CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel verordening Jeugdhulp 2026

Gemeenteraad 2 maart 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp 202642.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

RAADSVOORSTEL

Raadsvergadering:

19 februari 2026

Agendapunt:

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

Commissie:

Sociaal

Portefeuillehouder:

Lars Ruiter

Relatie met andere portefeuillehouder(s):

n.v.t.

. Onderwerp: Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 Voorgesteld besluit 1.

De Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026 vast te stellen.

Samenvatting In 2025 is het programma Grip op Jeugd gestart en is de Visie Jeugd vastgesteld. Hieraan gekoppeld wordt een plan van aanpak ontwikkeld. Om de doelstellingen van Grip op Jeugd en de bijbehorende visie te realiseren, is een wijziging van de verordening noodzakelijk gebleken. Ook is, op basis van jurisprudentie en praktijkervaringen, geconstateerd dat aanpassing van de lopende verordening op verschillende onderdelen vereist is. Voor de gemeente fungeert de verordening als een essentieel instrument om sturing te geven aan jeugdhulp. Binnen de wettelijke kaders wordt in de verordening vastgelegd welke vormen van jeugdhulp beschikbaar zijn, hoe het toewijzingsproces verloopt en welke voorzieningen voorliggend zijn. Dit stelt de gemeente in staat de beschikbare capaciteit en middelen gericht toe te wijzen aan kinderen die deze het meest nodig hebben en bevordert dat lichte hulpvragen zoveel mogelijk binnen het eigen netwerk, eventueel met ondersteuning, worden opgepakt. Deze benadering vereist een grotere inzet van ouders, het sociale netwerk en collectieve (vrij toegankelijke) voorzieningen bij het beantwoorden van hulpvragen. Op 14 januari vond een Raadsinformatieavond plaats waar de Verordening Jeugdhulp ’26 is toegelicht en waar mogelijkheid was technische vragen te stellen. Relatie tot andere voorstellen Niet van toepassing.

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

1

Argumentatie Door de belangrijkste wijzigingen in de verordening vast te stellen, worden beleid en regelgeving voor jeugdhulp beter afgestemd op de wetgeving en bindende uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Door de reikwijdte van de Jeugdwet te beperken, waarborgen we dat beschikbare capaciteit en middelen terechtkomen bij kinderen met de grootste ondersteuningsbehoefte. Met de aangepaste verordening beogen we: • Duidelijkere kaders voor inwoners en professionals; • Een eenduidiger afbakening van jeugdhulp; • Efficiënter gebruik van beschikbare middelen; • Betere grip op medische verwijzingen; • Meer mogelijkheden om oneigenlijk of ondoelmatig gebruik en misbruik te voorkomen en bestrijden; • Voldoen aan jurisprudentie en geldende wet- en regelgeving. Wijzigingen: De Verordening Jeugdhulp is op diverse onderdelen aangepast ter verduidelijking van de gemeentelijke jeugdhulpplicht. Deze wijzigingen zijn conform de Handreiking Afbakening Jeugdwet en sluiten aan bij jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). De belangrijkste punten: 1. Medische verwijsroute en toepassing gemeentelijk toetsingskader Bij verwijzingen via een derde medisch verwijzer, zoals huisarts, medisch specialist of jeugdarts, is de aanbieder verplicht het gemeentelijke toetsingskader te hanteren bij het indienen van een aanvraag namens een jeugdige.

Dit betekent dat de aanbieder: • De stappen volgt zoals geformuleerd door de CRvB voor beoordeling van aanspraak op individuele voorzieningen onder de Jeugdwet; • Beoordeelt of de gevraagde voorziening noodzakelijk en passend is, mede gezien de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van het gezin; • Nagaat of voorliggende of passende voorzieningen voorrang hebben op jeugdhulp. Dit draagt bij aan een uniforme toetsing, ongeacht of de toegang via de gemeente of een medische verwijzer verloopt, en voorkomt verschillen tussen verwijstrajecten. 2. Afbakening onderzoek en toetsing op voorliggende voorzieningen en wetgeving Het gemeentelijk onderzoek voorafgaand aan het nemen van een beschikking is juridisch en inhoudelijk verder uitgewerkt. In de verordening is gespecificeerd: • Welke verplichtingen voortkomen uit de Jeugdwet m.b.t. onderzoek naar eigen netwerk, algemene voorzieningen en andere passende ondersteuning; • Op welke wijze en volgorde de gemeente moet toetsen of andere wettelijke kaders (zoals Wmo 2015, Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg of onderwijsdomein) eventueel voorliggend zijn; • Dat een individuele voorziening onder de Jeugdwet slechts wordt verstrekt indien bovengenoemde kaders geen passende oplossing bieden. Hierdoor wordt een transparante, toetsbare en consistente afbakening tussen wettelijke kaders gewaarborgd. 3.

Opname regionaal ingekochte voorzieningen De regionaal ingekochte voorzieningen zijn nu integraal opgenomen in de verordening, inclusief: • Omschrijving per voorziening; • Afbakening van doelgroepen; • Richtlijnen voor intensiteit, duur en omvang zoals vastgesteld in het Regionaal Productenboek. Deze integratie voorkomt discrepanties tussen contractuele afspraken en verplichtingen volgens de verordening, en versterkt zowel de uitvoerbaarheid als de juridische houdbaarheid.

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

2

4. Afbakening definitie jeugdhulp in nadere regels In nadere regels wordt expliciet omschreven welke vormen van jeugdhulp niet onder de Jeugdwet vallen. Overige aanpassingen: • Duur en omvang van jeugdhulpvormen: • Beoordeling eigen mogelijkheden/probleemoplossend vermogen: • Afbakening aan Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028: • Verduidelijking van de vormen van jeugdhulp en leveringsvoorwaarden die onder de Jeugdwet vallen; • Verduidelijken van de begrippen ‘gebruikelijke zorg’ en ‘eigen kracht’; • Afbakening met andere wetgeving. Kanttekeningen en alternatieven De Jeugdwet biedt beperkte concrete kaders, wat ruimte geeft voor maatwerk maar ook dilemma's kan oproepen. De verordening jeugdhulp is een belangrijk instrument om sturing te geven aan het gebruik van jeugdhulp. De huidige verordening (vastgesteld in 2024) is aangepast om meer richting te geven. In de praktijk bleek aanvullende aanpassing noodzakelijk, mede naar aanleiding van maatregelen uit GRIP en de visie. Zonder bijstelling kunnen deze maatregelen niet effectief worden geïmplementeerd. De verordening is aangepast voor juridische actualiteit, onder meer ten aanzien van onderzoek naar en toetsing aan voorliggende voorzieningen en opname van regionaal ingekochte jeugdhulp. Advies van Victor advocaten geeft aan dat de gemeente Alkmaar met de aanpassingen optimaal gebruikmaakt van de wettelijke mogelijkheden.

