Verslag verkenning gemeente Alkmaar
Tekst van het document
Eindverslag verkenning gemeente Alkmaar ERNEST BRIËT 15 APRIL 2026
Inhoud Opdracht & werkwijze ............................................................................................... 3 Draagvlak voor wisselende meerderheden per beleidsonderwerp ................................ 3 Opvatting van de raad............................................................................................ 4 Mogelijkheden om open interactie te bewerkstelligen. ............................................. 5 Advies ten aanzien van de onderlinge samenwerking ............................................... 6 Verkenning stabiele meerderheidscoalities ................................................................ 6 Observatie vooraf.................................................................................................. 6 Sleutelfactoren stabiele coalities ........................................................................... 6 Geopperde meerderheidscoalities ......................................................................... 7 Nadere verkenning twee basisopties ...................................................................... 8 Met betrekking tot de combinatie GL/PvdA D66 VVD CDA ..................................... 9 Met betrekking tot de combinatie D66 BAS VVD OPA CDA .................................. 10 Derde gespreksronde.......................................................................................
10 Conclusie & aanbevelingen ..................................................................................... 11 Bijlage: samenstelling delegatie per partij ................................................................ 12
2
Opdracht & werkwijze In de vergadering van de raad van de gemeente Alkmaar op 1 april jl. zijn twee moties aangenomen die hebben geresulteerd in mijn aanwijzing als verkenner en het meegeven van de volgende opdracht: • • • • •
advies uitbrengen voor een stabiele meerderheidscoalitie; de verkenner voert in beslotenheid gesprekken met alle gekozen partijen in Alkmaar; de verkenner verkent welke coalitiemogelijkheden de fracties voor zich zien en welke voorwaarden/bezwaren coalitievorming in de weg kunnen staan; aan de gekozen partijen te vragen hoe zij kijken naar wisselende meerderheden per beleidsonderwerp en hierover in het eindverslag te rapporteren; verslag uit te brengen aan de gemeenteraad van Alkmaar in de raadsvergadering van donderdag 16 april aanstaande.
Werkwijze In overeenstemming met deze opdracht heb ik in beslotenheid gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van alle 12 verkozen partijen (bijlage: samenstelling delegaties per partij). Mijn aanpak zag er als volgt uit: Eerste ronde: op 3 en 4 april gesprekken met vertegenwoordigers van alle 12 partijen. Tweede ronde: op 8 en 9 april verdiepende gesprekken met vertegenwoordigers van zes partijen gericht op nadere verkenning van twee concrete meerderheidscoalities. Derde ronde: op 10 april gesprek met vertegenwoordigers van vier partijen van potentieel meest kansrijke meerderheidscoalitie. Op basis van de uitkomsten van deze gesprekken leg ik dit advies aan uw raad voor.
Draagvlak voor wisselende meerderheden per beleidsonderwerp Naar aanleiding van de aangenomen motie van Forum voor Democratie en Status Quo heb ik twee vragen voorgelegd aan de 12 partijen: - hoe men kijkt naar het werken met wisselende meerderheden per beleidsonderwerp; - welke mogelijkheden men ziet tot optimalisatie van interactie binnen de raad en tussen raad en college. Bij de constateringen wordt het volgende geduid in deze motie: • de huidige politieke versnippering vraagt om een innovatieve aanpak van de coalitievorming;
3
• •
traditionele, dichtgetimmerde coalitieakkoorden de dualistische verhouding tussen raad en coalitie onder druk kunnen zetten; er op diverse grote maatschappelijke thema’s verschillende inhoudelijke meerderheden te vinden zijn.
