RV Verordening tot wijziging Verord. maatschappelijke ondersteuning - aangenomen
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL gemeente ALKfvIAAR
Raadsvergadering: 18 april 2024 Agendapunt:
Commissie: Sociaal Portefeuillehouder: Arie Epskamp
Relatie met andere portefeuillehouder(s): n.v.t.
Onderwerp: Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020
Voorgesteld besluit 1. De Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 vast te stellen. 2. De Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 in werking te laten treden op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.
Samenvatting Dit voorstel omvat verschillende wijzigingen met betrekking tot besluitvorming van: - verduidelijking van begrippen; - de hoogte van de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen vast te stellen aan de hand van het wettelijk tarief; - het informele tarief voor het persoonsgebonden budget (pgb) toereikend te maken; - uitbreiding van de eigen bijdrage naar hulpmiddelen en woningaanpassingen; - technische wijziging voor de tariefbepaling van de eigen bijdrage voor collectief vervoer.
Dit voorstel staat in relatie tot de Programmabegroting 2024 In de Programmabegroting 2024 is voor uitbreiding van de eigen bijdrage voor het hulpmiddel scootmobiel een baat opgenomen van € 11 5.000,-. Om dit uit te voeren moet de verordening worden aangepast.
Argumenten Voorgesteld wordt om de Verordening op de volgende punten te wijzigen:
A. Wijziging van artikel 7, eerste lid: Het voorstel om nieuwe begrippen toe te voegen biedt verduidelijking. Het gebruik van de term pgb-vertegenwoordiger - in plaats van de term pgb-houder drukt beter de-
verantwoordelijkheden uit die bij deze rol horen. De term pgb-vertegenwoordiger impliceert zowel de financiële als zowel de zorginhoudeljke verantwoordelijkheden.
Roodsvoors te! wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020
B. Wijziging van artikel 3.4 tweede en derde lid: Naar aanleiding van jurisprudentie is het vereist dat de maatwerkvoorziening specifiek wordt bepaald. Dit omvat een omschrijving van de diensten in welke omvang, frequentie en tijd die in de beschikking moet worden opgenomen.
c. Wijziging van artikel 4. 7, vijfde lid: Wijziging van de term pgb-vertegenwoordiger in plaats van de term pgb-houder naar aanleiding van de wijziging van artikel 1, eerste lid.
D. Wijziging van artikel 4.2. Professioneel en sociaal netwerk tarief diensten: De termen “hoge tarief” en lage tarief” zijn aangepast naar “formeel tarief” en “informeel tarief” om consistent te zijn met de terminologie in de wet.
De gemeente heeft de bevoegdheid om een lager tarief te hanteren voor ondersteuning uit het sociale netwerk, onder de voorwaarde dat het tarief van het pgb toereikend is om zorg en ondersteuning in te kopen. Recentejurisprudentie heeft aangetoond dat het wettelijk minimumloon niet langer mag worden gebruikt als pgb-tarief voor hulp uit het sociale netwerk. Het pgb-tarief moet toereikend zijn, wat betekent dat het moet bestaan uit de hoogste periodiek voor de desbetreffende hulp uit de Cao VVT, inclusief vakantietoeslag en tegenwaarde van de verlofuren.
De tarieven die in de huidige verordening worden vermeld zijn niet toereikend. De tarieven zelf hoeven niet in de verordening te staan, maar uit de verordening moet wel duidelijk blijken hoede tarieven worden berekend. Het tarief voor respijtzorg valt onder het tarief voor begeleiding en dagbesteding.
E. Wijziging von artikel 6. 7. Bijdrage in de kosten:
a. Indexatie eigen bijdrage: De wettelijke indexatie voor de eigen bijdrage in 2024 bedraagt €20,60 per maand. Om deze indexatie toe te passen, is aanpassing van de verordening nodig. Door geen specifiek tarief in de verordening op te nemen, maar in plaats daarvan te verwijzen naar de wet, wordt voorkomen dat de verordening bij elke volgende indexatie moet worden aangepast.