Financiële aspecten Voor de uitvoering van dit besluit zijn geen extra financiële middelen benodigd. De aangepaste verordening is een cruciaal sturingsinstrument binnen het programma GRIP en ondersteunt de realisatie van de Visie Jeugd. Daarmee vormt zij een randvoorwaarde voor beoogde besparingen op het jeugdhulpbudget. Vervolg en communicatie • Na raadsbesluit wordt de verordening bekend op www.overheid.nl • Na vaststelling van de verordening zullen de nadere regels voor vaststelling aan het college worden aangeboden. Een afbakeningslijst van de jeugdhulpplicht maakt daar onderdeel van uit. • Naast de formele bekendmaking vindt implementatie in de uitvoeringspraktijk plaats, zodat de verordening optimaal bijdraagt aan een efficiënte en effectieve inzet van jeugdhulp. De werking van de verordening wordt periodiek gemonitord (tweejaarlijks of vaker indien nodig), waardoor tijdig kan worden bijgestuurd op basis van landelijke ontwikkelingen en ervaringen vanuit de praktijk.

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

3

Bijlagen Bijlage ‘wijzigingen verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2024’

Burgemeester en wethouders van Alkmaar, mw. drs. A.M.C.G. Schouten, burgemeester

dhr. R.M. Reus MPM, gemeentesecretaris

Collegevergadering: 23 december 2025

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

4

RAADSBESLUIT Nr. De raad van de gemeente Alkmaar; Overwegende dat: • de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd; • het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; • het noodzakelijk is om regels vast te stellen over: -

de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen;

-

de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening;

-

de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen;

-

de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld;

-

de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet;

-

de waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan.

Overwegende dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale netwerk. Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 23 december 2025 Gelet op Het advies van de commissie Sociaal 5 februari 2026 Het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en de Jeugdwet. Besluit vast te stellen de Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

5

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 1.

Begrippenlijst

In deze verordening wordt verstaan onder: a.

Andere voorziening: een voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen.

b. Budgetbeheerder: wettelijk vertegenwoordiger of gemachtigde van de budgethouder. De budgetbeheerder kan tevens budgethouder zijn. c.

Budgethouder: de jeugdige of zijn ouder(s) die een persoonsgebonden budget (PGB) krijgt en voor wie de jeugdhulp is geïndiceerd. De budgethouder kan tevens budgetbeheerder zijn.

d. Budgetplan of Pgb- plan: een document dat de jeugdige of zijn ouder invult. Hiermee geeft de jeugdige of zijn ouder aan dat hij of zij jeugdhulp wil inkopen met een Pgb en waarin wordt gemotiveerd waarom de een individuele voorziening niet passend wordt geacht. De gemeente zorgt voor een document dat de jeugdige of de ouder kan invullen. Het cjg bepaalt vooraf wat er in het document moet komen. e.

Centrum voor jeugd en gezin (cjg): het team van professionals vanuit het gemeentelijk sociaal domein en vrij toegankelijke voorzieningen. Vanuit hun eigen expertise en verantwoordelijkheid zorgen zij samen voor een preventieve, effectieve en efficiënte inzet van jeugdhulp en staan in contact met de toegang;

f.

Cliëntondersteuner: onafhankelijk persoon die de jeugdige/en of diens ouder(s) ondersteunt met informatie, advies en algemene ondersteuning, die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.

g. College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar. h.

Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak waarin ouders, familieleden en andere direct betrokkenen een oplossing aandragen om de problemen van de jeugdige in eigen kring op te lossen.

i.

Gebruikelijke hulp : hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders en die niet vergoed wordt vanuit de Jeugdwet.

j.

(Jeugd)hulpvraag: behoefte aan jeugdhulp vanwege problemen bij opgroeien en opvoeden, vanwege mentale problemen of vanwege stoornissen. Het gaat om een behoefte aan jeugdhulp zoals staat in lid 1 van artikel 2.3 van de Jeugdwet. Een hulpvraag is niet een vraag om informatie of advies.

k.

Individuele voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 2.9 sub a Jeugdwet die hulp geeft aan de jeugdige of de ouder. Deze voorziening is niet vrij beschikbaar voor iedereen. Er is

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

6

toestemming nodig van een verwijzer( college, huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling). l.

Toegang: op gemeentelijk niveau georganiseerd team van professionals die de hulpvraag toetst op rechtmatigheid en doelmatigheid en die namens het college besluiten met betrekking tot inzet van jeugdhulp als Zorg in natura of als een persoonsgebonden budget (Pgb).

m. Jeugdige: de jeugdige als bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet. n.

(integraal) onderzoeksplan: het document waarin de hulpvraag van jeugdige en/of ouder(s) staat beschreven, samen met de doelen en hoe deze te bereiken. Het cjg brengt op de verschillende leefdomeinen (zoals wonen, werk, onderwijs, financiën en vrije tijd) de gezinssituatie in kaart om de juiste ondersteuning voor de jeugdige en zijn gezin mogelijk te maken.

o. Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt. p. Onderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 3.5. q. Pgb: een bedrag om jeugdhulp voor een jeugdige in te kopen. Het college bepaalt de hoogte van dit bedrag. In artikel 8.1.1 van de Jeugdwet staat meer informatie over het persoonsgebonden budget. r.

Procesregie: als een jeugdige en/ of ouder(s) hulp krijgt op meerdere leefdomeinen ( Jeugd, WMO, Zaffier, GGZ, school) dan kan het cjg procesregie doen. Het cjg zorgt met procesregie dat de betrokken organisaties goed op elkaar aansluiten. Het cjg bespreekt met het gezin en de betrokken organisaties de voortgang, bewaakt dat iedereen doet wat nodig is en stuurt bij waar nodig.

s.

Professional: een (jeugd)professional met een SKJ-registratie of een BIG-registratie. De SKJregistratie blijkt uit de inschrijving in het kwaliteitsregister Jeugd. De BIG-registratie blijkt uit de inschrijving in een register zoals bedoeld is in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG).

t.

Sociaal netwerk: Personen met wie de jeugdige en/of ouder(s) een sociale relatie hebben. Denk bijvoorbeeld aan familieleden, buren, collega’s en vrienden.

u.

Toekomstplan : in geval van (verwachte) doorgaande hulpverlening na het 18e levensjaar, het plan dat door de jeugdige (indien nodig met ondersteuning) en samenspraak met betrokken hulpverlening wordt opgesteld en naast zorgcontinuïteit ingaat op relevante leefdomeinen( zoals wonen , werk, onderwijs, financiën en vrije tijd).

v.

Veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.

w. Vrij toegankelijke voorziening: een voorziening op basis van de Jeugdwet die voor elke jeugdige beschikbaar is. Er is geen of een beperkte toegangsbeoordeling.

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

7

2.

x.

Wet: Jeugdwet

y.

Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

z.

Zorg in natura (ZIN): de jeugdhulp die aan jeugdigen wordt geleverd door jeugdhulpaanbieders die door de gemeente zijn gecontracteerd.

Begrippen die niet staan omschreven in lid 1 van dit artikel, hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Regeling Jeugdwet , het Besluit Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 2. Vormen van jeugdhulp Artikel 2.1 Sociale basis voor jeugdigen 1. Het college zorgt ervoor dat er een goede sociale basis is voor jeugdigen in onze gemeente. Met een sociale basis bedoelen we een aanbod van veel verschillende activiteiten en/of ondersteuning. Dit aanbod is goed bereikbaar en vrij toegankelijk. 2. De sociale basis biedt vrij toegankelijke activiteiten en/of ondersteuning die 1 of meer van deze doelen hebben: a. De jeugdigen helpen om zichzelf beter te kunnen redden (grotere zelfredzaamheid); b. De veerkracht van de jeugdige vergroten; c. De jeugdigen helpen om zichzelf te ontwikkelen en talenten te gebruiken; d. De jeugdigen helpen om gezond en met veel kansen op te groeien; e. Meer gelijke kansen te bieden voor jeugdigen. Artikel 2.2 Beschikbare vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen 1.

De volgende vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen zijn beschikbaar: a. Individuele informatievoorziening en opvoedadvies; b. Activiteiten gericht op laagdrempelige ontmoetingen in de buurt tussen ouders onderling en jeugdigen onderling. Hierbij valt te denken aan lotgenotengroepen en oudernetwerken; Groepsbijeenkomsten, voorlichting, trainingen, cursussen en andere kortdurende voorzieningen gericht op laagdrempelige vormen van opvoed- en opgroeiondersteuning; d. Basiszorg waaronder Jeugdgezondheidszorg, ondersteuning bij ouderschap op alle gebieden van opvoeden en opgroeien van -10 maanden tot 18 jaar (CJG), vrijwilligers- en andere informele ondersteuning; e. Zorg en begeleiding in onderwijs, in het geval dat de voorziening vanuit het college is georganiseerd binnen de school; f. Integrale vroeghulp; vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsvragen, opvoedvragen en ondersteuningsvragen van jeugdigen en ouder(s); g. Praktijk ondersteuning huisarts-Jeugd voor lichte behandeling en advies inzake GGZ (POHGGZ Jeugd); h. Aanbod van onafhankelijke cliëntondersteuning; i. Jeugd-en jongerenwerk; waaronder talentontwikkeling, coaching en ondersteunen bij opgroeien . j. Buitenschoolse opvang plus (BSO+): Is een vorm van buitenschoolse opvang voor jeugdigen van 4-13 jaar uit het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs of regulier onderwijs.

Voor deze jeugdigen is de reguliere BSO (tijdelijk) niet (meer) passend. Zij hebben extra ondersteuning nodig vanwege bijvoorbeeld een ontwikkelingsstoornis, gedrags- of psychologische problemen. BSO+ biedt extra structuur en meer begeleiding in een groep van maximaal 8 kinderen. Kinderen leren in groepsverband van en met elkaar door samen te spelen, sociale vaardigheden te ontwikkelen en te oefenen met omgangsvormen en regels. De BSO+ betrekt ouders actief bij de opvang, met als doel dat de ontwikkelde vaardigheden en routines ook thuis worden ondersteund en versterkt. BSO+ wordt (deels) bekostigd door de c.

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

8

2.

gemeente en ouders/verzorgers doen voor het opvanggedeelte een beroep op de kinderopvangtoeslag. Ouders en jeugdigen kunnen zich (met uitzondering van BSO+) rechtstreeks wenden tot een vrij toegankelijke voorziening.

3.

Het college kan nadere regels maken over welke vrij toegankelijke voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn.

Artikel 2.3 Centrum voor jeugd en gezin (cjg) en toegang 1. Er is een dekkend aanbod vanuit het cjg (centrum voor Jeugd en Gezin). 2.

De door het cjg geboden ondersteuning en hulp is primair gericht op het versterken van het normale leven en het versterken van het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders.

3.

Het cjg voert het basispakket jeugdgezondheidszorg (-10 maanden tot 18 jaar) en het Rijksvaccinatieprogramma uit. Daarnaast levert het cjg rond opvoeden en opgroeien : a. Op preventie en normaliseren gerichte informatie en activiteiten; b. Ondersteuning bij het versterken van de eigen kracht van de jeugdige, zijn of haar ouder(s)/opvoeder(s) en de andere leden van het gezin; c.

Ondersteuning bij het in kaart brengen en versterken van het sociale netwerk, waaronder

familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers en mantelzorgers; d. Ondersteuning bij het opstellen van een plan voor de te bieden ondersteuning en hierop gerichte samenwerking met jeugdige, ouders, hun netwerk en de betrokken netwerkpartners; e.

Informatie over het familiegroepsplan en de mogelijkheden tot ondersteuning bij het

f.

opstellen ervan; De uitvoering van vraagverheldering en analyse bij hulpvragen van jeugdigen en ouders;

g. De uitvoering van basishulp in de vorm van lichte opvoed- en opgroeiondersteuning voor jeugdigen en ouders, in groepsverband en individueel, anders dan specialistische ondersteuning gericht op: § Het veranderen of te leren hanteren van gedrag; § het versterken van opvoedvaardigheden van ouders; § het versterken van de zelfredzaamheid en weerbaarheid; § het creëren van goede pedagogische omstandigheden in het gezin; § het voorkomen van onveiligheid; § het versterken van het netwerk. h.

Het inschakelen van aanvullende expertise en toeleiden naar passende activiteiten, ondersteuning of aanbod;

i.