Opvatting van de raad Ten aanzien van de vraag of er voor deze werkwijze als alternatief voor een stabiele meerderheidscoalitie draagvlak te vinden is binnen de raad is het antwoord duidelijk. Alleen bij de twee partijen die de motie indienden is daarvoor draagvlak. Mijn conclusie is dan ook dat deze benadering niet wordt gezien als alternatief voor een stabiele meerderheidscoalitie. De overige partijen zien deze werkwijze niet als een werkbare benadering waarbij een klein aantal partijen de ambitie toont om daar na de volgende gemeenteraadsverkiezingen weer het gesprek over te voeren. De belangrijkste redenen die genoemd zijn om niet voor deze werkwijze te kiezen zijn: - onder de huidige omstandigheden leidt deze werkwijze tot onrust en instabiliteit omdat niets op voorhand echt is vastgelegd; - het zal ondoenlijk zijn om een stabiele begroting vast te stellen omdat over elk onderwerp een open gesprek moet worden gevoerd. Dit dilemma is nu ook zichtbaar in “Den Haag”; - bij echt grote onderwerpen waar fundamenteel verschillende opvattingen over leven (‘hete hangijzers’) zoals asiel en financiële keuzes/begroting gaat dit niet werken; - een meer fundamentele zorg is dat deze werkwijze zal leiden tot “zigzag beleid” dat geen interne consistentie heeft, waardoor dit ten koste zal gaan van degelijk langetermijnbeleid.
Voordelen van (elementen van) deze benadering worden wel degelijk ook gezien: - zoeken naar zo breed mogelijke (wisselende) meerderheden leidt tot breed draagvlak; - deze benadering dwingt (in positieve zin) tot het luisteren naar alle geluiden die leven; - deze aanpak bevordert het onderling gesprek en leidt tot een betere verbinding tussen raad, college en de “buitenwereld”. Hoewel er dus geen draagvlak is om deze werkwijze als alternatief te omarmen voor een meerderheidscoalitie ziet een aantal partijen wel degelijk mogelijkheden om met het onderliggend gedachtegoed te experimenteren de komende vier jaar.
4
Mogelijkheden om open interactie te bewerkstelligen. Ook heb ik de volgende vraag voorgelegd: “Hoe kijkt u aan tegen de samenwerking binnen de raad? En de wisselwerking met het college?” Met deze vraag heb ik inzicht willen verkrijgen in de mogelijkheden om de constructieve interactie tussen coalitie en oppositie in de raad en tussen college en raad onderling te stimuleren. Deze vraag vormt een afgeleide van de inhoud van de motie van Forum voor Democratie en Status Quo. Een grote meerderheid van de raad ziet ruimte om verder te investeren in een meer open werkwijze waardoor álle raadsleden een bijdrage kunnen leveren aan de koers van de gemeente. Terecht wordt aangetekend dat de leden van de oppositie ook tientallen procenten vertegenwoordigen van inwoners van de gemeente Alkmaar. Ook werd benadrukt dat een goede verstandhouding tussen coalitie en oppositie nadrukkelijk kan bijdragen aan de stabiliteit van de coalitie. De belangrijkste opvattingen ten aanzien van deze vraag zijn de volgende: - kijk nadrukkelijk bij het schrijven van het coalitieakkoord naar punten die belangrijk zijn voor oppositiepartijen en bezie of je die punten kunt meenemen in het akkoord; - timmer het coalitieakkoord niet dicht op alle punten. Doe dat alleen daar waar dat voor de stabiliteit noodzakelijk is. Bied op andere punten ruimte voor inbreng vanuit alle partijen.
Kies daar waar mogelijk voor het niet in detail vastleggen van de koers in het coalitieakkoord; - de coalitie/college zou moties en amendementen vanuit de oppositie moeten beoordelen op basis van kwaliteit en inhoud. En deze input moet gekoesterd worden als een relevante bijdrage aan het verbeteren van beleid en het verbreden van het draagvlak; - laat de raad eerder in de procesgang meedenken over keuzes ten aanzien van beleid en relevante onderwerpen. Doe dat als college met open vizier voordat een uitgewerkt voorstel wordt voorgelegd aan de raad. Dit zou kunnen middels opiniërende gesprekken waarin alternatieven worden besproken en via co-creatie de basis wordt gelegd voor breed gedragen besluiten. Deze aanpak zou kunnen leiden tot: o Begrip onderling o Betere besluiten o Betrokkenheid van inwoners Deze benadering versterkt de eerste B (beeldvorming) van het B-O-B-model. Experimenteren met deze werkwijze zou kunnen worden vormgegeven als een pilot. -
Wees als college maximaal transparant en benaderbaar. Ook voor partijen die niet tot de coalitie behoren.
