Onderzoek 2d. Kennisnotitie Universitair Onderwijs Alkmaar
Tekst van het document
Aanbevelingen: • Bestaande initiatieven uitbouwen: Koppel bestaande regionale initiatieven aan universitaire kennisinstellingen om hybride onderwijsmodellen zoals fieldlabs en joint masters te realiseren. • Propositie voor universiteiten: Ontwikkel een regionale propositie die aantrekkelijk is voor specifieke universiteiten, bijvoorbeeld door in te spelen op hun strategische thema’s en maatschappelijke vraagstukken zoals energietransitie; digitale transformatie; vergrijzende bevolking (Zorg) en veiligheid. En specifieke voorzieningen, zoals gebouwen, labs, (studenten) woningen.
33
Een onafhankelijke nieuwe universiteit oprichten in Nederland is voor het laatst gebeurd met de Universiteit Maastricht. Op dit moment is de tendens eerder nauwere samenwerking tussen universiteiten dan dat er ruimte is voor een geheel nieuwe universiteit. Universitair onderwijs op andere plekken dan de huidige universiteitssteden mogelijk maken, is wel een reële route.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
20
•
Focus op kennisvalorisatie: Benut de aanwezige bedrijvigheid voor kennisvalorisatie en werk samen met een praktijkomgeving van bestaande instellingen als fysiek platform voor experimenten en samenwerking.
7.3. Intensieve en strategische samenwerking als sleutel tot succes Voor succesvolle integratie van universitair onderwijs in Alkmaar is een gestructureerd samenwerkingsmodel nodig, waarin onderwijsinstellingen, bedrijven, overheden en kennisinstellingen een gezamenlijke langetermijnvisie ontwikkelen. Er moet een ecosysteem worden gecreëerd dat bijdraagt aan een bedrijvige hub met synergie tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven. Aanbevelingen: • Publiek-private samenwerkingen: Versterk de triple-helixverbanden door structurele samenwerking met regionale bedrijven en kennisinstellingen. Dat kan door (financiële) ondersteuning bieden, initiatieven te evalueren om verbeteringen te identificeren en opschaling te realiseren. • Regionale en nationale coalities: Sluit aan bij regionale samenwerkingsverbanden zoals de Renewable Energy Valley en de Talent Academy West-Friesland, en benut nationale netwerken voor kennisuitwisseling en financiering. • Coördinatie en governance: Verken hoe bestaande structuren kunnen bijdragen aan een sterke coördinatie van initiatieven. Stel indien nodig een coördinatieplatform in om de samenwerking te structureren en te begeleiden. Dit soort taken worden vaak toebedeeld aan een Economic Board of zoals in Zeeland aan een samenwerkingsverband met een focus alleen op onderwijs en onderzoek ‘Campus Zeeland’. 7.4.
Tijd: Lange adem en strategische timing Universitair onderwijs in Alkmaar vereist strategische timing en minimaal vijf jaar om een hogeronderwijs ecosysteem te creëren. Het proces vraagt om geduld, beleidsconsistentie en adaptief leiderschap. Aanbevelingen: • Lange termijnvisie en consistentie: Formuleer een meerjarenplan met duidelijke mijlpalen en checkmomenten om bij te sturen. • Flexibiliteit en adaptief leiderschap: Speel in op politieke en economische veranderingen door flexibel te blijven in de aanpak. • Financieringsstrategie: Ontwikkel een financieringsstrategie die aansluit op regionale, nationale en Europese fondsen voor strategische thema’s zoals defensie en energietransitie. 7.5. Tot slot: van MBO naar WO De strategie voor universitair onderwijs in Alkmaar moet rekening houden met de doorlopende leerlijn van mbo, hbo naar wo en LLO. De ontwikkeling hoeft niet stapsgewijs te verlopen zoals het trapmodel suggereert; een holistische benadering waarin verschillende onderwijsvormen en -niveaus elkaar versterken, kan juist innovatie en aantrekkingskracht bevorderen. Aanbevelingen:
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
21
•
Integrale aanpak: Overweeg een waaiermodel waarbij hybride leeromgevingen, dependances en cross-overs tussen niveaus samenkomen in een geïntegreerd onderwijslandschap met een sterke focus op valorisatie.
•
Onderwijsinnovatie: Alkmaar heeft de potentie om een proeftuin te zijn voor innovatieve onderwijsvormen, waarbij de nadruk ligt op hybride leeromgevingen en nieuwe certificeringsmodellen in samenwerking met bestaande onderwijsinstellingen.
7.6. Bestuurlijke Vervolgstappen Om de haalbaarheid van universitair onderwijs in Alkmaar verder te onderzoeken en de ambities te realiseren, adviseren wij de volgende bestuurlijke vervolgstappen: 1. Haalbaarheidsonderzoek en business case: Onderzoek specifieke onderwijsrichtingen, potentiële samenwerkingspartners en de financiële haalbaarheid. 2. Strategisch communicatieplan: Ontwikkel een plan om draagvlak te creëren bij regionale stakeholders (bestaand onderwijs, bedrijfsleven), inwoners en potentiële studenten. 3. Contact met onderwijspartijen: Initieer gesprekken met potentiële onderwijspartners zoals universiteiten, hbo-instellingen en regionale bedrijven.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
22
Bijlage 1: Tijdlijn
16e-17e eeuw eeuw
19e eeuw
Begin 20e eeuw
1950-
Uitbreiding van Nederlandse universiteiten • 1575: Leidsche universiteit opgericht • 1584: bij inrichten Latijnse school in Alkmaar besloten dat deze geschikt moet worden gemaakt om leerlingen voor te bereiden op de Leidse Universiteit. • 1585: Franeker Universiteit opgericht • 1614: Groningen universiteit opgericht • 1636: Universiteit Utrecht opgericht • 1648: Harderwijk Universiteit opgericht. Nederland was met 5 universiteiten een van de landen met hoogste aantal universiteiten per inwoner. • Nieuwe vormen van hoger onderwijs in Alkmaar • Na de opheffing van gildes en invoering van Wet op de uitoefening van geneeskunde werd in Alkmaar een klinische school opgericht om heelmeesters en Vroedmeesters op te leiden. Deze school had echter een kwakkelend bestaan: in tegenstelling tot Rotterdam en Amsterdam was dit onderwijs weinig succesvol. • Cadettenschool (wat toe leidde naar de KNAW). • 1899: discussie over een Gymnasium in Alkmaar start. De nieuwe onderwijswet schreef voor dat steden met meer dan 20.000 inwoners een gymnasium behoren te hebben. Discussie over gymnasium • 1900: het college van B&W in Alkmaar besluit discussie over een gymnasium op de lange baan te schuiven (vanwege financiën en een landelijke daling aan gymnasiumleerlingen). • 1904: het Alkmaars Gymnasium, wordt, als slotstuk van een jarenlange discussie, alsnog opgericht.
