CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Commissie Sociaal en Ruimte 16 mei 2024

Commissie Sociaal 16 mei 2024, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Vastgesteld verslag commissie Sociaal en Ruimte 16 mei 20247.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CONCEPT-VERSLAG Raadscommissie Sociaal en Ruimte Datum vergadering : 16 mei 2024 Tijd : 19.30 uur Plaats : Raadzaal, Stadhuis Nadere informatie : De heer T.A.E. Savenije, TSavenije@alkmaar.nl

Deelnemers: Voorzitterschap: Mevrouw C.A.M. Bouchier Commissieleden: Dhr. L. Balder (GL), dhr. A. Bermon (SP), mw. M. Biesheuvel (LA), mw. W.M.C. Bozelie (SP), mw. Y. van den Brakel Visser (CDA), Dhr. E. Bromlewe (GL), mw. E. Endel (VVD), mw. F.A. Flietstra (OPA), mw. C.M. Garcia (GL), dhr. J.E. van Gorp (D66), dhr. J. Gunst (VVD), dhr. P.T. van der Heijde (SPA), mw. A.A. van Ingen Schenau-Wijker (SPA), mw. A. M.P.A. de Jong (D66), dhr. G.P.J. Kuyper (CDA), dhr. L.M. Lakeman (OPA), mw. S.J. Meijnen (D66), dhr. W.J. Peters (VVD), dhr. K. Pinar (PvdD), dhr. T.C. Schotten (CDA), dhr. G.P.C.C. Zucotti (OPA), dhr. D. Zwierenberg (FVD), dhr. R.C.M.M. van Veen (CU).

Portefeuillehouders: De heer J. Nieuwenhuizen, de heer R.G. te Beest, de heer A.J. Epskamp en de heer C.C. Schouten. Commissiegriffier: Mevrouw P.M. Tromp

1 Opening en mededelingen (19.30) De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. De voorzitter deelt mee dat het raadslid, de heer Bijl, afgelopen dinsdag 14 mei 2024, is overleden. De commissie staat stil bij dit trieste bericht en wenst de familie Bijl veel sterkte met het verwerken van het verlies. De heer Bijl zal worden herinnerd als een warme persoonlijkheid aan wie de commissie met heel veel respect aan terug zal denken. Er wordt een minuut stilte in acht genomen. De fracties van BAS en PvdA zijn niet aanwezig bij de vergadering. Er zijn geen mededelingen vanuit de commissie.

2 Vaststelling agenda (19.33) D66 stelt voor om agendapunt 8 van de agenda te halen en op een later moment te bespreken. De commissie gaat ermee akkoord.

D66 verzoekt agendapunt 10 boven de streep halen aangezien D66 zeer hecht aan regionale samenwerking.

De agenda wordt gewijzigd vastgesteld.

3 Vaststelling verslag van de commissie Sociaal van 4 april 2024 en de commissie Ruimte van 2 april 2024 (19.34) Er zijn geen wijzigingsverzoeken ingediend. De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.

4 Terugkoppeling AB vergaderingen (19.35) Voor de commissie Ruimte betreft het: - VVI Alkmaar eo (huisvuil) (11 april) Wethouder Nieuwenhuizen geeft een terugkoppeling namens wethouder Peetoom. De jaarstukken 2023, het normenkader concept 2024 en de kadernota voor 2025 zijn besproken. De commissie krijgt een voorstel van het college voorgelegd, hoe er mee omgegaan wordt, mocht ‘het ravijn’ zich voordoen. De kosten en baten komen uit de afvalstoffenheffing waardoor ze in de verevening kunnen worden betrokken. Ook de conceptbegroting 2025 is behandeld onder voorbehoud van de ingediende zienswijzen. Er is uitgegaan van een reguliere indexering van het tarief. De GR heeft een nieuwe secretaris. Doorgaans is het een medewerker, die bij de HVC betrokken is. Het CDA krijgt de toezegging dat de naam van de nieuwe secretaris nog gecommuniceerd zal worden.

Voor de commissie Sociaal betreft het: - Zaffier (11 april) Wethouder Te Beest deelt mee dat er bij Zaffier aandacht is besteed aan vergelijkbare onderwerpen als bij de VVI en er is aandacht besteed aan het aanbestedingsproces voor de accountant. De wethouder van Dijk en Waard is gemandateerd om het proces met de nieuwe accountant af te wikkelen. Er is gesproken over de zienswijzen op de kadernota en de wijziging GR. Dit punt is akkoord bevonden. Het onderhandelingsresultaat van de CAO, voor de medewerkers die onder Zaffier vallen, vraagt nog wel aandacht in de toekomst. Het onderhandelingsresultaat leidt tot kostenstijging (wordt vertaald in de meicirculaire. Het college komt er op een later moment op terug. Er is gesproken over het plan Interne Controle (wordt verder gemandateerd aan het DB). De jaarrekening is vastgesteld en wordt door het college aan de commissie voorgelegd. De resultaatbestemming 2023 is positief voor Zaffier. Dit is een felicitatie waard. De kadernota en de conceptbegroting 2025 is vastgesteld en wordt doorgeleid naar de gemeenteraden.

5 Toezeggingen (19.39) Er zijn geen vragen of opmerkingen.

6 Spreekrecht publiek (19.39) Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht publiek.

7 Rondvraag (19.40) SPA heeft signalen ontvangen dat niet alle chauffeurs van de Wmo-taxi’s zich ervan bewust zijn dat ze in aanmerking komen voor een ontheffing om in de binnenstad te mogen rijden. Het verzoek aan het college is om Munckhof hiervan op de hoogte te stellen zodat cliënten van deur tot deur kunnen worden vervoerd. Wethouder Epskamp legt de procedure uit. Uiteraard is de wethouder graag bereid om de regeling nogmaals onder de aandacht te brengen bij de vervoerders.