5
Advies ten aanzien van de onderlinge samenwerking Op basis van bovenstaande is mijn advies om: 1. Bij het opstellen van het coalitieakkoord: a. Nadrukkelijk oog te hebben voor punten die belangrijk zijn voor oppositiepartijen en te bezien of die punten kunnen worden meegenomen in het akkoord. b. Te kiezen voor het vastleggen voor een koers op hoofdlijnen behalve als het voor de stabiliteit van de coalitie noodzakelijk is te kiezen voor het opnemen van gedetailleerde afspraken. 2. In samenspraak de mogelijkheid te verkennen van de benadering van werken met wisselende meerderheden door de komende vier jaar te gaan testen op een aantal onderwerpen. Kies hierbij onderwerpen die niet tot de ‘hete hangijzers’ behoren, maar die er wel degelijk toe doen. Maak hier een expliciete pilot van waarin ook de evaluatie is geborgd. 3. Blijvend te investeren als college in een open en transparante relatie met alle fracties in de raad. En op dit punt vinger aan de pols te houden door hier 1 -2 maal per jaar expliciet bij stil te staan in een gezamenlijk overleg (raadsbreed of met het presidium).
Verkenning stabiele meerderheidscoalities Observatie vooraf Hoewel je zou kunnen stellen dat er een puzzel gelegd kan worden met 12 stukjes bestaande uit 12 individuele partijen blijkt dat na het voeren van de gesprekken in de eerste ronde toch anders te liggen. Om te beginnen is er één groot puzzelstuk: GroenLinks-PvdA met een omvang van 9 zetels. Vervolgens zijn er twee puzzelstukken die bestaan uit een aantal partijen. Dat zijn: a. OPA en BAS b. D66, VVD en CDA Deze vijf partijen hebben mij laten weten dat beide “blokken” ondeelbaar zijn. Vrij puzzelen met de partijen los van elkaar zit er niet in zo werd mij verzekerd. Dit politieke feit beperkt het aantal opties voor mogelijke stabiele meerderheidscoalities aanzienlijk.
Sleutelfactoren stabiele coalities Voorafgaand aan het bespreken van de mogelijkheden die partijen zien om te komen tot een stabiele meerderheidscoalitie heb ik de vraag gesteld wat zij zien als sleutelfactoren om tot een stabiele coalitie te komen. 6
De input die ik op die vraag gekregen heb komt op hoofdlijnen op het volgende neer.
Proces • • • • • •
Investeer in een zorgvuldig proces en begin daarmee in de verkenningsfase. Bouw daarmee aan onderling vertrouwen. Dit is cruciaal. Wees als college transparant en benaderbaar in de gehele periode van vier jaar. Blijf investeren in relaties gedurende de gehele periode van vier jaar. Investeer in een open cultuur naar alle relevante personen en instanties. Baseer beleidskeuzes in de basis op feiten en onafhankelijk onderzoek
Onderlinge verhoudingen • • • •
Bespreek oud zeer in de fase van de coalitievorming. Ken elkaars gevoeligheden en heb daar consequent oog voor. Gun elkaar successen. Blijf als coalitie investeren in de relatie met de oppositie.
Coalitieakkoord • • • • • •
Probeer ook belangen en wensen van oppositiepartijen mee te nemen. Streef waar haalbaar naar draagvlak bij zoveel mogelijk partijen. Leg gevoelige/heikele onderwerpen in detail vast. Leg overige onderwerpen bij voorkeur op hoofdlijnen vast waardoor er ruimte blijft voor een open gesprek met de oppositie. Houd je aan de afspraken maar blijf daarnaast ruimte houden voor het meenemen van nieuwe informatie. Stel realistische doelen. Beloof niet meer dan je waar kunt maken.
