CConstaterende datAlkmaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Kadernota 2027 Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

Gemeenteraad 19 februari 2026, gemeente AlkmaarBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 2027 Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord4.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Raadsvergadering:

19 februari 2026

Agendapunt: Commissie:

Gezamenlijk

Portefeuillehouder:

Christiaan Peetoom

Relatie met andere portefeuillehouder(s):

n.v.t.

Onderwerp: Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

Voorgesteld besluit De volgende zienswijze af te geven ten aanzien van de kadernota 2027 van Omgevingsdienst NoordHolland Noord: 1. Opdracht te geven aan het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord om de uitvoering/implementatie van het Plan van Aanpak Robuustheid binnen de eigen begroting en het positief rekeningresultaat op te vangen, en de raad hierover te informeren bij het aanbieden van de (concept)begroting 2027. Daarbij ook de besparingen uit het efficiencyonderzoek te verwerken (vanaf de kadernota 2029) en te betrekken bij de afweging of deze (deels) als structurele dekking voor de uitvoering/implementatie van het Plan van Aanpak Robuustheid kunnen worden ingezet; 2.

Ten aanzien van de structurele en incidentele middelen voor bedrijfsvoeringskosten in relatie tot het (eerdere) Masterplan ICT te verzoeken deze concreet en controleerbaar te onderbouwen door: a.

inzichtelijk te maken welke resultaten reeds zijn gerealiseerd;

b. te specificeren welke onderdelen nog niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd en waarom; c.

te concretiseren welke activiteiten en producten/resultaten met de gevraagde middelen in 2027 worden geleverd. Tevens te verzoeken inzicht te geven in de prioritering van de resterende ICT-opgaven in relatie tot wettelijke verplichtingen, waaronder informatiebeveiliging en digitale toegankelijkheid;

3.

Voor Werkgebonden Personenmobiliteit uit te gaan van minimaal ambitieniveau, de uitvoering in 2027 primair te baseren op werkgevers met meer dan 250 werknemers en de kosten te maximeren op € 100 per bedrijf;

4.

Voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) uit te gaan van een ambitiearme uitvoering, deze gefaseerd te implementeren en regionaal/bovenregionaal te organiseren, en dit expliciet te verwerken in de (concept)begroting 2027.

5.

Voor de Erkende Maatregelenlijsten (EML) uit te gaan van een minimaal ambitieniveau en te kiezen voor een uniforme, organisatie brede uitvoering, waarbij geen aanvullende of afwijkende afspraken per deelnemer worden gemaakt;

Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

1

6.

Voor Kwaliteitscriteria 3.0 – ketentoezicht te verzoeken ketentoezicht niet te positioneren als onderdeel van robuustheid, maar als zelfstandig onderdeel, met een afzonderlijke onderbouwing van doel, scope, beoogde producten/resultaten, benodigde capaciteit en financiële dekking;

7.

Voor Gewasbeschermingsmiddelen te verzoeken de uitvoering ambitiearm en gefaseerd in te richten, primair risicogestuurd en regionaal/bovenregionaal te organiseren en dit uit te werken

8.

in samenwerking met ketenpartners; Voor Adviseur water te verzoeken de noodzaak, meerwaarde en inpassing van wateradvisering concreet te maken binnen bestaande taken en de samenwerking met waterschappen en andere omgevingsdiensten, zonder een separate structurele bijdrage van de deelnemers; indien de omgevingsdienst dit noodzakelijk acht, dient dekking binnen bestaande programma’s en middelen te worden gevonden;

9.

Voor de herijking van het functiehuis en de materiële kosten bedrijfsvoering te verzoeken deze onderwerpen niet als autonome posten in de begroting 2027 op te nemen, maar eerst afzonderlijk te onderbouwen (incl. de conversietabel) en de raad tijdig te informeren over de (financiële en personele) gevolgen, zodat hierop separaat kan worden gestuurd;

10. Het college opdracht te geven om de zienswijze door middel van de bijgevoegde brief aan het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord kenbaar te maken.

