navolgende uitsnede van de Wav-kaart van Overijssel.
20
Figuur
Ligging veehouderij t.o.v. zeer kwetsbaar natuurgebied WAV (bron: prov. Overijssel)
6.4
Ten opzichte van boom- en fruitkwekerijen
Directe ammoniakschade kan optreden bij planten die zijn gelegen in de nabijheid van veehouderijen. Een aantal plantensoorten is hier speciaal gevoelig voor, zoals coniferen en fruitbomen. Uit het rapport 'Stallucht en Planten 1981', opgesteld door het instituut Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO), blijkt dat deze directe schade zich in de praktijk vooral kan voordoen bij intensieve kippen- en varkenshouderijen. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat dit alleen geldt voor bedrijfsmatige teeltvormen. In het rapport wordt dan ook een afstand aanbevolen van 50 meter tot gevoelige planten en bomen zoals coniferen, en een afstand van minimaal 25 meter tot minder gevoelige planten en bomen. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan.
21
6.5
Ten opzichte van Natura 2000-gebieden
In het kader van Europese regelgeving zijn binnen Nederland Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden aangemeld (VHR-gebieden). Deze gebieden worden ook wel Natura 2000gebieden genoemd en vallen onder de werkingssfeer van de Wet Natuurbescherming. Binnen de invloedssfeer van onderhavige veehouderij zijn diverse Natura 2000-gebied gelegen. Het dichtstbijzijnde N2000 gebied “Engbertsdijksvenen” bevindt zich op een afstand van circa 5,6 kilometer in noordelijke richting. In onderstaande luchtfoto is de ligging van de Natura 2000gebieden t.o.v. onderhavige locatie weergegeven.
Figuur Ligging veehouderij t.o.v. Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator)
6.6
Ten opzichte van grondwaterbeschermings- en stiltegebieden
Het agrarisch bedrijf ligt niet in -of in de nabijheid- van een door de provincie Overijssel aangewezen grondwaterbeschermingsgebieden of stiltegebied.
6.7
Omgevingsvisie en -verordening Overijssel
Per 1 juli 2014 is het reconstructieplan Salland-Twente komen te vervallen. Het provinciale beleid (Omgevingsvisie- en verordening) vervangt deze wetgeving. Zowel de provinciale Omgevingsvisie als –Verordening zijn in 2017 vastgesteld maar telkens geactualiseerd. De laatste consolidatie voor beide documenten heeft plaatsgevonden op 13 november 2019.
22
In de Omgevingsvisie blijft de reconstructiezonering op hoofdlijnen gehandhaafd, dit betekend dat er nog steeds extensiveringszones, verwevingsgebieden en landbouwontwikkelingsgebieden zijn. Onderhavige locatie is gelegen in een (vm.) verwevingsgebied. Op grond van het provinciale beleid heeft de intensieve veehouderij ontwikkelingsmogelijkheden in dit gebied mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten. Het verwevingsgebied is gericht op het “verweven” van landbouw, wonen en infrastructuur. Uitbreiding van onderhavige intensieve veehouderij is in beginsel mede gelet op deze provinciale beleidskaders mogelijk.
6.8
Bestemmingsplan
De gronden behoren tot het plangebied van het bestemmingsplan WaterRijk Almelo fase 1. Dit bestemmingsplan is op 23 augustus 2012 door de gemeenteraad vastgesteld en als zodanig ook in werking getreden. In onderstaand figuur is een kaartuitsnede opgenomen behorend bij het bestemmingsplan.
Figuur Kaartuitsnede bestemmingsplan Buitengebied 2012-2016 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
In de huidige bedrijfsopzet is de locatie, vanwege de beoogde toekomstige ontwikkeling door de gemeente Almelo, bestemd tot de enkelbestemming “agrarisch” en “water. Bij het vaststellen van dit bestemmingsplan in 2012 is destijds de bestemming “intensieve veehouderij” en het bijbehorende bouwvlak verwijderd. De huidige bedrijfsvoering wordt thans geëxploiteerd op basis van het geldende overgangsrecht op grond van het genoemde nu geldende bestemmingsplan.
23
Het beoogde project, het realiseren van een nieuwe stalruimte, past niet binnen de kaders van het nu geldende bestemmingsplan. In de Combi-MER zal het ruimtelijke beleid (gemeente en provincie) alsmede het beoogde bouwplan nader worden uitgewerkt en worden toegelicht.