Overig • • •
Omvang coalitie minstens 21 zodat er niet bij de afwezigheid van één raadslid mogelijk een probleem ontstaat. Hoe minder partijen een meerderheidscoalitie vormen hoe minder kans op breuklijnen. Bestuurservaring is een groot pre.
Geopperde meerderheidscoalities Zoals aangegeven hebben zich twee politieke blokken gevormd waarvan de vijf betreffende partijen hebben aangegeven dat deze niet deelbaar zijn. Blok BAS + OPA staat voor 9 zetels Blok D66 + VVD + CDA staat voor 12 zetels 7
De vraag zou kunnen worden opgeworpen waarom ik dit gegeven niet ter discussie stel. De reden daarvoor is dat deze blokvorming weliswaar de keuzemogelijkheden beperkt, maar in mijn ogen de vorming van een stabiele meerderheidscoalitie niet in de wegstaat. In mijn gesprekken met de 12 partijen zijn de volgende coalities geopperd: • D66 BAS VVD OPA CDA (+ evt. SPA) • D66 BAS VVD OPA CDA + SPA of SQ • GL/PvdA BAS VVD OPA (+ evt. D66) • GL/PvdA D66 VVD CDA (+ evt. BAS) • GL/PvdA BAS OPA + VVD of FVD • GL/PvdA BAS VVD OPA • GL/PvdA D66 CDA LA PvdD SP • GL/PvdA D66 VVD CDA PvdD SP Een ruime meerderheid gaf in de gesprekken in de eerste ronde aan dat het de voorkeur heeft om als eerste de mogelijkheid van een meerderheidscoalitie met GL/PvdA te verkennen. Dit met als reden dat deze partij by far de meeste zetels in de raad heeft én een zetel gewonnen heeft.
Nadere verkenning twee basisopties Wetende dat de twee blokken ondeelbaar zijn valt er een aantal combinaties op voorhand af en blijven de volgende geopperde combinaties over: • • • •
D66 BAS VVD OPA CDA (+ evt SPA) D66 BAS VVD OPA CDA + SPA of SQ GL/PvdA D66 VVD CDA GL/PvdA D66 VVD CDA PvdD SP
21 zetels (+ evt. 1) 21 zetels + 1 21 zetels 23 zetels
De basis van deze vier opties wordt steeds gevormd door verschillende combinaties van de twee blokken en GL/PvdA. Daarom heb ik gekozen voor 1:1 gesprekken met GL/PvdA, D66, BAS, VVD en OPA om de twee basiscombinaties D66 BAS VVD OPA CDA en GL/PvdA D66 VVD CDA nader te bespreken. In die gesprekken zijn de twee combinaties besproken met de partijen die daarvan deel zouden uitmaken. De volgende vragen zijn besproken: a. Op welke onderwerpen verwacht u dat m.n. de discussie nadrukkelijk gevoerd moet worden om tot een akkoord te komen. Hierbij vraag ik u te kijken naar de mogelijke spanning tussen de inzet van die partij en de uwe maar ook naar mogelijke spanning tussen de andere partijen onderling. b. Graag hoor ik van u op welke punten u verwacht dat het moeilijk zal zijn om op één lijn te komen. 8
c. Graag hoor ik van u of voor de punten waarop u verwacht er moeilijk/niet uit te kunnen komen het een optie zou zijn hiervan een “vrij onderwerp” te maken. D.w.z. dat het aan de raad is om daarover tot een meerderheid te komen. d. Graag hoor ik van u of het bij beide coalitie-opties volgens u gewenst is hieraan nog een extra partij toe te voegen en met welke reden. e. Indien u op vraag 4 positief reageert wil ik u vragen om de vragen 1 t/m 3 voor die partij aan te vullen. f. Als u uw eigen analyse van zojuist over de inhoudelijke spanningsvelden, mogelijke aanvullingen, en stabiliteit meeneemt: (bij één combinatie) hoe kijkt u dan aan tegen de stabiliteit van deze samenwerking of (bij twee combinaties) welke van de twee richtingen komt voor u op dit moment het meest kansrijk over om tot een stabiele meerderheidscoalitie te komen?” Deze gesprekken met GL/PvdA, D66, BAS, VVD, OPA en CDA leveren de volgende inzichten op.
