09 Ontwerpbestemmingsplan Rumerslanden ter inzage.pdf
Tekst van het document
De wijze waarop is ter goedkeuring door de gemeente. <0000> Bij de herinrichting van de openbare ruimte streeft de gemeente ernaar dat een bui van 70 mm in één uur, door een gebied/wijk verwerkt kan worden zonder dat er nieuwe onacceptabele situaties ontstaan. De gemeente hanteert hierbij de volgorde: water vasthouden op locatie, berging in het gebied en indien nodig afvoeren. Voor de riolering kan eventueel worden uitgegaan van een afvoercapaciteit van 20 mm per uur; de overige waterberging moet in het gebied worden gecreëerd. Eigenaren van bestaande percelen worden gestimuleerd af te koppelen en hun tuin te ontstenen / vergroenen. <0000> Om overlast van grondwater bij nieuwbouw tegen te gaan geldt een vloerhoogte van minimaal 100 cm en straatpeil van 80 cm ten opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Voor gebieden in de openbare ruimte waar structureel sprake is van grondwateroverlast neemt de gemeente maatregelen indien dat doelmatig is. Voor bestaande bouw geldt een vloerhoogte van minimaal 90 cm en straatpeil van 70 cm ten opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Eigenaren van privaat terrein zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door grondwater. Hitte en droogte ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
41
NL.IMRO.0141.00152-BP21
Ten aanzien van hitte en droogte heeft de gemeente de ambitie uitgesproken dat de hitte impact in 2050 niet erger is dan in 2020 en droogte niet mag leiden tot onomkeerbare schade aan openbaar groen en natuur. <0000> Om die reden wordt bij nieuwbouwontwikkeling en herinrichting gestreefd naar een zodanige inrichting van het gebied dat er voldoende koelteplekken en schaduw is. Bij het beheer en onderhoud van wegen wordt onderzocht op welke manier de opwarming van verharding kan worden teruggedrongen. Inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk maatregelen te treffen om schade en gezondheidsimpact van hitte in gebouwen en op privaat terrein te beperken, door het toevoegen van groen, warmte werend of verkoelend dak, schaduw en koele plekken. <0000> Ter voorkoming van droogte wordt bij nieuwbouw het gebied neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water uit het plangebied worden voorzien. Oppervlaktewater wordt zo ingericht dat droogval zoveel als mogelijk voorkomen kan worden en circulatie mogelijk is. Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken.
Op privaat terrein zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor het droogtebestendig maken van hun groen of voor het beperken van de gevolgen. 5.2.2.2 Programma Water en Riolering - De verbindende kracht van water (2022-2026) Met de invoering van de Omgevingswet vervalt de verplichting van het opstellen van een (verbreed) Gemeentelijk RioleringsPlan(vGRP). In plaats daarvan kunnen gemeenten een (vrijwillig) Programma opstellen. Met dit Programma Water en Riolering sorteren we voor op komst van de Omgevingswet. In het Programma Water en Riolering –De verbindende kracht van water (2022-2026) worden de ambities en doelstellingen zoals verwoord in de Almelose Omgevingsvisie en de Klimaatadaptatiestrategie(AKAS) uitgewerkt tot maatregelen. Met het programma wordt voorgesorteerd op een meer integrale aanpak en maken we gerichter keuzes om nog doelmatiger en efficiënter te kunnen werken. Hiermee houden we ons watersysteem ondanks extra kosten en de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt haalbaar en betaalbaar.Met ons watersysteem streven we daarom naar het integreren van de vier waterstromen: <0000> stedelijk afvalwater <0000> hemelwater (regenwater) <0000> grondwater <0000> oppervlaktewater Deze watertaken corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente. Oppervlaktewater zien we als integraal onderdeel van het stedelijk water.
De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). De maatregelen voor de komende planperiode zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de normen die volgen uit de doelstellingen. Maatregelen betreffen onderzoeks-, borgings-en fysieke maatregelen en zijn gericht op het meer datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad inrichten, onderhouden en vervangen van het watersysteem. Datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad vormen dan ook de drie pijlers van onze werkwijze.
5.3 Watertoets Rumerslanden Incite Projects heeft een waterhuishoudkundig rapport opgesteld, waarin de behandeling van het hemelwater wordt beschouwd. Het rapport is bijgevoegd in de bijlagen. In het plan worden de uitgangspunten uit het voorkeursbeleid van het waterschap betrokken en moet voldaan worden aan de eisen van de gemeente Almelo. Hieronder wordt op enkele waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied ingegaan. 5.3.1 Nieuwe situatie Binnen het plangebied wordt de bouw van 129 grondgebonden woningen en bijbehorende verhardingen voorzien. Dit betreft een inbreidingslocatie, omdat hier voorheen eveneens woningbouw aanwezig was. Voor een inbreidingslocatie geldt een eis van 20 mm waterberging per m2 aan toename van verhard oppervlak.
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
42
NL.IMRO.0141.00152-BP21
De ontwikkelingslocatie ligt in de wijk Sluitersveld in Almelo. Ten zuiden van de locatie ligt de Oude Loolee, die in verbinding staat met het Almelo-Nordhornkanaal en Lateraalkanaal. De gemiddelde maaiveldhoogte van de locatie is 11,35m +NAP. Het hoogteverloop zit tussen de Dominee de Geusstraat van 11,50m +NAP naar de Gebroeders van Doorenstraat 11,20m +NAP. Uit het rapport blijkt dat voor het gemiddelde plangebied kan worden uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van 1,14 m beneden maaiveld, ter plaatse vertaalt dit naar ca. +10,40 m NAP. De eisen die gelden voor het ontwerp van Rumerslanden zijn als volgt: • Zichtbaar regenwater: het water wordt bovengronds aangeboden op openbaar gebied; • De afvoer van water wordt zo lang mogelijk oppervlakkig gehouden; • Tussen de bouwblokken een groene as met een waterberging; • In de voorziening moet voldoende berging aanwezig zijn voor minimaal 20 mm per aangesloten m2 verhard oppervlak, boven de hoogste grondwaterstand (GHG); • De bodem van de voorziening geldt niet als infiltrerend oppervlak.
Het infiltrerend vermogen dient zo groot mogelijk te worden gemaakt, dit houdt in dat het wandoppervlak zo groot mogelijk moet zijn; • Er moet een ondergrondse overlaatvoorziening aangebracht worden naar een watergang of omliggende straten; • Het doorverbinden van de HWA-structuren vanuit het plangebied naar de (toekomstige) vijverpartij in Rumerslanden. Voor de berging en infiltratie van hemelwater is op basis van de bodemopbouw en grondwaterstanden gekozen voor het toepassen van een viertal wadi’s in de groenstroken. Bij een gemiddelde hoge grondwaterstand van ca. 10,40m +NAP wordt aanbevolen de bodem van de wadi maximaal tot 10,90m +NAP aan te leggen. De vier wadi’s in het plangebied biedt samen een capaciteit van 564,9 m3. De wadi’s moeten samen minimaal een netto inhoud van 279,82 m3 hebben om te voldoen aan de minimale bergingseis van 20 mm voor al het verhard oppervlak en dakoppervlak van de woningen. Uit het infiltratieonderzoek zijn voor de onverzadigde zone K-waarden afgeleid tussen 1,1 en 1,9 m/dag. Voor het bepalen van de ledigingstijd van een wadi wordt standaard met een infiltratiecapaciteit gerekend van 0,5 m/dag. Dan heeft de wadi een ledigingstijd van circa 16 uur, wat voldoet aan de eis van de gemeente om binnen 24 uur te infiltreren. In de praktijk zal de wadi sneller ledigen, omdat de infiltratiecapaciteit van de bodem ter plaatse hoger is.
