CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen commissie Bestuur en Middelen d.d. 2 december 2025

Commissie Bestuur en Middelen 2 december 2025, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Vaststelling agenda2.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie Bestuur en Middelen, 2 december 2025 Technische vragen – wijzigingen Algemene plaatselijke verordening (APV) FRACTIE D66: Vraag: Welke gemeenten in de regio Alkmaar hebben een verbod voor het gebruik van harddrugs in de openbare ruimte. (geregeld via APV) Antwoord: De gemeenten Castricum, Heiloo, Bergen, Dijk en Waard, Schagen, Hoorn, Purmerend en Zaanstad hebben in hun Apv voor de openbare ruimte zowel een hard- als een softdrugsverbod opgenomen. Vraag: Artikel 2.51. Wat wordt er bedoelt met - gelijker waar - toe te dienen - voorbereidingen daartoe te verrichten Antwoord: Bij «daarop gelijkende waar» kan worden gedacht aan nieuwe middelen die al wel worden gebruikt, maar nog niet op lijst I die hoort bij de Opiumwet voorkomt en waartegen wel moet worden opgetreden of aan nepharddrugs. «Toedienen» houdt in dat een ander dan de gebruiker zelf de drugs toe dient. Het «verrichten van voorbereidingen daartoe» gaat vooraf aan het feitelijk gebruik van drugs, bijvoorbeeld het klaar leggen van stukjes aluminiumfolie, het pakken van de spuit of het afbinden van de aderen. Vraag: de definitie die gegeven wordt is minder dan dat de tabaks-rookwarenwet zegt. Hier staat wordt namelijk ook verwezen naar nicotine zakjes. Wat is de reden dat dit niet meegenomen wordt in de definitie in APV.

Antwoord: er is gekozen voor een tabaksrookverbod dat gaat over uitstoot: rook van een sigaret en de damp van een vape. Voor de aanvrager van het verbod – die ook op het verbod moet handhaven – is rook en damp eenvoudiger te handhaven, omdat dit feitelijk zichtbaar is. Bij het gebruik van nicotinezakjes is handhaven op het tabaksrookverbod lastiger. Vraag: Artikel 4.5 tweede lid. Mi kan het toch alleen in een aangrenzend gebied, zoals het nu omschreven is kun je ook een verzoek indienen voor een openbare ruimte bijvoorbeeld 1 km verderop, is dit de bedoeling? Antwoord: nee, dat is niet de bedoeling. In de toelichting is daarom opgenomen dat het moet gaan om een zone rondom bijvoorbeeld het onderwijsterrein. Als de zone te groot wordt, dan zal dat niet leiden tot het toewijzen van het verzoek om het gebied aan te wijzen. Vraag: in het derde lid staat mi iets raars over de uitvoering en het toezicht op het naleven van het verbod. Niet voor de periode bij het toewijzen van het verzoek zoals het er nu staat maar voor daarna, dus na de toewijzing. Of lees ik dit verkeerd. Moet het niet zijn de rechthebbende als bedoeld in het tweede lid, draagt zorg voor de juiste aanduiding en het toezicht op naleving van het verbod? (niet de uitvoering).

Antwoord: uit het eerste lid van het voorgestelde artikel 4:5 volgt dat het verbod eerst pas werking krijgt nadat het college een gebied heeft aangewezen. Daarom is in het derde lid van het voorgestelde artikel 4:5 geregeld dat pas na de toewijzing de rechthebbende zorg draagt voor een juiste uitvoering en het toezicht op het naleven van het verbod. Uitvoering moet in de meest brede zin van het woord worden begrepen: de juiste aanduiding, maar bijvoorbeeld ook de interne bekendmaking. Vraag: plaatsen van borden: mi mag de gemeente alleen in de openbare ruimte de borden plaatsen. Worden hier nog voorwaarden aan gesteld, hoe en wat aan de aanvrager.

Pagina 1 van 5

Commissie Bestuur en Middelen, 2 december 2025 Antwoord: in de toelichting is opgenomen dat de aanvrager zorgt voor een juiste uitvoering en het naleven van het rookverbod. De aanvrager financiert zelf de borden, tekens, etcetera om te laten zien dat het verbod geldt. Dit is opgenomen om aan te geven dat een verzoek om een rookverbod niet vrijblijvend is, er wordt ook iets verwacht van de aanvrager. De vraag is of er borden moeten worden geplaatst, wellicht kan bijvoorbeeld ook worden volstaan met het aanpassen van de huisregels van de school. Voorstelbaar is dat als borden noodzakelijk zijn, dit met de gemeente wordt afgestemd om een overvloed aan borden te voorkomen. Vraag: op pagina 16 staat 2 x Tabakswet, deze bestaat niet. Moet mi zijn Tabaks- en rookwarenwet. Antwoord: op pagina 16 staat in de zin «De juridische grondslag voor deze aanwijzing doorkruist de Tabaks- en rookwarenwet niet, omdat het gaat over gebied waarover de Tabakswet geen regels stelt» 1x het woord Tabakswet. Omdat het woord Tabakswet terugslaat op Tabaks- en rookwarenwet in diezelfde zin is er geen onduidelijkheid. Vraag: het rookverbod in de openbare ruimte heeft tot doel dat bijvoorbeeld bij scholen leerlingen niet net buiten heet schoolterrein gaan roken. Maar hoe zit het dan met een toevallige passant die rookt. Deze persoon overtreedt in de huidige vormgeving de APV.