SP bedankt het college voor het beantwoorden van de artikel 42 vragen over de zeer specialistische gesloten Jeugdzorg Plus. De SP stelt aanvullende vragen. Hoe gaat het college invulling geven aan de eigen verantwoordelijkheid voor een deugdelijke en veilige en zeer specialistische jeugdzorg. Is het college het met de SP eens dat de gemeente verantwoordelijk is om de kwaliteit van de behandeling te controleren. En zo ja, hoe gaat het college het dan doen? Kan het college de SP verzekeren dat kinderen uit Alkmaar niet weer in deze, en andere, kwalitatief volstrekt onvoldoende en ontoereikende zorginstellingen terecht komen? En hoe gaat het college het aanpakken? Wethouder Nieuwenhuizen meldt dat er geen kinderen uit Alkmaar in deze jeugdinstelling hebben verbleven maar wel kinderen uit de regio Alkmaar. De bedoelde instelling is gecontracteerd door de VNG. De inspectie vindt plaats vanuit de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Op dit moment wordt er nog een onderzoek gedaan of de inspectie goed is verlopen. De betreffende afdelingen worden allemaal gesloten. Er komen dus geen jongeren meer in dit soort instellingen terecht. De gemeente monitort zelf bij de betreffende jongeren of de jeugdzorg adequaat is. Soms leidt het tot het opzeggen van contracten. De kwetsbaarheid zit bij jongeren waar gemeenten weinig signalen van krijgen.

De gemeente is niet verantwoordelijk voor de kwaliteit van deze inspectie. In deze is de minister verantwoordelijk. Het onderzoek wordt wel nauwlettend gevolgd. De SP vraagt of de constatering juist is dat men in een schimmig gebied zit wat nu wel goede kwalitatieve zorg is voor deze specifieke groep kinderen. Met andere woorden wat gebeurt er met de kinderen? Wethouder Nieuwenhuizen antwoordt dat het moeilijk is om een passend uniform antwoord te geven op deze vraag. Iedere aanpak is maatwerk. Deze kinderen vormen een directe bedreiging voor hun naaste omgeving en voor zichzelf. Het gedrag is moeilijk met therapie en/of medicijnen te behandelen Men moet erop vertrouwen dat instellingen er de juiste protocollen op schrijven en er op een adequate manier mee omgaan. De wethouder gaat uit van de beste bedoelingen van de instellingen zonder het gewenste effect. Het protocol van gemeenten is erop gericht om jeugdigen niet in een (gesloten) instelling te krijgen. Deze kinderen zijn de uitzondering op de regel.

Het CDA stelt vragen over Het Slimste Huis. Kan de wethouder de commissie informeren over de stand van zaken ten aanzien van de sluiting van Het Slimste Huis dan wel hoe dit zo ver is gekomen. Wethouder Epskamp antwoordt dat de gemeente Het Slimste Huis financierde vanaf 2014 tot september 2019. Het maatschappelijk veld kon het concept verder door ontwikkelen en ledenvereniging Espria heeft de exploitatie op dat moment overgenomen voor een periode van vijf jaar. De gemeente heeft geen betrokkenheid meer bij Het Slimste Huis maar het werd nog wel gebruikt voor activiteiten als Valpreventie en Veilig Wonen. Voor deze activiteiten zal de gemeente dus een andere locatie moeten zoeken. 2 Raadscommissie Ruimte en Sociaal 16 mei 2024

Het CDA is van mening dat het nog steeds gepromoot wordt als een initiatief van de gemeente Alkmaar en vindt dat er ook een gedeeltelijke verantwoordelijkheid ligt bij Alkmaar voor het open houden van Het Slimste Huis. Wellicht kan dit ingepast worden in Wmo-beleid aangezien het met name bedoeld was om ouderen langer thuis te kunnen laten blijven wonen. Wethouder Epskamp zegt dat er destijds niet voor niets gekozen is om als gemeente afstand te nemen. Er zijn dus ook geen gelden meer voor beschikbaar gesteld. De link met de gemeente Alkmaar is er vanaf 2019 al niet meer. Het college is niet voornemens om de activiteiten opnieuw op te pakken. Er zijn andere locaties waar presentaties, bijvoorbeeld over domotica, maar ook trainingen Valpreventie kunnen worden gehouden. OPA stelt vragen over de EIB (Economisch Instituut voor de Bouw). OPA benadrukt dat klimaatdoelen, landelijk beleid zijn en niet ter discussie staan. Hoe gaat het college om met het signaal van de EIB dat het huidige beleid voor het bereiken van klimaatneutraliteit onhaalbaar lijkt vanwege het tekort aan arbeidskrachten.

Wat kan het concreet betekenen voor de Alkmaarse doelstellingen en omgeving visies? Welke strategie overweegt het college? Gaat men door tot 2050 om in dat jaar te constateren dat de doelstellingen niet zijn gehaald of wordt er tijdig bijgestuurd en gefocust op wat wel haalbaar is? Het kost veel geld en levert nauwelijks besparingen op. Hoe serieus neemt het college van Alkmaar de kritiek dat er helemaal niet gekeken is naar de economische en maatschappelijke impact bij het streven naar klimaatneutraliteit, zoals vermeld in het persbericht. Wethouder Schouten merkt op dat het artikel, waar OPA naar verwijst, van twee dagen geleden is zodat het college nog niet heeft kunnen bepalen welk effect het artikel heeft op het beleid. De wethouder zegt een memo toe.

OPA heeft technische vragen gesteld over de organisatie van Alkmaar Pride en met name over een website waarop reclame wordt gemaakt voor de campagne voor de Europese Verkiezingen van twee gemeenteraadsfracties. Deze vragen zijn slechts summier beantwoord maar de website van Alkmaar Pride is wel aangepast. OPA vraagt hoe het college aankijkt tegen het, gedurende langere tijd, reclame maken voor politieke partijen op de website van Alkmaar Pride. Kan het college uitleggen hoe deze reclame past binnen de gestelde subsidievoorwaarden. Wethouder Schouten antwoordt dat, twee van de drie, schriftelijk gestelde vragen politiek van aard zijn en dus niet als technische vraag worden beantwoord door de ambtelijke organisatie. Bij het doorklikken op een van de activiteiten, die op de website te vinden waren, waren inderdaad twee namen te zien van gemeenteraadsfracties. In de subsidieverordening is geen regel opgenomen over het al dan niet reclame maken dus het college heeft er geen mening over. OPA zegt dat het echt ging om een reclameblok voor twee fracties en niet om het feit dat de namen genoemd werden bij slechts een activiteit. Dit reclameblok is wel snel verwijderd dus wellicht heeft de wethouder het gemist. OPA constateert dat de raad dus aan zet is om te voorkomen dat organisaties subsidie krijgen om reclame te maken voor politieke partijen.

