08 Geen principemedewerking aan nieuwvestiging melkrundveebedrijf Breesegge ong. Bornerbroek.pdf
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage
Doorkiesnummer
Behandeld door L.E. Brouwer
Datum 21 december 2021
Onderwerp Geen principemedewerking aan nieuwvestiging melkrundveebedrijf Breesegge ong. Bornerbroek
Geachte leden van de raad, Op 29 mei 2021 is namens de maatschap Timmerhuis-Krabben een hernieuwd principeverzoek ingediend ten behoeve van de nieuwvestiging van een melkrundveehouderij aan de Breesegge ong. te Bornerbroek, waarbij de locatie aan de Keursweg 2 nog in gebruik zal zijn voor de jongvee opfok naast de bestaande vleesvarkenstak. Gevraagd is of wij nog steeds achter het principebesluit uit 2011 staan en medewerking willen verlenen aan de nieuwvestiging van de melkrundveehouderij op de locatie Breesegge ong. Besluit Wij hebben besloten om geen principemedewerking te verlenen aan dit principeverzoek om de volgende redenen: 1. De maatschap heeft geen gevolg gegeven aan de eerder verleende principemedewerking uit 2011 voor de plannen omtrent splitsing van het bedrijf en de verplaatsing van het veehouderij-deel. 2. Door de maatschap is geen vervolg gegeven aan overige (ruimtelijke) besluitvorming. 3. Het hernieuwde principeverzoek van 29 mei 2021 wijkt inhoudelijk af van de plannen uit 2011. 4. Praktisch gezien zal de nieuwvestiging niet leiden tot een bedrijfsvoering mét weidegang. 5. Onvoldoende is aangetoond dat de ontwikkeling past binnen provinciaal beleid. 6. De wenselijkheid van de ontwikkelingen uit 2011 is inmiddels ingehaald door de tijd. 7. Er bestaat geen draagvlak voor de nieuwvestiging van een melkrundveehouderij op deze locatie. 8.
Medewerking verlenen aan het principeverzoek van 29 mei 2021 leidt tot een ongewenste ruimtelijke ontwikkeling. Deze punten worden onderstaand toegelicht. Ad 1: In 2011 werd aan het toenmalige college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo een principe-uitspraak gevraagd, waarmee een knelpunt bij de aanleg van de Doorbraak kon worden opgelost. De oplossing werd gezocht in splitsing van de bedrijfsvoering van de maatschap Timmerhuis-Krabben, waarbij het veehouderijdeel zich zou verplaatsen naar een nieuw bouwperceel aan de Breesegge. Op 24 mei 2011 is besloten hieraan principemedewerking te verlenen, met de opmerking dat de verdere uitwerking van de noodzakelijke partiële herziening van het bestemmingsplan zou volgen. Bij brief van 1 juli 2011 is hieraan de voorwaarde gekoppeld dat binnen een termijn van drie jaar na besluitvorming de ruimtelijke procedure ten behoeve van de vestiging van een melkrundveehouderij wordt gestart. Hieraan is geen gevolg gegeven door de maatschap. De ruimtelijke procedure voor de nieuwvestiging van de melkrundveehouderij op de locatie Breesegge ong. is niet opgestart.
Pagina 1 van 4 Raad - 2107013 DCS - 2174129
Ad 2: In 2017 is op basis van voortschrijdend inzicht een principeverzoek ingediend om de inpandige tweede bedrijfswoning aan de Keursweg 2 te verplaatsen naar/nieuw te realiseren op de locatie Kanaalweg 4. Aan de Breesegge ong. zou alleen een mestzak geplaatst worden. Bij collegebesluit van 16 mei 2017 is hieraan principemedewerking verleend. Een concept-bestemmingsplan is aangeleverd en beoordeeld, maar een aangepast (ontwerp) bestemmingsplan is niet meer ontvangen. Deze procedure is dan ook niet voortgezet. Verder is op 18 januari 2018 een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het uitbreiden van de melkveestal (bouwen) en het uitbreiden van rundvee (milieu) op het perceel Keursweg 2 te Bornerbroek. In september 2018 is deze omgevingsvergunning verleend, waarbij het rundvee is uitgebreid met 61 melk- en kalfkoeien en 80 stuks vrouwelijk jongvee tot in totaal 125 melk- en kalfkoeien en 98 stuks vrouwelijk jongvee. Deze aanzienlijke uitbreiding van de melkveestal ter plaatse van het gemengde bedrijf is tot op heden (nog) niet gerealiseerd. Ad 3: Uit het ingediende principeverzoek volgt dat de maatschap de melkveetak wil verplaatsen naar een nieuw bouwvlak aan de Breesegge ong. Ook wordt vermeld dat de locatie aan de Keursweg 2 nog in gebruik zal zijn/blijven voor jongvee opfok en de vleesvarkenstak.