Is dit ook de bedoeling? Antwoord: de toevallig passant die rookt, passeert en blijft niet staan. Het is aan de verzoeker van het rookverbod om op te treden als er wel voor langere tijd wordt gerookt. Daarbij geldt nog dat overtreding van het verbod op grond van het nieuwe voorgestelde artikel 5:1 (strafbepaling) niet strafbaar is gesteld. Vraag: wat is het beoordelingskader voor het aanwijzen van een gebied waar een rookverbod geldt. Wanneer wordt het toegewezen en wanneer wordt het afgewezen. Antwoord: de beoordeling van het verzoek om een gebied aan te wijzen is maatwerk. Hierbij speelt in ieder geval de afstand en de omvang van het gebied mee. Voorstelbaar is ook dat de aanvrager bij zijn verzoek een toelichting geeft over hoe er gaat worden gehandhaafd. FRACTIE CU: Vraag: is het wel correct om dit punt te behandelen zonder de Verordening of nieuwe apv op te nemen? Ik zou graag de aangepaste APV met toelichting asap ontvangen. Er wordt in de wel aanwezige stukken verwezen naar de apv en de toelichting daarop, doch de stukken zitten niet bij het beslispunt. Dat lijkt me niet te kloppen - kunnen deze alsnog worden toegevoegd? Antwoord: de gebruikelijke wetgevingstechniek in Alkmaar om een verordening te wijzigen is via een wijzigingsverordening. Deze wijzigingsverordening is onderdeel van het raadsvoorstel en zit bij de stukken.

U kunt in de wijzigingsverordening lezen wat er wordt gewijzigd met de daarbij behorende toelichting. De zogenoemde geconsolideerde versie van de Apv ontstaat pas na vaststelling van de wijzigingsverordening en wordt daarom niet bij het beslispunt gevoegd. Vraag: wat zijn de vergunningscriteria die worden gesteld aan afhaal/bezorgzaken? En welke leges worden gevraagd? Antwoord: het gaat om een exploitatievergunning voor afhaal/bezorgzaken. De exploitatievergunning is een vergunning gericht op openbare orde en voorkomen van overlast. De vergunningvoorschriften zijn dan ook grotendeels gelijk met de exploitatievergunning van reguliere horeca, zoals openingstijden voor publiek (afhaal), voorkomen hinder en overlast door sluiten deuren/ramen als er binnen muziek of geluid wordt gemaakt, de goede gang van zaken in de openbare inrichting en de omgeving en de aanwezigheid van leidinggevende. Daarbij wordt voor afhaal/bezorgzaken opgenomen dat er geen hinder/overlast mag ontstaan door bezorgers/fietsen/scooters e.d. in de nabije omgeving. Afhaal/bezorgzaken die al voor 1 januari 2026 aanwezig zijn worden binnen het jaar uitgenodigd om een vergunningaanvraag te doen. Voor deze zaken berekenen we geen leges. Voor nieuwe afhaal/bezorg

Pagina 2 van 5

Commissie Bestuur en Middelen, 2 december 2025 zaken na 1 januari 2026 wordt de reguliere leges voor een exploitatievergunning in rekening gebracht (€740,- volgens vastgestelde legesverordening) Vraag: wat is de definitie van gezichtsbedekkende kleding? En hoe kan deze juridisch zo breed worden gedefinieerd dat hier handschoenen, toks en bitjes zijn opgenomen in deze definitie? Is dat juridisch getoetst? Antwoord: het voorgestelde nieuwe vierde lid van artikel 2:1 van de Apv luidt: «het is verboden op een openbare plaats, openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw of vaartuig een voorwerp of stof bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren waarvan aannemelijk is dat deze is meegebracht of aanwezig is om de openbare orde of veiligheid te verstoren.» Het gaat in dit lid dan ook niet om een definitie van «gezichtsbedekkende kleding», maar om wat onder «voorwerp of stof bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren waarvan aannemelijk is dat deze is meegebracht of aanwezig is om de openbare orde of veiligheid te verstoren» moet worden verstaan. Omdat dit heel breed is (en daarom niet te definiëren), is in de toelichting opgenomen wat hier bijvoorbeeld onder kan worden verstaan: een (bivak)muts, masker, sjaal, verzwaarde handschoen, tok of sportbitje. Een dergelijke manier van opschrijven is gebruikelijk, zie bijvoorbeeld artikel 2:1, vierde lid, Apv Rotterdam.