Wethouder Schouten zegt dat het procedureel klopt wat OPA zegt maar de wethouder doet geen uitspraak over wenselijkheid of reikwijdte ervan.

OPA stelt vragen over wateroverlast. Na de wateroverlast in juni en augustus 2021 is de situatie in Alkmaar onderzocht. De vraag is of het college voornemens is om nieuw onderzoek te doen? Wat gaat het college nu extra doen om te voorkomen dat Alkmaar weer last krijgt van wateroverlast? Wethouder Nieuwenhuizen zegt dat Stadswerk072 onderzoek doet naar de locaties waar overlast is. Het wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Daarnaast wordt er aan klimaatadaptatie gedaan en is er een samenwerking in de waterketenaanpak. Samen met het Hoogheemraadschap en de andere gemeenten in de regio wordt gekeken hoe het watersysteem zich verhoudt. Een van de waterpunten (in de Afsluitdijk) krijgt een vergroting van spuicapaciteit. Op dit moment zit het watersysteem vol maar er moet ook voor gezorgd worden dat er water beschikbaar blijft voor droge perioden. De grootste extremen zullen nooit vermeden kunnen worden maar men zal deze extremen wel zo veel mogelijk proberen te dempen. Het beleid is daarop gericht. Wethouder Schouten verwijst naar het beleidsplan klimaatadaptatie.

TE BESPREKEN

8 Bespreeknotitie commissie - BAS D66 - universiteit in Alkmaar Deze bespreeknotitie wordt van de agenda gehaald vanwege het overlijden van de heer Bijl en de afwezigheid van de fractie van BAS.

3 Raadscommissie Ruimte en Sociaal 16 mei 2024

9 Raadsvoorstel vaststellen Verordening Jeugdhulp 2024 (20.06) Eerste termijn van de commissie GL spreekt mede namens de PvdA. GL vertrouwt erop dat hulpverleners en jongeren er samen goed uitkomen. In de verordening is veel aandacht voor wat ouders/verzorgers zelf moeten doen. Waarom vindt de wethouder het zo belangrijk dat er op deze toon over de inwoners wordt gesproken? Wat is de aanleiding dat de definitie van ‘Eigen Kracht’ zo scherp wordt gesteld en welke gevolgen denkt de wethouder dat het zal hebben? Kan de wethouder ook een reflectie geven op de problematiek van overvraging van het sociale netwerk? GL, en de PvdA, denken dat het wettelijk kader voldoende houvast biedt. Deze verordening hoeft, wat de fracties betreft, niets toe te voegen over eigen kracht. Denkt het college dat er nog veel meer te verwachten is van het aanspreken van eigen kracht en zo niet, waarom is het dan nodig om er zoveel woorden aan te wijden. D66 vraagt of GL er wel voor open staat om te kijken wat er wel gezamenlijk kan worden gedaan. Hoe kan men ervoor zorgen dat niet iedere vraag en zorg wordt omgezet in een probleem? GL is het eens met D66 dat het belangrijk is om aanspraak te maken op eigen kracht maar het gaat GL om de suggestie in de verordening dat mensen geen gebruik maken van eigen kracht.

Het gaat D66 erom of een probleem wel echt Jeugdhulp nodig heeft en niet binnen het eigen sociale netwerk kan worden opgelost of in de preventie. GL gelooft ook niet in medicaliseren en vindt eigen kracht vanzelfsprekend. Hoe komt de wethouder erbij dat er nu ook mensen gebruik maken van Jeugdhulp als het niet echt nodig is. SP vraagt of GL vindt dat deze verordening voldoende handvatten en ruimte biedt aan hulpverleners om de situatie goed in te kunnen schatten. GL denkt dat door meer regels op te stellen er juist minder ruimte aan hulpverleners wordt gegeven om de situatie goed in te schatten. Hoe kijkt de wethouder naar mogelijkheden van eigen regie van de cliënt en zijn of haar netwerk. Waarom maakt eigen regie geen onderdeel uit van de definitie van eigen kracht? GL en PvdA maken zich zorgen over de positie van de gemeenteraad bij de Jeugdhulp. Het college krijgt veel meer mandaat om nadere regels te stellen dan in de huidige verordening. Niet alleen over uitvoering maar ook om beleidsinhoudelijk. Waarom vindt het college het nodig dat het mandaat wordt uitgebreid? Welk doel dient het? De positie van de raad kan erdoor verslechteren.

Het CDA heeft begrepen dat het geborgd is dat als de raad het met een bepaalde regel niet eens is dat men het college dan tot de orde kan roepen. GL wil niet achter de feiten en regels aanlopen en is bij voorkeur proactief bezig met de inhoud van de regels als het gaat om beleidsinhoudelijke keuzes. Het CDA wijst erop dat visie op Jeugdhulp later nog aan de orde komt in de raad. Het gaat nu om de verordening. Wat het CDA betreft moet het op eigen kracht, waar mogelijk, en moet, waar nodig, jeugdhulp worden ingezet.

De SP sluit zich aan bij de woorden van GL dat het benadrukken van eigen kracht niet echt vernieuwend is. D66 vraagt wat SP achterhaald vindt aan eigen kracht. De SP vindt dat de overheid te veel doorslaat met eigen kracht en zelfredzaamheid. Met deze verordening wordt vooruitgelopen op de aanstaande bezuinigingen op jeugdzorg. De SP leest dat er alleen voor de goedkoopste adequate voorzieningen gekozen moet worden. Wordt het uitgangspunt; hoe meer draagkracht en draaglast, hoe meer eigen kracht? Wordt het dan nog haalbaar om Jeugdhulp te krijgen voor de minst draagkrachtige Alkmaarders? Het CDA vraagt waar de SP het op baseert dat de vragers van Jeugdhulp niet de meest daadkrachtige Alkmaarders zijn? De SP heeft er geen cijfers over maar is er wel benieuwd naar. De SP neemt aan dat het vaak minder draagkrachtige Alkmaarders zijn die Jeugdhulp aanvragen. D66 vindt het nogal stigmatisering klinken. Het is niet de bedoeling van de SP dat het stigmatisering klinkt. Wat de SP wil is dat het ook haalbaar is voor minder draagkrachtigen om Jeugdhulp te krijgen. Ook is het voor bepaalde bevolkingsgroepen lastiger dan voor andere bevolkingsgroepen om een beroep te doen op een sociaal netwerk. D66 heeft tijdens de raadsinformatiebijeenkomst begrepen dat iedere jongere, die Jeugdhulp nodig heeft, Jeugdhulp krijgt.