Met betrekking tot de combinatie GL/PvdA D66 VVD CDA Onderwerpen die nadere bespreking behoeven zijn: 1. Hoe om te gaan met reeds genomen (raads)besluiten i.v.m. continuïteit van bestuur. 2. Uitvoering spreidingswet. 3. Mobiliteit: parkeren en parkeernormen. 4. Armoedebeleid (percentage voor bijzondere bijstand en toeslagen). 5. Percentage sociale huur. 6. Veiligheid: repressie vs preventie. 7. Sluitende meerjarenbegroting: commitment hiervoor en de knoppen waaraan gedraaid kan worden qua verlagen van lasten en verhogen van opbrengsten. 8. Interne balans college. Over bovenstaande punten is in de tweede gespreksronde gebleken dat een aanvullend gesprek nodig zou zijn zo gaven de vier betrokken partijen aan. Hierbij werd mij ook duidelijk te kennen gegeven dat er de wil was om er met deze vier partijen uit te komen. Hierbij werden als argumenten genoemd het feit dat GL/PvdA deze verkiezingen één van de winnaars is én de grootste partij is. Ook wordt programmatische overlap benoemd als reden om deze combinatie te willen verkennen. Vanwege door andere partijen geuite zorgen over “oud zeer” tussen een aantal van deze partijen heb ik hiernaar expliciet gevraagd. Mij is gebleken dat er al geïnvesteerd is (en wordt) in de relatie om de onderlinge verhoudingen optimaal te krijgen. Voor mij is gebleken dat hier geen aanleiding in ligt om zorgen te hebben over stabiliteit.
Zoals al eerder aangeven: blijvend investeren in onderlinge relaties is een sleutelfactor voor stabiliteit.
9
De partijen geloven niet in het tot “vrij onderwerp” verklaren van een belangrijk vraagstuk waar zij onderling niet uit zouden komen. Tevens geven zij allen aan dat het vormen van een coalitie bestaande uit deze vier partijen de voorkeur heeft. Hiervoor wordt een aantal redenen genoemd: - 21 zetels geeft voldoende basis; - een extra partij leidt altijd tot extra complexiteit om tot een gedragen coalitieakkoord te komen; - een extra partij geeft ook risico op een potentiële breuklijn die stabiliteit ondermijnt; - deze combinatie bevindt zich in het centrum van het politieke speelveld met zowel oppositiepartijen ter linker als ter rechterzijde. Dit kan helpen bij het opbouwen van een gebalanceerde relatie met de raad.
Met betrekking tot de combinatie D66 BAS VVD OPA CDA Enerzijds wordt door een aantal van de vijf bij deze combinatie betrokken partijen aangeven dat continueren van de huidige coalitie (al dan niet met SPA) het meest voor de hand ligt. Deze coalitie is de afgelopen drie jaar stabiel gebleken. Het zou van stabiliteit getuigen deze lijn door te trekken zo wordt aangegeven. Anderzijds worden er ook wezenlijke onderwerpen genoemd waarover nadrukkelijk het onderlinge gesprek gevoerd zou moeten worden om te verkennen of op die punten overeenstemming verkregen kan worden. Onderwerpen die genoemd worden zijn: 1. Asiel en spreidingswet. 2. Sociaal domein – w.o. Skaeve Huse. 3. Sluitende begroting en de mogelijkheid om iets te doen met lokale lasten. 4. Woningbouw – aandeel sociale huur & koop. 5. Betaalbare implementatie van het cultuurbeleid. Ook bij deze combinatie wordt het aanwijzen van “vrije onderwerpen” niet gezien als een passende werkwijze om te komen tot een stabiele samenwerking. En ook in deze combinatie is de overheersende opvatting dat het toevoegen van een zesde partij niet gewenst is.