Commissie schermerhoorn en komst van een vierde technische hoge school •
• •
•
• • •
1959: regeringsnota constateert dat er meer ingenieurs nodig waren gezien de snel voortschrijdende techniek. Een vierde technische hogeschool is gewenst, bij voorkeur in de omgeving van het Noordzeekanaal, en zou moeten samenwerken met het nieuwe kernreactorcentrum in Petten. Diverse gemeenten promoten hun locaties. 1962: Commissie Schermerhoorn onderzoekt de geschiktheid van Alkmaar en omgeving als vestigingsplaats voor een nieuw te stichten school. 1964: Rapport van Commissie Schermerhoorn gereed. Twee mogelijke terreinen worden geïdentificeerd: Schermer-Zuid en Schermer-Noord. Verwachting: plek voor 2500 studenten, oplopend naar 5000, mede door ligging langs snelweg. 1965: Gedeputeerde Staten van Noord-Holland kiest officieel Alkmaar als mogelijke vestigingsplaats. Haarlem, Beverwijk en Weesp behoorden tot alternatieven. 1965: ludieke studentenactie vanuit Amsterdam roept op tot stichting vierde Technische Hogeschool in Alkmaar (in Haarlem vergelijkbare actie). September 1965: Commissie onderzoekt voor de regering de beste vestigingsplaats. 1966: interim-rapport stelt dat er geen vierde hogeschool nodig is: “uitgaande van de bestaande uitbreidingsplannen is de opleidingscapaciteit van het technisch wetenschappelijk onderwijs tot 1980 voldoende om het verwachte aanbod op te vangen”. De regering neemt het advies over: een vierde TH is niet nodig.
En de plannen voor Alkmaar worden stopgezet.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
23
Bijlage 2: Overzichtstabel kenmerken universiteit Bron: DUO Inschrijvingen wo 2019-2023 Cijfers van jaar 2023
Erasmus Universiteit
Oprichtings- Aard
Aantal
Aantal opleidingen
Profiel
jaar
ingeschreven
(master, bachelor,
% studenten binnen organisatie
studenten
postmaster)
(genoemd als >10%)
30.752
186(134,52,/)
Economie (46%), gedrag & maatschappij,
1973
oprichting Openbaar
Rotterdam (EUR) Radboud Universiteit
gezondheidszorg en recht 1923
Nijmegen (RU)
Bijzonder
23.925
231(125,86,20)
(stichting)
Gedrag & maatschappij (27%), natuur, gezondheidszorg taal & cultuur, recht, economie
Rijksuniversiteit
1614
Openbaar
34.058
393(230,117,46)
Groningen (RUG)
Economie (20%), taal & cultuur, gedrag & maatschappij, natuur, recht, gezondheidszorg
Technische
1842
Openbaar
25.999
107(72,32,3)
Techniek (96%)
1956
Openbaar
13.039
79(48,26,3)
Techniek (100%)
1927
Bijzonder
19.528
186(102,56,28)
Economie (35%), Gedrag & Maatschappij,
Universiteit Delft (TUd) Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) Tilburg Universiteit (TiU)
(stichting)
Universiteit Leiden
1575
Openbaar
recht, 33.048
327(164,123,40)
(LEI)
Gedrag & maatschappij (29%), taal & cultuur, natuur, recht, sectoroverstijgend
Universiteit Maastricht 1976
Openbaar
21.845
166(118,48,/)
(UM)
Economie (25%), gezondheidszorg, recht, gedrag & maatschappij, sectoroverstijgend
Universiteit Twente
1961
Openbaar
11.816
130(68,53,9)
Techniek (67%), gedrag & maatschappij
1636
Openbaar
38.297
312(176,104,32)
Natuur (27%), gedrag & maatschappij, taal
(UT) Universiteit Utrecht (UU)
& cultuur, gezondheidszorg
Universiteit van
1877
Openbaar
43.043
448(241,168,39)
Amsterdam (Uva) Vrije Universiteit
cultuur, economie, natuur 1880
Amsterdam (VU)
Bijzonder
31.984
327(201,110,16)
(vereniging)
Wageningen University 1876 (1986 (and Research) (WUR)
Gedrag & maatschappij (26%), taal & Economie (21%), gedrag & maatschappij, gezondheidszorg, natuur, recht
Openbaar
12.967
112(70,42,/)
Landbouw en natuurlijke omgeving (100%)
Openbaar
*15.231
*
*
universiteit)
Open Universiteit (OU) 1984
*Er zijn geen cijfers over de Open Universiteit beschikbaar in deze dataset van DUO, studentenaantal op basis van jaarverslag 2023 van OU.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
24
Bijlage 3: WO-studentenpopulatie per stad Bron: DUO Open Onderwijsdata Inschrijvingen wo 2019-2023
Bijlage 4: Overzichtstabel financiën universiteiten (niet-uitputtend voor gehele baten lasten en andere financiële gegevens). Bron: Duo Open Onderwijsdata Financiële gegevens per bestuur wo 2019-2023 x€1000 Baten x1000
Lasten x1000
2023
Rijksbijdrage
Collegeg Bijdrage NWO elden en KNAW *
Werk in opdracht van derden
Personeelsl Huisvesting asten
LEI
591.700
91.000
52
244.400
646.800
53.500
UM
353.763
57.593
24
120.715
418.907
41.741
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
25
UT
298.100
36.300
27
99.100
344.100
33.100
WUR
308.770
44.307
35
122.142
354.712
40.979
EUR
429.800
80.900
37
236.000
609.900
41.700
TiU
205.545
46.413
7
53.843
250.425
18.277
UU
676.701
92.534
72
319.432
823.164
118.230
TUd
593.953
90.792
53
255.118
730.807
103.993
Tu/e
319.500
39.2
20
117.600
358.900
32.300
RUG
567.596
89.693
34
178.697
666.662
76.775
RU
422.956
51.362
62
244.900
594.380
34.976
VU
504.499
84.363
24
94.357
504.499
48.615
UvA
626.200
130.600
49
289.300
761.600
82.100
OU
65.289
18.321
1
4.270
73.874
2.934
*Deze inkomsten van NWO en KNAW zijn geaggregeerd en komen uit 2022. Bron: Rijksfinancien, jaarverslag 2023, Geldstromen wetenschappelijk onderwijs (gebaseerd op DUO Open Onderwijsdata).