Het CAK int momenteel de eigen bijdrage voor de gemeente tegen een afwijkend tarief van € 19,00. Als de verordening uiterlijk 31 mei 2024 wordt aangepast, kan het CAK met ingang van 1juli 2024 het wettelijke tarief van € 20,60 hanteren.
b. Uitbreiding eigen bfldrage naar hulpmiddelen en woningaanpassingen: In 2019 is bij de wettelijke invoering van het abonnementstarief (eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen) in de verordening vastgelegd dat er geen eigen bijdrage verschuldigd is voor hulpmiddelen en woningaanpassingen.
Randçvoorstej wijziging verordening mootschoppetijke ondersteuning A(kmoor 2020 2
In de Programmabegroting 2024 is voor uitbreiding van de eigen bijdrage voor het hulpmiddel scootmobiel een baat opgenomen van € 115.000-. Om dit uit te voeren moet de verordening worden aangepast.
Het uitbreiden van de eigen bijdrage naar alle hulpmiddelen en woningaanpassingen, in plaats van alleen voor de scootmobiel, zorgt voor een geljkwaardigere behandeling. Hierdoor wordt er geen onderscheid gemaakt op basis van het soort handicap of beperking in de zelfredzaamheid. Daarnaast wordt verwacht dat als cliënten geen gebruik (meer) maken van een hulpmiddel zij dit eerder aan de gemeente doorgeven waardoor de voorziening kan worden stopgezet. Dit levert een kostenbesparing op.
De eigen bijdrage geldt per huishouden, wat betekent dat er geen stapeling van eigen bijdragen kan plaatsvinden. Dit houdt ook in dat als een cliënt al een eigen bijdrage voor de Wet langdurige zorg (Wlz) betaalt, deze cliënt geen eigen bijdrage voor de Wmo hoeft te betalen, zelfs niet als de partner al een eigen bijdrage voor de Wlz of Wmo betaalt. Voor cliënten met een minimuminkomen kan het minimabeleid worden toegepast, dat is opgenomen in de collectieve zorgverzekering via Zaffier.
Om duidelijkheid te verschaffen is in de verordening expliciet opgenomen dat er geen eigen bijdrage gevraagd kan worden voor een rolstoel omdat dit een wettelijke uitzondering betreft.
De Wmo is primair gericht op cliënten vanaf l8jaar. Het kan voorkomen dat er vanuit de Wmo hulpmiddelen worden vergoed, zoals een rolstoel, tillift en douchestoel waarmee de minderjarige cliënt zelfstandig thuis kan blijven wonen. Voor een cliënt die de leeftijd van l8jaar nog niet heeft bereikt kan geen eigen bijdrage worden gevraagd. Voor woningaanpassingen ten behoeve van een minderjarige cliënt zoals een aanbouw aan de woning of een aangepaste badkamer, zijn de onderhoudsplichtige ouders of degene die als ouder het gezag uitoefent over de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd, indien dit in de verordening is opgenomen. Het opnemen van deze regeling in de verordening zorgt voor een eenduidig beleid tot de eigen bijdrage voor woningaanpassingen.
In de wet is vastgelegd dat erbij een eigen bijdrage voor hulpmiddelen en woningaanpassingen kostprijs bewaking plaats moet vinden. Dit is bedoeld om te voorkomen dat de eigen bijdrage de kostprijs van het hulpmiddel overstijgt. De gemeente is verplicht bij verordening vast te leggen hoe de kostprijs wordt bepaald. Voor het vaststellen van de kostprijs van een gehuurd hulpmiddel, zoals een scootmobiel, wordt landelijk gebruikt gemaakt van een huurprijs en de economische levensduur. Hierdoor zal de cliënt nooit meer betalen dan de kostprijs van het hulpmiddel. De uitvoering van het innen van de eigen bijdrage kan hierdoor bij het CAK worden ondergebracht. Echter het CAK kan hier pas vanaf 1juli 2024 mee starten.
Het merendeel van de gemeenten in Nederland heeft de eigen bijdrage voor hulpmiddelen en woningaanpassingen in de verordening opgenomen. Dit geldt ook voor de regionale gemeenten waarmee Alkmaar de hulpmiddelen gezamenlijk inkoopt.