Samenvatting Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) heeft op 15 december jl. de kadernota 2027 van de OD NHN aangeboden. Gevraagd wordt mogelijke zienswijzen van de raad vóór 1 maart 2026 in te dienen zodat deze verwerkt kunnen worden in de conceptbegroting 2027 van de OD NHN. De kadernota bevat de meest belangrijke beleidsmatige en financiële thema’s voor de omgevingsdienst en geeft inzicht in de (financiële) gevolgen voor haar deelnemers. De kadernota geeft aanleiding om zienswijzen in te dienen. Dit voorstel staat in relatie tot de programmabegroting De zienswijzeprocedure op de kadernota volgt uit de mogelijkheid die wordt geboden in artikel 10 vijfde lid van de wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) en is ook verankerd in artikel 4 van de door de raden in Noord-Holland Noord vastgestelde Financiële Uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen (FUGR 2019). Argumenten Op het gebied van de fysieke leefomgeving verzorgt de OD NHN de uitvoering van, zogenaamde basistaken, (wettelijke) milieutaken voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en diverse specialistische milieutaken. In de kadernota 2027 worden actuele ontwikkelingen en verwachtingen voor de periode 2027-2030 beschreven. Van een aantal ontwikkelingen zijn de financiële effecten bekend en opgenomen in het meerjarenperspectief.

Voor de ontwikkelingen waarbij dit niet bekend is, zijn pro-memorie (p.m.) posten opgenomen. Indexatie en nacalculatie De OD NHN past een indexatie toe van 7,94% op de deelnemersbijdragen, gebaseerd op de afspraken uit de FUGR en de regietafelbrief van 17 oktober 2025. Dit percentage is een gewogen gemiddelde van loon- en materiële componenten en zorgt ervoor dat de kostenstijgingen door inflatie en caoafspraken worden verwerkt. Daarnaast is in de indexatie de nacalculatie over 2024 meegenomen, zodat Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

2

eventuele afwijkingen uit het verleden worden gecorrigeerd. Dit is ook de reden dat de indexatie hoger uitvalt. De OD NHN gebruikt overigens een gewogen gemiddelde van 7,94%. Dit is iets hoger (0,34%) dan het door de regietafel gehanteerde percentage van 7,6%, omdat de OD NHN een looncomponent van 82,8% heeft in plaats van de 70% waar de FUGR vanuit gaat. Deze afwijking valt binnen de afspraken van de FUGR. Omdat de indexatie valt binnen de gemaakte afspraken, wordt er geen aanleiding gezien voor het indienen van een zienswijze. Robuustheid (IBP-VTH) Het Dagelijks Bestuur van de OD NHN stelt net als in de kadernota 2026 een structurele verhoging voor robuustheid voor. Wat vooraf ging: Uw raad is eerder geïnformeerd over het voortraject en het inmiddels afgesloten Interbestuurlijk programma versterking VTH (IBP-VTH). Een belangrijke conclusie was dat OD NHN onvoldoende robuust is en daarmee niet toekomstbestendig is. Als verplichting uit het IBP-VTH is een plan van aanpak opgesteld om per 1 april 2026 aan de robuustheidscriteria te voldoen. Het Algemeen Bestuur heeft op 10 juli 2024 ingestemd met uitvoering van dit plan en opname in de kadernota’s, maar zonder middelen en/of capaciteit (p.m. post).

Het bestuur besloot daarbij het Rijk te verzoeken om financiële steun, eventuele meevallers vanaf 2025 in te zetten en een efficiencyonderzoek in 2025 uit te voeren en de eventuele besparingen hieruit te gebruiken. De uitvoering van het plan moet dus zoveel mogelijk worden gefinancierd uit eigen begrotingsruimte, aangevuld met rijksmiddelen en besparingen uit het efficiencyonderzoek. Het Dagelijks Bestuur heeft in vervolg hierop een p.m. post opgenomen voor het Plan van Aanpak Robuustheid in de kadernota 2026 met daarbij een uitleg dat de kosten voor uitvoering van het plan werden geduid op ruim € 1,7 miljoen structureel. Deze p.m. post is mede gelet op diverse kritische zienswijzen, waaronder die van de regio Alkmaar, niet opgenomen in de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting 2026. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur besloten een bestemmingsreserve ‘Robuustheid’ in te richten met het restant van het jaarrekeningresultaat van 2024, zijnde een bedrag van € 1 miljoen. De OD NHN heeft hiermee in 2025 een start kunnen maken met de uitvoering van het Plan van Aanpak Robuustheid. Ondanks inspanningen van gemeenten, de Vereniging Nederlands Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft het Rijk geen structurele aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Het ministerie heeft een concept Wetsvoorstel versterking VTH-stelsel Milieu opengesteld voor consultatie.