Bijlage 5: Recente ontstaansgeschiedenissen van universiteiten •
Technische Universiteit Eindhoven Aan de oprichting van de tweede technische hogeschool (Eindhoven in 1956) en derde (Twente in 1961) in Nederland (vanaf 1986 omgedoopt tot Technische Universiteiten) gingen jarenlange politieke discussies vooraf. Leidend was de behoefte aan ingenieurs en hoger geschoold technisch personeel voor de wederopbouw en industrialisatie van Nederland. De uiteindelijke keuze voor Eindhoven lag niet van tevoren vast. Sterker nog, eerdere rapporten en commissies spraken de voorkeur voor vestiging in Arnhem uit. Een comité onder leiding van de industriële ondernemingen in de stad, gesteund door het provinciebestuur, voert hiervoor (aanvankelijk succesvol) lobby. De ligging ten opzichte van Delft was hierbij ook een factor. De uiteindelijke keuze voor Eindhoven kende verschillende redenen. Enerzijds was de behoefte en lobby van het bedrijfsleven (o.a. Philips en DAF) doorslaggevend. Anderzijds had de keuze voor Eindhoven ook bredere politieke steun (Limburg en Brabant steunden deze keuze gezamenlijk), terwijl in Gelderland er in de provincie
•
intern concurrentie was voor de keuze tussen Arnhem en Nijmegen.34 Technische Universiteit Twente Ook de oprichting van de Technische Hogeschool Twente in 1961 volgde na besluitvorming vanuit de landelijke politiek en de behoefte voor meer technisch opgeleid personeel. Arnhem deed wederom mee in “de strijd” om als vestigingsplaats aangewezen te worden, net als Zwolle en Deventer.
34
Citation for published version (APA): van Hooff, W. H. P. M., & Lintsen, H. W. (1991). De oprichting van de Technische Hogeschool Eindhoven. In M. Bakker, & W. H. P. M. van Hooff (editors), Gedenkboek Technische Universiteit Eindhoven 1956-1991 (blz. 7 21).
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
26
Laatstgenoemde werd door verschillende commissies als voorkeurs kandidaat aangewezen. Men verwachtte dat door haar geografische ligging Deventer een stimulerende werking voor heel OostNederland zou hebben ten opzichte van Enschede. De minister legde deze adviezen echter naast zich neer. Doorslaggevend waren onder andere beschikbare ruimte (landgoed Drienerlo), lokale bestuurlijke samenwerking (Hengelo, Almelo en Enschede trokken gezamenlijk op) en de steun van •
de industrie (o.a. Akzo).35 Universiteit van Maastricht De stichting van de jongste universiteit in Nederland, die van Maastricht, was niet vanzelfsprekend. In de jaren 60 besloot de landelijke politiek dat er een achtste medische faculteit moest komen. Er gingen steeds meer jongeren studeren en bovendien waren er door de bevolkingsgroei ook steeds meer artsen nodig. Ook hier werd weer een commissie ingesteld om het ministerie te adviseren over waar deze faculteit gevestigd moest komen36. De commissie sprak haar voorkeur uit voor het samenwerkingsverband Twente, Tilburg en Eindhoven, omdat de faculteit daar in al bestaand hoger onderwijs kon worden ingebed. Het werd dus echter Maastricht. In Limburg had men al sinds de vroege twintigste eeuw herhaaldelijk gepoogd universitair onderwijs naar de stad te halen. Zij zagen de vestiging van een katholieke universiteit in 1923 aan hun neus voorbij gaan (werd Nijmegen) en ook andere pogingen draaiden op niets uit. In 1965 richtte men de Stichting Wetenschappelijk Onderwijs Limburg (SWOL) op, met als doel de achtste medische faculteit binnen te halen. In de commissie zaten vertegenwoordigers uit de politiek en het bedrijfsleven.37 Waarom lukte het deze keer wel? Het politieke momentum zat mee: de landelijke politiek achtte de integratie van ‘randgebieden’ en een evenredige verdeling van universitair onderwijs nu meer van belang.
Daarnaast speelde zeer waarschijnlijk de sluiting van de mijnen en de benodigde economische herstructurering van Limburg een doorslaggevende rol.
Bijlage 5b: Ontstaansgeschiedenis buitenlandse universiteiten •
Universität Bayreuth (1975) De oprichting van de Universität Bayreuth in 1975 kwam voort uit een bredere discussie over de spreiding van hoger onderwijs in Beieren. Naast Bayreuth pleitten ook de steden Bamberg en Coburg voor een eigen universiteit. De uiteindelijke keuze voor Bayreuth werd bepaald door een combinatie van factoren, waarbij de Duitse federale en Beierse deelstaatregering een doorslaggevende rol speelde. Bayreuth voerde een krachtige lobby en profileerde zich als een strategische locatie voor economische stimulering in de regio Oberfranken, die economisch achterliep op andere delen van Beieren. Daarnaast bood de stad voldoende ruimte voor een nieuwe campus, wat de ontwikkeling van moderne faciliteiten en interdisciplinaire onderzoeksmogelijkheden vergemakkelijkte. Dit sloot aan bij de ambitie om een innovatieve universiteit op te zetten die samenwerking tussen verschillende wetenschapsgebieden bevorderde. De uiteindelijke beslissing werd dus beïnvloed door zowel economische als academische overwegingen, gecombineerd met een sterke regionale lobby.