Raadsvoorstel wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 3
c. Technische wijziging collectief vervoer: Sinds de invoering van de Wmo-regiotaxi betalen gebruikers een eigen bijdrage. Met ingang van het regionale contract dat op 1 april 2021 van kracht is gegaan, is de eigen bijdrage gelijkgesteld aan het tarief voor het Openbaar Vervoer (0V), zoals vastgesteld door de provincie. Deze aanpassing is in overeenstemming met de vastgestelde visie voor de aanbesteding in het contract opgenomen.
In de huidige verordening was er een delegatiebepaling aan het college opgenomen voor het bepalen van de eigen bijdrage. Echter, een wijziging van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 per 1januari 2021 heeft een einde gemaakt aan deze delegatiemogeljkheid. Het is nu verplicht om in de verordening specifiek te benoemen hoe het tarief is bepaald. Deze wijziging heeft geen verandering in de uitvoering en heeft geen enkel nadelig effect op onze cliënten.
Kanttekeningen en alternatieven De kanttekeningen en alternatieven worden per voorgestelde wijziging hieronder weergegeven: A. Het voorstel om nieuwe begrippen toe te voegen of bestaande begrippen aan te passen biedt verduidelijking. Het gebruik van de term pgb-vertegenwoordiger - in plaats van de term pgb houder - drukt beter de verantwoordelijkheden uit die bij deze rol horen. Indien deze aanpassing niet wordt doorgevoerd kan er onduidelijkheid ontstaan wat kan leiden tot onjuist gebruik van pgb-middelen en gebrek aan adequate zorgverlening. B. Het niet voldoen aan vereisten die voortvloeien uit jurisprudentie kanjuridische risico’s met zich meebrengen voor de gemeente. Door de omvang specifiek te beschrijven krijgt de cliënt duidelijkheid over welke ondersteuning zij kunnen verwachten. C. ZieA. D, Uit dejurisprudentie blijkt wat een toereikend tarief is. Het niet voldoen aan vereisten die voortvloeien uit jurisprudentie kan Juridische risico’s met zich meebrengen voor de gemeente. Indien deze wijziging niet wordt opgenomen zal er geen uitvoering gegeven worden aan de wettelijke taak. E. Indexatie eigen bijdraa Door geen specifiek tarief in de verordening op te nemen, maar in plaats daarvan te verwijzen naar de wet, wordt voorkomen dat de verordening bij elke volgende indexatie moet worden aangepast.
De hoogte van de eigen bijdrage kan bij verordening op een lager bedrag worden vastgesteld. Het alternatief is om niet aan te sluiten bij het wettelijke tarief maar het hanteren van het wettelijke tarief voor de eigen bijdrage zorgt voor een landelijke geljkwaardige behandeling van cliënten.
Uitbreiding eigen biidrage naar hulpmiddelen en woninciaannassingen: Het uitbreiden van de eigen bijdrage naar alle hulpmiddelen en woningaanpassingen, in plaats van alleen voor de scootmobiel, zorgt voor een geljkwaardigere behandeling. Hierdoor wordt er geen onderscheid gemaakt op basis van het soort handicap of beperking in de zelfredzaamheid Daarnaast wordt verwacht dat als cliënten geen gebruik (meer) maken van een hulpmiddel zij dit eerder aan de gemeente doorgeven waardoor de voorziening kan worden stopgezet. Dit levert een kostenbesparing op.
Technische wijziging collectief vervoer: Een wijziging van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 per 1Januari 2021 heeft een einde gemaakt aan deze delegatiemogeljkheid. Het is nu verplicht om in de verordening specifiek te benoemen hoe het tarief is bepaald. Indien deze wijziging niet wordt doorgevoerd voldoet de
Raadsvoorstel wijziging Verordening maot5choppe4jke ondersteuning Alkmaar 2020 4
verordening niet aan de wettelijke vereisten en kan dit leiden tot juridische onduidelijkheid en een gebrek aan transparantie.
Participatie WmoRaad Alkmaar De WmoRaad Alkmaar is over de wijzigingen van de verordening geconsulteerd en hun advies is als bijlage bijgevoegd.