Met het principebesluit uit 2011 werd echter de gehele melkveetak (inclusief het jongvee) verplaatst. Dit zodat sprake zou zijn van beweiding van het vee op de nieuwe locatie. In het huidige principeverzoek wordt benoemd dat aan de Breesegge het weiden van de melkkoeien goed mogelijk is, maar er wordt niet gezegd dat de melkkoeien daadwerkelijk geweid zullen worden. Er wordt gebruik gemaakt van een stalsysteem dat uitgaat van opstallen en niet van beweiden. Ad 4: Op het erfinrichtingsplan is slechts een beperkt deel van de gronden (2,88 ha) als huiskavel ingetekend. De gezamenlijke aaneengesloten oppervlakte van de agrarische gronden van de maatschap bedraagt inclusief het beoogde bouwvlak/erf ca. 12,64 ha. De naar het noorden verlegde sloot sluit niet aan op de westelijk van de Breesegge gelegen watergangen, waardoor het watersysteem niet doorloopt. Inrit aan de achterzijde van het erf is niet ingetekend, maar zal in de praktijk wel benodigd zijn. De onverharde Breesegge wordt hierdoor aangetast.
De oprit doorsnijdt de huiskavel, waardoor beweiding bemoeilijkt wordt.
Uitsnede van het Erfinrichtingsplan, waarop enkele van de onjuistheden en onduidelijkheden met de rode tweezijdige pijlen en tekstuitleg zijn aangegeven.
De ontsluiting van het erf loopt via een lange oprit (bijna 200 meter) naar de Zomerdijk, waardoor het eigen perceel doorsneden wordt. Dit bemoeilijkt beweiding. Uit de mer-beoordelingsnotitie volgt: “Voor de mest die op het eigen land wordt uitgereden rond het bedrijf zal de loonwerker gebruik maken van het inrit aan de achterkant waar de Breesegge kan worden overgestoken naar de eigen gronden.”. Deze inrit staat echter niet ingetekend in het erfinrichtingsplan en daarbij zou de zandweg Breesegge overgestoken moeten worden om de gronden van de maatschap binnen de gemeente
Pagina 2 van 4
Wierden te bereiken. Als de maatschap beweiding zou willen toepassen, zou het regelmatig oversteken van het vee over de Breesegge noodzakelijk zijn. Het is echter onwenselijk om deze zandweg, die in eigendom en beheer is bij de gemeente Wierden, te gebruiken als oversteekplaats. Het is onmogelijk om deze zandweg in redelijke staat te behouden als landbouwverkeer en vee deze zandweg gebruiken. Gezien de cultuurhistorische waarden van deze zandweg is het onwenselijk om deze weg te verharden. Verder wordt de bestaande waterloop die door het plangebied loopt gedempt en omgelegd langs de noordzijde van het erf, in de richting van de Breesegge. De watergangen aan de westzijde van de Breesegge zullen niet meer aansluiten op de verlegde watergang, waardoor geen sprake meer is van een aaneengesloten watersysteem overeenkomstig de Legger van Waterschap Vechtstromen. Ad 5: In het huidige principeverzoek wordt vermeld dat de Omgevingsvisie Overijssel alleen nieuwvestiging toestaat, indien dit ziet op overheidsingrijpen. Hieronder zou de inhoud van het principeverzoek van de maatschap (nog) vallen. De Doorbraak nabij de locatie Keursweg 2 is al in 2014 gerealiseerd. In artikel 2.1.7, lid 3 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 (welk artikel ongewijzigd is gebleven in latere actualisaties) staat echter ook:
Een nieuw agrarisch bouwperceel als bedoeld in lid 2 mag uitsluitend in een bestemmingsplan worden opgenomen als: a. is onderbouwd dat het in redelijkheid niet mogelijk is om een bestaand of voormalig agrarisch bouwperceel te benutten voor de hervestiging van het agrarisch bedrijf; b. een evenredige omvang aan bestaande of voormalige agrarische bebouwing in Overijssel wordt gesloopt en wegbestemd; c. het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate gecompenseerd zal worden door investeringen in de versterking van in ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; d. aannemelijk is gemaakt dat er een kwaliteitswinst wordt geboekt op het gebied van duurzaamheid en sociale kwaliteit. Dit is in het principeverzoek van 29 mei 2021 onvoldoende onderbouwd. Ad 6: In de Omgevingsvisie ‘Mijn Almelo Onze Omgeving’ (vastgesteld op 29 september 2020) is het zoekgebied voor een eventuele uitbreiding van het XL-businesspark ten behoeve van grootschalige kavels voor de logistieke sector in Twente herbevestigd.