Er wordt niet naar doelgroepen gekeken maar er wordt wel meegedacht of men zelf tot een oplossing kan komen binnen het eigen netwerk of via de voorliggende voorzieningen bijvoorbeeld opvoedondersteuning. De SP is het eens met D66 en heeft er alle vertrouwen in dat de Jeugdzorg er een goede invulling aan geeft maar toch wordt er, wat de SP betreft, een link gelegd tussen mogelijk voorgenomen bezuinigingen en de Jeugdzorg en dat baart de SP zorgen. De VVD stelt een verduidelijkingsvraag en de SP herhaalt wat er gezegd is. De SP ziet dat er een integraal onderzoeksplan wordt gemaakt en de SP wil dat er altijd een ervaringsdeskundige meepraat die het vertrouwen heeft van de jongeren. Kan de wethouder iets verduidelijken over de gratis clientondersteuner. Is dit een onafhankelijke (betaalde) clientondersteuner of een ervaringsdeskundige? De SP is blij dat de versnippering expliciet verleden tijd is. Biedt deze verordening voor alle mogelijke vormen van Jeugdhulp de handelingsregels? 4 Raadscommissie Ruimte en Sociaal 16 mei 2024

De SP kan het bijna niet geloven. D66 vraagt hoe de SP de inzet van een ervaringsdeskundige voor zich ziet aangezien het om jeugdhulp en privacygevoelige onderwerpen gaat. D66 vindt het een lastige combinatie. De SP begrijpt de zorg van D66 maar ziet een ervaringsdeskundige als een goede toevoeging voor het integraal onderzoeksplan. Ten aanzien van de vraag van GL over de positie van de raad als het mandaat van het college wordt uitgebreid, zegt de SP dat het goed is als de raad meer te zeggen krijgt over de keuzes die gemaakt worden.

LA vraagt zich af wat het nut is om de verordening nu alvast vast te stellen. Waarom wordt er niet gewacht tot het najaar? LA is van mening dat als ouders aanspraak maken op Jeugdzorg er al genoeg op eigen kracht is geprobeerd. Het bemoeilijken van de weg naar Jeugdhulp kan desastreuze gevolgen hebben voor het hele gezin en de leefomgeving. LA wil investeren in de jeugd, en de hulp die zij nodig hebben, zodat ze als zelfstandigen sterk door het leven kunnen. FVD vraagt waar LA zich op baseert dat de toegang tot Jeugdzorg moeilijker wordt. LA constateert dat er heel streng op toegezien wordt wat er allemaal op eigen kracht mogelijk is. Wat LA betreft moet de toegang tot Jeugdzorg toegankelijk zijn. OPA heeft tijdens de raadsinformatiebijeenkomst begrepen dat eerst de hulpvraag in kaart wordt gebracht en vervolgens wordt er gekeken wat zorgvragers zelf zouden kunnen. LA baseert zich op de beantwoording door de wethouder zelf tijdens de raadsinformatiebijeenkomst. De wethouder heeft zelf gezegd ‘knijpen in toegang’. LA wil ook dat de raad inzage krijgt in de nadere regels en vraagt of de raad invloed heeft op het opstellen van nadere regels. En kan de raad erin sturen? Waar wordt de eigen kracht gemeten als de jeugdige hulp weigert? Niet iedere jongere kan de gevolgen op langere termijn overzien.

Naar wiens eigen kracht wordt er dan gekeken en wanneer wordt er dan wel ingegrepen? Wat gebeurt er als deze verordening nu niet wordt aangenomen en er wordt gewacht tot de inhoudelijke bespreking.

FVD vindt dat er terecht de nadruk wordt gelegd op de eigen kracht van jongeren en hun ouders. Het stimuleren van zelfredzaamheid is essentieel voor hun ontwikkeling en helpt om afhankelijkheid van overheidsvoorzieningen te verminderen. Daarnaast is kostenbeheersing in de Jeugdzorg belangrijk. FVD vraagt het college om scherp in de gaten te houden dat deze maatregelen zullen bijdragen aan lagere kosten met behoud van de kwaliteit. De toegang tot Jeugdzorg moet eenvoudig en snel zijn. Bureaucratische belemmeringen moeten, zoveel mogelijk, worden verminderd. Transparantie en duidelijke communicatie over jeugdhulpvoorzieningen is van groot belang. Het voorstel bevat veelbelovende elementen, FVD ondersteunt de richting van het college en dringt aan op een zorgvuldige uitvoering.

OPA vindt het van belang dat de jeugdhulp verbetert, de wachtlijsten voor chronische aandoeningen en complexe problemen zijn te lang. In het nieuwe jeugdbeleid worden de punten uit het coalitieakkoord betrokken maar er is ook gezegd dat uitgangspunten ten aanzien van de jeugdzorg, conform het coalitieakkoord, zijn grotendeels al geïmplementeerd. Dit klinkt tegenstrijdig. Kan het college benoemen welke, van de zeven genoemde punten uit het coalitieakkoord, al onderdeel zijn van staand beleid? En welke punten worden betrokken bij het nieuwe beleid? Als het nieuwe jeugdbeleid in het najaar wordt vastgesteld, hoeveel ruimte is er dan nog om bij te sturen? OPA vraagt zich wel af of de papieren besluiten nog wel passen bij de echte werkelijkheid. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat genomen besluiten aansluiten bij de werkelijkheid? En hoe zorgt de wethouder er, in de praktijk, voor dat het iedere dag een stapje beter gaat met de Jeugdzorg. Het college heeft de regels van de verordening als maximale grens. OPA heeft er vertrouwen in dat de wethouder de regels zorgvuldig toepast en wacht de reactie van de wethouder, op de opmerking van GL, af. GL merkt op dat er niets is gezegd over het minimale wat de wethouder mag doen. In de nadere regels zou men verder kunnen inkaderen wat er binnen de verordening mogelijk is. Dat is een zorg van GL.