In het rapport is een overzicht van mogelijke leeglooptijden van de 4 wadi's opgenomen. De leeglooptijd is de tijd die nodig is om het opgevangen water na een regenbui van 20 mm te laten infiltreren in de bodem. De gemeentelijke eis is dat de het hemelwater van een regenbui van 20 mm binnen 24 uur dient te infiltreren. Bij het verkennend bodemonderzoek zijn twee infiltratiemetingen gedaan, waaruit is gebleken dat de doorlatendheid van de onverzadigde zandbodem varieert van 1,9 tot 2,8 meter per dag (K-waarde). Volgens het overzicht in het rapport varieert de betreffende leeglooptijd van de wadi's bij een K-waarde van 1,80 tussen de 0,7 uur tot 5,2 uur. Dit voldoet ruimschoots aan de gemeentelijke eis van infiltratie binnen 24 uur. Momenteel is nog sprake van een gemengd rioolstelsel in de wijk Sluitersveld, waarop ook de hemelwaterafvoer is aangesloten. Het heeft de voorkeur van zowel het waterschap als de gemeente om de hemelwaterafvoer (HWA) volledig te scheiden met een separaat HWA-stelsel. Dit kost echter tijd en geld en wordt gefaseerd aangelegd. Deze werkzaamheden zullen zo mogelijk gelijktijdig uitgevoerd worden met het bouwrijp maken van deze her te ontwikkelen woningbouwlocatie. 5.3.2 Watertoets PM Bijlage 6 Digitale Watertoets Rumerslanden wordt nog toegevoegd. Het waterschap heeft al wel het plan beoordeeld en aangegeven dat er geen belemmeringen worden verwacht.
Vóór vaststelling van het bestemmingsplan wordt de watertoets toegevoegd.
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
43
NL.IMRO.0141.00152-BP21
5.4 Conclusie De wadi’s in het plangebied kunnen theoretisch het aanbod van 20mm hemelwater aan. Zodra de situatie zich voordoet dat er meer neerslag valt is er capaciteit om in elke wadi meer dan 27mm op te kunnen vangen. Met name wadi 4 heeft veel overcapaciteit (131mm). Door in wadi 1 en 2 een slokop te plaatsen kunnen wadi 3 en 4 optimaal benut worden. Voor het openbaar gebied liggen er kansen om de neerslag op openbaar gebied onder- en bovengronds af te voeren naar de wadi’s. In het plangebied is de Gebroeders van Doorenstraat het laagst gelegen, vanaf deze straat zou het mogelijk zijn om het overtollige hemelwater, dat met extreme buien valt, af te voeren naar de vijvers in Rumerslanden. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse heeft.
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
44
NL.IMRO.0141.00152-BP21
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten De regels zijn een juridische vertaling van het planologische- en ruimtelijk beleid van de gemeente, provincie en het rijk. De regels zijn een juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bebouwing, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. Bij het opstellen van de regels is geprobeerd om de regels zo beperkt mogelijk te houden door alleen te regelen wat nodig is.
6.1 Inleiding Het bestemmingsplan Rumerslanden bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen tezamen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden per locatie aangeduid. In dit hoofdstuk zal de juridische systematiek van het bestemmingsplan worden toegelicht, alsmede een beschrijving per bestemming en een toelichting op de algemene regels en de overgangs- en slotregels.
6.2 Juridische systematiek In dit plan wordt uitgegaan van positieve bestemmingen, waarbij de ontwikkeling van nieuwbouw of verbouw mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend wanneer het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Ook moet het gebruik van het gebouw of de gronden mogelijk zijn volgens de planregels en de verbeelding. Planregels De planregels zijn ondergebracht in een viertal hoofdstukken: <0000> Inleidende regels: bevat een aantal bepalingen die van belang zijn voor een juiste interpretatie en toepassing van de planregels in de overige hoofdstukken; <0000> Bestemmingsregels: bevat de regels omtrent de diverse bestemmingen waarin bouw- en gebruiks(on)mogelijkheden zijn opgenomen; <0000> Algemene regels: bevat algemeen geldende regels met betrekking tot gebruik en afwijkingen; <0000> Overgangs- en slotregels: bevat overgangsregels en de titel van het plan. De hoofdstukindeling van de regels ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1: "Inleidende regels", bevat de volgende artikelen: <0000> Begrippen; <0000> Wijze van meten.
Hoofdstuk 2: "Bestemmingsregels", bevat de bestemmingen, die per artikel (indien van toepassing) het volgende stramien hebben: <0000> Bestemmingsomschrijving; <0000> Bouwregels; <0000> Nadere eisen; <0000> Afwijken van de bouwregels; <0000> Specifieke gebruiksregels; <0000> Afwijken van de gebruiksregels; <0000> Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; <0000> Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; <0000> Wijzigingsbevoegdheid. Hoofdstuk 3: "Algemene regels", bevat de volgende artikelen: <0000> Antidubbeltelregel; <0000> Algemene gebruiksregels;
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
45
NL.IMRO.0141.00152-BP21
<0000> <0000> <0000>
Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene procedureregels.
Hoofdstuk 4: "Overgangs- en slotregels", bevat de volgende artikelen: <0000> Overgangsrecht; <0000> Slotregel. De bestemmingsomschrijving is de centrale bepaling van elke bestemming. In deze bestemmingsomschrijving worden limitatief de functies genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van de grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. De afwijkingsregels en nadere eisen geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden bij een omgevingsvergunning af te wijken van een specifieke regel. Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Een aantal elementen op de verbeelding heeft juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de analoge verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die verbeelding, zoals kadastrale lijnen, topografische symbolen en huisnummers. Flexibiliteit binnen het bestemmingsplan Binnen het bestemmingsplan zijn de volgende instrumenten aanwezig ten behoeve van de benodigde flexibiliteit: <0000> een omgevingsvergunning om af te wijken van specifieke regels. Het gaat hier om geringe afwijkingen van het bestemmingsplan.