Het is uiteindelijk aan de strafrechter om hier een eindoordeel over te geven. Vraag: wat wordt verstaan onder de 'rechthebbende van een gebouw'? En is dit recht enkel voorbehouden aan de juridische eigenaar of en hoe kan de gemeenteraad hierin ook een verzoek indienen? Antwoord: het begrip «rechthebbende van een gebouw met een publieke of openbare functie, niet zijnde een openbare inrichting» uit het voorgestelde artikel 4:5 is een verzamelterm voor eigenaar, huurder, erfpachter of opstaller. Hieruit volgt dat bijvoorbeeld de huurder van zo’n gebouw ook een verzoek voor een aanwijzingsbesluit kan indienen. Als de gemeenteraad eigenaar, huurder, erfpachter of opstaller zou zijn van een gebouw, dan kan ook zij een verzoek indienen. Vraag: de CU ziet graag dat ook geluidsoverlast die veroorzaakt wordt door geluidsinstallaties op of in voertuigen onder de APV vallen. Is dat nu het geval of is hiervoor een aanpassing noodzakelijk? Antwoord: dat is het geval en daarom is een aanpassing niet noodzakelijk. Het voorgestelde artikel 2:45a van de Apv verbiedt het zich «geluidhinderlijk» gedragen met een motorvoertuig of een bromfiets. «Gedragen» is niet alleen het (hard) rondrijden of snel optrekken, maar bijvoorbeeld ook het stilstaan met (luidruchtig) draaiende motor of, overbodig getoeter of luide door de geopende ramen schallende muziek.

Technische vragen – Horecanota 2025-2035 FRACTIE D66: Ivm de voorbereiding op de RIB horecabeleid van volgende week ben ik op zoek naar het huidige beleid, maar kan het in Notubiz niet vinden. Kunnen jullie mij op weg helpen? ANTWOORD: Vergadering Gemeenteraad 02-07-2015 Gemeente Alkmaar Agendapunt 15, bijlage G Vergadering Gemeenteraad 19-01-2017 Gemeente Alkmaar Agendapunt 8, bijlage H Gemeenteblad 2020, 134436 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen

Pagina 3 van 5

Commissie Bestuur en Middelen, 2 december 2025 Vraag 1: Pagina 5. In blauw. Waarom wordt gekozen om en/of spijzen de ene keer wel toe te voegen en de andere keer niet. Wat is de toegevoegde waarde van het vermelden van wel/geen spijzen. Antwoord: Dit is een verschrijving. Er wordt bedoeld “(warme) maaltijd en dranken”. Daarmee wordt aangesloten op de definitie van een openbare inrichting in de Apv. Deze verschrijving wordt hersteld in het document voor behandeling in de gemeenteraad. Vraag 2: Pagina 37. Is er een verschil tussen een verbindingsstraat en een aanloopstraat? Wanneer deze er niet is, waarom dan de twee benamingen in 1 hoofdstuk. Antwoord: Er is aangesloten bij de systematiek vanuit de “visie op de detailhandelsstructuur van de binnenstad” zoals deze door de gemeenteraad in januari 2020 is vastgesteld. In deze visie wordt ook de term aanloopstraat genoemd voor een aantal verbindingsstraten. Om verwarring te voorkomen passen we dit aan in de horecanota. Aanloopstraat wordt verbindingsstraat, zodat deze aansluit bij het kaartje van pagina 32. Vraag 3: Pagina 40. Blauw. Kloppen uw cijfers in het overzicht? Gedempte nieuwsloot maximaal 23 21 zijn er , dan is het toch. +2. U geeft aan +1 Antwoord: Helaas moeten we constateren dat deze foutjes in de tabel geslopen zijn. Bedankt voor de oplettendheid, we lopen de gehele tabel nog eens goed na en passen deze aan.