24
7.
ONDERDELEN COMBI-MER
In de MER zullen de relevante wet- en regelgeving alsmede de milieu- & ruimtelijke aspecten uitvoering worden beschreven. Hieronder worden de relevante aspecten even kort onder de aandacht gebracht.
7.1
Ammoniakemissie
De gewenste bedrijfsopzet in relatie tot de ammoniakemissie is in onderstaande tabel weergeven. Tabel 1 Overzicht ammoniakemissie gewenste bedrijfsopzet
Aangevraagde situatie: Stalsysteem Stal
Diercategorie
Aantal dieren
Rav. Code
1
Guste en Dragende zeugen
772
D 1.3.12.4
BWL 2010.02.V6
1
Gespeende biggen
5300
D 1.1.15.4
BWL 2010.02.V6
3
Kraamzeugen
480
D 1.2.17.4
BWL 2010.02.V6
2
Guste en Dragende zeugen
672
D 1.3.12.4
BWL 2010.02.V6
2
Dekberen
3
D 2.4.4
BWL 2010.02.V6
4
Gespeende biggen
4480
D 1.1.15.4
BWL 2010.02.V6
2
Opfokzeugen
280
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V6
4
Vleesvarkens
4180
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V6
BWL / BB code
Omschrijving
gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser
Ammoniakemissie Kg NH3 per dierplaats
Kg NH3 totaal
0,63
486,36
0,1
530
1,3
624
0,63
423,36
0,83
2,49
0,1
448
0,45
126
0,45
1881
Totaal:
4521,21
Wet ammoniak en veehouderij Het bedrijf ligt niet in een zeer kwetsbaar natuurgebied of in een zone van 250 meter om een dergelijk gebied. De Wet ammoniak en veehouderij stelt geen beperkingen aan de ammoniakemissie als een bedrijf buiten de 250 meter zone rondom een zeer kwetsbaar gebied / EHS is gelegen én als er geen sprake is van een belangrijke toename van de verontreiniging. Van beide situaties is hier geen sprake, omdat het bedrijf ver buiten de zone is gelegen.
25
Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen (AmvB)/ BBT/ Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij Een omgevingsvergunning wordt geweigerd indien door verlening daarvan niet kan worden bereikt dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende best beschikbare technieken worden toegepast. Aan dit artikel is invulling gegeven middels het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij. Dit besluit is op 1 april 2008 inwerking getreden (en in 2015 hernieuwd). In het besluit huisvesting is aangegeven dat de ammoniakemissie uit huisvestingssystemen niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende maximale emissiewaarde. Voor vleesvarkens en gespeende biggen zijn in tabel 1 bij het besluit ammoniak emissiehuisvesting veehouderij maximale immissiewaarden opgenomen. In de onderstaande tabel is de ammoniakemissie van de gewenste bedrijfsopzet alsmede de ammoniakemissie op basis van de maximale emissiewaarden op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen (AMvB-huisvesting)/ BBT weergegeven: Tabel 2 Toetsing gewenste bedrijfsopzet aan AMvB-huisvesting/ BBT
Tabel: Aangevraagde situatie - maximale emissienormen Besluit emissiearme huisvesting Stal
Kolom BEHV
Diercategorie
Aantal dieren
Stalsysteem Rav. Code
BWL / BB code
1
A
Guste en Dragende zeugen
772
D 1.3.12.4
BWL 2010.02.V6
1
A
Gespeende biggen
5300
D 1.1.15.4
BWL 2010.02.V6
3
C
Kraamzeugen
480
D 1.2.17.4
BWL 2010.02.V6
2
C
Guste en Dragende zeugen
672
D 1.3.12.4
BWL 2010.02.V6
2
C
Dekberen
3
D 2.4.4
BWL 2010.02.V6
4
C
Gespeende biggen
4480
D 1.1.15.4
BWL 2010.02.V6
2
C
Opfokzeugen
280
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V6
4
C
Vleesvarkens
4180
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V6
Omschrijving gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met
Ammoniakemissie Kg NH3 per Kg NH3 dier-plaats totaal 2,6
2007,2
0,21
1113
2,5
1200
1,3
873,6
5,5
16,5
0,21
940,8
1,1
308
1,1
4598
Totaal:
11057,1
Uit voornoemde tabel blijkt duidelijk dat ruimschoots wordt voldaan aan hetgeen gesteld staat in het Besluit huisvesting. In de gewenste situatie worden alle vleesvarkensstallen uitgevoerd met een luchtwassysteem, de gespeende biggen worden tevens gehouden binnen een erkend emissiearm stalsysteem. De gevraagde situatie voldoet hierdoor aan het gestelde in de Wet ammoniak en veehouderij en de AMvB-huisvesting / BBT / Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij.