M. Krijnsen, Aanjager, Universiteitsfonds Twente, motor van de ondernemende universiteit (2014), 10-11. Andere gegadigden waren agglomeratie Zwolle-Kampen en samenwerkingsverband Apeldoorn-Deventer-Zutphen. 37 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Limburg in 1969 35 36
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
27
•
Universidad de Alicante (1979) De oprichting van de Universidad de Alicante in 1979 werd geleid door de Spaanse centrale overheid, die de noodzaak zag om het universitaire landschap in Spanje te verbreden en onderwijs toegankelijker te maken. In de regio Valencia waren ook de steden Elche en Orihuela serieuze kandidaten voor een universiteit, maar uiteindelijk viel de keuze op Alicante. Een sterke lokale lobby speelde hierin een belangrijke rol, evenals de sociaaleconomische omstandigheden van de stad. Alicante kampte met een achtergestelde positie ten opzichte van andere Spaanse universiteitssteden, en de oprichting van een universiteit werd gezien als een manier om deze ongelijkheid te verkleinen en de regio economisch te versterken. De strategische ligging van Alicante, met goede verbindingen en groeipotentieel voor zowel academisch als economisch beleid, droeg bij aan de uiteindelijke beslissing. De universiteit werd opgezet met de ambitie om niet alleen lokaal talent te behouden, maar ook om een internationale aantrekkingskracht te creëren.
•
University of Limerick (1972) De University of Limerick werd in 1972 opgericht als onderdeel van de Ierse inspanningen om economisch achtergestelde regio’s te versterken door middel van hoger onderwijs. Limerick en Waterford waren de belangrijkste kandidaten, beide steden met een sterke behoefte aan economische stimulering en onderwijsvoorzieningen. Uiteindelijk kreeg Limerick de voorkeur, mede door de aanwezigheid van uitgebreide terreinen die geschikt waren voor een moderne campus. Een andere doorslaggevende factor was de sterke samenwerking tussen de industrie en de lokale overheid, wat leidde tot steun vanuit zowel de politiek als het bedrijfsleven. Limerick positioneerde zich als een stad met potentie voor technologische en industriële innovatie, en de universiteit werd vanaf het begin ingericht op samenwerking met de industrie. Dit zorgde ervoor dat de universiteit niet alleen academisch sterk stond, maar ook direct bijdroeg aan economische groei en werkgelegenheid in de regio.
Bijlage 6: Voorbeelden University colleges Naam
Toelichting
UCR
University College Roosevelt (UCR) in Middelburg is een Engelstalig liberal arts college. UCR is opgericht in 2004 met de naam Roosevelt Academy. Het is verbonden aan verschillende universiteiten, met name Universiteit Utrecht waarvan UCR afgestudeerden een bachelor-diploma ontvangen. Het college is financieel onafhankelijk van de UU. De studentenpopulatie ligt elk jaar rond de 550, die bij het samenstellen van hun curriculum, kunnen kiezen uit meer dan 200 vakken in vier departementen Arts & Humanities, Engineering, Sociale Science en Science. 65% van de populatie is niet-Nederlands, dus de UCR is sterk afhankelijk van internationale studenten. UCR werkt samen met vijf andere onderwijs- en kennisinstellingen aan Delta Climate Center in Vlissingen, wat impact voor Zeeland belooft: nieuwe banen, meer studenten met nieuw profiel, verbeterde kennisinfrastructuur, nieuw onderzoek in triple helix samenwerking en een sterker vestigingsklimaat.38
38
https://www.ucr.nl/nieuws/green-light-for-delta-climate-center-in-vlissingen/
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
28
Begin 2025 is duidelijk geworden dat door bezuinigingen van het Rijk en teruglopende studentenaantallen het UCR 2 miljoen minder ontvangt. De UCR moet reorganiseren en heeft gevolgen voor een kwart van het personeel.39 Samen met de aankomende Wet Internationalisering in Balans dat instroom internationale studenten begrensd zijn er zorgen over bij het bestuur van UCR over het voorbestaan van de instelling.40 Campus Den Haag
Campus Den Haag is onderdeel van de Universiteit Leiden en bestaat al meer dan 20 jaar. In 1998/1999 richtte de Universiteit Leiden dependance Campus Den Haag op. Deze dependance kwam tot stand op initiatief van het universiteitsbestuur en de gemeente Den Haag om de band tussen onderzoek en onderwijs op het gebied van internationaal recht, vrede en veiligheid.41 Inmiddels studeert 20% van de studenten aan de universiteit Leiden in Den Haag.42 Technische Universiteit Delft heeft zich kortgeleden in een gebouw gevestigd dat onderdeel uitmaakt van de campus en start daar met de masteropleiding Engineering and Policy Analysis, dat aansluit op de opleidingen die al op de campus worden gegeven.
Campus Fryslân
Campus Fryslân in Leeuwarden is onderdeel van de RUG. Een klein aantal bachelors en (pre-)masters wordt aangeboden, waaronder de bachelor in de vorm van University College (de tweede van de RUG). De totstandkoming van de campus komt deels door de strategie van de universiteit RUG alswel door de politieke beleidsagenda. De Kennisagenda Fryslân 2015-2025, onder leiding van de provincie en de gemeente Leeuwarden, heeft als doel de “kenniseconomie in de regio te bevorderen”, de expertise op terreinen als watertechnologie en meertaligheid verder uit te bouwen, en de bestaande R&D bij bedrijven en aanwezige innovatieve markten uit te bouwen. 43 Ook de Wetsus/Water Campus, Dairy Campus, Fryske Akademy, Waddenacademie en het Innovatie Cluster Drachten (ICD) zijn onderdeel van de Kennisagenda Fryslân o.a. georganiseerd met de Universiteit Twente. De provincie Fryslân investeerde €17 miljoen in de campus (totaal €57,1) , en verschaft Friese studenten een subsidie van 4800 euro als ze een bachelor in Leeuwarden volgen. De campus kan ‘brain drain’ stoppen, op dit moment blijft slechts 3% van de studenten die gaat studeren in Friesland. 44 Voor de RUG past campus Fryslân in haar strategie van een multi-campusbeleid. De groeimogelijkheden in de stad Groningen zijn beperkt. Studenten kunnen geen kamer vinden en opleidingen geen ruimte.