Deze afwijkingsmogelijkheid biedt voor burgemeester en wethouders de mogelijkheid een afweging te maken van de noodzaak ten opzichte van het stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch belang; <0000> nadere eisen: ten aanzien van enkele in de regels genoemde bouwmogelijkheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd tot het stellen van nadere eisen inzake de situering van gebouwen, de profilering van wegen, het aantal parkeerplaatsen en afstanden van gebouwen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte. Of en onder welke voorwaarden van deze mogelijkheden gebruik kan worden gemaakt, staat in het bestemmingsplan omschreven.
6.3 Beschrijving per bestemming 6.3.1 Bestemmingsregels Dit bestemmingsplan kent verschillende bestemmingen, te weten Groen, Verkeer, en Wonen. Hierna volgt een korte beschrijving van deze bestemmingen. Groen Aan de structurele groenvoorzieningen is de bestemming Groen toegekend. Groenvoorzieningen, tuinen, fiets- en voetpaden, sport- en speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bebouwing is enkel toegestaan ten behoeve van nutsvoorzieningen. De maximale inhoudsmaat van een gebouw voor nutsdoeleinden is 36 m³ toegestaan. Daarnaast zijn regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Verkeer De bestemming Verkeer is bedoeld voor de in het plangebied opgenomen wegen, straten, fiets- en voetpaden. De gronden zijn mede bestemd voor groen- en speelvoorzieningen, voorzieningen ter wering van het wegverkeerslawaai, parkeervoorzieningen en straatmeubilair. Buiten nutsvoorzieningen met een maximale inhoudsmaat van 36 m³ zijn gebouwen niet toegestaan. De regeling spitst zich vooral toe op bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
46
NL.IMRO.0141.00152-BP21
Wonen en Wonen - Gestapeld wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. Daarnaast zijn gronden met deze bestemming bedoeld voor tuinen, erven en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water. Gronden met een bestemming Wonen, Wonen - Gestapeld wonen zijn bestemd voor de handhaving en eventuele herontwikkeling van respectievelijk grondgebonden woningen en gestapelde woningen. De hoofdbebouwing mag enkel opgericht worden binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. In de regels en verbeelding zijn vervolgens bepalingen opgenomen omtrent de maximale bouwhoogten, de maximaal aaneen te bouwen woningen en de afstand tot de perceelsgrenzen voor zowel de hoofdbebouwing als bijbehorende bouwwerken. Ook zijn bepalingen opgenomen voor het maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. De grootte van het perceel bepaald het toegestane aantal m2 aan bijbehorende bouwwerken.
De volgende regel is van toepassing; De gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt maximaal: <0000> 75 m²; <0000> 100 m² voor percelen groter dan 500m²; <0000> 125 m² voor percelen groter dan 1000 m²; Vereiste hierbij is dat tenminste 50% van het buiten het bouwvlak gelegen bouwperceel onbebouwd en onoverdekt blijft. Dit maximumpercentage is van toepassing omdat anders de kleinere percelen (nagenoeg) volgebouwd worden. Dit is ruimtelijk echter onaanvaardbaar. Binnen de woonbestemming is bij recht een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit toegestaan. Het betreft hier een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Hier zijn echter wel regels aan verbonden. Deze regels zijn gericht op het voorkomen van hinder en overlast van deze activiteiten. Daar waar specifieke functies binnen de woonbestemming voorkomen is er een aanduiding op de verbeelding opgenomen. 6.3.2 Overige regels Inleidende regels / begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt.
Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen zijn op alfabetische volgorde weergegeven. Inleidende regels / wijze van meten In dit artikel is geregeld op welke manier moet worden gemeten. Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond, die betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan, bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Algemene gebruiksregel Voor de redactie van de gebruiksregel is een algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de doeleindenomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregel In dit artikel zijn een aantal voorwaarden opgenomen die het mogelijk maken het plan op ondergeschikte punten aan te passen. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Ook kleine afwijkingen (tot 10%) van de in de regels opgenomen maten kunnen op grond van dit artikel mogelijk worden gemaakt. Tevens kunnen krachtens dit artikel
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
47
NL.IMRO.0141.00152-BP21
kleine bouwwerken ten dienste van nutsbedrijven worden toegestaan. Ook de realisatie van erkers bij woningen wordt middels deze bepaling mogelijk gemaakt, alsmede het wijzigen van gebruik van gebouwen (al dan niet bij woningen) ten behoeve van kinderopvang. Algemene procedureregels Hierin zijn de procedurebepalingen opgenomen ten aanzien van het stellen van nadere eisen. Algemene overige regels In de algemene regels wordt ten aanzien van het parkeren geregeld dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij de parkeerkencijfers van het CROW. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan worden berekend op basis van parkeerkencijfers of wordt bepaald in parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers. Parkeernormen geven het aantal beleidsmatig vastgestelde parkeerplaatsen bij een bedrijf of voorziening aan. Bij het gebruik van parkeerkencijfers moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de locatie, de specifieke kenmerken van de functie, de mobiliteitskenmerken van de gebruikers van het gebouw en met het gemeentelijk beleid. Hierbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de parkeervraag en de optimale combinatie van leefbaarheid en bereikbaarheid.
Daarnaast is het eveneens van belang dat de parkeerruimte van voldoende omvang is. Een parkeerruimte moet wel zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de hoofdregel dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd, mits op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien en de situering van de parkeerplaatsen het ruimtelijk beeld van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast. Eenzelfde soort redenatie gaat op voor het laden en lossen van goederen. Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen, ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in het bestemmingsplan van kracht zijn. Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
48
NL.IMRO.0141.00152-BP21
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Het plan wordt door de projectontwikkelaar Nijhuis Bouw gerealiseerd. Het betreft in totaal 129 grondgebonden koopwoningen en de herinrichting van de openbare ruimte. Voor de realisatie van de deze woningen heeft de ontwikkelaar gronden aangekocht van de Woningstichting Sint Joseph Almelo. Daarnaast zal gemeente Almelo ook enige gronden overdragen aan de ontwikkelaar. Om de uitvoerbaarheid van het plan te waarborgen heeft de gemeente met de projectontwikkelaar een exploitatieovereenkomst en een planschadeovereenkomst gesloten waardoor het plan financieel haalbaar is geworden. Er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals benoemd in artikel 6.12, lid 2, sub a, b en c van de Wro, zodat er geen verplichting bestaat tot vaststelling van een exploitatieplan.
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
49
NL.IMRO.0141.00152-BP21
Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen 8.1 Participatie Met een inloopbijeenkomst op 17 november 2022 is uitleg over het plan voor deze momenteel braakliggende locatie aan de Rumerslanden gegeven, zodat omwonenden de mogelijkheid hebben gekregen om zich te laten informeren. Naar schatting hebben circa 60 tot 70 omwonenden van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Het grootste deel van de bezoekers geven aan dat het tijd wordt dat er weer woningen op deze locatie worden gebouwd. Ook reageren veel mensen dat zij het een goed en/of mooi woningbouwplan vinden. Wel zijn er zorgen geuit over het parkeren en is de behoefte aan een speelterrein voor kinderen aangekaart. Een uitgebreid verslag van deze inloop is bijgevoegd als bijlage.