26
7.2
Richtlijn Industriële emissies / (IPPC-richtlijn)
Vanaf 1 januari 2013 is de Europese richtlijn industriële emissies (RIE) in de Nederlandse milieuwetgeving geïmplementeerd (richtlijn 2010/75/EU, PbEU L334). De RIE geeft milieueisen voor de installaties, die genoemd staan in bijlage I. Wanneer een installatie in deze bijlage is opgenomen, spreken we van een IPPC-installatie. Voor veehouderijen vallen de volgende “installaties” / bedrijven onder de werking van de RIE: o 40.000 plaatsen voor pluimvee o 2.000 plaatsen voor vleesvarkens o 750 plaatsen voor zeugen / opfokzeugen Binnen het bedrijf zullen in de gewenste situatie meer dan 2.000 plaatsen voor het houden van vleesvarkens worden gerealiseerd. De drempelwaarde voor vleesvarkens wordt hierdoor overschreden, waardoor de RIE / IPPC-richtlijn van toepassing is op de gewenste bedrijfsopzet. Het vleesvarkensbedrijf moet in de gewenste situatie voldoen aan het ‘Best Avialable Techniques (BAT) principe’ (BBT / BBT+), zoals opgenomen in de BREF en de Oplegnotitie voor IPPC-bedrijven. In de MER zal deze richtlijn nader worden uitgewerkt.
7.3
Geuremissie
De gewenste bedrijfsopzet in relatie tot de geuremissie is in onderstaande tabel weergeven. Tabel 3 Overzicht geuremissie gewenste bedrijfsopzet
Aangevraagde situatie: Stalsysteem Stal
Diercategorie
Aantal dieren
Rav. Code
1
Guste en Dragende zeugen
772
D 1.3.12.4
BWL 2010.02.V6
1
Gespeende biggen
5300
D 1.1.15.4
BWL 2010.02.V6
3
Kraamzeugen
480
D 1.2.17.4
BWL 2010.02.V6
2
Guste en Dragende zeugen
672
D 1.3.12.4
BWL 2010.02.V6
2
Dekberen
3
D 2.4.4
BWL 2010.02.V6
4
Gespeende biggen
4480
D 1.1.15.4
BWL 2010.02.V6
2
Opfokzeugen
280
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V6
4
Vleesvarkens
4180
D 3.2.15.4
BWL 2010.02.V6
BWL / BB code
Omschrijving
gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser
Geuremissie OUe per OUe totaal dierplaats
10,3
7951,6
4,3
22790
15,3
7344
10,3
6921,6
10,3
30,9
4,3
19264
12,7
3556
12,7
53086 120944,1
27
Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij in werking getreden. De Wet geuremissie uit veehouderij dient te worden getoetst aan de voornoemde wet- en regeling. De Wet maakt onderscheid tussen dieren met en zonder geuremissiefactoren. Voor dieren zonder geuremissiefactoren gelden vaste afstanden die moeten worden aangehouden tot geurgevoelige objecten. Voor dieren met omrekeningsfactoren, zoals vleesvarkens en gespeende biggen, wordt middels het verspreidingsmodel ‘V-Stacks vergunning’ de geuremissie uit de veehouderij omgerekend naar geurbelasting op de geurgevoelige objecten in de omgeving van de veehouderij. Hier is alleen sprake van dieren met geuremissiefactoren. Het beoogde vleesvarkensbedrijf is gelegen in een zgn. concentratiegebied. Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij mag de geurbelasting afkomstig van de veehouderij niet meer bedragen dan: •
geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom:
3,0 OUE/ m3
• geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom: 14,0 OUE/ m3 In de MER zal de individuele en de cumulatieve geuremissie nader worden uitgewerkt en worden beoordeeld.