De mogelijkheid tot regie voeren over de inzet van hulp indien gezinnen (in afstemming met jeugdige en/of diens ouder(s) en andere betrokken partijen) te maken hebben met beperkte zelfredzaamheid en problemen op meerdere leefgebieden (multiproblematiek) en waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn, met als uitzondering wanneer een jeugdige een maatregel in het gedwongen kader heeft;

4.

j. Het verwijzen naar de toegang als bedoeld in dit artikel lid 6; Wanneer de hulpvraag verder gaat dan alleen de ondersteuning van de jeugdige en/of diens ouders met betrekking tot de jeugdige, zal het cjg in samenwerking met ouders en of jeugdige, en zo nodig het onderwijs en/ of andere betrokken (zorg)organisaties een (integraal) onderzoeksplan,

5.

als in artikel 3.6, opstellen en samen met ouders en of jeugdige beslissen over best passende hulp; Het cjg kan vanuit procesregie , als bedoeld in artikel 3.5 en dit artikel onder lid i, betrokken zijn en tijdens evaluatiemomenten met alle betrokkenen onderzoeken of de ingezette hulp nog passend

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

9

is. De procesregisseur schaalt af ,in overleg met de toegang, wanneer de inzet van specialistische jeugdhulp niet langer noodzakelijk is of de procesregie overgedragen kan worden aan één van de betrokken zorgaanbieders. Het cjg werkt vanuit het vrijwillig kader. Als de veiligheid in het geding is kan het cjg voor overleg en advies contact opnemen met Veilig Thuis, als benoemd in artikel 2.4; 6.

Nadat het cjg het onderzoek heeft afgerond, neemt de professional van de toegang die hiervoor bevoegd is, namens het college een besluit over het toekennen van individuele voorzieningen. Dit gebeurt zoals vastgelegd in artikel 3.3.

Artikel 2.4 Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) 1.

Er is een Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Veilig Thuis Noord-Holland

2.

Noord, die voor iedereen toegankelijk is; Veilig Thuis Noord-Holland Noord voert de volgende taken uit: a.

Een herkenbaar en toegankelijk meldpunt zijn voor alle gevallen of vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling;

b. 7 x 24 uur advies en ondersteuning geven aan hulpvragers en omstanders en professionals bij huiselijk geweld en kindermishandeling; c.

het - indien noodzakelijk - inschakelen en afstemmen met cjg van passende hulpverlening;

d. bijdragen aan de uitvoering van door of namens de burgemeester opgelegde tijdelijk huisverboden en preventief inzetten van tijdelijk huisverboden. Artikel 2.5 Individuele jeugdhulpvoorzieningen 1. Het college zorgt ervoor dat er individuele jeugdhulpvoorzieningen beschikbaar zijn. Deze jeugdhulp is een aanvulling op de vrij toegankelijke voorzieningen. 2. De vormen van jeugdhulp zijn nader uitgewerkt in Bijlage I bij deze verordening. De volgende individuele voorzieningen zijn beschikbaar: I. Jeugdhulp zonder verblijf: a. Ondersteuningsgericht Individueel Licht; b. Ondersteuningsgericht Individueel Midden; c. Ondersteuningsgericht Individueel Zwaar; d. Ondersteuningsgericht Groep Licht; e. Ondersteuningsgericht Groep Midden; f. Ondersteuningsgericht Groep Zwaar; g. Herstelgericht Individueel Medicatiecontrole; h. Herstelgericht Individueel Licht; i. Herstelgericht Individueel Midden; j. Herstelgericht Individueel Zwaar; k. Herstelgericht Groep Licht; l. Herstelgericht Groep Midden; m. Herstelgericht Groep Zwaar; n. Herstelgericht Individueel GGZ; o. Herstelgericht Individueel Hoogspecialistische-GGZ; p. Herstelgericht Individueel Forensische Psychiatrie; q. Herstelgericht Dagbehandeling GGZ; r. Hulp bij Ernstige Dyslexie (Diagnostiek); s. Hulp bij Ernstige Dyslexie (Behandeling); t. Consultatie; u. Ambulant Crisishulpverlening. II. Jeugdhulp met verblijf: a.

Behandelgroepen; b. Drie-milieusvoorziening; c. Klinische Jeugd-GGZ(besloten);

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

10

3.

4.

5.

d. Klinische Jeugd-GGZ(gesloten); e. Logeren; f. Pleegzorg; g. Gezinshuizen; h. Fasehuizen; i. Zelfstandigheidstraining/Kamertrainingscentrum(KTC); j. Pleegzorg crisis (ondersteuningsgericht); k. Crisisopvang Wonen (ondersteuningsgericht); l. Crisisopvang Behandelen (Herstelgericht); m. Deeltijdpleegzorg. n. Gesloten verblijf (gesloten jeugdhulp voor jeugdigen met complexe problematiek) Naast de genoemde voorzieningen in het tweede lid zijn er andere individuele voorzieningen (maatwerk) mogelijk als dit naar de mening van het college bijdraagt aan een adequatere en/of goedkopere oplossing van de hulpvraag. Het college maakt in het kader van de inkoop- of subsidierelatie op geaggregeerd niveau afspraken over in ieder geval de volgende aspecten van de individuele voorzieningen: a. doelgroepen; b. activiteiten; c. doorlooptijd; d. intensiteit; e. kwaliteit; f. beoogd resultaat; en g. vermelding productcode iJw. Het college kan nadere regels maken over welke individuele voorzieningen op basis van het tweede lid beschikbaar zijn.

Artikel 2.6 Vervoersvoorziening 1. Uitgangspunt is dat de jeugdige of zijn ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer van de jeugdige naar een locatie waar jeugdhulp wordt geboden. 2. De toegang kent slechts een vervoersvoorziening toe als: a. Binnen het ingekochte jeugdhulpproduct hierin niet is voorzien. b. Blijkt dat de jeugdige vanwege een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid niet zelfstandig kan reizen én de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouder(s) ontoereikend zijn om zelf voor het vervoer te zorgen of te laten zorgen, kan een vervoersvoorziening worden verstrekt. 3. Bij het beoordelen van de eigen mogelijkheden en eigen kracht van de ouders worden ook de (financiële)mogelijkheden en bereidheid van iemand uit het sociaal netwerk om de jeugdige te vervoeren, meegewogen. 4. Als aan de voorwaarden voor vervoer is voldaan, wordt beoordeeld welke (combinatie van) vervoersvoorziening(en) het meest passend is. 5. De volgende vervoersmogelijkheden zijn in volgorde van afweging mogelijk: a. Vervoer geregeld door de jeugdhulpaanbieder; b. Gecontracteerd vervoer met/zonder rolstoel; c. Een vergoeding voor openbaar vervoer voor de jeugdige en een volwassen begeleider op basis van de afstand enkele reis; d. Taxivervoer als een vervoersvoorziening als genoemd bij a tot en met c niet mogelijk is of indien dit goedkoper is. 6.

Wanneer een jeugdige een vervoersvoorziening ontvangt, kan de vervoersvoorziening worden verstrekt in combinatie met een training ‘zelfstandig leren reizen’. 7. Vervoerskosten worden niet met terugwerkende kracht toegekend. 8. De toegang bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling van de vergoeding, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening dan wel vergoeding.

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

11

9.

De noodzaak voor een vervoersvoorziening wordt opgenomen in het (integraal) onderzoeksplan als bedoeld in artikel 3.6.