OPA veronderstelt dat de wethouder volledig achter de verordening staat en ziet geen risico van inperking. Mocht het wel zo zijn dan is OPA bereid om samen met GL te kijken waar het beter moet.

D66 heeft er vertrouwen in dat er maatwerk wordt toegepast. Het is mooi dat de ingezette koers voortgezet wordt. D66 is blij dat een dossier vrijgegeven kan worden en gedeeld kan worden met de andere hulpverleners. Dit scheelt veel tijd voor professionals en voor cliënten. D66 is blij dat JPRA betrokken is bij de besluitvorming en wijst op het advies van JPRA aan het college. D66 vraagt of er andere mogelijkheden zijn om ouders op de hoogte te stellen dan via de digitale vormen. D66 pleit ervoor dat normaliseren niet doorslaat naar bagatelliseren. D66 heeft er vertrouwen in dat de wethouder zorgvuldig omgaat met de uitvoering maar wat is er op tegen, als er een nadere regel in de maak is, om deze regel dan vooraf met de raad te delen als er niet veel haast bij is. 5 Raadscommissie Ruimte en Sociaal 16 mei 2024

De VVD stelt voor om vaker een raadsinformatiebijeenkomst te organiseren over onderwerpen aangaande de Jeugdzorg. De VVD vraagt of andere fracties er ook voor open staan. De VVD vraagt de wethouder uit te leggen wat de volledige procedure is bij de nadere regels. En wat de specifieke rol is van commissie en raad. De nu verplichte hantering van het stappenplan, als beoordelingskader, is, wat de VVD betreft, een nuttige en noodzakelijke toevoeging. De VVD verwijst naar het hoofdstuk ‘Financiële aspecten’ waarin staat dat er geen extra geld nodig is om de verordening uit te voeren voornamelijk omdat men verwacht dat de specialistische jeugdhulp met de huidige budgetten toe kan. De VVD vindt het een riskante uitspraak. De feitelijke ontwikkelingen laten een tegenovergesteld beeld zien. Hoe weet de wethouder zo zeker dat er geen overschrijdingen zullen zijn van de nu beschikbare budgetten.

De PvdD stelt een technische vraag over de juridische formulering van de tekst onder artikel 1.1. De PvdD vraagt of deze tekst juridisch goed is geformuleerd. Wat is de reden dat er voor het woord ‘afhandelen’ is gekozen? Wordt het besluit tot toekennen of afwijzen van hulp door het Jeugdteam genomen? Of neemt het college altijd een formeel besluit? De PvdD heeft er geen moeite mee dat het een collegebevoegdheid is maar is het met GL eens dat de raad in een eerdere fase betrokken moet worden.

De CU vraagt waarom de verordening nu wordt aangepast als er in het najaar nog gesproken wordt over een visie op de jeugdhulp. Goed dat het JRPA heeft geparticipeerd. De CU mist nog de preventie. Een vroegtijdige mensgerichte aanpak kan in veel gevallen de zorgvraag verminderen of voorkomen. De CU stemt in met de verordening. De CU heeft nog geen mening over de vraag van de GL inzake de mandatering aan het college en de rol van de gemeenteraad. De CU gaat ervan uit dat de verordening goed wordt uitgevoerd door het college.

Beantwoording door het college in eerste termijn Wethouder Nieuwenhuizen constateert dat de vragen van fracties veelal betrekking hebben op de nadere regels. De commissie moet het niet te letterlijk nemen dat het college alle besluiten zelf neemt. De ambtenaren gaan aan de slag met de uitvoering van een verordening. Met nadere regels wordt bedoeld de uitwerking van beleid dat de gemeenteraad heeft vastgesteld. De huidige verordening loopt achter bij wat de raad in een eerder stadium heeft vastgesteld en ook bij de jurisprudentie. De aanscherping ligt nu voor. Aangezien men aan het einde van de cyclus zit wordt er al voorgesorteerd op de visie op de Jeugdzorg. De discussie, die in eerste termijn is gevoerd, heeft veel input opgeleverd voor de visie op Jeugdzorg die het college in het najaar gaat opstellen. In de nadere regels worden geen beleidsdoelen geformuleerd. GL verwijst naar artikel 2.2 lid 2. Wethouder Nieuwenhuizen zegt dat het over de gevallen gaat waar discussie is of het bij jeugdzorg of bij de zorgwet thuis hoort. Daarvoor is soms een aanscherping van de definitie nodig. GL merkt op dat het college dan mogelijk niet heeft opgeschreven wat men bedoelt. Wethouder Nieuwenhuizen reageert dat het wel degelijk zo bedoeld is zoals het is opgeschreven. De wethouder heeft nader toegelicht hoe het bedoeld is.

Het staat de raad volkomen vrij om het naar zich toe te trekken om discussies te voeren over de details maar de wethouder raadt het wel af. De wethouder raadt de gemeenteraad aan om van de controlerende taak gebruik te maken en gebruik te maken van de actieve informatieplicht van het college. Als het college aanvullende regels vaststelt, dan kan de raad het volgen en het college bevragen. D66 vraagt wat het bezwaar is om de raad van te voren te informeren bijvoorbeeld via een memo. D66 vindt het niet nodig om over iedere nadere regel een discussie te voeren. Wethouder Nieuwenhuizen vindt het niet praktisch om de raad vooraf te informeren aangezien het op andere domeinen ook niet wordt gedaan. Het gaat om vertrouwen in het college. De wethouder denkt niet dat er aanleiding is om het college onder curatele te stellen aangaande de uitvoering van de jeugdzorg in Alkmaar. De wethouder vindt het een goed idee van de VVD om de raad vaker mee te nemen door middel van raadsinformatiebijeenkomsten over onderwerpen die betrekking hebben op de jeugdhulp. Als het gaat om draagkracht, eigen kracht en de bezuinigingsopgave, de SP heeft deze parallel gelegd maar het college heeft deze parallel niet gelegd. Er is een taakstelling opgenomen van 5 miljoen euro maar deze taakstelling wordt niet beoogd met deze verordening. De raad ontvangt volgende maand een nadere analyse.