7.4
Vogel- en Habitatrichtlijn / Natuurbeschermingswet
In het kader van Europese regelgeving zijn binnen Nederland Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden aangemeld (VHR-gebieden). Deze gebieden worden ook wel Natura 2000 gebieden genoemd en vallen onder de werkingssfeer van de Natuurbeschermingswet. In de directe omgeving van de inrichting bevinden zich enkele Natura 2000-gebieden welke vallen onder de werkingssfeer van de Vogel- / Habitatrichtlijn / Natuurbeschermingswet. Op 21 janauri 2015 is door het college van GS van Overijssel voor onderhavige locatie een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet verleend. Om de gewenste bedrijfsopzet te realiseren, wordt daarnaast de voormalige bedrijfslocatie met varkens (fokzeugenbedrijf) aan de Westermaatweg 2 beëindigd. De ter plaatse aanwezige ammoniakemissierechten worden op basis van de Beleidsregels Extern Salderen van de provincie Overijssel verplaatst naar de locatie Schout Doddestraat 60 te Almelo. In de gewenste bedrijfsopzet is er, mede door het salderen van de genoemde ammoniakemissierechten, sprake van een afname van de stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende N2000 gebieden. In de MER zullen de effecten ter plaatse van de verschillende Natura 2000-gebieden inzichtelijk worden gemaakt en worden beoordeeld.
28
7.5
Geluid
In de gevraagde situatie wordt gebruik gemaakt van mechanische ventilatie (c.q. luchtwassers op de stallen). Daarnaast vinden de noodzakelijke aan- en afvoerbewegingen van vrachtwagens en tractoren plaats ten behoeve van de aanvoer van veevoer en grondstoffen, het afvoeren van dieren, de afvoer meststoffen, kadavers en afvalstoffen, etc. De te stellen geluidswaarden worden gebaseerd op de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De beoordeling zal plaatsvinden op de omliggende woningen van derden. Gelet op de aard en de bedrijfsduur van de geluidsrelevante activiteiten en bronnen, kan redelijkerwijs worden voldaan aan de te stellen geluidsgrenswaarden. Ten behoeve van de MER en de omgevingsvergunning Wabo zal een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd.
7.6
Luchtkwaliteit
Binnen de inrichting kan stof vrijkomen door het ventileren van de stallen. De Wet luchtkwaliteit stelt grenswaarden voor de concentratie van fijn stof (PM10 en 2,5) en NOx. De luchtkwaliteit wordt in hoge mate bepaald door de achtergrondconcentraties. Lokale bronnen kunnen zorgen voor een extra bijdrage aan de (verslechtering van de) luchtkwaliteit. De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 in de lucht is 40 µg/m3. De dagnorm voor PM10 bedraagt 50 µg/m3. Deze norm mag niet meer dan 35 keer per jaar worden overschreden. Gelet op de omgeving en de toe te passen stalsystemen wordt na verwachting de jaargemiddelde concentratie van 40 mg per m3 alsmede de 24 uurgemiddelde concentratie ter plaatse van de omliggende woningen niet overschreden. Ten behoeve van de MER zal een berekening / beoordeling (ISL3a2021) met betrekking de luchtkwaliteit (fijn stof PM10 & PM2,5) worden uitgevoerd.
7.7
Bodem
In de gewenste situatie worden voor eventuele bodembedreigende activiteiten (houden van dieren / opslag van mest etc.) maatregelen getroffen. Als gevolg van het toepassen van deze beschermende voorzieningen, zal het risico op bodemverontreiniging gering zijn en wordt een verwaarloosbaar bodemrisico bereikt (als bedoeld in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming). De bodembeschermende maatregelen en de eventuele gevolgen voor de bodem zullen in de MER worden beschreven.
7.8
Afvalwater
Al het relevante bedrijfsafvalwater dat binnen de stallen vrijkomt wordt opgevangen in de mestkelders. Het afvalwater afkomstig van de spoelplaats wordt opgevangen en afgevoerd naar een mestkelder. Het bedrijfsafvalwater wordt gelijktijdig met de mest afgevoerd en uitgereden over beschikbare landbouwgronden.