Vraag 4: Kanaalkade spreekt u over maximaal 10 potentieel, moet dit niet 7 zijn? Er zijn er 5, maximaal + 2 geeft totaal 7. Antwoord: Idem, ook deze passen we aan. Vraag 5: Is bewonersvereniging Hart van Alkmaar apart betrokken geweest bij het opstellen van de horeca nota? Zo ja, is daar ook een participatieverslag van, zo nee, waarom niet. Antwoord: Bewonersvereniging Hart van Alkmaar is als informatiebron gebruikt (belronde) door het onderzoeksbureau Dtnp die de nota heeft opgesteld (zoals verwoord op pagina 2 van de bijlage bij de horecanota). Daarnaast hebben we Hart van Alkmaar op de hoogte gehouden tijdens het gehele proces en is het concept begin oktober met ze gedeeld. Op 5 november is het concept in een goed overleg met ambtenaren doorgesproken met het bestuur van Hart van Alkmaar. In algemene zin is hier positief op gereageerd door Hart van Alkmaar. Hiervan is geen participatieverslag opgesteld. De inhoudelijke punten tijdens het gesprek waren ook niet van dien aard dat hiervan verslag opgemaakt hoefde te worden. Hart van Alkmaar is uitgenodigd om eventueel een reactiedocument op te stellen die we bij de stukken aan de raad zouden voegen. Hiervan is tot nu toe geen gebruik gemaakt door Hart van Alkmaar.

FRACTIE CU: Er wordt duidelijk een verschuiving van horecacategorieën naar horeca-activiteiten aangegeven.

Pagina 4 van 5

Commissie Bestuur en Middelen, 2 december 2025 Toch wordt hier in de nieuwe nota bij de %-regeling deel 2 nog gesproken over categorieën. Is dat 1-op-1 te vertalen naar dezelfde horeca-activiteiten of kan dit bij de omzetting van de termen nog problemen opleveren? Wij gaan ervan uit dat u met deze vraag pagina 39 bedoeld, waar uitleg wordt gegeven over de verruiming van de 10% regeling. De 10% regeling en de wijziging van horeca categorieën naar horeca activiteiten wordt nader uitgewerkt richting het nieuwe omgevingsplan. Omdat we in het Omgevingsplan meer activiteitgericht kunnen werken, verwachten we dat er meer flexibiliteit ontstaat en we voorzien daarom ook geen problemen. Er wordt aangegeven dat horeca nu gebonden is aan 'standaard' geluidsnormen en we dit willen veranderen naar een 'zo ruim mogelijke' geluidsnorm. Kunt u aangeven wat de standaard norm is en wat eventuele andere grenzen zouden zijn waar we de norm voor horeca naar zouden kunnen oprekken? Wat zijn de volgende tredes op de geluidsnormen trap? Het gaat in dit geval om geluidsnormen op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen zoals woningen. Als gemeente hebben we de mogelijkheid om plaatselijk en beperkt een hogere norm te laten gelden, bijvoorbeeld op plekken waar een grote concentratie van horeca gevestigd is.

Op een aantal plaatsen in Alkmaar zijn er in het verleden al maatwerkvoorschriften vastgesteld waarbij horeca een hogere geluidsbelasting (+5dB) mag produceren. De geluidsnormen zoals deze voorheen van toepassing waren vanuit het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer zijn overgezet naar het Omgevingsplan (bruidschat). In het uit te werken nieuwe deel van het Omgevingsplan bepaalt de gemeente zelf het beschermingsniveau (gebiedsgerichte norm). Bij de verdere uitwerking van het Omgevingsplan wordt onderzocht welke ruimte er is om een hogere geluidsbelasting toe te staan op bepaalde plekken zoals horecaconcentratiegebieden en of een dergelijke verruiming ook aanvaardbaar is. Dat vraagt om de nodige uitwerking omdat geluid en de geluidsnormen zeer technisch van aard zijn. De huidige standaard geluidsnormen staan in artikel 22.63 van het Omgevingsplan Alkmaar (zie hieronder). De mogelijkheid om voor horecaconcentratiegebieden een hogere norm vast te stellen wordt gegeven in artikel 22.69 van het Omgevingsplan Alkmaar.

Stel dat wij als raad meer terrasruimten willen creeren, biedt deze Horecanota hiervoor het vehikel of zijn dat de gebiedsgerichte uitwerkingsplannen (en zijn deze een Collegebevoegdheid of worden ze aan de raad voorgelegd?) Zoals op pagina 48 van de horecanota opgenomen: Terrassen blijven behouden zoals ze zijn, maar uitbreiding is mogelijk na zorgvuldige afweging over de schaarse openbare ruimte en de uitbreiding ook echt toegevoegde waarde heeft op meerdere vlakken. Dit vraagt maatwerk en intentie vanuit de ondernemer. Gebiedsgerichte uitwerkingsplannen voor terrassen geven richting aan waar nog ruimte voor terrassen zou kunnen ontstaan. De verlening van terrassenvergunning is een burgemeestersbevoegdheid, terwijl de inrichting van de openbare ruimte een collegebevoegdheid is. Uiteraard binnen de gegeven kaders vanuit de gemeenteraad.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16208229/5