Het wetsvoorstel beoogd o.a. het bij wet vastleggen van de robuustheidscriteria. Ons college is voornemens een bestuurlijke reactie in te dienen op het wetsvoorstel waarin wordt aangedrongen om structurele middelen beschikbaar te stellen voor een robuuste uitvoering van milieutaken. De VNG, IPO en Provincie Noord-Holland zullen dit naar verwachting ook opnemen in hun reactie.

Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

3

Robuustheid in kadernota 2027: Het Dagelijks Bestuur motiveert dat structurele financiering noodzakelijk is om uiterlijk 1 april 2026 te voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria van het ministerie van I&W. Het eerder vastgestelde Plan van Aanpak Robuustheid ging uit van € 1,7 miljoen per jaar. Op basis van recente ontwikkelingen en inzet vanuit de bestemmingsreserve is dit bijgesteld naar € 1,6 miljoen vanaf 2027. Deze middelen zijn nodig om de versterkte bedrijfsvoering te behouden, verder door te ontwikkelen en wettelijke taken blijvend uit te voeren. Het in 2025 door Berenschot uitgevoerde efficiencyonderzoek is aan het Algemeen Bestuur gepresenteerd in de vergadering van 10 december 2025 en bevestigt dat OD NHN efficiënt werkt, maar dat optimalisatie wel mogelijk is. Berenschot geeft aan dat een efficiencybesparing mogelijk is van ten minste 5% vanaf 2029. Omdat belangrijke randvoorwaarden in de sturing en facilitering nog niet op orde zijn, kan er nu nog geen bedrag worden opgenomen in de begroting 2027. In deze kadernota zijn al wel maatregelen verwerkt, zoals het verlagen van de post onvoorzien en reeds doorgevoerde efficiencymaatregelen. Structurele investering blijft volgens het Dagelijks Bestuur echter cruciaal om robuustheid en toekomstige efficiëntie te waarborgen.

De door Berenschot gepresenteerde efficiencybesparing kan naar verwachting per 2029 structureel in de begroting worden opgenomen. Een besparing van minstens 5% (van het begrotingstotaal) zal de structurele voorgestelde kosten voor robuustheid kunnen dekken. Het vanaf 2027 structureel opnemen van de kosten in de begroting zou nar mening van het college dan ook prematuur zijn. Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen waarin wordt aangedrongen om het Plan van Aanpak Robuustheid uit te voeren met incidentele middelen zoals meevallers en besparingen binnen de eigen begroting en het rekeningresultaat. Daarbij wordt verzocht de efficiencybesparingen te verwerken in de kadernota vanaf 2029 en daarbij te overwegen om deze aan te wenden als structurele dekking voor robuustheid en de raad hier bij het aanbieden van de kadernota 2029 hierover te informeren. De oproep aan het Rijk om structurele middelen beschikbaar te stellen voor een robuuste uitvoering van milieutaken is nog onbeantwoord en is mede verbonden aan het genoemde wetsvoorstel. Daarnaast heeft de OD NHN al meerdere jaren een positief rekeningresultaat gepresenteerd. Ook voor 2025 wordt dit verwacht. Het inzetten van deze meevallers sluit, net als de oproep aan het Rijk om structurele middelen, aan bij het eerdere besluit van het Algemeen Bestuur bij het vaststellen van het Plan van Aanpak Robuustheid.