29
Het afvalwater afkomstig van de bedrijfswoning en sanitaire voorzieningen wordt geloosd op een reeds bestaande IBA. Het niet verontreinigde hemelwater afkomstig van de daken en het erf zal worden opgevangen c.q. worden geïnfiltreerd in de bodem. De gevolgen voor het watersysteem en de mogelijke gevolgen voor de bodem (verzuring en eutrofiering) zijn hiermee voldoende gewaarborgd. In de MER zal dit aspect nader worden omschreven en worden uitgewerkt en daarnaast zal het Waterschap als adviseur (digitale watertoets) in deze procedure worden betrokken.
7.9
Energieverbruik
Bij de realisatie van de nieuwe vleesvarkensstal wordt rekening gehouden met energiebesparende maatregelen, zoals klimaatbeheersingsapparatuur, energiezuinige ventilatoren, centrale afzuiging/ luchtwassers, energiezuinige verlichting en gebouwisolatie. Het energie- en waterverbruik alsmede de besparende maatregelen zullen in de MER worden beschreven.
7.10
Flora en Fauna
De Flora en Faunawet kent in artikel 2 de Algemene zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat: •
bij redelijkerwijs vermoeden verplichting handelingen met nadelige gevolgen nalaten;
•
verplichting maatregel nemen ter voorkoming, beperking of ongedaan maken van nadelige gevolgen voor alle soorten (beschermd of onbeschermd). In de gewenste situatie wordt er een nieuwe stalruimte gerealiseerd. Het beoogde perceel is nu in gebruik als cultuurgrond. Bij het oprichten van de nieuwe bouwwerken wordt waarschijnlijk dan ook geen noemenswaardige flora en fauna verstoord. Er is hierdoor sprake van een zeer geringe ruimtelijke ingreep als bedoeld in de Flora en Faunawet. De gevolgen voor de flora en fauna zullen worden beoordeeld en vervolgens in de MER worden beschreven.
7.11
Archeologie
Op grond van het geldende bestemmingplan is het perceel en directe omgeving niet bestemd met een “archeologische verwachtingswaarde”. Het aspect archeologie en cultuurhistorie zullen in de MER worden opgenomen.
30
7.12
Alternatieven
De locatie aan de Schout Doddestraat 60 is, nu de beoogde toekomstige ontwikkeling van de gemeente Almelo geen doorgang vindt, gelegen in een agrarische gebied en uitermate geschikt voor de realisatie en exploitatie van een agrarisch bedrijf met varkens (intensieve veehouderij). Het beoogde uitbreidingsplan voldoet aan de beoogde doelstellingen en is ter plaatse inpasbaar en uitvoerbaar. Hierdoor bestaat er geen aanleiding om te zoeken naar een andere locatie. Daarnaast acht Dekker Agron b.v. het momenteel ook niet wenselijk om het agrarisch bedrijf te verplaatsen of om op een andere locatie het project te realiseren. Op basis van voornoemde wordt in de MER geen locatie-alternatief opgenomen.
7.13
Huisvesting
De keuze uit huisvestingssystemen bestaat uit de emissiearme huisvestingssystemen, die in de Regeling ammoniak en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij worden genoemd én voldoen aan de drempelwaarde van het Besluit Huisvesting / BBT. Sommige systemen zijn alleen gericht op de reductie van ammoniak, andere systemen reduceren ook de emissie van geur en/of fijn stof. Een aantal beschikbare emissiearme systemen voor het houden van varkens worden in de praktijk niet meer toegepast vanwege gewijzigde welzijnsregelgeving of tegenvallende bedrijfseconomische of milieutechnische resultaten. Gezien het feit dat de toe te passen huisvestingssystemen in de gewenste situatie ruimschoots voldoen aan het gestelde in de Wet ammoniak en veehouderij en het Besluit emissiearme huisvesting / BBT / Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij, achten wij het niet noodzakelijk een ander alternatief voor het huisvestingssyteem toe te lichten. Hierbij kan worden opgemerkt dat de beoogde bedrijfsopzet / emissiearme uitvoering van de stallen, waarbij onder de meer de nieuwe stalruimte de varkens wordt uitgevoerd met erkende emissiereducerende technieken, kan worden aangemerkt als “meest milieuvriendelijke alternatief”. Daarnaast wordt bij de huisvestingssystemen ook het aspect dierenwelzijn betrokken. Ook dit aspect zal in de MER worden uitgewerkt.