Artikel 2.7 Zak- en kleedgeld 1. Het college stelt aan jeugdhulpaanbieders een vergoeding voor zak- en kleedgeld beschikbaar voor jeugdigen in een accommodatie voor verblijf waarvan de ouders deze kosten niet kunnen betalen, zoals bedoeld in artikel 5a.1 in de Regeling Jeugdwet. 2. Het college maakt met de jeugdhulpaanbieders afspraken over de voorwaarden waarop deze vergoeding wordt verstrekt.

Hoofdstuk 3 Toegang tot een individuele voorziening Ar6kel 3.1 Toegang jeugdhulp via het medisch domein 1.

2.

3. 4.

5.

6.

Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp van een individuele voorziening na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder. Het college hanteert de volgende voorwaarden: a. Er is sprake van een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder; b. Er is sprake van een geldige verwijzing met datum, de naam en de AGB-code van de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, de naam en AGB-code van de praktijk of instelling waaraan de arts is verbonden en de handtekening van de arts bevat. c. De jeugdhulpaanbieder houdt zich aan de door de verwijzer genoemde hulpvraag en ondersteuningsbehoefte; d. De jeugdhulpaanbieder dient zich bij het beoordelen en onderzoeken van de jeugdhulpvraag na een verwijzing te houden de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie en met de regels die daarover zijn neergelegd in deze Verordening en/of nadere regels; e. Er is geen sprake van een dubbele inzet van jeugdhulp voor eenzelfde ondersteuningsvraag binnen de levensgebieden. Het college kan, als daar aanleiding voor is, controle uitvoeren naar de verwijzing of de door de jeugdhulpaanbieder beoordeelde jeugdhulpvraag.

De controle ziet toe op het volgen van de professionele standaarden, het volgen van de regels als vastgelegd in deze verordening en de afspraken die de jeugdhulpaanbieder op basis van de contract- of subsidierelatie heeft gemaakt. Het college kan als de controle daartoe aanleiding geeft geen of een andere vorm van jeugdhulp inzetten. Het college kan na verwijzing naar een jeugdhulpaanbieder waar het college geen contract- of subsidierelatie mee heeft besluiten dat de aanvraag wordt geweigerd als er ook een passend alternatief kan worden geboden door een jeugdhulpaanbieder waar het college wel een contractof subsidierelatie mee heeft. Het college kent de individuele voorziening toe op grond van een verzoek tot zorgtoewijzing. De betrokken aanbieder doet dit verzoek tot zorgtoewijzing conform de van toepassing zijnde iJwstandaarden. Het college legt de beslissing op de aanvraag voor de inzet van de individuele voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 4.3.

Artikel 3.2 Toegang jeugdhulp via justitieel kader 1. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp die de gecertificeerde instelling nodig vindt bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdbeschermingsmaatregel. Ook draagt het college zorg voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie of de directeur of selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting nodig vindt bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing. 2. Het college en de gecertificeerde instelling treden in overleg als de gecertifieerde instelling bepaalt dat de jeugdhulp moet worden geleverd door een jeugdhulpaanbieder waar het college geen contract- of subsidierelatie mee heeft. Het doel van dat overleg is om vast te stellen of het

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

12

3.

4. 5.

mogelijk is dat aan de jeugdige passende ondersteuning wordt geboden door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente een contract- of subsidierelatie heeft. Als dat niet lukt, overleggen partijen om duidelijke afspraken te maken over welke jeugdhulp wordt ingezet en door welke aanbieder. Als het overleg uit lid 2 niet tot overeenstemming leidt, neemt het college een besluit over de inzet van de volgens de gecertificeerde instelling aangewezen jeugdhulp. Het college betrekt bij dat besluit het standpunt van de gecertificeerde instelling. Het college besluit op de inzet van de jeugdhulp maar verstrekt geen beschikking als bedoeld in artikel 4.3 Het college kan nadere regels stellen over de toeleiding tot jeugdhulp via een gecertificeerde instelling.

Artikel 3.3 Toegang jeugdhulp via de gemeente, indienen hulpvraag 1. Jeugdigen of hun ouder(s) die hun woonplaats hebben in de gemeente kunnen ook hun hulpvraag indienen bij het cjg van de gemeente. Dit kan fysiek, telefonisch of schriAelijk. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het verhelderen van de jeugdhulpvraag. 2. Het cjg bevesFgt de ontvangst van een hulpvraag schriAelijk en informeert de jeugdige en/of ouder(s) over de gang van zaken na indienen hulpvraag en hun rechten en plichten, tenzij de aanvraag direct kan worden afgehandeld. 3. De toegang neemt het besluit op een aanvraag uiterlijk binnen acht weken, waarbij als startdatum het eerste contact als bedoeld in lid 1 geldt. 4. De aanvrager wordt schriAelijk geïnformeerd als het niet lukt om binnen het termijn van acht weken een besluit te nemen. De beslissingstermijn kan met acht weken worden verlengd. 5. De toegang legt de beslissing rond de inzet van jeugdhulp in dat geval zo snel mogelijk, ofwel in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking. 6. Het college kan nadere regels maken over de toegang tot jeugdhulp van een individuele voorziening. Ar#kel 3.4 Het vooronderzoek bij toegang jeugdhulp via het cjg en toegang van de gemeente 1. De jeugdige en/of zijn ouder(s) hebben eerst een gesprek met het cjg over de hulpvraag.

Meer informaFe over dat gesprek staat in arFkel 3.5. Daarna krijgt de jeugdige wel of geen toegang tot een individuele voorziening. De toegang besluit dat op basis van het gesprek. 2. Het cjg verzamelt alle voor het onderzoek en gesprek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situaFe rekening houdend met de geldende privacyregels. 3. De jeugdige en/of zijn ouder(s) verschaffen, zo mogelijk voor het eerste gesprek, aan het cjg gegevens en documenten die naar oordeel van het cjg voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 4. Het cjg stelt de idenFteit van de jeugdige en/of zijn ouder(s) vast aan de hand van het Burgerservicenummer (BSN). 5. De jeugdige en/of de ouder(s) kunnen gebruikmaken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in arFkel 2.5. van de wet en van graFs cliëntondersteuning als bedoeld in arFkel 2.2.4. van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015. 6. De jeugdige en/of de ouder(s) kunnen een familiegroepsplan opstellen. Dit betekent dat zij samen met familie, vrienden en andere personen uit hun sociaal netwerk een plan maken. Dit kan alleen als het gaat om vrijwillige jeugdhulp. Als er al een familiegroepsplan is, is dat de basis voor het gesprek met het cjg. 7.