Het laatste essay van het Nederlands Jeugd Instituut is heel passend bij wat de visie van het college is en waar de taakstelling ook vandaan is gekomen. Er zijn teveel kinderen die gebruik maken van jeugdzorg. Ouders/verzorgers moeten meer aandacht besteden aan hun kinderen. Kinderen/jongeren willen gehoord worden. De jongere is niet veranderd maar de context waarin jongeren opgroeien wel. Er is een toename te zien bij de vraag naar jeugdzorg bij hoger opgeleide ouders in een tweeverdienerssituatie. De wethouder vindt het opmerkelijk dat het gebeurt. 6 Raadscommissie Ruimte en Sociaal 16 mei 2024

Gezamenlijk moet er gekeken worden hoe de samenleving sterker kan worden. Er wordt gekeken naar ouders/verzorgers maar ook naar het onderwijs. Leerkrachten worden gecoacht om vroegtijdig signalen te herkennen en met elkaar het gesprek aan te gaan. Eigen Kracht is meer dan de financiële middelen die er beschikbaar zijn. Er wordt gekeken naar de zorgvraag, daarna wordt er gekeken wat een persoon zelf kan doen, wat kan de omgeving eraan bijdragen, dit is onderdeel van een integraal plan. De wethouder raadt af om bij het opstellen van een integraal plan altijd een ervaringsdeskundige te betrekken vanwege privacy maar ook is de vraag of het toevoegen van een ervaringsdeskundige de zaak altijd beter maakt. In sommige gevallen zal het zeker effect hebben, voelt de cliënt zich gehoord en begrepen, er worden al ervaringsdeskundigen ingezet. Er wordt ook gebruik gemaakt van groepsgerichte aanpak en dat zorgt voor het besef dat een jongere niet alleen staat, veel jongeren voelen zich een uitzondering, en voelen zich eenzaam in de ervaring van hun probleem. Op deze manier ontstaat een horizontaal netwerk. De VVD vraagt om een uitleg via een memo over het begrip ‘Eigen Kracht’ om meer inzicht te krijgen. Wethouder Nieuwenhuizen zegt een notitie over Eigen Kracht toe naar aanleiding van 2 of 3 casussen. De onafhankelijkheid van de cliëntenondersteuner is geregeld.

Het is een wettelijke verplichting die de gemeente heeft en het is belangrijk voor het vertrouwen in het plan dat gezamenlijk gemaakt is. In het najaar wordt er beleid gemaakt en wordt de visie herijkt. Op het moment van vaststelling van de visie is het eind 2024/begin 2025. Tot die tijd moet er dan gewerkt worden met een verouderde verordening. Dat is niet handig voor bewoners en medewerkers van de gemeente Alkmaar. De wethouder heeft inderdaad gesproken over ‘het knijpen van de toegang’ maar dan wel in een andere relatie. Waar zit de vrijheid om zelf keuzes te maken als het gaat om het beleid voor de jeugdzorg. Daarmee is gerefereerd aan de visie die college en raad met elkaar gaan opstellen. Een gemeente heeft zelf sturing op de preventie en hoe de toegang wordt geregeld. Daarmee kan men ‘knijpen en spelen’ maar daarmee heeft de wethouder geenszins het afknijpen van de toegang bedoeld, in tegendeel. Een goede toegang is enorm belangrijk om zwaardere zorgvraag te voorkomen. Het was een voorbeeld en geen beleidsvoornemen. De wensen van FVD ten aanzien van de jeugdzorg zijn ook de zaken waar het college voor staat.

De wethouder noemt de punten uit het coalitieakkoord waar nog niet aan wordt voldaan; 1) de visie op jeugdhulp, 2) burgervoogdij: de wethouder heeft gesproken met D66 en inmiddels een afspraak gemaakt met de collega-wethouders uit Den Helder en Hoorn om erover van gedachten te wisselen. Burgervoogdij gaat ervan uit dat er geen voogd wordt aangewezen vanuit een gecertificeerde instelling maar dat de voogd een vertrouwd persoon uit de omgeving van de jongere is waarmee een langdurige band kan worden opgebouwd. De CU constateert dat het hetzelfde is als netwerkpleegzorg. Wethouder Nieuwenhuizen; De nadere regels worden vastgesteld in samenspraak met de regiogemeenten. De wethouder kan nog niet toezeggen dat men met de huidige budgetten voor de specialistische jeugdhulp toe kan. Deze verordening zelf is geen beleidsinhoudelijke wijziging. Over volume en toegang heeft een gemeente weinig te zeggen. In reactie op de technische vraag van de PvdD; mandatering wordt verstrekt aan de ambtelijke organisatie. De opdrachtnemer is in dit geval wel een gemandateerde want het college geeft veel opdrachten aan de ambtelijke organisatie met de bijbehorende mandaten De kwaliteitstoets is geborgd in de organisatie. De verordening gaat met name over de vraag wanneer het een collectieve dan wel een individuele voorziening is. Preventie komt aan bod in de beleidsvisie jeugdhulp.

De wethouder verwijst in dit kader nogmaals naar het essay van het Nederlands Jeugd Instituut. De wethouder probeert de jeugdzorg iedere dag een beetje beter te maken door zich te verdiepen in het werkveld. Werkbezoeken afleggen vindt hij heel belangrijk om te zien waar men het verschil kan maken. De wethouder spreekt, tijdens een tweewekelijks overleg, met de ambtelijke staf over wat er moet gebeuren. Grote onderwerpen komen in het PORA terecht. Beleidsvoorstellen worden gemaakt, ideeën worden uitgewerkt, casuïstiek wordt besproken en op basis daarvan worden procedures aangepast. In sommige gevallen is het een managementdiscussie, in andere gevallen een uitvoeringsbeleid discussie. Daarnaast is er een zorgveiligheidsoverleg. Veel beleid is al in jurisprudentie vervat, veel is al vastgelegd in de Jeugdwet en in contracten. De vrijheid van de raad en het college is beperkt, als het gaat over de uitvoering van jeugdzorg, maar niet nihil. De wethouder zegt toe de beïnvloedingsmogelijkheden in kaart te brengen waarover de discussie kan worden gevoerd tijdens een raadsinformatiebijeenkomst. D66 stelt voor om de stakeholders er dan ook bij te betrekken. Wethouder Nieuwenhuizen vindt het een uitstekende suggestie.