Financiële aspecten In de Programmabegroting 2024 is voor uitbreiding van de eigen bijdrage voor het hulpmiddel scootmobiel een baat opgenomen van € 11 5.OOO,-
De financiële effecten van de uitbreiding van de eigen bijdrage voor alle hulpmiddelen en woningaanpassingen kunnen op dit moment nog niet exact worden berekend. Dit komt doordat de benodigde gegevens nog niet beschikbaar zijn. De baten die voortvloeien uit het innen van deze eigen bijdrage zullen regelmatig worden gemonitord en eventuele effecten zullen tijdig worden opgemerkt.
De financiële effecten van de verhogingen van de diverse tarieven kunnen op dit moment nog niet worden berekend. De uitgaven zullen periodiek worden gemonitord en eventuele effecten zullen tijdig worden opgemerkt.
Vervolg en communicatie De volgende acties worden ondernomen na besluitvorming: - de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad; - het CAK wordt opdracht gegeven om tot uitvoering over te gaan; - de ambtelijke Organisatie zal de wijzigingen doorvoeren; - er volgt communicatie aan de desbetreffende cliënten.
Bij lagen 1. Raadsbesluit Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020. 2. Advies WmoRaad Alkmaar
Burgemeester en wethouders van Alkmaar,
mw. drs, A.M.C.G. Schouten, burgemeester
--_
dhr. R.M. Reus, gemeentesecretaris
Collegevergadering: 5 maart 2024
Raadsvoorstel wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 5
__-.J j VERORDENING gerneenteALKMAAR
Nrtj
De raad van de gemeente Alkmaar;
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5 maart 2024
Gelet op Het advies van de commissie Sociaal 4april 2024 Het bepaalde in de Gemeentewet. Het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Overwegende dat De WmoRaad A:kmaar op de voorgestelde wijzigingen een positief advies heeft uitgebracht.
Besluit vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020
Artikel 1 De Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 wordt als volgt gewijzigd:
A.
a. Artikel 1, eerste lid onder t komt te luiden:
f. hoofdverbljf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waarde cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven dan wel staan ingeschreven, dan wel het feitelijke woonadres indiende cliënt met een briefadres is ingeschreven;
b. In artikel 1, eerste lid worden de onderdelen 1 tot en met p toegevoegd, luidende:
dient: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; m. pgb: persoonsgebonden budget als bedoelt in artikel 1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget waaruit betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken; n. pgb-budgethouder: cliënt aan wie een pgb is toegekend; o. pgb-vertegenwoordiger: een door de cliënt gemachtigde natuurlijke persoon die — in samenspraak met de cliënt - de aan het pgb verbonden taken, op zowel zorginhoudeljk als financieel administratief gebied, op zich neemt;
Raadçvnorste( wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 6
p. pgb-plan: een door de cliënt opgesteld plan;
B. a. Artikel 3.4, tweede lid komt te luiden:
2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. Welke de te verstrekken maatwerkvoorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum, omvang en duur van de verstrekking is, in het geval van diensten, en c. hoe en door wie de voorziening wordt verstrekt.
b. Artikel 3.4, derde lid komt te luiden:
3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; b. welke minimale kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb budget is; d. wat de aard, omvang en duur is van de verstrekking waarvoor het pgb budget is bedoeld, en e. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
c. Artikel 4.1, vijfde lid komt te luiden:
5. Het college kan in de nadere regels aanvullende regels en voorwaarden stellen aan de pgb vertegenwoordiger of pgb-budgethouder en bepalen welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen en met betrekking tot de deskundigheid van de professionals.