8.2 Vooroverleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept-ontwerp van het bestemmingsplan aan de volgende instanties toegezonden en/of besproken: 1. Provincie Overijssel; 2. Waterschap Vechtstromen De Provincie Overijssel De provincie is akkoord met het bestemmingsplan. Waterschap Vechtstromen Het waterschap is akkoord met het bestemmingsplan.
8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Rumerslanden en de bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn kunnen zienswijzen worden ingediend. Deze paragraaf wordt nader ingevuld na afloop van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan.
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
50
NL.IMRO.0141.00152-BP21
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1. Onderzoek Parkeervraag Rumerslanden Bijlage 2. Bodem en asbestonderzoek Rumerslanden Bijlage 3. Quickscan Natuurwaardenonderzoek Bevrijdingslaan (ong.) Almelo Bijlage 4. AERIUS-berekening Bevrijdingslaan Almelo (Oktober 2022) Bijlage 5. Waterhuishouding Hemelwater Rumerslanden Bijlage 6. Digitale watertoets PM Bijlage 7. Verslag Inloopbijeenkomst Rumerslanden 17nov2022
ontwerp Bestemmingsplan Rumerslanden
Onderzoek parkeervraag Rumerslanden Almelo stap 1 24-02-2022
Brede ontwikkelingen in mobiliteit
STO(M)P • Mobiliteit van de toekomst • Verminderen van verharding • Meer ruimte voor groen, recreatie en woningbouw • Zo efficiënt mogelijk omgaan met (dure ondergrondse) parkeerruimte
Omgevingsvisie Almelo, Mobiliteit Mobiliteitseffecten Almelo • Er is een trend waarneembaar van bezit naar gebruik, de deeleconomie rukt op. Op het gebied van mobiliteit is autodelen in Almelo nog klein, biedt kansen om het aantal auto’s terug te brengen. • Elektrische fiets wordt steeds populairder. (22% leden Almelopanel beschikt over een elektrische fiets (2015)
2
• • • •
Minder auto’s Alternatief voor OV Minder verkeersdrukte Minder co2 uitstoot
Parkeernorm als vertrekpunt
3
Parkeervraag Rumerslanden Waarom &Morgen &Morgen werkt op het snijvlak van mobiliteit, gedrag en stedenbouw. Wij helpen bij het definiëren van de mobiliteitsbehoefte en een passend voorzieningenniveau. Dankzij onze stedenbouwkundige kennis kunnen we kwalitatieve en efficiënte keuzes maken over de locaties en inrichting van mobiliteitshubs en over de gebiedsexploitatie. Hierbij maken we gebruik van een zelf ontwikkelde rekentool om de mobiliteitsbehoefte in een gebied te bepalen. Deze rekentool is een start van het echte gesprek achter de ware mobiliteitsbehoefte. Wat voor gebied wil je ontwikkelen? Dan kun je je ambities op onder andere leefbaarheid, duurzame mobiliteit hittestress en woningbouwopgaven realiseren. Dit maakt vaak dat gemeenten willen toewerken naar een lagere auto-afhankelijkheid en een lagere parkeerbehoefte. Des te lager deze behoefte des te lager het uiteindelijk te realiseren parkeerprogramma. Almelo in ontwikkeling De gemeente Almelo wil sturing geven aan de ontwikkeling van de stad. Er zijn sterke ambities geformuleerd waarbij ze willen groeien en tegelijkertijd de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten van Almelo benutten. Het streven is dat ruimtelijke ontwikkeling in Almelo bijdraagt aan de sociaal-maatschappelijke uitdagingen waar Almelo voor staat. Vanuit omgevingsvisie zijn specifieke stadsopgaven geïdentificeerd.
Deze stadsopgaven beschrijven de uitdaging waar Almelo voor staat en bepalen de focus in stadsontwikkeling. 1. Een centrumfunctie voor regio Noordwest Twente 2. Een sterke groenblauwe structuur vanuit de landschappelijke onderlegger 3. Een binnenstad die verbindt en verrast 4. Een gebalanceerde en duurzame woningvoorraad 5. Een goed bereikbare stad met voorrang voor slimme, schone en gezonde mobiliteit 6. Toekomstbestendige werklocaties voor werkgelegenheid en een goed ondernemersklimaat 7. Sociaal-maatschappelijke voorzieningen gericht op ontmoeting, zelfredzaamheid en verbinding Rumerslanden Nijhuis Rijssen (onderdeel van Nijhuis Bouw BV) ontwikkelt mee in de stad. Specifiek met een een nieuwe groene woonwijk met bijna 130 woningen onder de naam Rumerslanden. Het wordt een gemêleerde binnenstedelijke wijk die wil aansluitend om de stadsopgaven. Een wijk met veel groen en ruimte voor fietsen en wandelen. Ook wordt het bestaande groen met veel bomen zoveel mogelijk behouden. Het is ook de basis van het ontwerp van de wijk. Centrale vraag: Welke parkeervraag heeft Rumerslanden? 4
Berekening BASISparkeernorm Uitgangsscenario architect
Het programma van de geprojecteerde ontwikkeling is hiernaast weergegeven. Almelo hanteert de actuele parkeerkencijfers (normen) van het CROW. Uitgangspunten daarbij zijn: • Stedelijkheidsgraad 3 (matig stedelijk) • Project valt in ‘rest bebouwde kom. De initiatiefnemer moet daar voldoen aan de maximale parkeernorm. Maatwerk blijft mogelijk en wordt voorzien van een uitgebreide motivering en integrale belangenafweging. Doorrekening van het hiernaast afgebeelde programma leidt tot een parkeerbehoefte van min. 203 en max. 308 parkeerplaatsen. Het maatgevende moment is ‘werkdag avond’, wanneer ervan wordt uitgegaan dat 90% van de bewoners aanwezig is en 80% van de bezoekers. En volgens de regels dient het maximum gehanteerd te worden, zijnde 308 parkeerplaatsen (2.39 per woning). Daarnaast heeft de uitvoeringsagenda stadsontwikkeling ‘Almelo ontwikkelt’ ambities op het gebied van mobiliteit: “De locatie- en gebiedsontwikkelingen bieden ook de kans om toekomstbestendige woonmilieus met slimme en schone mobiliteitsoplossingen te realiseren. De mobiliteitsoplossingen van vandaag gaan verder dan het louter bieden van voldoende parkeerruimte. Mobiliteit staat centraal, maar de auto niet meer altijd.
Toewerken naar een breder mobiliteitsaanbod met aandacht voor actieve mobiliteit, OV en deelconcepten, een efficiëntere parkeerbalans én een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid.”