De jeugdige en/of ouder(s) verlenen hun medewerking aan het vooronderzoek als bedoeld in het tweede lid om in aanmerking te komen voor een individuele voorziening. 8. Geen gesprek met het cjg is nodig in de volgende situaFes: a. Er is een crisis waarin direct specialistische jeugdhulp nodig is. De toegang zorgt zo snel mogelijk voor een tijdelijke passende (individuele) voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. b. Het cjg in overleg met de jeugdige/of zijn ouder(s) afzien van het gesprek. c. Een huisarts, jeugdarts of medisch specialist verwijst naar specialistische jeugdhulp zoals beschreven staat in artikel 3.1. Ar#kel 3.5 Het gesprek en onderzoek voor een beoordeling

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

13

1.

2.

3. 4. 5. 6.

Het cjg heeA namens het college één of meer gesprekken met de jeugdige en/of de ouder(s) en mogelijke andere betrokkenen. Deze gesprekken vinden plaats voordat er een besluit wordt genomen. De gesprekken geven het cjg en de jeugdige en/of ouder(s ) samen antwoord op: a. De behoeAe, persoonskenmerken, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituaFe van de jeugdige; b. Wat de doelen (beoogde resultaten) zijn van de jeugdhulp. Deze moeten concreet en meetbaar zijn; c. Wat de jeugdige, zijn ouder(s) en het sociale netwerk zelf kunnen doen om de hulpvraag te beantwoorden; d. Hoe de jeugdhulp afgestemd wordt met andere voorzieningen. Denk aan voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; e. Of er gebruikt gemaakt kan worden van een vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening, zoals genoemd in arFkel 2.2; f. Of en welke extra hulp nodig is in de vorm van een individuele voorziening; g. De vervolgstappen in verband met de besproken hulpvraag; h. Indien sprake is van procesregie door het cjg worden afspraken gemaakt over de verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Ook worden afspraken gemaakt over wanneer en hoe resultaten worden besproken. Het cjg doet onderzoek middels het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep. Het cjg stelt vast: a. Stap 1: wat is de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s); b.

Stap 2: het cjg stelt vast of er problemen bij opgroeien en opvoeden, mentale problemen of stoornissen zijn en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn; c. Stap 3: wanneer het cjg de problemen en stoornissen heeA vastgesteld, kan worden bepaald welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeAijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te parFciperen; d. Stap 4: nadat de noodzakelijke hulp in kaart is gebracht, wordt onderzocht of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden als bedoeld in arFkel 4.2; e. Stap 5: slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn, dient het college een voorziening van jeugdhulp te verlenen. Voor zover het onderzoek naar de nodige hulp, dan wel jeugdhulp specifieke deskundigheid vereist kan het cjg externe deskundigen om advies vragen. Voorwaarde is dat het advies nodig is om de hulpvraag goed te kunnen beoordelen. Het cjg brengt de jeugdige en/of zijn ouder(s) hiervan op de hoogte. Als jeugdige en/of ouder(s) meer willen weten over een Pgb, legt het cjg uit wat de regels, gevolgen en verantwoordelijkheden zijn van een Pgb.

Dit helpt om een goede keuze te kunnen maken. Het cjg kan, met instemming van de jeugdige of zijn ouder(s), informaFe inwinnen bij andere instanFes, zoals huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp. Het cjg en de jeugdige en/of zijn ouder(s) maken een (integraal) onderzoeksplan op van de zaken genoemd in het eerste en tweede lid en over te maken vervolgstappen in verband met de besproken hulpvraag. Meer informaFe over het (integraal) onderzoeksplan staat in arFkel 3.6. Het college kan nadere regels maken over de inhoud van het gesprek en de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Ar#kel 3.6 (integraal) onderzoeksplan 1. In het (integraal) onderzoeksplan hebben jeugdige en/of ouder(s) samen met de medewerker van het cjg de hulpvraag beschreven en staan de uitkomsten van het gesprek en het onderzoek uitgewerkt zoals benoemd in arFkel 3.5 lid 5. Op basis van de informaFe in het (integraal)onderzoeksplan, legt het cjg de noodzaak van een individuele voorziening vast. 2. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) worden aan het (integraal) onderzoeksplan toegevoegd. 3. De jeugdhulpaanbieder krijgt belangrijke informaFe uit het (integraal) onderzoeksplan. De jeugdige en/of de ouder(s) zorgen ervoor dat de aanbieder deze informaFe krijgt. Soms stuurt het cjg en/of toegang de belangrijke informaFe op. Daarbij wordt rekening gehouden met regels rondom privacy. Hoofdstuk 4 Behandeling aanvraag individuele jeugdhulpvoorziening Artikel 4.1 Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning van een individuele voorziening

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

14

1.

2. 3.

4.

Jeugdigen of ouder(s) kunnen in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer door het cjg of een andere verwijzer is vastgesteld dat: a. Inzet noodzakelijk is om de jeugdige in staat te stellen: § Gezond en veilig op te groeien; § Te groeien naar zelfstandigheid; § Voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, en b. Voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen als bedoeld in artikel 4.2. Waaronder in ieder geval wordt verstaan: I. gebruikelijke hulp van de ouder(s) en hulp van andere personen uit het sociaal netwerk; II. bovengebruikelijke hulp van de ouder(s) als zij in staat en beschikbaar zijn om de hulp te bieden, dit geen overbelasting oplevert, de ouder(s) de bovengebruikelijke hulp zonder vergoeding blijven bieden en zij hierdoor niet in de problemen komen; III. het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten.

Bij het onderzoek naar de eigen kracht wordt met het volgende rekening gehouden: § de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; § de duur ervan § de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) § de draagkracht en belastbaarheid van de ouder(s)/verzorger(s) § de samenstelling van het gezin en de woonsituatie § het belang van ouder(s) om zich te kunnen voorzien van een inkomen door arbeid § de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) te ondersteunen § bij gescheiden ouders, zijn beide ouders met gezag verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning c. Een vrij toegankelijk voorziening niet genoeg is om de hulpvraag te beantwoorden. d. Er geen andere voorliggende voorziening bestaat waarvan de jeugdige en/of ouder(s) gebruik kunnen maken om de hulpvraag te beantwoorden. Van een voorliggende voorziening is sprake als op grond van een andere wet aanspraak op zorg is. De volgende voorzieningen zijn in ieder geval voorliggend: Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Wet op het passend onderwijs, Wet publieke gezondheid, participatiewet en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. e.