Het indicatieve zoekgebied (gestreept) voor bedrijventerreinen in de Omgevingsvisie ‘Mijn Almelo Onze Omgeving’ met de gewenste nieuwvestigingslocatie ter plaatse van de rode stip.
Pagina 3 van 4
Deze zogenoemde Kanaalsprongzone werd al als optie voor uitbreiding van bedrijventerrein in de structuurvisie van de gemeente Almelo (2003) genoemd. Op bovenstaande uitsnede is dit zoekgebied voor toekomstige uitbreiding van bedrijventerreinen aangegeven, waarbij te zien is dat de gewenste locatie voor de nieuwvestiging van de melkveehouderij hierin is gelegen. Ad 7: Met een aangenomen motie op 13 februari 2018 heeft de gemeenteraad van de gemeente Almelo het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo opgeroepen om de directe omgeving (inwoners én rechtspersonen) die door een plan geraakt wordt actief te informeren over en te betrekken bij een op handen zijnde wijziging. Vandaar dat aan initiatiefnemers wordt gevraagd hoe het plan met de omwonenden is besproken en wat de uitkomst daarvan is. Uit het principeverzoek van 29 mei 2021 volgt dat de maatschap overleg heeft gehad met de nieuwe bewoners van de locatie Zomerdijk 4 in Bornerbroek. Zowel uit eerdere contacten met andere omwonenden als dit contact, is gebleken dat geen draagvlak voor de nieuwvestiging op deze locatie bestaat. Aangegeven is dat de nieuwe bewoners van de Zomerdijk 4 in Bornerbroek gebruik zullen maken van de publiekrechtelijke mogelijkheden om nieuwvestiging tegen te houden.
De kans is daarmee aannemelijk dat - na het verlenen van principemedewerking en het opstarten van de ruimtelijke procedure - in het spoor van de ruimtelijke procedure zienswijzen worden ingediend, hetgeen vervolgens kan leiden tot een beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ad 8: In het beleid van de gemeente Almelo, zoals verwoord in het bestemmingsplan Buitengebied, is toegelicht dat nieuwe grondgebonden agrarische bedrijven om zich te ontwikkelen vrijgekomen bestaande agrarische bebouwing kunnen hergebruiken. Dit hergebruik door agrariërs wordt van belang geacht om het karakter van het buitengebied in stand te houden en nieuwe bebouwing op onbebouwde locaties te vermijden. In uitzonderlijke gevallen kan voor nieuwvestiging maatwerk worden geboden via een partiële herziening van het bestemmingsplan. Het aantal vrijkomende en vrijgekomen agrarische bedrijven is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen, waardoor de noodzaak om een nieuw bouwvlak toe te kennen middels een bestemmingsplanherziening niet aanwezig is. De adviseur van de maatschap Timmerhuis-Krabben is per brief geïnformeerd over dit besluit. Tegen het negatieve besluit op een principeverzoek staat geen bezwaar en/of beroep open. Omdat er geen principemedewerking wordt verleend, zijn er geen vervolgstappen.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
F.W. van Ardenne
Pagina 4 van 4
A.J. Gerritsen