Ook past een campus in haar ambities om “Universiteit van het hele Noorden” te zijn met regionale ijkpunten.45 De RUG investeerde €29,94 miljoen en heeft aan Friesland belooft om 15 jaar te blijven.
Overige cases
Ook zijn er op dit moment een aantal lopende initiatieven – in verschillende stadia van uitvoering – onder andere in Almere en Drachten. Naar voorbeeld van Campus Fryslân gaat de RUG ook in Drachten universitair onderwijs verzorgen. Daar zal het
Omroep Zeeland, Grote schok voor betrokken, UCR zet definitief het mes in het personeelsbestand NOS, UCR nu al ruim een miljoen in de min door beleid van het kabinet en dat wordt alleen maar erger door nieuwe wet 41 NRC, Den Haag met universiteit het 'Boston' van Nederland, 23.09.1998; Campus Den Haag - Universiteit Leiden 42 Campus Den Haag - Universiteit Leiden 43 Kennisagenda-Fryslan.pdf 44 https://ukrant.nl/magazine/de-eerste-vijf-jaar-is-het-pionieren/ 45 RUG ontwikkelplan.pdf 39 40
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
29
onderwijs zich richten op zorgtech en hightech.46 In Almere worden er op dit moment stappen genomen om technisch universitair onderwijs naar de stad te brengen, onder meer in het kader van de regiodeal Tech en Transitie.47 Onderdeel van de strategie is om deze initiatieven aan te laten sluiten aan landelijke beleidsplannen. Almere zette daarbij onder ander in op de beleidsplannen van voormalig minister Adriaanse van economische zaken om nieuwe tech hubs te laten ontwikkelen.48 TU Delft is bezig met een hightech campus in Den Haag met als kerndoel om engineering te betrekken bij beleid en bestuur. Het is onderdeel van de nieuwe groei- en multicampusstrategie van TU Delft.49 De TU deelt vestigingsgebouwen in Den Haag met andere kennisinstellingen zoals UNL en universiteit Leiden. De grootste technische universiteit van Europa, RWTH uit Aken, heeft het voornemen om een dependance te openen in Heerlen.
Bijlage 7: Wettelijke vereisten en Macrodoelmatigheidstoets Wettelijke vereisten Voor de haalbaarheid van het vestigen van universitair onderwijs is het noodzakelijk om te kijken naar de wettelijke vereisten, hierbij focussen we op de Wet op Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek en de Regeling Macrodoelmatig Opleidingsaanbod Hoger Onderwijs 2023. Om bekostigde opleidingen aan te kunnen bieden, moeten universiteiten deze eerst laten toetsen op doelmatigheid en kwaliteit. De minister neem hierover het besluit op basis van de adviezen die worden uitgebracht door de Commissie voor Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO). In de regeling macrodoelmatigheid is vastgelegd aan welke criteria moet worden voldaan. De aanvragende instelling moet o.a. aantonen dat er voor de opleiding een arbeidsmarktbehoefte is (1) en ruimte in het landelijke aanbod (2). In het aanvraagformulier voor Nieuwe Vestigingsplaats50 (zie hieronder) wordt ook expliciet om een onderbouwing van de arbeidsmarktbehoefte gevraagd op kwantitatieve en kwalitatieve wijze. Hierin moet onder meer uitgelegd worden “dat de nieuwe opleiding voorziet in een noodzakelijke aanvulling op het eigen en landelijke bestaande opleidingsaanbod en waarom het niet mogelijk is om de gewenste ontwikkeling vorm te geven via het landelijke bestaande opleidingsaanbod.
Voorts wordt onderbouwd dat de komst van de nieuwe opleiding geen negatieve gevolgen heeft voor de spreiding van het landelijke bestaande opleidingsaanbod”. Nadat de minister goedkeuring heeft gegeven voor de nieuwe opleiding en vestigingsplaats, moet deze nog worden geaccrediteerd door de NVAO. Pas als deze beide trajecten doorlopen zijn kan een nieuwe
RUG wil campus voor technische studenten bouwen in Drachten - RTV Noord Nieuw Land | Alle Regio Deals | Elke regio telt 48 Universiteit van Almere? Zo gek is dat niet: 'Er studeren hier al 8000 mensen' | NPO Radio 1 49 https://www.tudelft.nl/2023/tu-delft/nieuwe-locatie-tu-delft-geopend-in-den-haag 50 Procedures - CDHO 46 47
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
30
opleiding startten. Universitair onderwijs in Nederland moet worden geaccrediteerd door de NederlandseVlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). In het Aanvraagformulier Macrodoelmatigheidstoets Nieuwe Vestigingsplaats51 wordt om de volgende informatie gevraagd: •
Inhoud opleiding en onderwijsprogramma
•
Doelgroep van de opleiding en nadere vooropleidingseisen
•
Beroeps-/arbeidsmarktprofiel afgestudeerden
•
Analyse verwant (toekomstig) aanbod
•
Geschatte instroom in de nieuwe vestigingsplaats
•
Onderbouwing van de arbeidsmarkt behoefte (“De arbeidsmarktbehoefte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dient door het instellingsbestuur in ieder geval kwantitatief te worden onderbouwd. De arbeidsmarktbehoefte kan aanvullend kwalitatief worden onderbouwd” en “ Bij de noodzaak als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt onderbouwd dat de nieuwe opleiding voorziet in een noodzakelijke aanvulling op het eigen en landelijke bestaande opleidingsaanbod en waarom het niet mogelijk is om de gewenste ontwikkeling vorm te geven via het landelijke bestaande opleidingsaanbod. Voorts wordt onderbouwd dat de komst van de nieuwe opleiding geen negatieve gevolgen heeft voor de spreiding van het landelijke bestaande opleidingsaanbod”. )
•
Noodzaak tot start nieuwe vestigingsplaats
•
Aansluiting instellingsprofiel
Bijlage 8: Factoren voor afwegingskader Factoren
Toelichting (niet uitputtend)
Landelijke politieke noodzaak
Uit de ontstaansgeschiedenissen van universiteiten blijkt dat urgentie vanuit de landelijke politiek de belangrijkste voorwaarde is voor de stichting van een nieuwe universiteit, zo kan de stichting aansluiten op een bepaalde visie voor een kenniseconomie, onderzoek en innovatiebeleid, herstructureringsbeleid of plannen om randregio’s versterken.