Bedrijfsvoeringskosten Het college onderschrijft het belang van een toekomstbestendige ICT-infrastructuur, waaronder digitale vergunningverlening, informatiebeveiliging en het verbeteren van de dienstverlening aan bedrijven en inwoners. In de kadernota 2027 is hiervoor een structureel bedrag van € 702.000 per jaar en een eenmalige investering van € 285.000 in 2027 opgenomen. Voorgesteld wordt een zienswijze af te geven waarin verzocht wordt om een nadere onderbouwing van deze bedragen in relatie tot het eerder vastgestelde en afgeronde Masterplan ICT. Daarbij wordt gevraagd inzichtelijk te maken welke resultaten met het Masterplan ICT reeds zijn gerealiseerd, welke onderdelen nog niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd en welke concrete activiteiten met de nu gevraagde structurele en incidentele middelen worden voorzien. Tevens wordt verzocht inzicht te Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

4

geven in de prioritering van de resterende ICT-opgaven in relatie met wettelijke verplichtingen, zoals informatiebeveiliging en digitale toegankelijkheid. Het college vindt het belangrijk dat deze onderbouwing inzichtelijk maakt in hoeverre de voorgestelde investeringen bijdragen aan kwaliteit, continuïteit en efficiency van de uitvoering en ook hoe de verdeling van de lasten eruit gaat zien, alvorens structurele lasten voor deelnemers worden vastgesteld. Herijking functiehuis en materiële kosten bedrijfsvoering Het Dagelijks Bestuur heeft besloten een herwaardering door te voeren voor de functie van teamleider en de materiële kosten en daarmee bedrijfskosten te herijken. In de kadernota 2027 worden deze onderwerpen gepresenteerd als autonome ontwikkeling maar daar kan volgens het college geen sprake van zijn gelet op de eigen besluiten van het Dagelijks Bestuur. Daarbij wordt de suggestie gewekt dat de dekking van de kosten specifiek is verbonden aan de nacalculatie voor 2024 in de indexatie. Het besluit van het Dagelijks Bestuur om ook de gehele conversietabel van het functiehuis in 2026 door te voeren kan in de toekomst voor structurele gevolgen zorgen.

Daarom wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin wordt verzocht deze onderwerpen niet als autonoom op te nemen en de raad tijdig te informeren over eventuele gevolgen van de herijking van het functiehuis en conversietabel. Nieuw beleid Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) De rapportageverplichting Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) verplicht bedrijven om jaarlijks te rapporteren over de CO₂-uitstoot van woon-werkverkeer en zakelijke mobiliteit. Toezicht hierop is belegd bij gemeenten en wordt via de omgevingsdienst uitgevoerd. Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen waarin wordt verzocht uit te gaan van een minimaal ambitieniveau en de uitvoering voor 2027 primair te baseren op werkgevers met meer dan 250 werknemers (momenteel 100), conform de door de Tweede Kamer aangenomen motie en in lijn met de aangekondigde landelijke koers. Hiermee wordt het aantal bedrijven waarop toezicht wordt gehouden substantieel beperkt. Tevens wordt verzocht de kosten per bedrijf te maximeren tot circa € 100 per bedrijf, overeenkomstig de werkwijze bij andere omgevingsdiensten (onder andere de omgevingsdiensten Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving en Veluwe), om onevenredige uitvoeringslasten voor de gemeentelijke deelnemers te voorkomen. Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) ZZS zijn stoffen met ernstige (veelal onomkeerbare) effecten op mens en milieu.

Onder de Omgevingswet en het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) geldt voor vergunningplichtige bedrijven een minimalisatieverplichting en een periodieke informatieplicht via een Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP); de reikwijdte is daarbij verbreed (onder meer naar emissies naar water). De OD NHN stelt voor het toezicht op ZZS structureel te versterken. Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen waarin wordt aangegeven dat de uitvoering ambitiearm (risicogestuurd), gefaseerd en met prioritering wordt ingericht en waarin wordt verzocht de uitvoering zoveel mogelijk regionaal of bovenregionaal te organiseren, in samenwerking met andere omgevingsdiensten en ketenpartners, zodat specialistische kennis en eventuele investeringen kunnen worden gedeeld en de uitvoering tegen relatief lagere kosten kan plaatsvinden.

Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

5

In de impactanalyse wordt uitgegaan van 77 locatiedossiers waarvoor de ZZS van toepassing zijn. Gelet op de vijfjaarlijkse VRP-cyclus kan de uitvoering planmatig worden gespreid, wat neerkomt op circa 16 bedrijven per jaar. Verzocht wordt eerst een afzonderlijk voorstel uit te werken waarin de beoogde aanpak, planning (uitgaande van circa 16 bedrijven per jaar), de benodigde capaciteit/uren en de structurele lasten volledig en controleerbaar financieel zijn onderbouwd, Aangezien er nu sprake is van een forse hoeveelheid uren in verhouding tot de beoogde jaarlijkse uitvoering bij circa 16 bedrijven. Zolang deze onderbouwing ontbreekt, niet instemmen met een uitbreiding of opschaling van de ZZS-inzet. EML De Erkende Maatregelenlijsten (EML) vormen een instrument om energiebesparing bij bedrijven te stimuleren en te handhaven. De inzet van de omgevingsdienst richt zich op het informeren van bedrijven, het toetsen van naleving en – waar nodig – het inzetten van toezicht en handhaving. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan wettelijke verplichtingen op het gebied van energiebesparing. Tot nu toe zijn deze taken uitgevoerd met (gedeeltelijke) subsidie van het Rijk van de provincie. Daarmee is een inhaalslag gemaakt en ervaring opgedaan.

De wijze waarop deze werkzaamheden structureel worden voortgezet, is afhankelijk van nadere afspraken over de vervolguitvoering en de beschikbaarheid van eventuele subsidies. Deze afspraken bepalen in belangrijke mate de omvang, intensiteit en financiering van de inzet in de komende jaren. Het college vindt het belangrijk dat deze taak uitvoerbaar, proportioneel en bestuurlijk beheersbaar wordt ingericht, daarom wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen waarin wordt aangegeven dat bij de verdere uitwerking en uitvoering van de EML-taak moet worden uitgegaan van het minimale ambitieniveau (ambitieniveau 1). Daarbij wordt benadrukt dat de inrichting en uitvoering van deze werkzaamheden organisatorisch eenduidig en consistent dient plaats te vinden binnen de omgevingsdienst. Het is niet wenselijk dat per deelnemer aanvullende of afwijkende afspraken worden gemaakt over uitvoeringsniveau, prioritering of inzet. Een uniforme uitvoering voorkomt verschillen in behandeling tussen gemeenten, waarborgt gelijke uitvoering van wettelijke taken en draagt bij aan transparantie, efficiency en beheersbaarheid van de kosten. Indirecte lozingen (KRW) Indirecte lozingen betreffen lozingen van afvalwater door bedrijven op het gemeentelijk rioolstelsel.

Deze lozingen kunnen risico’s opleveren voor de werking van de afvalwaterzuivering en de waterkwaliteit, met name wanneer sprake is van (zeer) zorgwekkende stoffen. De werkzaamheden bestaan onder meer uit toezicht, bemonstering, samenwerking met het waterschap en opvolging richting bedrijven. Voor dit onderwerp wordt geen zienswijze voorgesteld, omdat voor deze werkzaamheden eerder bestuurlijk opdracht is gegeven en hiervoor reeds structureel budget beschikbaar is. Kwaliteitscriteria en ketentoezicht Per 1 januari 2025 zijn de Kwaliteitscriteria 3.0 (KC 3.0) van kracht geworden. Voor het onderdeel ketentoezicht zijn deze criteria aanzienlijk aangescherpt ten opzichte van de eerdere kwaliteitscriteria 2.3. Het college onderschrijft het belang van het voldoen aan deze aangescherpte kwaliteitscriteria, mede met het oog op uniformiteit, professionaliteit en de versterking van het VTH-stelsel. Tegelijkertijd is sprake van een verzwaring van de eisen die leidt tot aanvullende structurele inzet. In de kadernota is opgenomen dat hiervoor 2 fte benodigd is en dat deze inzet is gecombineerd met de Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