Er geen sprake is van situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het cjg geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening. f. Het gestelde onder e is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin. Recht op een individuele voorziening bestaat slechts voor zover deze als de best passende (goedkoopst) meest adequate voorziening kan worden aangemerkt. Voor het bepalen van het soort individuele voorziening dat het college inzet: a. Wordt de mogelijkheid voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid altijd in overweging genomen; en b. De toegang weegt de mening en voorkeur van de jeugdige mee in de keuze voor welke ondersteuning of jeugdhulp wordt aangevraagd of ingezet gaat worden en bij welke jeugdhulpaanbieder dit gebeurt. Soms hebben de jeugdige en/of ouder(s) zelf al jeugdhulp geregeld. Dit gebeurde voordat het gesprek met het cjg plaatsvindt zoals beschreven in artikel 3.5. Kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of zijn ouders voorafgaand aan de aanvraag hebben gemaakt worden in beginsel niet vergoed. Het college kan alsnog een individuele voorziening jeugdhulp toekennen en de gemaakte kosten vergoeden.

Dat kan alleen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

15

a.

5. 6.

7.

Er zijn nog steeds problemen op het moment dat het gesprek met het cjg en/of toegang plaatsvindt. Het gaat om problemen bij opgroeien en opvoeden, mentale problemen of stoornissen waarvoor de jeugdhulp is ingezet; b. De toegang kan beoordelen of de jeugdhulp en de kosten nodig en passend waren; c. De kosten zijn gemaakt maximaal 3 maanden vóór het gesprek met het cjg en/of toegang. Een individuele voorziening wordt verstrekt in de vorm van Zorg in natura of een Pgb. De jeugdige of zijn ouder(s) moeten zich binnen 3 maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder, dan wel het Pgb binnen 6 maanden hebben aangewend om te werken aan de doelen waarvoor het is verstrekt. Het college kan nadere regels maken voor verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in dit artikel.

Ar#kel 4.2 Beoordeling (boven)gebruikelijke hulp en probleemoplossend vermogen 1. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvacngen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als er sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont, zoals bedoeld in arFkel 4.1 lid 1 b III. 2. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp neemt het cjg in haar onderzoek (als bedoeld in arFkel 3.5) mee of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeAijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problemaFek nodig heeA. 3. Bij het beoordelen van het probleemoplossend vermogen (eigen kracht) van het gezin kijkt het cjg naar de balans tussen draagkracht en draaglast. Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten de zorg onderling kunnen opvangen. 4.

Het cjg bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in balans is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare (vrij toegankelijke) voorzieningen. Het cjg houdt hierbij rekening met de volgende factoren: a. de leeAijd van de jeugdige; b. de mate van zorg bij acFviteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/sFmulans die een jeugdige van die leeAijd nodig heeA; c. de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; d. de mate van planbaarheid van de hulp; e. de behoeAen en mogelijkheden van de jeugdige. 5. Als sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt de toegang geen individuele voorziening jeugdhulp. Hierop kan (Fjdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasFng de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Het cjg neemt in haar onderzoek (als bedoeld in arFkel 3.5) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasFng en de hulp aan de jeugdige. 6. Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp oversFjgt dan zijn de ouders in eerste instanFe nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp.

Het cjg beoordeelt of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in arFkel 4.1 lid 1 onder b staat weergegeven. Hierbij wordt uitgegaan van 2 situaFes: a. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. b. Langdurend: het gaat om chronische situaFes waarbij naar verwachFng de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. Verwacht wordt dat ouder(s)/verzorger(s) in kortdurende situaFes de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouder(s)/verzorger(s) door (dreigende) overbelasFng de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasFng en de hulp aan de jeugdige. 7. Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeAijd van 17 jaar in principe gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaFes. 8. Bij de beoordeling in langdurige situaFes houdt het cjg rekening met de volgende factoren: a. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

16

b. De mate van planbaarheid van de hulp c. Het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders d. De manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige e. Vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond) f. Of er sprake is van problemaFek bij de ouders, zoals relaFonele problemen of schulden g. Welke verplichFngen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichFngen h. Het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen i. De woonsituaFe j. De samenstelling van het gezin en de relaFe tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wefelijke sFefouder of niet) k. Is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen l. Overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht 9. Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasFng van de ouders en bij de financiële situaFe van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. De toegang verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 10.

Bij het uit balans zijn van de draagkracht en draaglast ofwel (dreigende) overbelasFng geldt nog het volgende: a. Er moet een verband zijn tussen de overbelasFng en de zorg aan de jeugdige. b. Als de overbelasFng zit op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. c. Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het cjg wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. d. Als de (dreigende) overbelasFng kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke acFviteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht. e. Het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke acFviteiten. f. Een Pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasFng. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasFng te stoppen. 11. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 12.

Het college kan nadere regels stellen voor de verdere uitwerking van dit arFkel. Artikel 4.3 Inhoud beschikking individuele jeugdhulpvoorziening 1. Bij het verstrekken van een individuele voorziening als Zorg in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. Welke individuele voorziening verstrekt wordt; b. Wie de jeugdhulp gaat bieden; c. De gestelde doelen; d. De aard, de omvang, aantal uren en de duur van de in te zetten jeugdhulp. 2. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een Pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. De doelen waarvoor het Pgb kan worden aangewend; b. De kwaliteitseisen die gelden voor de besteding van het Pgb; c. De hoogte van het Pgb en hoe hiertoe is gekomen; d. De duur van de verstrekking waarvoor het Pgb is bedoeld; e. De wijze van verantwoording van de besteding van het Pgb; f. De termijn van 6 maanden waarbinnen de jeugdige of zijn ouder het Pgb moet hebben besteed als bedoeld in artikel 4.1 lid 6. 3. Het college verleent in ieder geval een beschikking: a. Bij de verstrekking van een individuele voorziening in natura (ZIN); b. Bij de verstrekking van een Pgb;

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

17

4.

c. Bij de weigering van een aanvraag; d. Indien jeugdige en/of ouder(s) en hulpverlener het niet eens zijn over de voorziening; e. Bij een verzoek van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om (alsnog) een beschikking te ontvangen. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen.

Artikel 4.4 Verlenging en herindicering 1. Een verlengingsaanvraag of herindiceringsaanvraag wordt minimaal acht weken voor het einde van de looptijd van de beschikking ingediend bij de toegang door een regionaal vastgesteld formulier, tenzij er sprake is van procesregie door het cjg als bedoeld in artikel 2.3 en 3.5. 2. De jeugdhulpaanbieder levert een evaluatierapport aan middels een regionaal vastgesteld formulier, en bevat in ieder geval: a. Evaluatie op de gestelde doelen; b. Openstaande doelen; c. Advies voor eventuele vervolghulpverlening; d. Toestemming van de ouder(s)/jeugdige voor voortzetting hulp. Hoofdstuk 5 individuele jeugdhulpvoorziening via een persoonsgebonden budget (Pgb) Artikel 5.1 aanvullende criteria Pgb 1. De jeugdige en/of de ouder(s) kunnen een Pgb aanvragen. Dit kan als zij de individuele voorziening die de gemeente kan bieden niet passend vinden. Daarvoor geven zij redenen in het gesprek met het cjg. Meer over dit gesprek staat in artikel 3.5. 2. Een jeugdige of zijn ouder(s) komen slechts voor een Pgb in aanmerking indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 8.1.1 van de wet en de criteria als genoemd in artikel 4.1, 5.2 en 5.3 en in dit artikel. 3. De jeugdige en/of de ouder(s) vullen een Pgb-plan in. Dit Pgb-plan leveren ze samen met het (integraal) onderzoeksplan in om een Pgb aan te vragen.