GL mist de beantwoording van de gestelde vragen over de toonzetting van de tekst van de verordening en wat nu de noodzaak is om de nadere regels te laten toenemen ten opzichte van de vorige verordening. Wethouder Nieuwenhuizen antwoordt dat de verordening een juridisch extern stuk is. Als het een beleidsstuk was geweest, dan had de wethouder GL gelijk gegeven. Het is geen voorlichtend stuk richting inwoners. GL herhaalt dat het wettelijk kader al beschrijft waar ‘Eigen Kracht’ over gaat. Er is een aanscherping voorgesteld en wat GL betreft is het dan toch een beleidsachtige wijziging. 7 Raadscommissie Ruimte en Sociaal 16 mei 2024

Waarom kiest de wethouder voor de wijze van benadering waarop de verordening is opgesteld. Wethouder Nieuwenhuizen antwoordt dat er een groep is die terecht gebruik maakt van jeugdhulp maar er is ook een groep die niet op tijd bereikt wordt en die te laat gebruik gaat maken van de jeugdzorg en er is ook een groep die niet in de jeugdzorg thuis hoort maar er wel gebruik van maakt of waar voorliggende voorzieningen meer gepast voor zouden zijn. Dat is niet alleen een opvatting van het college van de gemeente Alkmaar maar ook van het Nederlands Jeugd Instituut. Wanneer heeft iemand recht op een individuele toegang tot een specialistische vorm van jeugdzorg en wanneer niet. In de meeste gevallen is een verordening niet nodig. De nadere regels zijn nodig om duidelijk te maken wat zorg is. Het is niet gezegd dat er nadere regels komen maar wel dat de mogelijkheid er is. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten.

Tweede termijn van de commissie Voor wat OPA betreft kan het raadsvoorstel als akkoordstuk worden doorgeleid naar de raadsvergadering.

De VVD bedankt de wethouder voor de uitgebreide beantwoording en toezeggingen. De VVD stemt in met het raadsvoorstel.

LA bedankt de wethouder voor het zeer uitgebreide en heldere antwoorden.

De SP sluit zich aan bij de woorden van LA. De SP is het met de wethouder eens dat het niet zinvol is om altijd ervaringsdeskundigheid in te zetten maar dat er wel ervaringsdeskundigen worden ingezet als het toegevoegde waarde heeft. De SP hoopt dat er een redelijke vergoeding tegenover staat voor de ervaringsdeskundigen die worden ingezet. De SP is blij dat cliëntondersteuning onafhankelijk geborgd is.

GL is van mening dat commissie en raad het recht hebben een verordening inhoudelijk te bespreken als men de verordening voorgelegd krijgt. Het is geen technische wijzigingsnota. GL kijkt toch anders dan het college naar de nadere regels. GL blijft van mening dat de raad onvoldoende mogelijkheid heeft om haar kaderstellende rol te vervullen. GL overweegt een amendement. GL vindt het voorbeeld van de wethouder over de hoogopgeleide tweeverdieners ongelukkig gekozen. Het heeft er de schijn van dat mensen weer terug naar het aanrecht worden verwezen. GL vindt dat de focus moet liggen op de groep mensen, die jeugdzorg nodig heeft, maar die men niet kan bereiken. GL vraagt een toezegging van de wethouder om in een memo toe te lichten welke cliënten er onterecht gebruik maken van jeugdzorg.

Beantwoording door het college in tweede termijn Wethouder Nieuwenhuizen zegt dat men een gerichte data-analyse wil opzetten, op hoofdlijnen. Deze data-analyse is nog niet volledig beschikbaar. De informatie uit de regio laat trends en ontwikkelingen zien. De raad ontvangt binnenkort de kwartaalrapportage. De interventies, om het verschil te maken, vindt de wethouder het meest interessant om te bepalen welke groep mensen, die jeugdzorg nodig heeft, te lang buiten beeld blijft.

De voorzitter constateert dat het raadsvoorstel als een bespreekstuk wordt doorgeleid naar de raadsvergadering.

Het memo over Eigen Kracht zal binnen een maand aan de raad worden toegezonden.

10 Raadsvoorstel vaststellen Focusagenda Regio Alkmaar 2024 – 2028 (21.54) Eerste termijn van de raad D66 verwijst naar het evaluatierapport waarin diverse aandachtspunten en aanbevelingen staan. D66 stelt vragen over het evaluatierapport. Citaat uit het evaluatierapport: De focusagenda kan aan effect winnen als raadsleden beter geïnformeerd zijn over de plek, rol en voortgang ervan. De stuurgroep dient duidelijkere doelen te stellen etc. Hoe kijkt het college ernaar en welke concrete stappen worden er gezet om er verbetering in te krijgen? Er wordt nu gewerkt vanuit drie pijlers, D66 ziet het Sociaal Domein als een essentieel onderdeel in de samenhang tussen de pijlers en ziet graag dat het Sociaal Domein meegenomen wordt in de focusagenda. In de begroting 2025 zijn de kosten voor de focusagenda al meegenomen maar hoe staat het met de begroting 2026. Voldoen de geraamde kosten of moet er een verhoging plaatsvinden? D66 hoort graag wat de stand van zaken is van de bereikte resultaten voordat er een besluit over genomen wordt. Graag een toezegging van het college. 8 Raadscommissie Ruimte en Sociaal 16 mei 2024

GL sluit zich aan bij de door D66 gesteld vragen over het Sociaal Domein en hoe er regionaal omgegaan wordt met de opvang van ‘groepen’. Waar wordt er regionaal naartoe gewerkt? Wordt er gestreefd naar een stevigere regionale organisatie of niet?