5
Ter inspiratie Uitgangsscenario architect
Voor Rumerslanden levert dit de volgende uitkomsten op (excl bezoekers): Gemiddeld kengetal
Vergelijkbare buurten
Rumerslanden
Rijwoningen
1,5
1,5
1,1
tweekappers
1,7
1,6
1,5
Resultaat Rijwoningen Tweekappers
116 89
116 84
85 78
Totaal
205
200
163
163 parkeerplaatsen is 145 onder norm, 83 onder plan. 6
Uitwerking met de CROW norm als basis Type
#
Norm CROW
Parkeervraag
Rij
51
1.4 - 2.2 Uitgaande van 1.9
97 openbaar
Senioren
26
1.4 - 2.2 Uitgaande van 1.9
50 openbaar
Tweekappers
52
1.6 tot 2.4 Uitgaande van 2.1
5 openbaar 104 op eigen terrein
Bezoekers
129
0,3
39 openbaar Totaal: Bewoners: 152 openbaar, 104 op eigen terrein Bezoekers: 39 openbaar
Uitgaande van 1.9/2.1 omdat het een binnenstedelijke wijk is, die op korte afstand van het centrum ligt met voorzieningen op korte afstand. Zie voor verdere onderbouwing pagina 9.
Aanwezigheidscijfers: Toepassen van de opgegeven aanwezigheidscijfers voor WERKDAG AVOND: 90% bewoners is aanwezig 80% bezoekers is aanwezig Leidt tot een totale parkeerbehoefte in de openbare ruimte (dus excl. Prive-parkeren tweekappers) van: 137 voor bewoners 31 voor bezoekers 168 totaal Nb. Dit is uitgaande van de CROW normeringen 7
Uitwerking Ter inspiratie: Binnenstedelijke herontwikkeling Roosendaal (2005), 300 woningen in een jaren 50 wijk in ‘rest bebouwde kom’. Gemixte inbreiding van rijwoningen en tweekappers, allemaal koop. Onderverdeeld in twee klassen: hoge prijsklasse: norm 2.0 en middenklasse: norm 1.8. Dit is inclusief bezoekers. Uit de parkeerdrukmeting van 2011 is gebleken dat er geen parkeerdruk wordt ervaren. Ook de ambities van de gemeente Almelo geven aan dat de auto minder centraal moet komen te staan. Deze gedragsverandering start bij het beperken van het aantal parkeerplaatsen. 1. Rijwoningen: CROW norm gaat uit van maximaal 2.2 parkeerplekken per woning. Dat is fors in vergelijking met Roosendaal, zowel qua prijs, als omdat het een mix van rij en tweekappers is. Daarmee is het logisch om een norm van 1.9 aan te houden. 2. Seniorwoningen CROW norm gaat ook hier uit van 2.2. Met ervaringen uit bijvoorbeeld Roosendaal en Leiderdorp (autobezit senioren 18% lager dan gemiddeld) en het beperkte autobezit en -gebruik van senioren is een lagere norm realistisch (1.6). 3. Tweekappers hebben een oprit van 10m lengte. Dat betekent dat daar in de praktijk 2 auto’s kunnen worden geparkeerd. Parkeerplaatsen op eigen terrein van woningen, in carports en garageboxen of op de oprit, tellen volledig mee voor de berekening van de parkeereis.
Uitgaande van een norm van 2.2, waarvan 2 op eigen terrein, blijft er 0.2 in de openbare ruimte over. 4. Maatgevend moment is ‘werkdag avond’ waar 90% van de bewoners thuis is, met 80% bezoekers. Dat betekent van de 144 parkeerplekken in de openbare ruimte er 130 in gebruik zijn. Van de bezoekers is dat 80% van 39 parkeerplekken, dat betekent er 31 worden gebruikt. Dat resulteert in: Type
#
Norm (inclusief bezoekersnorm)
Parkeervraag
Gepland aanbod
Rij
51
1.9
97 openbaar
Senioren
26
1.6
42 openbaar
Openbaar 75 Parkeervelden 89
Tweekappers
52
2.1, waarvan 2 op eigen terrein
5 openbaar 104 op eigen terrein
Bezoekers
39
80% op maatgevend moment, en 90% bewoners thuis
31 voor bezoekers en 130 voor bewoners 8
Totaal vraag in openbare ruimte: 144
Totaal ingetekend in huidig plan in openbare ruimte: 164
Met aanwezigheid: 161
Onderbouwing Ter onderbouwing van de uitwerking zijn er een aantal relevante aspecten voor de locatie in Rumerslanden die invloed hebben op de (lagere) parkeervraag: - Dichtbij het station: Zowel met de fiets als met het openbaar vervoer is het station goed bereikbaar in 9 minuten (fiets) of 15/20 minuten (bus). - Voorzieningen op korte afstand: Met verschillende supermarkten en andere winkels aan de Ootmarsumsestraat is een breed assortiment aan winkels op fietsafstand. Dat geldt ook voor het centrumgebied en andere voorzieningen zoals het zwembad. - Parkeren op eigen terrein: Door ruimte te maken voor parkeren op eigen terrein bij de tweekappers is er minder ruimte in openbaar gebied nodig. - Seniorenwoningen vragen om een lager autobezit: Het autobezit onder senioren (65+) ligt lager dan gemiddeld in Nederland. De daling is het sterkst boven de 751. - Woonmilieu: Op het gebied van woonmilieu zijn er verschillen in autobezit. Stedelingen bezitten minder vaak een auto dan mensen die buiten de stad wonen. Dit is verklaarbaar vanuit de nabijheid van voorzieningen, banen en recreatiemogelijkheden. Maar ook vanwege de ov bereikbaarheid die op deze locatie goed is. 1 Bron: Goudappel (2005) Parkeernormering ontwikkeling Brittenstein
9
Huidige situatie Foto’s op locatie van Jeroen
10
Conclusie De huidige parkeernorm van de gemeente is ruim in vergelijking met de CROW normen, andere vergelijkbare gemeenten en is niet passend met ambities op het gebied van mobiliteit zoals omschreven in de Omgevingsvisie van Almelo. Er zijn verschillende manieren om tot een passende oplossing te komen die recht doet aan de kenmerken van de wijk, maar toch ook een bijdrage levert aan een hogere auto-afhankelijkheid en een lagere parkeerbehoefte, met meer ruimte voor groen en actieve mobiliteit. Er zijn verschillende manieren waarop aanpassingen gedaan kunnen worden, zonder dat dit ten kosten gaat van de leefbaarheid van de wijk. Daar kan in stap 2 verder over gesproken worden. Je kunt dan komen tot een mobiliteitsconcept. Algemene voorlopige conclusie is dat er 164 parkeerplaatsen zijn gepland in openbare ruimte voor een realistisch parkeervraag van 161 parkeerplaatsen. Hiermee voldoet dit plan aan parkeerbehoefte die past binnen de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en ambities van de stad. Je zou zelf kunnen overwegen om vanuit hogere ambities de norm nog wat lager aan te houden en minder parkeerplaatsen te realiseren om zo nog meer ruimte te creëren voor groen en actieve mobiliteit (bijvoorbeeld Roosendaal). Je kunt ook een deel van de ruimte benutten voor groen en indien nodig later omzetten naar parkeerplaatsen.