6

inzet voor data-analisten binnen het Plan van aanpak Robuustheid, waardoor geen aanvullende financiële bijdrage van gemeenten wordt gevraagd. Het college stelt voor hierover een zienswijze in te dienen met het verzoek om ketentoezicht niet te positioneren als onderdeel van robuustheid, maar als een eigenstandig onderdeel met een afzonderlijke onderbouwing van doel, scope, producten/resultaten, benodigde capaciteit en financiële dekking. Daarmee blijft bestuurlijk inzichtelijk welke middelen worden ingezet voor robuustheid en welke voor ketentoezicht, en wordt helderheid geborgd in sturing en verantwoording. Gewasbeschermingsmiddelen De maatschappelijke en juridische aandacht voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is toegenomen. Door jurisprudentie komt het steeds vaker voor dat – wanneer niet kan worden uitgesloten dat gebruik significante effecten heeft op Natura 2000-gebieden – een voortoets en natuurvergunningstraject noodzakelijk is, wat leidt tot extra toezicht, toetsing en handhavingsinspanning. Het college onderschrijft het belang van zorgvuldige toetsing, toezicht en handhaving, maar verzoekt in de voorgestelde zienswijze om de uitvoering ambitiearm en gefaseerd in te richten: primair risicogestuurd en reactief gericht op klachten/handhavingsverzoeken en locaties met de grootste verwachte impact.

De impactanalyse laat zien dat uitvoering complex en capaciteit intensief is en dat de omvang grotendeels afhankelijk is van landelijke beleidsontwikkeling en jurisprudentie. Andere omgevingsdiensten kiezen bij vergelijkbare thema’s voor een aanpak die een basisniveau van toezicht combineert met intensivering op risico’s, en waarbij zij samenwerken met ketenpartners zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en provincies om specialistische kennis en instrumenten te delen. Dit voorkomt dat elke dienst afzonderlijk hoge juridische en technische lasten opbouwt. Op deze wijze wordt bijvoorbeeld een integraal toezichtkader gehanteerd waarin provinciaal en gemeentelijk toezicht elkaar complementair versterken, met gedeelde data-analyses en gezamenlijke planning (zie beleid en uitvoeringsprogramma’s van de omgevingsdiensten IJmond en Zuid-Holland Zuid). Het college stelt voor een zienswijze in te dienen ten aanzien van de uitvoering rond gewasbeschermingsmiddelen, waarin wordt verzocht de uitvoering zoveel mogelijk regionaal of bovenregionaal te organiseren, in samenwerking met andere omgevingsdiensten en ketenpartners, zodat producten, kennis en investeringen efficiënt worden gedeeld en dubbele kosten worden voorkomen.

Ook wordt gevraagd dat voorafgaand aan structurele uitbreiding van de inzet een afzonderlijk en transparant voorstel wordt opgesteld waarin doel, scope, beoogde resultaten, benodigde capaciteit (uren), eventuele juridische ondersteuning en financiële consequenties inzichtelijk en controleerbaar zijn onderbouwd en waar een evaluatie onderdeel van uitmaakt. Adviseur water Voor de inzet van een regionale adviseur water wordt een structurele bijdrage gevraagd. Het college stelt vast dat dit geen kerntaak betreft binnen het gemeentelijke basistakenpakket van de OD NHN en dat deze uitbreiding niet door de deelnemers is gevraagd. Indien de omgevingsdienst desondanks het belang ziet van aanvullende waterexpertise, dan dient hiervoor binnen de bestaande programma’s en middelen dekking te worden gevonden (bijvoorbeeld door herprioritering binnen lopende werkzaamheden, waaronder het project indirecte lozingen). Daarmee wordt voorkomen dat nieuwe structurele lasten bij de deelnemers worden neergelegd. Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