De VVD streeft naar nog meer verbinding en samenwerking met de MRA en Noord-Holland Noord. Hoe geeft de focusagenda er invulling aan? De VVD mist nog duidelijke tijdslijnen. De vraag is wanneer er een invulling te verwachten is en worden meetbare doelstellingen gecommuniceerd? Uit de conclusies blijkt dat de betrokkenheid van de gemeenteraden laag is. Het college verplicht zich om de gemeenteraad actief te betrekken bij de samenwerking. Op welke wijze wil het college de raad actief betrekken? Is het een idee om een raadsinformatiebijeenkomst te organiseren waarin de doelen, tijdspaden en evaluatiemomenten duidelijk worden gemaakt aan de raad?

Het CDA stelt vragen aan het college. Welke resultaten moeten er zijn gehaald aan het einde van de looptijd? De doelen zijn niet echt concreet. Wanneer moet de ambitie worden gehaald? Wanneer is men tevreden met de uitkomsten? Het CDA is benieuwd of het college het met het CDA eens is dat meer concrete eindresultaten helpen de focusagenda te verwezenlijken. Is er een planning welke resultaten de komen 2 tot 3 jaar gerealiseerd moeten zijn? Ook voor 2024 staan er activiteiten gepland. Moeten deze activiteiten nog allemaal starten en zo ja, gaat het allemaal lukken?

FVD roept het college op om realistisch te blijven over de kosten en effectiviteit van duurzaamheidsprojecten. Welke autonomie behoudt de gemeente binnen de samenwerkingsverbanden? Het is essentieel dat de lokale belangen van de inwoners voorop blijven staan. Ook FVD vraagt om het formuleren van duidelijke doelstellingen.

De SP vraagt naar de rol van de regionale raadswerkgroep in een uitbreiding van de te bespreken onderwerpen regionale samenwerking.

Beantwoording door het college in eerste termijn Wethouder Te Beest zegt dat er een stap in de goede richting is gezet maar onderwerpen zijn soms lastig te concretiseren in bereikte doelen. Focus wil niet zeggen dat andere zaken niet gebeuren. Op de genoemde thema’s hebben de regiogemeenten een bepaalde organisatievorm gevonden maar er worden ook bilaterale overleggen gevoerd. Er wordt gewerkt aan het HFS, de regiodeal. Er zijn concrete resultaten genoemd maar er zit ook een zekere mate van abstractie in. Vaak zijn het lange termijntrajecten waarbij het lastig is om tijdstermijnen aan te geven. De VVD vraagt de wethouder dieper in te gaan op de samenwerking in MRA verband. Wethouder Te Beest zegt dat Alkmaar een scharnierfunctie heeft tussen MRA en Noord-Holland Noord. Met beide regio’s moet intensief worden samengewerkt. Ten aanzien van HFS en het project ‘bereikbare steden’ wordt samengewerkt met de MRA. Voor Noord-Holland Noord is, door samenwerking, de regiodeal gesloten. Veel activiteiten lopen al. Deze focusagenda is een doorstartpunt waarin de vervolgstappen worden gemaakt in de regionale samenwerking. Het thema ‘energie’ heeft zich verbreed door de problematiek. De wethouder is het met de commissie eens dat het goed is om regelmatig met elkaar te overleggen in regioverband.

De wethouder stelt voor om periodiek tussenrapportages te verstrekken over de diverse onderwerpen. De VVD vraagt wanneer de raad een eerste bijeenkomst kan verwachten. Wethouder Te Beest neemt het mee terug in het regio-overleg. De ervaringen worden opgehaald in de gemeenten, deze ervaringen worden geclusterd en vervolgens komen de colleges er bij de gemeenteraden op terug.

Wethouder Nieuwenhuizen zegt dat bij het opstellen van de focusagenda de discussie is gevoerd of het Sociaal Domein er nu wel of niet in thuis hoort. Er is voor gekozen om het geen onderdeel te laten zijn van de focusagenda maar wel regionaal met elkaar te organiseren dat er, in dezelfde frequentie, overleg over plaatsvindt. Er is gekozen voor een lichte netwerkorganisatievorm met voor- en nadelen. Er wordt onderzocht of een lichte netwerkorganisatie in de toekomst nog passend is. Er is gestart met een traject, vanuit de inhoud, om te onderzoeken hoe de governance op een andere manier geborgd kan worden. De wethouder geeft voorbeelden van concreet en tastbaar maken bijvoorbeeld een dashboard voor de woningbouwproductie maar er wordt ook gesproken over abstractere zaken zoals het ontwikkelingsperspectief.

Wethouder Te Beest gaat nog in op de opmerking van de SP aangaande het democratisch tekort. De gemeenteraad heeft altijd budgetrecht en moet in positie worden gebracht om haar rol te vervullen. En is de gemeenteraad bereid om uiteindelijk de verdiensten te zien voor het grotere regionale geheel. Dit vraagt een regionaal georiënteerde houding van de gemeenteraad. 9 Raadscommissie Ruimte en Sociaal 16 mei 2024

De SP vraagt wat de rol van de regionale raadswerkgroep in het geheel is. Wethouder Te Beest zegt dat het college er niet over gaat maar het college is gebaat bij een goed functionerende regionale raadswerkgroep. De voorzitter, lid van de regionale raadswerkgroep, ervaart nog afstand ten opzichte van de focusagenda. Ze is blij met de input van commissie- en raadsleden. De regionale raadswerkgroep wil veel meer beweging op gang brengen. Wethouder Te Beest zegt dat de gereserveerde middelen 1-op-1 worden meegenomen in de kadernota c.q. meerjarenbegroting niet alleen in 2025 maar ook in 2026.

Tweede termijn van de commissie D66 doet een oproep aan raads- en commissieleden om naar regionale informatiebijeenkomsten te komen.

GL zegt dat er in de kop van Noord-Holland een regionale raad is die in het besluitvormingsproces zit. Deze regionale raad heeft een adviserende rol. GL geeft het als suggestie mee.

Het raadsvoorstel wordt als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad op verzoek van FVD. FVD wil het raadsvoorstel nog in de fractie bespreken.

11 Sluiting (22.27) Na afscheid genomen te hebben van commissiegriffier Petra Tromp, sluit de voorzitter de vergadering.

10 Raadscommissie Ruimte en Sociaal 16 mei 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14675723/1