11
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Rumerslanden Amelo
220616_124518
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
Colofon Titel:
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
Projectcode: Referentie: Versie: Datum: Auteur:
P03733 220308_153620 Definitief dinsdag 8 maart 2022 S. Zwerink
Opdrachtgever:
Nijhuis Bouw B.V.
Opdrachtnemer:
Telefoon: Email: Website:
Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Stefan Zwerink 06 82060853 stefan.zwerink@greenhouse-advies.nl
Vrijgave projectleider
Kwaliteitsverantwoording onderzoek Soort onderzoek ☐ indicatief ☒ NEN 5740 ☒ NEN 5707 ☐ NTA 5755 BRL-protocol ☒ 2001 (boorwerkzaamheden handmatig) ☐ 2002 (bemonsteren grondwater) ☐ 2003 (waterbodem) ☒ 2018 (asbest in grond)
Projectcode: P03733 Versie: Concept
Pagina 2 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................ 4
1.1
Aanleiding en doel ............................................................................................................................. 4
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid .............................................................................................. 4
1.3
Leeswijzer .......................................................................................................................................... 4
2
Vooronderzoek ................................................................................................................................. 5
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie ......................................................................................................... 5
2.2
Historische gegevens en voorgaande onderzoeken ......................................................................... 6
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 7
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet ................................................................. 7
3
Veldonderzoek ................................................................................................................................. 9
3.1
Verrichte werkzaamheden ................................................................................................................. 9
3.2
Bodemopbouw ................................................................................................................................... 9
3.3
Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................................. 9
3.4
Veldmetingen grondwater ................................................................................................................ 10
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest ................................................................ 10
3.6
Infiltratiemetingen ............................................................................................................................ 11
4
Chemisch onderzoek ..................................................................................................................... 13
4.1
Samenstelling monsters en toegepaste analyses ........................................................................... 13
4.2
Analyseresultaten en toetsing ......................................................................................................... 14
4.3
Interpretatie ...................................................................................................................................... 15
5
Conclusies en aanbevelingen ...................................................................................................... 16
5.1
Conclusie ......................................................................................................................................... 16
5.2
Advies .............................................................................................................................................. 16
5.3
Algemene opmerkingen ................................................................................................................... 17
Bijlagen Bijlage 1
Kaart regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Overzichtstekening veldwerkzaamheden
Bijlage 3
Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen
Bijlage 4
Analysecertificaten
Bijlage 5
Toetsingskaders
Bijlage 6
Toetsingsresultaten Wbb
Bijlage 7
Toetsingsresultaten Bbk
Bijlage 8
Foto’s veldwaarnemingen
Bijlage 9
Veldwerkverslag
Projectcode: P03733 Versie: Concept
Pagina 3 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
1 Inleiding In opdracht van Nijhuis Bouw B.V. is, door Greenhouse Advies B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707 (Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) uitgevoerd ter plaatse van Rumerslanden Amelo. De locatie betreft herontwikkelingslocatie Rumerslanden te Almelo. De opdrachtgever heeft een tekening aangeleverd waarop het plangebied staat aangeven. Het te onderzoeken perceel heeft een oppervlakte van circa 3,1 ha.
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen aankoop en herontwikkeling van de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie zodat rekening kan worden gehouden met de eventueel aanwezige bodemverontreinigingen. Tevens wordt indicatief de kwaliteitsklasse van de bodem bepaald. Daarnaast wordt in het kader van de dimensionering van infiltratievoorzieningen (wadi’s) in het plangebied enkele doorlatendheidsmetingen uitgevoerd.
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid
Greenhouse Advies bv of andere gelieerde bedrijfsonderdelen van DAGnl zijn geen eigenaar van de locatie en hebben geen binding met de eigenaar. Greenhouse Advies bv heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het onderzoek. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de BRL SKIB 2000 en bijbehorende protocollen. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een AS3000 erkend laboratorium dat voldoet aan de accreditatiecriteria van de Raad van Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2018.
1.3
Leeswijzer
In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. De rapportage is als volgt opgebouwd: ● ● ● ●
Vooronderzoek (hoofdstuk 2); Veldonderzoek (hoofdstuk 3); Chemisch onderzoek (hoofdstuk 4); Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).
Projectcode: P03733 Versie: Concept
Pagina 4 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
2 Vooronderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven, hiervoor is de NEN 5725 (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) aangehouden. Het vooronderzoek is met name gericht op het achterhalen van voormalige bodembedreigende activiteiten en eventuele aanwezige bodemverontreiniging ter plaatse of in de nabijheid van het project tot een straal van 25 meter rondom de locatie. Dit resulteert in een hypothese over een mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie.
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
De locatie betreft een voormalige jaren-‘50 woningbouwlocatie. De woningen zijn gesloopt tussen 2009 en 2014. Sindsdien is het terrein braakliggend. In onderstaande afbeelding is de locatie van de voormalige bouwblokken en achterpaden opgenomen.
Voormalige bouwblokken (groen) en achterpaden (geel)
Herontwikkeling Nijhuis heeft door Incite een waterhuishoudkundig plan laten opstellen voor het stedenbouwkundig ontwerp. In het kader van de aankoop van het terrein en de herontwikkeling van de locatie dient bodemonderzoek te worden uitgevoerd. In samenloop hiermee wordt ook de doorlatendheid van de bodem vastgesteld ten behoeve van de dimensionering van de geplande wadi’s in de het stedenbouwkundig plan. In onderstaande tabel zijn de kadastrale gegevens en andere relevante informatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Kadastrale gegevens Kadastrale gemeente Ambt-Almelo Ambt-Almelo TOTAAL Projectcode: P03733 Versie: Concept
Sectie en perceelnummer(s) B5553, B5554, B5560, B5727, B10008, B10010, B5545, B5551, B5552, B8925 B10549
Pagina 5 van 17
Volledig gedeeltelijk
Oppervlakte (ha) 2,96 0,12 3,08
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
Het te onderzoeken perceel kent de onderstaande bodemgebruiken: • Historisch: agrarisch gebruik, vm. woonwijk • Huidig: braakliggend/onbebouwd • Toekomstig: woonwijk Een tekening met daarop de regionale ligging van de locatie is opgenomen als bijlage 1.