Lokale en/of regionale bereidheid (o.a. politieke beleidsagenda)
Uit de ontstaansgeschiedenissen van universiteiten blijkt dat de bereidheid van lokale gemeenten en regionale verbanden meespelen in de stichting van een universiteit. Zo kunnen factoren als herstructurering economie, herbestemming/ontwikkeling van locaties, leefbaarheid en regionale profilering redenen zijn om universitair onderwijs te willen.
51
Procedures - CDHO
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
31
Steun bedrijfsleven
Uit de ontstaansgeschiedenissen van universiteiten blijkt dat de steun van het bedrijfsleven in het bijzonder, belangrijk is voor de stichting van een universiteit. Zo is het belangrijk ondernemers te betrekken en een rol te geven, en dus in de propositie een duidelijk aansluiting te hebben op de regionale economie
Arbeidsmarktbehoefte
Vanuit de wettelijke accreditatie-eisen moet een opleiding aantonen dat er behoefte is door bijvoorbeeld de doelgroep, het beroepsprofiel en de geschatte instroom toe te lichten.
Aanvulling op het landelijk aanbod
Vanuit de wettelijke accreditatie-eisen moet een opleiding aantonen dat de inhoud en het onderwijsprogramma huidige opleidingen niet verdringt, door een analyse te doen op verwant aanbod en aansluiting instellingsprofiel op landelijke spreiding.
Beschikbare ruimte
Voor de ontwikkeling van (universitair) onderwijs zijn er locaties nodig die kunnen dienen als onderwijspanden en studentenhuisvesting.
Infrastructuur
Voor de ontwikkeling van universitair onderwijs, wat normaliter een grotere wervingsradius kent dan andere onderwijsinstellingen, is een goede infrastructuur nodig die de bereikbaarheid vergroot (zowel met OV als auto) om zowel studenten als onderzoekers te trekken.
Faciliteiten
Universitair onderwijs vereist, afhankelijk van de aard van het onderzoek, geavanceerde faciliteiten zoals labs, experimenteerruimte en specialistische apparatuur.
Strategie en behoefte van universiteiten op gebied van onderzoek, ruimtelijke ordening en regionaal beleid
Bestaande universitaire instellingen willen bijvoorbeeld andere regio’s willen aanspreken, willen bepaalde samenwerking met bedrijven of organisaties verbeteren of hebben moeite om studentenaantallen te faciliteren (RUG die niet past in Groningen). Het multicampusbeleid is bijvoorbeeld een opkomende strategie.
Financiën
Uit de nationale en internationale voorbeelden van diverse campussen blijkt dat de stichting van een universiteit/dependance gepaard gaat met grote investeringen, die zowel van de universiteit, als de overheid als andere (private) co-financiers komen.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
32
Bijlage 9: Checklist randvoorwaarden trapmodel •Is er een behoefte aan universitaire betrokkenheid bij regionale vraagstukken? •Zijn er bedrijven of instellingen in de regio die excursies; opdrachten en/of stages kunnen formuleren die aansluiten bij bestaand universitair onderwijs? •Zijn er bestaande contacten met universiteiten, hogescholen en/of mbo's die deze opdrachten kunnen faciliteren? Het heeft de voorkeur om mbo-, hbo en universitaire studenten samen te laten werken aan opdrachten voor vergroten van valorisatie. Werknemers kunnen hier ook aan Opdrachten in deelnemen in het kader van llo (soort LLO-plus). bestaand universitair •Is er een infrastructuur (zoals fysieke werkplekken of labs) waar studenten en onderzoekers onderwijs kunnen werken aan opdrachten? Zijn er EC's/EVC's* mee te behalen? •Zo ja, dan kan gestart worden met opdrachten binnen bestaand onderwijs.
Fieldlabs
Hybride onderwijs
Dependence/ Campus
University College
•Zijn er structurele samenwerkingen tussen kennisinstellingen, bedrijven en overheden rond specifieke thema’s? •Zijn er naast onderzoeksprojecten ook specifieke leermodules of trainingen nodig rond het thema? •Is er een fysieke locatie beschikbaar voor praktijkgericht onderzoek en contextrijk onderwijs? Past het bij een bestaand fieldlab? Zoniet, kan er één opgezet worden? •Is er financiering beschikbaar om (het onderwijs in) het fieldlab te ondersteunen? •Zijn er onderzoekers of lectoren; practoraten beschikbaar om het onderzoek en onderwijs te begeleiden? Kunnen werkenden hieraan deelnemen (soort LLO-plus)? Zijn er EC's/EVC's mee te behalen? •Zo ja, dan kan een fieldlab worden aangevuld met onderwijsopdrachten en modules.
• Zijn er mogelijkheden om duurzaam onderwijsmodules aan te bieden bij bedrijven/organisaties? In een contextrijke omgeving. •Is er interesse vanuit werkenden om deel te nemen aan deze modules (Leven Lang Ontwikkelen LLO)? •Kan de theoretische component van de leermodules ondersteund worden door een hogeschool of universiteit? Zijn er EC's/EVC's mee te behalen? •Zo ja, dan kan een hybride onderwijsprogramma worden ontwikkeld.
•Is er een structurele samenwerking met een universiteit die bereid is onderwijs in de regio aan te bieden/uit te breiden? Verbinden hier ook regionale hbo's en mbo's zich aan? •Is er een duidelijke academische focus die aansluit bij regionale en nationale strategieën? Is er vanuit de regio (multihelix) een 'inhoudelijk' bid met vraagstukken voor specifieke universitaire opleidingen? •Is er voldoende financiering om een dependance op te zetten en te onderhouden? •Zijn er voldoende studenten die zich voor langere tijd willen inschrijven in de regio? •Is er een crebo beschikbaar of moet er één aangevraagd worden? Is de doelmatigheidstoets haalbaar? •Zo ja, dan kan worden toegewerkt naar een dependance/campus.