D. Artikel 4.2. komt te luiden:
Artikel 4.2. Professioneel en sociaal netwerk tarief diensten 1. Voor de berekeningswijze van het pgb bij diensten wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van zorg en ondersteuning en, voor zover van toepassing, in ieder geval in verband met de te bieden deskundigheid. 2. Het tarief voor een pgb wordt per uur, per dagdeel of per etmaal bepaald op basis van de laagste beschikbare tarief per uur, per dagdeel of per etmaal, voor de betreffende vorm van gecontracteerde zorg in natura. 3. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb wordt onderscheid gemaakt tussen: a. Het tarief voor professionals, het formele tarief en b. Het tarief voor de persoon uit het sociaal netwerk, het informele tarief. 4. Een professional die op grond van een pgb zorg levert, moet voldoen aan alle onderstaande criteria om voor het formele tarief in aanmerking te komen; a. De professional dient over een relevant diploma of getuigschrift te beschikken waarmee de vereiste deskundigheid met betrekking tot de betreffende resultaatgebieden kan worden aangetoond, en
Raadsvoorstel wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 7
b. Recente werkervaring te hebben waarvoor het in lid 1 genoemde diploma of getuigschrift vereist is. 5. Het formele tarief voor een pgb voor diensten bedraagt: a. 75% van het betreffende tarief voor gecontracteerde zorg in natura, tenzij op basis van het door de pgb-houder ingediende pgb-plan, passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht; b. Een aangepast bedrag tot maximaal 100% van het laagste beschikbare tarief voor de voorziening in natura, indien de pgb-houder kan aantonen dat in zijn situatie het pgb tarief van 75% niet toereikend is om effectief en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen. 6. In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid onder a, bedraagt het tarief voor Beschermd wonen 90% voor Begeleiding en 100% voor Toezicht van het betreffende tarief gecontracteerde zorg in natura, tenzij op basis van het door de pgb-houder ingediende pgb plan, passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 7. Indien de cliënt met een indicatie beschermd wonen zijn hoofdverbljf heeft of zal hebben in een kleinschalige accommodatie, kan het college een toeslag wooncomponent verstrekken. Deze toeslag bedraagt maximaal € 4.000 perjaar. 8. Als de zorgverlener niet aantoonbaar aan de criteria in lid 4 voldoet, wordt een laag pgb-tarief gehanteerd. 9.
Indien de ondersteuning geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de V of 2e graad van de pgb-budgethouder, is er altijd sprake van het bieden van ondersteuning door het sociale netwerk en geldt het informele tarief. De persoon die deze ondersteuning verleent moet 1 Sjaar of ouder zijn. 10. Bij inschakeling van een persoon uit het sociale netwerk door een pgb-budgethouder gelden de volgende vergoedingen: a. bij huishoudelijke hulp: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij ‘Hulp bij het huishouden’ van de voor de betreffende periode geldende CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (CAO VVT), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; b. bij begeleiding en dagbesteding (ook bij Beschermd thuis): het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
E. Artikel 6.1. komt te luiden:
Artikel 6.1. Bijdrage in de kosten 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. De hoogte van de bijdrage wordt bepaald op de maxima die de wet en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 stellen voor de ongehuwde cliënten of de gehuwde cliënten tezamen, tot ten hoogste de kostprijs, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid van de wet, dan wel hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder en wordt mede bepaald door de wijze van beschikbaarstelling (huur, lease, bruikleen, eigendom) en de economische levensduur van die voorziening. De kostprijs van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 4. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor:
Raadsvoorstel wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 8
a. een rolstoel; b. een cliënt die de leeftijd van l8jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing zijnde een bouwkundige of woon-technische ingreep in of aan een woonruimte. c. vervoer, behoudens het gestelde in het vijfde lid. 5. In afwijking van artikel 2.1.4a lid 4 van de wet is een cliënt een eigen bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer. De bijdrage in de kosten van de maatwerkvoorziening collectief vervoer is het door de vervoerder te innen bedrag per rit. 6. Een cliënt is een eigen bijdrage verschuldigd in de kosten Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang. Het college stelt nadere regels over de hoogte, afhankelijk van de leefsituatie. 7. Voor Beschermd wonen wordt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in rekening gebracht conform de bepalingen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 8. De eigen bijdrage ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders en degene die anders dan als ouder het gezag uitoefent over een cliënt zoals vermeld in artikel 2.1.5 lid 1 onder a en b van de wet.
Artikel II Deze verordening treedt in werking op de dag na die van haar bekendmaking.
De raad van Alkmaar, 18april 2024
mw. drsrA.M.CG. Schouten, bureïnèester
Raadsvoorstel wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2020 9