2.2
Historische gegevens en voorgaande onderzoeken
Bodem Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • het landelijk Bodemloket (www.bodemloket.nl); • de Bodematlas van de Provincie Overijssel (https://geo.overijssel.nl/); • website Topotijdreis (www.topotijdreis.nl); • de omgevingsdienst Twente (www.odtwente.nl); • eerder uitgevoerd bodemonderzoek (www.omgevingsrapportage.nl); • Regionale bodemkwaliteitskaart Twente1; • locatiebezoek door dhr. Velderman op 19 mei 2022, direct voorafgaand aan de uitvoer van de veldwerkzaamheden. Op grond van de regionale bodemkwaliteitskaart heeft het gebied de onderstaande kenmerken: • bodemfunctie: wonen • bodemkwaliteit bovengrond en ondergrond: wonen Resultaten uitgevoerde bodemonderzoeken Op grond van de uitdraai van de omgevingsrapportage zijn de onderstaande onderzoek uitgevoerd: • • • •
Van Es-Rossmark B.V. 1993. Verkennend Milieuonderzoek ter plaatse van Frits ten Brinkstraat te Almelo Van Es-Rossmark B.V. 1993. Verkennend Milieuonderzoek ter plaatse van Rumerspad te Almelo Van Es-Rossmark B.V. 1993. Verkennend Milieuonderzoek ter plaatse van verzetslaan te Almelo NIBAG. 2008. Historisch vooronderzoek Rumerslanden te Almelo
Uit het historisch onderzoek blijkt dat er op de onderzoekslocatie geen onder- of bovengrondse tanks aanwezig zijn, of zijn geweest. Binnen de grenzen van de onderzoekslocatie zijn op grond van de omgevingsrapportage in het verleden bovenstaande bodemonderzoeken uitgevoerd. Algemeen kan worden geconcludeerd dat in deze onderzoeken enkel overschrijdingen boven de achtergrondwaarde zijn geconstateerd. In geen van de onderzoeken is nader onderzoek noodzakelijk gebleken. Ook in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. In geen van de onderzoeken is een bodemverontreiniging geconstateerd welke de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie ongunstig beïnvloedt. Op verzoek van de opdrachtgever is zijn de achterpaden van de woningen aangemerkt als een afzonderlijke deellocatie, omdat hiervoor aanwijzingen zijn Archeologie en ongesprongen explosieven Op aangeven van de gemeente Almelo is archeologisch onderzoek en onderzoek naar Ongesprongen Explosieven niet noodzakelijk.
1 Witteveen+Bos. 2018. Regionale bodemkwaliteitskaart Twente
Projectcode: P03733 Versie: Concept
Pagina 6 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In de onderstaande afbeelding is de regionale bodemopbouw van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven. Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B28G0113 van het Dinoloket (www.dinoloket.nl) gekozen. Deze boring is op circa 200 m ten westen van de locatie uitgevoerd.
Boorbeschrijving boring B28G0113 (www.dinoloket.nl)
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een deklaag aanwezig van circa 25 meter dikte. Deze deklaag bestaat uit matig fijn zand tot matig grofzand. De deklaag is tevens het eerste watervoerende pakket. Uit andere boringen in dinoloket blijkt dat onder deze laag zich een slecht doorlatende tertiaire laag bevindt welke voornamelijk bestaat uit klei. De stroming van het freatische grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal in noordwestelijke richting. Lokaal kan de grondwaterstroming van deze richting afwijken.
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet
Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het historisch onderzoek is onderscheid gemaakt in een tweetal deellocaties: 1. Voormalige bouwblokken 2. Voormalige achterpaden Voormalige bouwblokken Voor de voormalige bouwblokken de hypothese Onverdachte locatie gehanteerd van de strategie Grootschalig Onverdacht (ONV-GR) conform de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek). Deze hypothese is gekozen omdat er geen aanwijzingen zijn die duiden op de (voormalige) aanwezigheid van verontreinigingsbronnen. Tevens is de locatie niet verdacht op het voorkomen van asbest. Deze onderzoekstrategie is plaatselijk geïntensiveerd door het plaatsen van 2 extra peilbuizen ten behoeve van doorlatendheidsonderzoek. De hierbij vrijkomende grondmonsters kunnen worden ingezet voor het bodemonderzoek. Voormalige achterpaden Van de achterpaden tussen de voormalige bouwblokken is de toplaag aangemerkt als asbestverdacht aangezien uit de historische informatie aanwijzingen zijn dat deze achterpaden destijds bestonden uit een halfverharding. PFAS Voor zover bekend zijn er naast de diffuse belasting geen verdachte activiteiten (brand en/of gebruik van) met betrekking tot PFAS bekend. Door de diffuse belasting kan de geroerde bovengrond verhoogde concentraties aan PFAS bevatten. Hiertoe wordt de bovengrond aanvullend geanalyseerd op PFAS.
Projectcode: P03733 Versie: Concept
Pagina 7 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
De onderzoeksstrategie per deellocatie is weergegeven in onderstaande tabel. Onderzoeksstrategie per deellocatie deellocatie Oppervlakte (ha) 1 Vm. bouwblokken 2,96 2 Vm. achterpaden 0,12 totaal
verdachte stoffen geen asbest
onderzoeksstrategie NEN 5740 ONV-GR+ ONV
Onderzoeksstrategie NEN 5707 ONV (Kleinschalige verkaveling)
3,08
Onderzoeksinspanning In de onderstaande tabel is de onderzoeksinspanning weergegeven gebaseerd op de gekozen onderzoeksstrategie. Gepland aantal boringen, peilbuizen en analyses in de onderzoeksopzet Veldwerk Analyses1) Deellocatie 1 (29.300 m²), vm. bouwblokken Bodemonderzoek: 21 boringen tot 0,5 m-mv, en
3x Standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 1x PFAS in grond (laag 0,0-0,5 m-mv)
4 boringen tot 2,0 m-mv en
2x Standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv)
5 peilbuizen tot 1,5 m-gws
5x Standaardpakket grondwater
Doorlatendheidsonderzoek: 2 peilbuizen tot 0,5 m-gws
n.v.t.
Deellocatie 2 (1.500 m²), vm. achterpaden 8 gaten tot 0,5 m-mv, en
asbest in grond (laag 0,0-0,5 m-mv)
3 boringen tot ongestoorde laag (max.2,0 m-mv)
1x Standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv)
1) Standaard NEN stoffenpakket: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC); grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC).
De bij de boringen opgeboorde grond is in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen.
Projectcode: P03733 Versie: Concept
Pagina 8 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
3 Veldonderzoek 3.1
Verrichte werkzaamheden
De werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de onderzoeksopzet. De locaties van de monsterpunten zijn weergegeven in bijlage 2. Het veldwerk is op 19 mei 2022 uitgevoerd door R. Velderman, werkzaam bij Greenhouse Advies B.V. Het grondwater is bemonsterd op 2 juni 2022 door R. Velderman, werkzaam bij Greenhouse Advies B.V. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de Beoordelingsrichtlijnen ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ (BRL SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tijdens uitvoering van de boringen is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Door middel van de ‘olie-op-water’-proef is een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen.
3.2
Bodemopbouw
De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen als bijlage 3. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot circa 3,5 m-mv bestaat uit zand. Plaatselijk is een klei tussenlaag aangetroffen. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een dieptes tussen 1,3 en 1,7 m-mv.