7

Het college stelt voor een zienswijze in te dienen waarin wordt verzocht de noodzaak, meerwaarde en inpassing van wateradvisering binnen bestaande taken en samenwerking met waterschappen en andere omgevingsdiensten te concretiseren, zonder separate structurele bijdrage van de deelnemers. Provinciale taken In de Kadernota worden een drietal projecten voor de provincie benoemd. Deze hebben geen (financiële) invloed op de gemeentelijke deelnemers. Deze projecten gaan over Project Heracless (overgang naar groen staal bij Tata Steel), bodemtaken en ruimtelijke ingrepen. Kanttekeningen en alternatieven Algemeen Bestuur beslist over de Kadernota 2027 Vaststelling van de kadernota 2027 van de OD NHN vindt plaats door het Algemeen Bestuur. Hierbij bestaat de mogelijkheid dat het Algemeen Bestuur anders kan beslissen dan de deelnemers via de zienswijzen hebben beoogd. Risico op hogere kosten door de p.m. posten Door de hiervoor genoemde p.m. posten kan er te zijner tijd sprake zijn van een verhoging van de kosten in de bijdrage voor de OD NHN. Deze ontwikkelingen zullen daarom scherp worden gevolgd, zodat kritisch mee kan worden gedacht en indien nodig tijdig actie kan worden ondernomen.

Uitvoering Plan van Aanpak Robuustheid Het Dagelijks Bestuur stelt dat zonder structurele middelen niet kan worden gestart met uitvoering van het Plan van Aanpak Robuustheid en dat de OD NHN op 1 april 2026 niet aan de landelijke robuustheidscriteria kan voldoen. Wat hier de consequenties van zijn, is vooralsnog niet duidelijk. Bezuinigingen Het college merkt volledigheidshalve nog op dat het bestuur van de Omgevingsdienst bij het vaststellen van de begroting 2026 het door de gemeente Alkmaar voorgestelde bezuinigingsscenario niet (volledig) heeft overgenomen. Dit betekent dat los van de Kadernota 2027 de bijdrage van Alkmaar met € 145.000,- stijgt. Alternatief Als alternatief zou een positieve zienswijze gegeven kunnen worden. Gelet op de financiële uitdaging waar de gemeente voor staat en de hierboven omschreven argumenten acht het college het echter zinvol om de zienswijze zoals voorgesteld af te geven. Financiële aspecten Wanneer de kadernota 2027 wordt vastgesteld met de genoemde indexatie (€ 161.000,-) en overige verhogingen (€ 199.000,-) betekent dat de bijdrage in 2027 voor de gemeente Alkmaar met in totaal € 360.000,- wordt verhoogd. Daarnaast geldt dat het vanaf begrotingsjaar 2026 niet doorvoeren van het door Alkmaar voorgestelde bezuinigingsscenario tot een verhoging van € 145.000,- leidt.

Bij de aankomende ontwerpbegroting 2027 van de OD NHN heeft de raad de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Eventuele financiële mutaties van de bijdrage aan de OD NHN worden verwerkt in de gemeentelijke kadernota 2027.

Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

8

Vervolg en communicatie Voor 1 maart 2026 kunnen zienswijzen op de kadernota bij het Dagelijks Bestuur (DB) van de OD NHN worden ingediend. Na kennisname van de ingediende zienswijzen, staat de kadernota ter vaststelling op 19 maart 2026 geagendeerd voor het overleg van het Algemeen Bestuur van de OD NHN. De uitgangspunten als opgenomen in de kadernota worden vervolgens verwerkt in de conceptbegroting 2027 van de OD NHN die vóór 15 april 2026 aan uw raad wordt toegezonden. Bijlagen 1.

aanbiedingsbrief en Kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord;

2.

kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord;

3.

zienswijzebrief Kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord.