•Is er een continue instroom van studenten die voldoende massa creëren om meerdere opleidingsrichtingen uit te voeren? •Is er een breed aanbod aan vakken en docenten die de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs kunnen waarborgen? •Is er een lange termijn visie en commitment vanuit de universiteit en de regio? Is er een 'inhoudelijk' bid vanuit de regio? Is de doelmatigheidstoets haalbaar? •Is er een duidelijke governance-structuur waarin de universiteit, de gemeente en andere stakeholders samenwerken? Is er voldoende en onderscheidende huisvesting en infrastructuur om universitaire activiteiten te faciliteren? Zijn er aanpalende faciliteiten zoals woningen/voorzieningen voor studenten en docenten? •Zo ja, dan kan worden toegewerkt naar een University College.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
33
Bijlage 10: Lijst van omgevingspartners Onderwijsinstellingen
Kennisinstellingen/ Onderzoekcentra
Overheden/Gemeenten/ Samenwerkingsverbanden, uitvoerders netwerken en initiatieven
Hogeschool Inholland Alkmaar
JRC Petten
Regio NHN
Greenport NHN
Vonk
EH Campus Petten
Ontwikkelingsbedrijf NHN
NHN Greenchain
Talland College
TNO
RPA NHN
Seedvalley
Ipabo
NWZ Ziekenhuis
Provincie NoordHolland
Talent Academy
Gemeente Alkmaar
Tech Valley
VWO scholen: OSG Willem Blaeu, Stedelijk Dalton College Alkmaar, Murmellius Gymnasium, PCC het Lyceum, CSG Jan Arentsz Opleiders: Tetrix, EPAC
METIP
VU (via Datascience en Ipabo)
IDEA
UvA
Amsterdam Green Campus
WUR (via Greenport/Seedvalley)
Investa
TUd (via New Energy Coalition)
Datascience Alkmaar
Amsterdam UMC (via NWZ Ziekenhuis)
New Energy Coalition
Leiden (via NWZ Ziekenhuis)
Innovation Park Alkmaar Port of Den Helder Offshore Windpark Den Helder
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
34
Bijlage 11: SWOT Sterktes -
Gemeente Alkmaar en de regio Noord-Holland Noord heeft specifieke sectorale sterktes op domeinen als energietransitie, Food en Agri, nucleaire technologie, datascience, tech en (bio)technologie. Deze bieden kansrijke focusgebieden voor universitair onderzoek en onderwijs. Met name de energietransitie en nucleaire health zijn twee sectoren waarin Nederland en vooraanstaande positie heeft met een sterk onderzoekscomponent.
-
Bestaande onderzoeksverbanden bieden fundament voor verdere uitbreiding universitair onderwijs en onderzoek: Datascience Alkmaar (VU), Techvalley (UT en VU), Greenport (Amsterdam Greencampus), Seedvalley (WUR), NW Ziekenhuis (AMC) New Energie Coalition (Delft) en Ipabo
-
(VU). Lectoraten en practoraten kunnen de leerlijn mbo-hbo-wo verbinden en samen regionale thema’s
-
verkennen. Innovatielab van InHolland, Energy Innovation Park, New Energy Coalition/INVESTA en METIP zijn
-
interessante locaties in Alkmaar en de omliggende regio waar onderzoekers al betrokken zijn en meer onderzoekers aan kunnen haken. Er zijn unieke plekken in NHN met internationale aantrekkingskracht en experimenteermogelijkheden waar gebruik gemaakt van kan worden: zaadveredeling, sluis in Den Helder, reactor in Petten. Met name de JFR in Petten heeft al wereldwijde relevantie en de samenwerkingen met kennisinstellingen als TNO, NRG, EC JRC bieden sterke basis voor onderzoek en wetenschappelijke samenwerkingen.
-
Er is regionale behoefte om vertrek van jongeren te verminderen. Kleinschalig en intensief onderwijs (op universitair niveau) kan aantrekkelijk zijn voor bepaalde doelgroepen zoals excellente studenten, internationale studenten, zij-instromers, werkende professionals en regionale talenten.
-
Initiatieven om arbeidstekorten sector specifiek aan te pakken vinden plaats (Talent Academy
-
werkt samen met Inholland en Seedvalley). Wat gebeurt op mbo en hbo niveau kan fungeren als brug naar universitair onderwijs. Beschikbare leegstaande gebouwen kunnen worden hergebruikt. Plek naast centraal station Alkmaar, aanvankelijk voor InHolland, is potentievol.
-
Alkmaar is goed bereikbaar vanuit Amsterdam Zwaktes
-
Universitair onderwijs betekent niet direct dat studenten in de gemeente Alkmaar of regio NHN
-
blijven. Studenten kunnen na hun opleiding ergens anders gaan werken. Regionaal imago van universitair onderwijs is niet sterk genoeg: relatief groot deel van vwo leerlingen neigen naar hbo.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
35
-
Er is nog weinig academische traditie, cultuur en aantrekkingskracht voor wetenschappers en studenten om zich in de regio te vestigen.
-
De studentenpopulatie zal niet significant groeien in Alkmaar met enkele opleidingen en de aantrekkingskracht van Alkmaar als studentenstad zal daarmee niet snel verbeteren. Sterkere samenwerking met bedrijven, meer investeringen in studentenvoorzieningen (huisvesting,
-
faciliteiten, culturele voorzieningen) en regionale/internationale positionering kan een positief effect hebben hierop. Beperkte faciliteiten om direct grootschalig universitair onderwijs aan te bieden.
-
Primaire behoefte aan personeel vanuit het bedrijfsleven ligt op mbo en hbo niveau Een gebrek aan universitaire labfaciliteiten in de regio kan een obstakel vormen voor onderzoek intensieve opleidingen.
-
Universitair onderwijs in Alkmaar wordt door sommige partijen als overbodig gezien want op korte afstand liggen twee universiteiten (UvA en VU) met groot aanbod. Kleine schaal maakt het moeilijk om te “concurreren” met bestaande universiteiten.