7.14
Hoofdstukken
In de Combi-MER zullen de volgende hoofdstukken worden opgenomen: •
Samenvatting;
•
Bestaande situatie / referentiesituatie;
•
Voorkeursalternatief (zoals beschreven in hoofdstuk 2 van deze notitie);
•
Ruimtelijk beleid;
•
Wet- en regelgeving;
• •
Fasering / planning & evaluatie Vergelijking tussen de referentiesituatie & het voorkeursalternatief.
31
In de Combi-MER zullen ten aanzien van de gewenste bedrijfsopzet de volgende aspecten worden onderzocht, uitgewerkt en beschreven: •
Dierenwelzijn:
•
Ruimtelijke aspecten: o Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit o Archeologie & cultuurhistorie o Berging hemelwater o Flora & fauna
•
Milieuaspecten: o Ammoniakemissie o Stikstofdepositie N2000 gebieden o Geuremissie o Luchtkwaliteit o Geluid o Bodem o Energie o Afvalstoffen o Afvalwater o Opslag grond- en hulpstoffen o Mest o Externe veiligheid o Volksgezondheid
32
8.
VERZOEK
Ik verzoek u namens Dekker Agron b.v., Schout Doddestraat 60 te Almelo het gestelde in deze startnotitie te beoordelen en om op basis hiervan de uitgangspunten (richtlijnen / notitie Reikwijdte & Detailniveau) voor de Combi-MER vast te stellen.
Lichtenvoorde, 28 juni 2021 VanWestreenen Adviseurs b.v.
Ing. B.H. (Barry) Wopereis
Bijlagen: 1. Situatieschets gewenste bedrijfsopzet 2. Aerius verschilberekening
33
UT HO SC
60 190
T AA TR ES DD DO
G IN RG E NB IGE ATS U T A RK KPL WEWER /
O SIL ST E M
O SIL ST E M
) V6 2 0 . 3 EN 010 AL UG er 2 ST E MZ ass AA bi w R 240.184.882,4 0K m 490.211.569,6 48 io-co B (
EN UG E EZ 1 END EN L G A ST RAG BIG D E -/ D TE EN US SPE 240.256.391,9 G E 2 490.208.279,8 77 00 G 53
A 3H K A VL W U BO
240.227.878,0 490.188.858,0
EN UG 6) E 2V EZ 2 0 . N D L E N A 10 ST UG E 20 L ZE RAG K W FO -/D rB OP USTE EN asse 0 28 2 G BER bi w 67 DEK om 3 io-c (B
191
N
SITUATIE 240.275.482,2 490.160.105,5
Kadastrale gemeente: Ambt-Almelo Sec e: S Nummers: 190, 191 & 192
240.281.267,7 490.164.046,1
6) 2V EN 0 . G IG 10 4 20 AL E B ST END KENS WL B E R SP SVA sser E a G E 80 LE i w 44 80 V omb 41 io-c (B
VanWestreenen PROJECT: Bedrijfsontwikkeling varkenshouderij
192
1:1000
GETEKEND:
AV
Dekker AgrOn Almelo Schout Doddestraat 60 7610 AG ALMELO
FORMAAT:
A2
LOCATIE: Schout Doddestraat 60 teAlmelo
WIJZIGING:
ONDERDEEL:
PROJECTNUMMER:
Situa e Maten voor de uitvoering in het werk controleren
202012-DEKKERAGRON
Van Westreenen Adviseurs
OPDRACHTGEVER:
Anthonie Fokkerstraat 1a 3772 MP Barneveld T: (0342) 47 42 55 F: (0342) 47 42 81 E: info@vanwestreenen.nl Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde T: (0544) 37 97 37 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl
SCHAAL:
DATUM:
Blad 1 van 2
10-06-2021 -
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening WNB vegund + salderen en gewenst 2021 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S2NaitZ92Yai (10 juni 2021) pagina 1/35
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Dekker Agron Almelo
Schout Doddestraat 60, 7610 AG Almelo
Omschrijving
AERIUS kenmerk
2021
S2NaitZ92Yai
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
10 juni 2021, 15:53