Derde gespreksronde Mijn inschatting is dat beide combinaties zouden kunnen leiden tot een stabiele meerderheid. De politieke wil is nadrukkelijk vooral gericht vanuit het blok D66 VVD CDA en de partij GL/PvdA om de combinatie van deze vier partijen als eerste te verkennen en hiervoor ook te kiezen als op de acht geïdentificeerde belangrijke aandachtspunten overeenstemming mogelijk lijkt. Om dat te verkennen heb ik het initiatief genomen tot een derde ronde waarin de vier genoemde partijen deelnamen aan een groepsgesprek. 10
Insteek van dit gesprek was het krijgen van een antwoord op de volgende vragen: 1. Wordt de zorg van de ander begrepen en herkend als een wezenlijk punt voor de volgende fase. 2. Is er een gedeelde overtuiging dat dit punt van een passende oplossing kan worden voorzien of in het totale beeld van een compleet coalitieakkoord opvangbaar zou zijn. Het doel was nadrukkelijk niet om te streven naar een concrete uitkomst op die onderwerpen. Dat is iets voor de fase na de verkenning. Uitkomst van dit gesprek is dat op alle acht de genoemde onderwerpen deze twee vragen door alle vier de partijen met “ja” is geantwoord. Met deze uitkomst en de wil van de vier partijen om deze combinatie te laten slagen, ligt het voeren van een gesprek over de andere combinatie (nu) niet voor de hand.
Conclusie & aanbevelingen Als verkenner concludeer ik gezien bovenstaande dat zowel de combinatie D66 BAS VVD OPA CDA als de combinatie GL/PvdA D66 VVD CDA beschouwd kunnen worden als een potentieel stabiele meerderheidscoalitie. Omdat de politieke wil nadrukkelijk aanwezig is om van de combinatie GL/PvdA D66 VVD CDA een coalitie te vormen is deze optie nader verkend. Vanwege het feit dat uit die nadere verkenning blijkt dat er uitdrukkelijk de wens en ambitie bij alle vier de partijen is deze combinatie te laten slagen is mijn advies deze partijen het vertrouwen te geven om een vervolgstap te zetten in de richting van een stabiele meerderheidscoalitie. Mijn advies aan de vier partijen is vanaf nu als gelijkwaardigen het gesprek een vervolg geven en in de interactie afstand te nemen van het blok van drie. Laten vier partijen samen bouwen aan een stabiele meerderheidscoalitie. Ik adviseer dit proces in te gaan met oog voor de geïnventariseerde sleutelfactoren voor stabiliteit.
Expliciet adviseer ik bij het opstellen van een coalitieakkoord: • ook belangen en wensen van oppositiepartijen mee te nemen; • waar haalbaar te streven naar draagvlak bij zoveel mogelijk partijen; • gevoelige/heikele onderwerpen in voldoende detail vast te leggen; • overige onderwerpen bij voorkeur op hoofdlijnen vast te leggen waardoor er ruimte blijft voor een open gesprek met de oppositie; • stel realistische doelen. Beloof niet meer dan je waar kunt maken.
11
Bijlage: samenstelling delegatie per partij 1. GL-PvdA • Maaike Kardinaal • Gijsbert van Iterson Scholten 2. D66 • Jens van Gorp • Christian Schouten 3. BAS • Pien Bijl • Lars Ruiter 4. VVD • Christiaan Peetoom • Marius Wiegman 5. OPA • Victor Kloos • Tamara Vermeulen • Jan Hoekzema 6. FVD • Jelle Wittebrood • Arthur Bronts 7. CDA • Frits Jonk • Gerard Kuyper 8. Leefbaar Alkmaar • John Hagens • Joop Mutters 9. PvdD • Kivilcim Pinar • Jan Bevaart 10. SPA • Arie Epskamp • Katinka Kerssens 11. Status Quo • Devon Zwierenberg • Fanny Schuijt 12. SP • Rigo Wijdoogen • Willem de Vries
12