-
Alkmaar is minder aantrekkelijk als vestigingsplaats voor universiteiten door de afstand tot bestaande universiteiten zoals de WUR
-
Inholland investeert in locatie in Haarlem en Amsterdam. Ontwikkeling in Alkmaar voor universitair onderwijs kan daardoor worden belemmerd. Kansen
-
Onderzoeksactiviteiten met een generieke thema zijn makkelijker te verbinden met veel sectoren verbinden. Voor veel sectoren zijn het lectoraat van Inholland Alkmaar Data Driven Smart Society en de organisatie Datascience Alkmaar interessant omdat ze werken op het gebied van AI en data-analyse. Universitair onderwijs gericht op logistieke, (zakelijk) dienstverlenende en nietagrarische beroepen zijn ook relevant voor verschillende sectoren en kan het investeren in
-
universitair onderwijs makkelijker verantwoorden Door in te zetten op bijscholing en masters voor werkenden kan bredere doelgroep worden bereikt.
-
Volle universiteiten in de Randstad creëren interesse voor nieuwe locaties
-
Alkmaar kan ruimte benutten om betaalbare studentenhuisvesting aan te bieden
-
Jongeren die nu onder niveau studeren of verhuizen voor hun studie, kunnen in Alkmaar blijven Aansluiting op specifieke kennisdomeinen biedt kansen voor thema-gebaseerde samenwerking. Potentie op verschillende thema’s wordt gezien, zoals energie, agri(food), nucleaire technologie en AI.
-
Momenteel komt op nucleair terrein het universitair talent vanuit Groningen en Delft, wat kansen biedt voor een variant in Alkmaar.
-
Uitbreiding mogelijk van bestaande initiatieven en samenwerkingsverbanden. Universitair onderwijs kan bijdragen aan het aantrekken en behouden van hoogopgeleide professionals in de regio.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
36
-
Ontwikkelen van universiteitshub in Alkmaar of dependance van bestaande universiteit door enkele stakeholders (Petten) gezien als kans om universitaire samenwerking in regio te versterken. Dit versterkt tevens samenwerking/verbinding met mbo en hbo. Samenwerking met WUR en EH campus in Petten kan leiden tot een universitaire dependance of hybride onderwijsmodellen in Alkmaar.
-
Regio Deal kan als kapstok dienen om structureel onderwijs en onderzoek te koppelen aan regionale sectoren en de mbo-hbo-wo leerlijn te realiseren. Joint masters en living labs kunnen universitaire activiteiten naar Alkmaar brengen zonder een
-
volledige universiteit te vestigen. Binding van talent aan regio wordt verstrekt door de ontwikkeling van hybride onderwijsmodellen zoals fieldlabs en praktijkgericht universitair onderwijs/onderzoek op locatie om universitaire studenten aan de regio te binden.
-
Inholland als drijvende kracht voor lab-gerelateerde opleidingen kan opstap zijn naar universitair niveau. De ontwikkeling van lab-locatie in Hoorn (in overleg met Vonk) kan infrastructuur versterken en aantrekkelijker maken voor universitaire opleidingen. Bedreigingen
-
-
Significante bezuinigingen in het universitair onderwijs, de hoge dichtheid van universiteiten in Nederland, in combinatie met een strenge doelmatigheidstoets, beperken mogelijkheden voor het realiseren van universitair onderwijs in Alkmaar. Demografische krimp (afname aantal studenten in de regio alsook landelijk) beperkt aantal potentiële studenten en vormt uitdaging voor levensvatbaarheid van universitaire opleidingen Kleine opleidingen van universiteiten (bij uitstek degenen op andere locaties) worden als eerste geschrapt.
-
Als er niet voldoende wordt voorzien in studentenhuisvesting, zullen studenten eerder naar
-
andere regio’s trekken en wordt creëren van een studentenklimaat onvoldoende gestimuleerd. Financiële kwetsbaarheid voor universitaire onderwijsinstelling in Alkmaar door afhankelijkheid van studentenaantallen en overheids (gemeentelijke) steun (zie voorbeelden, UCR, Campus Fryslân en JADS)
-
Zonder duidelijke regie tussen stakeholders blijft het risico op gefragmenteerde en
-
onsamenhangende initiatieven bestaan. Andere steden, zoals Almere, concurreren om nieuwe universitaire initiatieven in een politiek
-
klimaat dat juist probeert te bezuinigen op dergelijke initiatieven. Zonder sterke investeringen in huisvesting en campusontwikkeling blijft de aantrekkingskracht
-
van Alkmaar voor universitaire studenten laag. Bestaande universiteiten kunnen het moeilijk maken om een autonoom universitair initiatief
-
(stap 5) in Alkmaar te realiseren. Beperking van internationale studenten kunnen de haalbaarheid van nieuwe universitaire programma’s beïnvloeden.
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
37
-
Universitaire initiatieven moeten voortdurend aansluiten op de vraag van het bedrijfsleven om relevant te blijven. Op dit moment ligt de arbeidsmarkkrapte echter meer op het gebied van mbo en hbo geschoold personeel, wat een bedreiging kan vormen voor de levensvatbaarheid van additionele universitaire opleidingen in de regio.
-
Onderzoekers (en bedrijven) op verschillende thema’s (agritech, zaadveredeling, energie) zijn internationaal georiënteerd en zullen zoeken naar dé hubs rondom bedrijfsleven én onderzoeksfaciliteiten. Als die niet in Alkmaar aanwezig zijn, zal de regio onvoldoende aantrekkingskracht hebben.
-
De concurrentie van bestaande universiteiten vormt een bedreiging voor de potentiële instroom naar Alkmaar.
-
Universitaire hubs van Wageningen, Amsterdam en Delft met een bestaande sterke infrastructuur en reputatie op relevante onderzoeksgebieden (zaadveredeling, energie, etc.) maken het lastiger voor een “nieuwe” structuur om een plaats te verwerven.
Bijlage 12: Lijst geïnterviewde organisaties Organisatie Seedvalley University College Roosevelt (UCR) Hoogleraar Vrije Universiteit Amsterdam Energy and Health campus METIP Bestuurder Hogeschool van Amsterdam Groepsgesprek
New Energy Coalition en Investa
Groepsgesprek
Bestuurder Vonk en Bestuurder Hogeschool Inholland
Groepsgesprek
Bestuurder Talland en Bestuurder Hogeschool IPABO
Groepsgesprek
Bestuurder Universiteit van Amsterdam en bestuurder Amsterdam Greencampus
Verkenning Universitair onderwijs Alkmaar
38