Burgemeester en wethouders van Alkmaar, mw. drs. A.M.C.G. Schouten, burgemeester

dhr. R.M. Reus MPM, gemeentesecretaris

Collegevergadering: 6 januari 2026

Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

9

RAADSBESLUIT Nr. De raad van de gemeente Alkmaar; Gelet op Het besluit van burgemeester en wethouders van 6 januari 2026 Het advies van de commissie Gezamenlijk van 10 februari 2026 Het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen en het raadsbesluit van 25 januari 2018 “informatievoorziening gemeenschappelijke regelingen”. Besluit De volgende zienswijze af te geven ten aanzien van de kadernota 2027 van Omgevingsdienst NoordHolland Noord: 1.

Opdracht te geven aan het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord om de uitvoering/implementatie van het Plan van Aanpak Robuustheid binnen de eigen begroting en het positief rekeningresultaat op te vangen, en de raad hierover te informeren bij het aanbieden van de (concept)begroting 2027. Daarbij ook de besparingen uit het efficiencyonderzoek te verwerken (vanaf de kadernota 2029) en te betrekken bij de afweging of deze (deels) als structurele dekking voor de uitvoering/implementatie van het Plan van Aanpak Robuustheid kunnen worden ingezet;

2.

Ten aanzien van de structurele en incidentele middelen voor bedrijfsvoeringskosten in relatie tot het (eerdere) Masterplan ICT te verzoeken deze concreet en controleerbaar te onderbouwen door:

a.

inzichtelijk te maken welke resultaten reeds zijn gerealiseerd;

b. te specificeren welke onderdelen nog niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd en waarom; c. te concretiseren welke activiteiten en producten/resultaten met de gevraagde middelen in 2027 worden geleverd. Tevens te verzoeken inzicht te geven in de prioritering van de resterende ICT-opgaven in relatie tot wettelijke verplichtingen, waaronder 3.

informatiebeveiliging en digitale toegankelijkheid; Voor Werkgebonden Personenmobiliteit uit te gaan van minimaal ambitieniveau, de uitvoering in 2027 primair te baseren op werkgevers met meer dan 250 werknemers en de kosten te maximeren op € 100 per bedrijf;

4.

Voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) uit te gaan van een ambitiearme uitvoering, deze gefaseerd te implementeren en regionaal/bovenregionaal te organiseren, en dit expliciet te verwerken in de (concept)begroting 2027.

5.

Voor de Erkende Maatregelenlijsten (EML) uit te gaan van een minimaal ambitieniveau en te kiezen voor een uniforme, organisatie brede uitvoering, waarbij geen aanvullende of afwijkende afspraken per deelnemer worden gemaakt;

Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

10

6.

Voor Kwaliteitscriteria 3.0 – ketentoezicht te verzoeken ketentoezicht niet te positioneren als onderdeel van robuustheid, maar als zelfstandig onderdeel, met een afzonderlijke onderbouwing van doel, scope, beoogde producten/resultaten, benodigde capaciteit en financiële dekking;

7.

Voor Gewasbeschermingsmiddelen te verzoeken de uitvoering ambitiearm en gefaseerd in te richten, primair risicogestuurd en regionaal/bovenregionaal te organiseren en dit uit te werken

8.

in samenwerking met ketenpartners; Voor Adviseur water te verzoeken de noodzaak, meerwaarde en inpassing van wateradvisering concreet te maken binnen bestaande taken en de samenwerking met waterschappen en andere omgevingsdiensten, zonder een separate structurele bijdrage van de deelnemers; indien de omgevingsdienst dit noodzakelijk acht, dient dekking binnen bestaande programma’s en middelen te worden gevonden;

9.

Voor de herijking van het functiehuis en de materiële kosten bedrijfsvoering te verzoeken deze onderwerpen niet als autonome posten in de begroting 2027 op te nemen, maar eerst afzonderlijk te onderbouwen (incl. de conversietabel) en de raad tijdig te informeren over de (financiële en personele) gevolgen, zodat hierop separaat kan worden gestuurd;

10. Het college opdracht te geven om de zienswijze door middel van de bijgevoegde brief aan het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord kenbaar te maken.

De raad van Alkmaar, 19 februari 2026 mw. drs. A.M.C.G. Schouten, burgemeester

mw. mr. V.H. Hornstra, griffier

Zienswijze kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16464238/4