Het Pgb-plan geeft in elk geval antwoord op onderstaande punten: a. De moFvaFe waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en een Pgb gewenst is. De Zorg in natura is de individuele voorziening die de gemeente kan bieden. Hiervoor heeA de gemeente contracten afgesloten met aanbieders. De moFvering moet daarbij inzichtelijk maken bij welke gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders de jeugdige of zijn ouders zich hebben georiënteerd en waarom die aanbieders niet passend zouden zijn; b. Welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders willen inkopen met een Pgb, wat het beoogde resultaat is, op welke wijze de beoogde jeugdhulp bijdraagt aan de doelen uit het (integraal) onderzoeksplan en de wijze waarop de jeugdhulp wordt geëvalueerd; c. Naar welke jeugdhulpaanbieder de jeugdige en/of de ouder(s) gaan voor de jeugdhulp en op welke manier deze hulp bijdraagt aan de hulpvraag; d. Op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd. Het Pgb-plan moet een duidelijke verklaring van de jeugdhulpaanbieder bevatten waaruit blijkt dat deze voldoet aan de geldende kwaliteitseisen uit 5.2 en 5.3 en dit artikel onder lid 6. e. Wat de jeugdhulpaanbieder betaald krijgt. Het gaat om de kosten per uur, dagdeel of etmaal en de andere kosten die aan de aanbieder betaald worden; f.

indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en g. Welke persoon het Pgb beheert. 4. Het cjg beoordeelt aan de hand van de navolgende criteria of de budgethouder of budgetbeheerder in staat is om de aan het beheer van een Pgb voortvloeiende taken te kunnen uitvoeren. In ieder geval: a. Een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; b. Op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het Pgb of deze zelf (online) weten te vinden; c. In staat zijn om een overzichtelijke Pgb-administratie bij te houden en te bewaren. Aan de hand van deze administratie moet kunnen worden aangetoond dat de jeugdhulp is geleverd, wat de kwaliteit hiervan was en welke resultaten er werden behaald;

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

18

d. Voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de jeugdhulpverleners; e. In staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een jeugdhulpverlener te kiezen; f. In staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g. In staat zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde jeugdhulp passend en kwalitatief goed is; h. In staat zijn de inzet van jeugdhulpverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; i. In staat zijn om als werk- of opdrachtgever de jeugdhulpverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren, en j. Voldoende kennis hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 5. De regie en beheer van het PGB kan niet worden neergelegd: a. Bij de PGB-hulpverlener of organisatie. Behalve als het college daar toestemming voor geeft. b. Er is sprake van éen of meer van de volgende omstandigheden: § Schuldenproblematiek.

Schuldenproblematiek kan onder meer blijken uit het feit dat het college aan de budgethouder of de budgetbeheerder een beschikking tot schuldhulpverlening heeft verleend; § Ernstige verslavingsproblematiek; § Aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; § Een aanmerkelijke verstandelijke beperking; § Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; § Een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; § Het hebben van een zodanig progressief ziektebeeld dat de verwachting is dat op termijn de aan het Pgb verbonden taken niet meer verantwoord kunnen worden uitgevoerd; § Het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; § Het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag. 6. De uitvoerder van de jeugdhulp ingekocht met een Pgb moet in ieder geval voldoen aan de volgende kwaliteitseisen, ongeacht of het formele of informele hulp betreft: a. Voor elk van zijn medewerkers beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Voor ouders van de jeugdige geldt deze kwaliteitseis niet; b. Zich zodanig organiseert (en zich voorziet van kwalitatief goed en voldoende personeel) dat verantwoorde hulp kan worden geboden (norm van de verantwoorde werktoedeling); c. Houdt een deugdelijke administratie bij met een registratie van de geleverde hulp.

Uit deze registratie moet kunnen worden afgeleid dat de jeugdhulp is verleend, wat de kwaliteit hiervan is en welke resultaten er zijn behaald; d. Is voldoende vaardig om in de Nederlandse taal te communiceren; e. Werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd dat is afgestemd met ouders en jeugdige; f. Voert de hulp uit in overeenstemming met de beschikking van het college; g. Stemt de hulp af op de persoonlijke situatie van de jeugdige of zijn ouder(s); h. Stemt de hulp af op andere voorzieningen, vrij toegankelijke voorzieningen en individuele voorzieningen waar de jeugdige of zijn ouder(s) gebruik van maken; i. Werkt mee aan een evaluatie als bedoeld in artikel 3.5 en 4.4; j. Respecteert de privacy van de jeugdige of zijn ouder(s) en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie; k. Neemt bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling in het huishouden van de jeugdige of zijn ouder(s) voor advies of het doen van een melding contact op met Veilig Thuis; l. Meldt calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening van jeugdhulp aan het college; m. Werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het cjg of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en n. Is of raakt door verlening van de jeugdhulp naar het oordeel van het cjg niet overbelast.

Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026

19

7.

Het college kan nadere regels stellen voor de verdere uitwerking van dit arFkel.

Artikel 5.2 aanvullende criteria formele hulp 1. Onder formele wordt hulp verstaan aan de jeugdige en/of de ouder(s) die voldoet aan de onderstaande voorwaarden: a. De jeugdhulp moet worden geleverd door professionals die werken bij een organisatie met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of de ouder(s) het Pgb krijgen. Deze organisatie staat met dit aanbod ingeschreven in het Handelsregister volgens artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007. De professionals hebben relevante diploma’s om de taken en werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren. b. De jeugdhulp moet worden geleverd door professionals die als zzp’er taken en werkzaamheden uitvoeren die passen bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of de ouder(s) het Pgb krijgen. De professionals staan met deze taken en werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister volgens artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007. De professionals hebben relevante diploma’s om de taken en werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren. c. Professionals die een BIG-registratie of SKJ-registratie hebben voor een beroep waarin zij jeugdhulp verlenen. d. Er moet hulp worden geboden die aansluit bij de problematiek, ontwikkelingsbehoefte en mogelijkheden van de jeugdige en zijn ouders; e. Er moet samenhangende en waar nodig integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders worden geboden; f.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16433862/2