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld, waarbij geen actieve geurwaarnemingen zijn gedaan. Aansluitend is de grond beschreven en bemonsterd, en zijn de te analyseren (meng)monsters geselecteerd. De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen beschreven. Zintuigelijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen Boring
Traject Grondsoort (m -mv) Deellocatie 1 vm. bouwblokken B03 0,00 - 0,50 Zand B05 0,00 - 0,50 Zand B09 0,00 - 0,50 Zand B10 0,00 - 0,60 Zand 0,60 - 1,10 Zand B11 0,00 - 0,50 Zand B12 0,00 - 0,50 Zand 0,50 - 0,90 Zand B13 0,00 - 0,50 Zand B14 0,00 - 0,50 Zand B15 0,00 - 0,50 Zand B16 0,00 - 0,20 Zand 0,20 - 0,60 Zand B17 0,00 - 0,30 Zand 0,30 - 0,50 Zand B18 0,00 - 0,30 Zand 0,30 - 0,50 Zand B19 0,00 - 0,25 Zand B21 0,00 - 0,30 Zand 0,30 - 0,50 Zand B23 0,00 - 0,50 Zand B24 0,00 - 0,40 Zand B25 0,00 - 0,50 Zand Projectcode: P03733 Versie: Concept
Waargenomen bijzonderheden
zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie zwak puinhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie resten baksteen, sporen beton, geen olie-water reactie, 1-5% resten baksteen, geen olie-water reactie, 1% matig betonhoudend, geen olie-water reactie matig betonhoudend, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie matig betonhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, geen olie-water reactie zwak betonhoudend, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie matig baksteenhoudend, matig betonhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie matig baksteenhoudend, geen olie-water reactie zwak betonhoudend, geen olie-water reactie zwak glashoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie sterk baksteenhoudend, matig betonhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie, 1-3% sterk baksteenhoudend, geen olie-water reactie Pagina 9 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
B26
0,00 - 0,30 Zand 0,30 - 0,50 Zand B27 0,00 - 0,30 Zand B29 0,00 - 0,50 Zand 2,20 - 3,00 Zand Deellocatie 2 vm. achterpaden A01 0,00 - 0,50 Zand A02 0,00 - 0,50 Zand A03 0,00 - 0,50 Zand A04 0,00 - 0,50 Zand A05 0,00 - 0,50 Zand A06 0,00 - 0,50 Zand A07 0,00 - 0,50 Zand A08 0,00 - 0,50 Zand Geplande wadi’s Inf-01 0,00 - 0,70 Zand 0,70 - 1,50 Zand Inf-02 0,00 - 0,30 Zand 0,30 - 0,60 Zand 0,60 - 1,00 Zand 1,00 - 1,50 Zand
3.4
zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie matig baksteenhoudend, geen olie-water reactie brokken baksteen, brokken beton, geen olie-water reactie geen olie-water reactie, leem laagjes zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie zwak betonhoudend, zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, geen olie-water reactie sporen baksteen, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie, 1-5% zwak baksteenhoudend, sporen beton, geen olie-water reactie sporen baksteen, zwak betonhoudend, geen olie-water reactie, 1-5% matig baksteenhoudend, geen olie-water reactie sporen baksteen, geen olie-water reactie, korrelgrootte: 100-150 geen olie-water reactie, korrelgrootte: 100-150 sporen baksteen, geen olie-water reactie, korrelgrootte: 100-150 korrelgrootte: 100-150 korrelgrootte: 150-210 geen olie-water reactie, korrelgrootte: 100-150
Veldmetingen grondwater
Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn in het veld metingen verricht; deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Veldmetingen tijdens bemonstering van het grondwater Peilbuis Datum Filterdiepte Datum (filterstelling) plaatsing (m -mv) bemonsteri ng
Grondwater -stand (mmv)
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelhe id (NTU)
Deellocatie 1 vm. bouwblokken
B01-1-1 B06-1-1 B12-1-1 B24-1-1 B29-1-1
19-5-2022 19-5-2022 19-5-2022 19-5-2022 19-5-2022
1,70 - 2,70 2,20 - 3,20 2,10 - 3,10 2,10 - 3,10 1,90 - 2,90
2-6-2022 2-6-2022 2-6-2022 2-6-2022 2-6-2022
1,50 1,60 1,70 1,60 1,30
7,0 6,4 7,0 6,7 6,8
508 668 472 681 599
19,7 14,2 5,88 6,74 4,8
De troebelheid van het grondwatermonster is plaatselijk hoger dan 10 NTU. Een hoge troebelheid kan invloed hebben op de analyseresultaten. Tevens is de geleidbaarheid van het grondwater aan de hoge kant. De zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (EGV) wijken niet af van de waarde die in een natuurlijke situatie verwacht wordt. De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn weergegeven op de overzichtstekening die is opgenomen als bijlage 2.
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest
Deellocatie 1 vm. bouwblokken Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de opgeboorde grond is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Opgemerkt wordt dat er hier geen verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 (Monsterneming en analyse van asbest in bodem) heeft plaatsgevonden. Deellocatie 2 vm. achterpaden Ter plaatse van deellocatie 2 heeft een maaiveldinspectie plaatsgevonden. Hierbij is aan maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In onderstaande tabel staat een overzicht van de gaten die zijn gegraven met de bijbehorende afmetingen.
Projectcode: P03733 Versie: Concept
Pagina 10 van 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Rumerslanden Amelo
Overzicht van de uitgevoerde gaten/sleuven en bijbehorende afmetingen Gaten Afmetingen (m) Deellocatie 2 vm. achterpaden A01 0,3 x 0,3 x 0,5 A02 0,3 x 0,3 x 0,5 A03 0,3 x 0,3 x 0,5 A04 0,3 x 0,3 x 0,5 A05 0,3 x 0,3 x 0,5 A06 0,3 x 0,3 x 0,5 A07 0,3 x 0,3 x 0,5 A08 0,3 x 0,3 x 0,5
3.6
Asbestverdacht materiaal? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Infiltratiemetingen
Herontwikkelingsplan In de onderstaande afbeelding staat het herontwikkelingsplan weergegeven. Ter plaatse van de geplande wadi’s (cirkels) zijn een tweetal infiltratiemetingen gedaan. De meetresultaten zijn opgenomen in bijlage 9.
INF-01
INF-02
Uitsnede uit herinrichtingstekening van de projectlocatie met de toekomstige situatie en de locaties van de meetpunten
Uitgevoerde werkzaamheden De boringen en infiltratiemetingen zijn uitgevoerd op 3 juni 2022. Boringen Inzicht in de bodemopbouw en in de mate van heterogeniteit is verkregen door het uitvoeren van boringen op locaties die gepland zijn voor de aanleg van een wadi. Op de projectlocatie zijn 2 handboringen tot een diepte van 1,5 m-mv gezet. Bij elke boring is aan de hand van de opgeboorde grond een gedetailleerde boor beschrijving gemaakt, waarbij naast de samenstelling en korrelgrootte (textuur) van de opgeboorde grond, is gelet op hydromorfe kenmerken (de zogenaamde gleyverschijnselen: roest en reductie) die samenhangen met de historische waterhuishouding.